The book of Joel confronts the leadership of the Laodicean Seventh-day Adventist church with the testimony of its escalating rebellion over four generations. Those four generations are also illustrated in Ezekiel chapter eight, where the twenty-five men of that fourth-generation bow to the sun. In 1901, 13 years after the rebellion of 1888, the Adventist church organized a committee to lead the church.
Het boek Joël confronteert de leiding van de Laodiceïsche Kerk van de Zevende-dags Adventisten met het getuigenis van haar toenemende opstand over vier generaties. Deze vier generaties worden ook uitgebeeld in Ezechiël hoofdstuk acht, waar de vijfentwintig mannen van die vierde generatie zich neerbuigen voor de zon. In 1901, dertien jaar na de opstand van 1888, organiseerde de Adventkerk een comité om de kerk te leiden.
The initial General Conference’s Executive Committee was established during the major reorganization at the 1901 General Conference Session, and it consisted of 25 members. This was a significant expansion from the pre-1901 committee, which had only 13 members. The members have increased through the years, but Jesus always identifies the end with the beginning. The beginning was 25 members, with one as the leader, paralleling a course in the sanctuary, which consisted of 24 priests and one high priest.
Het aanvankelijke Uitvoerend Comité van de Generale Conferentie werd ingesteld tijdens de grote reorganisatie op de zitting van de Generale Conferentie van 1901 en bestond uit 25 leden. Dit was een aanzienlijke uitbreiding ten opzichte van het comité van vóór 1901, dat slechts 13 leden telde. Het aantal leden is in de loop der jaren toegenomen, maar Jezus identificeert het einde altijd met het begin. In het begin waren er 25 leden, met één als leider, parallel aan een gang van zaken in het heiligdom, dat bestond uit 24 priesters en één hogepriester.
Judas and the Sanhedrin are two symbols of rebellion in the time of Christ. The Sanhedrin represents the Laodicean Seventh-day Adventist church. The Sanhedrin’s participation in the crucifixion of Christ, typifies the role of Adventism in the Sunday law crisis. The Sanhedrin—the supreme Jewish council in Jerusalem, composed of chief priests, elders, and scribes, presided over by High Priest Caiaphas—played a central role in the events leading to Jesus’ death.
Judas en het Sanhedrin zijn twee symbolen van opstand in de tijd van Christus. Het Sanhedrin vertegenwoordigt de Laodiceese Kerk van de Zevende-dags Adventisten. De deelname van het Sanhedrin aan de kruisiging van Christus is een type van de rol van het adventisme in de zondagwetcrisis. Het Sanhedrin — de hoogste Joodse raad in Jeruzalem, samengesteld uit overpriesters, oudsten en schriftgeleerden, en voorgezeten door de hogepriester Kajafas — speelde een centrale rol in de gebeurtenissen die tot Jezus’ dood leidden.
After Jesus’ arrest in Gethsemane (orchestrated with Judas’ betrayal), he was brought before the Sanhedrin at night in Caiaphas’ house. They sought testimony to condemn him, producing witnesses who accused him of blasphemy and insurrection.
Na Jezus’ arrestatie in Gethsémané (georkestreerd door Judas’ verraad) werd Hij ’s nachts voor het Sanhedrin gebracht in het huis van Kajafas. Men zocht getuigenis om Hem te veroordelen en liet getuigen optreden die Hem beschuldigden van godslastering en oproer.
When Caiaphas directly asked Jesus if he was the Messiah (or Son of God), Jesus’ affirmative response, “You have said so” led the high priest to declare, “Blasphemy!” The council condemned Him as deserving death. Lacking authority under Roman rule to execute capital sentences, they handed Jesus over to Pontius Pilate, the Roman governor, accusing him of sedition to secure a Roman execution. The actual crucifixion was carried out by Roman soldiers under Pilate’s order, but only after Pilate yielded to pressure from the chief priests and a crowd (who demanded Jesus’ death and the release of Barabbas).
Toen Kajafas Jezus rechtstreeks vroeg of Hij de Messias was (of de Zoon van God), leidde Jezus’ bevestigende antwoord, „U zegt het”, ertoe dat de hogepriester uitriep: „Godslastering!” De raad veroordeelde Hem als des doods schuldig. Omdat zij onder het Romeinse bewind niet bevoegd waren doodvonnissen te voltrekken, leverden zij Jezus over aan Pontius Pilatus, de Romeinse stadhouder, en beschuldigden Hem van opruiing om een Romeinse terechtstelling te bewerkstelligen. De feitelijke kruisiging werd uitgevoerd door Romeinse soldaten op bevel van Pilatus, maar pas nadat Pilatus had toegegeven aan de druk van de overpriesters en een menigte (die de dood van Jezus en de vrijlating van Barabbas eisten).
“When Christ was upon this earth, the world preferred Barabbas. And today the world and the churches are making the same choice. The scenes of the betrayal, the rejection, and the crucifixion of Christ have been re-enacted, and will again be re-enacted on an immense scale. People will be filled with the attributes of the enemy, and with them his delusions will have great power. Just to that degree that light is refused will there be misconception and misunderstanding. Those who reject Christ and choose Barabbas work under a ruinous deception. Misrepresentation and false witness will grow to open rebellion. The eye being evil, the whole body will be full of darkness. Those who give their affections to any leader but Christ will find themselves under the control, body, soul, and spirit, of an infatuation that is so entrancing that under its power souls turn away from hearing the truth to believe a lie. They are ensnared and taken, and by their every action they cry, Release unto us Barabbas, but crucify Christ.
„Toen Christus op deze aarde was, gaf de wereld de voorkeur aan Barabbas. En heden ten dage maken de wereld en de kerken dezelfde keuze. De taferelen van het verraad, de verwerping en de kruisiging van Christus zijn opnieuw opgevoerd en zullen opnieuw worden opgevoerd op ontzaglijke schaal. Mensen zullen vervuld zijn van de eigenschappen van de vijand, en bij hen zullen zijn misleidingen grote macht hebben. In precies die mate waarin het licht wordt afgewezen, zal er misvatting en misverstand zijn. Zij die Christus verwerpen en Barabbas kiezen, werken onder een verderfelijke misleiding. Verdraaiing en vals getuigenis zullen uitgroeien tot openlijke opstand. Als het oog boos is, zal het gehele lichaam vol duisternis zijn. Zij die hun genegenheid schenken aan enig leider behalve Christus, zullen zich bevinden onder de heerschappij, naar lichaam, ziel en geest, van een verblinding die zo betoverend is, dat onder haar macht zielen zich afwenden van het horen van de waarheid om de leugen te geloven. Zij worden verstrikt en gevangen genomen, en door al hun handelingen roepen zij: Geef ons Barabbas vrij, maar kruisig Christus.”
“Even now this decision is being made. The scenes enacted at the cross are being re-enacted. In the churches that have departed from truth and righteousness it is being revealed what human nature can do and will do when the love of God is not an abiding principle in the soul. We need not be surprised at anything that may take place now. We need not marvel at any developments of horror. Those who trample under their unholy feet the law of God have the same spirit as had the men who insulted and betrayed Jesus. Without any compunction of conscience, they will do the deeds of their father, the devil. They will ask the question that came from the traitorous lips of Judas, What will you give me if I betray unto you Jesus the Christ? Even now Christ is being betrayed in the person of his saints.” Review and Herald, January 30, 1900.
