Peter was symbolically at Caesarea Philippi at the third hour, on his way to Caesarea Maritima and the ninth hour. According to Matthew and Mark, six days later, Peter, James and John were at the Mount of Transfiguration. Luke says eight days, between Panium and the Mount. From the gates of hell, at Caesarea Philippi to the death of the cross, with a stop along the way at the Mount of Transfiguration. Three steps from Panium to the Sunday law. Caesarea at the beginning, the Mount in the middle, and Caesarea at the end. Hell at the beginning, death at the end, with God’s glory in the middle. An alpha rebellion represented by the gates of hell and an omega rebellion represented by the death of the Son of God.

Petrus bevond zich symbolisch te Caesarea Filippi op het derde uur, op weg naar Caesarea Maritima en het negende uur. Volgens Mattheüs en Markus waren Petrus, Jakobus en Johannes zes dagen later op de Berg der Verheerlijking. Lukas zegt acht dagen, tussen Panium en de Berg. Van de poorten der hel, te Caesarea Filippi, tot de dood van het kruis, met onderweg een halte op de Berg der Verheerlijking. Drie stappen van Panium naar de zondagswet. Caesarea aan het begin, de Berg in het midden en Caesarea aan het einde. Hel aan het begin, dood aan het einde, met Gods heerlijkheid in het midden. Een alfa-opstand, voorgesteld door de poorten der hel, en een omega-opstand, voorgesteld door de dood van de Zoon van God.

Caesarea Philippi is the foundation, for it was there that Christ identified the Rock on which He would build His church. The Mount of Transfiguration is the second step, where the temple is finished and the capstone is placed. The third step of judgment at the cross followed after.

Caesarea Filippi is het fundament, want daar wees Christus de Rots aan waarop Hij Zijn gemeente zou bouwen. De Berg der Verheerlijking is de tweede stap, waar de tempel wordt voltooid en de sluitsteen wordt geplaatst. Daarna volgde de derde stap van het oordeel aan het kruis.

And he said unto them, Verily I say unto you, That there be some of them that stand here, which shall not taste of death, till they have seen the kingdom of God come with power. And after six days Jesus taketh with him Peter, and James, and John, and leadeth them up into an high mountain apart by themselves: and he was transfigured before them. And his raiment became shining, exceeding white as snow; so as no fuller on earth can white them. And there appeared unto them Elias with Moses: and they were talking with Jesus.

En Hij zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken, voordat zij het Koninkrijk Gods met kracht hebben zien komen. En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee en leidde hen afzonderlijk op een hoge berg; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd. En Zijn klederen werden blinkend, zeer wit als sneeuw, zó wit als geen voller op aarde ze wit kan maken. En aan hen verschenen Elia met Mozes; en zij spraken met Jezus.

And Peter answered and said to Jesus, Master, it is good for us to be here: and let us make three tabernacles; one for thee, and one for Moses, and one for Elias.

En Petrus antwoordde en zei tot Jezus: Meester, het is goed dat wij hier zijn; en laten wij drie tabernakelen maken: één voor U, en één voor Mozes, en één voor Elia.

For he wist not what to say; for they were sore afraid. And there was a cloud that overshadowed them: and a voice came out of the cloud, saying, This is my beloved Son: hear him. And suddenly, when they had looked round about, they saw no man any more, save Jesus only with themselves. And as they came down from the mountain, he charged them that they should tell no man what things they had seen, till the Son of man were risen from the dead. And they kept that saying with themselves, questioning one with another what the rising from the dead should mean. Mark 9:1–10.

Want hij wist niet wat hij zeggen moest; want zij waren zeer bevreesd. En er kwam een wolk die hen overschaduwde; en uit de wolk kwam een stem, zeggende: Deze is mijn geliefde Zoon: hoort Hem. En terstond, toen zij rondom zich gezien hadden, zagen zij niemand meer, behalve Jezus alleen bij zich. En terwijl zij van de berg afdaalden, gebood Hij hun dat zij niemand zouden vertellen wat zij gezien hadden, totdat de Zoon des mensen uit de doden zou zijn opgestaan. En zij hielden dat woord bij zich, terwijl zij onder elkander de vraag stelden wat het opstaan uit de doden betekenen zou. Markus 9:1–10.

At the mount, Peter proposes to erect a tabernacle for Moses, Christ and Elijah.

Op de berg stelt Petrus voor een tabernakel op te richten voor Mozes, Christus en Elia.

“Moses passed through death, but Michael came down and gave him life before his body had seen corruption. Satan tried to hold the body, claiming it as his; but Michael resurrected Moses and took him to heaven. Satan railed bitterly against God, denouncing Him as unjust in permitting his prey to be taken from him; but Christ did not rebuke His adversary, though it was through his temptation that the servant of God had fallen. He meekly referred him to His Father, saying, ‘The Lord rebuke thee.’

„Mozes ging door de dood heen, maar Michaël daalde neer en gaf hem het leven terug voordat zijn lichaam bederf had gezien. Satan trachtte het lichaam vast te houden en maakte er aanspraak op als het zijne; maar Michaël wekte Mozes op en nam hem mee naar de hemel. Satan voer bitter uit tegen God en klaagde Hem aan als onrechtvaardig, omdat Hij toeliet dat zijn prooi hem werd ontnomen; maar Christus bestrafte Zijn tegenstander niet, hoewel het door diens verzoeking was dat de knecht van God was gevallen. Zachtmoedig verwees Hij hem naar Zijn Vader, zeggende: ‘De Heere bestraffe u.’”

“Jesus had told His disciples that there were some standing with Him who should not taste of death till they should see the kingdom of God come with power. At the transfiguration this promise was fulfilled. The countenance of Jesus was there changed and shone like the sun. His raiment was white and glistening. Moses was present to represent those who will be raised from the dead at the second appearing of Jesus. And Elijah, who was translated without seeing death, represented those who will be changed to immortality at Christ’s second coming and will be translated to heaven without seeing death. The disciples beheld with astonishment and fear the excellent majesty of Jesus and the cloud that overshadowed them, and heard the voice of God in terrible majesty, saying, ‘This is My beloved Son; hear Him.’” Early Writings, 164.

„Jezus had Zijn discipelen gezegd dat er sommigen waren die bij Hem stonden en de dood niet zouden smaken voordat zij het koninkrijk Gods met kracht zouden zien komen. Bij de verheerlijking op de berg werd deze belofte vervuld. Het gelaat van Jezus werd daar veranderd en straalde als de zon. Zijn klederen waren wit en glinsterend. Mozes was aanwezig om hen te vertegenwoordigen die bij de tweede verschijning van Jezus uit de doden zullen worden opgewekt. En Elia, die werd weggenomen zonder de dood te zien, vertegenwoordigde hen die bij de wederkomst van Christus tot onsterfelijkheid zullen worden veranderd en zonder de dood te zien naar de hemel zullen worden opgenomen. De discipelen aanschouwden met verbazing en vrees de voortreffelijke majesteit van Jezus en de wolk die hen overschaduwde, en zij hoorden de stem van God in ontzagwekkende majesteit zeggen: ‘Deze is Mijn geliefde Zoon; hoort Hem.’” Vroege Geschriften, 164.

