Whom shall he teach knowledge? and whom shall he make to understand doctrine? them that are weaned from the milk, and drawn from the breasts.

Wie zal Hij kennis leren, en wie zal Hij de leer doen verstaan? Hen die van de melk gespeend zijn, en van de borsten afgetrokken.

For precept must be upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little: For with stammering lips and another tongue will he speak to this people. To whom he said, This is the rest wherewith ye may cause the weary to rest; and this is the refreshing: yet they would not hear.

Want voorschrift moet zijn op voorschrift, voorschrift op voorschrift; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, en daar een weinig. Want met hakkelende lippen en in een andere tong zal Hij tot dit volk spreken. Tot wie Hij gezegd heeft: Dit is de rust, waarmee gij de vermoeide tot rust moogt brengen; en dit is de verkwikking; toch hebben zij niet willen horen.

But the word of the Lord was unto them precept upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little; that they might go, and fall backward, and be broken, and snared, and taken.

Maar het woord des HEEREN was hun: gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig; opdat zij zouden heengaan en achterwaarts vallen, verbreizeld worden, verstrikt raken en gevangen worden.

Wherefore hear the word of the Lord, ye scornful men, that rule this people which is in Jerusalem. Because ye have said, We have made a covenant with death, and with hell are we at agreement; when the overflowing scourge shall pass through, it shall not come unto us: for we have made lies our refuge, and under falsehood have we hid ourselves: Therefore thus saith the Lord God, Behold, I lay in Zion for a foundation a stone, a tried stone, a precious corner stone, a sure foundation: he that believeth shall not make haste. Judgment also will I lay to the line, and righteousness to the plummet: and the hail shall sweep away the refuge of lies, and the waters shall overflow the hiding place. And your covenant with death shall be disannulled, and your agreement with hell shall not stand; when the overflowing scourge shall pass through, then ye shall be trodden down by it. Isaiah 28:9–18.

Daarom, hoort het woord des Heeren, gij spotters, die heerst over dit volk dat in Jeruzalem is. Omdat gij hebt gezegd: Wij hebben een verbond met de dood gesloten, en met het dodenrijk zijn wij tot een overeenkomst gekomen; wanneer de overvloeiende gesel zal doortrekken, zal zij tot ons niet komen; want wij hebben de leugen tot onze toevlucht gemaakt, en onder valsheid hebben wij ons verborgen: daarom, zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, een vast fundament; wie gelooft, zal niet haasten. Ook zal Ik het recht tot richtsnoer stellen en de gerechtigheid tot paslood; en de hagel zal de toevlucht der leugen wegvagen, en de wateren zullen de schuilplaats overstromen. En uw verbond met de dood zal tenietgedaan worden, en uw overeenkomst met het dodenrijk zal niet standhouden; wanneer de overvloeiende gesel zal doortrekken, dan zult gij daardoor vertrapt worden. Jesaja 28:9–18.

The scornful men that rule Jerusalem are the leaders of the Laodicean Seventh-day Adventist church, who a few verses before, Isaiah identified as the “drunkards of Ephraim” and “the crown of pride.” At Pentecost Peter responded to those who were claiming the message was being proclaimed by drunken men. The time period of the latter rain is about a true and false latter rain message. A message from the Lord always produces two classes of worshippers, and the two classes both drink wine. The sanctified message, or sanctified wine is what is cut off from the mouth of the unfaithful in Joel.

De spottende mannen die over Jeruzalem regeren, zijn de leiders van de Laodiceese Kerk der Zevende-dags Adventisten, die Jesaja enkele verzen eerder aanduidde als de „dronkaards van Efraïm” en „de kroon der hoogmoed”. Met Pinksteren antwoordde Petrus aan hen die beweerden dat de boodschap door dronken mannen werd verkondigd. De tijdsperiode van de late regen draait om een ware en een valse boodschap van de late regen. Een boodschap van de Heer brengt altijd twee klassen van aanbidders voort, en beide klassen drinken wijn. De geheiligde boodschap, of geheiligde wijn, is wat in Joël van de mond van de ontrouwen is afgesneden.

Awake, ye drunkards, and weep; and howl, all ye drinkers of wine, because of the new wine; for it is cut off from your mouth. Joel 1:5.

Ontwaakt, gij dronkaards, en weent; en huilt, al gij wijndrinkers, vanwege de jonge wijn; want hij is van uw mond afgesneden. Joël 1:5.

In Joel chapter one the wicked husbandmen of the vineyard, representing the Laodicean Seventh-day Adventist church are condemned and judged in connection with the “new wine” being “cut off” from their mouths. God has cut off or withheld the outpouring of God’s Spirit in the latter rain as represented by the “meat and drink offerings” from the wicked drunken husbandmen.

In Joël hoofdstuk één worden de goddeloze landlieden van de wijngaard, die de Laodiceense Kerk van de Zevende-dags Adventisten vertegenwoordigen, veroordeeld en geoordeeld in verband met het feit dat de „nieuwe wijn” van hun mond is „afgesneden”. God heeft de uitstorting van Gods Geest in de late regen, zoals voorgesteld door de „spijs- en drankoffers”, van de goddeloze, dronken landlieden afgesneden of ingehouden.

The meat offering and the drink offering is cut off from the house of the Lord; the priests, the Lord’s ministers, mourn. The field is wasted, the land mourneth; for the corn is wasted: the new wine is dried up, the oil languisheth. Be ye ashamed, O ye husbandmen; howl, O ye vinedressers, for the wheat and for the barley; because the harvest of the field is perished. The vine is dried up, and the fig tree languisheth; the pomegranate tree, the palm tree also, and the apple tree, even all the trees of the field, are withered: because joy is withered away from the sons of men. Gird yourselves, and lament, ye priests: howl, ye ministers of the altar: come, lie all night in sackcloth, ye ministers of my God: for the meat offering and the drink offering is withholden from the house of your God. Sanctify ye a fast, call a solemn assembly, gather the elders and all the inhabitants of the land into the house of the Lord your God, and cry unto the Lord, Alas for the day! for the day of the Lord is at hand, and as a destruction from the Almighty shall it come. Is not the meat cut off before our eyes, yea, joy and gladness from the house of our God? Joel 1:9–16.

Het spijsoffer en het drankoffer zijn van het huis des HEEREN afgesneden; de priesters, de dienaren des HEEREN, treuren. Het veld is verwoest, het land treurt; want het koren is verwoest, de most is verdroogd, de olie kwijnt weg. Schaamt u, gij akkerlieden; huilt, gij wijngaardeniers, over de tarwe en over de gerst; want de oogst van het veld is vergaan. De wijnstok is verdroogd en de vijgenboom kwijnt weg; ook de granaatappelboom, de palmboom en de appelboom, ja, al de bomen van het veld, zijn verdord; want de vreugde is verdord van de mensenkinderen. Omgordt u en bedrijft rouw, gij priesters; huilt, gij dienaren van het altaar; komt, vernacht in zak en as, gij dienaren van mijn God; want het spijsoffer en het drankoffer zijn aan het huis van uw God onthouden. Heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst uit, verzamelt de oudsten en alle inwoners des lands in het huis van den HEERE, uw God, en roept tot den HEERE: Ach, die dag! want de dag des HEEREN is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van den Almachtige. Is de spijze niet voor onze ogen afgesneden, ja, vreugde en blijdschap uit het huis van onze God? Joël 1:9–16.

