The aspect which I pointed out that Stephen Haskell probably did not see, though he upheld by his recognition of the truths which bring to light this fact, is that in the history at the end of ancient Israel, you simultaneously find the beginning of modern Israel overlapping the same historical period. When Christ was confirming the covenant with many for one week (twenty-five hundred and twenty days), ancient Israel was living out the experience of Laodicea, on the verge of being spewed out of the mouth of the Lord. Simultaneously modern Israel was living out the experience of Ephesus. Laodicea of ancient Israel was being scattered and Ephesus of modern Israel was being gathered in the very same history.
Het aspect waarop ik wees en dat Stephen Haskell waarschijnlijk niet zag, hoewel hij het handhaafde door zijn erkenning van de waarheden die dit feit aan het licht brengen, is dat men in de geschiedenis aan het einde van het oude Israël tegelijkertijd het begin van het moderne Israël aantreft, dat dezelfde historische periode overlapt. Toen Christus het verbond met velen bevestigde gedurende één week (tweeduizend vijfhonderd en twintig dagen), beleefde het oude Israël de ervaring van Laodicea, op de rand om uit de mond van de Heere uitgespuwd te worden. Tegelijkertijd beleefde het moderne Israël de ervaring van Efeze. Laodicea van het oude Israël werd verstrooid en Efeze van het moderne Israël werd in juist dezelfde geschiedenis bijeengebracht.
And “yes” if you are wondering, I am aware that the week that Christ confirmed the covenant in fulfillment of Daniel chapter nine, which began at His baptism and ended with the stoning of Stephen was not a literal twenty-five hundred and twenty days, but prophetically it most definitely was, for prophetically a year equals three hundred and sixty days. Three hundred and sixty days multiplied by seven is twenty-five hundred and twenty days, and “the dead center” of that prophetic week is the cross. Prophetically Christ placed the cross, dead center of the prophetic period of twenty-five hundred and twenty days, thus showing that the “seven times” of Leviticus twenty-six is established and upheld by the cross of Christ. It is not an accident that when Sister White teaches, as she does that both of Habakkuk’s sacred tables; the 1843 and 1850 chart have the twenty-five hundred and twenty year prophecy in the very center of the chart, and both charts have the cross dead center of that illustration.
En „ja”, voor het geval u zich dit afvraagt: ik ben mij ervan bewust dat de week waarin Christus het verbond bevestigde ter vervulling van Daniël hoofdstuk negen, die begon bij Zijn doop en eindigde met de steniging van Stefanus, geen letterlijke tweeduizend vijfhonderd en twintig dagen was; maar profetisch was zij dat zeer beslist wel, want profetisch is een jaar gelijk aan driehonderdzestig dagen. Driehonderdzestig dagen vermenigvuldigd met zeven is tweeduizend vijfhonderd en twintig dagen, en „het dode middelpunt” van die profetische week is het kruis. Profetisch plaatste Christus het kruis in het dode middelpunt van de profetische periode van tweeduizend vijfhonderd en twintig dagen, en toonde daarmee dat de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig door het kruis van Christus zijn vastgesteld en bevestigd. Het is geen toeval dat, wanneer zuster White leert, zoals zij doet, dat beide heilige tabellen van Habakuk — de kaart van 1843 en die van 1850 — de profetie van de tweeduizend vijfhonderd en twintig jaren precies in het midden van de kaart hebben, beide kaarten ook het kruis in het dode middelpunt van die voorstelling hebben.
“The Bible contains all the principles that men need to understand in order to be fitted either for this life or for the life to come. And these principles may be understood by all. No one with a spirit to appreciate its teaching can read a single passage from the Bible without gaining from it some helpful thought. But the most valuable teaching of the Bible is not to be gained by occasional or disconnected study. Its great system of truth is not so presented as to be discerned by the hasty or careless reader. Many of its treasures lie far beneath the surface, and can be obtained only by diligent research and continuous effort. The truths that go to make up the great whole must be searched out and gathered up, ‘here a little, and there a little.’ Isaiah 28:10.
‘De Bijbel bevat alle beginselen die mensen moeten verstaan om geschikt te worden gemaakt, hetzij voor dit leven, hetzij voor het toekomende leven. En deze beginselen kunnen door allen worden begrepen. Niemand die een geest bezit om zijn onderricht te waarderen, kan ook maar één enkele passage uit de Bijbel lezen zonder daaruit een behulpzame gedachte te verkrijgen. Maar het meest waardevolle onderwijs van de Bijbel wordt niet verkregen door incidentele of onsamenhangende studie. Zijn grote stelsel van waarheid is niet zó aangeboden dat het door de haastige of onoplettende lezer kan worden onderscheiden. Vele van zijn schatten liggen ver onder de oppervlakte verborgen en kunnen slechts door ijverig onderzoek en aanhoudende inspanning worden verkregen. De waarheden die samen het grote geheel vormen, moeten worden opgespoord en verzameld, “hier een weinig en daar een weinig”. Jesaja 28:10.’
“When thus searched out and brought together, they will be found to be perfectly fitted to one another. Each Gospel is a supplement to the others, every prophecy an explanation of another, every truth a development of some other truth. The types of the Jewish economy are made plain by the gospel. Every principle in the word of God has its place, every fact its bearing. And the complete structure, in design and execution, bears testimony to its Author. Such a structure no mind but that of the Infinite could conceive or fashion.” Education, 123.
„Wanneer zij aldus worden onderzocht en samengebracht, zal blijken dat zij volkomen op elkaar zijn afgestemd. Elk Evangelie is een aanvulling op de andere, elke profetie een verklaring van een andere, elke waarheid een ontvouwing van een andere waarheid. De typen van de Joodse bedeling worden door het evangelie verklaard. Elk beginsel in het Woord van God heeft zijn plaats, elk feit zijn strekking. En het volledige bouwwerk legt, zowel in ontwerp als in uitvoering, getuigenis af van zijn Auteur. Zulk een bouwwerk kon door geen ander verstand dan dat van de Oneindige worden bedacht of gevormd.” Education, 123.
Along with the principle that each of the seven churches are repeated in Millerite history and also our history is another important principle early Adventism acknowledged. That principle demonstrates that “internal and external” prophetic lines of the same history is employed by the Holy Spirit to convey truth. Miller recognized this and directly taught it. He correctly taught that the seven seals of Revelation represent a parallel history to the churches, but in that parallel illustration the seals represent an external and the churches an internal truth of the identical history. Uriah Smith also addresses this principle and employs the words “internal” and “external” which seems to me to be the best way to express the two parallel lines.
Naast het beginsel dat elk van de zeven gemeenten wordt herhaald in de Milleritische geschiedenis en ook in onze geschiedenis, is er nog een ander belangrijk beginsel dat het vroege adventisme heeft erkend. Dat beginsel toont aan dat „interne en externe” profetische lijnen van dezelfde geschiedenis door de Heilige Geest worden gebruikt om waarheid over te brengen. Miller onderkende dit en onderwees het rechtstreeks. Hij leerde terecht dat de zeven zegels van Openbaring een parallelle geschiedenis tot die van de gemeenten voorstellen, maar in die parallelle voorstelling vertegenwoordigen de zegels een uiterlijke en de gemeenten een innerlijke waarheid van dezelfde geschiedenis. Uriah Smith behandelt dit beginsel eveneens en gebruikt de woorden „innerlijk” en „uiterlijk”, wat mij de beste wijze schijnt om de twee parallelle lijnen tot uitdrukking te brengen.
“The seals are introduced to our notice in the 4th, 5th, and 6th chapters of Revelation. The scenes presented under these seals are brought to view in Revelation 6, and the first verse of Revelation 8. They evidently cover events with which the church is connected from the opening of this dispensation to the coming of Christ.
„De zegels worden onder onze aandacht gebracht in het 4e, 5e en 6e hoofdstuk van Openbaring. De taferelen die onder deze zegels worden voorgesteld, worden beschreven in Openbaring 6 en in het eerste vers van Openbaring 8. Zij hebben klaarblijkelijk betrekking op gebeurtenissen waarmee de kerk verbonden is vanaf de aanvang van deze bedeling tot aan de komst van Christus.
“While the seven churches present the internal history of the church, the seven seals bring to view the great events of its external history.” Uriah Smith, The Biblical Institute, 253.
‘Hoewel de zeven gemeenten de innerlijke geschiedenis van de kerk weergeven, brengen de zeven zegels de grote gebeurtenissen van haar uiterlijke geschiedenis in beeld.’ Uriah Smith, The Biblical Institute, 253.
We will now begin our consideration of the seven churches. It is important to recognize that the first two churches and then again, the third and fourth church have a “cause and effect” relationship that demands that they be considered together. Smyrna is the church that represents those that are persecuted by Rome, and Ephesus was the church that carried the gospel to the entire world.
Wij zullen nu beginnen met onze beschouwing van de zeven gemeenten. Het is van belang te erkennen dat de eerste twee gemeenten en vervolgens opnieuw de derde en vierde gemeente een oorzaak-en-gevolgverhouding hebben die vereist dat zij samen worden beschouwd. Smyrna is de gemeente die hen vertegenwoordigt die door Rome worden vervolgd, en Efeze was de gemeente die het evangelie naar de gehele wereld droeg.
“It was in Antioch that the disciples were first called Christians. The name was given them because Christ was the main theme of their preaching, their teaching, and their conversation. Continually they were recounting the incidents that had occurred during the days of His earthly ministry, when His disciples were blessed with His personal presence. Untiringly they dwelt upon His teachings and His miracles of healing. With quivering lips and tearful eyes they spoke of His agony in the garden, His betrayal, trial, and execution, the forbearance and humility with which He had endured the contumely and torture imposed upon Him by His enemies, and the Godlike pity with which He had prayed for those who persecuted Him. His resurrection and ascension, and His work in heaven as the Mediator for fallen man, were topics on which they rejoiced to dwell. Well might the heathen call them Christians, since they preached Christ and addressed their prayers to God through Him.
