In Isaiah twenty-eight the “scornful men which rule” “Jerusalem” are represented as the “drunkards of Ephraim,” and as the “crown of pride.” “Crown” represents leadership and “pride” represents a satanic character.
In Jesaja achtentwintig worden de „spottende mannen die heersen” over „Jeruzalem” voorgesteld als de „dronkaards van Efraïm” en als de „kroon der hoogmoed”. „Kroon” duidt op leiderschap en „hoogmoed” duidt op een satanisch karakter.
The drunkards are contrasted with the remnant (“residue”) who become God’s “crown” of glory, for during the latter rain the Lord sets up His “kingdom of glory” as typified by Him setting up the “kingdom of grace” at the cross. The kingdom of grace at the cross typifies the kingdom of glory at the Sunday law. The latter rain began on 9/11 when the sealing of the one hundred and forty-four thousand and the judgment of the living began.
De dronkaards worden tegenover het overblijfsel („rest”) geplaatst, dat Gods „kroon” der heerlijkheid wordt; want tijdens de late regen richt de Heere Zijn „koninkrijk der heerlijkheid” op, zoals voorafgeschaduwd werd doordat Hij aan het kruis het „koninkrijk der genade” oprichtte. Het koninkrijk der genade aan het kruis is een voorafbeelding van het koninkrijk der heerlijkheid bij de zondagswet. De late regen begon op 11 september, toen de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend en het oordeel over de levenden begon.
“I saw that all things are intensely looking and stretching their thoughts on the impending crisis before them. The sins of Israel must go to judgment beforehand. Every sin must be confessed at the sanctuary, then the work will move. It must be done now. The remnant in the time of trouble will cry, My God, My God, why hast Thou forsaken me?
„Ik zag dat alle dingen met intense aandacht uitzien en hun gedachten richten op de naderende crisis die vóór hen ligt. De zonden van Israël moeten vooraf tot het oordeel komen. Elke zonde moet bij het heiligdom worden beleden, dan zal het werk voortgaan. Het moet nu gebeuren. Het overblijfsel zal in de tijd der benauwdheid roepen: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?״
“The latter rain is coming on those that are pure—all then will receive it as formerly.
„De spade regen komt op hen die rein zijn — allen zullen die dan ontvangen zoals voorheen.״
“When the four angels let go, Christ will set up His kingdom. None receive the latter rain but those who are doing all they can. Christ would help us. All could be overcomers by the grace of God, through the blood of Jesus. All heaven is interested in the work. Angels are interested.” Spalding and Magan, 3.
„Wanneer de vier engelen loslaten, zal Christus Zijn koninkrijk oprichten. Niemand ontvangt de late regen dan zij die alles doen wat in hun vermogen ligt. Christus zou ons helpen. Allen zouden door de genade van God, door het bloed van Jezus, overwinnaars kunnen zijn. De gehele hemel stelt belang in het werk. Engelen zijn belangstellend.” Spalding and Magan, 3.
The four winds of Revelation are also represented by Isaiah as a rough wind that had been stayed during the day of the east wind, as are Revelation’s four winds of strife held in check by the four angels. The four winds are identified as an “angry horse seeking to break loose” bringing “death and destruction” by Sister White. The four winds are progressively released, beginning at 9/11 then greatly amplified at the Sunday law, and then fully loosed when human probation closes.
De vier winden van Openbaring worden door Jesaja eveneens voorgesteld als een hevige wind die was tegengehouden ten tijde van de oostenwind, evenals de vier winden van strijd in Openbaring door de vier engelen in bedwang worden gehouden. De vier winden worden door Zuster White aangeduid als een „toornig paard dat tracht los te breken”, dat „dood en verderf” brengt. De vier winden worden geleidelijk losgelaten, beginnend bij 9/11, vervolgens sterk versterkt bij de zondagswet, en daarna volledig ontketend wanneer de menselijke genadetijd sluit.
Released and Restrained
Losgelaten en weerhouden
The seventh trumpet, which is also the third woe, which announces the finishing of the mystery of God was prophetically sounded at 9/11 when Islam was released and then prophetically restrained by George W. Bush post-911. The mother of Islam, Hagar, Ishmael’s mother is a symbol of restraint and release. She was released by Sarah to procreate with Abraham by Sarah, then because of jealousy she was restrained by Sarah, causing Hagar to run away, until the angel restrained Hagar from running and told her to return. After the birth of Isaac, the strife of Hagar and Sarah continued until Abraham cast out the bondwoman, thus placing another restraint upon her.
De zevende bazuin, die ook het derde wee is, die de voleinding van het geheimenis van God aankondigt, werd profetisch geblazen op 11 september, toen de islam werd losgelaten en vervolgens na 11 september profetisch werd beteugeld door George W. Bush. De moeder van de islam, Hagar, de moeder van Ismaël, is een symbool van beteugeling en loslating. Zij werd door Sara losgelaten om, op aandringen van Sara, met Abraham kinderen te verwekken; daarna werd zij uit jaloezie door Sara beteugeld, waardoor Hagar wegliep, totdat de engel Hagar ervan weerhield verder te vluchten en haar gebood terug te keren. Na de geboorte van Isaak duurde de strijd tussen Hagar en Sara voort, totdat Abraham de slavin verstiet en aldus opnieuw een beteugeling op haar legde.
The four angels of Islam were released at the beginning of the three hundred and ninety-one year and fifteen-day prophecy of Revelation chapter nine verse fifteen and they were then restrained on August 11, 1840.
De vier engelen van de islam werden losgelaten aan het begin van de profetie van driehonderdeenennegentig jaar en vijftien dagen in Openbaring hoofdstuk negen, vers vijftien, en werden vervolgens op 11 augustus 1840 tegengehouden.
And the sixth angel sounded, and I heard a voice from the four horns of the golden altar which is before God, Saying to the sixth angel which had the trumpet, Loose the four angels which are bound in the great river Euphrates. And the four angels were loosed, which were prepared for an hour, and a day, and a month, and a year, for to slay the third part of men. Revelation 9:13–15.
En de zesde engel blies op de bazuin, en ik hoorde een stem uit de vier hoornen van het gouden altaar dat vóór God is, die tot de zesde engel, die de bazuin had, zei: Maak de vier engelen los die gebonden zijn bij de grote rivier de Eufraat. En de vier engelen werden losgemaakt, die gereedgemaakt waren voor een uur en een dag en een maand en een jaar, om het derde deel van de mensen te doden. Openbaring 9:13–15.
After Islam of the third woe was released to attack at 9/11, George W. Bush initiated his worldwide war on terrorism and put a restraint on Islam. The first mention of Ishmael, the symbol of Islam identifies that Ishmael descendants would be against every man and every man would be against them.
Nadat de islam van het derde wee was losgelaten om op 11 september aan te vallen, begon George W. Bush zijn wereldwijde oorlog tegen het terrorisme en legde hij de islam een beteugeling op. De eerste vermelding van Ismaël, het symbool van de islam, geeft aan dat de afstammelingen van Ismaël tegen iedere man zouden zijn en iedere man tegen hen.
And the angel of the Lord said unto her, Behold, thou art with child, and shalt bear a son, and shalt call his name Ishmael; because the Lord hath heard thy affliction. And he will be a wild man; his hand will be against every man, and every man’s hand against him; and he shall dwell in the presence of all his brethren. Genesis 16:11, 12.
En de engel des Heren zeide tot haar: Zie, gij zijt zwanger en zult een zoon baren, en gij zult zijn naam Ismaël noemen; omdat de Here uw verdrukking gehoord heeft. En hij zal een wilde man zijn; zijn hand zal tegen ieder mens zijn, en de hand van ieder mens tegen hem; en hij zal wonen in de tegenwoordigheid van al zijn broederen. Genesis 16:11, 12.
Islam is the power at the end of the world that “every man’s hand” will be against, and Islam will be against every man, just as it is being perfectly fulfilled today. The particular work of Islam as a symbol of prophecy is to bring about a world war. This subject is confirmed by the story of Elijah, John the Baptist and is represented as “the angering of the nations” in the book of Revelation.
De islam is de macht aan het einde van de wereld waartegen „ieders hand” zal zijn, en de islam zal tegen ieder mens zijn, juist zoals dit heden ten dage volkomen in vervulling gaat. Het bijzondere werk van de islam als symbool van de profetie is het teweegbrengen van een wereldoorlog. Dit onderwerp wordt bevestigd door het verhaal van Elia, Johannes de Doper, en wordt in het boek Openbaring voorgesteld als „het vertoornen van de volken”.
“‘The commencement of that time of trouble,’ here mentioned does not refer to the time when the plagues shall begin to be poured out, but to a short period just before they are poured out, while Christ is in the sanctuary. At that time, while the work of salvation is closing, trouble will be coming on the earth, and the nations will be angry, yet held in check so as not to prevent the work of the third angel. At that time the ‘latter rain,’ or refreshing from the presence of the Lord, will come, to give power to the loud voice of the third angel, and prepare the saints to stand in the period when the seven last plagues shall be poured out.” Early Writings, 85.
“‘Het begin van die tijd van benauwdheid’, hier genoemd, verwijst niet naar de tijd waarin de plagen zullen beginnen te worden uitgegoten, maar naar een korte periode vlak voordat zij worden uitgegoten, terwijl Christus in het heiligdom is. In die tijd, terwijl het werk der zaligheid ten einde loopt, zal er benauwdheid over de aarde komen, en de volken zullen toornig zijn, doch in bedwang gehouden worden, zodat zij het werk van de derde engel niet zullen verhinderen. In die tijd zal de ‘late regen’, of verkwikking van de tegenwoordigheid des Heeren, komen, om kracht te geven aan de luide roep van de derde engel, en de heiligen voor te bereiden om staande te blijven in de periode waarin de zeven laatste plagen zullen worden uitgegoten.” Early Writings, 85.
In the “days” when the latter rain is falling, Christ sets up His kingdom of glory as represented in the book of Daniel.
In de „dagen” waarin de late regen valt, richt Christus Zijn koninkrijk der heerlijkheid op, zoals weergegeven in het boek Daniël.