When Isaiah’s “drunkards of Ephraim” “awake” in Joel, the circumstances they awaken to is the latter rain message—represented as “new wine.” It has been withheld from God’s chosen covenant people. “Corn” in the passage is a general word for grain, and the Word of God is the Bread of Heaven and in the passage, it has been “wasted.”

Wanneer Jesaja’s „dronkaards van Efraïm” in Joël „ontwaken”, zijn de omstandigheden waartoe zij ontwaken de boodschap van de late regen — voorgesteld als „nieuwe wijn”. Deze is onthouden aan Gods uitverkoren verbondsvolk. „Koren” in de passage is een algemene aanduiding voor graan, en het Woord van God is het Brood des Hemels en in de passage is het „verwoest”.

The “new wine” is the present truth message that arrived at 9/11. The “new wine is dried up” and “cut off” for the “new wine” is only recognized by those returning to Jeremiah’s “old” paths, for a “new” message is always in agreement with the “old” message. The word translated as “dried up” means “to be ashamed” in the Hebrew.

De „nieuwe wijn” is de boodschap van de tegenwoordige waarheid die op 9/11 arriveerde. De „nieuwe wijn is opgedroogd” en „afgesneden”, want de „nieuwe wijn” wordt alleen erkend door hen die terugkeren naar Jeremia’s „oude” paden, want een „nieuwe” boodschap is altijd in overeenstemming met de „oude” boodschap. Het woord dat met „opgedroogd” is vertaald, betekent in het Hebreeuws „beschaamd zijn”.

Those who are “ashamed” are a primary subject of Joel and the prophets. The drunkards of Ephraim are ashamed of their counterfeit latter rain message, which is often called a ‘peace and safety’ message. The three symbols of corn, new wine and oil represent the message of the latter rain. The latter rain is also represented as the outpouring of the Holy Spirit.

Zij die „beschaamd” zijn, vormen een hoofdonderwerp van Joël en de profeten. De dronkaards van Efraïm schamen zich voor hun valse boodschap van de late regen, die vaak een boodschap van ‘vrede en veiligheid’ wordt genoemd. De drie symbolen van koren, nieuwe wijn en olie vertegenwoordigen de boodschap van de late regen. De late regen wordt ook voorgesteld als de uitstorting van de Heilige Geest.

The work of the Holy Spirit is to convict of sin, righteousness and judgment, and in that very order. The Word of God convicts of sin, and is represented by “corn.” Possessing the “new wine’ identifies those who are in possession of the Holy Spirit, who is represented by “rain” and also by “wine,” for both “rain” and “wine” are easily demonstrated as a message or doctrine.

Het werk van de Heilige Geest is te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel, en wel in precies die volgorde. Het Woord van God overtuigt van zonde en wordt voorgesteld door „koren”. Het bezit van de „nieuwe wijn” kenmerkt hen die in het bezit zijn van de Heilige Geest, Die wordt voorgesteld door „regen” en ook door „wijn”, want zowel „regen” als „wijn” kunnen gemakkelijk worden aangetoond als een boodschap of leer.

Nevertheless I tell you the truth; It is expedient for you that I go away: for if I go not away, the Comforter will not come unto you; but if I depart, I will send him unto you. And when he is come, he will reprove the world of sin, and of righteousness, and of judgment: Of sin, because they believe not on me; Of righteousness, because I go to my Father, and ye see me no more; Of judgment, because the prince of this world is judged. I have yet many things to say unto you, but ye cannot bear them now. Howbeit when he, the Spirit of truth, is come, he will guide you into all truth: for he shall not speak of himself; but whatsoever he shall hear, that shall he speak: and he will shew you things to come. John 16:7–13.

Niettemin zeg Ik u de waarheid: Het is nuttig voor u dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zal de Trooster niet tot u komen; maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden. En wanneer Hij gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: van zonde, omdat zij niet in Mij geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot Mijn Vader, en gij Mij niet meer ziet; van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen. Maar wanneer Die gekomen zal zijn, namelijk de Geest der waarheid, zal Hij u in al de waarheid leiden; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij zal horen, zal Hij spreken; en Hij zal u de toekomstige dingen verkondigen. Johannes 16:7–13.

Joel’s “corn” is the Word of God, which convicts of “sin.” “Righteousness” is manifested by those who have connected their humanity with divinity through the present truth message represented as “new” (present-truth) “wine” (message). The “oil” is the symbol of “judgment,” for “judgment” is based upon whether those being judged have “oil.” Joel’s corn, new wine and oil is the conviction of sin, righteousness and judgment. All the elements of the work of the Holy Spirit in connection with the outpouring of the latter rain make up the truths that are to test Laodicean Adventism beginning at 9/11 when Joel commands them to “Awake!”

Joëls „koren” is het Woord van God, dat van „zonde” overtuigt. „Gerechtigheid” wordt geopenbaard door hen die hun menselijkheid met de goddelijkheid hebben verbonden door middel van de tegenwoordige-waarheidsboodschap, voorgesteld als „nieuwe” (tegenwoordige-waarheids-) „wijn” (boodschap). De „olie” is het symbool van het „oordeel”, want het „oordeel” is gebaseerd op de vraag of degenen die geoordeeld worden „olie” hebben. Joëls koren, nieuwe wijn en olie is de overtuiging van zonde, gerechtigheid en oordeel. Alle elementen van het werk van de Heilige Geest in verband met de uitstorting van de late regen vormen samen de waarheden die het Laodicese adventisme op de proef moeten stellen, beginnend op 11/9, wanneer Joël hun gebiedt: „Ontwaakt!”

The three symbols of the latter rain message parallel the three angels’ messages of Revelation fourteen, and the “husbandmen” are to be “ashamed” and the “vinedressers” are to “howl.” In Joel God’s people are never to be ashamed.

De drie symbolen van de boodschap van de late regen lopen parallel met de boodschappen van de drie engelen van Openbaring veertien, en de „landlieden” moeten „beschaamd” worden en de „wijngaardeniers” moeten „weeklagen”. In Joël zal Gods volk nooit beschaamd worden.

And ye shall know that I am in the midst of Israel, and that I am the Lord your God, and none else: and my people shall never be ashamed. Joel 2:27.

En gij zult weten dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik de HEERE, uw God, ben, en niemand anders; en Mijn volk zal nimmer beschaamd worden. Joël 2:27.

The husbandmen and vinedressers are ashamed and howl because the counterfeit latter rain message they present is powerless to produce life in the vineyard they were given to tend. Adventism knows from their prophetess that they were called to fulfill the latter rain experience, but the fruit of the fields are withered. They are ashamed and weep especially “for the wheat and for the barley.” The “barley” first fruit offering on the day of Christ’s resurrection began the Pentecostal season that ended at Pentecost with the “wheat” first fruit offering of Pentecost. The drunkards of Ephraim are ashamed because they are on the wrong side of the Pentecostal season, which is repeated from 9/11 unto the Sunday law, when the latter rain is falling.

