“There are in the Scriptures some things which are hard to be understood and which, according to the language of Peter, the unlearned and unstable wrest unto their own destruction. We may not, in this life, be able to explain the meaning of every passage of Scripture; but there are no vital points of practical truth that will be clouded in mystery. When the time shall come, in the providence of God, for the world to be tested upon the truth for that time, minds will be exercised by His Spirit to search the Scriptures, even with fasting and with prayer, until link after link is searched out and united in a perfect chain. Every fact which immediately concerns the salvation of souls will be made so clear that none need err or walk in darkness.
„Er zijn in de Schriften sommige dingen die moeilijk te verstaan zijn en die, overeenkomstig de woorden van Petrus, door ongeleerden en onstandvastigen worden verdraaid tot hun eigen verderf. Het kan zijn dat wij in dit leven niet in staat zijn de betekenis van ieder Schriftgedeelte te verklaren; maar er zijn geen wezenlijke punten van praktische waarheid die in mysterie gehuld zullen blijven. Wanneer de tijd zal aanbreken, in de voorzienigheid van God, dat de wereld beproefd zal worden op de waarheid voor die tijd, zullen de geesten door Zijn Geest ertoe worden gebracht de Schriften te onderzoeken, zelfs met vasten en met gebed, totdat schakel na schakel wordt opgespoord en samengevoegd tot een volmaakte keten. Ieder feit dat rechtstreeks betrekking heeft op de zaligheid van zielen zal zo duidelijk worden gemaakt dat niemand hoeft te dwalen of in duisternis te wandelen.
“As we have followed down the chain of prophecy, revealed truth for our time has been clearly seen and explained. We are accountable for the privileges that we enjoy and for the light that shines upon our pathway. Those who lived in past generations were accountable for the light which was permitted to shine upon them. Their minds were exercised in regard to different points of Scripture which tested them. But they did not understand the truths which we do. They were not responsible for the light which they did not have. They had the Bible, as we have; but the time for the unfolding of special truth in relation to the closing scenes of this earth’s history is during the last generations that shall live upon the earth.
“Terwijl wij de keten van de profetie hebben gevolgd, is de geopenbaarde waarheid voor onze tijd duidelijk gezien en uiteengezet. Wij zijn verantwoordelijk voor de voorrechten die wij genieten en voor het licht dat op ons pad schijnt. Zij die in vroegere geslachten leefden, waren verantwoordelijk voor het licht dat hun vergund werd te beschijnen. Hun verstand werd geoefend met betrekking tot verschillende punten van de Schrift die hen op de proef stelden. Maar zij verstonden de waarheden niet die wij verstaan. Zij waren niet verantwoordelijk voor het licht dat zij niet hadden. Zij hadden de Bijbel, evenals wij; maar de tijd voor de ontvouwing van bijzondere waarheid met betrekking tot de slottonelen van de geschiedenis van deze aarde is gedurende de laatste geslachten die op de aarde zullen leven.
“Special truths have been adapted to the conditions of the generations as they have existed. The present truth, which is a test to the people of this generation, was not a test to the people of generations far back. If the light which now shines upon us in regard to the Sabbath of the fourth commandment had been given to the generations in the past, God would have held them accountable for that light.” Testimonies, volume 2, 692, 693.
‘Bijzondere waarheden zijn aangepast aan de omstandigheden van de opeenvolgende geslachten zoals die hebben bestaan. De tegenwoordige waarheid, die een beproeving is voor het volk van dit geslacht, was geen beproeving voor het volk van geslachten ver in het verleden. Indien het licht dat nu over ons schijnt met betrekking tot de sabbat van het vierde gebod aan de geslachten in het verleden was gegeven, zou God hen voor dat licht verantwoordelijk hebben gehouden.’ Testimonies, deel 2, 692, 693.
New and Old
Nieuw en oud
“In every age there is a new development of truth, a message of God to the people of that generation. The old truths are all essential; new truth is not independent of the old, but an unfolding of it. It is only as the old truths are understood that we can comprehend the new. When Christ desired to open to His disciples the truth of His resurrection, He began ‘at Moses and all the prophets’ and ‘expounded unto them in all the scriptures the things concerning Himself.’ Luke 24:27. But it is the light which shines in the fresh unfolding of truth that glorifies the old. He who rejects or neglects the new does not really possess the old. For him it loses its vital power and becomes but a lifeless form.
“In ieder tijdperk is er een nieuwe ontwikkeling van de waarheid, een boodschap van God aan het volk van die generatie. De oude waarheden zijn alle wezenlijk; nieuwe waarheid staat niet los van de oude, maar is een ontvouwing daarvan. Slechts naarmate de oude waarheden worden begrepen, kunnen wij de nieuwe verstaan. Toen Christus aan Zijn discipelen de waarheid van Zijn opstanding wilde openbaren, begon Hij ‘bij Mozes en al de profeten’ en ‘legde Hij hun uit in al de Schriften wat op Hem betrekking had’. Lukas 24:27. Maar het is het licht dat schijnt in de nieuwe ontvouwing van de waarheid dat de oude verheerlijkt. Wie het nieuwe verwerpt of veronachtzaamt, bezit in werkelijkheid ook het oude niet. Voor hem verliest het zijn levenskracht en wordt het slechts een levenloze vorm.
“There are those who profess to believe and to teach the truths of the Old Testament, while they reject the New. But in refusing to receive the teachings of Christ, they show that they do not believe that which patriarchs and prophets have spoken. ‘Had ye believed Moses,’ Christ said, ‘ye would have believed Me; for he wrote of Me.’ John 5:46. Hence there is no real power in their teaching of even the Old Testament.
Er zijn er die belijden de waarheden van het Oude Testament te geloven en te onderwijzen, terwijl zij het Nieuwe verwerpen. Maar door te weigeren de leringen van Christus aan te nemen, tonen zij dat zij niet geloven wat patriarchen en profeten hebben gesproken. ‘Indien gij Mozes geloofdet,’ zei Christus, ‘zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven.’ Johannes 5:46. Daarom ligt er geen werkelijke kracht in hun onderwijzing, zelfs niet van het Oude Testament.
“Many who claim to believe and to teach the gospel are in a similar error. They set aside the Old Testament Scriptures, of which Christ declared, ‘They are they which testify of Me.’ John 5:39. In rejecting the Old, they virtually reject the New; for both are parts of an inseparable whole. No man can rightly present the law of God without the gospel, or the gospel without the law. The law is the gospel embodied, and the gospel is the law unfolded. The law is the root, the gospel is the fragrant blossom and fruit which it bears.