And in the days of these kings shall the God of heaven set up a kingdom, which shall never be destroyed: and the kingdom shall not be left to other people, but it shall break in pieces and consume all these kingdoms, and it shall stand for ever. Daniel 2:44.
En in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat in eeuwigheid niet te gronde zal gaan; en het koninkrijk zal aan geen ander volk worden overgelaten, maar het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, en zelf zal het voor eeuwig standhouden. Daniël 2:44.
In the “days” when Christ sets up His kingdom of glory, those who are Christ’s “crown” of glory are contrasted with the drunkards who wear the “crown” of pride. Habakkuk’s “vision” that was to be written and made plain upon “tables” graphically illustrates the historical witness of the foundational truths of Adventism. In Habakkuk’s testimony Joel’s two classes of either “pride” or “glory” are represented as a class who are—justified by faith or who are—lifted up in pride. Verse four of chapter two addresses the two classes and they parallel the classic illustration of the Pharisee and the Publican. The Publican went home justified and the Pharisee’s “soul” is “not upright” for it is “lifted up.”
In de „dagen” waarin Christus Zijn koninkrijk der heerlijkheid opricht, worden degenen die van Christus zijn als de „kroon” der heerlijkheid gesteld tegenover de dronkaards die de „kroon” der hoogmoed dragen. Het „gezicht” van Habakuk, dat op „tafelen” geschreven en duidelijk gemaakt moest worden, beeldt op treffende wijze het historische getuigenis uit van de fundamentele waarheden van het adventisme. In Habakuks getuigenis worden Joëls twee klassen, hetzij van „hoogmoed”, hetzij van „heerlijkheid”, voorgesteld als een klasse die — door het geloof gerechtvaardigd is, of die — in hoogmoed verheven is. Vers vier van hoofdstuk twee richt zich tot deze twee klassen, en zij lopen parallel met de klassieke illustratie van de Farizeeër en de tollenaar. De tollenaar ging gerechtvaardigd naar huis, en de „ziel” van de Farizeeër is „niet oprecht”, want zij is „verheven”.
Behold, his soul which is lifted up is not upright in him: but the just shall live by his faith. Habakkuk 2:4.
Zie, zijn ziel die opgeblazen is, is in hem niet oprecht; maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. Habakuk 2:4.
In the next verse Habakkuk identifies the class whose hearts are lifted up in pride as drunk, thus connecting Isaiah’s and Habakkuk’s drunks with “pride.”
In het volgende vers identificeert Habakuk de groep wier harten in hoogmoed verheven zijn als dronkaards, en verbindt zo de dronkaards van Jesaja en Habakuk met „hoogmoed”.
Yea also, because he transgresseth by wine, he is a proud man, neither keepeth at home, who enlargeth his desire as hell, and is as death, and cannot be satisfied, but gathereth unto him all nations, and heapeth unto him all people. Habakkuk 2:5.
Ja ook, omdat hij door de wijn overtreedt, is hij een hoogmoedig man, die niet thuis blijft; die zijn begeerte wijd maakt als het graf, en is als de dood en kan niet verzadigd worden, maar tot zich verzamelt alle volken en tot zich ophoopt alle natiën. Habakuk 2:5.
It is worth remembering that these verses in Habakkuk were not only fulfilled in Millerite history, but their fulfillment was a common subject of both Ellen White and the early pioneers of Adventism. Those who were justified by the faith represented in verse four of Millerite history were those who endured the crisis of the first disappointment, which marked both the tarrying time and the arrival of the second angel’s message announcing the fall of Babylon. The Millerites understood within that testing history that the former covenant people, who had been historically Protestants had become the daughters of Babylon. Those Protestants were Protestants represented by the church of Sardis, representing a covenant people, for they had a “name”, symbol of both character and covenant relationship, but they were dead.
Het is de moeite waard in gedachten te houden dat deze verzen in Habakuk niet alleen in de Milleritische geschiedenis werden vervuld, maar dat hun vervulling een veelbesproken onderwerp was bij zowel Ellen White als de vroege pioniers van het adventisme. Degenen die gerechtvaardigd werden door het geloof dat in vers vier van de Milleritische geschiedenis wordt voorgesteld, waren degenen die de crisis van de eerste teleurstelling verdroegen, die zowel de vertoeftijd als de komst van de boodschap van de tweede engel, die de val van Babylon aankondigde, markeerde. De Millerieten begrepen binnen die beproevende geschiedenis dat het vroegere verbondsvolk, dat historisch gezien protestants was geweest, de dochters van Babylon was geworden. Die protestanten waren protestanten die werden voorgesteld door de gemeente van Sardis, die een verbondsvolk vertegenwoordigt, want zij hadden een “naam”, symbool van zowel karakter als verbondsverhouding, maar zij waren dood.
And unto the angel of the church in Sardis write; These things saith he that hath the seven Spirits of God, and the seven stars; I know thy works, that thou hast a name that thou livest, and art dead. Revelation 3:1.
En schrijf aan de engel van de gemeente in Sardis: Dit zegt Hij die de zeven Geesten van God heeft en de zeven sterren: Ik ken uw werken, dat gij de naam hebt dat gij leeft, en gij zijt dood. Openbaring 3:1.
In the testing process of 1844 that began on April 19 and thereafter ended on October 22—those who failed the testing process were lifted up in pride, and if we would but read the verses that follow verse five, the characteristic of human pride is there exemplified with an illustration of papal arrogance and self-exaltation. It ends in verse twenty where it is pronounced that the Lord is in His holy temple, let all the earth keep silent.
In het beproevingsproces van 1844, dat op 19 april begon en vervolgens op 22 oktober eindigde, werden zij die in het beproevingsproces faalden, opgeblazen in trots; en indien wij slechts de verzen lazen die op vers vijf volgen, wordt daar het kenmerk van menselijke hoogmoed geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld van pauselijke arrogantie en zelfverheffing. Het eindigt in vers twintig, waar wordt uitgesproken dat de Heere in Zijn heilige tempel is; laat de ganse aarde voor Zijn aangezicht zwijgen.
But the Lord is in his holy temple: let all the earth keep silence before him. Habakkuk 2:20.
Maar de HEERE is in Zijn heilige tempel: laat de gehele aarde zwijgen voor Zijn aangezicht. Habakuk 2:20.
Verse two of Habakkuk chapter two identifies the first disappointment of April 19, 1844 and the chapter ends in verse twenty, which clearly marks October 22, 1844 when the Lord came suddenly to His temple.
Het tweede vers van Habakuk hoofdstuk twee duidt op de eerste teleurstelling van 19 april 1844, en het hoofdstuk eindigt in vers twintig, dat duidelijk 22 oktober 1844 markeert, toen de Heere plotseling tot Zijn tempel kwam.
Four Comings on October 22, 1844 (line upon line)
Vier Komsten op 22 oktober 1844 (regel op regel)
“The coming of Christ as our high priest to the most holy place, for the cleansing of the sanctuary, brought to view in Daniel 8:14; the coming of the Son of man to the Ancient of Days, as presented in Daniel 7:13; and the coming of the Lord to His temple, foretold by Malachi, are descriptions of the same event; and this is also represented by the coming of the bridegroom to the marriage, described by Christ in the parable of the ten virgins, of Matthew 25.” The Great Controversy, 426.
„De komst van Christus als onze Hogepriester naar het Allerheiligste, voor de reiniging van het heiligdom, zoals in Daniël 8:14 wordt getoond; de komst van de Mensenzoon tot de Oude van Dagen, zoals voorgesteld in Daniël 7:13; en de komst van de Heere tot Zijn tempel, voorzegd door Maleachi, zijn beschrijvingen van dezelfde gebeurtenis; en deze wordt eveneens uitgebeeld door de komst van de bruidegom naar de bruiloft, zoals door Christus beschreven in de gelijkenis van de tien maagden, in Mattheüs 25.” The Great Controversy, 426.
Verses three and four identify the two classes which are produced in the testing process of verse two through to verse twenty, the testing process of April 19, 1844 unto October 22, 1844. Verse four through nineteen are addressing the papal power with the exception of verse fourteen which addresses the history that follows the descent of the angel of Revelation chapter eighteen at 9/11.
Verzen drie en vier identificeren de twee klassen die voortgebracht worden in het beproevingsproces van vers twee tot en met vers twintig, het beproevingsproces van 19 april 1844 tot 22 oktober 1844. Verzen vier tot en met negentien richten zich tot de pauselijke macht, met uitzondering van vers veertien, dat de geschiedenis behandelt die volgt op de nederdaling van de engel van Openbaring hoofdstuk achttien op 9/11.
For the earth shall be filled with the knowledge of the glory of the Lord, as the waters cover the sea. Habakkuk 2:14.
Want de aarde zal vervuld worden met de kennis van de heerlijkheid des HEEREN, gelijk de wateren de zee bedekken. Habakuk 2:14.
In the testing process of the second angel in Millerite history two classes of worshippers were developed and thereafter manifested at the crisis of October 22, 1844. The character of the wicked in the passage is the character of the papacy, and in that testing period the faithful Millerites came to proclaim in agreement with the message of the second angel that the Protestant church had become the daughters of Rome through their rejection of the Millerite message. The controversy that unfolded between the starting at April 19 and the ending on October 22 is where character either as a proud drinker of Babylon’s wine as was Belshazzar or as someone who like Daniel before Belshazzar was justified by his faith. That controversy is where the drama unfolds that awakens the world to the eternal realities associated with the third angel’s message. The backdrop of the drunk verses the justified is placed within the context of the argument being how the world is enlightened to the issues, “For the earth shall be filled with the knowledge of the glory of the Lord, as the waters cover the sea.” That enlightening began at 9/11.
