The Messianic fulfillment's in the book of Matthew include the waymark of the time of the end, the waymark of the message being formalized, two witnesses of the waymark of 9/11, one a witness of the internal message to Laodicea and the other the external message of Islam’s terrorism. It is fitting that the waymark of 9/11 is represented by two of the twelve Messianic fulfillment's in Matthew, for 9/11 includes the message of the second angel, where there is always a doubling. The death of July 18, 2020, was the fifth waymark we considered, and then the voice in the wilderness in July 2023, was the sixth and the resurrection of 2024 was number seven. The eighth Messianic fulfillment is the Midnight Cry.

De Messiaanse vervullingen in het boek Mattheüs omvatten de wegmarkering van de tijd van het einde, de wegmarkering van het formaliseren van de boodschap, twee getuigen van de wegmarkering van 9/11, van wie de een een getuige is van de innerlijke boodschap aan Laodicea en de ander van de uiterlijke boodschap van de terreur van de islam. Het is passend dat de wegmarkering van 9/11 wordt vertegenwoordigd door twee van de twaalf Messiaanse vervullingen in Mattheüs, want 9/11 omvat de boodschap van de tweede engel, waarin altijd sprake is van een verdubbeling. De dood van 18 juli 2020 was de vijfde wegmarkering die wij beschouwden, en vervolgens was de stem in de woestijn in juli 2023 de zesde en de opstanding van 2024 de zevende. De achtste Messiaanse vervulling is de Middernachtsroep.

The Eighth Messianic Waymark is the Midnight Cry

Het Achtste Messiaanse Wegmerk is de Middernachtsroep

All this was done, that it might be fulfilled which was spoken by the prophet, saying, Tell ye the daughter of Sion, Behold, thy King cometh unto thee, meek, and sitting upon an ass, and a colt the foal of an ass. Matthew 21:4, 5.

Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken is door de profeet, toen hij zei: Zegt de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, het jong van een lastdier. Mattheüs 21:4, 5.

Prediction

Voorspelling

Rejoice greatly, O daughter of Zion; shout, O daughter of Jerusalem: behold, thy King cometh unto thee: he is just, and having salvation; lowly, and riding upon an ass, and upon a colt the foal of an ass. Zechariah 9:9.

Verheug u zeer, o dochter van Sion; juich, o dochter van Jeruzalem: zie, uw Koning komt tot u: Hij is rechtvaardig en heeft heil; nederig, rijdend op een ezel, ja op een veulen, het jong van een ezelin. Zacharia 9:9.

“Five hundred years before, the Lord had declared by the prophet Zechariah, ‘Rejoice greatly, O daughter of Zion; shout, O daughter of Jerusalem. Behold, thy King cometh unto thee. He is just, and having salvation; lowly, and riding upon an ass, and upon a colt the foal of an ass.’ [Zechariah 9:9.] Had the disciples realized that Christ was going to judgment and to death, they could not have fulfilled this prophecy.

„Vijfhonderd jaar tevoren had de Heere door de profeet Zacharia verklaard: ‘Verheug u zeer, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem. Zie, uw Koning komt tot u. Hij is rechtvaardig en brengt heil; nederig, en rijdende op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.’ [Zacharia 9:9.] Indien de discipelen hadden beseft dat Christus op weg was naar het oordeel en naar de dood, zouden zij deze profetie niet hebben kunnen vervullen.

In like manner, Miller and his associates fulfilled prophecy, and gave a message which inspiration had foretold should be given to the world, but which they could not have given had they fully understood the prophecies pointing out their disappointment, and presenting another message to be preached to all nations before the Lord should come. The first and second angels’ messages were given at the right time, and accomplished the work which God designed to accomplish by them.” The Great Controversy, 405.

„Op gelijke wijze vervulden Miller en zijn medewerkers de profetie en brachten zij een boodschap die volgens de ingeving aan de wereld verkondigd moest worden, maar die zij niet hadden kunnen brengen indien zij de profetieën die op hun teleurstelling wezen en een andere boodschap voorstelden die, voordat de Heere zou komen, aan alle volken gepredikt moest worden, ten volle hadden begrepen. De boodschappen van de eerste en de tweede engel werden op de juiste tijd gegeven en volbrachten het werk dat God voornemens was door middel van deze boodschappen te volbrengen.” The Great Controversy, 405.

The misunderstanding of God’s prophetic Word was involved with the history of Christ’s triumphal entry, and also with the parallel history of the proclamation of the Midnight Cry message in 1844. The one hundred and forty-four thousand are required to understand “the prophecies pointing out their disappointment.” John in Revelation ten is told in advance, that the message of the little book that was going to be sweet in his mouth, would turn bitter.

Het misverstaan van Gods profetisch Woord was verbonden met de geschiedenis van Christus’ triomfantelijke intocht, en ook met de parallelle geschiedenis van de verkondiging van de boodschap van de Middernachtsroep in 1844. Van de honderd vierenveertigduizend wordt verlangd dat zij „de profetieën begrijpen die op hun teleurstelling wijzen.” Johannes wordt in Openbaring 10 van tevoren meegedeeld dat de boodschap van het boekje, die in zijn mond zoet zou zijn, bitter zou worden.

“We have nothing to fear for the future, except as we shall forget the way the Lord has led us, and His teaching in our past history.” Life Sketches, 196.

„Wij hebben niets te vrezen voor de toekomst, tenzij wij vergeten hoe de Heere ons heeft geleid en Zijn onderricht in onze geschiedenis van vroeger.” Life Sketches, 196.

The “Lord’s leading” in the past is represented among other providential acts, as His hand covering a mistake in the figures, for it was not best for the Millerites to understand their disappointment in advance, any more than it was for the disciples to understand all the elements of their disappointment at the cross. But the history of the proclamation of the Midnight Cry is identified as the very light that leads to heaven, and this is noted in Ellen White’s very first vision. The one hundred and forty-four thousand must understand the disappointments of the disciples and the Millerites. To refuse that light is to fall off the path.

De „leiding des Heren” in het verleden wordt, naast andere voorzienige daden, voorgesteld als Zijn hand die een vergissing in de cijfers bedekte; want het was voor de Millerieten niet het beste hun teleurstelling van tevoren te begrijpen, evenmin als het voor de discipelen het beste was alle elementen van hun teleurstelling bij het kruis te begrijpen. Maar de geschiedenis van de verkondiging van de Middernachtsroep wordt aangeduid als juist dat licht dat naar de hemel leidt, en dit wordt opgemerkt in Ellen Whites allereerste visioen. De honderd vierenveertigduizend moeten de teleurstellingen van de discipelen en van de Millerieten begrijpen. Dat licht te verwerpen is van het pad af te vallen.

“They had a bright light set up behind them at the beginning of the path, which an angel told me was the ‘midnight cry.’ This light shone all along the path, and gave light for their feet, so that they might not stumble.

„Achter hen was aan het begin van het pad een helder licht geplaatst, waarvan een engel mij zei dat het de ‘middernachtsroep’ was. Dit licht scheen over het gehele pad en verlichtte hun voeten, opdat zij niet zouden struikelen.״

“If they kept their eyes fixed on Jesus, who was just before them, leading them to the city, they were safe. But soon some grew weary, and said the city was a great way off, and they expected to have entered it before. Then Jesus would encourage them by raising His glorious right arm, and from His arm came a light which waved over the advent band, and they shouted ‘Alleluia!’ Others rashly denied the light behind them, and said that it was not God that had led them out so far. The light behind them went out, leaving their feet in perfect darkness, and they stumbled and lost sight of the mark and of Jesus, and fell off the path down into the dark and wicked world below.” Christian Experience and Teachings of Ellen G. White, 57.

„Indien zij hun ogen gevestigd hielden op Jezus, Die zich vlak vóór hen bevond en hen naar de stad leidde, waren zij veilig. Maar weldra werden sommigen vermoeid en zeiden dat de stad nog een heel eind verwijderd was, en dat zij hadden verwacht er reeds te zijn binnengegaan. Dan bemoedigde Jezus hen door Zijn heerlijke rechterarm op te heffen, en van Zijn arm ging een licht uit dat over de adventschare golfde, en zij riepen: ‘Halleluja!’ Anderen verloochenden roekeloos het licht achter hen en zeiden dat het niet God was geweest Die hen zo ver had geleid. Het licht achter hen doofde uit, zodat hun voeten in volkomen duisternis verkeerden, en zij struikelden, verloren het doel en Jezus uit het oog, en vielen van het pad neer in de donkere en goddeloze wereld beneden.” Christian Experience and Teachings of Ellen G. White, 57.

The eighth waymark is the Midnight Cry as typified by Christ’s triumphal entry into Jerusalem.

De achtste wegmarkering is de Middernachtsroep, zoals getypeerd door Christus’ triomfantelijke intocht in Jeruzalem.

The midnight cry was not so much carried by argument, though the Scripture proof was clear and conclusive. There went with it an impelling power that moved the soul. There was no doubt, no questioning. Upon the occasion of Christ’s triumphal entry into Jerusalem, the people who were assembled from all parts of the land to keep the feast, flocked to the Mount of Olives, and as they joined the throng that were escorting Jesus, they caught the inspiration of the hour, and helped to swell the shout, ‘Blessed is he that cometh in the name of the Lord!’ [Matthew 21:9.] In like manner did unbelievers who flocked to the Adventist meetings—some from curiosity, some merely to ridicule—feel the convincing power attending the message, ‘Behold, the Bridegroom cometh!’” Spirit of Prophecy, volume 4, 250, 251.

„De middernachtsroep werd niet zozeer gedragen door redenering, hoewel het schriftuurlijke bewijs helder en afdoend was. Er ging een aandrijvende kracht mee gepaard die de ziel in beweging bracht. Er was geen twijfel, geen vragen. Bij de gelegenheid van Christus’ triomfantelijke intocht in Jeruzalem stroomde het volk, dat uit alle delen van het land was samengekomen om het feest te vieren, toe naar de Olijfberg, en toen zij zich aansloten bij de menigte die Jezus begeleidde, werden zij gegrepen door de bezieling van het ogenblik en hielpen zij de uitroep doen aanzwellen: ‘Gezegend is Hij Die komt in de Naam des Heeren!’ [Mattheüs 21:9.] Op gelijke wijze voelden ook ongelovigen die toestroomden naar de adventistische samenkomsten—sommigen uit nieuwsgierigheid, anderen enkel om te spotten—de overtuigende kracht die de boodschap vergezelde: ‘Zie, de Bruidegom komt!’” Spirit of Prophecy, deel 4, 250, 251.

To be a wise virgin in the latter days, would of prophetic necessity require that those wise virgins suffer a disappointment, that in turn ushers in the tarrying time of the parable. Without the tarrying time experience you are not a wise or a foolish virgin.

Om in de laatste dagen een wijze maagd te zijn, zou het uit profetische noodzaak vereisen dat die wijze maagden een teleurstelling ondergaan, die op haar beurt de vertoeftijd van de gelijkenis inleidt. Zonder de ervaring van de vertoeftijd bent u noch een wijze, noch een dwaze maagd.

“The parable of the ten virgins of Matthew 25 also illustrates the experience of the Adventist people.The Great Controversy, 393.

„De gelijkenis van de tien maagden in Mattheüs 25 beeldt eveneens de ervaring van het adventvolk uit.” The Great Controversy, 393.