The Mount of Transfiguration identifies three tabernacles. The tabernacle of Moses at the beginning of ancient Israel, the tabernacle of Christ as represented by His incarnation and the tabernacle that is the one hundred and forty-four thousand as represented by Elijah. The one hundred and forty-four thousand are those who do not taste of death, until they see the Second Coming of Christ. The Mount is identifying the point where the seal is impressed upon the one hundred and forty-four thousand.

De Berg der Verheerlijking duidt drie tabernakelen aan. Het tabernakel van Mozes aan het begin van het oude Israël, het tabernakel van Christus zoals vertegenwoordigd door Zijn menswording, en het tabernakel dat de honderd vierenveertigduizend zijn, zoals vertegenwoordigd door Elia. De honderd vierenveertigduizend zijn degenen die de dood niet smaken, totdat zij de Tweede Komst van Christus zien. De Berg duidt het punt aan waarop het zegel op de honderd vierenveertigduizend wordt gedrukt.

The tabernacle of the one hundred and forty-four thousand is raised up in the antitypical feast of Tabernacles. The Mount identifies those who do not taste death, and sets forth three witnesses that when they see the glory of God in the mount, it is the antitypical feast of Tabernacles.

De tabernakel van de honderdvierenveertigduizend wordt opgericht in het antitypische Loofhuttenfeest. De Berg identificeert hen die de dood niet smaken en stelt drie getuigen voor, dat wanneer zij de heerlijkheid van God op de berg zien, dit het antitypische Loofhuttenfeest is.

They are raised up as the tabernacle of Elijah, that began to be reared up in 2023, when both Moses and Elijah were resurrected. First the foundation was laid, that is the only foundation that can be laid, and that foundation is Christ, the corner and foundation stone. Then the capstone is placed, which represents the sealing of the one hundred and forty-four thousand as represented at the Mount of Transfiguration. At the Mount Peter, James and John represent those who actually do not taste of death. Peter later recorded that the kingdom of priests is those who have tasted that the Lord is good, and who were a spiritual house. They tasted life, so they do not taste death.

Zij worden opgericht als de tabernakel van Elia, die in 2023 begon te worden opgericht, toen zowel Mozes als Elia werden opgewekt. Eerst werd het fundament gelegd, dat is het enige fundament dat gelegd kan worden, en dat fundament is Christus, de hoek- en fundamentsteen. Vervolgens wordt de sluitsteen geplaatst, die de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend vertegenwoordigt, zoals voorgesteld op de Berg der Verheerlijking. Op de Berg vertegenwoordigen Petrus, Jakobus en Johannes hen die daadwerkelijk de dood niet smaken. Petrus heeft later opgetekend dat het koninkrijk van priesters bestaat uit hen die geproefd hebben dat de Heere goed is, en die een geestelijk huis waren. Zij hebben het leven geproefd, daarom smaken zij de dood niet.

If so be ye have tasted that the Lord is gracious. To whom coming, as unto a living stone, disallowed indeed of men, but chosen of God, and precious, Ye also, as lively stones, are built up a spiritual house, an holy priesthood, to offer up spiritual sacrifices, acceptable to God by Jesus Christ. Wherefore also it is contained in the scripture, Behold, I lay in Sion a chief corner stone, elect, precious: and he that believeth on him shall not be confounded. 1 Peter 2:3–6.

Indien gij althans geproefd hebt dat de Heere goedertieren is. Tot Wie komende, als tot een levende steen, wel door de mensen verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, wordt ook gijzelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus. Daarom is ook in de Schrift vervat: Zie, Ik leg in Sion een uiterste hoeksteen, uitverkoren en kostbaar; en wie in Hem gelooft, zal geenszins beschaamd worden. 1 Petrus 2:3–6.

The word translated as “confounded” means “to be ashamed.” The remnant is represented by Peter, and their joy is contrasted with those who rejected the latter rain message. A key of the one hundred and forty-four thousand, for Peter was given the “keys” to the kingdom, is the “chief corner stone” that was laid in Sion. That stone is marvelous in the eyes of the righteous, and a stone of stumbling to the drunkards of Ephraim.

Het woord dat als „beschaamd” is vertaald, betekent „zich schamen”. Het overblijfsel wordt vertegenwoordigd door Petrus, en hun vreugde staat in contrast met hen die de boodschap van de late regen verwierpen. Een sleutel van de honderd vierenveertigduizend, want aan Petrus werden de „sleutels” van het koninkrijk gegeven, is de „voornaamste hoeksteen” die in Sion werd gelegd. Die steen is wonderbaar in de ogen der rechtvaardigen en een steen des aanstoots voor de dronkaards van Efraïm.

The stone which the builders refused is become the head stone of the corner. This is the Lord’s doing; it is marvellous in our eyes. Psalms 118:22, 23.

De steen die de bouwlieden verworpen hebben, is tot een hoofd des hoeks geworden. Dit is van de HEERE geschied; het is wonderlijk in onze ogen. Psalmen 118:22, 23.

Jesus commented on these verses in the conclusion of the parable of the vineyard.

Jezus gaf commentaar op deze verzen in de afsluiting van de gelijkenis van de wijngaard.

Jesus saith unto them, Did ye never read in the scriptures, The stone which the builders rejected, the same is become the head of the corner: this is the Lord’s doing, and it is marvellous in our eyes? Therefore say I unto you, The kingdom of God shall be taken from you, and given to a nation bringing forth the fruits thereof. And whosoever shall fall on this stone shall be broken: but on whomsoever it shall fall, it will grind him to powder. And when the chief priests and Pharisees had heard his parables, they perceived that he spake of them. But when they sought to lay hands on him, they feared the multitude, because they took him for a prophet. Matthew 21:42–46.

Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen dien de bouwlieden verworpen hebben, die is geworden tot een hoofd des hoeks; dit is van den Heere geschied, en het is wonderlijk in onze ogen? Daarom zeg Ik u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en aan een volk gegeven, dat de vruchten daarvan voortbrengt. En wie op dezen steen valt, zal verpletterd worden; maar op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen. En toen de overpriesters en Farizeeën Zijn gelijkenissen hoorden, bemerkten zij dat Hij van hen sprak. Maar toen zij Hem wilden grijpen, vreesden zij de schare, omdat deze Hem voor een profeet hield. Mattheüs 21:42–46.

Whoever accepts the foundational message, shall be broken, for the Rock is Christ, and the work of the gospel is to humble the human into the dust.