In het beproevingsproces van de tweede engel in de Milleritische geschiedenis werden twee klassen van aanbidders ontwikkeld, die zich vervolgens openbaarden in de crisis van 22 oktober 1844. Het karakter van de goddelozen in de passage is het karakter van het pausdom, en in die beproevingsperiode kwamen de getrouwe Millerieten ertoe in overeenstemming met de boodschap van de tweede engel te verkondigen dat de protestantse kerk, door haar verwerping van de Milleritische boodschap, de dochters van Rome was geworden. De strijd die zich ontvouwde tussen het begin op 19 april en het einde op 22 oktober is de plaats waar karakter zich openbaart, hetzij als een trotse drinker van Babylons wijn, zoals Belsazar, hetzij als iemand die, zoals Daniël vóór Belsazar, door zijn geloof gerechtvaardigd was. Die strijd is de plaats waar het drama zich ontvouwt dat de wereld wakker schudt voor de eeuwige werkelijkheden die verbonden zijn met de boodschap van de derde engel. De achtergrond van de dronkaard tegenover de gerechtvaardigde wordt geplaatst binnen de context van het betoog over de wijze waarop de wereld tot inzicht in de geschilpunten wordt gebracht: “Want de aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid des Heren, zoals de wateren de zee bedekken.” Dat verlichten begon op 11 september.
At the conclusion of the history represented in Habakkuk chapter two the Lord suddenly came to His temple on October 22, 1844. He did so in fulfillment of the prophecy that He set forth as Palmoni in verse fourteen of Daniel eight.
Aan het einde van de geschiedenis die in Habakuk hoofdstuk twee wordt voorgesteld, kwam de Heer op 22 oktober 1844 plotseling tot Zijn tempel. Hij deed dit ter vervulling van de profetie die Hij als Palmoni in vers veertien van Daniël acht had uiteengezet.
Palmoni
Palmoni
On the tenth day of the seventh month of the biblical calendar, which in 1844 fell upon the twenty-second day of the tenth month, Habakkuk 2:20 was fulfilled, and the symbolical number “220” can be seen in the ‘chapter and verse’ which identifies a dispensational change in the work of Christ in the heavenly sanctuary. A prophetic characteristic of the one hundred and forty-four thousand is that they are those who follow the Lamb whithersoever He goeth. To follow Christ means to follow Him in His Word.
Op de tiende dag van de zevende maand van de bijbelse kalender, die in 1844 viel op de tweeëntwintigste dag van de tiende maand, werd Habakuk 2:20 vervuld, en het symbolische getal „220” is te zien in het ‘hoofdstuk en vers’ dat een bedelingsverandering aanduidt in het werk van Christus in het hemelse heiligdom. Een profetisch kenmerk van de honderd vierenveertigduizend is dat zij degenen zijn die het Lam volgen, waarheen Het ook gaat. Christus volgen betekent Hem volgen in Zijn Woord.
In His Word, the number “220” symbolically represents the combination of divinity and humanity, and the very work Christ began on that date was the work of combining His divinity with humanity. In 1844 on the twenty-second day of the tenth month, or symbolically twenty-two times ten equaling “220” (22 X 10 = 220) or you might say, on the very date that equates symbolically to “220,” Habakkuk “2:20” was fulfilled as Christ moved from the holy place to the Most Holy Place to begin the investigative judgment.
In Zijn Woord vertegenwoordigt het getal „220” symbolisch de vereniging van goddelijkheid en menselijkheid, en juist het werk dat Christus op die datum begon, was het werk van de vereniging van Zijn goddelijkheid met de menselijkheid. In 1844, op de tweeëntwintigste dag van de tiende maand, of symbolisch tweeëntwintig maal tien is „220” (22 X 10 = 220), of men zou kunnen zeggen, op juist de datum die symbolisch overeenkomt met „220”, werd Habakuk „2:20” vervuld toen Christus Zich verplaatste van het heilige naar het Allerheiligste om het onderzoekend oordeel te beginnen.
Palmoni, the Wonderful Number stands within the ‘question and answer’ that is the central pillar of Adventism and most Adventists are fully unaware of that truth.
Palmoni, het Wonderbare Getal, staat binnen de ‘vraag en antwoord’-structuur die de centrale pijler van het adventisme vormt, en de meeste adventisten zijn zich van die waarheid volstrekt niet bewust.
“The scripture which above all others had been both the foundation and central pillar of the Advent faith was the declaration, ‘Unto two thousand and three hundred days; then shall the sanctuary be cleansed.’ [Daniel 8:14.]” The Great Controversy, 409.
“De Schriftplaats die boven alle andere zowel het fundament als de centrale pijler van het adventsgeloof was geweest, was de uitspraak: ‘Tot tweeduizend driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom gereinigd worden.’ [Daniel 8:14.]” De Grote Strijd, 409.
Daniel chapter eight verses thirteen and fourteen represent a question in verse thirteen that is followed by an answer in verse fourteen. The Hebrew word Palmoni is translated as “that certain saint” in verse thirteen, and that particular name of Christ means the Wonderful Numberer or the Numberer of Secrets.
Daniël hoofdstuk acht, verzen dertien en veertien, bevatten in vers dertien een vraag, waarop in vers veertien een antwoord volgt. Het Hebreeuwse woord Palmoni wordt in vers dertien vertaald als „die zekere heilige”, en die bijzondere naam van Christus betekent de Wonderbare Teller of de Teler van Geheimen.
When Ellen White identifies that verse fourteen is the central pillar and foundation of Adventism, she places the divine emphasis upon the question and answer of these two verses which demands that Christ as the Wonderful Numberer must be the primary point of reference. Sister White repeatedly emphasized the importance of viewing Christ as the central truth of any passage, and in verses thirteen and fourteen there is a direct appearance of Christ—“that certain saint,”—who is Palmoni.
Wanneer Ellen White vaststelt dat vers veertien de centrale pilaar en grondslag van het adventisme is, legt zij de goddelijke nadruk op de vraag en het antwoord van deze twee verzen, wat vereist dat Christus als de Wonderbare Teller het voornaamste referentiepunt moet zijn. Zuster White benadrukte herhaaldelijk het belang om Christus te beschouwen als de centrale waarheid van elke Schriftplaats, en in de verzen dertien en veertien is er een rechtstreekse verschijning van Christus—„die zekere heilige,”—die Palmoni is.
When Adventism rejected the “seven times” of Leviticus twenty-six in 1863, they closed their eyes to Palmoni, for the prophetic structure of the question and answer is based upon the relationship of Moses’ “seven times” and Daniel’s “twenty-three hundred days.” Moses’ “seven times” or twenty-five hundred and twenty years and Daniel’s “twenty-three hundred evenings and mornings” or twenty-three hundred years prophetic relationship is established by time, which is represented by numbers, and the Wonderful Numberer is right in the center of the question and answer that are the central pillar of Adventism. Those who may have read the writings of Josephus might remember his logical arguments identifying two special things created by God. One was the Hebrew language and the other was measurable time, which in turns requires mathematics.
Toen het adventisme in 1863 de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig verwierp, sloot het zijn ogen voor Palmoni, want de profetische structuur van de vraag en het antwoord berust op de relatie tussen de „zeven tijden” van Mozes en Daniëls „tweeëntwintighonderd dagen”. De profetische verhouding tussen de „zeven tijden” van Mozes, of tweeduizend vijfhonderd twintig jaar, en Daniëls „tweeëntwintighonderd avonden en morgens”, of tweeduizend driehonderd jaar, wordt vastgesteld door tijd, die door getallen wordt voorgesteld, en de Wonderbare Teller staat precies in het midden van de vraag en het antwoord die de centrale pijler van het adventisme vormen. Degenen die mogelijk de geschriften van Josephus hebben gelezen, herinneren zich wellicht zijn logische redeneringen waarin hij twee bijzondere dingen aanduidt die door God zijn geschapen. Het ene was de Hebreeuwse taal en het andere was meetbare tijd, die op haar beurt wiskunde vereist.
Verse thirteen asks “How long?” The verse does not ask “when,” it asks “how long?” If the question is about duration (how long?) or if the question is about a point in time (when?) is essential to correctly understand. The answer to the question in verse fourteen is either identifying a point in time, or a period of time and possibly both, but whatever the answer may be it must be set within the context of the question of verse thirteen. To rightly divide the word, or that is to say to rightly understand the answer of verse fourteen requires a correct understanding of the context of the question. Is it “when” or “then?”
Vers dertien vraagt: „Hoe lang?” Het vers vraagt niet: „Wanneer?”, maar: „Hoe lang?” Of de vraag betrekking heeft op een duur („hoe lang?”) dan wel op een tijdstip („wanneer?”), is van wezenlijk belang om haar juist te verstaan. Het antwoord op de vraag in vers veertien duidt óf een tijdstip aan, óf een tijdsduur, en mogelijk beide; maar wat het antwoord ook moge zijn, het moet worden geplaatst binnen de context van de vraag in vers dertien. Om het Woord recht te snijden, dat wil zeggen het antwoord van vers veertien recht te verstaan, is een juist begrip van de context van de vraag noodzakelijk. Is het „wanneer” of „dan”?
The drunkards of Ephraim vaguely teach that verse fourteen is identifying a point in time, which they identify as October 22, 1844, and when they do so they may very well refer to the passage we just cited from The Great Controversy, but God’s Word never changes and it never fails. The question of “how long” is identifying duration, not a point in time. October 22, 1844 began the period of the investigative judgment and the truths associated with that work represent the everlasting gospel and are much more important than simply the date it started.
De dronkaards van Efraïm leren op vage wijze dat vers veertien een tijdstip aanwijst, dat zij identificeren als 22 oktober 1844, en wanneer zij dat doen, verwijzen zij zeer waarschijnlijk naar de passage die wij zojuist uit The Great Controversy hebben aangehaald, maar Gods Woord verandert nooit en faalt nooit. De vraag „hoe lang” duidt een tijdsduur aan, niet een tijdstip. 22 oktober 1844 luidde de periode van het onderzoekend oordeel in, en de waarheden die met dat werk verbonden zijn vertegenwoordigen het eeuwige evangelie en zijn van veel groter belang dan enkel de datum waarop het begon.