„Het was in Antiochië dat de discipelen voor het eerst christenen werden genoemd. Die naam werd hun gegeven omdat Christus het hoofdthema was van hun prediking, hun onderricht en hun gesprekken. Voortdurend vertelden zij de gebeurtenissen na die hadden plaatsgevonden in de dagen van Zijn aardse bediening, toen Zijn discipelen werden gezegend met Zijn persoonlijke tegenwoordigheid. Onvermoeibaar stonden zij stil bij Zijn leringen en Zijn wonderen van genezing. Met bevende lippen en tranen in de ogen spraken zij over Zijn doodsangst in de hof, Zijn verraad, berechting en terechtstelling, over de lankmoedigheid en nederigheid waarmee Hij de smaad en foltering had verdragen die Zijn vijanden Hem hadden aangedaan, en over het goddelijke mededogen waarmee Hij had gebeden voor hen die Hem vervolgden. Zijn opstanding en hemelvaart, en Zijn werk in de hemel als Middelaar voor de gevallen mens, waren onderwerpen waarbij zij zich met vreugde ophielden. Terecht konden de heidenen hen christenen noemen, want zij predikten Christus en richtten door Hem hun gebeden tot God.
“It was God who gave to them the name of Christian. This is a royal name, given to all who join themselves to Christ. It was of this name that James wrote later, ‘Do not rich men oppress you, and draw you before the judgment seats? Do not they blaspheme that worthy name by the which ye are called?’ James 2:6, 7. And Peter declared, ‘If any man suffer as a Christian, let him not be ashamed; but let him glorify God on this behalf.’ ‘If ye be reproached for the name of Christ, happy are ye; for the spirit of glory and of God resteth upon you.’ 1 Peter 4:16, 14.” Acts of the Apostles, 157.
“Het was God die hun de naam christen gaf. Dit is een koninklijke naam, gegeven aan allen die zich met Christus verbinden. Het was over deze naam dat Jakobus later schreef: ‘Do not rich men oppress you, and draw you before the judgment seats? Do not they blaspheme that worthy name by the which ye are called?’ James 2:6, 7. En Petrus verklaarde: ‘If any man suffer as a Christian, let him not be ashamed; but let him glorify God on this behalf.’ ‘If ye be reproached for the name of Christ, happy are ye; for the spirit of glory and of God resteth upon you.’ 1 Peter 4:16, 14.” Handelingen van de Apostelen, 157.
The Ephesus church represented the early church that lived “godly in Christ Jesus” which is a “cause” that always produces an “effect.”
De gemeente van Efeze vertegenwoordigde de vroege gemeente die „godzalig in Christus Jezus” leefde, hetgeen een „oorzaak” is die steeds een „gevolg” voortbrengt.
Yea, and all that will live godly in Christ Jesus shall suffer persecution. 2 Timothy 3:12.
Ja, allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolging lijden. 2 Timotheüs 3:12.
The godliness of the Ephesian church brought about the persecution represented by the church of Smyrna. The two churches represent a cause and an effect relationship, and the effect demands to be preceded by a cause. The persecution of the Sunday law crisis is instigated by a manifestation of what Sister White calls “primitive godliness.” A godliness that has been illustrated in past, or primitive histories.
De godsvrucht van de gemeente van Efeze bracht de vervolging teweeg die door de gemeente van Smyrna wordt voorgesteld. De twee gemeenten vertegenwoordigen een oorzaak-en-gevolgrelatie, en het gevolg vereist dat het door een oorzaak wordt voorafgegaan. De vervolging van de crisis rond de zondagswet wordt teweeggebracht door een openbaring van wat zuster White „oorspronkelijke godsvrucht” noemt. Een godsvrucht die is geïllustreerd in vroegere, of oorspronkelijke, geschiedenissen.
“Notwithstanding the widespread declension of faith and piety, there are true followers of Christ in these churches. Before the final visitation of God’s judgments upon the earth there will be among the people of the Lord such a revival of primitive godliness as has not been witnessed since apostolic times. The Spirit and power of God will be poured out upon His children. At that time many will separate themselves from those churches in which the love of this world has supplanted love for God and His word. Many, both of ministers and people, will gladly accept those great truths which God has caused to be proclaimed at this time to prepare a people for the Lord’s second coming. The enemy of souls desires to hinder this work; and before the time for such a movement shall come, he will endeavor to prevent it by introducing a counterfeit. In those churches which he can bring under his deceptive power he will make it appear that God’s special blessing is poured out; there will be manifest what is thought to be great religious interest. Multitudes will exult that God is working marvelously for them, when the work is that of another spirit. Under a religious guise, Satan will seek to extend his influence over the Christian world.” The Great Controversy, 464.
“Niettegenstaande de wijdverbreide afval van geloof en godsvrucht zijn er in deze kerken ware volgelingen van Christus. Vóór de laatste bezoeking van Gods oordelen over de aarde zal er onder het volk des Heren zulk een herleving van oorspronkelijke godsvrucht zijn als niet is gezien sinds de apostolische tijden. De Geest en kracht van God zullen over Zijn kinderen worden uitgestort. In die tijd zullen velen zich afscheiden van die kerken waarin de liefde tot deze wereld de liefde tot God en Zijn Woord heeft verdrongen. Velen, zowel predikanten als gemeenteleden, zullen gaarne die grote waarheden aannemen die God in deze tijd heeft doen verkondigen om een volk toe te bereiden op de tweede komst des Heren. De vijand der zielen verlangt dit werk te verhinderen; en voordat de tijd voor zulk een beweging zal aanbreken, zal hij trachten haar te voorkomen door een nabootsing in te voeren. In die kerken die hij onder zijn misleidende macht kan brengen, zal hij doen voorkomen alsof Gods bijzondere zegen wordt uitgestort; er zal zich openbaren wat men voor een grote godsdienstige belangstelling houdt. Menigten zullen zich verblijden dat God wonderbaarlijk voor hen werkt, terwijl het werk dat van een andere geest is. Onder een godsdienstige schijn zal Satan trachten zijn invloed over de christelijke wereld uit te breiden.” The Great Controversy, 464.
The Midnight Cry of the “last days” is the revival of “primitive godliness” identified in the passage. It’s a revival that occurs in a movement, not a church. The history Sister White employs to describe the revival is the history of “apostolic times,” which is represented by the church of Ephesus. That revival will produce “persecution.”
De middernachtsroep van de „laatste dagen” is de herleving van de „oorspronkelijke godsvrucht” die in de passage wordt aangeduid. Het is een herleving die plaatsvindt in een beweging, niet in een kerk. De geschiedenis die zuster White gebruikt om de herleving te beschrijven, is de geschiedenis van de „apostolische tijd”, die wordt voorgesteld door de gemeente van Efeze. Die herleving zal „vervolging” voortbrengen.
“Many will be imprisoned, many will flee for their lives from cities and towns, and many will be martyrs for Christ’s sake in standing in defense of the truth.” Selected Messages, book 3, 397.
“Velen zullen gevangen worden gezet, velen zullen voor hun leven vluchten uit steden en dorpen, en velen zullen martelaren zijn om Christus’ wil, doordat zij standvastig opkomen ter verdediging van de waarheid.” Selected Messages, boek 3, 397.
The “life of Christ on earth” in the next passage represents the beginning of the church of Ephesus, but it also typifies the history of Laodicean Adventism at the end of the world.
Het „leven van Christus op aarde” in de volgende passage vertegenwoordigt het begin van de gemeente van Efeze, maar het typeert ook de geschiedenis van het Laodiceïsche adventisme aan het einde van de wereld.
“‘Judgment is turned away backward, and justice standeth afar off; for truth is fallen in the street, and equity cannot enter. Yea, truth faileth; and he that departeth from evil maketh himself a prey.’ Isaiah 59:14, 15. This was fulfilled in the life of Christ on earth. He was loyal to God’s commandments, setting aside the human traditions and requirements which had been exalted in their place. Because of this He was hated and persecuted. This history is repeated.” Christ’s Object Lessons, 170.
“‘Het recht is teruggedrongen, en de gerechtigheid staat van verre; want de waarheid struikelt op de straat, en wat recht is kan niet binnengaan. Ja, de waarheid ontbreekt; en wie van het kwaad wijkt, stelt zich tot een roof.’ Jesaja 59:14, 15. Dit werd vervuld in het leven van Christus op aarde. Hij was trouw aan Gods geboden en stelde de menselijke overleveringen en eisen, die in de plaats daarvan waren verheven, terzijde. Daarom werd Hij gehaat en vervolgd. Deze geschiedenis herhaalt zich.” Lessen uit het Leven van Alledag, 170.
The experience represented by Ephesus takes place simultaneously to the experience of Laodicea. The quibbling Jews were the Laodiceans of ancient Israel and Christ and His disciples were Ephesians of modern Israel. John the Baptist introduced the church of Ephesus, and he represents the church in the “last days” which is opposed by Laodiceans, who call themselves Jews, but they are not.
De ervaring die door Efeze wordt voorgesteld, vindt gelijktijdig plaats met de ervaring van Laodicea. De haarklovende Joden waren de Laodiceeërs van het oude Israël, en Christus en Zijn discipelen waren Efeziërs van het moderne Israël. Johannes de Doper leidde de gemeente van Efeze in, en hij vertegenwoordigt de gemeente in de „laatste dagen”, die wordt tegengewerkt door Laodiceeërs, die zichzelf Joden noemen, maar het niet zijn.