Wie de fundamentele boodschap aanneemt, zal verbroken worden, want de Rots is Christus, en het werk van het evangelie is de mens tot in het stof te vernederen.

“What is justification by faith? It is the work of God in laying the glory of man in the dust, and doing for man that which it is not in his power to do for himself. When men see their own nothingness, they are prepared to be clothed with the righteousness of Christ. When they begin to praise and exalt God all the day long, then by beholding they are becoming changed into the same image. What is regeneration? It is revealing to man what is his own real nature, that in himself he is worthless.” Manuscript Releases, volume 20, 117.

„Wat is rechtvaardiging door het geloof? Het is het werk van God om de heerlijkheid van de mens in het stof neer te leggen en voor de mens te doen wat het niet in zijn macht ligt voor zichzelf te doen. Wanneer mensen hun eigen nietigheid zien, zijn zij bereid bekleed te worden met de gerechtigheid van Christus. Wanneer zij beginnen God de hele dag te loven en te verheffen, dan worden zij door aanschouwing veranderd naar hetzelfde beeld. Wat is wedergeboorte? Het is aan de mens te openbaren wat zijn eigen werkelijke natuur is, dat hij in zichzelf waardeloos is.” Manuscript Releases, deel 20, 117.

Whoever rejects the foundation stone is destroyed, as was the case with ancient Israel in fulfillment of Jesus’ application of the parable of the vineyard. The Jews rejected Christ, they also rejected Moses, for if they had believed Moses, they would have also believed Christ. They rejected God’s law, teaching for doctrine the commandments of men. Christ, Moses and the Law are all symbols of foundations, and Christ is the only foundation that can be laid, but Christ as the foundation is represented with many symbols. Moses and the Law are both illustrations of this fact. Christ is the only foundation, but this only means that the other foundations in His prophetic Word are simply symbols of some aspect of His character.

Wie de hoeksteen verwerpt, wordt verpletterd, zoals het geval was met het oude Israël ter vervulling van Jezus’ toepassing van de gelijkenis van de wijngaard. De Joden verwierpen Christus; zij verwierpen ook Mozes, want indien zij Mozes geloofd hadden, zouden zij ook Christus geloofd hebben. Zij verwierpen Gods wet en leerden als leer de geboden van mensen. Christus, Mozes en de Wet zijn allen symbolen van fundamenten, en Christus is het enige fundament dat gelegd kan worden; maar Christus als het fundament wordt door vele symbolen voorgesteld. Mozes en de Wet zijn beide illustraties van dit feit. Christus is het enige fundament, maar dit betekent slechts dat de andere fundamenten in Zijn profetisch Woord eenvoudigweg symbolen zijn van een bepaald aspect van Zijn karakter.

For other foundation can no man lay than that is laid, which is Jesus Christ. 1 Corinthians 3:11.

Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, hetwelk Jezus Christus is. 1 Korintiërs 3:11.

Jesus is the Word, and as such the rules within His Word represent Himself. This is why Sister White records that the Ten Commandments are a transcript of Christ’s character. He is the First and the Last, and when represented in this fashion it identifies that Christ always illustrates the end of a thing, with the beginning of a thing. As the Word, He is also “Truth,” and truth is a prophetic framework. He is the Lion of the tribe of Judah when He seals and unseals His Word. He is also the corner stone that becomes the cap stone. The corner stone is simply an illustration of Him as the foundation, or the first letter of the Hebrew word “truth.” The cap stone is the crowning work on the temple, and when aligned with the framework of truth, the cap stone is twenty-two times more powerful than the corner stone. What is marvelous in the eyes of those who have tasted that the Lord is good, is how the principles of the framework of truth aligned with the corner and cap stone identifies one of the prophetic keys that were given to Peter.

Jezus is het Woord, en als zodanig vertegenwoordigen de regels binnen Zijn Woord Hemzelf. Daarom tekent Zuster White op dat de Tien Geboden een afschrift van Christus’ karakter zijn. Hij is de Eerste en de Laatste, en wanneer Hij op deze wijze wordt voorgesteld, duidt dit erop dat Christus altijd het einde van een zaak met het begin van een zaak illustreert. Als het Woord is Hij ook de „Waarheid”, en waarheid is een profetisch raamwerk. Hij is de Leeuw uit de stam van Juda wanneer Hij Zijn Woord verzegelt en ontzegelt. Hij is ook de hoeksteen die tot de sluitsteen wordt. De hoeksteen is eenvoudigweg een illustratie van Hem als het fundament, of als de eerste letter van het Hebreeuwse woord „waarheid”. De sluitsteen is het bekronende werk op de tempel, en wanneer deze in overeenstemming wordt gebracht met het raamwerk van de waarheid, is de sluitsteen tweeëntwintigmaal krachtiger dan de hoeksteen. Wat wonderbaar is in de ogen van hen die geproefd hebben dat de Heere goed is, is hoe de beginselen van het raamwerk van de waarheid, in overeenstemming gebracht met de hoek- en sluitsteen, een van de profetische sleutels identificeren die aan Petrus werden gegeven.

The alpha first letter is one, but the omega last letter is twenty-two. Miller’s jewels shine as the sun, but when the dirt brush man assembled the jewels, they were ten times brighter. The recognition that the end of a prophetic line is the same, but more powerful than the beginning of a prophetic lines is “marvelous.” It is an element of Christ’s character; it is one of the keys given to Peter to bind the one hundred and forty-four thousand.

De eerste letter, alpha, is één, maar de laatste letter, omega, is tweeëntwintig. Millers juwelen schijnen als de zon, maar toen de man met de vuilborstel de juwelen bijeenbracht, waren zij tienmaal helderder. De erkenning dat het einde van een profetische lijn hetzelfde is, maar krachtiger dan het begin van een profetische lijn, is „wonderbaarlijk”. Het is een element van het karakter van Christus; het is een van de sleutels die aan Petrus werden gegeven om de honderd vierenveertigduizend te binden.

Peter’s “spiritual house” is the casket of William Miller’s dream and also Malachi’s storehouse of tithes and offerings. When the windows of heaven are opened; one class is cast out of the room, and the other class is cast into the casket and given the white linen uniforms of God’s triumphant church.

Petrus’ „geestelijk huis” is de kist uit William Millers droom en tevens Maleachi’s voorraadschuur van tienden en offergaven. Wanneer de vensters des hemels worden geopend, wordt de ene klasse uit de kamer geworpen, en de andere klasse wordt in de kist geworpen en bekleed met de witte linnen gewaden van Gods triomferende kerk.