The Hebrew grammar is clear, and that identical meaning was translated into the King James Version. Not only is the grammar clearly placing the question in the context of duration, but the question “how long” is a symbol of biblical prophecy. It can be demonstrated upon several witnesses that the question “how long” as a symbol represents the history of 9/11 unto the Sunday law. We will first consider the symbol of “how long” before we return to Palmoni and Joel.
De Hebreeuwse grammatica is duidelijk, en diezelfde betekenis is in de King James Version vertaald. Niet alleen plaatst de grammatica de vraag duidelijk in de context van duur, maar de vraag „hoe lang” is ook een symbool van de bijbelse profetie. Aan de hand van verschillende getuigen kan worden aangetoond dat de vraag „hoe lang” als symbool de geschiedenis van 11 september tot aan de zondagswet vertegenwoordigt. Wij zullen eerst het symbool van „hoe lang” beschouwen, voordat wij terugkeren tot Palmoni en Joël.
How Long? Isaiah Six
Hoelang? Jesaja Zes
In Isaiah chapter six verse three the angels identify that the earth is full of God’s glory.
In Jesaja hoofdstuk zes, vers drie, geven de engelen te kennen dat de aarde vol is van Gods heerlijkheid.
And one cried unto another, and said, Holy, holy, holy, is the Lord of hosts: the whole earth is full of his glory. Isaiah 6:3.
En de een riep tot de ander en zei: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen; de ganse aarde is vol van Zijn heerlijkheid. Jesaja 6:3.
Sister White connects the descent of the angel of Revelation eighteen with the angels if verse three.
Zuster White verbindt de nederdaling van de engel uit Openbaring achttien met de engelen van vers drie.
“As they [the angels] see the future, when the whole earth shall be filled with His glory, the triumphant song of praise is echoed from one to another in melodious chant, ‘Holy, holy, holy, is the Lord of Hosts.’” Review and Herald, December 22, 1896.
„Wanneer zij [de engelen] de toekomst aanschouwen, wanneer de gehele aarde vervuld zal zijn van Zijn heerlijkheid, wordt het triomferende loflied van de een tot de ander weerklonken in melodieuze zang: ‘Heilig, heilig, heilig, is de HEERE der heerscharen.’” Review and Herald, 22 december 1896.
Isaiah is at 9/11 and he asks “how long” he must present the message of 9/11 to a Laodicean people who do not wish to see or hear. He is told he must persevere until the cities are broken down, and the destruction of the cities, which begins at the Sunday law when national apostasy is followed by national ruin.
Jesaja bevindt zich bij 9/11 en hij vraagt „hoe lang” hij de boodschap van 9/11 moet voorhouden aan een Laodiceïsch volk dat niet wil zien of horen. Hem wordt gezegd dat hij moet volharden totdat de steden verwoest zijn; en de verwoesting van de steden, die begint bij de zondagswet wanneer op nationale afvalligheid nationaal verderf volgt.
Then said I, Lord, how long? And he answered, Until the cities be wasted without inhabitant, and the houses without man, and the land be utterly desolate, And the Lord have removed men far away, and there be a great forsaking in the midst of the land. But yet in it shall be a tenth, and it shall return, and shall be eaten: as a teil tree, and as an oak, whose substance is in them, when they cast their leaves: so the holy seed shall be the substance thereof. Isaiah 6:11–13.
Toen zei ik: Heere, hoe lang? En Hij antwoordde: Totdat de steden verwoest zijn, zonder inwoner, en de huizen zonder mens, en het land volkomen verwoest is, en de HEERE de mensen ver weg heeft doen wegtrekken, en er een grote verlatenheid is in het midden van het land. Maar nog zal daarin een tiende deel zijn, en het zal wederkeren en verteerd worden; als een terpentijnboom en als een eik, welker stam in hen blijft wanneer zij hun bladeren afwerpen: zo zal het heilige zaad de stam daarvan zijn. Jesaja 6:11–13.
At 9/11, when the earth was lightened with God’s glory Isaiah is anointed to present the latter rain message and he asks “how long” does he need to present the message of 9/11 to people whose hearts are fat? The answer is “until” the Sunday law, when there will be “a great forsaking in the midst of the land.” The “great forsaking” is accomplished by Laodicean Adventism who Isaiah in chapter twenty-two, represents as Shebna.
Op 9/11, toen de aarde werd verlicht met Gods heerlijkheid, wordt Jesaja gezalfd om de boodschap van de late regen te verkondigen, en hij vraagt: „Hoe lang” moet hij de boodschap van 9/11 voorhouden aan een volk welks hart vet is? Het antwoord luidt: „totdat” de zondagswet komt, wanneer er „een grote verlatenheid in het midden des lands” zal zijn. De „grote verlatenheid” wordt teweeggebracht door het Laodiceïsche adventisme, dat Jesaja in hoofdstuk tweeëntwintig voorstelt als Sebna.
Behold, the Lord will carry thee away with a mighty captivity, and will surely cover thee. He will surely violently turn and toss thee like a ball into a large country: there shalt thou die, and there the chariots of thy glory shall be the shame of thy lord’s house. And I will drive thee from thy station, and from thy state shall he pull thee down. Isaiah 22:17–19.
Zie, de Heere zal u wegvoeren in een machtige gevangenschap, en u zeker bedekken. Hij zal u voorzeker met geweld omwentelen en u als een bal werpen in een uitgestrekt land; daar zult gij sterven, en daar zullen de wagens van uw heerlijkheid tot schande zijn van het huis van uw heer. En Ik zal u uit uw standplaats verdrijven, en uit uw staat zal Hij u neerhalen. Jesaja 22:17–19.
Laodicean Adventism forsake the truth at the Sunday law and are there “overthrown” as represented in Daniel chapter eleven verse forty-one.
Laodiceïsch adventisme verlaat de waarheid bij de zondagwet en wordt daar „ten val gebracht”, zoals voorgesteld in Daniël hoofdstuk elf, vers eenenveertig.
He shall enter also into the glorious land, and many countries shall be overthrown: but these shall escape out of his hand, even Edom, and Moab, and the chief of the children of Ammon. Daniel 11:41.
Ook zal hij het Sieraadland binnentrekken, en vele landen zullen ten val komen; maar dezen zullen aan zijn hand ontkomen: Edom, Moab en de voornaamsten van de kinderen Ammons. Daniël 11:41.
When Isaiah asks “how long,” he is told to present the message to Adventism right up to the Sunday law when the “many” of Daniel eleven verse forty-one will be “overthrown,” when they forsake the Sabbath and God. They will then be spewed out of the mouth of the Lord as represented in the book of Revelation, where all the books of the Bible meet and end, and where Isaiah twenty-two Shebna being “violently” tossed “like a ball into a large country” as they are “removed” “far away.”
Wanneer Jesaja vraagt: „hoe lang”, wordt hem gezegd de boodschap aan het adventisme voor te houden tot aan de zondagswet, wanneer de „velen” van Daniël elf vers eenenveertig „ten val gebracht” zullen worden, wanneer zij de sabbat en God verlaten. Dan zullen zij uit de mond van de Heer uitgespuwd worden, zoals voorgesteld in het boek Openbaring, waar alle boeken van de Bijbel samenkomen en eindigen, en waar Jesaja tweeëntwintig, Sebna die „met geweld” wordt weggeslingerd „als een bal naar een uitgestrekt land”, terwijl zij „verwijderd” worden „ver weg.”
In that time period the remnant, represented as a “tenth” (which is a tithe) “return”; who in the passage are compared to trees which have “substance” that remains when the leaves are cast off. “Leaves” represent profession in prophetic symbolism. When Adventism comes to the Sunday law and accepts the first day of the week in place of God’s Sabbath, they will cast off their leaves of “profession” and no longer claim to uphold God’s seventh-day Sabbath.
In die periode zal het overblijfsel, voorgesteld als een „tiende” (dat is een tiende deel), „terugkeren”; in de passage worden zij vergeleken met bomen die een „stam” hebben die overblijft wanneer de bladeren worden afgeworpen. „Bladeren” vertegenwoordigen in de profetische symboliek belijdenis. Wanneer het adventisme bij de zondagswet komt en de eerste dag van de week aanvaardt in de plaats van Gods sabbat, zullen zij hun bladeren van „belijdenis” afwerpen en niet langer aanspraak maken op het handhaven van Gods sabbat van de zevende dag.
“The cursing of the fig tree was an acted parable. That barren tree, flaunting its pretentious foliage in the very face of Christ, was a symbol of the Jewish nation. The Saviour desired to make plain to His disciples the cause and the certainty of Israel’s doom. For this purpose He invested the tree with moral qualities, and made it the expositor of divine truth. The Jews stood forth distinct from all other nations, professing allegiance to God. They had been specially favored by Him, and they laid claim to righteousness above every other people. But they were corrupted by the love of the world and the greed of gain. They boasted of their knowledge, but they were ignorant of the requirements of God, and were full of hypocrisy. Like the barren tree, they spread their pretentious branches aloft, luxuriant in appearance, and beautiful to the eye, but they yielded “nothing but leaves.” The Jewish religion, with its magnificent temple, its sacred altars, its mitered priests and impressive ceremonies, was indeed fair in outward appearance, but humility, love, and benevolence were lacking.
„De vervloeking van de vijgenboom was een uitgebeelde gelijkenis. Die onvruchtbare boom, die met zijn aanmatigende loof zich juist voor het aangezicht van Christus vertoonde, was een symbool van het Joodse volk. De Heiland wenste aan Zijn discipelen de oorzaak en de zekerheid van Israëls ondergang duidelijk te maken. Daartoe bekleedde Hij de boom met zedelijke eigenschappen en maakte hem tot verkondiger van goddelijke waarheid. De Joden traden duidelijk onderscheiden van alle andere volken naar voren en beleden trouw aan God. Zij waren door Hem op bijzondere wijze begunstigd, en zij maakten aanspraak op een gerechtigheid die die van elk ander volk te boven ging. Maar zij waren verdorven door de liefde tot de wereld en de hebzucht naar winst. Zij beroemden zich op hun kennis, maar zij waren onkundig van Gods eisen en waren vol huichelarij. Gelijk de onvruchtbare boom spreidden zij hun aanmatigende takken hoog uit, weelderig van aanzien en schoon voor het oog, maar zij brachten „niets dan bladeren” voort. De Joodse godsdienst, met zijn prachtige tempel, zijn heilige altaren, zijn gemijterde priesters en indrukwekkende plechtigheden, was inderdaad schoon in uiterlijke schijn, maar ootmoed, liefde en weldadigheid ontbraken.”