De landbouwers en wijnbouwers staan beschaamd en jammeren, omdat de valse boodschap van de late regen die zij verkondigen, machteloos is om leven voort te brengen in de wijngaard die hun was toevertrouwd om te verzorgen. Het adventisme weet uit zijn profetes dat het geroepen was om de ervaring van de late regen te vervullen, maar de vruchten van de velden zijn verdord. Zij zijn beschaamd en wenen, in het bijzonder „om de tarwe en om de gerst”. Het offer van de eerstelingsgarve van de „gerst” op de dag van Christus’ opstanding markeerde het begin van het pinksterseizoen, dat met het offer van de eerstelingen van de „tarwe” op Pinksteren ten einde kwam. De dronkaards van Efraïm zijn beschaamd, omdat zij zich aan de verkeerde zijde van het pinksterseizoen bevinden, dat zich herhaalt van 11 september tot aan de zondagswet, wanneer de late regen valt.

“Many have in a great measure failed to receive the former rain. They have not obtained all the benefits that God has thus provided for them. They expect that the lack will be supplied by the latter rain. When the richest abundance of grace shall be bestowed, they intend to open their hearts to receive it. They are making a terrible mistake. The work that God has begun in the human heart in giving His light and knowledge must be continually going forward. Every individual must realize his own necessity. The heart must be emptied of every defilement and cleansed for the indwelling of the Spirit. It was by the confession and forsaking of sin, by earnest prayer and consecration of themselves to God, that the early disciples prepared for the outpouring of the Holy Spirit on the Day of Pentecost. The same work, only in greater degree, must be done now. Then the human agent had only to ask for the blessing, and wait for the Lord to perfect the work concerning him. It is God who began the work, and He will finish His work, making man complete in Jesus Christ. But there must be no neglect of the grace represented by the former rain. Only those who are living up to the light they have will receive greater light. Unless we are daily advancing in the exemplification of the active Christian virtues, we shall not recognize the manifestations of the Holy Spirit in the latter rain. It may be falling on hearts all around us, but we shall not discern or receive it.” Testimonies to Ministers, 506, 507.

“Velen hebben in grote mate nagelaten de vroege regen te ontvangen. Zij hebben niet alle zegeningen verkregen die God aldus voor hen heeft bereid. Zij verwachten dat het gebrek door de late regen zal worden aangevuld. Wanneer de rijkste overvloed van genade zal worden geschonken, zijn zij voornemens hun harten te openen om die te ontvangen. Zij begaan een verschrikkelijke vergissing. Het werk dat God in het menselijk hart is begonnen door Zijn licht en kennis te schenken, moet voortdurend voortgang vinden. Ieder mens moet zijn eigen noodzaak beseffen. Het hart moet worden geledigd van elke verontreiniging en gereinigd tot inwoning van de Geest. Door de belijdenis en het verzaken van de zonde, door ernstig gebed en toewijding van zichzelf aan God, bereidden de eerste discipelen zich voor op de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag. Hetzelfde werk, slechts in grotere mate, moet nu worden verricht. Toen hoefde het menselijke werktuig slechts om de zegen te vragen en te wachten tot de Heere het werk met betrekking tot hem zou volmaken. God is het Die het werk is begonnen, en Hij zal Zijn werk voleindigen en de mens volkomen maken in Jezus Christus. Maar de genade die door de vroege regen wordt voorgesteld, mag geenszins worden veronachtzaamd. Alleen zij die wandelen overeenkomstig het licht dat zij hebben, zullen groter licht ontvangen. Tenzij wij dagelijks voortgaan in de openbaring van de werkzame christelijke deugden, zullen wij de manifestaties van de Heilige Geest in de late regen niet herkennen. Deze kan neervallen op harten overal om ons heen, maar wij zullen haar niet onderscheiden of ontvangen.” Testimonies to Ministers, 506, 507.

In the context of the line which Sister White calls the “Pentecostal season,” the “former rain” was Christ breathing on the disciples after He descended from His heavenly meeting after He was resurrected. The “latter rain” in this context was Pentecost. At the alpha of the Pentecostal season a few drops were breathed upon the disciples and at the omega the disciples who had been breathed upon were speaking with tongues of fire to the entire world. A manifestation of the Holy Spirit at the beginning and the ending. Divinity conveying the Holy Spirit to humanity through a message at the beginning and divinity and humanity combined as represented by tongues (humanity) and fire (Divinity) and conveying the Holy Spirit to humanity through a message at the ending. The barley first fruit offering at the beginning aligns with Christ’s resurrection and the two loaves of wheat at the Pentecostal first fruit offering aligns with Pentecost.

In de context van de lijn die Zuster White het „Pinksterseizoen” noemt, was de „vroege regen” Christus die op de discipelen blies nadat Hij was neergedaald van Zijn hemelse samenkomst nadat Hij was opgestaan. De „late regen” in deze context was Pinksteren. Aan de alfa van het Pinksterseizoen werden enkele druppels op de discipelen geblazen, en aan de omega spraken de discipelen op wie geblazen was met tongen van vuur tot de gehele wereld. Een manifestatie van de Heilige Geest aan het begin en aan het einde. Godheid die de Heilige Geest aan de mensheid overbrengt door middel van een boodschap aan het begin, en Godheid en mensheid verenigd, zoals voorgesteld door tongen (mensheid) en vuur (Godheid), die aan het einde de Heilige Geest aan de mensheid overbrengen door middel van een boodschap. Het eerstelingenoffer van gerst aan het begin stemt overeen met Christus’ opstanding, en de twee broden van tarwe bij het Pinksterse eerstelingenoffer stemmen overeen met Pinksteren.

Those two loaves are the only offering which included leaven, a symbol of sin. The loaves were baked, thus representing the removal of sin, but upholding the truth that the two wave loaves representing the one hundred and forty-four thousand were men and woman who were sinners that had been purged from those sins by the Messenger of the Covenant in Malachi chapter three. Thus, the alpha of the Pentecostal season represented the Bread of Heaven teaching His disciples and the omega of that season had those same disciples symbolized as two loaves of bread that were lifted up to heaven. Thus, the symbol of divinity and humanity of the tongues of fire and the lifting up of the wave offering which typified the disciples taking the message to the world combine to identify that the one hundred and forty-four thousand are to be lifted up as an offering which perfectly represents Jesus Christ, and Jesus Christ represents that Divinity combined with humanity does not sin.

Die twee broden zijn het enige offer waarin zuurdeeg voorkwam, een symbool van zonde. De broden waren gebakken en stelden aldus de verwijdering van de zonde voor, terwijl zij de waarheid handhaafden dat de twee beweegbroden die de honderd vierenveertigduizend vertegenwoordigden, mannen en vrouwen waren die zondaars waren geweest en van die zonden gezuiverd waren door de Boodschapper van het Verbond in Maleachi, hoofdstuk drie. Aldus stelde de alpha van het pinksterseizoen het Brood des Hemels voor dat Zijn discipelen onderwees, en de omega van dat seizoen had diezelfde discipelen gesymboliseerd als twee broden die ten hemel werden opgeheven. Zo verenigen zich het symbool van goddelijkheid en menselijkheid van de vuurtongen en het opheffen van het beweegoffer, dat als type diende van de discipelen die de boodschap naar de wereld brachten, om aan te duiden dat de honderd vierenveertigduizend als een offer moeten worden opgeheven dat Jezus Christus volmaakt vertegenwoordigt, en Jezus Christus vertegenwoordigt dat goddelijkheid verenigd met menselijkheid niet zondigt.