“The work of John the Baptist, and the work of those who in the last days go forth in the spirit and power of Elijah to arouse the people from their apathy, are in many respects the same. His work is a type of the work that must be done in this age. Christ is to come the second time to judge the world in righteousness. The messengers of God who bear the last message of warning to be given to the world, are to prepare the way for Christ’s second advent, as John prepared the way for his first advent. In this preparatory work, ‘every valley shall be exalted, and every mountain shall be made low; and the crooked shall be made straight, and the rough places plain’ for history is to be repeated, and once again ‘the glory of the Lord shall be revealed, and all flesh shall see it together; for the mouth of the Lord hath spoken it.’” Southern Watchman, March 21, 1905.
‘Het werk van Johannes de Doper, en het werk van hen die in de laatste dagen uitgaan in de geest en kracht van Elia om het volk uit zijn onverschilligheid wakker te schudden, is in vele opzichten hetzelfde. Zijn werk is een voorafbeelding van het werk dat in deze tijd moet worden gedaan. Christus zal voor de tweede maal komen om de wereld in gerechtigheid te oordelen. De boodschappers van God die de laatste waarschuwingsboodschap dragen die aan de wereld moet worden gegeven, moeten de weg bereiden voor Christus’ tweede komst, zoals Johannes de weg bereidde voor Zijn eerste komst. In dit voorbereidende werk zal “elk dal verhoogd worden, en elke berg en heuvel vernederd worden; en het kromme zal recht, en de oneffen plaatsen tot een vlakte gemaakt worden”, want de geschiedenis zal zich herhalen, en opnieuw zal “de heerlijkheid des HEEREN geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien; want de mond des HEEREN heeft het gesproken.”’ Southern Watchman, 21 maart 1905.
Ephesus is the “cause” and Smyrna is the “effect.” Pergamos and Thyatira also represent a cause-and-effect relationship. Pergamos is the church of compromise that corrupted Christianity by combining it with paganism. The Christian church fell when it accepted the premise that it was possible for the idolatry of paganism to co-exist within its borders. The emperor Constantine is the symbol of that compromising history, and his prophetic role was to produce the falling away of true Christianity in advance of the papacy being revealed.
Efeze is de „oorzaak” en Smyrna is het „gevolg”. Ook Pergamus en Thyatira vertegenwoordigen een oorzaak-en-gevolgverhouding. Pergamus is de kerk van het compromis, die het christendom verdierf door het met het heidendom te vermengen. De christelijke kerk kwam ten val toen zij het uitgangspunt aanvaardde dat het mogelijk was dat de afgodendienst van het heidendom binnen haar grenzen naast haar kon voortbestaan. Keizer Constantijn is het symbool van die geschiedenis van compromis, en zijn profetische rol was de afval van het ware christendom teweeg te brengen, voorafgaand aan de openbaring van het pausdom.
Let no man deceive you by any means: for that day shall not come, except there come a falling away first, and that man of sin be revealed, the son of perdition; Who opposeth and exalteth himself above all that is called God, or that is worshipped; so that he as God sitteth in the temple of God, showing himself that he is God. Remember ye not, that, when I was yet with you, I told you these things? And now ye know what withholdeth that he might be revealed in his time. For the mystery of iniquity doth already work: only he who now letteth will let, until he be taken out of the way. And then shall that Wicked be revealed, whom the Lord shall consume with the spirit of his mouth, and shall destroy with the brightness of his coming. 2 Thessalonians 2:3–8.
Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden; want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens der zonde geopenbaard is, de zoon des verderfs; die zich verzet en zich verheft boven al wat God genoemd wordt of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel Gods zit en van zichzelf vertoont dat hij God is. Herinnert gij u niet dat ik u deze dingen gezegd heb, toen ik nog bij u was? En nu weet gij wat hem weerhoudt, opdat hij geopenbaard worde op zijn eigen tijd. Want de verborgenheid der ongerechtigheid is reeds werkzaam; alleen hij die haar nu weerhoudt, zal haar blijven weerhouden, totdat hij uit het midden weggenomen wordt. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heere zal verteren door de geest van zijn mond en tenietdoen door de verschijning van zijn komst. 2 Thessalonicenzen 2:3–8.
The Pergamos church was the “cause” and Thyatira was the “effect.” The prophet Daniel often presents the history of paganism giving way to papalism, and the falling away that preceded the establishment of the papacy that Paul identified is addressed in Daniel eleven.
De gemeente van Pergamum was de „oorzaak” en Thyatira was het „gevolg”. De profeet Daniël stelt dikwijls de geschiedenis voor van het heidendom dat plaatsmaakt voor het pausdom, en de afval die aan de vestiging van het pausdom voorafging, die Paulus heeft aangeduid, wordt in Daniël 11 behandeld.
For the ships of Chittim shall come against him: therefore he shall be grieved, and return, and have indignation against the holy covenant: so shall he do; he shall even return, and have intelligence with them that forsake the holy covenant. And arms shall stand on his part, and they shall pollute the sanctuary of strength, and shall take away the daily sacrifice, and they shall place the abomination that maketh desolate. Daniel 11:30–31.
Want de schepen van Chittim zullen tegen hem komen; daarom zal hij bedroefd worden, terugkeren en verontwaardigd zijn tegen het heilige verbond; zo zal hij handelen; hij zal zelfs terugkeren en verstandhouding hebben met hen die het heilige verbond verlaten. En krijgslegers zullen aan zijn zijde staan, en zij zullen het heiligdom, de vesting, ontheiligen, en het dagelijks offer wegnemen, en zij zullen de gruwel plaatsen die verwoesting teweegbrengt. Daniël 11:30–31.
The church of compromise that fell away before the papal power was revealed into history is represented by Daniel as “them that” forsook “the holy covenant.” After they forsook the covenant, then the papacy, represented by Daniel as the “abomination that maketh desolate,” was placed upon the throne of the earth. Sister White identifies the last six verses of Daniel eleven when she states, the “prophecy in the eleventh of Daniel has nearly reached its complete fulfillment.” The last six verses are the final fulfillment of Daniel eleven, and she teaches that the history represented by those final verses was typified by Daniel 11:30–36, which identifies the historical “cause and effect” represented by Pergamos and Thyatira.
De kerk van het compromis, die afviel voordat de pauselijke macht in de geschiedenis werd geopenbaard, wordt door Daniël voorgesteld als „hen die” „het heilige verbond” verlieten. Nadat zij het verbond hadden verlaten, werd het pausdom, door Daniël voorgesteld als de „gruwel die verwoesting veroorzaakt”, op de troon der aarde geplaatst. Zuster White duidt de laatste zes verzen van Daniël elf aan wanneer zij verklaart dat de „profetie in het elfde hoofdstuk van Daniël haar volledige vervulling bijna heeft bereikt.” De laatste zes verzen vormen de uiteindelijke vervulling van Daniël elf, en zij leert dat de geschiedenis die door die laatste verzen wordt voorgesteld, werd getypeerd door Daniël 11:30–36, dat de historische „oorzaak en gevolg” aanduidt die door Pergamus en Thyatira worden voorgesteld.
“We have no time to lose. Troublous times are before us. The world is stirred with the spirit of war. Soon the scenes of trouble spoken of in the prophecies will take place. The prophecy in the eleventh of Daniel has nearly reached its complete fulfillment. Much of the history that has taken place in fulfillment of this prophecy will be repeated.
„Wij hebben geen tijd te verliezen. Bange tijden liggen vóór ons. De wereld wordt beroerd door de geest van oorlog. Weldra zullen de tonelen van benauwdheid waarover in de profetieën is gesproken, plaatsvinden. De profetie in het elfde hoofdstuk van Daniël heeft haar volledige vervulling bijna bereikt. Veel van de geschiedenis die zich heeft voltrokken in vervulling van deze profetie, zal zich herhalen.״
“In the thirtieth verse a power is spoken of that ‘verses 30 through thirty-six quoted.’
“In het dertigste vers wordt gesproken van een macht die ‘verzen 30 tot en met zesendertig geciteerd.’”
“Scenes similar to those described in these words will take place.” Manuscript Releases, number 13, 394.
„Taferelen gelijk aan die welke in deze woorden worden beschreven, zullen plaatsvinden.” Manuscript Releases, nr. 13, 394.
The cause-and-effect relationship of Pergamos and Thyatira, as well as the cause-and-effect relationship of Ephesus and Smyrna are repeated in the “last days.” The Protestants of the United States will compromise with idolatry, as represented by Pergamos (the premier sign of idolatry is the worship of the sun), and when they fall away the way is prepared for the man of sin, to once again be prophetically revealed. While the falling away and placing of the papacy on the throne is repeated God will simultaneously be raising up a church typified by Ephesus to carry the message of Daniel and Revelation to the world and the persecution represented by Smyrna will be repeated.
De oorzaak-gevolgrelatie van Pergamum en Thyatira, evenals de oorzaak-gevolgrelatie van Efeze en Smyrna, wordt in de „laatste dagen” herhaald. De protestanten van de Verenigde Staten zullen een compromis sluiten met afgoderij, zoals voorgesteld door Pergamum (het voornaamste kenmerk van afgoderij is de aanbidding van de zon), en wanneer zij afvallen, wordt de weg bereid voor de mens der zonde om opnieuw profetisch geopenbaard te worden. Terwijl de afval en de plaatsing van het pausdom op de troon worden herhaald, zal God tegelijkertijd een gemeente doen opstaan, getypeerd door Efeze, om de boodschap van Daniël en Openbaring aan de wereld te brengen, en de vervolging die door Smyrna wordt voorgesteld, zal worden herhaald.
I will address the last three churches after we consider the truth that the first four seals of Revelation are an external line of truth that runs parallel to the internal line of truth represented by the first four churches. As already noted, Uriah Smith states it this way:
Ik zal de laatste drie gemeenten behandelen nadat wij de waarheid hebben overwogen dat de eerste vier zegels van Openbaring een uiterlijke lijn van waarheid vormen die parallel loopt aan de innerlijke lijn van waarheid die door de eerste vier gemeenten wordt voorgesteld. Zoals reeds is opgemerkt, verwoordt Uriah Smith het aldus:
“While the seven churches present the internal history of the church, the seven seals bring to view the great events of its external history.” Uriah Smith, The Biblical Institute, 253.