“All the trees in the fig orchard were destitute of fruit; but the leafless trees raised no expectation, and caused no disappointment. By these trees the Gentiles were represented. They were as destitute as were the Jews of godliness; but they had not professed to serve God. They made no boastful pretensions to goodness. They were blind to the works and ways of God. With them the time of figs was not yet. They were still waiting for a day which would bring them light and hope. The Jews, who had received greater blessings from God, were held accountable for their abuse of these gifts. The privileges of which they boasted only increased their guilt.” The Desire of Ages. 582, 583.
‘Alle bomen in de vijgenboomgaard waren verstoken van vrucht; maar de bladerloze bomen wekten geen verwachting en veroorzaakten geen teleurstelling. Door deze bomen werden de heidenen voorgesteld. Zij waren evenzeer als de Joden verstoken van godsvrucht; maar zij hadden niet beleden God te dienen. Zij maakten geen hoogdravende aanspraken op goedheid. Zij waren blind voor de werken en wegen van God. Voor hen was de tijd van de vijgen nog niet gekomen. Zij wachtten nog op een dag die hun licht en hoop zou brengen. De Joden, die grotere zegeningen van God hadden ontvangen, werden verantwoordelijk gehouden voor hun misbruik van deze gaven. De voorrechten waarop zij zich beroemden, vergrootten slechts hun schuld.’ The Desire of Ages, 582, 583.
At the Sunday law Laodicean Adventism’s profession of being God’s covenant people is gone as they accept the mark of the covenant of death and reject the seal of the covenant of life. They then cast off their leaves of profession and what is brought to view is a remnant represented by Isaiah, who at 9/11 “returned” to the old paths, were then humbled into the dust when they (Isaiah) realized his corrupted experience, and was thereafter purified with a coal from off the altar. Sister White informs us the coal from the altar represents purification, but purification is simply what is accomplished by the coal touching Isaiah’s lips.
Bij de zondagswet verdwijnt de belijdenis van het Laodiceïsche Adventisme dat het Gods verbondsvolk is, wanneer het het merkteken van het verbond des doods aanneemt en het zegel van het verbond des levens verwerpt. Dan werpt het zijn bladeren van belijdenis af, en wat zichtbaar wordt, is een overblijfsel, vertegenwoordigd door Jesaja, dat op 9/11 “terugkeerde” tot de oude paden, vervolgens in het stof werd vernederd toen het (Jesaja) zijn verdorven ervaring inzag, en daarna werd gereinigd met een gloeiende kool van het altaar. Zuster White deelt ons mee dat de kool van het altaar reiniging voorstelt, maar reiniging is eenvoudigweg wat tot stand wordt gebracht doordat de kool de lippen van Jesaja aanraakt.
“The live coal is symbolical of purification. If it touches the lips, no impure word will fall from them. The live coal also symbolizes the potency of the efforts of the servants of the Lord.” Review and Herald, October 16, 1888.
“De gloeiende kool is een symbool van reiniging. Indien zij de lippen aanraakt, zal er geen onzuiver woord van afkomen. De gloeiende kool symboliseert ook de kracht van de inspanningen van de dienstknechten des Heren.” Review and Herald, 16 oktober 1888.
The “coal” from the altar that are cast to earth in the last days are the coals cast to earth when the seventh and final seal is opened in the first five verses of Revelation chapter eight. Isaiah, and therefore the one hundred and forty-four thousand are purified by the coal touching their lips, but the “coal” is a message. It touches their lips when they take the book out of the angel’s hand and eat.
De „kooltjes” van het altaar die in de laatste dagen op de aarde worden geworpen, zijn de kooltjes die op de aarde worden geworpen wanneer het zevende en laatste zegel wordt geopend in de eerste vijf verzen van Openbaring hoofdstuk acht. Jesaja, en dus ook de honderdvierenveertigduizend, worden gereinigd doordat de kool hun lippen aanraakt, maar de „kool” is een boodschap. Zij raakt hun lippen aan wanneer zij het boek uit de hand van de engel nemen en het opeten.
Sanctify them through thy truth: thy word is truth. John 17:17.
Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Johannes 17:17.
Those who “return” and become the remnant (residue) are represented as being the oak and teal trees, and just as Christ had “invested the tree with moral qualities, and made it the expositor of divine truth” Isaiah’s trees have the “moral quality” within them as represented by the “substance.” The substance remains with the trees, even when those who were only leaves of profession are cast off. The “holy seed” is the “substance” and Christ is the “holy seed” of prophecy. Those trees who are represented as the remnant and by Isaiah himself in chapter six represents men and therefore humanity and the holy seed represent divinity. Thus, Isaiah six identifies the purification of Adventism from 9/11 unto the Sunday law, and the details which Isaiah contributes to that prophetic history are all represented by his question of “how long”. For Isaiah the answer to “how long” was from 9/11 unto the Sunday law.
Zij die „terugkeren” en het overblijfsel (restant) worden, worden voorgesteld als de eiken en terebinten; en evenals Christus „de boom met zedelijke hoedanigheden had bekleed en hem tot de uitlegger van goddelijke waarheid had gemaakt”, hebben de bomen van Jesaja de „zedelijke hoedanigheid” in zich, voorgesteld door de „substantie”. De substantie blijft bij de bomen, zelfs wanneer zij die slechts bladeren van belijdenis waren, worden afgeworpen. Het „heilige zaad” is de „substantie”, en Christus is het „heilige zaad” van de profetie. Die bomen die als het overblijfsel worden voorgesteld, evenals Jesaja zelf in hoofdstuk zes, vertegenwoordigen mensen en derhalve de mensheid, en het heilige zaad vertegenwoordigt de godheid. Zo identificeert Jesaja zes de zuivering van het adventisme vanaf 9/11 tot aan de zondagswet, en alle bijzonderheden die Jesaja aan die profetische geschiedenis bijdraagt, worden weergegeven door zijn vraag: „hoe lang?” Voor Jesaja luidde het antwoord op „hoe lang?”: vanaf 9/11 tot aan de zondagswet.
How Long? 1840–1844
Hoe lang? 1840–1844
August 11, 1840 typified 9/11 and with the prophetic history of August 11, 1840 unto October 22, 1844 the battle of Mount Carmel between Elijah and Jezebel’s prophets took place. Ultimately the prophets of Baal were demonstrated to be false prophets and executed by Elijah, but at the very outset of the confrontation Elijah asked the question, “how long” halt you between two opinions.
11 augustus 1840 was een voorafbeelding van 11 september, en binnen de profetische geschiedenis van 11 augustus 1840 tot 22 oktober 1844 vond de strijd op de berg Karmel tussen Elia en de profeten van Izebel plaats. Uiteindelijk werd aangetoond dat de profeten van Baäl valse profeten waren en werden zij door Elia ter dood gebracht, maar geheel aan het begin van de confrontatie stelde Elia de vraag: „Hoe lang nog” hinkt gij op twee gedachten.
And Elijah came unto all the people, and said, How long halt ye between two opinions? if the Lord be God, follow him: but if Baal, then follow him. And the people answered him not a word. Then said Elijah unto the people, I, even I only, remain a prophet of the Lord; but Baal’s prophets are four hundred and fifty men. 1 Kings 18:21, 22.
En Elia trad voor al het volk en zei: Hoelang blijft gij hinken op twee gedachten? Indien de HEERE God is, volgt Hem na; maar indien het Baäl is, volgt hem na. En het volk antwoordde hem niet één woord. Toen zei Elia tot het volk: Ik, ja ik alleen, ben als profeet des HEEREN overgebleven; maar de profeten van Baäl zijn vierhonderdvijftig man. 1 Koningen 18:21, 22.
Elijah is at August 11, 1840; asking that generation whether the Millerite message is true or is it false? It is another message to Laodicea, as was Isaiah six.
Elia bevindt zich op 11 augustus 1840 en vraagt die generatie of de Milleritische boodschap waar is of onwaar. Het is opnieuw een boodschap aan Laodicea, zoals Jesaja 6 dat was.
“Thousands were led to embrace the truth preached by William Miller, and servants of God were raised up in the spirit and power of Elijah to proclaim the message. Like John, the forerunner of Jesus, those who preached this solemn message felt compelled to lay the ax at the root of the tree, and call upon men to bring forth fruits meet for repentance. Their testimony was calculated to arouse and powerfully affect the churches and manifest their real character. And as the solemn warning to flee from the wrath to come was sounded, many who were united with the churches received the healing message; they saw their backslidings, and with bitter tears of repentance and deep agony of soul, humbled themselves before God. And as the Spirit of God rested upon them, they helped to sound the cry, ‘Fear God, and give glory to Him; for the hour of His judgment is come.’” Early Writings, 233.
“Duizenden werden ertoe geleid de door William Miller verkondigde waarheid te aanvaarden, en dienstknechten van God werden verwekt in de geest en kracht van Elia om de boodschap te verkondigen. Gelijk Johannes, de voorloper van Jezus, voelden zij die deze plechtige boodschap predikten zich gedrongen de bijl aan de wortel van de boom te leggen en de mensen op te roepen vruchten voort te brengen, der bekering waardig. Hun getuigenis was erop berekend de kerken wakker te schudden, hen krachtig te treffen en hun werkelijke karakter te openbaren. En toen de plechtige waarschuwing om te vluchten voor de komende toorn weerklonk, ontvingen velen die met de kerken verbonden waren de boodschap van genezing; zij zagen hun afdwalingen in en vernederden zich, met bittere tranen van berouw en diepe zielenangst, voor God. En toen de Geest van God op hen rustte, hielpen zij de roep te doen weerklinken: ‘Vreest God en geeft Hem heerlijkheid; want het uur van Zijn oordeel is gekomen.’” Early Writings, 233.