“Zelfs nu wordt deze beslissing genomen. De taferelen die bij het kruis werden voltrokken, worden opnieuw voltrokken. In de kerken die van waarheid en gerechtigheid zijn afgeweken, wordt geopenbaard wat de menselijke natuur kan doen en zal doen wanneer de liefde van God geen blijvend beginsel in de ziel is. Wij behoeven ons niet te verbazen over iets dat nu kan plaatsvinden. Wij behoeven ons niet te verwonderen over welke ontwikkelingen van verschrikking ook. Zij die de wet van God onder hun onheilige voeten vertreden, hebben dezelfde geest als de mannen die Jezus beledigden en verraadden. Zonder enig gewetensbezwaar zullen zij de werken doen van hun vader, de duivel. Zij zullen de vraag stellen die van de verraderlijke lippen van Judas kwam: Wat wilt u mij geven, als ik u Jezus de Christus overlever? Zelfs nu wordt Christus verraden in de persoon van zijn heiligen.” Review and Herald, 30 januari 1900.
If the passage truly means what it says, then those who were being identified as “choosing Barabbas,” will be unable to understand what the passage teaches. Those people are the people in 2 Thessalonians who receive strong delusion, because they loved not the truth. She says of those who choose Barabbas, “Those who give their affections to any leader but Christ will find themselves under the control, body, soul, and spirit, of an infatuation that is so entrancing that under its power souls turn away from hearing the truth to believe a lie.” Those who are choosing Barabbas, are under the control of Satan before the waymark of the cross and Sunday law. In that condition they cannot possibly understand what the passage teaches. They will therefore suggest that, “the conditions when Sister White penned these words were for that peculiar history, not now.” Perhaps they would say, “She is speaking about Christianity in a generic way, and this does not apply directly to Seventh-day Adventists.” Poppycock.
Als de passage werkelijk betekent wat zij zegt, dan zullen degenen die werden aangeduid als mensen die „Barabbas kiezen”, niet in staat zijn te begrijpen wat de passage leert. Die mensen zijn de mensen in 2 Thessalonicenzen die een krachtige dwaling ontvangen, omdat zij de waarheid niet hebben liefgehad. Over hen die Barabbas kiezen, zegt zij: „Zij die hun genegenheid schenken aan enige leider buiten Christus, zullen zichzelf bevinden onder de heerschappij, naar lichaam, ziel en geest, van een verblinding die zó bekoorlijk is dat zielen onder haar macht zich afwenden van het horen van de waarheid om de leugen te geloven.” Degenen die Barabbas kiezen, staan reeds onder de heerschappij van Satan vóór het wegmerk van het kruis en de zondagwet. In die toestand kunnen zij onmogelijk begrijpen wat de passage leert. Zij zullen daarom suggereren dat „de omstandigheden waaronder zuster White deze woorden neerschreef, voor die bijzondere geschiedenis golden, niet voor nu.” Misschien zouden zij zeggen: „Zij spreekt over het christendom in algemene zin, en dit is niet rechtstreeks van toepassing op Zevende-dags Adventisten.” Onzin.
Of course, the circumstances of the history when Sister White wrote those words were actually a commentary on her personal history, but just as with John in the Revelation, when a prophet is told to write, he is told to write “the things which thou hast seen, and the things which are, and the things which shall be hereafter.” When a prophet records the things that are, he is simultaneously recording the things that will be.
Natuurlijk waren de omstandigheden van de geschiedenis ten tijde dat zuster White die woorden schreef in feite een commentaar op haar persoonlijke geschiedenis; maar evenals bij Johannes in de Openbaring geldt dat, wanneer een profeet wordt opgedragen te schrijven, hem wordt opgedragen te schrijven „wat gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen hierna geschieden zal.” Wanneer een profeet de dingen optekent die zijn, tekent hij daarmee tegelijkertijd de dingen op die zullen zijn.
The leadership of Adventism is represented by Ezekiel’s 25 men, who are also prophetically aligned with the 250 men who stood with Korah, Dathan and Abiram. Just as significantly the rebels of 1888 and the Minneapolis General Conference were identified by Sister White as repeating the rebellion of Korah, Dathan and Abiram. Sister White directly teaches that when the angel of Revelation eighteen descends and lightens the earth with his glory, the latter rain begins.
De leiding van het adventisme wordt vertegenwoordigd door de vijfentwintig mannen van Ezechiël, die ook profetisch in verband staan met de tweehonderdvijftig mannen die aan de zijde van Korach, Dathan en Abiram stonden. Even betekenisvol is het feit dat de rebellen van 1888 en de Algemene Conferentie van Minneapolis door Zuster White werden geïdentificeerd als een herhaling van de opstand van Korach, Dathan en Abiram. Zuster White leert uitdrukkelijk dat, wanneer de engel van Openbaring achttien neerdaalt en de aarde verlicht met zijn heerlijkheid, de late regen begint.
“The latter rain is to fall upon the people of God. A mighty angel is to come down from heaven, and the whole earth is to be lighted with his glory.” Review and Herald, April 21, 1891.
„De late regen zal neerdalen op het volk van God. Een machtige engel zal uit de hemel neerdalen, en de gehele aarde zal verlicht worden door zijn heerlijkheid.” Review and Herald, 21 april 1891.
Sister White directly teaches that the angel of Revelation eighteen descended at the 1888 General Conference with the messages of A. T. Jones and E. J. Waggoner. When she was at the Conference she was so overwhelmed with the rebellion that she decided to pack up her things and leave, but an angel told her that she must stay and record the history, for it was a repetition of the rebellion of Korah. Why did the angel want it recorded, if it wasn’t for a testimony in the latter days? If it is a testimony for the latter days, what else could it mean; other than the Laodicean Seventh-day Adventist church will walk in the footsteps of the Sanhedrin during the Sunday law crisis, and particularly the history that leads up to it.
Zuster White leert rechtstreeks dat de engel van Openbaring achttien op de Algemene Conferentie van 1888 neerdaalde met de boodschappen van A. T. Jones en E. J. Waggoner. Toen zij zich op de Conferentie bevond, was zij zo overweldigd door de opstandigheid dat zij besloot haar spullen bijeen te pakken en te vertrekken, maar een engel zei haar dat zij moest blijven en de geschiedenis vastleggen, want het was een herhaling van de opstand van Korach. Waarom wilde de engel dat dit werd opgetekend, als het niet was tot een getuigenis in de laatste dagen? Als het een getuigenis voor de laatste dagen is, wat anders zou het dan kunnen betekenen, dan dat de Laodiceïsche Kerk der Zevende-dags Adventisten in de voetstappen van het Sanhedrin zal wandelen tijdens de zondagswetcrisis, en in het bijzonder de geschiedenis die daartoe leidt.
The message of Jones and Waggoner was represented as the “message of justification by faith, in verity,” the “Laodicean message,” the “message of Christ’s righteousness” and the “third angel’s message.” The rebels resisted the message, and also rejected the guidance of the Spirit of Prophecy and the chosen messengers of the meeting. Sister White also teaches that when the great buildings of New York City are brought down, by a touch of God’s power, then Revelation 18:1–3, will be fulfilled. Since 9/11 the leadership of the Laodicean Seventh-day Adventist church has been repeating the rebellion of Korah, the rebellion of the 25 ancient men, the rebellion of the leadership in 1888 and the rebellion of the Sanhedrin at the time leading up to the cross. Those 25 men, are a symbol representing a counterfeit Levitical priesthood.