“Velen die beweren het evangelie te geloven en te onderwijzen, verkeren in een soortgelijke dwaling. Zij schuiven de oudtestamentische Schriften terzijde, waarvan Christus verklaarde: ‘Deze zijn het die van Mij getuigen.’ Johannes 5:39. Door het Oude te verwerpen, verwerpen zij in wezen ook het Nieuwe; want beide zijn delen van één onafscheidelijk geheel. Niemand kan de wet van God op juiste wijze uiteenzetten zonder het evangelie, noch het evangelie zonder de wet. De wet is het evangelie belichaamd, en het evangelie is de wet ontvouwd. De wet is de wortel; het evangelie is de welriekende bloesem en de vrucht die zij draagt.”
“The Old Testament sheds light upon the New, and the New upon the Old. Each is a revelation of the glory of God in Christ. Both present truths that will continually reveal new depths of meaning to the earnest seeker.” Christ’s Object Lessons, 128.
„Het Oude Testament werpt licht op het Nieuwe, en het Nieuwe op het Oude. Elk is een openbaring van de heerlijkheid van God in Christus. Beide bieden waarheden die aan de ernstige zoeker steeds nieuwe diepten van betekenis zullen onthullen.” Lessen uit het Leven van Alledag, 128.
Present truth is by definition the “revealed truth” for a specific period of time that is “clearly seen and explained.” The generation living at the time when “present truth” is revealed are held “accountable” to accept that truth or die. The combined truths which make up the “present testing truth” for “this generation,” are represented in “the unfolding of special” truths “in relation to the closing scenes of this earth’s history.” Truth, and therefore “present truth” is typified by the New Testament in relation to the Old Testament. Truth is established upon two witnesses and truth has a beginning and an end, a literal and a spiritual, an ancient and a modern, an alpha and an omega, a first and a last.
De tegenwoordige waarheid is per definitie de „geopenbaarde waarheid” voor een bepaalde tijdsperiode die „duidelijk wordt gezien en uitgelegd”. De generatie die leeft in de tijd waarin de „tegenwoordige waarheid” wordt geopenbaard, wordt „verantwoordelijk gehouden” om die waarheid te aanvaarden of te sterven. De samengevoegde waarheden die de „tegenwoordige beproevende waarheid” voor „deze generatie” vormen, worden weergegeven in „de ontvouwing van bijzondere” waarheden „met betrekking tot de afsluitende taferelen van de geschiedenis van deze aarde”. Waarheid, en derhalve „tegenwoordige waarheid”, wordt door het Nieuwe Testament getypeerd in verhouding tot het Oude Testament. Waarheid wordt bevestigd op twee getuigen en waarheid heeft een begin en een einde, een letterlijke en een geestelijke, een oude en een moderne, een alfa en een omega, een eerste en een laatste.
The Millerite foundation of the first angel’s message is the “old” in relation to the “present truth” message of the third angel. Those who are “rejecting the Old,” “virtually reject the New” for both are parts of an inseparable whole.”
Het Milleritische fundament van de boodschap van de eerste engel is het “oude” in verhouding tot de boodschap van de derde engel als “tegenwoordige waarheid”. Degenen die “het Oude verwerpen”, “verwerpen in feite het Nieuwe”, want beide zijn delen van een onafscheidelijk geheel.
“I saw the necessity of the messengers, especially, watching and checking all fanaticism wherever they might see it rise. Satan is pressing in on every side, and unless we watch for him, and have our eyes open to his devices and snares, and have on the whole armor of God, the fiery darts of the wicked will hit us. There are many precious truths contained in the Word of God, but it is ‘present truth’ that the flock needs now. I have seen the danger of the messengers running off from the important points of present truth, to dwell upon subjects that are not calculated to unite the flock and sanctify the soul. Satan will here take every possible advantage to injure the cause.
Ik zag de noodzakelijkheid in van de boodschappers, in het bijzonder, dat zij waakten en alle dweepzucht tegengingen waar zij die ook maar zagen opkomen. Satan dringt van alle kanten aan, en tenzij wij op hem bedacht zijn en onze ogen open hebben voor zijn listen en strikken, en de gehele wapenrusting van God hebben aangedaan, zullen de vurige pijlen van de boze ons treffen. Er zijn vele kostbare waarheden vervat in het Woord van God, maar het is de ‘tegenwoordige waarheid’ die de kudde nu nodig heeft. Ik heb het gevaar gezien dat de boodschappers afdwalen van de belangrijke punten van de tegenwoordige waarheid om zich bezig te houden met onderwerpen die er niet toe dienen de kudde te verenigen en de ziel te heiligen. Satan zal hier elk mogelijk voordeel aangrijpen om de zaak schade toe te brengen.
“But such subjects as the sanctuary, in connection with the 2300 days, the commandments of God and the faith of Jesus, are perfectly calculated to explain the past Advent movement and show what our present position is, establish the faith of the doubting, and give certainty to the glorious future. These, I have frequently seen, were the principal subjects on which the messengers should dwell.” Early Writings, 63.
“Maar onderwerpen als het heiligdom, in verband met de 2300 dagen, de geboden van God en het geloof van Jezus, zijn uitnemend geschikt om de vroegere adventsbeweging te verklaren en te tonen wat onze huidige positie is, het geloof van de twijfelende te bevestigen en zekerheid te geven omtrent de heerlijke toekomst. Deze, zo heb ik dikwijls gezien, waren de voornaamste onderwerpen waarbij de boodschappers moesten stilstaan.” Early Writings, 63.
The “sanctuary, in connection with the 2300 days, the commandments of God and the faith of Jesus” are the key to explain the “past Advent movement” of the Millerites and in so doing, to explain “perfectly” “what our present position is.” Those who are “doubting” the “past Advent movement,” are “doubting” what gives “certainty to the glorious future.” What gives certainty to the future is the past.
Het „heiligdom”, in verband met de 2300 dagen, de geboden van God en het geloof van Jezus, zijn de sleutel tot de verklaring van de „voorgaande Adventbeweging” van de Millerieten en daarmee tot het „volkomen” verklaren van „wat onze huidige positie is”. Zij die „twijfelen” aan de „voorgaande Adventbeweging”, „twijfelen” aan datgene wat „zekerheid geeft aan de heerlijke toekomst”. Wat zekerheid geeft aan de toekomst, is het verleden.
The book of Joel is a message of present testing truth. This is confirmed by multiple witnesses. Joel is identified as “present truth” by the Spirit of Prophecy, which according to John in the book of Revelation is the testimony of Jesus.
Het boek Joël is een boodschap van tegenwoordige beproevende waarheid. Dit wordt door meerdere getuigen bevestigd. Joël wordt door de Geest der Profetie aangeduid als „tegenwoordige waarheid”, die volgens Johannes in het boek Openbaring het getuigenis van Jezus is.
The Revelation of Jesus Christ, which God gave unto him, to show unto his servants things which must shortly come to pass; and he sent and signified it by his angel unto his servant John: Who bare record of the word of God, and of the testimony of Jesus Christ, and of all things that he saw. Revelation 1:1, 2.
De openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden; en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en te kennen gegeven aan Zijn dienstknecht Johannes; die getuigenis heeft afgelegd van het woord van God, en van het getuigenis van Jezus Christus, en van alles wat hij gezien heeft. Openbaring 1:1, 2.
The “testimony” of John (which he bore “record of”), was portrayed in three parts. He recorded the “word of God,” the “testimony of Jesus” and the “things that he saw.” In the first two verses of Revelation, John represents one who has been given the gift of the “spirit of prophecy.” That gift includes a special revelation of God’s Word, and it also includes special revelations conveyed to the prophet through the words of Christ; (either by Christ directly or through his angelic representatives) and the gift also includes truth presented through the medium of dreams and visions. The spirit of prophecy is the testimony of Christ which is conveyed to the prophet and it bears the same authority as if an angel or Christ spoke the words.
Het „getuigenis” van Johannes (waarvan hij „getuigenis aflegde”) werd in drie delen weergegeven. Hij legde het „woord van God”, het „getuigenis van Jezus” en de „dingen die hij zag” vast. In de eerste twee verzen van Openbaring stelt Johannes iemand voor aan wie de gave van de „geest der profetie” is geschonken. Die gave omvat een bijzondere openbaring van Gods Woord, en zij omvat ook bijzondere openbaringen die aan de profeet worden overgebracht door de woorden van Christus; (hetzij rechtstreeks door Christus, hetzij door zijn engelachtige vertegenwoordigers) en de gave omvat tevens waarheid die wordt meegedeeld door middel van dromen en visioenen. De geest der profetie is het getuigenis van Christus dat aan de profeet wordt overgebracht, en het draagt hetzelfde gezag alsof een engel of Christus de woorden sprak.
And I fell at his feet to worship him. And he said unto me, See thou do it not: I am thy fellowservant, and of thy brethren that have the testimony of Jesus: worship God: for the testimony of Jesus is the spirit of prophecy. Revelation 19:10.
En ik viel aan zijn voeten neer om hem te aanbidden. En hij zei tot mij: Zie toe, doe dat niet: ik ben uw mededienstknecht, en van uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben: aanbid God; want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie. Openbaring 19:10.
Gabriel identifies that he is a fellowservant with John, and he is not to be worshipped. Gabriel also identifies that the “brethren” that are represented by John “have the testimony of Jesus,” which is the “spirit of prophecy.” The “brethren” which John represents are the one hundred and forty-four thousand, and the brethren all have the “spirit of prophecy.”
Gabriël maakt duidelijk dat hij een mededienstknecht is met Johannes, en dat hij niet aanbeden mag worden. Gabriël maakt eveneens duidelijk dat de „broeders” die door Johannes worden vertegenwoordigd, „het getuigenis van Jezus” hebben, wat de „geest der profetie” is. De „broeders” die Johannes vertegenwoordigt, zijn de honderd vierenveertigduizend, en al de broeders hebben de „geest der profetie”.
“And they rose early in the morning, and went forth into the wilderness of Tekoa: and as they went forth, Jehoshaphat stood and said, Hear me, O Judah, and ye inhabitants of Jerusalem; Believe in the Lord your God, so shall ye be established; believe his prophets, so shall ye prosper. 2 Chronicles 20:20.
“En zij stonden ’s morgens vroeg op en trokken uit naar de woestijn van Tekoa; en terwijl zij uittrokken, stond Josafat op en zei: Hoort mij, o Juda en gij inwoners van Jeruzalem; gelooft in de HEERE, uw God, zo zult gij bevestigd worden; gelooft Zijn profeten, zo zult gij voorspoedig zijn. 2 Kronieken 20:20.
“‘Believe in the Lord your God, so shall ye be established; believe his prophets, so shall ye prosper.’
„Gelooft in de HEERE, uw God, dan zult gij bevestigd worden; gelooft zijn profeten, dan zult gij voorspoedig zijn.”
“Isaiah 8:20. ‘To the law and to the testimony; if they speak not according to this word, it is because there is no light in them.’ Two texts are here set before God’s people: two conditions for success. The law spoken by Jehovah himself, and the spirit of prophecy, are the two sources of wisdom to guide His people in every experience. Deuteronomy 4:6. ‘This is your wisdom and your understanding in the sight of the nations, who shall say, Surely this great nation is a wise and understanding people.’
“Jesaja 8:20. ‘Tot de wet en tot de getuigenis; indien zij niet spreken overeenkomstig dit woord, het is omdat er geen licht in hen is.’ Hier worden Gods volk twee teksten voorgehouden: twee voorwaarden voor succes. De wet, door Jehovah Zelf gesproken, en de geest der profetie, zijn de twee bronnen van wijsheid om Zijn volk in elke ervaring te leiden. Deuteronomium 4:6. ‘Dit is uw wijsheid en uw verstand ten aanschouwen van de volken, die zullen zeggen: Waarlijk, dit grote volk is een wijs en verstandig volk.’”
“The law of God and the Spirit of Prophecy go hand in hand to guide and counsel the church, and whenever the church has recognized this by obeying His law, the spirit of prophecy has been sent to guide her in the way of truth.
„De wet van God en de Geest der Profetie gaan hand in hand om de gemeente te leiden en raad te geven, en telkens wanneer de gemeente dit heeft erkend door Zijn wet te gehoorzamen, is de geest der profetie gezonden om haar te leiden op de weg der waarheid.
“Revelation 12:17. ‘And the dragon was wroth with the woman, and went to make war with the remnant of her seed, which keep the commandments of God, and have the testimony of Jesus Christ.’ This prophecy points out clearly that the remnant church will acknowledge God in His law and will have the prophetic gift. Obedience to the law of God, and the spirit of prophecy has always distinguished the true people of God, and the test is usually given on present manifestations.
“Openbaring 12:17. ‘En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus Christus hebben.’ Deze profetie wijst er duidelijk op dat de overblijvende gemeente God in Zijn wet zal erkennen en de profetische gave zal bezitten. Gehoorzaamheid aan de wet van God en de geest der profetie hebben het ware volk van God altijd gekenmerkt, en de toets wordt gewoonlijk gegeven op grond van tegenwoordige openbaringen.
“In Jeremiah’s day the people had no question about the message of Moses, Elijah, or Elisha, but they did question and put aside the message sent of God to Jeremiah until its force and power was wasted and there was no remedy but for God to carry them away into captivity.
In de dagen van Jeremia twijfelde het volk niet aan de boodschap van Mozes, Elia of Elisa, maar zij trokken de door God tot Jeremia gezonden boodschap in twijfel en schoven die terzijde, totdat haar kracht en uitwerking verijdeld waren en er geen andere uitkomst meer was dan dat God hen in gevangenschap wegvoerde.