Either way, the wise virgins of the last days must experience a disappointment that paralleled April 19, 1844, for the experience of the parable is the experience of the one hundred and forty-four thousand, who John in the Revelation identifies as virgins.

Hoe dan ook moeten de wijze maagden van de laatste dagen een teleurstelling ervaren die parallel liep aan 19 april 1844, want de ervaring van de gelijkenis is de ervaring van de honderd vierenveertigduizend, die Johannes in de Openbaring als maagden aanduidt.

These are they which were not defiled with women; for they are virgins. These are they which follow the Lamb whithersoever he goeth. These were redeemed from among men, being the firstfruits unto God and to the Lamb. Revelation 14:4.

Dezen zijn het die zich met vrouwen niet verontreinigd hebben, want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen, waar het ook heengaat. Dezen zijn het die uit de mensen zijn vrijgekocht, als eerstelingen voor God en voor het Lam. Openbaring 14:4.

How many parables of Christ are directly and specifically identified as being fulfilled to the very letter? Every parable will be fulfilled to the very letter, but the parable of the ten virgins is specifically set forth as being fulfilled in the past and the future “to the very letter.” It is compared to the third angel that is to remain present truth from 1844 onward until Michael stands up and human probation closes.

Hoeveel gelijkenissen van Christus worden rechtstreeks en uitdrukkelijk aangeduid als tot op de letter vervuld? Iedere gelijkenis zal tot op de letter vervuld worden, maar de gelijkenis van de tien maagden wordt in het bijzonder voorgesteld als in het verleden en in de toekomst “tot op de letter” vervuld. Zij wordt vergeleken met de derde engel, die vanaf 1844 tot aan het moment waarop Michaël opstaat en de menselijke genadetijd eindigt, de tegenwoordige waarheid moet blijven.

“I am often referred to the parable of the ten virgins, five of whom were wise, and five foolish. This parable has been and will be fulfilled to the very letter, for it has a special application to this time, and, like the third angel’s message, has been fulfilled and will continue to be present truth till the close of time.” Review and Herald, August 19, 1890.

„Ik word dikwijls verwezen naar de gelijkenis van de tien maagden, van wie er vijf wijs waren en vijf dwaas. Deze gelijkenis is en zal tot op de letter vervuld worden, want zij heeft een bijzondere toepassing op deze tijd en is, evenals de boodschap van de derde engel, vervuld geworden en zal tot aan het einde der tijd de tegenwoordige waarheid blijven.” Review and Herald, 19 augustus 1890.

Until the close of time, the parable of the ten virgins is present truth, and the Midnight Cry will be fulfilled again to the very letter.

Tot aan het einde der tijden is de gelijkenis van de tien maagden tegenwoordige waarheid, en de Middernachtsroep zal opnieuw tot op de letter worden vervuld.

“There is a world lying in wickedness, in deception and delusion, in the very shadow of death,—asleep, asleep. Who are feeling travail of soul to awaken them? What voice can reach them? My mind was carried to the future, when the signal will be given. ‘Behold, the Bridegroom cometh; go ye out to meet him.’ But some will have delayed to obtain the oil for replenishing their lamps, and too late they will find that character, which is represented by the oil, is not transferable.” Review and Herald, February 11, 1896.

„Er is een wereld die ligt in goddeloosheid, in misleiding en begoocheling, in de schaduw des doods zelf,—slapend, slapend. Wie gevoelen zielsangst om hen te wekken? Welke stem kan hen bereiken? Mijn gedachten werden naar de toekomst gevoerd, wanneer het sein gegeven zal worden. ‘Zie, de Bruidegom komt; gaat uit Hem tegemoet.’ Maar sommigen zullen talmen om de olie te verkrijgen voor het bijvullen van hun lampen, en te laat zullen zij ontdekken dat karakter, dat door de olie wordt voorgesteld, niet overdraagbaar is.” Review and Herald, 11 februari 1896.

The Midnight Cry is the next waymark on the horizon in the movement of the one hundred and forty-four thousand. That waymark is accompanied by the persecution that begins against the faithful in advance of the Sunday law. That persecution is external, and internal, and the internal persecution includes two distinct symbols. One of those symbols is Judas, the other the Sanhedrin.

De Middernachtsroep is het volgende waymark aan de horizon in de beweging van de honderdvierenveertigduizend. Dat waymark gaat vergezeld van de vervolging die tegen de getrouwen begint voorafgaand aan de zondagswet. Die vervolging is uitwendig en inwendig, en de inwendige vervolging omvat twee afzonderlijke symbolen. Een van die symbolen is Judas, het andere het Sanhedrin.

The Ninth Messianic Waymark is the Betrayal for 30 Silver Pieces

Het negende messiaanse wegmerk is het verraad voor 30 zilverstukken

Then was fulfilled that which was spoken by Jeremy the prophet, saying, And they took the thirty pieces of silver, the price of him that was valued, whom they of the children of Israel did value; And gave them for the potter’s field, as the Lord appointed me. Matthew 27:9, 10.

Toen werd vervuld hetgeen gesproken is door de profeet Jeremia, toen hij zei: En zij namen de dertig zilverlingen, de prijs van Hem die gewaardeerd was, Die zij van de kinderen van Israël gewaardeerd hadden; En zij gaven die voor de akker van de pottenbakker, zoals de Heere mij bevolen had. Mattheüs 27:9, 10.

Prediction

Voorspelling

And I said unto them, If ye think good, give me my price; and if not, forbear. So they weighed for my price thirty pieces of silver. And the Lord said unto me, Cast it unto the potter: a goodly price that I was prised at of them. And I took the thirty pieces of silver, and cast them to the potter in the house of the Lord. Zechariah 11:12, 13.

En ik zei tot hen: Indien het goed is in uw ogen, geeft mij mijn loon; maar zo niet, laat het na. Toen wogen zij dertig zilverlingen af als mijn loon. En de HEERE zei tot mij: Werp het de pottenbakker toe, die heerlijke prijs waarop Ik door hen geschat ben. Toen nam ik de dertig zilverlingen en wierp ze in het huis des HEEREN de pottenbakker toe. Zacharia 11:12, 13.

The betrayal of Judas represents the betrayal of the counterfeit priests, for the number 30 represents the age of the priests. The priests, who are also Levites are purified as gold and silver by the Messenger of the Covenant. Judas’s thirty pieces of silver represents the purging of the false priests at the Sunday law, though Judas died just before the cross, it was still the same day. Judas is not the symbol of the Sanhedrin; he is a symbol of one who was thought to be among the disciples of Christ.

Het verraad van Judas vertegenwoordigt het verraad van de valse priesters, want het getal 30 vertegenwoordigt de leeftijd van de priesters. De priesters, die tevens Levieten zijn, worden door de Boodschapper van het Verbond gereinigd als goud en zilver. De dertig zilverstukken van Judas vertegenwoordigen de uitzuivering van de valse priesters bij de zondagswet; hoewel Judas stierf vlak vóór het kruis, was het toch dezelfde dag. Judas is niet het symbool van het Sanhedrin; hij is een symbool van iemand van wie men meende dat hij tot de discipelen van Christus behoorde.

As a disciple of Christ, you were a disciple of the anointing of Jesus. The anointing at His baptism changed Jesus’ name unto Jesus Christ, for Christ means—the anointed one. His name then changed, for He was then to confirm the covenant with many for one week, and a premier symbol of covenant relationship is a changed name. Jesus was anointed with power at His baptism. To be a disciple of Christ, meant you were a disciple of His baptism. It was at His baptism that He was anointed with power. The statement by Peter in Matthew 16:18 is known in the Christian theological world as the “Christian Confession.” It is one of the great themes for discussion among theologians and scholars. Generally, a discussion of the theologians and scholars identifies something of no, or perhaps minor importance, but the point remains, that Christianity understands that when Jesus was anointed, He then became the Messiah.

Als een discipel van Christus was u een discipel van de zalving van Jezus. De zalving bij Zijn doop veranderde de naam van Jezus tot Jezus Christus, want Christus betekent: de Gezalfde. Zijn naam veranderde toen, want Hij zou toen het verbond met velen bevestigen gedurende één week, en een voornaam symbool van een verbondsrelatie is een veranderde naam. Jezus werd bij Zijn doop met kracht gezalfd. Een discipel van Christus zijn, betekende dat u een discipel van Zijn doop was. Bij Zijn doop werd Hij immers met kracht gezalfd. De uitspraak van Petrus in Mattheüs 16:18 staat in de christelijk-theologische wereld bekend als de „christelijke belijdenis”. Zij vormt een van de grote thema’s van bespreking onder theologen en geleerden. Gewoonlijk brengt een bespreking door theologen en geleerden iets aan het licht dat van geen, of wellicht van ondergeschikt belang is, maar het punt blijft dat het christendom begrijpt dat Jezus, toen Hij gezalfd werd, toen de Messias werd.

He saith unto them, But whom say ye that I am? And Simon Peter answered and said, Thou art the Christ, the Son of the living God. Matthew 16:15, 16.

Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? En Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Mattheüs 16:15, 16.

Peter’s original name conveyed that very truth, for Simon Barjona means “one who hears the message of the dove,” which was the message of His baptism. His baptism aligns with 9/11, and Judas represents those who at some point professed an understanding of 9/11, but lose their way along the path. Judas is not a symbol of the Sanhedrin, for they represent the Laodicean Seventh-day Adventist church. Judas provided a witness for the Sanhedrin, but the symbolism of the Sanhedrin’s rebellion is different than the rebellion of Judas. The Sanhedrin’s rebellion is expressed in the following dream.

Petrus’ oorspronkelijke naam bracht juist die waarheid tot uitdrukking, want Simon Barjona betekent „iemand die de boodschap van de duif hoort”, hetgeen de boodschap van Zijn doop was. Zijn doop stemt overeen met 9/11, en Judas vertegenwoordigt hen die op enig moment beleden hebben 9/11 te begrijpen, maar onderweg het rechte spoor verliezen. Judas is geen symbool van het Sanhedrin, want zij vertegenwoordigen de Laodiceese Kerk der Zevende-dags Adventisten. Judas leverde een getuigenis ten behoeve van het Sanhedrin, maar de symboliek van de opstand van het Sanhedrin verschilt van de opstand van Judas. De opstand van het Sanhedrin wordt uitgedrukt in de volgende droom.

“I gathered up my writings, and we started on our journey. On the way we held two meetings in Orange and had evidence that the church was profited and encouraged. We were ourselves refreshed by the Spirit of the Lord. That night I dreamed that I was in Battle Creek looking out from the side glass at the door and saw a company marching up to the house, two and two. They looked stern and determined. I knew them well and turned to open the parlor door to receive them, but thought I would look again. The scene was changed. The company now presented the appearance of a Catholic procession. One bore in his hand a cross, another a reed. And as they approached, the one carrying a reed made a circle around the house, saying three times: ‘This house is proscribed. The goods must be confiscated. They have spoken against our holy order.’ Terror seized me, and I ran through the house, out of the north door, and found myself in the midst of a company, some of whom I knew, but I dared not speak a word to them for fear of being betrayed. I tried to seek a retired spot where I might weep and pray without meeting eager, inquisitive eyes wherever I turned. I repeated frequently: ‘If I could only understand this! If they will tell me what I have said or what I have done!’