„Terwijl de zeven gemeenten de innerlijke geschiedenis van de kerk voorstellen, brengen de zeven zegels de grote gebeurtenissen van haar uiterlijke geschiedenis in beeld.” Uriah Smith, The Biblical Institute, 253.
We have shown that the first four churches represent two “cause and effect” relationships that are repeated in the “last days.” Based upon the pioneers of Adventism, but more importantly upon the authority of God’s Word, those four internal histories of the church should have a parallel external history represented by the first four seals. The first and second seals echo the same characteristics of Ephesus and Smyrna, but use a white horse to represent the work of carrying Christianity to the world. It represents the external work of the church, and the second seal represents the blood bath of Smyrna with a red horse.
Wij hebben aangetoond dat de eerste vier gemeenten twee relaties van „oorzaak en gevolg” vertegenwoordigen die in de „laatste dagen” worden herhaald. Op grond van de pioniers van het adventisme, maar nog belangrijker op grond van het gezag van Gods Woord, zouden die vier innerlijke geschiedenissen van de gemeente een parallelle uiterlijke geschiedenis moeten hebben, voorgesteld door de eerste vier zegels. Het eerste en het tweede zegel weerspiegelen dezelfde kenmerken van Efeze en Smyrna, maar gebruiken een wit paard om het werk uit te beelden van het brengen van het christendom naar de wereld. Het vertegenwoordigt het uiterlijke werk van de gemeente, en het tweede zegel stelt het bloedbad van Smyrna voor met een rood paard.
And I saw when the Lamb opened one of the seals, and I heard, as it were the noise of thunder, one of the four beasts saying, Come and see. And I saw, and behold a white horse: and he that sat on him had a bow; and a crown was given unto him: and he went forth conquering, and to conquer. And when he had opened the second seal, I heard the second beast say, Come and see. And there went out another horse that was red: and power was given to him that sat thereon to take peace from the earth, and that they should kill one another: and there was given unto him a great sword. Revelation 6:1–4.
En ik zag, toen het Lam een van de zegels opende, en ik hoorde als het ware het geluid van een donderslag, een van de vier dieren zeggen: Kom en zie. En ik zag, en zie, een wit paard; en hij die daarop zat, had een boog; en hem werd een kroon gegeven; en hij trok uit, overwinnende en om te overwinnen. En toen het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie. En er ging een ander paard uit, dat rood was; en aan hem die daarop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en dat zij elkaar zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven. Openbaring 6:1–4.
Zechariah contains a few passages that directly identify the four horses represented in the first four seals of Revelation. In one of those passages in chapter ten, Zechariah identifies that when the latter rain is poured out “the flock of Judah” which is God’s “house” will be turned into “his goodly horse in the battle.”
Zacharia bevat enkele passages die de vier paarden die in de eerste vier zegels van Openbaring worden voorgesteld, rechtstreeks identificeren. In een van die passages in hoofdstuk tien geeft Zacharia aan dat, wanneer de late regen wordt uitgestort, „de kudde van Juda”, die Gods „huis” is, zal worden gemaakt tot „zijn heerlijk strijdros in de strijd.”
Ask ye of the Lord rain in the time of the latter rain; so the Lord shall make bright clouds, and give them showers of rain, to every one grass in the field. For the idols have spoken vanity, and the diviners have seen a lie, and have told false dreams; they comfort in vain: therefore they went their way as a flock, they were troubled, because there was no shepherd. Mine anger was kindled against the shepherds, and I punished the goats: for the Lord of hosts hath visited his flock the house of Judah, and hath made them as his goodly horse in the battle. Zechariah 10:1–3.
Bidt de HEERE om regen ten tijde van de late regen; zo zal de HEERE bliksemende wolken maken en hun regenbuien geven, aan ieder het gewas op het veld. Want de afgoden hebben ijdelheid gesproken, en de waarzeggers hebben leugen gezien en valse dromen verteld; tevergeefs troosten zij; daarom trokken zij heen als een kudde, zij werden verdrukt, omdat er geen herder was. Tegen de herders is Mijn toorn ontbrand, en de bokken heb Ik gestraft; want de HEERE der heirscharen heeft Zijn kudde, het huis van Juda, bezocht en heeft hen gemaakt als Zijn heerlijk strijdros in de strijd. Zacharia 10:1–3.
Ellen White repeatedly identifies that the outpouring of the Holy Spirit at Pentecost typifies the latter rain that is now falling. The work done for the world at Pentecost is represented by the church of Ephesus, and Ephesus causes the persecution represented by Smyrna, which John represents as the “red horse” of the second seal. The first two seals run parallel to the first two churches and they illustrate the “last days,” when the latter rain is being poured out.
Ellen White wijst er herhaaldelijk op dat de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren een voorafbeelding is van de late regen die nu valt. Het werk dat met Pinksteren voor de wereld werd verricht, wordt voorgesteld door de gemeente van Efeze, en Efeze veroorzaakt de vervolging die door Smyrna wordt voorgesteld, welke Johannes weergeeft als het „rode paard” van het tweede zegel. De eerste twee zegels lopen parallel met de eerste twee gemeenten en zij illustreren de „laatste dagen”, wanneer de late regen wordt uitgestort.
The Spirit of Prophecy also selects both the end of the third seal and beginning of the fourth seal thus tying them together (cause and effect), and in doing so she places the history represented as existing in her day and in the “last days.”
De Geest der Profetie markeert eveneens zowel het einde van het derde zegel als het begin van het vierde zegel en verbindt deze aldus met elkaar (oorzaak en gevolg); en door dit te doen, plaatst zij de voorgestelde geschiedenis als bestaand in haar dagen en in de „laatste dagen.”
“The same spirit is seen today that is represented in Revelation 6:6–8. History is to be repeated. That which has been will be again.” Manuscript Releases, volume 9, 7.
“Dezelfde geest wordt heden ten dage gezien die in Openbaring 6:6–8 wordt voorgesteld. De geschiedenis zal zich herhalen. Dat wat geweest is, zal opnieuw zijn.” Manuscript Releases, volume 9, 7.
In Sister White’s personal history, (penned in 1898) the spirit of compromise that prepares the way for the papacy to once again be enthroned was already alive and well, for the falling away of Protestantism that began with the rejection of the first angel’s message in the spring of 1844, had already begun (in 1863) to encroach upon the horn of Protestant Adventism.
In de persoonlijke geschiedenis van zuster White (opgetekend in 1898) was de geest van compromis die de weg bereidt voor het pausdom om opnieuw op de troon te worden verheven, reeds springlevend; want de afval van het protestantisme, die begon met de verwerping van de boodschap van de eerste engel in het voorjaar van 1844, was reeds begonnen (in 1863) in te dringen op de hoorn van het protestants-adventisme.
The compromise of Pergamos is represented as a “pair” of balances in the third seal. Two balances of measuring represent a dishonest measurement. The third seal leads to the fourth seal, represented by a “pale horse” of “death,” thus representing the murder of millions by the papacy during the Dark Ages. “Hell” is what follows the pale horse of the papacy. The history of the third and fourth seals parallel the history of the churches of Pergamos and Thyatira. The compromise of Constantine was a progressive work; thus, the spirit of compromise was already active in Sister White’s personal history, just as it was in the time of Paul when he said the “mystery of iniquity does already work.” The falling away that precedes the papacy’s enthronement is always a progressive history, and that “history is to be repeated. That which has been will be again.”
Het compromis van Pergamus wordt in het derde zegel voorgesteld als een „paar” weegschalen. Twee weegschalen die tot afmeting dienen, stellen een oneerlijke meting voor. Het derde zegel leidt tot het vierde zegel, voorgesteld door een „vaal paard” van „de dood”, en beeldt zo de moord op miljoenen door het pausdom gedurende de Donkere Middeleeuwen uit. „De hel” is wat het vale paard van het pausdom volgt. De geschiedenis van het derde en vierde zegel loopt parallel met de geschiedenis van de gemeenten van Pergamus en Thyatire. Het compromis van Constantijn was een voortschrijdend werk; daarom was de geest van compromis reeds werkzaam in de persoonlijke geschiedenis van Zuster White, evenals in de tijd van Paulus, toen hij zei dat het „mysterie der wetteloosheid nu reeds werkt.” De afval die aan de troonsbestijging van het pausdom voorafgaat, is altijd een voortschrijdende geschiedenis, en die „geschiedenis zal worden herhaald. Wat geweest is, zal weder zijn.”
And I heard a voice in the midst of the four beasts say, A measure of wheat for a penny, and three measures of barley for a penny; and see thou hurt not the oil and the wine. And when he had opened the fourth seal, I heard the voice of the fourth beast say, Come and see. And I looked, and behold a pale horse: and his name that sat on him was Death, and Hell followed with him. And power was given unto them over the fourth part of the earth, to kill with sword, and with hunger, and with death, and with the beasts of the earth. Revelation 6:6–8.
En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning, en drie maten gerst voor een penning; en zie toe dat gij de olie en de wijn niet beschadigt. En toen hij het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie. En ik zag, en zie, een vaal paard; en de naam van hem die daarop zat, was Dood, en het graf volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel der aarde, om te doden met het zwaard, en met honger, en met de dood, en door de wilde dieren der aarde. Openbaring 6:6–8.
James White identified another prophetic anomaly in the seven churches, and seven seals. He identifies a purposeful distinction between the first four churches and the last three churches, and then again, the same phenomenon in the first four seals and the last three seals.
Jakobus White stelde nog een andere profetische anomalie vast in de zeven gemeenten en de zeven zegels. Hij wijst op een doelbewust onderscheid tussen de eerste vier gemeenten en de laatste drie gemeenten, en vervolgens opnieuw op hetzelfde verschijnsel in de eerste vier zegels en de laatste drie zegels.