Failing to “receive the former rain” while expecting “that the lack” of “all the benefits that God” “provided” with the “former rain” “will be supplied by the latter rain” is “a terrible mistake.” The former rain is Jeremiah’s “old paths,” that were identified as the path to walk in at 9/11. It is a “terrible mistake” and also a strong delusion that leads people to think they have a latter rain message that is built upon a rock, only to find that their message was built upon sand.

Het is „een verschrikkelijke vergissing” na te laten „de vroege regen te ontvangen”, terwijl men verwacht „dat het gemis” van „al de zegeningen die God” met de „vroege regen” „heeft verschaft”, „door de late regen zal worden aangevuld”. De vroege regen is Jeremia’s „oude paden”, die op 9/11 werden aangewezen als de weg waarop men moest wandelen. Het is „een verschrikkelijke vergissing” en tevens een krachtige dwaling die mensen ertoe brengt te menen dat zij een boodschap van de late regen hebben die op een rots is gebouwd, om vervolgens te ontdekken dat hun boodschap op zand was gebouwd.

Peter was not ashamed to directly explain who was and was not drunk in his representation of the one hundred and forty-four thousand during the latter rain time period. All the prophets speak of the last days and Joel is identifying the “drunkards of Ephraim” awakening and being confronted with clear evidence that the privilege of being the people who would proclaim the loud cry of the third angel under latter rain power has been forever removed. The one hundred and forty-four thousand are developed and sealed during the latter rain time period from 9/11 unto the Sunday law. They are those who follow the Lamb whithersoever He goeth.

Petrus schaamde zich niet om in zijn voorstelling van de honderdvierenveertigduizend gedurende de tijdsperiode van de late regen rechtstreeks uit te leggen wie wel en wie niet dronken was. Alle profeten spreken over de laatste dagen, en Joël duidt de „dronkaards van Efraïm” aan die ontwaken en geconfronteerd worden met duidelijk bewijs dat het voorrecht om het volk te zijn dat onder de kracht van de late regen de luide roep van de derde engel zou verkondigen, voorgoed is weggenomen. De honderdvierenveertigduizend worden gedurende de tijdsperiode van de late regen ontwikkeld en verzegeld, vanaf 9/11 tot aan de zondagswet. Zij zijn het die het Lam volgen, waar Het ook heengaat.

Peter at Pentecost represents those people proclaiming the latter rain message, which he bases upon the book of Joel. The Jews, who had been given the responsibility to observe Pentecost throughout their entire history were being informed by Peter that the Pentecost that all the prior Pentecost’s pointed forward to was now being fulfilled. The Jews, as the drunkards of Ephraim were so drunk on the wine of Babylon that they accused Peter and the eleven of being drunk as they presented the latter rain message in the context of the book of Joel. When the drunkards of Ephraim “awake” in verse five of Joel’s first chapter, they are confronted with the testing process of the latter rain where two classes are developed. In the testing process one class recognizes the latter rain message and the other class does not.

Petrus op Pinksteren vertegenwoordigt diegenen die de boodschap van de late regen verkondigen, welke hij baseert op het boek Joël. De Joden, aan wie gedurende hun gehele geschiedenis de verantwoordelijkheid was gegeven om Pinksteren te onderhouden, werden door Petrus ervan op de hoogte gebracht dat het Pinksteren waarop al de voorafgaande Pinksterfeesten vooruitwezen, nu in vervulling ging. De Joden waren, evenals de dronkaards van Efraïm, zo bedwelmd door de wijn van Babylon dat zij Petrus en de elf ervan beschuldigden dronken te zijn, terwijl dezen de boodschap van de late regen uiteenzetten in de context van het boek Joël. Wanneer de dronkaards van Efraïm in vers vijf van het eerste hoofdstuk van Joël „ontwaken”, worden zij geconfronteerd met het beproevingsproces van de late regen, waarin twee klassen worden gevormd. In het beproevingsproces erkent de ene klasse de boodschap van de late regen en de andere klasse niet.

“We must not wait for the latter rain. It is coming upon all who will recognize and appropriate the dew and showers of grace that fall upon us. When we gather up the fragments of light, when we appreciate the sure mercies of God, who loves to have us trust Him, then every promise will be fulfilled. ‘For as the earth bringeth forth her bud, and as the garden causeth the things that are sown in it to spring forth; so the Lord God will cause righteousness and praise to spring forth before all the nations.’ Isaiah 61:11. The whole earth is to be filled with the glory of God.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 984.

„Wij moeten niet wachten op de late regen. Deze komt over allen die de dauw en de regenbuien van genade die op ons neervallen, zullen herkennen en zich toe-eigenen. Wanneer wij de brokstukken van licht bijeenrapen, wanneer wij de gewisse weldadigheden van God waarderen, Die er behagen in schept dat wij op Hem vertrouwen, dan zal iedere belofte worden vervuld. ‘Want gelijk de aarde haar gewas voortbrengt, en gelijk een hof hetgeen daarin gezaaid is doet uitspruiten; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken.’ Jesaja 61:11. De gehele aarde moet vervuld worden met de heerlijkheid van God.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 984.

To “recognize” means “to recollect or recover knowledge” for the message of the latter rain is recognized by past sacred histories which illustrate the latter rain history. The history of Peter at Pentecost was set within the historical structure set forth by Joel. Joel’s setting with Peter’s fulfillment provides two witnesses to the history of the Midnight Cry of 1844. Those three witnesses (and others) are to be “recognized” as illustrations of the history, setting and message of the latter rain.

‘Herkennen’ betekent ‘kennis terugroepen of herwinnen’, want de boodschap van de late regen wordt herkend aan de heilige geschiedenissen uit het verleden die de geschiedenis van de late regen illustreren. De geschiedenis van Petrus met Pinksteren werd geplaatst binnen de historische structuur die door Joël werd uiteengezet. Joëls kader, samen met de vervulling ervan door Petrus, verschaft twee getuigen van de geschiedenis van de Middernachtsroep van 1844. Deze drie getuigen (en anderen) dienen te worden ‘herkend’ als illustraties van de geschiedenis, de setting en de boodschap van de late regen.

When Christ breathed upon the disciples after He ascended and then returned, it was as “a few drops” before the great outpouring at Pentecost. At the beginning and ending there was a manifestation of the Holy Spirit being poured out. The few drops from Christ to His disciples are the alpha of the Pentecostal season that ends with the omega and the pouring out of the message from the disciples to the world. The alpha is marked by the first fruit offering of barley and ends with the first fruit offering of wheat. The beginning of the latter rain was marked by the bringing down of the great buildings of New York City on 9/11. It marks the beginning of the history that leads to the Sunday law. 9/11 is represented by the barley first fruit offering and the Sunday law is the wheat first fruit offering.