In the testing history of 1840 to 1844 the Protestants who rejected the message of Elijah became the daughters of Rome and surrendered the mantle of Protestantism unto Millerite Adventism. With Isaiah and Elijah, we have two witnesses which testify to the fact that the question “how long” is a symbol of the history that begins at 9/11 and ends at the Sunday law. In the Millerite history August 11, 1840 aligns with 9/11, and October 22, 1844 aligns with the Sunday law. When fire came down out of heaven and consumed Elijah’s offering the twelve stones were all illuminated with the offering, thus marking the one hundred and forty-four thousand as an ensign represented as illuminated stones. The false prophets were then slain by Elijah just as the United States, the false prophet is slain as the sixth kingdom at the Sunday law.
In de beproevende geschiedenis van 1840 tot 1844 werden de protestanten die de boodschap van Elia verwierpen, de dochters van Rome en droegen zij de mantel van het protestantisme over aan het Milleritische adventisme. Met Jesaja en Elia hebben wij twee getuigen die getuigen van het feit dat de vraag „hoe lang” een symbool is van de geschiedenis die begint op 11 september en eindigt bij de zondagswet. In de Milleritische geschiedenis komt 11 augustus 1840 overeen met 11 september, en 22 oktober 1844 komt overeen met de zondagswet. Toen vuur uit de hemel neerdaalde en het offer van Elia verteerde, werden de twaalf stenen tezamen met het offer geheel verlicht, en zo werden de honderdvierenvierenveertigduizend gemarkeerd als een banier, voorgesteld als verlichte stenen. De valse profeten werden vervolgens door Elia gedood, evenals de Verenigde Staten, de valse profeet, als het zesde koninkrijk bij de zondagswet wordt gedood.
Isaiah six is emphasizing a testing, purging and purification process among God’s people from 9/11 unto the Sunday law. Elijah is addressing the Laodicean attitude of God’s people, but also providing evidence between a true and false prophet and in turn a true or false message. Thus, beginning from August 11, 1840 and ending on October 22, 1844 a prophetic test was brought upon the Protestants of the period of Sardis, and just as the fire at Mount Carmel produced a division into two classes, two classes were manifested in 1844. One class in the testing process was the soon-to-be “former” covenant people, and the other class was Millerite Adventism that God would enter into covenant with on October 22, 1844. The period of testing and division is the story of the vineyard as Millerite Adventism was shown to be the true prophet at the same point that Sardian Protestantism began to fulfill its role as apostate Protestantism. Just as the prophets of Baal were exposed as false, so to was the former covenant people exposed and then identified by the Millerites as a daughter of Rome. The story of Mount Carmel and also the fulfillment of that history in the time of the Millerites provides a second witness to Isaiah six’s that the question, “how long” is a symbol of the period of time from 9/11 unto the Sunday law.
Jesaja zes legt nadruk op een proces van beproeving, zuivering en reiniging onder Gods volk vanaf 11 september tot aan de zondagswet. Elia spreekt de Laodiceïsche houding van Gods volk aan, maar levert tevens bewijs ter onderscheiding tussen een ware en een valse profeet en bijgevolg tussen een ware en een valse boodschap. Zo werd, beginnend op 11 augustus 1840 en eindigend op 22 oktober 1844, een profetische beproeving over de protestanten van de periode van Sardis gebracht, en evenals het vuur op de berg Karmel een scheiding in twee klassen teweegbracht, werden in 1844 twee klassen geopenbaard. De ene klasse in het beproevingsproces was het weldra „voormalige” verbondsvolk, en de andere klasse was het Milleritische adventisme, waarmee God op 22 oktober 1844 een verbond zou aangaan. De periode van beproeving en scheiding is het verhaal van de wijngaard, aangezien werd aangetoond dat het Milleritische adventisme de ware profeet was op hetzelfde moment dat het Sardische protestantisme zijn rol als afvallig protestantisme begon te vervullen. Zoals de profeten van Baäl als vals werden ontmaskerd, zo werd ook het voormalige verbondsvolk ontmaskerd en vervolgens door de Millerieten als een dochter van Rome geïdentificeerd. Het verhaal van de berg Karmel, en ook de vervulling van die geschiedenis in de tijd van de Millerieten, verschaft een tweede getuigenis van Jesaja zes, namelijk dat de vraag „hoelang” een symbool is van de periode vanaf 11 september tot aan de zondagswet.
“‘Lord God of Abraham, Isaac, and of Israel,’ the prophet pleads, ‘let it be known this day that Thou art God in Israel, and that I am Thy servant, and that I have done all these things at Thy word. Hear me, O Lord, hear me, that this people may know that Thou art the Lord God, and that Thou hast turned their heart back again.’
‘HEERE, God van Abraham, Isaak en van Israël,’ smeekt de profeet, ‘laat heden bekend worden dat Gij God zijt in Israël, en dat ik Uw knecht ben, en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb. Verhoor mij, o HEERE, verhoor mij, opdat dit volk zal weten dat Gij de HEERE God zijt, en dat Gij hun hart wederom teruggewend hebt.’
“A silence, oppressive in its solemnity, rests upon all. The priests of Baal tremble with terror. Conscious of their guilt, they look for swift retribution.
„Een stilte, drukkend in haar plechtigheid, rust op allen. De priesters van Baäl beven van ontzetting. Zich bewust van hun schuld, zien zij uit naar een spoedige vergelding.‟
“No sooner is the prayer of Elijah ended than flames of fire, like brilliant flashes of lightning, descend from heaven upon the upreared altar, consuming the sacrifice, licking up the water in the trench, and consuming even the stones of the altar. The brilliancy of the blaze illumines the mountain and dazzles the eyes of the multitude. In the valleys below, where many are watching in anxious suspense the movements of those above, the descent of fire is clearly seen, and all are amazed at the sight. It resembles the pillar of fire which at the Red Sea separated the children of Israel from the Egyptian host.
“Nauwelijks is het gebed van Elia geëindigd, of vuurvlammen, als schitterende bliksemflitsen, dalen uit de hemel neer op het opgerichte altaar; zij verteren het offer, likken het water in de geul op en verteren zelfs de stenen van het altaar. De luister van de vlam verlicht de berg en verblindt de ogen van de menigte. In de dalen beneden, waar velen in angstige spanning de bewegingen gadeslaan van hen die boven zijn, wordt de nederdaling van het vuur duidelijk gezien, en allen zijn verbaasd bij dat aanschijn. Het gelijkt op de vuurkolom die bij de Rode Zee de kinderen Israëls scheidde van de Egyptische legermacht.”
“The people on the mount prostrate themselves in awe before the unseen God. They dare not continue to look upon the Heaven-sent fire. They fear that they themselves will be consumed; and, convicted of their duty to acknowledge the God of Elijah as the God of their fathers, to whom they owe allegiance, they cry out together as with one voice, ‘The Lord, He is the God; the Lord, He is the God.’ With startling distinctness the cry resounds over the mountain and echoes in the plain below. At last Israel is aroused, undeceived, penitent. At last the people see how greatly they have dishonored God. The character of Baal worship, in contrast with the reasonable service required by the true God, stands fully revealed. The people recognize God’s justice and mercy in withholding the dew and the rain until they have been brought to confess His name. They are ready now to admit that the God of Elijah is above every idol.” Prophets and Kings, 153.
“Het volk op de berg werpt zich in ontzag neer voor de onzienlijke God. Zij durven niet voortgaan te zien op het uit de hemel gezonden vuur. Zij vrezen dat zij zelf verteerd zullen worden; en, overtuigd van hun plicht de God van Elia te erkennen als de God van hun vaderen, aan wie zij trouw verschuldigd zijn, roepen zij allen als uit één mond: ‘De HEERE, Hij is God; de HEERE, Hij is God.’ Met treffende duidelijkheid weerklinkt de roep over de berg en galmt na in de vlakte beneden. Eindelijk is Israël ontwaakt, van misleiding ontdaan, berouwhebbend. Eindelijk ziet het volk hoezeer het God heeft onteerd. Het karakter van de Baälverering, in tegenstelling tot de redelijke dienst die door de ware God wordt vereist, staat ten volle geopenbaard. Het volk erkent Gods gerechtigheid en barmhartigheid in het onthouden van de dauw en de regen, totdat het ertoe is gebracht Zijn naam te belijden. Zij zijn nu bereid te erkennen dat de God van Elia boven elke afgod verheven is.” Profeten en koningen, 153.
How Long? Moses
Hoe lang? Mozes
The first time the symbolic question, “how long” is raised in the prophetic Word is in the eighth plague upon the Egyptians in the time of Moses. The eighth plague is “locusts” (a symbol of Islam) that are brought by an “east wind” (a symbol of Islam).
De eerste keer dat de symbolische vraag „hoe lang” in het profetische Woord wordt gesteld, is bij de achtste plaag over de Egyptenaren ten tijde van Mozes. De achtste plaag bestaat uit „sprinkhanen” (een symbool van de islam), die door een „oostenwind” (een symbool van de islam) worden aangevoerd.
And Moses and Aaron came in unto Pharaoh, and said unto him, Thus saith the Lord God of the Hebrews, How long wilt thou refuse to humble thyself before me? let my people go, that they may serve me. Else, if thou refuse to let my people go, behold, tomorrow will I bring the locusts into thy coast: And they shall cover the face of the earth, that one cannot be able to see the earth: and they shall eat the residue of that which is escaped, which remaineth unto you from the hail, and shall eat every tree which groweth for you out of the field: And they shall fill thy houses, and the houses of all thy servants, and the houses of all the Egyptians; which neither thy fathers, nor thy fathers’ fathers have seen, since the day that they were upon the earth unto this day. And he turned himself, and went out from Pharaoh.