De boodschap van Jones en Waggoner werd voorgesteld als de „boodschap van rechtvaardiging door het geloof, in waarheid”, de „Laodicese boodschap”, de „boodschap van Christus’ gerechtigheid” en de „boodschap van de derde engel”. De opstandelingen boden weerstand aan de boodschap en verwierpen tevens de leiding van de Geest der Profetie en de uitverkoren boodschappers van de samenkomst. Zuster White leert ook dat, wanneer de grote gebouwen van New York City door een aanraking van Gods macht worden neergehaald, Openbaring 18:1–3 vervuld zal worden. Sinds 9/11 heeft de leiding van de Laodicese Kerk der Zevende-dags Adventisten de opstand van Korach, de opstand van de vijfentwintig mannen uit de oudheid, de opstand van de leiding in 1888 en de opstand van het Sanhedrin in de tijd die aan het kruis voorafging, herhaald. Die vijfentwintig mannen zijn een symbool dat een vervalst Levitisch priesterschap voorstelt.
A Levite was to 25 years old when he began to serve.
Een Leviet moest vijfentwintig jaar oud zijn wanneer hij zijn dienst begon.
And the Lord spake unto Moses, saying, This is it that belongeth unto the Levites: from twenty and five years old and upward they shall go in to wait upon the service of the tabernacle of the congregation: And from the age of fifty years they shall cease waiting upon the service thereof, and shall serve no more: But shall minister with their brethren in the tabernacle of the congregation, to keep the charge, and shall do no service. Thus shalt thou do unto the Levites touching their charge. Numbers 8:23–26.
En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Dit is het wat de Levieten aangaat: van vijfentwintig jaar oud en daarboven zullen zij ingaan om dienst te doen in de bediening van de tabernakel der samenkomst; en van de leeftijd van vijftig jaar af zullen zij ophouden met die bediening te verrichten, en niet meer dienen. Maar zij zullen met hun broeders dienen in de tabernakel der samenkomst, om de wacht waar te nemen, doch geen dienst verrichten. Aldus zult gij met de Levieten handelen aangaande hun taak. Numeri 8:23–26.
A Levite begins his service at age twenty-five and serves for twenty-five years, until he is fifty. The Messenger of the Covenant in Malachi three, is purging and also cleansing the Levites at the Sunday law, as He did on October 22, 1844.
Een Leviet begint zijn dienst op de leeftijd van vijfentwintig jaar en dient vijfentwintig jaar, totdat hij vijftig is. De Boodschapper van het Verbond in Maleachi drie zuivert en reinigt de Levieten eveneens bij de zondagswet, zoals Hij deed op 22 oktober 1844.
Behold, I will send my messenger, and he shall prepare the way before me: and the Lord, whom ye seek, shall suddenly come to his temple, even the messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, he shall come, saith the Lord of hosts.
Zie, Ik zal mijn bode zenden, en hij zal de weg voor Mij bereiden; en de Heere, Die gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen, namelijk de Bode van het verbond, in Wie gij uw behagen hebt; zie, Hij zal komen, zegt de HEERE der heerscharen.
But who may abide the day of his coming? and who shall stand when he appeareth? for he is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. Malachi 3:1–4.
Maar wie zal de dag van zijn komst kunnen verdragen? En wie zal standhouden wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van een smelter en als de zeep van vollers. En Hij zal zitten als een smelter en zuiveraar van zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen en hen louteren als goud en zilver, opdat zij de HEERE een offer in gerechtigheid zullen brengen. Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de HEERE aangenaam zijn, als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren. Maleachi 3:1–4.
The number “25” as a symbol, represents not only a faithful Levite, but a counterfeit Levite. “25” as a symbol is therefore identifying the separation of two classes of worshippers, whether they be wise and foolish virgins, sheep and goats, wheat and tares. The number twenty-five is a symbol of not only a Levite, but just as importantly it is a symbol of the separation (purging) of the Levites. That separation is at the Sunday law, and it is a primary subject of God’s prophetic Word. It is fitting that Matthew chapter twenty-five, is simply a continuation of Jesus’ prophecy of the end of the world in Matthew twenty-four.
Het getal „25” stelt als symbool niet alleen een trouwe Leviet voor, maar ook een vervalste Leviet. „25” als symbool duidt daarom op de scheiding van twee klassen aanbidders, of het nu wijze en dwaze maagden zijn, schapen en bokken, tarwe en dolik. Het getal vijfentwintig is niet alleen een symbool van een Leviet, maar evenzeer een symbool van de scheiding (zuivering) van de Levieten. Die scheiding vindt plaats bij de zondagwet, en zij is een hoofdonderwerp van Gods profetische Woord. Het is passend dat Mattheüs hoofdstuk vijfentwintig eenvoudigweg een voortzetting is van Jezus’ profetie over het einde van de wereld in Mattheüs vierentwintig.
And Jesus went out, and departed from the temple: and his disciples came to him for to shew him the buildings of the temple. And Jesus said unto them, See ye not all these things? verily I say unto you, There shall not be left here one stone upon another, that shall not be thrown down. Matthew 24:1, 2.
En Jezus ging uit en vertrok uit de tempel; en Zijn discipelen kwamen tot Hem om Hem de gebouwen van de tempel te tonen. En Jezus zeide tot hen: Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar, Ik zeg u: hier zal niet één steen op de andere gelaten worden, die niet zal worden afgebroken. Mattheüs 24:1, 2.
When Jesus departed the temple, He never returned again. In the final verses of chapter twenty-three, Jesus had pronounced judgment upon the Sanhedrin, and the judgment is expressed as “eight,” woes, thus counterfeiting the eight souls upon the ark, the eighth day of circumcision, the eighth day of resurrection, the eight generations of Abraham 430 years and on. The counterfeit number “eight,” aligns with the counterfeit Levite.
Toen Jezus de tempel verliet, keerde Hij er nooit meer terug. In de slotverzen van hoofdstuk drieëntwintig had Jezus oordeel uitgesproken over het Sanhedrin, en het oordeel wordt uitgedrukt in „acht” weeën, en bootst zo de acht zielen op de ark na, de achtste dag van de besnijdenis, de achtste dag van de opstanding, de acht generaties van Abraham, 430 jaar en verder. Het vervalste getal „acht” komt overeen met de vervalste Leviet.
Verily I say unto you, All these things shall come upon this generation.
Voorwaar, Ik zeg u: al deze dingen zullen over dit geslacht komen.
O Jerusalem, Jerusalem, thou that killest the prophets, and stonest them which are sent unto thee, how often would I have gathered thy children together, even as a hen gathereth her chickens under her wings, and ye would not! Behold, your house is left unto you desolate.
O Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen bijeen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild! Zie, uw huis wordt u woest gelaten.
For I say unto you, Ye shall not see me henceforth, till ye shall say, Blessed is he that cometh in the name of the Lord. Matthew 23:36–39.
Want Ik zeg u: Gij zult Mij van nu aan geenszins zien, totdat gij zult zeggen: Gezegend is Hij die komt in de Naam des Heeren. Mattheüs 23:36–39.
Matthew chapter twenty-two concludes with an illustration of the binding of the wicked into bundles, and concludes with the final interaction between Christ and the quibbling Jews. Then in chapter 24 He leaves the temple for the last time, ceasing His labors for ancient Israel. The chapter ends where it began, with the pronouncement that their house was left unto them empty, and what He called His Father’s house when He first cleansed the temple was now the empty Jewish house.