‘Ik verzamelde mijn geschriften, en wij begonnen aan onze reis. Onderweg hielden wij twee samenkomsten in Orange en hadden wij bewijs dat de gemeente erdoor werd gebaat en bemoedigd. Wij werden zelf verkwikt door de Geest des Heeren. Die nacht droomde ik dat ik in Battle Creek was, uitkijkend door het zijraam bij de deur, en ik zag een gezelschap in rijen van twee naar het huis optrekken. Zij zagen er streng en vastberaden uit. Ik kende hen goed en wendde mij om de salondeur te openen om hen te ontvangen, maar ik dacht dat ik nog eens zou kijken. Het tafereel was veranderd. Het gezelschap vertoonde nu de aanblik van een katholieke processie. De een droeg een kruis in de hand, een ander een rietstok. En toen zij naderden, trok degene die een rietstok droeg een kring om het huis heen en zei driemaal: “Dit huis is in de ban gedaan. De goederen moeten verbeurdverklaard worden. Zij hebben tegen onze heilige orde gesproken.” Ontzetting greep mij aan, en ik snelde door het huis, de noorddeur uit, en bevond mij te midden van een gezelschap, van wie ik sommigen kende, maar ik durfde geen woord tot hen te spreken uit vrees verraden te worden. Ik trachtte een afgezonderde plek te vinden waar ik kon wenen en bidden zonder overal waar ik mij wendde begerige, onderzoekende blikken te ontmoeten. Ik herhaalde dikwijls: “Ach, kon ik dit slechts begrijpen! Als zij mij toch wilden zeggen wat ik heb gezegd of wat ik heb gedaan!”’

“I wept and prayed much as I saw our goods confiscated. I tried to read sympathy or pity for me in the looks of those around me, and marked the countenances of several whom I thought would speak to me and comfort me if they did not fear that they would be observed by others. I made one attempt to escape from the crowd, but seeing that I was watched, I concealed my intentions. I commenced weeping aloud, and saying: ‘If they would only tell me what I have done or what I have said!’ My husband, who was sleeping in a bed in the same room, heard me weeping aloud and awoke me. My pillow was wet with tears, and a sad depression of spirits was upon me.” Testimonies, volume 1, 577, 578.

„Ik weende en bad veel, terwijl ik zag hoe onze goederen in beslag werden genomen. Ik trachtte in de blikken van hen die mij omringden medeleven of medelijden met mij te lezen, en lette op de gelaatsuitdrukkingen van verscheidene personen van wie ik dacht dat zij tot mij zouden spreken en mij zouden troosten, als zij niet vreesden dat zij door anderen zouden worden opgemerkt. Ik deed één poging om aan de menigte te ontkomen, maar toen ik zag dat ik in het oog werd gehouden, verborg ik mijn voornemen. Ik begon luid te wenen en zei: ‘Als zij mij slechts wilden zeggen wat ik heb gedaan of wat ik heb gezegd!’ Mijn man, die in een bed in dezelfde kamer sliep, hoorde mij luid wenen en maakte mij wakker. Mijn kussen was nat van tranen, en een sombere neerslachtigheid drukte op mijn geest.” Testimonies, deel 1, 577, 578.

Applying the principle that the prophets speak more about the latter days than the days in which they lived, raises a very solemn question for the leaders of the Seventh-day Adventist church. Sister White “gathered up” her “writings” and began a return journey to Battle Creek. Battle Creek was then the heart of the work, as is Tacoma Park today, or Jerusalem in the days of Christ. She gathered up her writings for the trip, after she set forth a struggle she had been having concerning her writings. The context of her dream is about her writings. The struggle took place in the town of Wright.

De toepassing van het beginsel dat de profeten meer spreken over de laatste dagen dan over de dagen waarin zij leefden, doet voor de leiders van de Kerk van de Zevende-dags Adventisten een zeer plechtige vraag rijzen. Zuster White „verzamelde” haar „geschriften” en begon aan een terugreis naar Battle Creek. Battle Creek was toen het hart van het werk, zoals Takoma Park dat heden is, of Jeruzalem in de dagen van Christus. Zij verzamelde haar geschriften voor de reis, nadat zij een worsteling had uiteengezet die zij met betrekking tot haar geschriften had gehad. De context van haar droom betreft haar geschriften. De worsteling vond plaats in de stad Wright.

“While in Wright we had sent my manuscript for No. 11 to the office of publication, and I was improving almost every moment when out of meeting in writing out matter for No. 12. My energies, both physical and mental, had been severely taxed while laboring for the church in Wright. I felt that I should have rest, but could see no opportunity for relief. I was speaking to the people several times a week, and writing many pages of personal testimonies. The burden of souls was upon me, and the responsibilities I felt were so great that I could obtain but a few hours of sleep each night.

“Terwijl wij in Wright verbleven, hadden wij mijn manuscript voor nr. 11 naar het publicatiekantoor gezonden, en ik benutte, zodra ik niet in een bijeenkomst was, bijna ieder ogenblik om de stof voor nr. 12 uit te schrijven. Mijn krachten, zowel lichamelijk als geestelijk, waren zwaar op de proef gesteld tijdens mijn arbeid voor de gemeente in Wright. Ik voelde dat ik rust moest hebben, maar kon geen enkele gelegenheid tot verlichting zien. Ik sprak verscheidene malen per week tot het volk en schreef vele bladzijden met persoonlijke getuigenissen. De last van zielen rustte op mij, en de verantwoordelijkheden die ik voelde waren zo groot, dat ik elke nacht slechts enkele uren slaap kon krijgen.

“While thus laboring in speaking and writing, I received letters of a discouraging character from Battle Creek. As I read them I felt an inexpressible depression of spirits, amounting to agony of mind, which seemed for a short period to palsy my vital energies. For three nights I scarcely slept at all. My thoughts were troubled and perplexed. I concealed my feelings as well as I could from my husband and the sympathizing family with whom we were. None knew my labor or burden of mind as I united with the family in morning and evening devotion, and sought to lay my burden upon the great Burden Bearer. But my petitions came from a heart wrung with anguish, and my prayers were broken and disconnected because of uncontrollable grief. The blood rushed to my brain, frequently causing me to reel and nearly fall. I had the nosebleed often, especially after making an effort to write. I was compelled to lay aside my writing, but could not throw off the burden of anxiety and responsibility upon me, as I realized that I had testimonies for others which I was unable to present to them.

Terwijl ik aldus arbeidde in spreken en schrijven, ontving ik brieven van ontmoedigende aard uit Battle Creek. Toen ik ze las, voelde ik een onuitsprekelijke neerslachtigheid van geest, die uitliep op zielenangst en gedurende korte tijd scheen mijn levensenergieën te verlammen. Drie nachten sliep ik nauwelijks. Mijn gedachten waren verontrust en verward. Ik verborg mijn gevoelens zo goed ik kon voor mijn man en voor het meelevende gezin bij wie wij verbleven. Niemand kende mijn worsteling of de last op mijn gemoed, terwijl ik mij met het gezin verenigde in de morgen- en avondgodsdienst en trachtte mijn last neer te leggen op de grote Lastdrager. Maar mijn smeekbeden kwamen voort uit een hart dat door angst was verscheurd, en mijn gebeden waren gebroken en onsamenhangend ten gevolge van onbeheersbaar verdriet. Het bloed steeg mij naar het hoofd, waardoor ik dikwijls wankelde en bijna viel. Ik had vaak een bloedneus, vooral nadat ik mij had ingespannen om te schrijven. Ik werd gedwongen mijn schrijfwerk terzijde te leggen, maar kon de last van angst en verantwoordelijkheid die op mij rustte niet van mij afschudden, daar ik besefte dat ik getuigenissen voor anderen had die ik hun niet kon voorhouden.

“I received still another letter, informing me that it was thought best to defer the publication of No. 11 until I could write out that which I had been shown in regard to the Health Institute, as those in charge of that enterprise stood in great want of means and needed the influence of my testimony to move the brethren. I then wrote out a portion of that which was shown me in regard to the Institute, but could not get out the entire subject because of pressure of blood to the brain. Had I thought that No. 12 would be so long delayed, I should not in any case have sent that portion of the matter contained in No. 11. I supposed that after resting a few days I could again resume my writing. But to my great grief I found that the condition of my brain made it impossible for me to write. The idea of writing testimonies, either general or personal, was given up, and I was in continual distress because I could not write them.

„Ik ontving nog een brief, waarin mij werd meegedeeld dat men het het beste achtte de publicatie van nr. 11 uit te stellen totdat ik datgene op schrift had gesteld wat mij was getoond met betrekking tot het Health Institute, aangezien degenen die aan het hoofd van die onderneming stonden, in grote behoefte aan middelen verkeerden en de invloed van mijn getuigenis nodig hadden om de broeders te bewegen. Ik stelde toen een gedeelte op van hetgeen mij was getoond met betrekking tot het Institute, maar kon het gehele onderwerp niet uitwerken wegens bloedstuwing naar de hersenen. Indien ik had gedacht dat nr. 12 zo lang vertraagd zou worden, zou ik in geen geval dat gedeelte van de stof, vervat in nr. 11, hebben toegezonden. Ik veronderstelde dat ik, na enkele dagen rust, mijn schrijven weer zou kunnen hervatten. Maar tot mijn grote droefheid ontdekte ik dat de toestand van mijn hersenen het mij onmogelijk maakte te schrijven. Het voornemen om getuigenissen te schrijven, hetzij algemene hetzij persoonlijke, werd opgegeven, en ik verkeerde voortdurend in bekommering omdat ik ze niet kon schrijven.”

“In this state of things it was decided that we would return to Battle Creek and there remain while the roads were in a muddy, broken-up condition, and that I would there complete No. 12. My husband was very anxious to see his brethren at Battle Creek and speak to them and rejoice with them in the work which God was doing for him. I gathered up my writings, and we started on our journey. …” Testimonies, volume 1, 576, 577.

“In deze stand van zaken werd besloten dat wij naar Battle Creek zouden terugkeren en daar zouden blijven zolang de wegen modderig en door het slechte weer stukgereden waren, en dat ik daar nr. 12 zou voltooien. Mijn man verlangde er zeer naar zijn broeders te Battle Creek te zien en tot hen te spreken en zich met hen te verblijden in het werk dat God voor hem deed. Ik bracht mijn geschriften bijeen, en wij begonnen onze reis. …” Testimonies, deel 1, 576, 577.

In the latter days, the leadership of the Seventh-day Adventist church, represented as Battle Creek and those she “knew well,” changed into a Catholic procession. The leadership of the Seventh-day Adventist church changed into a Catholic procession. In the dream they came “two by two,” one with a reed, another with a cross. They drew a circle around the house and proclaimed three times, “This house is proscribed. The goods must be confiscated. They have spoken against our holy order.” What are the “goods” in the “house” which the Catholic leaders of Battle Creek “confiscated?” What “holy order” of the Catholic church was “spoken against?”

In de laatste dagen veranderde de leiding van de Kerk der Zevende-dags Adventisten, voorgesteld als Battle Creek en degenen die zij „goed kende”, in een katholieke optocht. De leiding van de Kerk der Zevende-dags Adventisten veranderde in een katholieke optocht. In de droom kwamen zij „twee aan twee”, de een met een rietstaf, de ander met een kruis. Zij trokken een cirkel om het huis en riepen driemaal uit: „Dit huis is in de ban gedaan. De goederen moeten in beslag worden genomen. Zij hebben tegen onze heilige orde gesproken.” Wat zijn de „goederen” in het „huis” die de katholieke leiders van Battle Creek „in beslag namen”? Tegen welke „heilige orde” van de katholieke kerk was „gesproken”?