Toen gingen Mozes en Aäron naar de farao en zeiden tot hem: Zo zegt de HEERE, de God van de Hebreeën: Hoe lang zult gij weigeren u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk gaan, opdat het Mij diene. Maar indien gij weigert Mijn volk te laten gaan, zie, morgen zal Ik sprinkhanen in uw gebied brengen. En zij zullen de oppervlakte van het land bedekken, zodat men het land niet zal kunnen zien; en zij zullen het overblijfsel opeten van hetgeen ontkomen is, wat u van de hagel is overgebleven, en zij zullen alle bomen opeten die voor u uit het veld groeien. En zij zullen uw huizen vullen, en de huizen van al uw dienaren, en de huizen van alle Egyptenaren; zoals noch uw vaderen, noch de vaderen van uw vaderen hebben gezien, van de dag af dat zij op de aarde waren tot op deze dag. Toen keerde hij zich om en ging van de farao weg.
And Pharaoh’s servants said unto him, How long shall this man be a snare unto us? let the men go, that they may serve the Lord their God: knowest thou not yet that Egypt is destroyed?
Toen zeiden de dienaren van Farao tot hem: Hoe lang zal deze man ons nog tot een strik zijn? Laat de mannen gaan, opdat zij de HEERE, hun God, mogen dienen. Weet gij nog niet dat Egypte te gronde gericht is?
And Moses and Aaron were brought again unto Pharaoh: and he said unto them, Go, serve the Lord your God: but who are they that shall go?
En Mozes en Aäron werden opnieuw bij de farao gebracht; en hij zei tot hen: Gaat heen, dient de HEERE, uw God; maar wie zijn het die zullen gaan?
And Moses said, We will go with our young and with our old, with our sons and with our daughters, with our flocks and with our herds will we go; for we must hold a feast unto the Lord.
En Mozes zei: Wij zullen gaan met onze jongeren en met onze ouderen, met onze zonen en met onze dochters; met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan, want wij moeten de HEERE een feest vieren.
And he said unto them, Let the Lord be so with you, as I will let you go, and your little ones: look to it; for evil is before you. Not so: go now ye that are men, and serve the Lord; for that ye did desire. And they were driven out from Pharaoh’s presence.
En hij zei tot hen: De HEERE zij met u, zoals ik u en uw kleinen zal laten gaan; ziet toe, want het kwaad ligt u vóór ogen. Zo niet! Gaat nu, gij mannen, en dient de HEERE; want dat hebt gij immers verlangd. En zij werden uit Farao’s tegenwoordigheid verdreven.
And the Lord said unto Moses, Stretch out thine hand over the land of Egypt for the locusts, that they may come up upon the land of Egypt, and eat every herb of the land, even all that the hail hath left. And Moses stretched forth his rod over the land of Egypt, and the Lord brought an east wind upon the land all that day, and all that night; and when it was morning, the east wind brought the locusts. And the locusts went up over all the land of Egypt, and rested in all the coasts of Egypt: very grievous were they; before them there were no such locusts as they, neither after them shall be such. For they covered the face of the whole earth, so that the land was darkened; and they did eat every herb of the land, and all the fruit of the trees which the hail had left: and there remained not any green thing in the trees, or in the herbs of the field, through all the land of Egypt.
En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over het land Egypte om de sprinkhanen, opdat zij over het land Egypte opkomen en al het kruid des lands opeten, ja, al wat de hagel heeft overgelaten. Toen strekte Mozes zijn staf uit over het land Egypte, en de HEERE bracht een oostenwind over het land, die gehele dag en de gehele nacht; en toen het morgen werd, bracht de oostenwind de sprinkhanen. En de sprinkhanen kwamen op over het gehele land Egypte en vielen neer in al de landstreken van Egypte; zeer zwaar waren zij; vóór hen zijn er geen sprinkhanen geweest zoals zij, en na hen zullen er geen zijn zoals zij. Want zij bedekten het oppervlak van de gehele aarde, zodat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands en alle vruchten der bomen die de hagel had overgelaten; en er bleef niets groens over aan de bomen of aan het veldgewas, in het gehele land Egypte.
Then Pharaoh called for Moses and Aaron in haste; and he said, I have sinned against the Lord your God, and against you. Now therefore forgive, I pray thee, my sin only this once, and intreat the Lord your God, that he may take away from me this death only. And he went out from Pharaoh, and intreated the Lord. And the Lord turned a mighty strong west wind, which took away the locusts, and cast them into the Red sea; there remained not one locust in all the coasts of Egypt. Exodus 10:3–19.
Toen ontbood Farao Mozes en Aäron met haast; en hij zei: Ik heb gezondigd tegen de HEERE, uw God, en tegen u. Vergeef dan toch, ik bid u, mijn zonde nog slechts deze ene maal, en smeek de HEERE, uw God, dat Hij slechts deze dood van mij wegneemt. Toen ging hij van Farao weg en smeekte de HEERE. En de HEERE deed een zeer sterke westenwind opsteken, die de sprinkhanen wegvoerde en in de Schelfzee wierp; er bleef niet één sprinkhaan over in heel het land van Egypte. Exodus 10:3–19.
First “the Lord God of the Hebrews” asks, How long wilt thou refuse to humble thyself before me?” and then Pharaoh’s servants thereafter asked Pharaoh again, “How long shall this man be a snare unto us?” The question is asked during the eighth plague, which aligns with 9/11 for several reasons. The tenth plague is the slaying of the first born, which aligns with the cross and is followed by the disappointment by the Red Sea, which inspiration aligns with the disappointment of the disciples at the cross, which aligns with the great disappointment of the Millerites in 1844. Those three witnesses all align with the Sunday law. The tenth plague is the Sunday law and two plagues earlier the eighth plague brought the “locusts” upon an “east wind.” The “locusts” filled the entire earth, just as Islam is shaking the entire world today as it has spread its darkness through forced immigration. The “desert locust’s” Latin name is “locusta migratoria,” representing the spread of Islam through immigration that is typified in the natural world as migration.
Eerst vraagt „de HEERE, de God der Hebreeën”: „Hoe lang zult gij weigeren u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen?” en daarna vroegen de dienaren van Farao vervolgens opnieuw aan Farao: „Hoe lang zal deze man ons tot een strik zijn?” De vraag wordt gesteld tijdens de achtste plaag, die om verscheidene redenen overeenkomt met 9/11. De tiende plaag is de doding van de eerstgeborenen, hetgeen overeenkomt met het kruis en gevolgd wordt door de teleurstelling bij de Rode Zee, die de Inspiratie in overeenstemming brengt met de teleurstelling van de discipelen bij het kruis, hetgeen overeenkomt met de grote teleurstelling van de Millerieten in 1844. Deze drie getuigen stemmen alle overeen met de zondagswet. De tiende plaag is de zondagswet en twee plagen eerder bracht de achtste plaag de „sprinkhanen” op een „oostenwind”. De „sprinkhanen” vervulden de gehele aarde, zoals de islam heden de gehele wereld doet schudden nu zij haar duisternis heeft verbreid door middel van gedwongen immigratie. De Latijnse naam van de „treksprinkhaan” is „locusta migratoria”, hetgeen de verbreiding van de islam door immigratie voorstelt, die in de natuurlijke wereld als migratie wordt getypeerd.
The ninth plague was a darkness that could be felt.
De negende plaag was een duisternis die te tasten was.
And the Lord said unto Moses, Stretch out thine hand toward heaven, that there may be darkness over the land of Egypt, even darkness which may be felt. And Moses stretched forth his hand toward heaven; and there was a thick darkness in all the land of Egypt three days: They saw not one another, neither rose any from his place for three days: but all the children of Israel had light in their dwellings. Exodus 10:21–23.
En de HEERE zei tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, opdat er duisternis zij over het land Egypte, ja, een duisternis die te tasten is. En Mozes strekte zijn hand uit naar de hemel; en er was een dikke duisternis in heel het land Egypte, drie dagen lang. Zij zagen elkander niet, en niemand stond op van zijn plaats, drie dagen lang; maar alle kinderen Israëls hadden licht in hun woningen. Exodus 10:21–23.
In the symbolism of “how long” represented by Mount Carmel and Elijah there is a distinction manifested when the fire comes down out of heaven. Elijah’s God did what Baal cannot do. In Millerite history the distinction was made between fallen Sardian Protestantism and Millerite Adventism. With Moses the distinction was darkness or light. There was light in the Hebrew homes. Isaiah further informs us that those who have no light in Moses line, who are also those destroyed by Elijah, and those who lose the mantle of Protestantism in the Millerite time period are a “people” who “hear” “indeed, but understand not; and see” “indeed, but perceive not.” Then a pronouncement is made of these people which states, “Make the heart of this people fat, and make their ears heavy, and shut their eyes; lest they see with their eyes, and hear with their ears, and understand with their heart, and convert, and be healed.”
In de symboliek van „hoelang”, vertegenwoordigd door de berg Karmel en Elia, wordt een onderscheid openbaar wanneer het vuur uit de hemel neerdaalt. Elia’s God deed wat Baäl niet kan doen. In de Milleritische geschiedenis werd het onderscheid gemaakt tussen het gevallen Sardische protestantisme en het Milleritische adventisme. Bij Mozes bestond het onderscheid uit duisternis of licht. Er was licht in de Hebreeuwse huizen. Jesaja maakt ons verder duidelijk dat zij die geen licht hebben in de lijn van Mozes, die ook degenen zijn die door Elia worden vernietigd, en zij die de mantel van het protestantisme verliezen in de Milleritische tijdsperiode, een „volk” zijn dat „wel hoort, maar niet verstaat; en wel ziet, maar niet opmerkt.” Vervolgens wordt over dit volk een uitspraak gedaan die luidt: „Maak het hart van dit volk vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen; opdat zij niet met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart verstaan, en zich bekeren, en genezen worden.”
Willing to do the work, but overwhelmed with the assignment to preach to those who will not listen Isaiah “then said,” “Lord, how long?”
Bereid om het werk te doen, maar overstelpt door de opdracht te prediken tot hen die niet zullen luisteren, zei Jesaja vervolgens: „Heere, hoe lang?”
The last three of Egypt’s ten plagues provide a witness of the three steps from 9/11 unto the Sunday law. On August 11, 1840 the first angel’s message was empowered, and on April 19, 1844 the second angel arrived and was empowered at the Exeter Camp Meeting August 12–17, and the third angel arrived on October 22, 1844. The third angel aligns with the Sunday law, and therefore identifies a three-step process for you cannot have a third, without a first and a second.