Mattheüs hoofdstuk tweeëntwintig besluit met een illustratie van het bijeenbinden van de goddelozen in bundels, en eindigt met de laatste confrontatie tussen Christus en de redetwistende Joden. Vervolgens verlaat Hij in hoofdstuk 24 voor de laatste maal de tempel en staakt Hij Zijn arbeid ten behoeve van het oude Israël. Het hoofdstuk eindigt waar het begon, met de uitspraak dat hun huis hun leeg werd overgelaten, en wat Hij bij Zijn eerste reiniging van de tempel het huis van Zijn Vader noemde, was nu het lege Joodse huis.
In chapter 24, Jesus is going to answer questions about the temple, and its approaching destruction. The destruction was to take place in that very generation, which was a generation of vipers. He left that temple never to return, so the predictions he sets forth are addressing spiritual not literal Israel. When Christ leaves the temple which is the Laodicean Seventh-day Adventist church as He did with ancient Israel; simultaneously, the human temple of the one hundred and forty-four thousand will be joined to the Divine temple for eternity. When Jesus left the temple of ancient Israel, He divorced His former covenant people for eternity.
In hoofdstuk 24 zal Jezus vragen beantwoorden over de tempel en zijn naderende verwoesting. De verwoesting zou plaatsvinden in juist die generatie, die een adderengebroed was. Hij verliet die tempel om nooit terug te keren; daarom richten de voorspellingen die Hij uiteenzet zich tot geestelijk en niet tot letterlijk Israël. Wanneer Christus de tempel verlaat die de Laodiceaanse Kerk van de Zevende-dags Adventisten is, zoals Hij deed met het oude Israël, zal tegelijkertijd de menselijke tempel van de honderdvierenveertigduizend voor eeuwig met de goddelijke tempel verenigd worden. Toen Jezus de tempel van het oude Israël verliet, verstootte Hij Zijn voormalige verbondsvolk voor eeuwig.
Chapter eleven through to chapter twenty-two of Matthew is the omega to the line of chapter eleven to twenty-two in the book of Genesis. When the line begins in Genesis eleven, it also marks the beginning of Babel and Babel’s covenant of death, which reaches its omega fulfillment in Revelation chapter seventeen, verse eleven, the verse that is the dead center of the verses that make up chapter eleven through twenty-two. The middle of chapters eleven to twenty-two in Genesis, Matthew and Revelation each emphasize the ensign or its counterfeit ensign. In Genesis it was circumcision, in Matthew it was Peter and the Rock which Christ would build his church upon, and in Revelation it was the counterfeit beast that was and is and shall ascend, who is the eight, that is of the seven, and who is then married to the dragon.
Hoofdstuk elf tot en met hoofdstuk tweeëntwintig van Mattheüs is de omega van de lijn van hoofdstuk elf tot en met tweeëntwintig in het boek Genesis. Wanneer de lijn in Genesis elf begint, markeert zij tevens het begin van Babel en van Babels verbond des doods, dat zijn omega-vervulling bereikt in Openbaring hoofdstuk zeventien, vers elf, het vers dat het dode middelpunt vormt van de verzen waaruit hoofdstuk elf tot en met tweeëntwintig bestaat. Het midden van hoofdstukken elf tot en met tweeëntwintig in Genesis, Mattheüs en Openbaring legt telkens nadruk op het vaandel of op het vervalste vaandel daarvan. In Genesis was het de besnijdenis, in Mattheüs was het Petrus en de Rots waarop Christus zijn kerk zou bouwen, en in Openbaring was het het vervalste beest dat was en niet is en zal opkomen, dat de achtste is, en uit de zeven is, en dat vervolgens met de draak wordt verbonden.
Eleven and twenty-two are symbols that identify the combination of Divinity with humanity, which is the very issue represented by Christ writing His law upon our hearts and minds. 11 and 22 are symbols of the covenant of the one hundred and forty-four thousand. In Matthew, chapter twenty-three the false priesthood received eight woes, at the same point in time, the true priesthood is anointed. The priests were consecrated for seven days, and on the eighth day they began to serve.
Elf en tweeëntwintig zijn symbolen die de vereniging van Goddelijkheid met menselijkheid aanduiden, hetgeen juist de kwestie is die wordt voorgesteld doordat Christus Zijn wet op onze harten en in onze gedachten schrijft. 11 en 22 zijn symbolen van het verbond van de honderdvierenvijftigduizend. In Mattheüs, hoofdstuk drieëntwintig, ontving het valse priesterschap acht weeën; op hetzelfde tijdstip wordt het ware priesterschap gezalfd. De priesters werden gedurende zeven dagen gewijd, en op de achtste dag begonnen zij hun dienst.
It is not an accident that the seven days of consecration of the priests that led to their service beginning on the eighth day begins in Numbers chapter eight and verse one, for “81” is a symbol of the priests.
Het is geen toeval dat de zeven dagen van de wijding van de priesters, die ertoe leidden dat hun dienst op de achtste dag begon, aanvangen in Numeri hoofdstuk acht en vers één, want „81” is een symbool van de priesters.
And the Lord spake unto Moses, saying, Take Aaron and his sons with him, and the garments, and the anointing oil, and a bullock for the sin offering, and two rams, and a basket of unleavened bread; And gather thou all the congregation together unto the door of the tabernacle of the congregation. And Moses did as the Lord commanded him; and the assembly was gathered together unto the door of the tabernacle of the congregation. And Moses said unto the congregation, This is the thing which the Lord commanded to be done. …
En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: Neem Aäron en zijn zonen met hem, en de klederen, en de zalfolie, en een var tot zondoffer, en twee rammen, en een korf met ongezuurde broden; en vergader de gehele gemeente aan de ingang van de tent der samenkomst. En Mozes deed zoals de HEERE hem geboden had; en de vergadering werd bijeengebracht aan de ingang van de tent der samenkomst. En Mozes zei tot de gemeente: Dit is hetgeen de HEERE geboden heeft te doen. …
And ye shall not go out of the door of the tabernacle of the congregation in seven days, until the days of your consecration be at an end: for seven days shall he consecrate you. As he hath done this day, so the Lord hath commanded to do, to make an atonement for you. Therefore shall ye abide at the door of the tabernacle of the congregation day and night seven days, and keep the charge of the Lord, that ye die not: for so I am commanded. So Aaron and his sons did all things which the Lord commanded by the hand of Moses. And it came to pass on the eighth day, that Moses called Aaron and his sons, and the elders of Israel; And he said unto Aaron, Take thee a young calf for a sin offering, and a ram for a burnt offering, without blemish, and offer them before the Lord. … And Moses said, This is the thing which the Lord commanded that ye should do: and the glory of the Lord shall appear unto you. … And Aaron lifted up his hand toward the people, and blessed them, and came down from offering of the sin offering, and the burnt offering, and peace offerings. And Moses and Aaron went into the tabernacle of the congregation, and came out, and blessed the people: and the glory of the Lord appeared unto all the people. And there came a fire out from before the Lord, and consumed upon the altar the burnt offering and the fat: which when all the people saw, they shouted, and fell on their faces. Leviticus 8:1–5, 33–36; 9:1, 2, 6, 22–24.