More directly the question might be, “what order of Catholicism led out in the inquisition?” The inquisition began with the order of Dominicans, before the Jesuits arrived in history, but once involved they became the order that championed the cruelty and bloodshed.

Meer rechtstreeks gesteld zou de vraag kunnen zijn: “welke orde binnen het katholicisme gaf leiding aan de inquisitie?” De inquisitie begon met de orde der dominicanen, voordat de jezuïeten in de geschiedenis verschenen, maar toen zij er eenmaal bij betrokken waren, werden zij de orde die de wreedheid en het bloedvergieten het krachtigst uitdroeg.

“Throughout Christendom, Protestantism was menaced by formidable foes. The first triumphs of the Reformation past, Rome summoned new forces, hoping to accomplish its destruction. At this time the order of the Jesuits was created, the most cruel, unscrupulous, and powerful of all the champions of popery. Cut off from earthly ties and human interests, dead to the claims of natural affection, reason and conscience wholly silenced, they knew no rule, no tie, but that of their order, and no duty but to extend its power. The gospel of Christ had enabled its adherents to meet danger and endure suffering, undismayed by cold, hunger, toil, and poverty, to uphold the banner of truth in face of the rack, the dungeon, and the stake. To combat these forces, Jesuitism inspired its followers with a fanaticism that enabled them to endure like dangers, and to oppose to the power of truth all the weapons of deception. There was no crime too great for them to commit, no deception too base for them to practice, no disguise too difficult for them to assume. Vowed to perpetual poverty and humility, it was their studied aim to secure wealth and power, to be devoted to the overthrow of Protestantism, and the re-establishment of the papal supremacy.

“Over heel de christenheid werd het protestantisme bedreigd door geduchte vijanden. Nauwelijks waren de eerste overwinningen van de Reformatie voorbij, of Rome riep nieuwe strijdkrachten op, hopende haar vernietiging te volbrengen. In deze tijd werd de orde der jezuïeten opgericht, de wreedste, gewetenloosste en machtigste van al de voorvechters van het pausdom. Afgesneden van aardse banden en menselijke belangen, gestorven voor de aanspraken van natuurlijke genegenheid, met rede en geweten geheel het zwijgen opgelegd, kenden zij geen andere regel, geen andere band dan die van hun orde, en geen andere plicht dan haar macht uit te breiden. Het evangelie van Christus had zijn aanhangers in staat gesteld het gevaar tegemoet te treden en lijden te verdragen, onverschrikt te midden van koude, honger, inspanning en armoede, om de banier der waarheid hoog te houden tegenover pijnbank, kerker en brandstapel. Om deze krachten te bestrijden, bezielde het jezuïtisme zijn volgelingen met een fanatisme dat hen in staat stelde soortgelijke gevaren te doorstaan en aan de macht der waarheid alle wapenen van misleiding tegenover te stellen. Geen misdaad was hun te groot om te begaan, geen bedrog te laag om toe te passen, geen vermomming te moeilijk om aan te nemen. Tot voortdurende armoede en nederigheid verplicht, was het hun weloverwogen streven rijkdom en macht te verwerven, zich te wijden aan de val van het protestantisme en aan het herstel van de pauselijke opperheerschappij.

“When appearing as members of their order, they wore a garb of sanctity, visiting prisons and hospitals, ministering to the sick and the poor, professing to have renounced the world, and bearing the sacred name of Jesus, who went about doing good. But under this blameless exterior the most criminal and deadly purposes were often concealed. It was a fundamental principle of the order that the end justifies the means. By this code, lying, theft, perjury, assassination, were not only pardonable but commendable, when they served the interests of the church. Under various disguises the Jesuits worked their way into offices of state, climbing up to be the counselors of kings, and shaping the policy of nations. They became servants to act as spies upon their masters. They established colleges for the sons of princes and nobles, and schools for the common people; and the children of Protestant parents were drawn into an observance of popish rites. All the outward pomp and display of the Romish worship was brought to bear to confuse the mind and dazzle and captivate the imagination, and thus the liberty for which the fathers had toiled and bled was betrayed by the sons. The Jesuits rapidly spread themselves over Europe, and wherever they went, there followed a revival of popery.

„Wanneer zij verschenen als leden van hun orde, droegen zij een gewaad van heiligheid, bezochten gevangenissen en ziekenhuizen, dienden de zieken en de armen, verklaarden de wereld te hebben verzaakt, en droegen de heilige naam van Jezus, die weldoende rondging. Maar onder dit onberispelijke uiterlijk gingen dikwijls de meest misdadige en dodelijke bedoelingen schuil. Het was een grondbeginsel van de orde dat het doel de middelen heiligt. Volgens deze gedragsregel waren leugen, diefstal, meineed en moord niet alleen verschoonbaar, maar zelfs prijzenswaardig, wanneer zij de belangen van de kerk dienden. Onder allerlei vermommingen baanden de jezuïeten zich een weg tot staatsambten, klommen op tot raadgevers van koningen en gaven vorm aan het beleid van naties. Zij werden dienaren om als spionnen hun meesters te bespieden. Zij stichtten colleges voor de zonen van vorsten en edelen, en scholen voor het gewone volk; en de kinderen van protestantse ouders werden verleid tot het onderhouden van pauselijke riten. Al de uiterlijke pracht en praal van de roomse eredienst werd aangewend om het verstand in verwarring te brengen en de verbeelding te verblinden en te bekoren, en aldus werd de vrijheid waarvoor de vaderen hadden gezwoegd en gebloed door de zonen verraden. De jezuïeten verspreidden zich snel over Europa, en waar zij ook heengingen, volgde een herleving van het pausdom.”

“To give them greater power, a bull was issued re-establishing the inquisition. Notwithstanding the general abhorrence with which it was regarded, even in Catholic countries, this terrible tribunal was again set up by popish rulers, and atrocities too terrible to bear the light of day were repeated in its secret dungeons. In many countries, thousands upon thousands of the very flower of the nation, the purest and noblest, the most intellectual and highly educated, pious and devoted pastors, industrious and patriotic citizens, brilliant scholars, talented artists, skillful artisans, were slain or forced to flee to other lands.

„Om hun grotere macht te verlenen, werd een bul uitgevaardigd waarbij de inquisitie opnieuw werd ingesteld. Niettegenstaande de algemene afschuw waarmee zij werd bezien, zelfs in katholieke landen, werd dit verschrikkelijke tribunaal opnieuw opgericht door paapse heersers, en gruweldaden die te afschuwelijk waren om het daglicht te verdragen, werden in zijn geheime kerkers herhaald. In vele landen werden duizenden en nog eens duizenden uit de ware bloem van de natie, de zuiversten en edelsten, de meest intellectuele en hoogopgeleide, vrome en toegewijde predikanten, ijverige en vaderlandslievende burgers, briljante geleerden, begaafde kunstenaars, bekwame ambachtslieden, gedood of gedwongen naar andere landen te vluchten.

“Such were the means which Rome had invoked to quench the light of the Reformation, to withdraw from men the Bible, and to restore the ignorance and superstition of the Dark Ages. But under God’s blessing and the labors of those noble men whom He had raised up to succeed Luther, Protestantism was not overthrown. Not to the favor or arms of princes was it to owe its strength. The smallest countries, the humblest and least powerful nations, became its strongholds. It was little Geneva in the midst of mighty foes plotting her destruction; it was Holland on her sandbanks by the northern sea, wrestling against the tyranny of Spain, then the greatest and most opulent of kingdoms; it was bleak, sterile Sweden, that gained victories for the Reformation.” The Great Controversy, 234, 235.

‘Dat waren de middelen waarop Rome een beroep had gedaan om het licht van de Reformatie te doven, om de Bijbel aan de mensen te onttrekken en de onwetendheid en het bijgeloof van de Donkere Middeleeuwen te herstellen. Maar onder Gods zegen en door de arbeid van die edele mannen die Hij had verwekt om Luther op te volgen, werd het protestantisme niet ten val gebracht. Niet aan de gunst of de wapenen van vorsten zou het zijn kracht te danken hebben. De kleinste landen, de nederigste en minst machtige volken, werden zijn bolwerken. Het was het kleine Genève, te midden van machtige vijanden die op haar ondergang zonnen; het was Holland op zijn zandbanken aan de noordelijke zee, worstelend tegen de tirannie van Spanje, toen het grootste en welvarendste der koninkrijken; het was het gure, onvruchtbare Zweden, dat overwinningen behaalde voor de Reformatie.’ The Great Controversy, 234, 235.

The Catholic church did all they could to hide the Bible from men, by claiming their pagan traditions and customs are above God’s Word. The leaders of Laodicean Adventism will not take dissenters to court over the writings of Ellen White, but Catholics professing to be the leaders of Battle Creek will. The very essence of the beast of Catholicism is employing secular power to accomplish religious purposes. When Adventism sought the legal secular power to manage its institutions, the fruits of their ”holy order” can be seen.

De Katholieke Kerk deed al wat zij kon om de Bijbel voor de mensen verborgen te houden, door te beweren dat haar heidense overleveringen en gebruiken boven Gods Woord staan. De leiders van het Laodiceïsche adventisme zullen dissidenten niet voor de rechter slepen vanwege de geschriften van Ellen White, maar katholieken die belijden de leiders van Battle Creek te zijn, zullen dat wel doen. De wezenlijke kern van het beest van het katholicisme is het aanwenden van wereldlijke macht om religieuze doeleinden te verwezenlijken. Toen het adventisme de wettige wereldlijke macht zocht om zijn instellingen te besturen, werden de vruchten van hun „heilige orde” zichtbaar.

In the context of the Spanish Inquisitions auto-da-fé (act of faith) ceremonies, the reed and cross appear as symbolic elements tied to Christ’s crucifixion. The reed refers to the mock scepter placed in Jesus’ hand during his crowning with thorns, used by Roman soldiers to strike him, symbolizing mockery, suffering, and scorn.

In de context van de auto-da-fé-plechtigheden (daad van geloof) van de Spaanse Inquisitie verschijnen het riet en het kruis als symbolische elementen die verbonden zijn met de kruisiging van Christus. Het riet verwijst naar de schijnscepter die tijdens zijn kroning met doornen in Jezus’ hand werd geplaatst en die door Romeinse soldaten werd gebruikt om Hem te slaan, als symbool van spot, lijden en verachting.

The cross is prominently featured in auto-da-fé processions. A green cross (often veiled in black crepe) served as the emblem of the Inquisition, carried in a separate preparatory procession the day before and displayed during the event. It symbolized the tribunal’s authority.

Het kruis neemt een vooraanstaande plaats in de auto-da-fé-processies in. Een groen kruis (vaak omhuld met zwart rouwfloers) diende als het embleem van de Inquisitie, werd de voorafgaande dag in een afzonderlijke voorbereidende processie meegedragen en tijdens de plechtigheid tentoongesteld. Het symboliseerde het gezag van het tribunaal.

Proscribing of goods refers to the confiscation (sequestration or proscription) of a convicted person’s property, a common Inquisition penalty to fund the tribunal and punish heresy. This was publicly announced in the auto-da-fé sentences, emphasizing public humiliation and deterrence.