“Likewise in the days of Christ the people had learned that Jeremiah’s message was true, and they persuaded themselves to believe that if they had lived in the days of their fathers they would have accepted his message, but at the same time they were rejecting Christ’s message, of whom all the prophets had written.
“Evenzo hadden in de dagen van Christus de mensen geleerd dat Jeremia’s boodschap waar was, en zij brachten zichzelf ertoe te geloven dat, indien zij in de dagen van hun vaderen hadden geleefd, zij zijn boodschap zouden hebben aangenomen; maar tegelijkertijd verwierpen zij de boodschap van Christus, van Wie al de profeten hadden geschreven.
“As the third angel’s message arose in the world, which is to reveal the law of God to the church in its fullness and power, the prophetic gift was also immediately restored. This gift has acted a very prominent part in the development and carrying forward of this message.
„Toen de boodschap van de derde engel in de wereld opkwam, die bestemd is om de wet van God in haar volheid en kracht aan de gemeente te openbaren, werd ook de profetische gave onmiddellijk hersteld. Deze gave heeft een zeer vooraanstaande rol gespeeld in de ontwikkeling en voortgang van deze boodschap.״
“As differences of opinion have arisen in reference to interpretations of Scriptures and methods of labor, calculated to unsettle the faith of believers in the message and lead to disunion in the work, the spirit of prophecy has always thrown light on the situation. It has always brought union of thought and harmony of action to the body of believers. In every crisis that has arisen in the development of the message and the growth of the work, those who have stood firmly by the law of God and the light of the Spirit of prophecy have triumphed and the work has prospered in their hands.” Loma Linda Messages, 33, 34.
“Wanneer er meningsverschillen zijn ontstaan met betrekking tot verklaringen van de Schrift en methoden van arbeid, die erop berekend waren het geloof van de gelovigen in de boodschap te ondermijnen en tot verdeeldheid in het werk te leiden, heeft de geest der profetie altijd licht geworpen op de situatie. Zij heeft altijd eenheid van denken en harmonie van handelen gebracht aan het lichaam der gelovigen. In elke crisis die zich heeft voorgedaan in de ontwikkeling van de boodschap en de groei van het werk, hebben degenen die standvastig hebben vastgehouden aan de wet van God en het licht van de Geest der profetie, gezegevierd, en het werk is in hun handen voorspoedig geweest.” Loma Linda Messages, 33, 34.
The book of Joel is directly identified as “present truth” within the Spirit of Prophecy, which according to John in the book of Revelation is the testimony of Jesus. It is also endorsed directly within the Word of God. Both the Bible and Spirit of Prophecy directly apply the book of Joel to the last days.
Het boek Joël wordt binnen de Geest der Profetie rechtstreeks aangemerkt als „tegenwoordige waarheid”, hetgeen volgens Johannes in het boek Openbaring het getuigenis van Jezus is. Het wordt bovendien rechtstreeks bevestigd binnen het Woord van God. Zowel de Bijbel als de Geest der Profetie passen het boek Joël rechtstreeks toe op de laatste dagen.
“Each of the ancient prophets spoke less for their own time than for ours, so that their prophesying is in force for us. ‘Now all these things happened unto them for ensamples: and they are written for our admonition, upon whom the ends of the world are come.’ 1 Corinthians 10:11. ‘Not unto themselves, but unto us they did minister the things, which are now reported unto you by them that have preached the gospel unto you with the Holy Ghost sent down from heaven; which things the angels desire to look into.’ 1 Peter 1:12. …
“Ieder van de oude profeten sprak minder voor zijn eigen tijd dan voor de onze, zodat hun profeteren voor ons van kracht is. ‘Nu zijn al deze dingen hun overkomen tot voorbeelden; en zij zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op wie de einden der eeuwen gekomen zijn.’ 1 Korinthiërs 10:11. ‘Aan wie geopenbaard werd, dat zij niet zichzelf, maar ons bedienden met die dingen, welke u nu verkondigd zijn door hen die u het evangelie gepredikt hebben door de Heilige Geest, Die van de hemel gezonden is; in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien.’ 1 Petrus 1:12. …”
“The Bible has accumulated and bound up together its treasures for this last generation. All the great events and solemn transactions of Old Testament history have been, and are, repeating themselves in the church in these last days.” Selected Messages, book 3, 338, 339.
„De Bijbel heeft zijn schatten voor deze laatste generatie vergaard en samengebonden. Alle grote gebeurtenissen en plechtige handelingen van de oudtestamentische geschiedenis zijn in deze laatste dagen in de gemeente herhaald en worden herhaald.” Selected Messages, boek 3, 338, 339.
The prophecy of Joel is “in force” “upon” those “whom the ends of the world are come.” “In force” is simply emphasizing that “present truth” is always a test, and those who fail the test are represented by such biblical characters as Judas.
De profetie van Joël is „van kracht” „over” hen „op wie het einde der wereld gekomen is.” „Van kracht” benadrukt eenvoudig dat de „tegenwoordige waarheid” altijd een beproeving is, en zij die in die beproeving falen, worden voorgesteld door zulke Bijbelse figuren als Judas.
“Lesson after lesson fell unheeded on the ears of Judas. How many today follow in his steps. In the light of God’s law, selfish men see their evil characters, but fail to make the required reformation, and go on from one state of sin to another.
„Les na les vielen ongehoord op de oren van Judas. Hoe velen treden heden ten dage in zijn voetstappen. In het licht van Gods wet zien zelfzuchtige mensen hun verdorven karakter, maar laten zij na de vereiste hervorming tot stand te brengen en gaan zij voort van de ene staat van zonde tot de andere.״
“The lessons of Christ are applicable to our own time and generation. He said, ‘Neither pray I for these alone, but for them also which shall believe on me through their word.’ The same testimony is brought to us in these last days as was brought to Judas. The same lessons which he failed to make practical in his life come to men who hear, and yet make a like failure, because they do not put away their sin.” Review and Herald, March 17, 1891.
„De lessen van Christus zijn van toepassing op onze eigen tijd en generatie. Hij zei: ‘Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven zullen.’ Datzelfde getuigenis wordt in deze laatste dagen tot ons gebracht als tot Judas werd gebracht. Dezelfde lessen die hij niet praktisch in zijn leven wist toe te passen, komen tot mensen die horen en toch op gelijke wijze falen, omdat zij hun zonde niet wegdoen.” Review and Herald, 17 maart 1891.
John throughout the book of Revelation typifies God’s last day people, and in being banished to Patmos John represents those who are persecuted in the Sunday law crisis. He states why he was incarcerated.
Johannes is in het gehele boek Openbaring een type van Gods volk in de laatste dagen, en in zijn verbanning naar Patmos vertegenwoordigt Johannes hen die in de zondagswetcrisis worden vervolgd. Hij vermeldt waarom hij gevangen was gezet.