En gij zult gedurende zeven dagen niet uit de deur van de tent der samenkomst gaan, totdat de dagen van uw wijding ten einde zijn; want zeven dagen zal hij u wijden. Zoals hij op deze dag gedaan heeft, zo heeft de HEERE geboden te doen, om voor u verzoening te doen. Daarom zult gij dag en nacht, zeven dagen lang, bij de deur van de tent der samenkomst blijven en de wacht des HEEREN waarnemen, opdat gij niet sterft; want alzo is mij geboden. En Aäron en zijn zonen deden al wat de HEERE door de hand van Mozes geboden had. En het geschiedde op de achtste dag, dat Mozes Aäron en zijn zonen en de oudsten van Israël riep; En hij zeide tot Aäron: Neem u een jong kalf ten zondoffer en een ram ten brandoffer, beide zonder gebrek, en offer ze voor het aangezicht des HEEREN. … En Mozes zeide: Dit is wat de HEERE geboden heeft dat gij doen zult; en de heerlijkheid des HEEREN zal aan u verschijnen. … Toen hief Aäron zijn hand op naar het volk en zegende hen; en hij daalde af, nadat hij het zondoffer, het brandoffer en de dankoffers geofferd had. En Mozes en Aäron gingen in de tent der samenkomst, en zij kwamen uit en zegenden het volk; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen aan heel het volk. Toen ging er vuur uit van voor het aangezicht des HEEREN en verteerde op het altaar het brandoffer en het vet; toen heel het volk dat zag, juichten zij en vielen op hun aangezicht. Leviticus 8:1–5, 33–36; 9:1, 2, 6, 22–24.
Chapter twenty-three is identifying the counterfeit Levites who are revealed at the time the genuine Levites are sealed. Chapter twenty-two of Matthew concludes with no man ever asking Jesus any more questions, then chapter twenty-three he sets forth the eight woes, identifying the Sanhedrin’s probation was closed, and that the executive judgment was then to begin. In chapter twenty-four, He identifies the temple as the Jews house. It is important to see the sequence in the chapters.
Hoofdstuk drieëntwintig duidt de valse Levieten aan die geopenbaard worden op het moment dat de echte Levieten verzegeld worden. Hoofdstuk tweeëntwintig van Mattheüs eindigt ermee dat niemand Jezus ooit nog vragen stelde; vervolgens stelt Hij in hoofdstuk drieëntwintig de acht weeën voor ogen, waarmee Hij te kennen geeft dat de genadetijd van het Sanhedrin was gesloten en dat het uitvoerend oordeel toen zou beginnen. In hoofdstuk vierentwintig duidt Hij de tempel aan als het huis van de Joden. Het is belangrijk de volgorde in de hoofdstukken te zien.
Chapters eleven to twenty-two of Matthew, is identifying the finishing of the sealing of the one hundred and forty-four thousand in the context of God’s covenant with a chosen people. Palmoni’s symbolism of the alpha chapter eleven, and His symbolism of the omega chapter twenty-two, add to the story within the chapters.
De hoofdstukken elf tot en met tweeëntwintig van Mattheüs duiden op de voltooiing van de verzegeling van de honderdvierenvierenveertigduizend in de context van Gods verbond met een uitverkoren volk. Palmoni’s symboliek van de alfa in hoofdstuk elf en Zijn symboliek van de omega in hoofdstuk tweeëntwintig voegen iets toe aan het verhaal binnen deze hoofdstukken.
Chapter twenty-three is the atonement, the combining of the Divine with the human as represented by the number twenty-three. But the chapter is telling of the executive judgment of the tares, the counterfeit priesthood, the counterfeit Levites. Every priest was a Levite, but not every Levite was a priest. Within the descendants of Levi, only the bloodline of Aaron, qualified for priesthood. The Bible identifies that the Levites would begin to serve at age twenty-five, but the sons of Kohath would serve at age 30.
Hoofdstuk drieëntwintig is de verzoening, de vereniging van het Goddelijke met het menselijke, zoals voorgesteld door het getal drieëntwintig. Maar het hoofdstuk verhaalt van het uitvoerende oordeel over het onkruid, het valse priesterschap, de valse Levieten. Iedere priester was een Leviet, maar niet iedere Leviet was een priester. Onder de nakomelingen van Levi was alleen de bloedlijn van Aäron bevoegd voor het priesterschap. De Bijbel geeft aan dat de Levieten op vijfentwintigjarige leeftijd met hun dienst zouden beginnen, maar de zonen van Kehath zouden dienen op dertigjarige leeftijd.
And the Lord spake unto Moses and unto Aaron, saying, Take the sum of the sons of Kohath from among the sons of Levi, after their families, by the house of their fathers, From thirty years old and upward even until fifty years old, all that enter into the host, to do the work in the tabernacle of the congregation. Numbers 4:1–3.
En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aäron, zeggende: Neem de som op van de zonen van Kehath uit het midden van de zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, van dertig jaar oud en daarboven tot vijftig jaar oud, allen die ten strijde uittrekken, om het werk te verrichten in de tent der samenkomst. Numeri 4:1–3.
The number “30” represents the priests that were in the bloodline of Kohath, who was the son of Levi, and Kohath’s son was Amram, who was the father of Aaron. Levi means “attached or joined to God.” Kohath means “assembled around His presence.” Amram means “exalted people,” and Aaron means “light bearer or exalted mediator.” Together, they trace a movement from the Red Sea to Sinai, thus typifying the covenant between God and the one hundred and forty-four thousand, who are the human temple that joins with the divine temple, when Christ stretches forth His hand a second time to gather His remnant people into His sanctuary, where He then lifts them up and exalts them as they are illuminated with the Heavenly High Priest, as He illuminated Shadrach, Meshach and Abednego.
Het getal “30” vertegenwoordigt de priesters die tot de bloedlijn van Kehath behoorden, die een zoon van Levi was; en de zoon van Kehath was Amram, die de vader van Aäron was. Levi betekent “verbonden of gehecht aan God.” Kehath betekent “verzameld rondom Zijn tegenwoordigheid.” Amram betekent “verheven volk,” en Aäron betekent “lichtdrager of verheven middelaar.” Samen tekenen zij een beweging van de Rode Zee naar Sinaï, en typeren aldus het verbond tussen God en de honderdvierenveertigduizend, die de menselijke tempel zijn die zich verenigt met de goddelijke tempel, wanneer Christus voor de tweede maal Zijn hand uitstrekt om Zijn overblijfselvolk in Zijn heiligdom te vergaderen, waar Hij hen vervolgens opheft en verheft terwijl zij worden verlicht met de hemelse Hogepriester, zoals Hij Sadrach, Mesach en Abednego verlichtte.
The number “30” represents a period for preparation for the priests and 25, as the age of the Levites, is to be applied to 30, line upon line, for every priest was a Levite, but not every Levite was a priest. Thirty represents the period of preparation which began in 1989, at the time of the end, and it ends at the Sunday law in the United States. The number twenty-five as a symbol of Levites, is also the symbol of separation between two classes, and in relation to the priests it identifies a separation. Twenty-five marks the separation of the Levites and counterfeit Levites at the Sunday law, and in the context of the genuine priests and the genuine Levites it also creates a distinction, howbeit, not a negative separation, as with the counterfeit Levites.