De laatste drie van de tien plagen van Egypte leveren een getuigenis van de drie stappen vanaf 11 september tot aan de zondagswet. Op 11 augustus 1840 werd de boodschap van de eerste engel bekrachtigd, en op 19 april 1844 verscheen de tweede engel en werd bekrachtigd op de campmeeting te Exeter, 12–17 augustus, en de derde engel verscheen op 22 oktober 1844. De derde engel stemt overeen met de zondagswet en duidt daarom op een proces in drie stappen, want men kan geen derde hebben zonder een eerste en een tweede.
“The first and second messages were given in 1843 and 1844, and we are now under the proclamation of the third; but all three of the messages are still to be proclaimed. It is just as essential now as ever before that they shall be repeated to those who are seeking for the truth. By pen and voice we are to sound the proclamation, showing their order, and the application of the prophecies that bring us to the third angel’s message. There cannot be a third without the first and second. These messages we are to give to the world in publications, in discourses, showing in the line of prophetic history the things that have been and the things that will be.” Selected Messages, book 2, 104, 105.
„De eerste en de tweede boodschap werden gegeven in 1843 en 1844, en wij staan nu onder de verkondiging van de derde; maar alle drie de boodschappen moeten nog steeds worden verkondigd. Het is nu even wezenlijk als ooit tevoren dat zij worden herhaald aan hen die naar de waarheid zoeken. Met pen en stem moeten wij de verkondiging doen weerklinken, waarbij wij hun volgorde tonen en de toepassing van de profetieën die ons brengen tot de boodschap van de derde engel. Er kan geen derde zijn zonder de eerste en de tweede. Deze boodschappen moeten wij aan de wereld geven in publicaties, in voordrachten, waarbij wij in de lijn van de profetische geschiedenis de dingen tonen die geweest zijn en de dingen die zullen zijn.” Selected Messages, boek 2, 104, 105.
The tenth plague of Egypt has been aligned by inspiration with the cross and the following disappointment associated with it. The tenth plague is therefore the third message, which of prophetic necessity must be preceded by a first and second message. At 9/11 the Lord asked Pharaoh, “how long” and immediately thereafter Pharaoh’s servants also asked, “how long.” After Moses delivered God’s question of “how long” to Pharaoh, and just before the servants repeat the question of Moses to Pharaoh, Moses marks a turning point as, “he turned himself, and went out from Pharaoh.” Exodus 10:6.
De tiende plaag van Egypte is door inspiratie in verband gebracht met het kruis en de daaropvolgende teleurstelling die daarmee gepaard ging. De tiende plaag is daarom de derde boodschap, die uit profetische noodzaak voorafgegaan moet worden door een eerste en een tweede boodschap. Bij 9/11 vroeg de Heer aan Farao: „hoe lang”, en onmiddellijk daarna vroegen ook Farao’s dienaren: „hoe lang.” Nadat Mozes Gods vraag „hoe lang” aan Farao had overgebracht, en vlak voordat de dienaren de vraag van Mozes aan Farao herhalen, markeert Mozes een keerpunt met de woorden: „hij keerde zich om en ging weg van Farao.” Exodus 10:6.
9/11 was a prophetic turning point, that was typified when Moses delivered the plague of locusts that came on the east wind.
9/11 was een profetisch keerpunt, dat voorafschaduwd werd toen Mozes de sprinkhanenplaag bracht, die kwam op de oostenwind.
“There are periods which are turning points in the history of nations and of the church. In the providence of God, when these different crises arrive, the light for that time is given.” Bible Echo, August 26, 1895.
“Er zijn perioden die keerpunten vormen in de geschiedenis van naties en van de kerk. In de voorzienigheid van God wordt, wanneer deze onderscheiden crises zich voordoen, het licht voor die tijd gegeven.” Bible Echo, 26 augustus 1895.
The next plague produced darkness or light depending on which class you were in. 9/11 was a “turning point in the history of nations and of the church.” At that point God’s people were called to return and walk in the old paths, but they refused to walk therein and hearkened not to the sound of the trumpet. A separation between darkness and light was accomplished after Elijah, and Moses asked, “how long?” She further states in the passage:
De volgende plaag bracht duisternis of licht voort, afhankelijk van de klasse waartoe men behoorde. 9/11 was een „keerpunt in de geschiedenis van de naties en van de kerk”. Op dat moment werd Gods volk geroepen om terug te keren en te wandelen in de oude paden, maar zij weigerden daarin te wandelen en gaven geen gehoor aan het geluid van de bazuin. Een scheiding tussen duisternis en licht werd voltrokken na Elia, en Mozes vroeg: „hoe lang?” Verder verklaart zij in de passage:
“There are periods which are turning points in the history of nations and of the church. In the providence of God, when these different crises arrive, the light for that time is given. If it is received, there is spiritual progress; if it is rejected, spiritual declension and shipwreck follow.” Bible Echo, August 26, 1895.
‘Er zijn perioden die keerpunten vormen in de geschiedenis van de naties en van de kerk. In de voorzienigheid van God wordt, wanneer deze verschillende crises zich voordoen, het licht voor die tijd gegeven. Indien het wordt aangenomen, is er geestelijke vooruitgang; indien het wordt verworpen, volgen geestelijke achteruitgang en schipbreuk.’ Bible Echo, 26 augustus 1895.
We will continue the subject of “how long” in the next article.
Wij zullen het onderwerp van „hoe lang” in het volgende artikel voortzetten.
“In May, 1842, a General Conference was convened in Boston, Massachutes. At the opening of this meeting, Brethren Charles Fitch and Apollos Hale, of Haverhill, presented the pictorial prophecies of Daniel and John, which they had painted on cloth, with the prophetic numbers, showing their fulfillment. Brother Fitch in explaining from his chart before the Conference, said, while examining these prophecies, he had thought if he could get out something of the kind as here presented it would simplify the subject and make it easier for him to present to an audience. Here was more light in our pathway. These brethren had been doing what the Lord had shown Habakkuk in his vision 2,468 years before, saying, ‘Write the vision and make it plain upon tables, that he may run that readeth it. For the vision is yet for an appointed time.’ Habakkuk 2:2.
„In mei 1842 werd in Boston, Massachusetts, een Algemene Conferentie bijeengeroepen. Bij de opening van deze bijeenkomst legden broeders Charles Fitch en Apollos Hale, uit Haverhill, de beeldende profetieën van Daniël en Johannes voor, die zij op doek hadden geschilderd, met de profetische getallen, ter aanduiding van hun vervulling. Broeder Fitch zei, toen hij aan de hand van zijn kaart de Conferentie uitleg gaf, dat hij, terwijl hij deze profetieën onderzocht, had gedacht dat, als hij iets dergelijks als hier voorgelegd naar buiten kon brengen, dit het onderwerp zou vereenvoudigen en het hem gemakkelijker zou maken het aan een gehoor uiteen te zetten. Hier was meer licht op ons pad. Deze broeders hadden gedaan wat de Heere Habakuk 2.468 jaar tevoren in zijn visioen had getoond, zeggende: ‘Schrijf het gezicht op en stel het duidelijk op tafelen, opdat men het in het voorbijlopen zal kunnen lezen. Want het gezicht wacht nog op den bestemden tijd.’ Habakuk 2:2.”
“After some discussion on the subject, it was voted unanimously to have three hundred similar to this one lithographed, which was soon accomplished. They were called ‘the ‘43 charts.’ This was a very important Conference.” The Autobiography of Joseph Bates, 263.
„Na enige bespreking over dit onderwerp werd eenstemmig besloten driehonderd exemplaren, gelijk aan dit, te laten lithograferen, hetgeen spoedig werd uitgevoerd. Zij werden ‘de ’43-kaarten’ genoemd. Dit was een zeer belangrijke Conferentie.” The Autobiography of Joseph Bates, 263.
“I have seen that the 1843 chart was directed by the hand of the Lord, and that it should not be altered; that the figures were as He wanted them; that His hand was over and hid a mistake in some of the figures, so that none could see it, until His hand was removed.” Early Writings, 74.
„Ik heb gezien dat de kaart van 1843 door de hand van de Heere werd geleid, en dat zij niet veranderd mocht worden; dat de cijfers waren zoals Hij ze wilde; dat Zijn hand erover was en een vergissing in enkele van de cijfers verborg, zodat niemand die kon zien, totdat Zijn hand werd weggenomen.” Early Writings, 74.
“It was the united testimony of Second Advent lecturers and papers, when standing on ‘the original faith,’ that the publication of the chart was a fulfillment of Habakkuk 2:2, 3. If the chart was a subject of prophecy (and those who deny it leave the original faith), then it follows that BC 457 was the year from which to date the 2300 days. It was necessary that 1843 should be the first published time in order that ‘the vision’ should ‘tarry,’ or that there should be a tarrying time, in which the virgin band was to slumber and sleep on the great subject of time, just before they were to be aroused by the Midnight Cry.” Second Advent Review and Sabbath Herald, Volume I, Number 2, James White.
„Het was het eensgezinde getuigenis van de predikers en bladen van de Tweede Advent, toen zij op ‘het oorspronkelijke geloof’ stonden, dat de publicatie van de kaart een vervulling was van Habakuk 2:2, 3. Indien de kaart een onderwerp van profetie was (en zij die dit ontkennen, verlaten het oorspronkelijke geloof), dan volgt daaruit dat v.Chr. 457 het jaar was vanwaar de 2300 dagen gedateerd moesten worden. Het was noodzakelijk dat 1843 de eerst gepubliceerde tijd zou zijn, opdat ‘het gezicht’ zou ‘vertoeven,’ of dat er een tijd van vertoeven zou zijn, waarin de schare der maagden zou sluimeren en slapen over het grote onderwerp van de tijd, juist voordat zij door de Middernachtsroep zouden worden opgewekt.” Second Advent Review and Sabbath Herald, Deel I, Nummer 2, James White.