Verbeurdverklaring van goederen verwijst naar de confiscatie (sekwestratie of verbeurdverklaring) van de bezittingen van een veroordeelde persoon, een veelvoorkomende straf van de Inquisitie om het tribunaal te financieren en ketterij te bestraffen. Dit werd openbaar afgekondigd in de vonnissen van de auto-da-fé, waarbij de nadruk lag op openbare vernedering en afschrikking.

The writings of Ellen G. White clearly and conclusively condemn the leadership that will proscribe her writings in an attempt to silence the song of the vineyard being sung, but it is the last action of an unholy order, just before they manifest their characters openly at the Sunday law. A “Catholic procession,” aligns with 25 ancient men bowing to the sun. In the following four paragraphs, the first paragraph sets forth the “professed people of God,” in the “last days.” The passage clearly teaches that in the last days, Seventh-day Adventist ministers will in “churches and in large gatherings in the open air,” “urge upon the people the necessity of keeping the first day of the week.”

De geschriften van Ellen G. White veroordelen duidelijk en onomstotelijk het leiderschap dat haar geschriften zal verbieden in een poging het lied van de wijngaard dat wordt gezongen het zwijgen op te leggen; maar dit is de laatste daad van een onheilige orde, vlak voordat zij bij de zondagswet hun karakter openlijk zullen openbaren. Een „katholieke processie” stemt overeen met de vijfentwintig oude mannen die zich voor de zon neerbogen. In de volgende vier alinea’s stelt de eerste alinea het „belijdende volk van God” in de „laatste dagen” voor. De passage leert duidelijk dat in de laatste dagen Zevende-dags Adventistische predikanten in „kerken en in grote bijeenkomsten in de open lucht” „bij de mensen zullen aandringen op de noodzaak de eerste dag van de week te houden.”

The Lord has a controversy with his professed people in these last days. In this controversy men in responsible positions will take a course directly opposite to that pursued by Nehemiah. They will not only ignore and despise the Sabbath themselves, but they will try to keep it from others by burying it beneath the rubbish of custom and tradition. In churches and in large gatherings in the open air, ministers will urge upon the people the necessity of keeping the first day of the week. There are calamities on sea and land: and these calamities will increase, one disaster following close upon another; and the little band of conscientious Sabbath-keepers will be pointed out as the ones who are bringing the wrath of God upon the world by their disregard of Sunday.”

„De Heere heeft een twist met Zijn belijdende volk in deze laatste dagen. In deze twist zullen mannen in verantwoordelijke posities een weg inslaan die lijnrecht tegengesteld is aan die welke Nehemia volgde. Zij zullen niet alleen zelf de sabbat negeren en verachten, maar ook trachten die anderen te ontnemen door haar te begraven onder het puin van gewoonte en overlevering. In kerken en in grote bijeenkomsten in de open lucht zullen predikanten het volk de noodzaak voorhouden van het onderhouden van de eerste dag der week. Er zijn rampen op zee en op het land; en deze rampen zullen toenemen, de ene ramp kort op de andere volgende; en het kleine gezelschap van gewetensvolle sabbatshouders zal worden aangewezen als degenen die door hun veronachtzaming van de zondag de toorn Gods over de wereld brengen.”

This is clearly identifying Seventh-day Adventists as the “professed people of God” who will encourage Sunday keeping, and that they will also point “out” “the little band of conscientious Sabbath-keepers.” The next paragraph she emphasizes that the persecution of past ages will be repeated. The previous paragraph ended with her identifying the professed people of God in contrast with those she says are conscientious Sabbath-keepers. She then introduces past histories, and warns those histories will be repeated in the latter days. She is very clear.

Dit duidt de zevendedagsadventisten duidelijk aan als het „beleden volk van God” dat de zondagsviering zal aanmoedigen, en dat zij ook „de kleine groep gewetensvolle sabbathouders” zullen „aanwijzen”. In de volgende alinea benadrukt zij dat de vervolging van vroegere eeuwen herhaald zal worden. De voorafgaande alinea eindigde ermee dat zij het beleden volk van God aanwees in tegenstelling tot hen die zij gewetensvolle sabbathouders noemt. Vervolgens brengt zij geschiedenissen uit het verleden ter sprake en waarschuwt zij dat die geschiedenissen in de laatste dagen herhaald zullen worden. Zij is volkomen duidelijk.

“Satan urges this falsehood that he may take the world captive. It is his plan to compel men to accept errors. He takes an active part in the promulgation of all false religions, and will stop at nothing in his efforts to enforce erroneous doctrines. Under a cloak of religious zeal, men, influenced by his spirit, have invented the most cruel tortures for their fellow-men, and have inflicted the most awful sufferings upon them. Satan and his agents have the same spirit still; and the history of the past will be repeated in our day.

„Satan dringt op deze leugen aan, opdat hij de wereld gevangen neme. Het is zijn plan de mensen te dwingen dwalingen te aanvaarden. Hij neemt een actief aandeel in de verbreiding van alle valse godsdiensten en zal voor niets terugdeinzen in zijn pogingen om dwaalleringen op te leggen. Onder de dekmantel van godsdienstige ijver hebben mensen, onder invloed van zijn geest, voor hun medemensen de wreedste folteringen uitgedacht en hun de afschuwelijkste smarten aangedaan. Satan en zijn handlangers bezitten nog steeds dezelfde geest; en de geschiedenis van het verleden zal zich in onze dagen herhalen.

“There are men who have set their minds and will to accomplish evil; in the dark recesses of their hearts they have resolved what crimes they will commit. These men are self-deceived. They have rejected God’s great rule of right, and in its stead have erected a standard of their own, and comparing themselves with this standard they pronounce themselves holy. The Lord will permit them to reveal what is in their hearts, to act out the spirit of the master that controls them. He will let them show their hatred of his law in their treatment of those who are loyal to its requirements. They will be actuated by the same spirit of religious frenzy that goaded on the mob that crucified Christ; church and State will be united in the same corrupt harmony.

“Er zijn mannen die hun verstand en wil erop hebben gezet het kwaad te volbrengen; in de duistere schuilhoeken van hun hart hebben zij besloten welke misdaden zij zullen begaan. Deze mannen bedriegen zichzelf. Zij hebben Gods grote maatstaf van recht verworpen en hebben daarvoor in de plaats een maatstaf van hun eigen makelij opgericht, en door zichzelf aan deze maatstaf te toetsen, verklaren zij zichzelf heilig. De Heer zal hun toestaan te openbaren wat er in hun hart is, de geest van de meester die hen beheerst in daden om te zetten. Hij zal toelaten dat zij hun haat tegen zijn wet tonen in hun behandeling van hen die trouw zijn aan haar eisen. Zij zullen worden gedreven door dezelfde geest van godsdienstige razernij die de menigte voortjoeg die Christus kruisigde; kerk en staat zullen in dezelfde verdorven harmonie verenigd zijn.

The church of today has followed in the steps of the Jews of old, who set aside the commandments of God for their own traditions. She has changed the ordinance, broken the everlasting covenant, and now, as then, pride, unbelief, and infidelity are the result. Her true condition is set forth in these words from the song of Moses: ‘They have corrupted themselves, their spot is not the spot of his children; they are a perverse and crooked generation. Do ye thus requite the Lord, O foolish people and unwise? is not he thy father that hath bought thee? hath he not made thee, and established thee?’” Review and Herald, March 18, 1884.

“De kerk van heden is getreden in de voetsporen van de Joden van ouds, die de geboden van God terzijde stelden omwille van hun eigen overleveringen. Zij heeft de verordening veranderd, het eeuwige verbond verbroken, en nu zijn, evenals toen, hoogmoed, ongeloof en ontrouw het gevolg. Haar ware toestand wordt weergegeven in deze woorden uit het lied van Mozes: ‘Zij hebben zich verdorven, zij zijn Zijn kinderen niet, dat is hun schandvlek; het is een verkeerd en verdraaid geslacht. Vergeldt gij de HEERE aldus, gij dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft? Heeft Hij u niet gemaakt en bevestigd?’” Review and Herald, 18 maart 1884.

There is passage after passage in the Spirit of Prophecy identifying the latter-day persecution of God’s faithful, and the “church of today” which she is identifying is not Christianity in general, it is the church she repeatedly identifies as being typified by the Jewish church. Those clear passages in her writings are the motivation for the Seventh-day Adventist church to attempt to place restrictions upon the writings of Sister White, as her dream so aptly identifies. Their actions against her writings, which were the obvious goods of her house that are to be proscribed by the leaders of Battle Creek who changed into a holy order of Catholicism. Their attack upon her writings is also represented by the attack upon Jeremiah’s writings. Ellen White’s dream is a second witness to Jeremiah’s writings being burned.

Er is passage na passage in de Geest der Profetie waarin de vervolging in de laatste dagen van Gods getrouwen wordt aangeduid, en de “kerk van heden” die zij aanwijst, is niet het christendom in het algemeen, maar de kerk die zij herhaaldelijk aanduidt als voorafgebeeld door de Joodse kerk. Die duidelijke passages in haar geschriften vormen de drijfveer voor de Kerk der Zevende-dags Adventisten om te trachten beperkingen op te leggen aan de geschriften van Zuster White, zoals haar droom dit zo treffend aanduidt. Hun optreden tegen haar geschriften, die klaarblijkelijk de goederen van haar huis zijn die door de leiders van Battle Creek verboden moeten worden, nadat zij waren veranderd in een heilige orde van het katholicisme. Hun aanval op haar geschriften wordt eveneens voorgesteld door de aanval op de geschriften van Jeremia. Ellen Whites droom is een tweede getuige van het verbranden van Jeremia’s geschriften.

In the third generation of Laodicean Adventism compromise was the predominant theme. The third generation is represented by the church of Pergamos. Beginning with the publication of W. W. Prescott’s book titled The Doctrine of Christ in 1919, through to the publication of Questions on Doctrine in 1957, marks a period of transition represented by an alpha publication and ending with an omega publication. The first book represented W. W. Prescott’s rejection of the Lion of the tribe of Judah, for the apostate Protestant view of Christ. Prescott’s book, aptly titled The Doctrine of Christ, gutted the Millerite prophetic message, leaving the empty definition of Jesus that is worshipped by Catholicism and apostate Protestantism. The last book in that generation defines a sanctification and justification that destroys God’s law, His justice and mercy. Ancient Israel was given the responsibility to be the depositaries of God’s law, and Adventism was to be the depositaries of not only God’s law, but also His prophetic Word. In 1919 a book that rejected the defense of God’s prophetic Word, marking the beginning of the third generation of Laodicean Adventism that ended with a book that rejects God’s law.