Het getal „30” vertegenwoordigt een periode van voorbereiding voor de priesters, en 25, als de leeftijd van de Levieten, moet op 30 worden toegepast, regel op regel, want elke priester was een Leviet, maar niet elke Leviet was een priester. Dertig vertegenwoordigt de periode van voorbereiding die in 1989 begon, ten tijde van het einde, en zij eindigt bij de zondagswet in de Verenigde Staten. Het getal vijfentwintig, als symbool van Levieten, is tevens het symbool van scheiding tussen twee klassen, en met betrekking tot de priesters duidt het een scheiding aan. Vijfentwintig markeert de scheiding van de Levieten en de valse Levieten bij de zondagswet, en in de context van de ware priesters en de ware Levieten brengt het eveneens een onderscheid tot stand, hoewel niet een negatieve scheiding, zoals bij de valse Levieten.
Kohath was one of the three main branches of the Levites (along with Gershon and Merari). The priestly line came specifically through Kohath’s descendant Aaron. Aaron is the fourth-generational descendant of Levi, and the priestly privilege was restricted to his male descendants within this Kohathite branch. The Kohathites as a whole (all descendants of Kohath) had the honor of carrying the most sacred items, but only Aaron’s line could actually perform the priestly functions at the altar and in the sanctuary. Aaron represents the same fourth generation as Joel’s “old men,” or the “ancient men” in Ezekiel chapter eight, who bow to the sun.
Kehath was een van de drie hoofdtakken van de Levieten (samen met Gerson en Merari). De priesterlijke lijn liep in het bijzonder via Kehaths nakomeling Aäron. Aäron is de afstammeling van Levi in de vierde generatie, en het priesterlijke voorrecht was binnen deze Kehathitische tak beperkt tot zijn mannelijke nakomelingen. De Kehathieten als geheel (alle afstammelingen van Kehath) hadden de eer de allerheiligste voorwerpen te dragen, maar alleen de lijn van Aäron kon daadwerkelijk de priesterlijke functies bij het altaar en in het heiligdom vervullen. Aäron vertegenwoordigt dezelfde vierde generatie als Joëls „ouden”, of de „oude mannen” in Ezechiël hoofdstuk acht, die zich voor de zon neerbuigen.
The system of 24 rotating courses (divisions) for the priests (and similarly for non-priestly Levites in supporting roles like musicians and gatekeepers) was established by King David. David organized the descendants of Aaron into 24 courses (divisions) to serve in rotation (1 Chronicles 24:1–19). David, with help from priests Zadok (from Eleazar’s line) and Ahimelech (from Ithamar’s line), divided them into 24 groups (16 from Eleazar’s larger family, 8 from Ithamar’s). Lots were cast to determine the order of service.
Het stelsel van 24 roulerende afdelingen voor de priesters (en op overeenkomstige wijze voor niet-priesterlijke Levieten in ondersteunende functies zoals musici en poortwachters) werd ingesteld door koning David. David ordende de nakomelingen van Aäron in 24 afdelingen om bij toerbeurt dienst te doen (1 Kronieken 24:1–19). David verdeelde hen, met hulp van de priesters Zadok (uit de lijn van Eleazar) en Ahimelech (uit de lijn van Ithamar), in 24 groepen (16 uit de grotere familie van Eleazar, 8 uit die van Ithamar). Door het lot werd de volgorde van de dienst bepaald.
Each course served for one week (from Sabbath to Sabbath), twice a year, plus all courses served together during the major festivals (Passover, Pentecost, Tabernacles). David similarly organized non-priestly Levites into 24 courses for music, gatekeeping, etc. (1 Chronicles 23–26). This system was implemented under Solomon (2 Chronicles 8:14) and continued through the Second Temple period. Zechariah, father of John the Baptist, was in the course of Abijah—Luke 1:5; 1 Chronicles 24:10. The order of the 24 courses of priests was selected by lot, and Zechariah was in the course of Abijah, who out of the twenty-four courses, represented the “eighth” course. Zechariah means “God remembers,” and his father’s name Abijah means “God is my father.”
Elke afdeling diende één week lang (van sabbat tot sabbat), tweemaal per jaar, terwijl bovendien alle afdelingen gezamenlijk dienst deden tijdens de grote feesten (Pesach, Pinksteren, Loofhuttenfeest). David ordende op vergelijkbare wijze ook de niet-priesterlijke Levieten in 24 afdelingen voor muziek, poortwachtersdienst enz. (1 Kronieken 23–26). Dit stelsel werd onder Salomo ingevoerd (2 Kronieken 8:14) en bleef gedurende de periode van de Tweede Tempel in gebruik. Zacharia, de vader van Johannes de Doper, behoorde tot de afdeling van Abia — Lukas 1:5; 1 Kronieken 24:10. De volgorde van de 24 priesterafdelingen werd door het lot bepaald, en Zacharia was in de afdeling van Abia, die van de vierentwintig afdelingen de “achtste” afdeling vertegenwoordigde. Zacharia betekent “God gedenkt”, en de naam van zijn vader, Abia, betekent “God is mijn vader.”
The heavenly Father remembered His promise to raise up a messenger who would prepare the way for the Messiah. But Zechariah also aligns with the Sunday law, for it is there that the Sabbath, the day men were to always remember—becomes the final test. Zechariah represents a priest, of the course of Abijah, which is the “eighth” course. Zechariah disbelieves the message of the angel and is made dumb, until the birth of his son John. When John is born Zechariah enters into the discussion about the name of John, and he then speaks. The prophetic speaking of the latter days is when the United States speaks as a dragon.
De hemelse Vader herinnerde Zich Zijn belofte om een boodschapper te verwekken die de weg voor de Messias zou bereiden. Maar Zacharias stemt ook overeen met de zondagswet, want daar wordt de sabbat, de dag die de mensen zich altijd moesten herinneren, de laatste beproeving. Zacharias stelt een priester voor, uit de afdeling van Abia, wat de „achtste” afdeling is. Zacharias gelooft de boodschap van de engel niet en wordt stom gemaakt, tot aan de geboorte van zijn zoon Johannes. Wanneer Johannes geboren wordt, mengt Zacharias zich in de bespreking over de naam van Johannes, en dan spreekt hij. Het profetische spreken van de laatste dagen is wanneer de Verenigde Staten spreken als een draak.
And it came to pass, that on the eighth day they came to circumcise the child; and they called him Zacharias, after the name of his father. And his mother answered and said, Not so; but he shall be called John. And they said unto her, There is none of thy kindred that is called by this name. And they made signs to his father, how he would have him called. And he asked for a writing table, and wrote, saying, His name is John. And they marvelled all. And his mouth was opened immediately, and his tongue loosed, and he spake, and praised God. Luke 1:59–64.
En het geschiedde, dat zij op de achtste dag kwamen om het kind te besnijden; en zij noemden hem Zacharias, naar de naam van zijn vader. En zijn moeder antwoordde en zei: Nee, maar hij zal Johannes heten. En zij zeiden tot haar: Er is niemand onder uw verwanten die met deze naam genoemd wordt. En zij maakten zijn vader door tekenen duidelijk, hoe hij hem genoemd wilde hebben. En hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef aldus: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen. En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong losgemaakt, en hij sprak en loofde God. Lukas 1:59–64.
John the Baptist is of the eighth course of Abijah, as was his father. At John’s circumcision, on the eighth day his name is changed. John the Baptist represents those who are priests, of the fourth generation, who are in a covenant relation with God, who changes their name (from Laodicea unto Philadelphia), seals them with the sign of the covenant, when the United States speaks as a dragon.