“Solemnly and publicly the people of Judah had pledged themselves to obey the law of God. But when the influence of Ezra and Nehemiah was for a time withdrawn, there were many who departed from the Lord. Nehemiah had returned to Persia. During his absence from Jerusalem, evils crept in that threatened to pervert the nation. Idolaters not only gained a foothold in the city, but contaminated by their presence the very precincts of the temple. Through intermarriage, a friendship had been brought about between Eliashib the high priest and Tobiah the Ammonite, Israel’s bitter enemy. As a result of this unhallowed alliance, Eliashib had permitted Tobiah to occupy an apartment connected with the temple, which heretofore had been used as a storeroom for tithes and offerings of the people.

“Plechtig en openlijk had het volk van Juda zich ertoe verbonden de wet van God te gehoorzamen. Maar toen de invloed van Ezra en Nehemia voor een tijd werd onttrokken, waren er velen die van de Heere afweken. Nehemia was naar Perzië teruggekeerd. Tijdens zijn afwezigheid uit Jeruzalem slopen er kwaden binnen die dreigden het volk te verderven. Afgodendienaars kregen niet alleen vaste voet in de stad, maar verontreinigden door hun aanwezigheid zelfs de voorhoven van de tempel. Door gemengde huwelijken was er een vriendschappelijke band ontstaan tussen Eljasib, de hogepriester, en Tobia, de Ammoniet, Israëls bittere vijand. Ten gevolge van deze onheilige verbintenis had Eljasib Tobia toegestaan een vertrek in gebruik te nemen dat met de tempel verbonden was en dat voordien als opslagplaats had gediend voor de tienden en de offers van het volk.”

“Because of the cruelty and treachery of the Ammonites and Moabites toward Israel, God had declared through Moses that they should be forever shut out from the congregation of His people. See Deuteronomy 23:3–6. In defiance of this word, the high priest had cast out the offerings stored in the chamber of God’s house, to make a place for this representative of a proscribed race. Greater contempt for God could not have been shown than to confer such a favor on this enemy of God and His truth.

„Vanwege de wreedheid en het verraad van de Ammonieten en Moabieten jegens Israël had God door Mozes verklaard dat zij voor eeuwig uit de vergadering van Zijn volk gesloten moesten blijven. Zie Deuteronomium 23:3–6. In openlijke verachting van dit woord had de hogepriester de offers die in de kamer van het huis van God waren opgeslagen, verwijderd om plaats te maken voor deze vertegenwoordiger van een vervloekt volk. Grotere minachting voor God had niet getoond kunnen worden dan door zulk een gunst te bewijzen aan deze vijand van God en van Zijn waarheid.

“On returning from Persia, Nehemiah learned of the bold profanation and took prompt measures to expel the intruder. ‘It grieved me sore,’ he declares; ‘therefore I cast forth all the household stuff of Tobiah out of the chamber. Then I commanded, and they cleansed the chambers: and thither brought I again the vessels of the house of God, with the meat offering and the frankincense.’

‘Bij zijn terugkeer uit Perzië vernam Nehemia van deze brutale ontwijding en nam hij onverwijld maatregelen om de indringer te verdrijven. “Het mishaagde mij ten zeerste,” verklaart hij; “daarom wierp ik al het huisraad van Tobia uit de kamer. Toen gaf ik bevel, en zij reinigden de kamers; en ik bracht daarheen opnieuw de vaten van het huis Gods, met het spijsoffer en de wierook.”’

“Not only had the temple been profaned, but the offerings had been misapplied. This had tended to discourage the liberalities of the people. They had lost their zeal and fervor, and were reluctant to pay their tithes. The treasuries of the Lord’s house were poorly supplied; many of the singers and others employed in the temple service, not receiving sufficient support, had left the work of God to labor elsewhere.

Niet alleen was de tempel ontheiligd, maar ook waren de offergaven verkeerd aangewend. Dit had ertoe bijgedragen de vrijgevigheid van het volk te ontmoedigen. Zij hadden hun ijver en vurigheid verloren en waren terughoudend geworden in het afdragen van hun tienden. De voorraadkamers van het huis des Heeren waren slecht voorzien; velen van de zangers en anderen die in de tempeldienst werkzaam waren, hadden, omdat zij niet voldoende ondersteuning ontvingen, het werk van God verlaten om elders te arbeiden.

“Nehemiah set to work to correct these abuses. He gathered together those who had left the service of the Lord’s house, ‘and set them in their place.’ This inspired the people with confidence, and all Judah brought ‘the tithe of the corn and the new wine and the oil.’ Men who ‘were counted faithful’ were made ‘treasurers over the treasuries,’ ‘and their office was to distribute unto their brethren.’” Prophets and Kings, 669, 670.

“Nehemia ging aan het werk om deze misstanden te corrigeren. Hij bracht hen bijeen die de dienst van het huis des Heren hadden verlaten, ‘en stelde hen in hun plaats’. Dit vervulde het volk met vertrouwen, en geheel Juda bracht ‘de tienden van het koren en de most en de olie’. Mannen die ‘als getrouw geacht werden’, werden aangesteld tot ‘schatmeesters over de schatkamers’, ‘en hun taak was het uit te delen aan hun broeders.’” Profeten en Koningen, 669, 670.

When Nehemiah “cast out Tobiah,” he was prefiguring Christ casting the money-changers out of the very same temple. It wasn’t simply the temple, but the very room in the temple where the tithes were stored. When Eliakim the Philadelphian replaced Shebna the Laodicean, Shebna was the treasurer that was cast into a far field.

Toen Nehemia „Tobía eruit wierp”, beeldde hij vooraf Christus uit, Die de geldwisselaars uit diezelfde tempel verdreef. Het was niet eenvoudigweg de tempel, maar juist de kamer in de tempel waar de tienden werden opgeslagen. Toen Eljakim, de Filadelfiër, Sebna, de Laodiceeër, verving, was Sebna de schatbewaarder die in een ver land werd geworpen.

Thus saith the Lord God of hosts, Go, get thee unto this treasurer, even unto Shebna, which is over the house, and say, What hast thou here? and whom hast thou here, that thou hast hewed thee out a sepulchre here, as he that heweth him out a sepulchre on high, and that graveth an habitation for himself in a rock? Behold, the Lord will carry thee away with a mighty captivity, and will surely cover thee. He will surely violently turn and toss thee like a ball into a large country: there shalt thou die, and there the chariots of thy glory shall be the shame of thy lord’s house. And I will drive thee from thy station, and from thy state shall he pull thee down.

Zo zegt de Heere, de HEERE der heerscharen: Ga, begeef u tot deze schatbewaarder, tot Sebna, die over het huis is, en zeg: Wat hebt gij hier, en wie hebt gij hier, dat gij u hier een graf hebt uitgehouwen, als iemand die zich een graf uithouwt in de hoogte, die voor zichzelf een woning in een rots uitgraaft? Zie, de HEERE zal u met een geweldige wegvoering wegvoeren, en Hij zal u voorzeker bedekken. Hij zal u gewis met geweld omwentelen en u als een bal wegwerpen in een uitgestrekt land; daar zult gij sterven, en daar zullen de wagens van uw heerlijkheid de schande van het huis van uw heer zijn. En Ik zal u uit uw standplaats verdrijven, en uit uw positie zal men u neerhalen.