“We have now traced the churches, the seals, and the beasts, or living beings, as far as they will compare as covering the same periods of time. The seals are seven in number, the beasts but four. And it may be well here to notice, that at the opening of the first, second, third and fourth seals the first, second, third and fourth beasts are heard to say ‘Come and see;’ but when the fifth, sixth and seventh seals are opened, there is no such voice heard. Neither do the last three churches, and the last three seals, compare, as covering the same periods of time, as the first four churches, and the first four seals do. But, as we have shown, the churches, seals and beasts do agree, as covering the same periods of time for the space of nearly 1800 years, till we come down to a little more than half a century of the present time.” James White, Review and Herald, February 12, 1857.
„Wij hebben nu de gemeenten, de zegels en de beesten, of levende wezens, gevolgd voor zover zij met elkaar overeenkomen als betrekking hebbend op dezelfde tijdsperioden. De zegels zijn zeven in getal, de beesten echter slechts vier. En het kan goed zijn hier op te merken dat bij de opening van het eerste, tweede, derde en vierde zegel het eerste, tweede, derde en vierde beest gehoord wordt zeggende: ‘Kom en zie;’ maar wanneer het vijfde, zesde en zevende zegel geopend worden, wordt zulk een stem niet gehoord. Ook komen de laatste drie gemeenten en de laatste drie zegels niet met elkaar overeen als betrekking hebbend op dezelfde tijdsperioden, zoals de eerste vier gemeenten en de eerste vier zegels dat doen. Maar, zoals wij hebben aangetoond, stemmen de gemeenten, zegels en beesten wél overeen als betrekking hebbend op dezelfde tijdsperioden gedurende de ruimte van bijna 1800 jaren, totdat wij afdalen tot iets meer dan een halve eeuw van de tegenwoordige tijd.” James White, Review and Herald, 12 februari 1857.
James White did not include the fact that the same pattern exists in the trumpets, but it does. The first four trumpets are trumpets, but the last three trumpets are three woes. The first four trumpets represent God’s judgment on pagan Rome for Constantine’s Sunday law in the year 321, and the three trumpet woes represent Islam. The first two trumpet woes were judgments against papal Rome for the Sunday law it enacted in 538, and the third trumpet woe is for the Sunday law crisis that is coming in the very near future.
James White vermeldde niet dat hetzelfde patroon ook in de bazuinen aanwezig is, maar dat is wel zo. De eerste vier bazuinen zijn bazuinen, maar de laatste drie bazuinen zijn drie weeën. De eerste vier bazuinen vertegenwoordigen Gods oordeel over het heidense Rome vanwege Constantijns zondagwet in het jaar 321, en de drie bazuinweeën vertegenwoordigen de islam. De eerste twee bazuinweeën waren oordelen over het pauselijke Rome vanwege de zondagwet die het in 538 uitvaardigde, en de derde bazuinwee is bestemd voor de crisis rond de zondagwet die in de zeer nabije toekomst zal komen.
Joseph Bates employs the pioneer understanding of the last three churches as a singular symbol to describe three contemporary churches in the Millerite time period. All the emphasis in the passage was supplied by Bates.
Joseph Bates hanteert het pioniersbegrip van de laatste drie gemeenten als één enkel symbool om drie eigentijdse gemeenten in de Milleritische periode te beschrijven. Alle nadruk in de passage werd door Bates aangebracht.
“‘In all the land saith the Lord; TWO PARTS therein shall be cut off, and die; but the THIRD shall be left therein. God says he will bring the THIRD PART through the fire, and refine them. They shall call upon him, and he will hear them. He will say ‘IT IS MY PEOPLE; and they shall say the LORD IS MY GOD.’ First part, SARDIS, the nominal church or Babylon. Second part, Laodicea, the nominal Adventist. Third part, Philadelphia, the only true church of God on earth, for they are to be translated to the city of God. Revelation 3:12; Hebrews 12:22–24. In the name of Jesus, I exhort you again to flee from the Laodiceans, as from Sodom and Gomorrah. Their teachings are false and delusive; and lead to utter destruction. Death! DEATH!!* eternal DEATH!!! is on their track. Remember Lot’s wife.” Joseph Bates, Review and Herald, volume 1, November 1850.
“‘In het gehele land, spreekt de HEERE; TWEE DELEN daarin zullen uitgeroeid worden en sterven; maar het DERDE zal daarin overblijven. God zegt dat Hij het DERDE DEEL door het vuur zal brengen en hen zal louteren. Zij zullen Hem aanroepen, en Hij zal hen verhoren. Hij zal zeggen: ‘HET IS MIJN VOLK’; en zij zullen zeggen: de HEERE IS MIJN GOD.’ Eerste deel, SARDIS, de naamkerk of Babylon. Tweede deel, Laodicea, de naam-Adventist. Derde deel, Filadelfia, de enige ware kerk van God op aarde, want zij zullen worden overgezet naar de stad van God. Openbaring 3:12; Hebreeën 12:22–24. In de naam van Jezus vermaan ik u opnieuw te vluchten van de Laodicensen, zoals van Sodom en Gomorra. Hun leringen zijn vals en misleidend; en leiden tot volkomen verderf. Dood! DOOD!!* eeuwige DOOD!!! is op hun spoor. Denk aan de vrouw van Lot.” Joseph Bates, Review and Herald, deel 1, november 1850.
In the Millerite history Sardis, was the church that had a name that claimed to be alive, but it was dead.
In de geschiedenis van de Millerieten was Sardis de gemeente die de naam had te leven, maar zij was dood.
And unto the angel of the church in Sardis write; These things saith he that hath the seven Spirits of God, and the seven stars; I know thy works, that thou hast a name that thou livest, and art dead. Revelation 3:1.
En schrijf aan de engel van de gemeente in Sardis: Dit zegt Hij Die de zeven Geesten Gods heeft, en de zeven sterren: Ik ken uw werken, dat gij de naam hebt dat gij leeft, en gij zijt dood. Openbaring 3:1.
God’s people always have a name. The name during the history of Ephesus through Pergamos was Christian. The name during the papal rule was the church in the wilderness. The name from the introduction of the morning star, John Wycliffe was Protestant. At the time of the end in 1798, the Protestants had already begun their return to the Roman communion. All that was needed then was a test that would manifest the fact that in spite of their professed name, they were no longer the chosen church. In the spring of 1844, they reached the test that would manifest that they were no longer the church that carried Christ’s covenant name. The story of Elijah provides a very detailed second witness of this fact. When they manifested their true character, it was difficult for the Millerites to initially identify that the Protestants had demonstrated that they had become the daughters of Babylon. But the Millerites eventually did that very thing, and began to call souls out of those fallen churches in fulfillment of the second angel’s message. Then there was a testing process that would cause the Millerites to manifest their own characters. Were they Philadelphians or Laodiceans?
Gods volk heeft altijd een naam. De naam gedurende de geschiedenis van Efeze tot en met Pergamus was christen. De naam gedurende de pauselijke heerschappij was de gemeente in de woestijn. De naam vanaf de introductie van de morgenster, John Wycliffe, was protestant. Ten tijde van het einde, in 1798, waren de protestanten reeds begonnen met hun terugkeer naar de Roomse gemeenschap. Het enige wat toen nog nodig was, was een beproeving die aan het licht zou brengen dat zij, ondanks hun beleden naam, niet langer de uitverkoren gemeente waren. In het voorjaar van 1844 bereikten zij de beproeving die zou openbaren dat zij niet langer de gemeente waren die de verbondsnaam van Christus droeg. Het verhaal van Elia verschaft een zeer gedetailleerde tweede getuige van dit feit. Toen zij hun ware karakter openbaarden, was het voor de Millerieten aanvankelijk moeilijk te onderkennen dat de protestanten hadden aangetoond dat zij de dochters van Babylon waren geworden. Maar de Millerieten deden uiteindelijk precies dat, en begonnen zielen uit die gevallen kerken uit te roepen, ter vervulling van de boodschap van de tweede engel. Vervolgens was er een beproevingsproces dat de Millerieten ertoe zou brengen hun eigen karakter te openbaren. Waren zij Filadelfianen of Laodicenzen?
The Philadelphians followed Christ into the Most Holy Place and those Millerites who refused to do so manifested the character of Laodiceans. Thus, we find the logic for Bates identification of the three churches as contemporaries of the same history. That history was fulfilled within the prophetic structure of the parable of the ten virgins, which inspiration informs us has been and will be fulfilled to the very letter.
De Filadelfiërs volgden Christus het Allerheiligste binnen, en die Millerieten die weigerden dit te doen, openbaarden het karakter van Laodiceanen. Zo vinden wij de logica voor Bates’ identificatie van de drie gemeenten als gelijktijdigen binnen dezelfde geschiedenis. Die geschiedenis werd vervuld binnen de profetische structuur van de gelijkenis van de tien maagden, waarvan de Geest der inspiratie ons meedeelt dat zij tot op de letter vervuld is en vervuld zal worden.
“The parable of the ten virgins of Matthew 25 also illustrates the experience of the Adventist people.” The Great Controversy, 393.
„De gelijkenis van de tien maagden in Mattheüs 25 illustreert eveneens de ervaring van het adventvolk.” The Great Controversy, 393.
“I am often referred to the parable of the ten virgins, five of whom were wise, and five foolish. This parable has been and will be fulfilled to the very letter, for it has a special application to this time, and, like the third angel’s message, has been fulfilled and will continue to be present truth till the close of time.” Review and Herald, August 19, 1890.
„Ik word dikwijls verwezen naar de gelijkenis van de tien maagden, van wie er vijf wijs waren en vijf dwaas. Deze gelijkenis is en zal tot op de letter vervuld worden, want zij heeft een bijzondere toepassing op deze tijd en is, evenals de boodschap van de derde engel, vervuld en zal tot aan het einde der tijden tegenwoordige waarheid blijven.” Review and Herald, 19 augustus 1890.