Johannes de Doper behoort tot de achtste afdeling van Abia, evenals zijn vader. Bij de besnijdenis van Johannes wordt op de achtste dag zijn naam veranderd. Johannes de Doper vertegenwoordigt hen die priesters zijn, van de vierde generatie, die in een verbondsverhouding met God staan, die hun naam verandert (van Laodicea tot Filadelfia), hen verzegelt met het teken van het verbond, wanneer de Verenigde Staten spreekt als een draak.
We are the temple of God. The prophetic lines which address the temple are speaking to men and women as individuals, and also corporately, for God’s church is also a temple. And of course there is a heavenly temple, and it is Christ who builds the temple of the Lord. It is He who lays the foundation and places the capstone upon the temple. In terms of the number “25” being a symbol, 25 represents the Levites, who are purged (separated) from counterfeit Levites in Malachi chapter three, and who are also purified in the same passage. In Ezekiel chapter 40 to 48 a symbolic temple is described with great detail. The water of life comes out of that temple and fills the earth.
Wij zijn de tempel van God. De profetische lijnen die zich tot de tempel richten, spreken tot mannen en vrouwen als individuen, en ook op gezamenlijke wijze, want Gods gemeente is eveneens een tempel. En natuurlijk is er een hemelse tempel, en het is Christus die de tempel des HEEREN bouwt. Hij is het die het fundament legt en de sluitsteen op de tempel plaatst. Wat betreft het getal „25” als symbool: 25 staat voor de Levieten, die in Maleachi hoofdstuk drie van de valse Levieten gezuiverd (afgescheiden) worden, en die in dezelfde passage ook gelouterd worden. In Ezechiël hoofdstuk 40 tot 48 wordt met grote nauwkeurigheid een symbolische tempel beschreven. Het water des levens komt uit die tempel voort en vervult de aarde.
“Wonderful is the work which God designs to accomplish through His servants, that His name may be glorified. God made Joseph a fountain of life to the Egyptian nation. Through Joseph the life of that whole people was preserved. Through Daniel God saved the life of all the wise men of Babylon. And these deliverances were as object lessons; they illustrated to the people the spiritual blessings offered them through connection with the God whom Joseph and Daniel worshiped. So through His people today God desires to bring blessings to the world. Every worker in whose heart Christ abides, everyone who will show forth His love to the world, is a worker together with God for the blessing of humanity. As he receives from the Saviour grace to impart to others, from his whole being flows forth the tide of spiritual life. Christ came as the Great Physician to heal the wounds that sin has made in the human family; and His Spirit, working through His servants, imparts to sin-sick, suffering human beings a mighty healing power that is efficacious for the body and the soul. ‘In that day,’ says the Scriptures, ‘there shall be a fountain opened to the house of David and to the inhabitants of Jerusalem for sin and for uncleanness.’ Zechariah 13:1. The waters of this fountain contain medicinal properties that will heal both physical and spiritual infirmities.
„Wonderbaar is het werk dat God voornemens is door Zijn dienstknechten tot stand te brengen, opdat Zijn naam verheerlijkt worde. God maakte Jozef tot een bron van leven voor het Egyptische volk. Door Jozef werd het leven van dat gehele volk behouden. En door Daniël redde God het leven van al de wijzen van Babylon. En deze reddingen waren als aanschouwelijke lessen; zij maakten voor het volk de geestelijke zegeningen aanschouwelijk die hun werden aangeboden door de verbinding met de God die Jozef en Daniël aanbaden. Zo wenst God ook heden door Zijn volk zegeningen over de wereld te brengen. Iedere arbeider in wiens hart Christus woont, ieder die Zijn liefde aan de wereld zal openbaren, is een medewerker van God tot zegen van de mensheid. Zoals hij van de Heiland genade ontvangt om aan anderen mee te delen, zo vloeit uit zijn gehele wezen de stroom van geestelijk leven voort. Christus kwam als de grote Geneesheer om de wonden te genezen die de zonde in het menselijk geslacht heeft geslagen; en Zijn Geest, werkend door Zijn dienstknechten, deelt aan door zondeziekte gekwelde, lijdende mensen een machtige genezende kracht mee, die doeltreffend is voor lichaam en ziel. ‘Te dien dage,’ zegt de Schrift, ‘zal er een bron geopend zijn voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.’ Zacharia 13:1. De wateren van deze bron bevatten genezende eigenschappen die zowel lichamelijke als geestelijke zwakheden zullen helen.”
“From this fountain flows the mighty river seen in Ezekiel’s vision. ‘These waters issue out toward the east country, and go down into the desert, and go into the sea: which being brought forth into the sea, the waters shall be healed. And it shall come to pass, that everything that liveth, which moveth, whithersoever the rivers shall come, shall live…. And by the river upon the bank thereof, on this side and on that side, shall grow all trees for meat, whose leaf shall not fade, neither shall the fruit thereof be consumed: it shall bring forth new fruit according to his months, because their waters they issued out of the sanctuary: and the fruit thereof shall be for meat, and the leaf thereof for medicine.’ Ezekiel 47:8–12.” Testimonies, volume 6, 227.
‘Uit deze fontein stroomt de machtige rivier die in het visioen van Ezechiël werd gezien. “Deze wateren stromen uit naar het oostelijk gebied, en dalen af in de woestijn, en komen in de zee; wanneer zij in de zee uitkomen, zullen de wateren gezond worden. En het zal geschieden, dat alles wat leeft en zich beweegt, overal waar de rivieren komen, zal leven…. En aan de rivier, op haar oever, aan deze zijde en aan gene zijde, zullen allerlei bomen tot spijze opgroeien, waarvan het blad niet zal verwelken, en waarvan de vrucht niet zal ophouden: zij zullen elke maand nieuwe vrucht voortbrengen, omdat hun wateren uit het heiligdom voortkomen; en de vrucht daarvan zal tot spijze zijn, en het blad daarvan tot genezing.” Ezechiël 47:8–12.’ Testimonies, deel 6, 227.
Ezekiel’s temple is prophetic symbolism of the highest nature, and John was commanded in Revelation chapter eleven, to measure the temple, but to leave off the courtyard. When we do that very thing to Ezekiel’s temple, we find that the two most prominent numbers within the temple dimensions represent the priesthood. 50 cubits is the most prominent number, and it is repeated 11 times as the overall length of each gate complex (Ezekiel 40:15, 21, 25, 29, 33, 36, etc.). 50 is also used for certain wall and chamber lengths (42:7–8). It defines the full gate passageway from outer to inner threshold.
Ezechiëls tempel is profetische symboliek van de hoogste orde, en Johannes werd in Openbaring hoofdstuk elf bevolen de tempel te meten, maar de voorhof buiten beschouwing te laten. Wanneer wij precies dat doen met Ezechiëls tempel, ontdekken wij dat de twee meest prominente getallen binnen de afmetingen van de tempel het priesterschap vertegenwoordigen. 50 el is het meest prominente getal, en het wordt 11 keer herhaald als de totale lengte van elk poortcomplex (Ezechiël 40:15, 21, 25, 29, 33, 36, enz.). 50 wordt ook gebruikt voor bepaalde lengten van muren en kamers (42:7–8). Het bepaalt de volledige doorgang van de poort, van de buitenste tot de binnenste drempel.