And it shall come to pass in that day, that I will call my servant Eliakim the son of Hilkiah: And I will clothe him with thy robe, and strengthen him with thy girdle, and I will commit thy government into his hand: and he shall be a father to the inhabitants of Jerusalem, and to the house of Judah. And the key of the house of David will I lay upon his shoulder; so he shall open, and none shall shut; and he shall shut, and none shall open.

En het zal geschieden te dien dage, dat Ik mijn knecht Eljakim, de zoon van Hilkia, zal roepen. En Ik zal hem met uw gewaad bekleden, en hem met uw gordel sterken, en Ik zal uw heerschappij in zijn hand leggen; en hij zal een vader zijn voor de inwoners van Jeruzalem en voor het huis van Juda. En de sleutel van het huis van David zal Ik op zijn schouder leggen; zo zal hij openen, en niemand zal sluiten; en hij zal sluiten, en niemand zal openen.

And I will fasten him as a nail in a sure place; and he shall be for a glorious throne to his father’s house. And they shall hang upon him all the glory of his father’s house, the offspring and the issue, all vessels of small quantity, from the vessels of cups, even to all the vessels of flagons. In that day, saith the Lord of hosts, shall the nail that is fastened in the sure place be removed, and be cut down, and fall; and the burden that was upon it shall be cut off: for the Lord hath spoken it. Isaiah 22:15–22.

En Ik zal hem vastmaken als een pin op een vaste plaats; en hij zal zijn tot een heerlijke troon voor het huis van zijn vader. En zij zullen aan hem hangen al de heerlijkheid van het huis van zijn vader, het kroost en het uitspruitsel, alle vaten van geringe inhoud, van de bekers af tot alle kruiken. Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen, zal de pin die vastgemaakt is op de vaste plaats, weggenomen worden, en afgehouwen worden, en vallen; en de last die daarop was, zal uitgeroeid worden; want de HEERE heeft het gesproken. Jesaja 22:15–22.

In the day that Shebna the foolish Laodicean is cast out, Eliakim is given the government of the church triumphant. When Christ cleanses the temple of the one hundred and forty-four thousand, from the rubbish that has covered up the precious jewels, He identifies that He would “cover” those represented by Shebna. Before the windows of heaven were opened the jewels were covered with rubbish, and when the rubbish is cast out, the rubbish is then covered with shame. William Miller’s dream is identifying the sealing of the one hundred and forty-four thousand.

Op de dag dat Sebna, de dwaze Laodiceeër, wordt uitgeworpen, wordt Eljakim het bestuur van de triomferende kerk toevertrouwd. Wanneer Christus de tempel van de honderdvierenveertigduizend reinigt van het puin dat de kostbare juwelen heeft bedekt, geeft Hij te kennen dat Hij hen die door Sebna worden voorgesteld, zou „bedekken”. Voordat de vensters des hemels werden geopend, waren de juwelen met puin bedekt, en wanneer het puin wordt uitgeworpen, wordt het puin vervolgens met schaamte bedekt. De droom van William Miller duidt de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend aan.

The casket, is Malachi’s storehouse, Peter’s spiritual house and the tabernacle of Elijah that Peter wished to build. The dirt brush man illustrates the sealing of the one hundred and forty-four thousand when He casts the jewels into the box. Malachi identifies the test that proves that God’s people have truly returned unto Him.

De kist is Maleachi’s voorraadschuur, Petrus’ geestelijk huis en de tabernakel van Elia die Petrus wenste te bouwen. De man met de stofborstel beeldt de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend uit wanneer Hij de juwelen in de kist werpt. Maleachi duidt de beproeving aan die bewijst dat Gods volk waarlijk tot Hem is teruggekeerd.

Then they that feared the Lord spake often one to another: and the Lord hearkened, and heard it, and a book of remembrance was written before him for them that feared the Lord, and that thought upon his name. And they shall be mine, saith the Lord of hosts, in that day when I make up my jewels; and I will spare them, as a man spareth his own son that serveth him. Then shall ye return, and discern between the righteous and the wicked, between him that serveth God and him that serveth him not. Malachi 3:16–18.

Toen spraken zij die de HEERE vreesden dikwijls met elkaar; en de HEERE sloeg er acht op en hoorde het, en er werd voor Zijn aangezicht een gedenkboek geschreven voor hen die de HEERE vrezen en Zijn Naam hoogachten. En zij zullen Mij ten eigendom zijn, zegt de HEERE der heerscharen, op de dag die Ik maken zal, Mijn bijzonder eigendom; en Ik zal hen sparen, zoals een man zijn eigen zoon spaart die hem dient. Dan zult gij terugkeren en onderscheid maken tussen de rechtvaardige en de goddeloze, tussen hem die God dient en hem die Hem niet dient. Maleachi 3:16–18.

Return is a key word in the passage, for God calls on His people to return unto Him, but He also challenges those people to test Him, by returning tithes and offerings, and there is also a time when the righteous will “return,” and in so doing, they will “discern” between the wise and the foolish. Those who feared the Lord, and who thought upon His name are those that are to be the ensign of the one hundred and forty-four thousand.

Terugkeren is een sleutelwoord in deze passage, want God roept Zijn volk op tot Hem terug te keren, maar Hij daagt datzelfde volk ook uit Hem op de proef te stellen door tienden en offers terug te brengen, en er is ook een tijd waarin de rechtvaardigen zullen „terugkeren”, en daardoor zullen zij „onderscheid maken” tussen de wijzen en de dwazen. Degenen die de HEERE vreesden en over Zijn naam nadachten, zijn degenen die het banier van de honderd vierenveertig duizend zullen zijn.

The fear of the Lord is the first test, so when verse sixteen says, “then” they that feared the Lord, it is pointing back into the prophetic narrative.

De vreze des Heren is de eerste toets; wanneer vers zestien dus zegt: „Toen spraken zij die den HEERE vreesden”, verwijst dat terug naar het profetische relaas.

Your words have been stout against me, saith the Lord. Yet ye say, What have we spoken so much against thee? Ye have said, It is vain to serve God: and what profit is it that we have kept his ordinance, and that we have walked mournfully before the Lord of hosts? And now we call the proud happy; yea, they that work wickedness are set up; yea, they that tempt God are even delivered. Malachi 3:13–15.