The last three churches represent those outside of the Millerite movement as Sardis, and those within the movement represent either Philadelphia or Laodicea. Those three churches are identified in Revelation chapter three, and the first four churches are in chapter two. Therefore, when Sister White references the history of chapter three of Revelation, she is identifying the very same churches Joseph Bates just identified.
De laatste drie gemeenten vertegenwoordigen hen buiten de Milleritische beweging als Sardis, en hen binnen de beweging vertegenwoordigen óf Filadelfia óf Laodicea. Die drie gemeenten worden aangeduid in Openbaring hoofdstuk drie, en de eerste vier gemeenten bevinden zich in hoofdstuk twee. Daarom duidt Zuster White, wanneer zij verwijst naar de geschiedenis van hoofdstuk drie van Openbaring, juist diezelfde gemeenten aan die Joseph Bates zojuist heeft geïdentificeerd.
“Oh, what a description! How many there are in this fearful condition. I earnestly entreat every minister to study diligently the third chapter of Revelation, for in it is portrayed the condition of things existing in the last days. Study carefully every verse in this chapter, for through these words Jesus is speaking to you.” Manuscript Releases, volume 18, 193.
„O, wat een beschrijving! Hoe velen verkeren er in deze ontzagwekkende toestand. Ik smeek iedere predikant ernstig het derde hoofdstuk van Openbaring ijverig te bestuderen, want daarin wordt de toestand geschetst die in de laatste dagen bestaat. Bestudeer iedere verzen in dit hoofdstuk zorgvuldig, want door deze woorden spreekt Jezus tot u.” Manuscript Releases, deel 18, 193.
The three contemporary churches of Millerite history are repeated at the end of Adventism. Joseph Bates was identifying the dynamics of the Millerite period and identified Sardis as the daughters of Babylon, which was the target audience for the second angel’s message. He was addressing the struggle between the little flock that followed Christ into the Most Holy Place on October 22, 1844 and those who refused to move out of the holy place. He was attempting to call the Laodiceans out of the darkness they had received, and at least part of their Laodicean blindness was due to the fact that William Miller had taken a leading position in the Laodicean movement. This is the same struggle identified in the message to Philadelphia.
De drie hedendaagse gemeenten uit de Milleritische geschiedenis worden aan het einde van het adventisme herhaald. Joseph Bates duidde de dynamiek van de Milleritische periode en identificeerde Sardis als de dochters van Babylon, die de doelgroep vormden van de boodschap van de tweede engel. Hij behandelde de strijd tussen de kleine kudde die Christus op 22 oktober 1844 volgde in het Allerheiligste, en hen die weigerden uit het heilige te vertrekken. Hij trachtte de Laodicenzen uit de duisternis waarin zij terechtgekomen waren te roepen, en ten minste een deel van hun Laodiceïsche blindheid was te wijten aan het feit dat William Miller een leidende positie had ingenomen in de Laodiceïsche beweging. Dit is dezelfde strijd als die welke wordt aangeduid in de boodschap aan Filadelfia.
Behold, I will make them of the synagogue of Satan, which say they are Jews, and are not, but do lie; behold, I will make them to come and worship before thy feet, and to know that I have loved thee. Revelation 3:9.
Zie, Ik zal maken dat zij uit de synagoge des satans, die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen—zie, Ik zal maken dat zij zullen komen en zich nederwerpen aan uw voeten, en erkennen dat Ik u heb liefgehad. Openbaring 3:9.
A religious crisis always produces two classes of worshippers as it did in the Great Disappointment. The mantle of Protestantism had just been taken from Sardis, as they returned to Rome and officially became Rome’s daughter. The mantle was then held by Millerite Adventism, but a test would soon after produce two classes professing to be the little flock. A true flock and a counterfeit flock. Bates represented the little flock that followed Christ into the Most Holy Place. His struggle was with Laodiceans who professed to be the little flock. As a Philadelphian, Bates’ struggle was with the synagogue of Satan, a group that professed to be God’s people, but did lie and were not Jews.
Een godsdienstige crisis brengt altijd twee klassen van aanbidders voort, zoals dit ook het geval was bij de Grote Teleurstelling. De mantel van het protestantisme was zojuist van Sardis weggenomen, toen zij naar Rome terugkeerden en officieel de dochter van Rome werden. De mantel werd vervolgens gedragen door het Milleritische Adventisme, maar kort daarna zou een beproeving twee klassen voortbrengen die beleden de kleine kudde te zijn: een ware kudde en een valse kudde. Bates vertegenwoordigde de kleine kudde die Christus volgde in het Allerheiligste. Zijn strijd was met Laodicenzen die beweerden de kleine kudde te zijn. Als Filadelfiër was Bates’ strijd met de synagoge van Satan, een groep die beleed Gods volk te zijn, maar loog en geen Joden was.
When the parable is fulfilled for the final time at the end of Adventism there will be a chosen covenant people that were passed by at the time of the end in 1989, the same as the Jewish leadership was passed by at Christ birth, which represents the time of the end in that prophetic history. When the history of Christ reached the triumphal entry into Jerusalem, the Midnight Cry history of the Millerite time was typified. Inspiration repeatedly aligns the waymark of the cross with the Great Disappointment of 1844. Judas represents the Laodiceans of Christ’s history, and the apostles were the Philadelphians. For three and a half years after the cross the Philadelphians, represented by Bates, attempted to call the Laodiceans out of a fallen church that was represented by the disciple Judas Iscariot.
Wanneer de gelijkenis aan het einde van het adventisme voor de laatste maal in vervulling gaat, zal er een uitverkoren verbondsvolk zijn dat in 1989, ten tijde van het einde, werd voorbijgegaan, evenals de Joodse leiders bij de geboorte van Christus werden voorbijgegaan, hetgeen in die profetische geschiedenis de tijd van het einde voorstelt. Toen de geschiedenis van Christus de triomfantelijke intocht in Jeruzalem bereikte, werd de geschiedenis van de Middernachtsroep in de tijd van de Millerieten voorafgeschaduwd. De Inspiratie brengt herhaaldelijk het wegmerk van het kruis in verband met de Grote Teleurstelling van 1844. Judas vertegenwoordigt de Laodicenzen in de geschiedenis van Christus, en de apostelen waren de Filadelfiërs. Gedurende drieënhalf jaar na het kruis trachtten de Filadelfiërs, vertegenwoordigd door Bates, de Laodicenzen uit een gevallen kerk te roepen, die werd vertegenwoordigd door de discipel Judas Iskariot.
In 1989 the former chosen covenant people rejected the light that was unsealed and were passed by. When the first disappointment of July 18, 2020 arrived the testing process began among those who formerly had appeared to be of the same movement. Yet one class are Laodicean and the other class Philadelphian. Just as Judas covenanted three times with the Sanhedrin to betray Christ before the cross, the Laodiceans of the history after September 11, 2001 will have failed three opportunities to repent. At the soon coming Sunday law it will be manifested as certainly as Judas hanging from a tree, that the Laodiceans are separate from the Philadelphians. It is at the harvest when the tares are separated from the wheat. We are rapidly approaching that harvest.
In 1989 verwierp het vroegere uitverkoren verbondsvolk het licht dat was ontzegeld en werd voorbijgegaan. Toen de eerste teleurstelling van 18 juli 2020 kwam, begon het beproevingsproces onder hen die voorheen de schijn hadden tot dezelfde beweging te behoren. Toch is de ene klasse Laodiceaans en de andere klasse Filadelfisch. Zoals Judas vóór het kruis driemaal een verbond sloot met het Sanhedrin om Christus te verraden, zo zullen de Laodiceeërs van de geschiedenis na 11 september 2001 drie gelegenheden om zich te bekeren hebben laten voorbijgaan. Bij de spoedig komende zondagswet zal even zeker als Judas die aan een boom hing, openbaar worden dat de Laodiceeërs gescheiden zijn van de Filadelfiërs. Het is bij de oogst dat het onkruid van de tarwe wordt gescheiden. Wij naderen die oogst snel.
These truths are only recognized when and if we are willing to understand that the only biblical methodology that can uncover and establish ‘truth’ is “historicism.” The true methodology is not preterism, futurism, dispensationalism, woke-ism, grammatical or historical expertise or any variation of the many satanic counterfeits. There is a commonly known phrase that is attributed to a seventeenth century philosopher named Jean-Jacques Rousseau that has been restated many ways, but the essence of the thought is, “Error has many roots, but truth has only one.” “Truth” is Alpha and Omega who is as a root out of dry ground.
Deze waarheden worden alleen onderkend wanneer en indien wij bereid zijn te begrijpen dat de enige bijbelse methodologie die ‘waarheid’ kan blootleggen en vaststellen, het “historicisme” is. De ware methodologie is niet het preterisme, futurisme, dispensationalisme, woke-isme, grammaticale of historische deskundigheid, noch enige variatie van de vele satanische vervalsingen. Er bestaat een algemeen bekende uitdrukking die wordt toegeschreven aan een zeventiende-eeuwse filosoof genaamd Jean-Jacques Rousseau en die op vele manieren is herhaald, maar de kern van die gedachte luidt: “Dwaling heeft vele wortels, maar waarheid heeft er slechts één.” “Waarheid” is de Alfa en de Omega, die is als een wortel uit dorre aarde.
“So with the Bible, the treasure house of the riches of His grace. The glory of its truths, that are as high as heaven and compass eternity, is undiscerned. To the great mass of mankind, Christ Himself is ‘as a root out of a dry ground,’ and they see in Him ‘no beauty that’ they ‘should desire Him.’ Isaiah 53:2. When Jesus was among men, the revelation of God in humanity, the scribes and Pharisees declared to Him, ‘Thou art a Samaritan, and hast a devil.’ John 8:48. Even His disciples were so blinded by the selfishness of their hearts that they were slow to understand Him who had come to manifest to them the Father’s love. This was why Jesus walked in solitude in the midst of men. He was understood fully in heaven alone.” Thoughts from the Mount of Blessing, 25.