In de derde generatie van het Laodiceaanse adventisme was compromis het overheersende thema. De derde generatie wordt voorgesteld door de gemeente van Pergamum. Vanaf de publicatie van W. W. Prescotts boek getiteld The Doctrine of Christ in 1919 tot aan de publicatie van Questions on Doctrine in 1957 strekt zich een overgangsperiode uit, weergegeven door een alfapublicatie en eindigend met een omegapublicatie. Het eerste boek vertegenwoordigde W. W. Prescotts verwerping van de Leeuw uit de stam van Juda ten gunste van de afvallige protestantse opvatting van Christus. Prescotts boek, treffend getiteld The Doctrine of Christ, ontdaan van de Milleritische profetische boodschap haar wezen, zodat de lege definitie van Jezus overbleef die door het katholicisme en het afvallige protestantisme wordt vereerd. Het laatste boek in die generatie omschrijft een heiliging en rechtvaardiging die Gods wet, Zijn gerechtigheid en barmhartigheid vernietigen. Het oude Israël kreeg de verantwoordelijkheid toevertrouwd om de bewaarders van Gods wet te zijn, en het adventisme moest niet alleen de bewaarder van Gods wet zijn, maar ook van Zijn profetische Woord. In 1919 verscheen een boek dat de verdediging van Gods profetische Woord verwierp, waarmee het begin werd gemarkeerd van de derde generatie van het Laodiceaanse adventisme, die eindigde met een boek dat Gods wet verwerpt.

“If you indulge stubbornness of heart, and through pride and self-righteousness do not confess your faults, you will be left subject to Satan’s temptations. If when the Lord reveals your errors you do not repent or make confession, his providence will bring you over the ground again and again. You will be left to make mistakes of a similar character, you will continue to lack wisdom, and will call sin righteousness, and righteousness sin. The multitude of deceptions that will prevail in these last days will encircle you, and you will change leaders, and not know that you have done so.” Review and Herald, December 16, 1890.

„Indien u halsstarrigheid van hart koestert, en door hoogmoed en eigengerechtigheid uw fouten niet belijdt, zult u overgelaten worden aan Satans verzoekingen. Indien u, wanneer de Heere u uw dwalingen openbaart, niet berouw hebt of belijdenis doet, zal Zijn voorzienigheid u steeds opnieuw over hetzelfde terrein voeren. U zult eraan worden overgelaten vergissingen van gelijke aard te maken; u zult wijsheid blijven ontberen en zonde gerechtigheid noemen, en gerechtigheid zonde. De menigte misleidingen die in deze laatste dagen de overhand zal hebben, zal u omsingelen, en u zult van leidsman veranderen, zonder te weten dat u dit hebt gedaan.” Review and Herald, 16 december 1890.

Pergamos, the third church led to Thyatira, the papal church, which is the fourth generation, when the 25 men bow to the symbol of Thyatira’s authority.

Pergamus, de derde gemeente, leidde tot Thyatire, de pauselijke kerk, die de vierde generatie is, wanneer de vijfentwintig mannen zich buigen voor het symbool van Thyatire’s gezag.

“The regulation adopted by the early colonists, of permitting only members of the church to vote or to hold office in the civil government, led to most pernicious results. This measure had been accepted as a means of preserving the purity of the state, but it resulted in the corruption of the church. A profession of religion being the condition of suffrage and officeholding, many, actuated solely by motives of worldly policy, united with the church without a change of heart. Thus the churches came to consist, to a considerable extent, of unconverted persons; and even in the ministry were those who not only held errors of doctrine, but who were ignorant of the renewing power of the Holy Spirit. Thus again was demonstrated the evil results, so often witnessed in the history of the church from the days of Constantine to the present, of attempting to build up the church by the aid of the state, of appealing to the secular power in support of the gospel of Him who declared: ‘My kingdom is not of this world.’ John 18:36. The union of the church with the state, be the degree never so slight, while it may appear to bring the world nearer to the church, does in reality but bring the church nearer to the world.” The Great Controversy, 297.

“De regeling die door de vroege kolonisten werd aangenomen, waarbij alleen leden van de kerk mochten stemmen of een ambt bekleden in het burgerlijk bestuur, leidde tot de verderfelijkste gevolgen. Deze maatregel was aanvaard als een middel om de zuiverheid van de staat te bewaren, maar zij had de verdorvenheid van de kerk tot gevolg. Aangezien een geloofsbelijdenis de voorwaarde was voor stemrecht en het bekleden van een ambt, verenigden velen zich, uitsluitend gedreven door motieven van wereldse politiek, met de kerk zonder een verandering van hart. Zo gingen de kerken in aanzienlijke mate bestaan uit onbekeerde personen; en zelfs in de bediening bevonden zich zij die niet alleen dwaalleer aanhingen, maar ook onkundig waren van de vernieuwende kracht van de Heilige Geest. Zo werden opnieuw de kwalijke gevolgen aangetoond, die in de geschiedenis van de kerk vanaf de dagen van Constantijn tot op heden zo dikwijls zijn waargenomen, van het pogen de kerk op te bouwen met behulp van de staat, van het inroepen van de wereldlijke macht ter ondersteuning van het evangelie van Hem die verklaarde: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.’ Johannes 18:36. De vereniging van kerk en staat, hoe gering de mate daarvan ook moge zijn, schijnt de wereld weliswaar dichter bij de kerk te brengen, maar brengt in werkelijkheid slechts de kerk dichter bij de wereld.” The Great Controversy, 297.

The “union of the church with the state, be the degree never so slight, while it may appear to bring the world nearer to the church, does in reality but bring the church nearer to the world.” On May 18, 1977, Bert B. Beach (a director in the church’s Northern Europe-West Africa Division and involved in interchurch relations) presented a gold-covered medallion to the antichrist, Pope Paul VI during a group audience in Rome. It was part of a meeting of the Conference of Secretaries of World Confessional Families. The event was reported in the Adventist Review (August 11, 1977) and noted by Religious News Service as the first time an official SDA representative met a Pontiff.

De „vereniging van de kerk met de staat, al ware de mate ervan nog zo gering, schijnt de wereld weliswaar dichter bij de kerk te brengen, maar brengt in werkelijkheid slechts de kerk dichter bij de wereld.” Op 18 mei 1977 overhandigde Bert B. Beach (een bestuurder in de Noord-Europa–West-Afrika Divisie van de kerk en betrokken bij interkerkelijke betrekkingen) tijdens een groepsaudiëntie in Rome een met goud bedekte medaille aan de antichrist, paus Paulus VI. Dit maakte deel uit van een bijeenkomst van de Conference of Secretaries of World Confessional Families. Over deze gebeurtenis werd bericht in de Adventist Review (11 augustus 1977) en zij werd door Religious News Service aangemerkt als de eerste keer dat een officiële vertegenwoordiger van de SDA een pontifex ontmoette.

“The Lord has pronounced a curse upon those who take from or add to the Scriptures. The great I AM has decided what shall constitute the rule of faith and doctrine, and he has designed that the Bible shall be a household book. The church that holds to the word of God is irreconcilably separated from Rome. Protestants were once thus apart from this great church of apostasy, but they have approached more nearly to her, and are still in the path of reconciliation to the Church of Rome. Rome never changes. Her principles have not altered in the least. She has not lessened the breach between herself and Protestants; they have done all the advancing. But what does this argue for the Protestantism of this day? It is the rejection of Bible truth which makes men approach to infidelity. It is a backsliding church that lessens the distance between itself and the Papacy.

„De Heere heeft een vloek uitgesproken over hen die van de Schriften afnemen of eraan toevoegen. De grote IK BEN heeft vastgesteld wat de regel van geloof en leer zal uitmaken, en Hij heeft beschikt dat de Bijbel een huisboek zal zijn. De kerk die vasthoudt aan het Woord van God is onverenigbaar gescheiden van Rome. Protestanten stonden eens aldus afgescheiden van deze grote kerk van afval, maar zij zijn haar meer genaderd en bevinden zich nog steeds op de weg van verzoening met de Kerk van Rome. Rome verandert nooit. Haar beginselen zijn in het minst niet veranderd. Zij heeft de breuk tussen haarzelf en de protestanten niet verkleind; zij hebben alle toenadering gezocht. Maar wat bewijst dit ten aanzien van het protestantisme van deze tijd? Het is de verwerping van de Bijbelse waarheid die mensen tot het ongeloof doet naderen. Het is een afvallige kerk die de afstand tussen zichzelf en het pausdom verkleint.

“It is souls like Luther, Cranmer, Ridley, Hooper, and the thousands of noble men who were martyrs for the truth’s sake, who are the true Protestants. They stood as faithful sentinels of truth, declaring that Protestantism is incapable of union with Romanism, but must be as far separated from the principles of the Papacy as is the east from the west. Such advocates of truth could no more harmonize with ‘the man of sin’ than could Christ and his apostles. In earlier ages the righteous felt that it was impossible to affiliate with Rome, and, though their antagonism to this system of error was maintained at risk of property and life, yet they had courage to maintain their separation, and manfully struggled for the truth. Bible truth was dearer to them than wealth, honor, or even life itself. They could not endure to see the truth buried under a mass of superstition and lying sophistry. They took the word of God in their hands, and raised the standard of truth before the people, boldly declaring that which God had revealed unto them through diligent searching of the Bible. They died the cruelest of deaths for their fidelity to God, but by their blood they purchased for us liberties and privileges that many who claim to be Protestants are easily yielding up to the power of evil. But shall we yield up these dearly bought privileges? Shall we offer insult to the God of heaven, and, after he has freed us from the Romish yoke, again place ourselves in bondage to this antichristian power? Shall we prove our degeneracy by signing away our religious liberty, our right to worship God according to the dictates of our own conscience?

„Het zijn zielen als Luther, Cranmer, Ridley, Hooper en de duizenden edele mannen die martelaren waren om der waarheid wil, die de ware protestanten zijn. Zij stonden als trouwe wachters van de waarheid en verklaarden dat het protestantisme onbekwaam is tot vereniging met het rooms-katholicisme, maar even ver gescheiden moet zijn van de beginselen van het pausdom als het oosten van het westen. Zulke voorstanders van de waarheid konden evenmin in overeenstemming zijn met ‘de mens der zonde’ als Christus en Zijn apostelen. In vroegere tijden voelden de rechtvaardigen dat het onmogelijk was zich met Rome te verbinden, en hoewel hun verzet tegen dit stelsel van dwaling werd volgehouden met gevaar voor bezit en leven, hadden zij toch de moed hun afzondering te handhaven en manmoedig voor de waarheid te strijden. De Bijbelse waarheid was hun dierbaarder dan rijkdom, eer, of zelfs het leven zelf. Zij konden het niet verdragen de waarheid begraven te zien onder een massa van bijgeloof en leugenachtige sofisterij. Zij namen het Woord van God in hun handen en verhieven de banier van de waarheid voor het volk, terwijl zij moedig verkondigden wat God hun had geopenbaard door ijverig onderzoek van de Bijbel. Zij stierven de wreedste dood om hun trouw aan God, maar door hun bloed kochten zij voor ons vrijheden en voorrechten die velen die beweren protestanten te zijn, lichtvaardig prijsgeven aan de macht van het kwaad. Maar zullen wij deze duur gekochte voorrechten prijsgeven? Zullen wij de God des hemels beledigen en, nadat Hij ons van het roomse juk heeft bevrijd, onszelf opnieuw in slavernij brengen onder deze antichristelijke macht? Zullen wij ons verval bewijzen door onze godsdienstvrijheid, ons recht God te aanbidden overeenkomstig de inspraak van ons eigen geweten, prijs te geven?״

The voice of Luther, that echoed in mountains and valleys, that shook Europe as with an earthquake, summoned forth an army of noble apostles of Jesus, and the truth they advocated could not be silenced by fagots, by tortures, by dungeons, by death; and still the voices of the noble army of martyrs are telling us that the Roman power is the predicted apostasy of the last days, the mystery of iniquity which Paul saw beginning to work even in his day. Roman Catholicism is rapidly gaining ground. Popery is on the increase, and those who have turned their ears away from hearing the truth are listening to her delusive fables. Papal chapels, papal colleges, nunneries, and monasteries are on the increase, and the Protestant world seems to be asleep. Protestants are losing the mark of distinction that distinguished them from the world, and they are lessening the distance between themselves and the Roman power. They have turned away their ears from hearing the truth; they have been unwilling to accept light which God shed upon their pathway, and are therefore going into darkness. They speak with contempt of the idea that there will be a revival of the past cruel persecution on the part of Romanists and those who affiliate with them. They do not recognize the fact that the word of God fully predicts such a revival, and will not concede that the people of God in the last days shall suffer persecution, although the Bible says, ‘The dragon was wroth with the woman, and went to make war with the remnant of her seed, which keep the commandments of God, and have the testimony of Jesus Christ.’