Uw woorden zijn hard tegen Mij geweest, zegt de HEERE. Toch zegt gij: Wat hebben wij zozeer tegen U gesproken? Gij hebt gezegd: Het is tevergeefs God te dienen; en wat baat het ons dat wij Zijn inzetting onderhouden hebben en dat wij in rouwgewaad gewandeld hebben voor het aangezicht van de HEERE der heerscharen? En nu prijzen wij de hoogmoedigen gelukkig; ja, zij die goddeloosheid bedrijven, worden verhoogd; ja, zij die God verzoeken, worden zelfs bevrijd. Maleachi 3:13–15.

Malachi says, “and now we call the proud happy.” The drunkards of Ephraim are called the “crown of pride” and they are happy when they think Moses and Elijah, the two prophets that tormented them were dead. They were so happy, that they sent gifts to one another.

Maleachi zegt: „en nu noemen wij de hoogmoedigen gelukkig.” De dronkaards van Efraïm worden de „kroon van trots” genoemd, en zij zijn blij wanneer zij menen dat Mozes en Elia, de twee profeten die hen gekweld hadden, dood waren. Zij waren zó blij dat zij elkaar geschenken zonden.

And their dead bodies shall lie in the street of the great city, which spiritually is called Sodom and Egypt, where also our Lord was crucified. And they of the people and kindreds and tongues and nations shall see their dead bodies three days and an half, and shall not suffer their dead bodies to be put in graves. And they that dwell upon the earth shall rejoice over them, and make merry, and shall send gifts one to another; because these two prophets tormented them that dwelt on the earth. Revelation 11:8–10.

En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere gekruisigd is. En mensen uit de volken en geslachten en talen en natiën zullen hun dode lichamen zien, drie dagen en een halve, en zij zullen niet toelaten dat hun dode lichamen in graven gelegd worden. En zij die op de aarde wonen, zullen zich over hen verblijden en feestvieren, en zij zullen elkaar geschenken zenden; omdat deze twee profeten hen die op de aarde woonden, gepijnigd hadden. Openbaring 11:8–10.

The proud are happy from July 18, 2020 on through 2023. On July 18, 2020 the message was “stout” against the “Lord.” On July 18, 2020 we did not recognize how terribly we had spoken against God and His Word. Disappointed we entered the tarrying time as represented by the lament of “It is vain to serve God: and what profit is it that we have kept his ordinance, and that we have walked mournfully before the Lord of hosts?” This is parallel to Jeremiah’s lament, when he illustrates the first disappointment.

De hoogmoedigen zijn gelukkig vanaf 18 juli 2020 en vervolgens gedurende 2023. Op 18 juli 2020 was de boodschap „hard” tegen de „Heere”. Op 18 juli 2020 beseften wij niet hoe verschrikkelijk wij tegen God en Zijn Woord hadden gesproken. Teleurgesteld traden wij de vertoeftijd binnen, zoals voorgesteld in de klacht: „Het is tevergeefs God te dienen; en wat gewin is het, dat wij Zijn verordening onderhouden hebben en dat wij in het zwart gegaan zijn voor het aangezicht van de Heere der heirscharen?” Dit loopt parallel met Jeremia’s klacht, wanneer hij de eerste teleurstelling uitbeeldt.

I sat not in the assembly of the mockers, nor rejoiced; I sat alone because of thy hand: for thou hast filled me with indignation. Why is my pain perpetual, and my wound incurable, which refuseth to be healed? wilt thou be altogether unto me as a liar, and as waters that fail? Jeremiah 15:17, 18.

Ik heb niet gezeten in de vergadering der spotters, noch mij verblijd; ik heb alleen gezeten vanwege uw hand; want Gij hebt mij met verontwaardiging vervuld. Waarom is mijn pijn gedurig, en mijn wond ongeneeslijk, die weigert genezen te worden? Zult Gij voor mij geheel en al zijn als een leugenachtige beek, als wateren die ontbreken? Jeremia 15:17, 18.

Our words were stout with the prediction of July 18, 2020, and we did not then know how badly we had rebelled. At the disappointment the tarrying time was underway, while one class mourned and the other class rejoiced. In that context Malachi states:

Onze woorden waren vermetel met de voorspelling van 18 juli 2020, en wij wisten toen niet hoe ernstig wij in opstand waren gekomen. Bij de teleurstelling was de vertoeftijd aangevangen, terwijl de ene groep rouwde en de andere groep zich verheugde. In die context verklaart Maleachi:

Then they that feared the Lord spake often one to another: and the Lord hearkened, and heard it, and a book of remembrance was written before him for them that feared the Lord, and that thought upon his name. And they shall be mine, saith the Lord of hosts, in that day when I make up my jewels; and I will spare them, as a man spareth his own son that serveth him.

Toen spraken zij die de HEERE vreesden dikwijls met elkander; en de HEERE sloeg er acht op en hoorde het, en er werd voor Zijn aangezicht een gedenkboek geschreven voor hen die de HEERE vreesden en Zijn Naam hoogachtten. En zij zullen Mij ten eigendom zijn, zegt de HEERE van de heerscharen, op de dag die Ik maken zal, wanneer Ik Mijn juwelen vergader; en Ik zal hen sparen, zoals een man zijn eigen zoon spaart die hem dient.

Then shall ye return, and discern between the righteous and the wicked, between him that serveth God and him that serveth him not. Malachi 3:16–18.

Dan zult gij wederkeren en onderscheid maken tussen de rechtvaardige en de goddeloze, tussen hem die God dient en hem die Hem niet dient. Maleachi 3:16–18.

In 2024, the foundational test represented as the fear of the Lord arrived. Two classes were manifested in that test, and the group that made up the two classes had been often talking to one another on regular zoom meetings, throughout the three and a half days. The Lord listened to their discussions. The class who feared the Lord thought upon His name; Palmoni, the Lion of the tribe of Judah, the Alpha and Omega, the Truth, the Word, the Wonderful Linguist, the corner and cap stone, the Lamb, the Heavenly High Priest, the Temple, the Rock. Those who made it into that book are to be jewels upon the crown representing the ensign of the kingdom of glory. When He makes up those jewels, then they return, and discern between the righteous and the wicked. When He casts the jewels into the casket, it is then discerned who is foolish and who is wise.

In 2024 kwam de fundamentele beproeving, voorgesteld als de vreze des HEEREN. In die beproeving werden twee klassen geopenbaard, en de groep waaruit die twee klassen bestonden, had gedurende de drie en een halve dag herhaaldelijk met elkaar gesproken in regelmatige Zoom-bijeenkomsten. De Heere luisterde naar hun gesprekken. De klasse die de HEERE vreesde, dacht aan Zijn naam: Palmoni, de Leeuw uit de stam van Juda, de Alfa en Omega, de Waarheid, het Woord, de Wonderbare Linguïst, de hoek- en sluitsteen, het Lam, de hemelse Hogepriester, de Tempel, de Rots. Degenen die in dat boek werden opgenomen, zullen juwelen zijn op de kroon die het banier van het koninkrijk der heerlijkheid vertegenwoordigt. Wanneer Hij die juwelen bijeenbrengt, dan keren zij terug en onderscheiden tussen de rechtvaardige en de goddeloze. Wanneer Hij de juwelen in het juwelenkistje werpt, wordt dan onderscheiden wie dwaas is en wie wijs.