I John, who also am your brother, and companion in tribulation, and in the kingdom and patience of Jesus Christ, was in the isle that is called Patmos, for the word of God, and for the testimony of Jesus Christ. Revelation 1:9.
Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en mededeelhebber in de verdrukking, en in het koninkrijk en de volharding van Jezus Christus, was op het eiland genaamd Patmos, om het woord Gods en om het getuigenis van Jezus Christus. Openbaring 1:9.
John was persecuted for the Bible and the Spirit of Prophecy. Why are the one hundred and forty-four thousand persecuted because of the Spirit of Prophecy? The first truth the prophet Joel identifies is the apostasy of the Seventh-day Adventist church. When the apostle Peter identified that Pentecost was a fulfillment of the book of Joel, Peter did so in response to the Jews attacking the manifestation of “tongues.” The Jews, who then typified Seventh-day Adventists in the last days, were arguing that Peter and those proclaiming the message were “drunk.” Seventh-day Adventists will fight against the message of the latter rain as did the Jews of Peter’s time. They do so for those who are proclaiming the “present truth” testing message of the latter rain have the “old” foundational truths, for new truth is always based upon old truth. Jeremiah called for God’s people in the time of the latter rain to walk in the old paths and hearken to the sound of the watchman’s trumpet, but they refuse. The foundational “old” truth message is symbolically represented by the “seven times” of Leviticus twenty-six, which sets forth the covenant relationship in terms of the Sabbath for the land.
Johannes werd vervolgd omwille van de Bijbel en de Geest der Profetie. Waarom worden de honderdvierenvierenveertigduizend vervolgd vanwege de Geest der Profetie? De eerste waarheid die de profeet Joël aanwijst, is de afval van de Kerk der Zevende-dags Adventisten. Toen de apostel Petrus vaststelde dat Pinksteren een vervulling was van het boek Joël, deed Petrus dat als antwoord op de Joden die de manifestatie van „tongen” aanvielen. De Joden, die toen de Zevende-dags Adventisten in de laatste dagen voorafschaduwden, betoogden dat Petrus en degenen die de boodschap verkondigden „dronken” waren. Zevende-dags Adventisten zullen strijden tegen de boodschap van de late regen, zoals de Joden deden in de tijd van Petrus. Zij doen dit, want degenen die de beproevende boodschap van de late regen als „tegenwoordige waarheid” verkondigen, bezitten de „oude” fundamentele waarheden, want nieuwe waarheid is altijd gegrond op oude waarheid. Jeremia riep Gods volk in de tijd van de late regen op om te wandelen in de oude paden en te luisteren naar het geluid van de bazuin van de wachter, maar zij weigeren. De fundamentele boodschap van de „oude” waarheid wordt symbolisch voorgesteld door de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig, die de verbondsrelatie uiteenzet in termen van de sabbat voor het land.
“I saw the nominal church and nominal Adventists, like Judas, would betray us to the Catholics to obtain their influence to come against the truth. The saints then will be an obscure people, little known to the Catholics; but the churches and nominal Adventists who know of our faith and customs (for they hated us on account of the Sabbath, for they could not refute it) will betray the saints and report them to the Catholics as those who disregard the institutions of the people; that is, that they keep the Sabbath and disregard Sunday.
„Ik zag dat de naamkerk en naamadventisten ons, evenals Judas, aan de katholieken zouden verraden om hun invloed te verkrijgen teneinde tegen de waarheid op te treden. De heiligen zullen dan een onaanzienlijk volk zijn, weinig bekend bij de katholieken; maar de kerken en naamadventisten die van ons geloof en onze gebruiken weten (want zij haatten ons vanwege de sabbat, omdat zij die niet konden weerleggen), zullen de heiligen verraden en hen bij de katholieken aangeven als degenen die de instellingen van het volk veronachtzamen; dat wil zeggen dat zij de sabbat houden en de zondag veronachtzamen.
“Then the Catholics bid the Protestants to go forward, and issue a decree that all who will not observe the first day of the week, instead of the seventh day, shall be slain. And the Catholics, whose numbers are large, will stand by the Protestants. The Catholics will give their power to the image of the beast. And the Protestants will work as their mother worked before them to destroy the saints. But before their decree bring or bear fruit, the saints will be delivered by the Voice of God.” Spalding and Magan, 1, 2.
“Dan gebieden de katholieken de protestanten voort te gaan en vaardigen zij een decreet uit dat allen die niet de eerste dag van de week in plaats van de zevende dag zullen onderhouden, gedood zullen worden. En de katholieken, wier aantal groot is, zullen de protestanten terzijde staan. De katholieken zullen hun macht geven aan het beeld van het beest. En de protestanten zullen werken zoals hun moeder vóór hen heeft gewerkt om de heiligen te verdelgen. Maar voordat hun decreet vrucht draagt of uitwerking heeft, zullen de heiligen verlost worden door de Stem van God.” Spalding and Magan, 1, 2.
Twice Sister White identifies the “nominal church” and the “nominal Adventists,” while drawing a distinction between the two “nominal groups” and the “Catholics.” The “nominal church” and the “nominal Adventists,” “hated” those represented by Peter and John “on account of the Sabbath, for they could not refute it.” The nominal church and Catholics cannot “refute” the seventh-day Sabbath truth, and “nominal Adventists” cannot “refute” the “seven times” of Leviticus twenty-six, which is the Sabbath commandment of the land. The nominal church and Catholics cannot “refute” the fact that the seventh-day Sabbath is a “foundational” biblical truth, and “nominal Adventists” cannot “refute” the fact that the “seven times” of Leviticus twenty-six is a “foundational” Millerite truth.
Tweemaal identificeert zuster White de „naamkerk” en de „naamadventisten”, terwijl zij onderscheid maakt tussen deze twee „nominale groepen” en de „katholieken”. De „naamkerk” en de „naamadventisten” „haatten” hen die door Petrus en Johannes werden voorgesteld, „vanwege de sabbat, want zij konden haar niet weerleggen.” De naamkerk en de katholieken kunnen de waarheid van de sabbat van de zevende dag niet „weerleggen”, en „naamadventisten” kunnen de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig, die het sabbatsgebod van het land zijn, niet „weerleggen”. De naamkerk en de katholieken kunnen het feit dat de sabbat van de zevende dag een „fundamentele” bijbelse waarheid is, niet „weerleggen”, en „naamadventisten” kunnen het feit dat de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig een „fundamentele” Milleritische waarheid is, niet „weerleggen”.
John’s captivity on Patmos represents the one hundred and forty-four thousand who uphold both the Bible and the Spirit of Prophecy, and who are especially persecuted from outside over the seventh-day Sabbath and persecuted from inside over the seventh-year Sabbath for the land. For this reason, John’s testimony of why he was being persecuted in verse nine is followed with verse ten’s Sabbath and the message from the past (“behind”) from the “great voice” as of a “trumpet.”