25 cubits is the clear second-most prominent. It is repeated 10 times as the breadth and width of the gate complexes (Ezekiel 40:13, 21, 25, 29, 30, 33, 36). Combined, 50 and 25 form the consistent 50 by 25 rectangular patterns for the six main gates. This 50 by 25 pairing dominates the architectural description of the gates leading into the inner areas. There is no other pair that repeats with such systematic frequency in the temple building itself.
25 el is duidelijk het op één na meest prominente. Het wordt 10 keer herhaald als de breedte en wijdte van de poortcomplexen (Ezechiël 40:13, 21, 25, 29, 30, 33, 36). Samen vormen 50 en 25 het consequente rechthoekige patroon van 50 bij 25 voor de zes hoofdpoorten. Deze combinatie van 50 bij 25 beheerst de architectonische beschrijving van de poorten die naar de binnenste gebieden leiden. Er is geen ander paar dat zich in het tempelgebouw zelf met zo’n systematische frequentie herhaalt.
Levites entered active service at 25 (Numbers 8:24: “from twenty and five years old and upward they shall go in to wait upon the service”). They served until 50 (Numbers 4:3, 39, 43; 8:25: “until fifty years old”). This gives exactly 25 years of active service (50 – 25 = 25).
Levieten traden op vijfentwintigjarige leeftijd in actieve dienst (Numeri 8:24: “van vijfentwintig jaar oud en daarboven zullen zij binnengaan om dienst te doen in de bediening”). Zij dienden tot hun vijftigste jaar (Numeri 4:3, 39, 43; 8:25: “tot vijftig jaar oud”). Dit geeft precies 25 jaar actieve dienst (50 – 25 = 25).
Thus, the 25-year span of Levitical service is directly reflected in the 25 by 50-cubit measurements that dominate the temple gates and structure—the very place where the Levites served. The primary dimensions of Ezekiel’s temple, that is the temple of the church triumphant and the one hundred and forty-four thousand are architecturally designed into the very temple where they were to serve; JUST as the forty-six chromosomes are built into the very temple where God’s people are to serve. Palmoni has placed His signature upon the individual human temple and the corporate body temple that is to be His bride.
Aldus wordt de periode van 25 jaar Levitische dienst rechtstreeks weerspiegeld in de afmetingen van 25 bij 50 el die de poorten en de structuur van de tempel beheersen—juist de plaats waar de Levieten dienden. De voornaamste afmetingen van Ezechiëls tempel, dat wil zeggen de tempel van de triomferende kerk en van de honderd vierenveertigduizend, zijn bouwkundig ontworpen in de tempel zelf waar zij moesten dienen; EVENZOALS de zesenveertig chromosomen zijn ingebouwd in de tempel zelf waar Gods volk moet dienen. Palmoni heeft Zijn handtekening geplaatst op de individuele menselijke tempel en op de tempel van het gemeenschappelijke lichaam dat Zijn bruid zal zijn.
We will continue these lines in the next article.
Wij zullen deze lijnen in het volgende artikel voortzetten.
“Those who are in responsible positions are not to become converted to the self-indulgent, extravagant principles of the world, for they cannot afford it; and if they could, Christlike principles would not allow it. Manifold teaching needs to be given. ‘Whom shall He teach knowledge? and whom shall He make to understand doctrine? them that are weaned from the milk, and drawn from the breasts. For precept must be upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little.’ Thus the word of the Lord is patiently to be brought before the children and kept before them, by parents who believe the word of God. ‘For with stammering lips and another tongue will He speak to this people. To whom He said, This is the rest wherewith ye may cause the weary to rest; and this is the refreshing: yet they would not hear. But the word of the Lord was unto them precept upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little; that they might go, and fall backward, and be broken, and snared, and taken.’ Why?—because they did not heed the word of the Lord that came unto them.
“Zij die verantwoordelijke posities bekleden, mogen zich niet bekeren tot de zelfzuchtige, verkwistende beginselen van de wereld, want zij kunnen zich dat niet veroorloven; en al konden zij het, christelijke beginselen zouden het niet toelaten. Er moet veelzijdig onderricht worden gegeven. ‘Wie zal Hij kennis leren? en wie zal Hij de leer doen verstaan? hun die van de melk zijn gespeend, en van de borsten afgetrokken. Want gebod moet op gebod zijn, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig.’ Zo moet het woord des Heren geduldig aan de kinderen worden voorgehouden en voor hen bewaard worden, door ouders die het woord van God geloven. ‘Want door stamelende lippen en door een andere tong zal Hij tot dit volk spreken. Tot wie Hij gezegd heeft: Dit is de rust, doet de vermoeide rusten; en dit is de verkwikking: toch wilden zij niet horen. Daarom zal het woord des Heren hun zijn: gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, achterovervallen, verbreizeld worden, verstrikt raken en gevangen worden.’ Waarom?—omdat zij geen acht sloegen op het woord des Heren dat tot hen kwam.”
“This means those who have not received instruction, but have cherished their own wisdom, and have chosen to work themselves according to their own ideas. The Lord gives these the test, that they shall either take their position to follow His counsel, or refuse and do according to their own ideas, and then the Lord will leave them to the sure result. In all our ways, in all our service to God, He speaks to us, ‘Give Me thine heart.’ It is the submissive, teachable spirit that God wants. That which gives to prayer its excellence is the fact that it is breathed from a loving, obedient heart.
“Dit betekent hen die geen onderricht hebben ontvangen, maar hun eigen wijsheid hebben gekoesterd en ervoor hebben gekozen zelf te werken overeenkomstig hun eigen denkbeelden. De Heere stelt dezen op de proef, opdat zij óf hun plaats zullen innemen om Zijn raad te volgen, óf zullen weigeren en handelen naar hun eigen denkbeelden, en dan zal de Heere hen overlaten aan de zekere uitkomst. In al onze wegen, in al onze dienst aan God, spreekt Hij tot ons: ‘Geef Mij uw hart.’ Het is de onderdanige, leerzame geest die God verlangt. Datgene wat aan het gebed zijn voortreffelijkheid verleent, is het feit dat het wordt uitgeademd uit een liefdevol, gehoorzaam hart.”
“God requires certain things of His people; if they say, I will not give up my heart to do this thing, the Lord lets them go on in their supposed wise judgment without heavenly wisdom, until this scripture [Isaiah 28:13] is fulfilled. You are not to say, I will follow the Lord’s guidance up to a certain point that is in harmony with my judgment, and then hold fast to your own ideas, refusing to be molded after the Lord’s similitude. Let the question be asked, Is this the will of the Lord? not, Is this the opinion or judgment of—–?” Testimonies to Ministers, 419.
“God verlangt bepaalde dingen van Zijn volk; indien zij zeggen: Ik wil mijn hart er niet toe zetten dit te doen, laat de Heere hen voortgaan in hun vermeend wijze oordeel zonder hemelse wijsheid, totdat dit Schriftwoord [Jesaja 28:13] vervuld is. Gij behoort niet te zeggen: Ik zal de leiding des Heeren volgen tot op een bepaald punt dat met mijn oordeel in overeenstemming is, om daarna vast te houden aan uw eigen denkbeelden en te weigeren gevormd te worden naar de gelijkenis des Heeren. Laat de vraag gesteld worden: Is dit de wil des Heeren? en niet: Is dit de mening of het oordeel van—–?” Testimonies to Ministers, 419.