Malachi records:

Maleachi vermeldt:

Return unto me, and I will return unto you,

Keert weder tot Mij terug, en Ik zal tot u terugkeren,

But ye said, Wherein shall we return?

Maar gij zegt: Waarin zullen wij terugkeren?

Bring ye all the tithes into the storehouse, that there may be meat in mine house, and prove me now herewith, saith the Lord of hosts, if I will not open you the windows of heaven, and pour you out a blessing, that there shall not be room enough to receive it.

Brengt al de tienden naar het voorraadshuis, opdat er spijs zij in mijn huis, en beproeft Mij toch daarin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik voor u niet de vensters van de hemel zal openen en zegen over u zal uitgieten, zodat er niet genoeg plaats zal zijn om die te ontvangen.

The storehouse is the casket and the tithes are the wise virgins. The storehouse is God’s Word placed into a new framework of truth. The jewels that get cast into that casket are the truths associated with the message of the Midnight Cry. The tithes were kept in a specific room in the temple, as identified in Nehemiah’s cleansing. The casket and the storehouse, or Peter spiritual house represents God’s temple and the jewels represent human temples who are joined with Divinity in the secret place of the Most High. The human messengers cannot be separated from the Divine message. The jewels are both God’s messengers and they are also the message they proclaim. Inspiration often identifies the message and the messenger combined.

De voorraadkamer is de juwelenkist en de tienden zijn de wijze maagden. De voorraadkamer is Gods Woord, geplaatst in een nieuw raamwerk van waarheid. De juwelen die in die kist worden gelegd, zijn de waarheden die verbonden zijn met de boodschap van de Middernachtsroep. De tienden werden bewaard in een specifieke kamer in de tempel, zoals vastgesteld bij Nehemia’s reiniging. De juwelenkist en de voorraadkamer, of Petrus’ geestelijk huis, vertegenwoordigen Gods tempel, en de juwelen vertegenwoordigen menselijke tempels die met de Godheid verenigd zijn in de schuilplaats van de Allerhoogste. De menselijke boodschappers kunnen niet worden gescheiden van de goddelijke boodschap. De juwelen zijn zowel Gods boodschappers alsook de boodschap die zij verkondigen. De Inspiratie vereenzelvigt dikwijls de boodschap met de boodschapper als één geheel.

“God has called His church in this day, as He called ancient Israel, to stand as a light in the earth. By the mighty cleaver of truth, the messages of the first, second, and third angels, He has separated them from the churches and from the world to bring them into a sacred nearness to Himself. He has made them the depositaries of His law and has committed to them the great truths of prophecy for this time. Like the holy oracles committed to ancient Israel, these are a sacred trust to be communicated to the world. The three angels of Revelation 14 represent the people who accept the light of God’s messages and go forth as His agents to sound the warning throughout the length and breadth of the earth. Christ declares to His followers: ‘Ye are the light of the world.’ To every soul that accepts Jesus the cross of Calvary speaks: ‘Behold the worth of the soul: “Go ye into all the world, and preach the gospel to every creature.’” Nothing is to be permitted to hinder this work. It is the all-important work for time; it is to be far-reaching as eternity. The love that Jesus manifested for the souls of men in the sacrifice which He made for their redemption, will actuate all His followers.” Testimonies, volume 5, 455.

“God heeft Zijn gemeente in deze tijd geroepen, zoals Hij het oude Israël riep, om als een licht op de aarde te staan. Door het machtige kloofmes van de waarheid, de boodschappen van de eerste, tweede en derde engel, heeft Hij hen afgescheiden van de kerken en van de wereld om hen in een heilige nabijheid tot Zichzelf te brengen. Hij heeft hen tot bewaarders van Zijn wet gemaakt en hun de grote waarheden van de profetie voor deze tijd toevertrouwd. Zoals de heilige godsspraken aan het oude Israël waren toevertrouwd, zo vormen ook deze een heilig pand dat aan de wereld moet worden meegedeeld. De drie engelen van Openbaring 14 vertegenwoordigen het volk dat het licht van Gods boodschappen aanneemt en uitgaat als Zijn gezanten om de waarschuwing over de lengte en breedte van de aarde te doen klinken. Christus verklaart tot Zijn volgelingen: ‘Gijlieden zijt het licht der wereld.’ Tot iedere ziel die Jezus aanneemt, spreekt het kruis van Golgotha: ‘Zie de waarde van de ziel: “Gaat heen in de gehele wereld, predikt het evangelie aan alle schepselen.”’ Niets mag worden toegelaten dit werk te hinderen. Het is het allesovertreffend belangrijke werk voor deze tijd; het moet even ver reikend zijn als de eeuwigheid. De liefde die Jezus voor de zielen der mensen openbaarde in het offer dat Hij tot hun verlossing bracht, zal al Zijn volgelingen aandrijven.” Testimonies, deel 5, 455.

We will begin to draw together these concepts in the next article.

In het volgende artikel zullen wij beginnen deze begrippen met elkaar in verband te brengen.

“During the last fifty years of my life, I have had precious opportunities to obtain an experience. I have had an experience in the first, second, and third angels’ messages. The angels are represented as flying in the midst of heaven, proclaiming to the world a message of warning, and having a direct bearing upon the people living in the last days of this earth’s history. No one hears the voice of these angels, for they are a symbol to represent the people of God who are working in harmony with the universe of heaven. Men and women, enlightened by the Spirit of God and sanctified through the truth, proclaim the three messages in their order.

“Gedurende de laatste vijftig jaren van mijn leven heb ik kostbare gelegenheden gehad om een ervaring te verkrijgen. Ik heb een ervaring gehad in de boodschappen van de eerste, tweede en derde engel. De engelen worden voorgesteld als vliegend in het midden des hemels, terwijl zij aan de wereld een waarschuwingsboodschap verkondigen, die een rechtstreekse betrekking heeft op de mensen die leven in de laatste dagen van de geschiedenis dezer aarde. Niemand hoort de stem van deze engelen, want zij zijn een zinnebeeld ter voorstelling van het volk van God, dat in harmonie met het hemelse heelal arbeidt. Mannen en vrouwen, verlicht door de Geest van God en geheiligd door de waarheid, verkondigen de drie boodschappen in hun volgorde.

“I have acted a part in this solemn work. Nearly all my Christian experience is interwoven with it. There are those now living who have an experience similar to my own. They have recognized the truth unfolding for this time; they have kept in step with the great Leader, the Captain of the Lord’s host.