“Zo ook met de Bijbel, de schatkamer van de rijkdom van Zijn genade. De heerlijkheid van haar waarheden, die zo hoog zijn als de hemel en de eeuwigheid omvatten, wordt niet onderscheiden. Voor de grote massa der mensheid is Christus Zelf ‘als een wortel uit een dorre aarde’, en zij zien in Hem ‘geen gestalte, dat’ zij ‘Hem zouden begeerd hebben.’ Jesaja 53:2. Toen Jezus onder de mensen was, de openbaring van God in de mensheid, verklaarden de schriftgeleerden en Farizeeën tot Hem: ‘Gij zijt een Samaritaan en hebt een duivel.’ Johannes 8:48. Zelfs Zijn discipelen waren door de zelfzucht van hun hart zó verblind dat zij traag waren om Hem te begrijpen die gekomen was om hun de liefde van de Vader te openbaren. Daarom wandelde Jezus in eenzaamheid te midden van de mensen. Alleen in de hemel werd Hij ten volle begrepen.” Thoughts from the Mount of Blessing, 25.
The truths we are currently sharing must be recognized in the context that the growth of truth is progressive throughout history, and more importantly our understanding of truth must be placed in the context of the Alpha and Omega, the context of Jesus identifying the end of a thing with the beginning of a thing.
De waarheden die wij thans delen, moeten worden erkend binnen de context dat de groei van de waarheid door de geschiedenis heen progressief is; en nog belangrijker: ons begrip van de waarheid moet worden geplaatst binnen de context van de Alfa en de Omega, de context waarin Jezus het einde van een zaak vereenzelvigt met het begin van een zaak.
The fourth church is Thyatira and it represents the period that the papacy ruled as the fifth kingdom of Bible prophecy, which is the period that the church in the wilderness was in captivity. The captivity of spiritual Israel by spiritual Babylon for twelve hundred and sixty years was typified by the captivity of literal Israel in literal Babylon for seventy years.
De vierde gemeente is Thyatira en zij vertegenwoordigt de periode waarin het pausdom regeerde als het vijfde koninkrijk van de Bijbelse profetie, namelijk de periode waarin de gemeente in de woestijn in gevangenschap verkeerde. De gevangenschap van het geestelijke Israël door het geestelijke Babylon gedurende twaalfhonderdzestig jaar werd voorafgebeeld door de gevangenschap van het letterlijke Israël in het letterlijke Babylon gedurende zeventig jaar.
“Today the church of God is free to carry forward to completion the divine plan for the salvation of a lost race. For many centuries God’s people suffered a restriction of their liberties. The preaching of the gospel in its purity was prohibited, and the severest of penalties were visited upon those who dared disobey the mandates of men. As a consequence, the Lord’s great moral vineyard was almost wholly unoccupied. The people were deprived of the light of God’s word. The darkness of error and superstition threatened to blot out a knowledge of true religion. God’s church on earth was as verily in captivity during this long period of relentless persecution as were the children of Israel held captive in Babylon during the period of the exile.” Prophets and Kings, 714.
‘Vandaag is de kerk van God vrij om het goddelijke plan voor de redding van een verloren mensheid verder uit te voeren tot aan de voltooiing ervan. Vele eeuwen lang onderging Gods volk een beperking van zijn vrijheden. De prediking van het evangelie in zijn zuiverheid was verboden, en de zwaarste straffen werden opgelegd aan hen die het waagden de bevelen van mensen ongehoorzaam te zijn. Dientengevolge lag de grote morele wijngaard van de Heer bijna geheel braak. Het volk werd beroofd van het licht van Gods Woord. De duisternis van dwaling en bijgeloof dreigde de kennis van de ware godsdienst uit te wissen. Gods kerk op aarde verkeerde gedurende deze lange periode van meedogenloze vervolging evenzeer in gevangenschap als de kinderen van Israël, die gedurende de ballingschap als gevangenen in Babylon werden vastgehouden.’ Prophets and Kings, 714.
The seventy years of captivity in Babylon is represented by the church of Thyatira. The church of Thyatira is the effect that was produced by the cause, which is represented by Pergamos. Pergamos is symbolized by Constantine the emperor that combined idolatry with Christianity. The symbol of his idolatry was the worship of the sun. The biblical reason for ancient Israel being taken into captivity for the seventy years of Thyatira is that their kings formed relationships and alliances with the idolatrous nations around them in direct rebellion against God’s Word. God repeatedly warned Israel not to intermix with the heathen nations around them. The Ten Commandments, the very thing ancient Israel was to be the depositaries of straightly forbids worshipping idols. When the Lord passed by Moses at the cave of Horeb and revealed His character He twice included the very warning we are referring to.
De zeventig jaren van de Babylonische gevangenschap worden voorgesteld door de gemeente van Thyatira. De gemeente van Thyatira is het gevolg dat werd voortgebracht door de oorzaak, die wordt voorgesteld door Pergamus. Pergamus wordt gesymboliseerd door keizer Constantijn, die afgoderij met het christendom vermengde. Het symbool van zijn afgoderij was de aanbidding van de zon. De bijbelse reden waarom het oude Israël in gevangenschap werd weggevoerd gedurende de zeventig jaren van Thyatira, is dat hun koningen betrekkingen en bondgenootschappen aangingen met de afgodische volken rondom hen, in rechtstreeks verzet tegen Gods Woord. God waarschuwde Israël herhaaldelijk zich niet te vermengen met de heidense volken rondom hen. De Tien Geboden, juist datgene waarvan het oude Israël de bewaarders moest zijn, verbieden uitdrukkelijk de aanbidding van afgoden. Toen de Heere Mozes voorbijging bij de spelonk van Horeb en Zijn karakter openbaarde, nam Hij tweemaal juist de waarschuwing op waarnaar wij verwijzen.
And he said, Behold, I make a covenant: before all thy people I will do marvels, such as have not been done in all the earth, nor in any nation: and all the people among which thou art shall see the work of the Lord: for it is a terrible thing that I will do with thee. Observe thou that which I command thee this day: behold, I drive out before thee the Amorite, and the Canaanite, and the Hittite, and the Perizzite, and the Hivite, and the Jebusite. Take heed to thyself, lest thou make a covenant with the inhabitants of the land whither thou goest, lest it be for a snare in the midst of thee: But ye shall destroy their altars, break their images, and cut down their groves: For thou shalt worship no other god: for the Lord, whose name is Jealous, is a jealous God: Lest thou make a covenant with the inhabitants of the land, and they go a whoring after their gods, and do sacrifice unto their gods, and one call thee, and thou eat of his sacrifice; And thou take of their daughters unto thy sons, and their daughters go a whoring after their gods, and make thy sons go a whoring after their gods. Exodus 34:10–16.
En Hij zeide: Zie, Ik sluit een verbond; voor het oog van geheel uw volk zal Ik wonderen doen, zoals er op de ganse aarde, noch onder enig volk, niet zijn gedaan; en al het volk in welks midden gij zijt, zal het werk des HEEREN zien; want het is een ontzagwekkende zaak die Ik met u doen zal. Neem in acht wat Ik u heden gebied; zie, Ik verdrijf voor uw aangezicht de Amoriet, de Kanaäniet, de Hethiet, de Fereziet, de Heviet en de Jebusiet. Wees op uw hoede voor uzelf, opdat gij geen verbond sluit met de inwoners van het land waarheen gij gaat, opdat het niet tot een strik worde in uw midden. Maar hun altaren zult gij afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen en hun gewijde palen omhouwen. Want gij zult u voor geen andere god neerbuigen; want de HEERE, wiens Naam IJveraar is, is een na-ijverig God. Opdat gij niet een verbond sluit met de inwoners van het land, en zij hun goden nahoereren en aan hun goden offeren, en iemand u nodigt en gij van zijn offer eet; en gij van hun dochters neemt voor uw zonen, en hun dochters hun goden nahoereren en uw zonen hun goden doen nahoereren. Exodus 34:10–16.
Twice God warned ancient Israel in this passage alone, and there are many other biblical testimonies of the command to ancient Israel that they were to make no covenants with the idolatrous nations around them. Those compromises began with ancient Israel’s rejection of God and His theocracy. When they desired a king, God allowed them to have a king and from that point on the majority of all the kings, and most certainly every king of the northern ten tribes disregarded that very command. The principle that required that Israel was separate and peculiar from the idolatrous nations around them was rejected and illustrated by the compromise that Constantine would later become a symbol of. Pergamos and Constantine represent the rebellion of Israel’s kings who introduced idolatry into God’s church. The falling away that began with king Saul typified the falling away of the Christian church that led to the captivity in spiritual Babylon. The sacred history beginning with king Saul onward until the captivity in Babylon is symbolized by the church of Pergamos. The captivity of seventy years that followed was the church of Thyatira.
Tweemaal waarschuwde God het oude Israël alleen al in deze passage, en er zijn vele andere bijbelse getuigenissen van het gebod aan het oude Israël dat het geen verbonden mocht sluiten met de afgodische volken rondom hen. Die compromissen begonnen met de verwerping door het oude Israël van God en van Zijn theocratie. Toen zij een koning verlangden, stond God hun toe een koning te hebben, en vanaf dat moment sloeg de meerderheid van alle koningen, en zeer zeker iedere koning van de noordelijke tien stammen, datzelfde gebod in de wind. Het beginsel dat vereiste dat Israël afgescheiden en bijzonder was te midden van de afgodische volken rondom hen, werd verworpen en geïllustreerd door het compromis waarvan Constantijn later een symbool zou worden. Pergamus en Constantijn vertegenwoordigen de opstandigheid van Israëls koningen, die afgoderij in Gods kerk invoerden. De afval die begon met koning Saul was een voorafbeelding van de afval van de christelijke kerk, die leidde tot de gevangenschap in het geestelijke Babylon. De heilige geschiedenis, beginnend met koning Saul en vervolgens voortgaand tot aan de Babylonische gevangenschap, wordt gesymboliseerd door de gemeente van Pergamus. De daaropvolgende gevangenschap van zeventig jaar was de gemeente van Thyatira.