Johannes’ gevangenschap op Patmos vertegenwoordigt de honderdvierenveertigduizend die zowel de Bijbel als de Geest der Profetie hooghouden, en die in het bijzonder van buitenaf worden vervolgd vanwege de sabbat van de zevende dag en van binnenuit worden vervolgd vanwege de sabbat van het zevende jaar voor het land. Om deze reden wordt Johannes’ getuigenis waarom hij in vers negen werd vervolgd, gevolgd door de sabbat van vers tien en de boodschap uit het verleden (“achter”) van de “grote stem” als van een “bazuin.”
I John, who also am your brother, and companion in tribulation, and in the kingdom and patience of Jesus Christ, was in the isle that is called Patmos, for the word of God, and for the testimony of Jesus Christ. I was in the Spirit on the Lord’s day, and heard behind me a great voice, as of a trumpet. Revelation 1:9, 10.
Ik, Johannes, die ook uw broeder ben en deelgenoot in de verdrukking, en in het koninkrijk en de volharding van Jezus Christus, was op het eiland genaamd Patmos, om het woord van God en om het getuigenis van Jezus Christus. Ik was in de Geest op de dag des Heren, en hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin. Openbaring 1:9, 10.
John represents those who at 9/11 heard the trumpet voice of the angel of Revelation eighteen calling for God’s people to return to Jeremiah’s “old paths.” That great voice was also the warning of the seventh trumpet, which is also the third woe.
Johannes vertegenwoordigt hen die op 11 september de bazuinstem hoorden van de engel van Openbaring achttien, die Gods volk opriep terug te keren tot Jeremia’s „oude paden”. Die luide stem was tevens de waarschuwing van de zevende bazuin, die ook het derde wee is.
Sister White recorded that the “Bible has accumulated and bound up together its treasures for this last generation.” The book of Joel is one of the biblical “treasures” that is present truth in the “last days.” At the time of Pentecost Peter identified that it was the book of Joel that was then being fulfilled. Peter, as with Joel, “spoke less for” the time period of Pentecost than for our “time.” The time period of Pentecost was the early rain for the Christian Dispensation. Pentecost marks the beginning of the Christian Dispensation, and in so doing it illustrates the end of the Christian Dispensation. The end of the Christian Dispensation is the time of the latter rain as typified by Pentecost. Peter is therefore a symbol of God’s people in the end of the Christian Dispensation who identify the fulfillment of the outpouring of the Holy Spirit by employing the book of Joel to do so.
Zuster White tekende op dat de „Bijbel zijn schatten voor dit laatste geslacht heeft verzameld en samengebonden.” Het boek Joël is een van de bijbelse „schatten” die tegenwoordige waarheid is in de „laatste dagen”. Ten tijde van Pinksteren gaf Petrus te kennen dat het het boek Joël was dat toen in vervulling ging. Petrus, evenals Joël, „sprak minder voor” de tijdsperiode van Pinksteren dan voor onze „tijd”. De tijdsperiode van Pinksteren was de vroege regen voor de christelijke bedeling. Pinksteren markeert het begin van de christelijke bedeling en beeldt daarmee het einde van de christelijke bedeling uit. Het einde van de christelijke bedeling is de tijd van de late regen, zoals getypeerd door Pinksteren. Petrus is daarom een symbool van Gods volk aan het einde van de christelijke bedeling, dat de vervulling van de uitstorting van de Heilige Geest herkent door daartoe gebruik te maken van het boek Joël.
But Peter, standing up with the eleven, lifted up his voice, and said unto them, Ye men of Judaea, and all ye that dwell at Jerusalem, be this known unto you, and hearken to my words: For these are not drunken, as ye suppose, seeing it is but the third hour of the day. But this is that which was spoken by the prophet Joel; And it shall come to pass in the last days, saith God, I will pour out of my Spirit upon all flesh: and your sons and your daughters shall prophesy, and your young men shall see visions, and your old men shall dream dreams: And on my servants and on my handmaidens I will pour out in those days of my Spirit; and they shall prophesy: And I will shew wonders in heaven above, and signs in the earth beneath; blood, and fire, and vapour of smoke: The sun shall be turned into darkness, and the moon into blood, before that great and notable day of the Lord come: And it shall come to pass, that whosoever shall call on the name of the Lord shall be saved. Acts 2:14–21.
Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem en sprak tot hen: Gij mannen van Judea, en allen die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en neemt mijn woorden ter ore. Want dezen zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt, daar het nog slechts het derde uur van de dag is. Maar dit is het wat gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. Ja, ook op Mijn dienstknechten en op Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten; en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en rookdamp. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, eer die grote en doorluchtige dag des Heeren komt. En het zal zijn dat een ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden. Handelingen 2:14–21.
To be a successful student of prophecy requires a settled understanding that the end of the world is illustrated “line upon line” within the historical narrative of Scripture. Connected with this truth is that the prophets themselves represent God’s people in the last days. Joel places his book in the last days for it announces the approach of the “day of the Lord.”
Om een succesvolle student van de profetie te zijn, is een vaste overtuiging vereist dat het einde van de wereld in de historische verhaallijn van de Schrift wordt uitgebeeld, “regel op regel”. Met deze waarheid verbonden is het gegeven dat de profeten zelf Gods volk in de laatste dagen vertegenwoordigen. Joël plaatst zijn boek in de laatste dagen, want het kondigt de nadering van de “dag des Heren” aan.
Blow ye the trumpet in Zion, and sound an alarm in my holy mountain: let all the inhabitants of the land tremble: for the day of the Lord cometh, for it is nigh at hand. Joel 2:1.
Blaast de bazuin in Sion, en slaat alarm op mijn heiligen berg; laat alle inwoners van het land beven; want de dag des Heeren komt, ja, hij is nabij. Joël 2:1.
A “trumpet” as a symbol, among other meanings, represents a warning message. As a symbol a trumpet may represent a period of time or a point in time, or both—based upon context. A trumpet also represents judgment. The feast of trumpets, ten days before the Day of Atonement was a warning of approaching judgment.
Een „bazuin” als symbool stelt, naast andere betekenissen, een waarschuwingsboodschap voor. Als symbool kan een bazuin een tijdsperiode of een tijdstip vertegenwoordigen, of beide—afhankelijk van de context. Een bazuin vertegenwoordigt ook oordeel. Het feest van de bazuinen, tien dagen vóór de Verzoendag, was een waarschuwing voor naderend oordeel.
The “day of the Lord” represents either a point in time or a period of time, based upon the context of the passage where the “day of the Lord” is employed. The “day of the Lord” can be a symbol of the executive judgment represented as the seven last plagues, or it can be the executive judgment at the end of the thousand-year millennium. In either case, the trumpet is identifying God’s executive judgment. The “day of the Lord” therefore can represent the point where God’s punishment is delivered or the period of time when God’s punishments are delivered.