Toen Christus op de discipelen blies nadat Hij was opgevaren en vervolgens was teruggekeerd, was dat als „enkele druppels” vóór de grote uitstorting met Pinksteren. Aan het begin en aan het einde was er een manifestatie van de uitstorting van de Heilige Geest. De enkele druppels van Christus naar Zijn discipelen zijn de alfa van het pinksterseizoen, dat eindigt met de omega en de uitstorting van de boodschap van de discipelen aan de wereld. De alfa wordt gemarkeerd door het eerstelingenoffer van gerst en eindigt met het eerstelingenoffer van tarwe. Het begin van de late regen werd gemarkeerd door het neerhalen van de grote gebouwen van New York City op 11 september. Het markeert het begin van de geschiedenis die leidt tot de zondagswet. 11 september wordt voorgesteld door het eerstelingenoffer van gerst en de zondagswet door het eerstelingenoffer van tarwe.

The drunkards of Ephraim are awakened to the reality that their kingdom would be taken from them and given to a people who would bear the appropriate fruits. Joel sets forth the disobedience of the drunkards by identifying that the “meat” and “drink” offerings have been cut off from the house of the Lord and that the “new wine” has been cut off from their mouths. The “new wine” is freshly squeezed juice in the Hebrew, but the “wine” which the drunkards drink in verse five is fermented juice. Two types of wine, which represents doctrine and in the context of Joel the doctrine is the latter rain message. The drunkards of Ephraim have been drinking fermented juice, and they are “cut off” from the “new” freshly squeezed juice. Two types of wine represent two latter rain messages, and the drunkards are “cut” off from the pure message. The Hebrew word translated as “cut off” is based upon the ancient covenant practice of cutting animals and walking in between the parts. To be “cut off” is to be rejected as God’s covenant people.

De dronkaards van Efraïm worden gewekt tot de werkelijkheid dat hun koninkrijk van hen zou worden weggenomen en aan een volk gegeven zou worden dat de passende vruchten zou voortbrengen. Joël zet de ongehoorzaamheid van de dronkaards uiteen door erop te wijzen dat het “spijs-” en “drankoffer” van het huis des HEEREN is afgesneden en dat de “most” van hun mond is afgesneden. De “most” is in het Hebreeuws vers uitgeperst sap, maar de “wijn” die de dronkaards in vers vijf drinken, is gegist sap. Twee soorten wijn, die de leer voorstellen, en in de context van Joël is die leer de boodschap van de late regen. De dronkaards van Efraïm hebben gegist sap gedronken, en zij zijn “afgesneden” van het “nieuwe”, vers uitgeperste sap. Twee soorten wijn stellen twee boodschappen van de late regen voor, en de dronkaards zijn “afgesneden” van de zuivere boodschap. Het Hebreeuwse woord dat met “afgesneden” is vertaald, is gegrond op de oude verbondspraktijk waarbij dieren werden doorsneden en men tussen de delen doorging. “Afgesneden” te worden betekent verworpen te zijn als Gods verbondsvolk.

The book of Joel is identifying God’s people in the last days beginning with the Millerites who were brought about in consequence to the unsealing of the book of Daniel in 1798, and ending with the one hundred and forty-four thousand who are brought about in consequence to the unsealing of the book of Daniel in 1989. In the beginning the outpouring of the Holy Spirit was represented by the period of time from the Exeter camp meeting to the disappointment of October 22, 1844. That history fulfilled the parable of the ten virgins of Matthew twenty-five which is repeated to the very letter in the history of the one hundred and forty-four thousand.

Het boek Joël duidt Gods volk in de laatste dagen aan, beginnend met de Millerieten, die tevoorschijn werden gebracht als gevolg van het ontzegelen van het boek Daniël in 1798, en eindigend met de honderdvierenveertigduizend, die tevoorschijn worden gebracht als gevolg van het ontzegelen van het boek Daniël in 1989. In het begin werd de uitstorting van de Heilige Geest voorgesteld door de periode vanaf de kampbijeenkomst te Exeter tot aan de teleurstelling van 22 oktober 1844. Die geschiedenis vervulde de gelijkenis van de tien maagden van Mattheüs vijfentwintig, die in de geschiedenis van de honderdvierenveertigduizend tot op de letter wordt herhaald.

“The parable of the ten virgins of Matthew 25 also illustrates the experience of the Adventist people.The Great Controversy, 393.

„De gelijkenis van de tien maagden in Matteüs 25 beeldt eveneens de ervaring van het adventvolk uit.” The Great Controversy, 393.

“I am often referred to the parable of the ten virgins, five of whom were wise, and five foolish. This parable has been and will be fulfilled to the very letter, for it has a special application to this time, and, like the third angel’s message, has been fulfilled and will continue to be present truth till the close of time.” Review and Herald, August 19, 1890.

„Ik word dikwijls verwezen naar de gelijkenis van de tien maagden, van wie er vijf wijs waren en vijf dwaas. Deze gelijkenis is en zal tot op de letter vervuld worden, want zij heeft een bijzondere toepassing op deze tijd en is, evenals de boodschap van de derde engel, vervuld en zal tot aan het einde van de tijd tegenwoordige waarheid blijven.” Review and Herald, 19 augustus 1890.

“There is a world lying in wickedness, in deception, and delusion, in the very shadow of death,—asleep, asleep. Who are feeling travail of soul to awaken them? What voice can reach them? My mind is carried to the future when the signal will be given, ‘Behold the Bridegroom cometh; go ye out to meet Him.’ But some will have delayed to obtain the oil for replenishing their lamps, and too late they will find that character, which is represented by the oil, is not transferable. That oil is the righteousness of Christ. It represents character, and character is not transferable. No man can secure it for another. Each must obtain for himself a character purified from every stain of sin.” Bible Echo, May 4, 1896.

„Er is een wereld die neerligt in goddeloosheid, in misleiding en in waan, in de schaduw van de dood zelf,—slapend, slapend. Wie gevoelen zielewee om hen te wekken? Welke stem kan hen bereiken? Mijn gedachten worden gevoerd naar de toekomst, wanneer het sein zal worden gegeven: ‘Zie, de Bruidegom komt; gaat uit Hem tegemoet.’ Maar sommigen zullen hebben getalmd met het verkrijgen van de olie om hun lampen bij te vullen, en te laat zullen zij ontdekken dat het karakter, dat door de olie wordt voorgesteld, niet overdraagbaar is. Die olie is de gerechtigheid van Christus. Zij stelt het karakter voor, en karakter is niet overdraagbaar. Geen mens kan het voor een ander verwerven. Ieder moet voor zichzelf een karakter verkrijgen dat gezuiverd is van elke smet der zonde.” Bible Echo, 4 mei 1896.

Who “are feeling travail of soul to awaken” “a world lying in wickedness?” Joel answers the question:

Wie „voelen de zieleangst om” „een wereld die in het boze ligt te doen ontwaken?” Joël beantwoordt de vraag:

And it shall come to pass, that whosoever shall call on the name of the Lord shall be delivered: for in mount Zion and in Jerusalem shall be deliverance, as the Lord hath said, and in the remnant whom the Lord shall call. Joel 2:32.