„De stem van Luther, die weergalmde in bergen en dalen, die Europa deed beven als door een aardbeving, riep een leger van edele apostelen van Jezus tevoorschijn, en de waarheid waarvoor zij opkwamen, kon niet tot zwijgen worden gebracht door brandstapels, door folteringen, door kerkers, door de dood; en nog steeds zeggen de stemmen van het edele leger der martelaren ons dat de Roomse macht de voorzegde afval van de laatste dagen is, het geheimenis der ongerechtigheid dat Paulus reeds in zijn dagen zag beginnen te werken. Het rooms-katholicisme wint snel terrein. Het pausdom is in opkomst, en zij die hun oor hebben afgewend van het horen van de waarheid, luisteren naar haar misleidende fabelen. Pauselijke kapellen, pauselijke colleges, nonnenkloosters en kloosters nemen toe, en de protestantse wereld schijnt te slapen. Protestanten verliezen het kenmerk van onderscheid dat hen van de wereld onderscheidde, en zij verkleinen de afstand tussen zichzelf en de Roomse macht. Zij hebben hun oor afgewend van het horen van de waarheid; zij zijn onwillig geweest het licht te aanvaarden dat God op hun pad liet schijnen, en gaan daarom de duisternis in. Zij spreken met verachting over het denkbeeld dat er een herleving zal zijn van de vroegere wrede vervolging van de zijde van roomsgezinden en van hen die zich met hen verbinden. Zij erkennen niet het feit dat het Woord van God zulk een herleving ten volle voorzegt, en willen niet toegeven dat het volk van God in de laatste dagen vervolging zal lijden, hoewel de Bijbel zegt: ‘De draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus Christus hebben.’”

Popery is the religion of human nature, and the mass of humanity love a doctrine that permits them to commit sin, and yet frees them from its consequences. People must have some form of religion, and this religion, formed by human device, and yet claiming divine authority, suits the carnal mind. Men who think themselves wise and intelligent turn away in pride from the standard of righteousness, the ten commandments, and do not think it is in harmony with their dignity to inquire into the ways of God. Therefore they go into false ways, into forbidden paths, become self-sufficient, self inflated, after the pattern of the pope, not after the pattern of Jesus Christ. They must have the form of religion that has the least requirement of spirituality and self-denial, and as unsanctified human wisdom will not lead them to loathe popery, they are naturally drawn toward its provisions and doctrines. They do not want to walk in the ways of the Lord. They are altogether too much enlightened to seek God prayerfully and humbly, with an intelligent knowledge of his word. Not caring to know the ways of the Lord, their minds are all open to delusions, all ready to accept and believe a lie. They are willing to have the most unreasonable, most inconsistent falsehoods palmed off upon them as truth.

“Het pausdom is de godsdienst van de menselijke natuur, en de grote massa der mensheid heeft een leer lief die hun toestaat zonde te bedrijven en hen toch van de gevolgen daarvan bevrijdt. Mensen moeten een of andere vorm van godsdienst hebben, en deze godsdienst, door menselijke vinding gevormd en toch goddelijk gezag opeisend, past de vleselijke gezindheid. Mensen die zichzelf wijs en verstandig achten, wenden zich in hoogmoed af van de maatstaf der gerechtigheid, de tien geboden, en menen niet dat het met hun waardigheid in overeenstemming is onderzoek te doen naar de wegen van God. Daarom begeven zij zich op valse wegen, op verboden paden, worden zelfgenoegzaam, opgeblazen, naar het voorbeeld van de paus, niet naar het voorbeeld van Jezus Christus. Zij moeten een vorm van godsdienst hebben die de minste eis stelt aan geestelijkheid en zelfverloochening, en aangezien onheilige menselijke wijsheid hen er niet toe zal brengen een afkeer van het pausdom te hebben, worden zij van nature aangetrokken tot zijn voorzieningen en leerstellingen. Zij willen niet wandelen in de wegen des Heeren. Zij zijn al te zeer verlicht om God biddend en ootmoedig te zoeken, met een verstandig inzicht in zijn woord. Daar zij er niet om geven de wegen des Heeren te kennen, staan hun gedachten geheel open voor misleidingen, geheel gereed om de leugen aan te nemen en te geloven. Zij zijn bereid zich de meest onredelijke, meest tegenstrijdige onwaarheden als waarheid te laten opdringen.”

“Satan’s masterpiece of deception is popery; and while it has been demonstrated that a day of great intellectual darkness was favorable to Romanism, it will also be demonstrated that a day of great intellectual light is also favorable to its power; for the minds of men are concentrated on their own superiority, and do not like to retain God in their knowledge. Rome claims infallibility, and Protestants are following in the same line. They do not desire to search for truth and go on from light to a greater light. They wall themselves in with prejudice, and seem willing to be deceived and to deceive others.

„Het meesterwerk van Satans misleiding is het pausdom; en terwijl is aangetoond dat een tijd van grote verstandelijke duisternis het rooms-katholicisme gunstig gezind was, zal ook worden aangetoond dat een tijd van groot verstandelijk licht eveneens zijn macht begunstigt; want de gedachten van de mensen zijn geconcentreerd op hun eigen superioriteit en zij wensen God niet in hun kennis te behouden. Rome maakt aanspraak op onfeilbaarheid, en protestanten volgen dezelfde lijn. Zij verlangen er niet naar de waarheid te onderzoeken en van licht voort te gaan tot een groter licht. Zij metselen zich in met vooroordeel en schijnen bereid te zijn misleid te worden en anderen te misleiden.

“But though the attitude of the churches is discouraging, yet there is no need of being disheartened; for God has a people who will preserve their fidelity to his truth, who will make the Bible, and the Bible alone, their rule of faith and doctrine, who will elevate the standard, and hold aloft the banner on which is inscribed, “The commandments of God and the faith of Jesus.” They will value a pure gospel, and make the Bible the foundation of their faith and doctrine.

„Maar hoewel de houding van de kerken ontmoedigend is, is er toch geen reden om de moed te verliezen; want God heeft een volk dat zijn trouw aan zijn waarheid zal bewaren, dat de Bijbel, en de Bijbel alleen, tot zijn regel van geloof en leer zal maken, dat de standaard zal verheffen en de banier hoog zal houden waarop geschreven staat: „De geboden van God en het geloof van Jezus.” Zij zullen een zuiver evangelie hoogachten en de Bijbel tot de grondslag van hun geloof en leer maken.

“For such a time as this, when men are casting aside the law of the Lord of hosts, the prayer of David is applicable,—‘It is time for thee, Lord, to work; for they have made void thy law.’ We are coming to a time when almost universal scorn will be heaped upon the law of God, and God’s commandment-keeping people will be severely tried; but will they lose their respect for the law of Jehovah because others do not see and realize its binding claims? Let God’s commandment-keeping people, like David, reverence God’s law in proportion as men cast it aside and heap upon it disrespect and contempt.” Signs of the Times, February 19, 1894.

„Voor een tijd als deze, waarin mensen de wet van de Heere der heirscharen terzijde werpen, is het gebed van David van toepassing: ‘Het is tijd voor U, HEERE, om te handelen, want zij hebben Uw wet krachteloos gemaakt.’ Wij naderen een tijd waarin bijna algemene verachting over de wet van God zal worden uitgestort, en Gods geboden onderhoudende volk zwaar op de proef zal worden gesteld; maar zullen zij hun eerbied voor de wet van Jehovah verliezen omdat anderen haar bindende aanspraken niet zien en niet beseffen? Laat Gods geboden onderhoudende volk, evenals David, Gods wet eerbiedigen in dezelfde mate als mensen haar terzijde werpen en met oneerbiedigheid en verachting overladen.” Signs of the Times, 19 februari 1894.

Two years before the antichrist was given a golden medal by a leader of the Laodicean Seventh-day Adventist church, in 1975, a lawsuit was brought against the Seventh-day Adventist church; EEOC v. Pacific Press Publishing Association (Case No. C-74-2025 CBR in the U.S. District Court for the Northern District of California), where the Equal Employment Opportunity Commission sued the church’s publishing house on behalf of two female employees—Merikay Silver (a former editor who had left by the time of the suit) and Lorna Tobler—alleging gender-based discrimination in pay and benefits. The church defended its practices partly by invoking religious exemptions and discussing its governance structure.

Twee jaar voordat de antichrist door een leider van de Laodicese Kerk der Zevende-dags Adventisten met een gouden medaille werd onderscheiden, werd in 1975 een rechtszaak tegen de Kerk der Zevende-dags Adventisten aangespannen: EEOC v. Pacific Press Publishing Association (zaak nr. C-74-2025 CBR bij de U.S. District Court for the Northern District of California), waarin de Equal Employment Opportunity Commission het uitgevershuis van de kerk namens twee vrouwelijke werknemers—Merikay Silver (een voormalige redacteur die ten tijde van de rechtszaak reeds was vertrokken) en Lorna Tobler—aanklaagde wegens op geslacht gebaseerde discriminatie in salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden. De kerk verdedigde haar praktijken ten dele door zich te beroepen op religieuze vrijstellingen en door haar bestuursstructuur toe te lichten.

In a sworn statement dated February 6, 1976 (part of a defense brief submitted to the court), Neal C. Wilson (then president of the church’s North American Division, and later General Conference president from 1979–1990) addressed the church’s historical views on Roman Catholicism. The statement was made in the context of arguing against characterizations of the church as having a “hierarchy” similar to the papal system. The full relevant quote is: “Although it is true that there was a period in the life of the Seventh-day Adventist Church when the denomination took a distinctly anti-Roman Catholic viewpoint, and the term ‘hierarchy’ was used in a pejorative sense to refer to the papal form of church governance, that attitude on the Church’s part was nothing more than a manifestation of widespread anti-popery among conservative protestant denominations in the early part of this century and the latter part of the last, and which has now been consigned to the historical trash heap so far as the Seventh-day Adventist Church is concerned.”