„Ik heb een rol vervuld in dit plechtige werk. Vrijwel heel mijn christelijke ervaring is ermee verweven. Er leven nu mensen die een ervaring hebben die aan de mijne gelijk is. Zij hebben de zich voor deze tijd ontvouwende waarheid erkend; zij zijn in de pas gebleven met de grote Leider, de Vorst van des Heren heir.”

“In the proclamation of the messages, every specification of prophecy has been fulfilled. Those who were privileged to act a part in proclaiming these messages have gained an experience which is of the highest value to them; and now when we are amid the perils of these last days, when voices will be heard on every side saying, ‘Here is Christ,’ ‘Here is truth’; while the burden of many is to unsettle the foundation of our faith which has led us from the churches and from the world to stand as a peculiar people in the world, like John our testimony will be borne:

“In de verkondiging van de boodschappen is elke bijzonderheid van de profetie vervuld. Degenen die het voorrecht hadden een aandeel te hebben in de verkondiging van deze boodschappen, hebben een ervaring verworven die voor hen van de hoogste waarde is; en nu, nu wij ons te midden van de gevaren van deze laatste dagen bevinden, wanneer van alle kanten stemmen zullen worden gehoord die zeggen: ‘Hier is Christus,’ ‘Hier is de waarheid’; terwijl velen erop uit zijn het fundament van ons geloof, dat ons uit de kerken en uit de wereld heeft geleid om als een afgezonderd volk in de wereld te staan, aan het wankelen te brengen, zal, evenals bij Johannes, ons getuigenis worden afgelegd:”

“‘That which was from the beginning, which we have heard, which we have seen with our eyes, which we have looked upon, and our hands have handled, of the Word of life;… that which we have seen and heard declare we unto you, that ye also may have fellowship with us.’

“‘Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij met onze ogen gezien hebben, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, aangaande het Woord des levens; … hetgeen wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij gemeenschap met ons zoudt hebben.’

“I testify the things which I have seen, the things which I have heard, the things which my hands have handled of the Word of life. And this testimony I know to be of the Father and the Son. We have seen and do testify that the power of the Holy Ghost has accompanied the presentation of the truth, warning with pen and voice, and giving the messages in their order. To deny this work would be to deny the Holy Ghost, and would place us in that company who have departed from the faith, giving heed to seducing spirits.

„Ik getuig van de dingen die ik heb gezien, de dingen die ik heb gehoord, de dingen die mijn handen hebben getast van het Woord des levens. En van dit getuigenis weet ik dat het van de Vader en de Zoon is. Wij hebben gezien en getuigen ook dat de kracht van de Heilige Geest de verkondiging van de waarheid heeft vergezeld, waarschuwend met pen en stem, en de boodschappen in hun orde gevend. Dit werk te loochenen zou betekenen de Heilige Geest te loochenen, en zou ons plaatsen in het gezelschap van hen die van het geloof zijn afgeweken en zich hebben gewend tot verleidende geesten.

“The enemy will set everything in operation to uproot the confidence of the believers in the pillars of our faith in the messages of the past, which have placed us upon the elevated platform of eternal truth, and which have established and given character to the work. The Lord God of Israel has led out His people, unfolding to them truth of heavenly origin. His voice has been heard, and is still heard, saying, Go forward from strength to strength, from grace to grace, from glory to glory. The work is strengthening and broadening, for the Lord God of Israel is the defense of His people.

‘De vijand zal alles in werking stellen om het vertrouwen van de gelovigen in de pijlers van ons geloof in de boodschappen van het verleden, die ons op het verheven platform van de eeuwige waarheid hebben geplaatst en die het werk hebben gevestigd en er karakter aan hebben gegeven, uit te roeien. De Here, de God van Israël, heeft Zijn volk geleid en hun waarheid van hemelse oorsprong ontvouwd. Zijn stem is gehoord en wordt nog steeds gehoord, zeggende: Ga voort van kracht tot kracht, van genade tot genade, van heerlijkheid tot heerlijkheid. Het werk wordt versterkt en uitgebreid, want de Here, de God van Israël, is de verdediging van Zijn volk.’

“Those who have a hold of the truth theoretically, with their fingertips as it were, who have not brought its principles into the inner sanctuary of the soul, but have kept the vital truth in the outer court, will see nothing sacred in the past history of this people which has made them what they are, and has established them as earnest, determined, missionary workers in the world.

“Zij die de waarheid slechts theoretisch vastgrijpen, als het ware met de toppen van hun vingers, die haar beginselen niet in het innerlijke heiligdom van de ziel hebben binnengebracht, maar de levende waarheid in de buitenste voorhof hebben gehouden, zullen niets heiligs zien in de vroegere geschiedenis van dit volk, die hen gemaakt heeft tot wat zij zijn en hen heeft bevestigd als ernstige, vastberaden, missionaire arbeiders in de wereld.

The truth for this time is precious, but those whose hearts have not been broken by falling on the rock Christ Jesus, will not see and understand what is truth. They will accept that which pleases their ideas, and will begin to manufacture another foundation than that which is laid. They will flatter their own vanity and esteem, thinking that they are capable of removing the pillars of our faith, and replacing them with pillars they have devised.

„De waarheid voor deze tijd is kostbaar, maar zij wier harten niet zijn gebroken doordat zij op de rots, Christus Jezus, zijn gevallen, zullen niet zien en begrijpen wat waarheid is. Zij zullen aannemen wat hun opvattingen behaagt, en zullen beginnen een ander fundament te leggen dan dat wat gelegd is. Zij zullen hun eigen ijdelheid en zelfachting strelen, in de gedachte dat zij in staat zijn de pilaren van ons geloof weg te nemen en deze te vervangen door pilaren die zij zelf hebben ontworpen.

This will continue to be as long as time shall last. Anyone who has been a close student of the Bible will see and understand the solemn position of those who are living in the closing scenes of this earth’s history. They will feel their own inefficiency and weakness, and will make it their first business to have not merely a form of godliness, but a vital connection with God. They will not dare to rest until Christ is formed within, the hope of glory. Self will die; pride will be expelled from the soul, and they will have the meekness and gentleness of Christ.” Notebook Leaflets, 60, 61.

„Dit zal voortduren zolang de tijd duurt. Ieder die een nauwgezet onderzoeker van de Bijbel is geweest, zal de ernstige positie zien en begrijpen van hen die leven in de slottonelen van de geschiedenis van deze aarde. Zij zullen hun eigen onbekwaamheid en zwakheid voelen, en het tot hun eerste zorg maken niet slechts een vorm van godsvrucht te hebben, maar een levende verbinding met God. Zij zullen het niet wagen te rusten voordat Christus in hen gestalte heeft gekregen, de hoop der heerlijkheid. Het ik zal sterven; trots zal uit de ziel worden verdreven, en zij zullen de zachtmoedigheid en vriendelijkheid van Christus bezitten.” Notebook Leaflets, 60, 61.