En het zal geschieden dat ieder die de naam des Heren zal aanroepen, behouden zal worden; want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Here heeft gezegd, en onder het overblijfsel dat de Here zal roepen. Joël 2:32.

We will continue these things in the following article.

Wij zullen deze dingen in het volgende artikel voortzetten.

“Late in the afternoon of the day of the resurrection, two of the disciples were on their way to Emmaus, a little town eight miles from Jerusalem. These disciples had had no prominent place in Christ’s work, but they were earnest believers in Him. They had come to the city to keep the Passover, and were greatly perplexed by the events that had recently taken place. They had heard the news of the morning in regard to the removal of Christ’s body from the tomb, and also the report of the women who had seen the angels and had met Jesus. They were now returning to their homes to meditate and pray. Sadly they pursued their evening walk, talking over the scenes of the trial and the crucifixion. Never before had they been so utterly disheartened. Hopeless and faithless, they were walking in the shadow of the cross.

“Laat in de namiddag van de dag van de opstanding waren twee van de discipelen op weg naar Emmaüs, een stadje op acht mijl afstand van Jeruzalem. Deze discipelen hadden geen vooraanstaande plaats gehad in het werk van Christus, maar zij waren oprechte gelovigen in Hem. Zij waren naar de stad gekomen om het Pascha te vieren, en waren ten zeerste in verwarring gebracht door de gebeurtenissen die kort tevoren hadden plaatsgevonden. Zij hadden het nieuws van die morgen vernomen aangaande het wegnemen van het lichaam van Christus uit het graf, en ook het bericht van de vrouwen die de engelen hadden gezien en Jezus hadden ontmoet. Nu keerden zij naar hun huizen terug om te overdenken en te bidden. Bedroefd vervolgden zij hun avondwandeling en spraken samen over de taferelen van het verhoor en de kruisiging. Nooit tevoren waren zij zo volkomen terneergeslagen geweest. Zonder hoop en zonder geloof wandelden zij in de schaduw van het kruis.”

“They had not advanced far on their journey when they were joined by a stranger, but they were so absorbed in their gloom and disappointment that they did not observe him closely. They continued their conversation, expressing the thoughts of their hearts. They were reasoning in regard to the lessons that Christ had given, which they seemed unable to comprehend. As they talked of the events that had taken place, Jesus longed to comfort them. He had seen their grief; He understood the conflicting, perplexing ideas that brought to their minds the thought, Can this Man, who suffered Himself to be so humiliated, be the Christ? Their grief could not be restrained, and they wept. Jesus knew that their hearts were bound up with Him in love, and He longed to wipe away their tears, and fill them with joy and gladness. But He must first give them lessons they would never forget.

„Zij waren nog niet ver op hun reis gevorderd, toen een vreemdeling zich bij hen voegde; maar zij waren zo verdiept in hun somberheid en teleurstelling, dat zij hem niet nauwkeurig opnamen. Zij zetten hun gesprek voort en gaven uitdrukking aan de gedachten van hun hart. Zij overlegden over de lessen die Christus had gegeven, welke zij niet schenen te kunnen begrijpen. Terwijl zij spraken over de gebeurtenissen die hadden plaatsgevonden, verlangde Jezus ernaar hen te vertroosten. Hij had hun verdriet gezien; Hij begreep de tegenstrijdige, verwarrende gedachten die in hun geest de vraag opriepen: Kan deze Mens, die Zichzelf zó diep heeft laten vernederen, de Christus zijn? Hun verdriet kon niet worden ingehouden, en zij weenden. Jezus wist dat hun harten in liefde aan Hem verbonden waren, en Hij verlangde ernaar hun tranen af te wissen en hen te vervullen met vreugde en blijdschap. Maar eerst moest Hij hun lessen geven die zij nooit zouden vergeten.

“‘He said unto them, What manner of communications are these that ye have one to another, as ye walk, and are sad? And the one of them, whose name was Cleopas, answering said unto Him, Art Thou only a stranger in Jerusalem, and hast not known the things which are come to pass there in these days?’ They told Him of their disappointment in regard to their Master, ‘which was a prophet mighty in deed and word before God and all the people;’ but ‘the chief priests and our rulers,’ they said, ‘delivered Him to be condemned to death, and have crucified Him.’ With hearts sore with disappointment, and with quivering lips, they added, ‘We trusted that it had been He which should have redeemed Israel: and beside all this, today is the third day since these things were done.’

“‘Hij zei tot hen: Wat zijn dit voor gesprekken die gij al wandelende met elkander voert, en waarom zijt gij bedroefd? En de een van hen, wiens naam Kleopas was, antwoordde en zei tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling in Jeruzalem, en weet Gij niet wat daar in deze dagen is voorgevallen?’ Zij vertelden Hem van hun teleurstelling ten aanzien van hun Meester, ‘die een profeet was, machtig in daad en woord voor God en al het volk;’ maar, zo zeiden zij, ‘de overpriesters en onze oversten hebben Hem overgeleverd om ter dood veroordeeld te worden, en hebben Hem gekruisigd.’ Met harten, smartelijk getroffen door teleurstelling, en met bevende lippen voegden zij eraan toe: ‘En wij hoopten dat Hij het was die Israël verlossen zou; en bovendien, het is heden de derde dag sinds deze dingen zijn geschied.’”

“Strange that the disciples did not remember Christ’s words, and realize that He had foretold the events which had come to pass! They did not realize that the last part of His disclosure would be just as verily fulfilled as the first part, that the third day He would rise again. This was the part they should have remembered. The priests and rulers did not forget this. On the day ‘that followed the day of the preparation, the chief priests and Pharisees came together unto Pilate, saying, Sir, we remember that that deceiver said, while He was yet alive, After three days I will rise again.’ Matthew 27:62, 63. But the disciples did not remember these words.

Vreemd dat de discipelen zich de woorden van Christus niet herinnerden en niet inzagen dat Hij de gebeurtenissen die hadden plaatsgevonden, had voorzegd! Zij beseften niet dat het laatste deel van Zijn openbaring even zeker vervuld zou worden als het eerste deel, namelijk dat Hij op de derde dag weer zou opstaan. Dit was het deel dat zij zich hadden moeten herinneren. De priesters en oversten vergaten dit niet. Op de dag „die volgde op de dag der voorbereiding, kwamen de overpriesters en de Farizeeën bijeen bij Pilatus, en zeiden: Heer, wij herinneren ons dat die verleider, toen Hij nog leefde, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik weer opstaan.” Mattheüs 27:62, 63. Maar de discipelen herinnerden zich deze woorden niet.

“‘Then He said unto them, O fools, and slow of heart to believe all that the prophets have spoken: ought not Christ to have suffered these things, and to enter into His glory?’ The disciples wondered who this stranger could be, that He should penetrate to their very souls, and speak with such earnestness, tenderness, and sympathy, and with such hopefulness. For the first time since Christ’s betrayal, they began to feel hopeful. Often they looked earnestly at their companion, and thought that His words were just the words that Christ would have spoken. They were filled with amazement, and their hearts began to throb with joyful expectation.