In een beëdigde verklaring gedateerd 6 februari 1976 (onderdeel van een verweerschrift dat bij de rechtbank werd ingediend) ging Neal C. Wilson (destijds president van de Noord-Amerikaanse Divisie van de kerk, en later president van de Generale Conferentie van 1979–1990) in op de historische opvattingen van de kerk over het rooms-katholicisme. De verklaring werd afgelegd in de context van een betoog tegen typeringen van de kerk als hebbende een „hiërarchie” die vergelijkbaar zou zijn met het pauselijke systeem. Het volledige relevante citaat luidt: „Hoewel het waar is dat er in het leven van de Zevende-dags Adventisten een periode is geweest waarin het kerkgenootschap een uitgesproken anti-rooms-katholiek standpunt innam, en de term ‘hiërarchie’ in pejoratieve zin werd gebruikt om te verwijzen naar de pauselijke vorm van kerkbestuur, was die houding van de zijde van de Kerk niets anders dan een uiting van het wijdverbreide antipapisme onder conservatieve protestantse denominaties in het begin van deze eeuw en in het laatste deel van de vorige, en is zij nu, voor zover het de Kerk der Zevende-dags Adventisten betreft, verwezen naar de historische afvalhoop.”

This reflects a shift away from the church’s traditional prophetic interpretation, which identified the papacy as the ‘beast’ or antichrist in Revelation. Critics within and outside the church have interpreted it as downplaying or abandoning that anti-Catholic stance to align with modern ecumenism or legal defenses. Wilson, in 1985 identified the Presidents of the various Divisions of the church as “cardinals,” when he stated, “… there is no ‘cardinal’ from all the countries of the Far East, while there will probably be two ‘cardinals’ from Africa.”

Dit weerspiegelt een verschuiving weg van de traditionele profetische interpretatie van de kerk, die het pausdom in Openbaring identificeerde als het ‘beest’ of de antichrist. Critici binnen en buiten de kerk hebben dit uitgelegd als een afzwakking of opgave van die anti-katholieke houding om zich te voegen naar het moderne oecumenisme of juridische verdedigingslinies. Wilson duidde in 1985 de voorzitters van de verschillende divisies van de kerk aan als “kardinalen”, toen hij verklaarde: “… er is geen ‘kardinaal’ uit alle landen van het Verre Oosten, terwijl er waarschijnlijk twee ‘kardinalen’ uit Afrika zullen zijn.”

Sister White stated that it is a backslidden church that lessens the distance between itself and the pope! The compromise of the third generation is represented as weeping for Tammuz in Ezekiel eight, and by the compromise of Pergamos. The first generation from 1863 unto 1888 represented the church of Ephesus, a church that lost its first love, and the Millerite movements first love was the prophetic message, and the first chapter of that prophetic message was the “seven times” that were set aside in 1863.

Zuster White verklaarde dat het een afvallige kerk is die de afstand tussen zichzelf en de paus verkleint! Het compromis van de derde generatie wordt voorgesteld als het wenen over Tammuz in Ezechiël acht, en door het compromis van Pergamus. De eerste generatie van 1863 tot 1888 vertegenwoordigde de gemeente van Efeze, een gemeente die haar eerste liefde verloor, en de eerste liefde van de Milleritische bewegingen was de profetische boodschap, en het eerste hoofdstuk van die profetische boodschap waren de „zeven tijden” die in 1863 terzijde werden gesteld.

From 1888 unto 1919, the second generation represented by Smyrna and Ezekiel’s secret chambers, witnessed the death of the Spirit of Prophecy, as Sister White was laid to rest in 1915. More details of the four generations are necessary to complete the testimony, but the progressive rebellion must be understood to fully appreciate how an apostate people could “proscribe” the writings of Ellen White, or how they could promote the first day of the week as acceptable. Judas works with the “drunkards of Ephraim” that “rule this people” in Jerusalem, and those that rule Jerusalem and bow to the sun, are represented by the Sanhedrin.

Van 1888 tot 1919 was de tweede generatie, voorgesteld door Smyrna en Ezechiëls verborgen kamers, getuige van de dood van de Geest der Profetie, toen zuster White in 1915 ter ruste werd gelegd. Meer bijzonderheden over de vier generaties zijn noodzakelijk om het getuigenis te voltooien, maar de voortschrijdende opstand moet worden begrepen om ten volle te beseffen hoe een afvallig volk de geschriften van Ellen White kon „verbieden”, of hoe zij de eerste dag van de week als aanvaardbaar konden bevorderen. Judas werkt samen met de „dronkaards van Efraïm” die „over dit volk heersen” in Jeruzalem, en zij die Jeruzalem regeren en zich voor de zon neerbuigen, worden voorgesteld door het Sanhedrin.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“Among the professed children of God, how little patience has been manifested, how many bitter words have been spoken, how much denunciation has been uttered against those not of our faith. Many have looked upon those belonging to other churches as great sinners, when the Lord does not thus regard them. Those who look thus upon the members of other churches, have need to humble themselves under the mighty hand of God. Those whom they condemn may have had but little light, few opportunities and privileges. If they had had the light that many of the members of our churches have had, they might have advanced at a far greater rate, and have better represented their faith to the world. Of those who boast of their light, and yet fail to walk in it, Christ says, ‘But I say unto you, It shall be more tolerable for Tyre and Sidon at the day of judgment, than for you. And thou, Capernaum [Seventh-day Adventists, who have had great light], which art exalted unto heaven [in point of privilege], shalt be brought down to hell: for if the mighty works, which have been done in thee, had been done in Sodom, it would have remained until this day. But I say unto you, That it shall be more tolerable for the land of Sodom in the day of judgment, than for thee.’ At that time Jesus answered and said, ‘I thank thee, O Father, Lord of heaven and earth, because thou hast hid these things from the wise and prudent [in their own estimation], and hast revealed them unto babes.’

„Onder de belijdende kinderen van God is zo weinig geduld betoond, zijn zo veel bittere woorden gesproken, is zo veel veroordeling geuit tegen hen die niet van ons geloof zijn. Velen hebben hen die tot andere kerken behoren, beschouwd als grote zondaars, terwijl de Heere hen niet aldus beschouwt. Degenen die aldus neerzien op de leden van andere kerken, hebben het nodig zich te vernederen onder de machtige hand van God. Degenen die zij veroordelen, hebben mogelijk slechts weinig licht, weinig gelegenheden en voorrechten gehad. Indien zij het licht hadden gehad dat velen van de leden van onze gemeenten hebben gehad, zouden zij wellicht veel verder gevorderd zijn en hun geloof beter aan de wereld hebben vertegenwoordigd. Van hen die roemen in hun licht en er toch niet in wandelen, zegt Christus: ‘Maar Ik zeg u, het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn op de dag des oordeels dan voor u. En gij, Kapernaüm [Zevendedagsadventisten, die groot licht hebben gehad], die tot de hemel toe verheven zijt [wat voorrechten betreft], gij zult tot de hel toe neergestoten worden; want indien in Sodom de krachten waren geschied die in u geschied zijn, het zou gebleven zijn tot op deze dag. Maar Ik zeg u, dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn op de dag des oordeels dan voor u.’ Te dien tijde antwoordde Jezus en zei: ‘Ik dank U, Vader, Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen [naar hun eigen oordeel] verborgen hebt, en ze aan kinderkens hebt geopenbaard.’”

“‘And now, because ye have done all these works, saith the Lord, and I spake unto you, rising up early and speaking, but ye heard not; and I called you, but ye answered not; therefore will I do unto this house, which is called by my name, wherein ye trust, and unto the place which I gave to you and to your fathers, as I have done to Shiloh. And I will cast you out of my sight, as I have cast out all your brethren, even the whole seed of Ephraim.’

„En nu, omdat gij al deze werken gedaan hebt, spreekt de HEERE, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij niet gehoord hebt; en Ik u geroepen heb, maar gij niet geantwoord hebt; daarom zal Ik met dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, waarop gij vertrouwt, en met de plaats die Ik aan u en aan uw vaderen gegeven heb, doen zoals Ik aan Silo gedaan heb. En Ik zal u van voor Mijn aangezicht wegwerpen, zoals Ik al uw broeders, ja, het gehele zaad van Efraïm, weggeworpen heb.”

“The Lord has established among us institutions of great importance, and they are to be managed, not as worldly institutions are managed, but after God’s order. They are to be managed with an eye single to his glory, that by all means perishing souls may be saved. To the people of God the testimonies of the Spirit have come, and yet many have not taken heed to reproofs, warnings, and counsels.

„De Heer heeft onder ons instellingen van groot belang opgericht, en zij moeten worden bestuurd, niet zoals wereldse instellingen worden bestuurd, maar naar Gods orde. Zij moeten worden beheerd met het oog enkel gericht op zijn heerlijkheid, opdat op alle mogelijke wijzen verloren zielen gered mogen worden. Tot het volk van God zijn de getuigenissen van de Geest gekomen, en toch hebben velen geen acht geslagen op bestraffingen, waarschuwingen en raadgevingen.

“‘Here now this, O foolish people, and without understanding; which have eyes, and see not; which have ears, and hear not: fear ye not me saith the Lord: will ye not tremble at my presence, which have placed the sand for the bound of the sea by a perpetual degree, that it cannot pass it: and though the waves thereof toss themselves, yet can they not prevail; though they roar, yet can they not pass over it? but this people hath a revolting and a rebellious heart; they are revolted and gone. Neither say they in their heart, Let us now fear the Lord our God, that giveth rain, both the former and the latter, in his season: he reserveth unto us the appointed weeks of the harvest. Your iniquities have turned away these things, and your sins have withholden good things from you. . . . They judge not the cause, the cause of the fatherless, yet they prosper; and the right of the needy do they not judge. Shall I not visit for these things? saith the Lord; shall not my soul be revenged on such a nation as this?

“‘Hoor nu dit, o dwaas volk en zonder verstand, dat ogen heeft en niet ziet, dat oren heeft en niet hoort: vreest gij Mij niet, spreekt de HEERE; zult gij niet beven voor Mijn aangezicht, Ik, Die het zand gesteld heb tot grens van de zee, tot een eeuwige verordening, zodat zij die niet kan overschrijden? En al werpen haar golven zich op, zij vermogen niets; al bruisen zij, toch kunnen zij er niet overheen gaan. Maar dit volk heeft een afvallig en weerspannig hart; zij zijn afgevallen en heengegaan. Ook zeggen zij niet in hun hart: Laat ons nu de HEERE, onze God, vrezen, Die regen geeft, zowel de vroege als de late regen, op zijn tijd; Hij bewaart voor ons de vastgestelde weken van de oogst. Uw ongerechtigheden hebben deze dingen afgewend, en uw zonden hebben het goede van u teruggehouden.... Zij berechten de rechtszaak niet, de rechtszaak van de wees, en toch hebben zij voorspoed; en het recht van de behoeftigen handhaven zij niet. Zou Ik om deze dingen geen bezoeking doen komen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan een volk als dit?’”

“Shall the Lord be compelled to say, ‘Pray not thou for this people, neither lift up cry nor prayer for them, neither make intercession to me: for I will not hear thee’? ‘Therefore the showers have been withholden, and there hath been no latter rain. . . . Wilt thou not from this time cry unto me, My father, thou art the guide of my youth?’” Review and Herald, August 1, 1893.

“Zal de Heere genoodzaakt zijn te zeggen: ‘Bid niet voor dit volk, hef voor hen geen geroep noch gebed op, en doe voor hen geen voorbede tot Mij; want Ik zal u niet horen’? ‘Daarom zijn de regenbuien ingehouden, en er is geen spade regen geweest.... Zult gij niet van nu af tot Mij roepen: Mijn Vader, Gij zijt de Leidsman van mijn jeugd?’” Review and Herald, 1 augustus 1893.