De „dag des Heren” vertegenwoordigt, afhankelijk van de context van de passage waarin de „dag des Heren” wordt gebruikt, hetzij een tijdstip, hetzij een tijdsperiode. De „dag des Heren” kan een symbool zijn van het uitvoerend oordeel, voorgesteld door de zeven laatste plagen, of zij kan het uitvoerend oordeel zijn aan het einde van het duizendjarig millennium. In beide gevallen duidt de bazuin op Gods uitvoerend oordeel. De „dag des Heren” kan daarom het punt vertegenwoordigen waarop Gods straf wordt voltrokken, of de tijdsperiode waarin Gods straffen worden voltrokken.
A “trumpet” as with the “day of the Lord” can represent a point and a period of time as witnessed to in the historical points and periods represented by the seven trumpets of Revelation eight and nine. The “day of the Lord” that Joel is representing with the “trumpet” that is to be blown—is both a point in time and also a period of time which begins when the judgment of the dead ended and the judgment of the living began. On 9/11, a trumpet was blown marking the arrival of the judgment of the living as a point in time, and also marking 9/11 as the beginning of the period of the judgment of the living.
Een „bazuin” kan, evenals de „dag des HEEREN”, zowel een tijdstip als een tijdsperiode aanduiden, zoals blijkt uit de historische tijdstippen en perioden die worden voorgesteld door de zeven bazuinen van Openbaring acht en negen. De „dag des HEEREN”, die Joël uitbeeldt met de „bazuin” die geblazen moet worden, is zowel een tijdstip alsook een tijdsperiode, die aanving toen het oordeel over de doden eindigde en het oordeel over de levenden begon. Op 11 september werd een bazuin geblazen, waarmee de komst van het oordeel over de levenden als een tijdstip werd gemarkeerd, en waarmee tevens 11 september werd gemarkeerd als het begin van de periode van het oordeel over de levenden.
Therefore also now, saith the Lord, turn ye even to me with all your heart, and with fasting, and with weeping, and with mourning: And rend your heart, and not your garments, and turn unto the Lord your God: for he is gracious and merciful, slow to anger, and of great kindness, and repenteth him of the evil. Who knoweth if he will return and repent, and leave a blessing behind him; even a meat offering and a drink offering unto the Lord your God? Blow the trumpet in Zion, sanctify a fast, call a solemn assembly. Joel 2:12–15.
Daarom ook nu, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten, en met geween, en met rouwklacht. En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot de HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en het berouwt Hem over het kwaad. Wie weet, Hij mocht Zich wenden en berouw hebben, en een zegen achter Zich overlaten, een spijsoffer en een drankoffer voor de HEERE, uw God? Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst uit. Joël 2:12–15.
This is the second time Joel commands that a trumpet be blown. The “trumpets” in Joel are both warnings of the approaching executive judgment of the seven last plagues, and are set within the context of the Laodicean call for repentance and the imminent close of probation.
Dit is de tweede keer dat Joël beveelt dat er op de bazuin wordt geblazen. De „bazuinen” in Joël zijn zowel waarschuwingen voor het naderende uitvoerende oordeel van de zeven laatste plagen, als geplaatst binnen de context van de Laodiceaanse oproep tot bekering en de aanstaande sluiting van de genadetijd.
Cry aloud, spare not, lift up thy voice like a trumpet, and show my people their transgression, and the house of Jacob their sins. Isaiah 58:1.
Roep luidkeels, spaar niet, verhef uw stem als een bazuin, en verkondig Mijn volk zijn overtreding, en het huis van Jakob zijn zonden. Jesaja 58:1.
Isaiah, Joel, John and Peter are all representing the one hundred and forty-four thousand of the last days, as does Jeremiah who identifies when the trumpet is to be sounded.
Jesaja, Joël, Johannes en Petrus vertegenwoordigen allen de honderdvierenveertigduizend van de laatste dagen, evenals Jeremia, die aangeeft wanneer op de bazuin geblazen moet worden.
Thus saith the Lord, Stand ye in the ways, and see, and ask for the old paths, where is the good way, and walk therein, and ye shall find rest for your souls. But they said, We will not walk therein. Also I set watchmen over you, saying, Hearken to the sound of the trumpet. But they said, We will not hearken. Jeremiah 6:16, 17.
Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarop, zo zult gij rust vinden voor uw zielen. Maar zij zeiden: Wij zullen daarop niet wandelen. Ook heb Ik wachters over u gesteld, zeggende: Hoort naar het geluid van de bazuin. Maar zij zeiden: Wij zullen niet horen. Jeremia 6:16, 17.
The trumpet sounded in these last days at 9/11, and the latter rain then began to fall upon those who chose the good way and walked therein. It is then that the angel of Revelation eighteen descended.
De bazuin klonk in deze laatste dagen op 11 september, en de late regen begon toen neer te vallen op hen die de goede weg kozen en daarop wandelden. Toen daalde de engel van Openbaring achttien neer.
“The latter rain is to fall upon the people of God. A mighty angel is to come down from heaven, and the whole earth is to be lighted with his glory.” Review and Herald, April 21, 1891.
“De late regen zal neerdalen op het volk van God. Een machtige engel zal uit de hemel neerdalen, en de gehele aarde zal verlicht worden met zijn heerlijkheid.” Review and Herald, 21 april 1891.
When the great buildings of New York were brought down on 9/11, the mighty angel descended and the latter rain began to fall.
Toen de grote gebouwen van New York op 11 september werden neergehaald, daalde de machtige engel neer en begon de late regen te vallen.
“Now comes the word that I have declared that New York is to be swept away by a tidal wave? This I have never said. I have said, as I looked at the great buildings going up there, story after story, ‘What terrible scenes will take place when the Lord shall arise to shake terribly the earth! Then the words of Revelation 18:1–3 will be fulfilled.’ The whole of the eighteenth chapter of Revelation is a warning of what is coming on the earth. But I have no light in particular in regard to what is coming on New York, only that I know that one day the great buildings there will be thrown down by the turning and overturning of God’s power. From the light given me, I know that destruction is in the world. One word from the Lord, one touch of his mighty power, and these massive structures will fall. Scenes will take place the fearfulness of which we cannot imagine.” Review and Herald, July 5, 1906.
„Vanwaar komt het bericht dat ik verklaard zou hebben dat New York door een vloedgolf zal worden weggevaagd? Dit heb ik nooit gezegd. Ik heb gezegd, toen ik zag hoe daar de grote gebouwen verrezen, verdieping op verdieping: ‘Wat zullen er vreselijke taferelen plaatsvinden wanneer de Heere Zich zal opmaken om de aarde geweldig te doen beven! Dan zullen de woorden van Openbaring 18:1–3 vervuld worden.’ Het gehele achttiende hoofdstuk van Openbaring is een waarschuwing voor wat over de aarde komt. Maar ik heb geen bijzonder licht met betrekking tot wat er over New York komt, behalve dat ik weet dat op een dag de grote gebouwen daar neergehaald zullen worden door het keren en omkeren van Gods macht. Uit het licht dat mij gegeven is, weet ik dat er verwoesting in de wereld is. Eén woord van de Heere, één aanraking van Zijn machtige kracht, en deze massieve bouwwerken zullen instorten. Er zullen taferelen plaatsvinden waarvan wij ons de verschrikking niet kunnen voorstellen.” Review and Herald, 5 juli 1906.