“‘Toen zei Hij tot hen: O dwazen en tragen van hart om te geloven al wat de profeten gesproken hebben; moest de Christus dit niet lijden en zó in Zijn heerlijkheid ingaan?’ De discipelen vroegen zich af wie deze vreemdeling toch kon zijn, dat Hij tot in hun diepste ziel wist door te dringen en sprak met zulk een ernst, tederheid en medeleven, en met zulk een vol hoop. Voor het eerst sinds Christus’ verraad begonnen zij hoop te voelen. Dikwijls keken zij hun metgezel aandachtig aan en dachten dat Zijn woorden precies de woorden waren die Christus zou hebben gesproken. Zij werden met verbazing vervuld, en hun harten begonnen te kloppen van blijde verwachting.

“Beginning at Moses, the very Alpha of Bible history, Christ expounded in all the Scriptures the things concerning Himself. Had He first made Himself known to them, their hearts would have been satisfied. In the fullness of their joy they would have hungered for nothing more. But it was necessary for them to understand the witness borne to Him by the types and prophecies of the Old Testament. Upon these their faith must be established. Christ performed no miracle to convince them, but it was His first work to explain the Scriptures. They had looked upon His death as the destruction of all their hopes. Now He showed from the prophets that this was the very strongest evidence for their faith.

‘Beginnend bij Mozes, het ware Alfa van de bijbelse geschiedenis, legde Christus in al de Schriften uit wat op Hem betrekking had. Indien Hij Zich eerst aan hen bekendgemaakt had, zouden hun harten verzadigd zijn geweest. In de volheid van hun blijdschap zouden zij naar niets meer hebben verlangd. Maar het was noodzakelijk dat zij het getuigenis zouden verstaan dat de typen en profetieën van het Oude Testament van Hem aflegden. Dáárop moest hun geloof gegrondvest zijn. Christus verrichtte geen wonder om hen te overtuigen, maar het was Zijn eerste werk de Schriften te verklaren. Zij hadden Zijn dood beschouwd als de ondergang van al hun verwachtingen. Nu toonde Hij uit de profeten aan dat juist dit het krachtigste bewijs voor hun geloof was.‘

“In teaching these disciples, Jesus showed the importance of the Old Testament as a witness to His mission. Many professed Christians now discard the Old Testament, claiming that it is no longer of any use. But such is not Christ’s teaching. So highly did He value it that at one time He said, ‘If they hear not Moses and the prophets, neither will they be persuaded, though one rose from the dead.’ Luke 16:31.

“Bij het onderwijzen van deze discipelen toonde Jezus het belang van het Oude Testament als een getuigenis van Zijn zending. Velen die zich thans christenen noemen, verwerpen het Oude Testament en beweren dat het nergens meer toe dient. Maar zó leert Christus niet. Zo hoog achtte Hij het, dat Hij eens zei: ‘Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij zich ook niet laten overtuigen, al stond iemand uit de doden op.’ Lukas 16:31.

It is the voice of Christ that speaks through patriarchs and prophets, from the days of Adam even to the closing scenes of time. The Saviour is revealed in the Old Testament as clearly as in the New. It is the light from the prophetic past that brings out the life of Christ and the teachings of the New Testament with clearness and beauty. The miracles of Christ are a proof of His divinity; but a stronger proof that He is the world’s Redeemer is found in comparing the prophecies of the Old Testament with the history of the New.

„Het is de stem van Christus die spreekt door patriarchen en profeten, vanaf de dagen van Adam tot aan de slottonelen van de tijd. De Heiland wordt in het Oude Testament even duidelijk geopenbaard als in het Nieuwe. Het is het licht uit het profetische verleden dat het leven van Christus en de leringen van het Nieuwe Testament met helderheid en schoonheid doet uitkomen. De wonderen van Christus zijn een bewijs van Zijn goddelijkheid; maar een sterker bewijs dat Hij de Verlosser van de wereld is, wordt gevonden in de vergelijking van de profetieën van het Oude Testament met de geschiedenis van het Nieuwe.

Reasoning from prophecy, Christ gave His disciples a correct idea of what He was to be in humanity. Their expectation of a Messiah who was to take His throne and kingly power in accordance with the desires of men had been misleading. It would interfere with a correct apprehension of His descent from the highest to the lowest position that could be occupied. Christ desired that the ideas of His disciples might be pure and true in every specification. They must understand as far as possible in regard to the cup of suffering that had been apportioned to Him. He showed them that the awful conflict which they could not yet comprehend was the fulfillment of the covenant made before the foundation of the world was laid. Christ must die, as every transgressor of the law must die if he continues in sin. All this was to be, but it was not to end in defeat, but in glorious, eternal victory. Jesus told them that every effort must be made to save the world from sin. His followers must live as He lived, and work as He worked, with intense, persevering effort.

„Redenerend vanuit de profetie gaf Christus Zijn discipelen een juist begrip van wat Hij in de mensheid zou zijn. Hun verwachting van een Messias die Zijn troon en koninklijke macht zou innemen overeenkomstig de begeerten van mensen, was misleidend geweest. Zij zou een juist verstaan van Zijn afdaling van de hoogste tot de laagste positie die ingenomen kon worden, belemmeren. Christus verlangde dat de denkbeelden van Zijn discipelen in elk opzicht zuiver en waar zouden zijn. Zij moesten, voor zover mogelijk, begrijpen wat betrekking had op de beker van het lijden die Hem was toebedeeld. Hij toonde hun dat de ontzettende strijd, die zij nog niet konden begrijpen, de vervulling was van het verbond dat gesloten was vóór de grondlegging van de wereld. Christus moest sterven, zoals iedere overtreder van de wet moet sterven indien hij in de zonde volhardt. Dit alles moest geschieden, maar het zou niet eindigen in nederlaag, doch in heerlijke, eeuwige overwinning. Jezus zei hun dat iedere inspanning moest worden geleverd om de wereld van de zonde te redden. Zijn volgelingen moesten leven zoals Hij leefde en werken zoals Hij werkte, met intense, volhardende inspanning.

“Thus Christ discoursed to His disciples, opening their minds that they might understand the Scriptures. The disciples were weary, but the conversation did not flag. Words of life and assurance fell from the Savior’s lips. But still their eyes were holden. As He told them of the overthrow of Jerusalem, they looked upon the doomed city with weeping. But little did they yet suspect who their traveling companion was. They did not think that the subject of their conversation was walking by their side; for Christ referred to Himself as though He were another person. They thought that He was one of those who had been in attendance at the great feast, and who was now returning to his home. He walked as carefully as they over the rough stones, now and then halting with them for a little rest. Thus they proceeded along the mountainous road, while the One who was soon to take His position at God’s right hand, and who could say, ‘All power is given unto Me in heaven and in earth,’ walked beside them. Matthew 28:18.

“Zo sprak Christus tot Zijn discipelen en opende hun verstand, opdat zij de Schriften zouden verstaan. De discipelen waren vermoeid, maar het gesprek verslapte niet. Woorden van leven en verzekering vloeiden van de lippen van de Heiland. Maar nog waren hun ogen gehouden. Terwijl Hij hun vertelde van de ondergang van Jeruzalem, zagen zij de ten dode opgeschreven stad wenend aan. Maar nog vermoedden zij nauwelijks wie hun reisgezel was. Zij dachten niet dat het onderwerp van hun gesprek aan hun zijde wandelde; want Christus sprak over Zichzelf alsof Hij een ander persoon was. Zij meenden dat Hij een van hen was geweest die het grote feest hadden bijgewoond en die nu naar zijn huis terugkeerde. Hij liep even behoedzaam als zij over de ruwe stenen en hield nu en dan met hen stil om een weinig te rusten. Zo gingen zij voort langs de bergweg, terwijl Hij die weldra Zijn plaats aan Gods rechterhand zou innemen, en die kon zeggen: ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde,’ naast hen wandelde. Mattheüs 28:18.

“During the journey the sun had gone down, and before the travelers reached their place of rest, the laborers in the fields had left their work. As the disciples were about to enter their home, the stranger appeared as though He would continue His journey. But the disciples felt drawn to Him. Their souls hungered to hear more from Him. ‘Abide with us,’ they said. He did not seem to accept the invitation, but they pressed it upon Him, urging, ‘It is toward evening, and the day is far spent.’ Christ yielded to this entreaty and ‘went in to tarry with them.’

“Tijdens de reis was de zon ondergegaan, en voordat de reizigers hun rustplaats bereikten, hadden de arbeiders op het veld hun werk reeds verlaten. Toen de discipelen op het punt stonden hun woning binnen te gaan, deed de vreemdeling alsof Hij Zijn reis zou voortzetten. Maar de discipelen voelden zich tot Hem aangetrokken. Hun zielen hongerden ernaar meer van Hem te horen. ‘Blijf bij ons,’ zeiden zij. Hij scheen de uitnodiging niet aan te nemen, maar zij drongen bij Hem aan met de woorden: ‘Het is tegen de avond, en de dag is reeds ver gevorderd.’ Christus gaf aan dit dringend verzoek gehoor en ‘ging binnen om bij hen te blijven.’”

“Had the disciples failed to press their invitation, they would not have known that their traveling companion was the risen Lord. Christ never forces His company upon anyone. He interests Himself in those who need Him. Gladly will He enter the humblest home, and cheer the lowliest heart. But if men are too indifferent to think of the heavenly Guest, or ask Him to abide with them, He passes on. Thus many meet with great loss. They do not know Christ any more than did the disciples as He walked with them by the way.

“Indien de discipelen niet hadden aangedrongen op hun uitnodiging, zouden zij niet geweten hebben dat hun reisgenoot de opgestane Heer was. Christus dringt Zich nooit aan iemand op. Hij bekommert Zich om hen die Hem nodig hebben. Graag zal Hij het nederigste huis binnengaan en het geringste hart verblijden. Maar indien mensen te onverschillig zijn om aan de hemelse Gast te denken of Hem te vragen bij hen te blijven, gaat Hij verder. Zo lijden velen groot verlies. Zij kennen Christus niet meer dan de discipelen Hem kenden toen Hij onderweg met hen wandelde.

“The simple evening meal of bread is soon prepared. It is placed before the guest, who has taken His seat at the head of the table. Now He puts forth His hands to bless the food. The disciples start back in astonishment. Their companion spreads forth His hands in exactly the same way as their Master used to do. They look again, and lo, they see in His hands the print of nails. Both exclaim at once, It is the Lord Jesus! He has risen from the dead!

„De eenvoudige avondmaaltijd van brood is spoedig gereedgemaakt. Zij wordt de Gast voorgezet, die Zijn plaats aan het hoofd van de tafel heeft ingenomen. Nu strekt Hij Zijn handen uit om het voedsel te zegenen. De discipelen deinzen verbaasd terug. Hun Metgezel strekt Zijn handen uit op precies dezelfde wijze als hun Meester placht te doen. Zij kijken opnieuw, en zie, zij zien in Zijn handen de littekens van de spijkers. Beiden roepen onmiddellijk uit: Het is de Heere Jezus! Hij is uit de dood opgestaan!”

“They rise to cast themselves at His feet and worship Him, but He has vanished out of their sight. They look at the place which had been occupied by One whose body had lately lain in the grave, and say to each other, ‘Did not our heart burn within us, while He talked with us by the way, and while He opened to us the Scriptures?’

„Zij staan op om zich aan Zijn voeten neer te werpen en Hem te aanbidden, maar Hij is uit hun gezicht verdwenen. Zij zien naar de plaats die was ingenomen door Hem wiens lichaam kort tevoren in het graf had gelegen, en zeggen tot elkander: ‘Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en terwijl Hij ons de Schriften opende?’”

“But with this great news to communicate they cannot sit and talk. Their weariness and hunger are gone. They leave their meal untasted, and full of joy immediately set out again on the same path by which they came, hurrying to tell the tidings to the disciples in the city. In some parts the road is not safe, but they climb over the steep places, slipping on the smooth rocks. They do not see, they do not know, that they have the protection of Him who has traveled the road with them. With their pilgrim staff in hand, they press on, desiring to go faster than they dare. They lose their track, but find it again. Sometimes running, sometimes stumbling, they press forward, their unseen Companion close beside them all the way.

‘Maar met dit grote nieuws om mee te delen kunnen zij niet blijven zitten en spreken. Hun vermoeidheid en honger zijn verdwenen. Zij laten hun maaltijd onaangeroerd staan en gaan, vervuld van vreugde, onmiddellijk opnieuw op weg langs hetzelfde pad waarlangs zij gekomen waren, zich haastend om de boodschap aan de discipelen in de stad te brengen. Op sommige plaatsen is de weg niet veilig, maar zij klauteren over de steile hellingen en glijden uit op de gladde rotsen. Zij zien niet, zij weten niet, dat zij onder de bescherming zijn van Hem die de weg met hen heeft afgelegd. Met hun pelgrimsstaf in de hand gaan zij voort, verlangend sneller te gaan dan zij durven. Zij raken hun spoor bijster, maar vinden het weer terug. Soms rennend, soms struikelend, dringen zij voorwaarts, hun onzichtbare Metgezel de gehele weg vlak naast hen.’

“The night is dark, but the Sun of Righteousness is shining upon them. Their hearts leap for joy. They seem to be in a new world. Christ is a living Savior. They no longer mourn over Him as dead. Christ is risen—over and over again they repeat it. This is the message they are carrying to the sorrowing ones. They must tell them the wonderful story of the walk to Emmaus. They must tell who joined them by the way. They carry the greatest message ever given to the world, a message of glad tidings upon which the hopes of the human family for time and for eternity depend.” The Desire of Ages, 795–801.

„De nacht is donker, maar de Zon der Gerechtigheid schijnt op hen. Hun harten springen op van vreugde. Zij schijnen in een nieuwe wereld te zijn. Christus is een levende Heiland. Zij treuren niet langer over Hem als dood. Christus is opgestaan — telkens opnieuw herhalen zij het. Dit is de boodschap die zij tot de bedroefden dragen. Zij moeten hun het wonderbare verhaal van de gang naar Emmaüs vertellen. Zij moeten vertellen wie zich onderweg bij hen voegde. Zij dragen de grootste boodschap die ooit aan de wereld is gegeven, een boodschap van blijde tijding waarvan de hoop van het menselijk geslacht voor tijd en voor eeuwigheid afhangt.” The Desire of Ages, 795–801.