On 9/11 the latter rain began to sprinkle in advance of its full outpouring at the Sunday law.
Op 11 september begon de late regen vooruitlopend op zijn volle uitstorting bij de zondagswet te sprenkelen.
“The great work of the gospel is not to close with less manifestation of the power of God than marked its opening. The prophecies which were fulfilled in the outpouring of the former rain at the opening of the gospel are again to be fulfilled in the latter rain at its close. Here are ‘the times of refreshing’ to which the apostle Peter looked forward when he said: ‘Repent ye therefore, and be converted, that your sins may be blotted out, when the times of refreshing shall come from the presence of the Lord; and He shall send Jesus.’ Acts 3:19, 20.” The Great Controversy, 611, 612.
„Het grote werk van het evangelie zal niet eindigen met een geringere openbaring van de kracht van God dan die welke het begin ervan kenmerkte. De profetieën die werden vervuld in de uitstorting van de vroege regen bij de opening van het evangelie, zullen opnieuw worden vervuld in de late regen bij de afsluiting ervan. Hier zijn de ‘tijden van verkwikking’ waarop de apostel Petrus vooruitzag toen hij zei: ‘Komt dan tot inkeer en bekeert u, opdat uw zonden uitgewist worden, wanneer de tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht des Heeren; en Hij Jezus zenden zal.’ Handelingen 3:19, 20.” The Great Controversy, 611, 612.
The perfect fulfillment of the “times of refreshing” occurs when you are living, for the warning is to “repent,” which is impossible to do if you are dead. The “times of refreshing” arrives when the “sins” of living souls might still be “blotted out”. The “times of refreshing” began on 9/11, thus identifying the beginning of the judgment of the living. Pentecost is repeated at the close of the gospel dispensation. When the “times of refreshing” arrived, the events typified at Pentecost began to repeat.
De volmaakte vervulling van de „tijden van verademing” vindt plaats wanneer u leeft, want de waarschuwing luidt: „bekeert u”, hetgeen onmogelijk is te doen indien u dood bent. De „tijden van verademing” breken aan wanneer de „zonden” van levende zielen nog „uitgewist” kunnen worden. De „tijden van verademing” begonnen op 9/11 en markeerden aldus het begin van het oordeel over de levenden. Pinksteren wordt herhaald aan het einde van de evangeliebedeling. Toen de „tijden van verademing” aanbraken, begonnen de gebeurtenissen die in Pinksteren voorafgebeeld waren, zich te herhalen.
“It is with an earnest longing that I look forward to the time when the events of the day of Pentecost shall be repeated with even greater power than on that occasion. John says, ‘I saw another angel come down from heaven, having great power; and the earth was lightened with his glory.’ Then, as at the Pentecostal season, the people will hear the truth spoken to them, every man in his own tongue.
„Met een oprecht verlangen zie ik uit naar de tijd waarin de gebeurtenissen van de Pinksterdag zich zullen herhalen, met nog grotere kracht dan bij die gelegenheid. Johannes zegt: ‘Ik zag een andere engel uit de hemel neerdalen, die grote macht had; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.’ Dan zullen, evenals in de Pinkstertijd, de mensen de waarheid tot hen horen spreken, ieder in zijn eigen taal.‟
“God can breathe new life into every soul that sincerely desires to serve Him, and can touch the lips with a live coal from off the altar, and cause them to become eloquent with His praise. Thousands of voices will be imbued with the power to speak forth the wonderful truths of God’s Word. The stammering tongue will be unloosed, and the timid will be made strong to bear courageous testimony to the truth. May the Lord help His people to cleanse the soul temple from every defilement, and to maintain such a close connection with Him that they may be partakers of the latter rain when it shall be poured out.” Review and Herald, July 20, 1886.
“God kan nieuw leven inblazen in iedere ziel die oprecht verlangt Hem te dienen, en kan de lippen aanraken met een gloeiende kool van het altaar en maken dat zij welsprekend worden in Zijn lof. Duizenden stemmen zullen vervuld worden met de kracht om de wonderbare waarheden van Gods Woord te verkondigen. De stamelende tong zal worden losgemaakt, en de vreesachtigen zullen sterk gemaakt worden om moedig getuigenis af te leggen van de waarheid. Moge de Heere Zijn volk helpen de tempel van de ziel van elke verontreiniging te reinigen en zulk een nauwe verbinding met Hem te onderhouden dat zij deelgenoten mogen zijn van de late regen wanneer die zal worden uitgestort.” Review and Herald, 20 juli 1886.
We will continue in the next article.
Wij zullen in het volgende artikel verdergaan.
And the angel that talked with me came again, and waked me, as a man that is wakened out of his sleep, And said unto me, What seest thou? And I said, I have looked, and behold a candlestick all of gold, with a bowl upon the top of it, and his seven lamps thereon, and seven pipes to the seven lamps, which are upon the top thereof: And two olive trees by it, one upon the right side of the bowl, and the other upon the left side thereof.
En de engel die met mij sprak, kwam weder en wekte mij, zoals een man gewekt wordt uit zijn slaap, en hij zei tot mij: Wat ziet gij? En ik zei: Ik heb gezien, en zie, een geheel gouden kandelaar, met een olievaatje bovenop, en zijn zeven lampen daarop, en zeven pijpen naar de zeven lampen die zich bovenop bevinden; en twee olijfbomen ernaast, de ene aan de rechterzijde van het olievaatje en de andere aan de linkerzijde daarvan.
So I answered and spake to the angel that talked with me, saying, What are these, my lord? Then the angel that talked with me answered and said unto me, Knowest thou not what these be? And I said, No, my lord.
Toen antwoordde ik en sprak tot de engel die met mij sprak, zeggende: Wat zijn deze, mijn heer? Toen antwoordde de engel die met mij sprak en zei tot mij: Weet gij niet wat deze zijn? En ik zei: Nee, mijn heer.
Then he answered and spake unto me, saying, This is the word of the Lord unto Zerubbabel, saying, Not by might, nor by power, but by my spirit, saith the Lord of hosts. Zechariah 4:1–6.
Toen antwoordde hij en sprak tot mij, zeggende: Dit is het woord des HEEREN tot Zerubbabel, luidende: Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest, zegt de HEERE der heirscharen. Zacharia 4:1–6.