Ephesus, represents the church that goes forth to conquer the Promised Land. Ephesus represents the time of Moses and the deliverance of Israel from the bondage of Egypt.
Efeze vertegenwoordigt de gemeente die uittrekt om het Beloofde Land te veroveren. Efeze vertegenwoordigt de tijd van Mozes en de bevrijding van Israël uit de slavernij van Egypte.
“The Bible has accumulated and bound up together its treasures for this last generation. All the great events and solemn transactions of Old Testament history have been, and are, repeating themselves in the church in these last days.” Selected Messages, book 3, 338, 339.
„De Bijbel heeft zijn schatten voor deze laatste generatie opgehoopt en samengebundeld. Al de grote gebeurtenissen en plechtige handelingen uit de geschiedenis van het Oude Testament hebben zich herhaald en herhalen zich in de gemeente in deze laatste dagen.” Selected Messages, boek 3, 338, 339.
The history represented by the deliverance from Egypt is repeated in the last days. It was therefore also repeated in the Millerite history. That is why Sister White repeatedly references that history to describe the Millerite history. She aligns the Great Disappointment of 1844 with the disappointment of the Hebrews as they stood before the Red Sea with Pharaoh’s army approaching them from behind. She also aligns the history of the deliverance from Egypt with the time of Christ, thus the disappointment of the disciples at the cross was typified by the disappointment at the Red Sea, which also typified the Great Disappointment of 1844. The disappointment of the cross represented the beginning of the church of Ephesus. The time of Moses at the beginning of ancient Israel represented by the church of Ephesus which also typified the beginning of modern Israel in the time of Christ. Both histories are represented by the church of Ephesus. The truths we are identifying here have often been publicly presented through the years by Future for America, so I am simply providing an overview.
De geschiedenis die wordt uitgebeeld door de verlossing uit Egypte, wordt in de laatste dagen herhaald. Daarom werd zij ook herhaald in de Milleritische geschiedenis. Dat is de reden waarom Zuster White herhaaldelijk naar die geschiedenis verwijst om de Milleritische geschiedenis te beschrijven. Zij stelt de Grote Teleurstelling van 1844 gelijk aan de teleurstelling van de Hebreeën toen zij voor de Rode Zee stonden terwijl het leger van Farao hen van achteren naderde. Zij stelt de geschiedenis van de verlossing uit Egypte ook gelijk aan de tijd van Christus; aldus werd de teleurstelling van de discipelen bij het kruis getypeerd door de teleurstelling bij de Rode Zee, die op haar beurt ook de Grote Teleurstelling van 1844 typeerde. De teleurstelling van het kruis vertegenwoordigde het begin van de gemeente van Efeze. De tijd van Mozes aan het begin van het oude Israël, voorgesteld door de gemeente van Efeze, typeerde eveneens het begin van het moderne Israël in de tijd van Christus. Beide geschiedenissen worden voorgesteld door de gemeente van Efeze. De waarheden die wij hier vaststellen, zijn door de jaren heen dikwijls in het openbaar gepresenteerd door Future for America, zodat ik slechts een overzicht geef.
In the history of Christ, we find the beginning of the new covenant people who are being raised up as the previous covenant chosen people are being passed by. The history of Christ is the end of ancient Israel, and in the history of the deliverance from Egypt at the beginning of ancient Israel there was a previously chosen covenant people that were passed by for a new covenant people.
In de geschiedenis van Christus vinden wij het begin van het nieuwtestamentische verbondsvolk dat wordt opgericht terwijl het voorheen uitverkoren verbondsvolk wordt voorbijgegaan. De geschiedenis van Christus is het einde van het oude Israël, en in de geschiedenis van de verlossing uit Egypte, aan het begin van het oude Israël, was er een eerder uitverkoren verbondsvolk dat werd voorbijgegaan ten gunste van een nieuw verbondsvolk.
In Christ’s history the former chosen people came to their final conclusion in the year 70 with the destruction of Jerusalem. At the beginning in the time of Moses the former chosen people died in the wilderness over a forty-year period, and Joshua and Caleb became the representatives of the new chosen people that were destined to carry the message to the Promised land as did the apostles of the Ephesian church time period carried the gospel to the world.
In de geschiedenis van Christus kwamen de vroegere uitverkorenen in het jaar 70 met de verwoesting van Jeruzalem tot hun definitieve einde. In het begin, in de tijd van Mozes, stierven de vroegere uitverkorenen gedurende een periode van veertig jaar in de woestijn, en Jozua en Kaleb werden de vertegenwoordigers van de nieuwe uitverkorenen, die bestemd waren de boodschap naar het Beloofde Land te dragen, zoals de apostelen in de tijdsperiode van de gemeente van Efeze het evangelie naar de wereld droegen.
The beginning and ending of ancient and also the beginning of modern Israel all identify a transition of a former chosen people unto a new chosen people. Upon the testimony of two or three a thing is established; and each of these three lines of witnesses identify the divorce of the previous chosen people and these witnesses possess the signature of Alpha and Omega, the One who identifies the end from the beginning. There will be a former chosen people that is passed by when God enters into covenant with the one hundred and forty-four thousand. God is not the author of confusion; He never changes and His word never fails.
Het begin en het einde van het oude, en ook het begin van het moderne Israël, wijzen alle op een overgang van een vroeger uitverkoren volk naar een nieuw uitverkoren volk. Op het getuigenis van twee of drie wordt een zaak bevestigd; en elk van deze drie lijnen van getuigen identificeert de verstoting van het voorafgaande uitverkoren volk, en deze getuigen dragen de handtekening van de Alfa en de Omega, Degene die het einde van het begin af bekendmaakt. Er zal een vroeger uitverkoren volk zijn dat voorbijgegaan wordt wanneer God met de honderdvierenveertigduizend een verbond aangaat. God is niet de auteur van verwarring; Hij verandert nooit en Zijn woord faalt nooit.
The deliverance from Egypt and the triumphs accomplished by God through Joshua are represented by the church of Ephesus, but Ephesus was destined to lose its first love. When Joshua was laid to rest another generation arose marking the period represented by Smyrna. Joshua’s wonderful work of clearing the Promised Land was never fully accomplished, for the people became satisfied with themselves and forsook the work given to Joshua. They lost their first love. That period continued until Israel rejected God and Samuel anointed king Saul, thus ushering in the church of Pergamos.
De verlossing uit Egypte en de overwinningen die God door Jozua tot stand bracht, worden uitgebeeld door de gemeente van Efeze, maar het was Efeze beschoren haar eerste liefde te verliezen. Toen Jozua ter ruste was gelegd, stond een andere generatie op, waarmee de periode werd gemarkeerd die door Smyrna wordt voorgesteld. Jozua’s wonderbare werk om het Beloofde Land te zuiveren, werd nooit ten volle voltooid, want het volk werd met zichzelf tevreden en verliet het werk dat aan Jozua was opgedragen. Zij verloren hun eerste liefde. Die periode duurde voort totdat Israël God verwierp en Samuël koning Saul zalfde, en daarmee de gemeente van Pergamus inluidde.
“The message came to Smyrna, a church in Asia Minor, and likewise to the Christian church as a whole, during the second and third centuries. It was a time when paganism was making its final stand for supremacy in the world. Christianity had spread with wonderful rapidity, until it was known throughout the world. Some embraced the faith of Christ because of heart conversion, others, because of the might of argument brought to bear, and still others, because they could see that the cause of paganism was waning, and policy led them to the side that promised to be victorious. These conditions weakened the spirituality of the church. The Spirit of Prophecy, which characterized the apostolic church, was gradually lost. This is a gift which brings the church to which it is entrusted, into the unity of the faith. When there were no longer true prophets, false teachings spread rapidly; the philosophy of the Greeks led to a false interpretation of the Scriptures, and the self-righteousness of the ancient Pharisees, so often condemned by Christ, again appeared in the midst of the church. The foundation was laid during the two centuries preceding the reign of Constantine for those evils which were fully developed during the two centuries following. During this period, martyrdom became popular in many parts of the Roman Empire. Strange as this may seem, it is none the less true. It was the result of the relationship existing between Christians and pagans.
“De boodschap kwam tot Smyrna, een gemeente in Klein-Azië, en eveneens tot de christelijke kerk als geheel, gedurende de tweede en derde eeuw. Het was een tijd waarin het heidendom zijn laatste strijd voerde om de heerschappij in de wereld. Het christendom had zich met wonderbaarlijke snelheid verbreid, totdat het in de gehele wereld bekend was. Sommigen omhelsden het geloof van Christus vanwege een bekering des harten, anderen vanwege de kracht van de aangevoerde argumenten, en weer anderen omdat zij konden zien dat de zaak van het heidendom tanende was, en beleid hen deed kiezen voor de zijde die de overwinning scheen te beloven. Deze omstandigheden verzwakten de geestelijkheid van de kerk. De Geest der Profetie, die de apostolische kerk kenmerkte, ging geleidelijk verloren. Dit is een gave die de kerk, waaraan zij is toevertrouwd, brengt tot de eenheid van het geloof. Toen er niet langer ware profeten waren, verbreidden valse leringen zich snel; de filosofie van de Grieken leidde tot een verkeerde uitleg van de Schriften, en de eigengerechtigheid van de oude Farizeeën, zo dikwijls door Christus veroordeeld, verscheen opnieuw in het midden van de kerk. Gedurende de twee eeuwen die aan de regering van Constantijn voorafgingen, werd de grondslag gelegd voor die kwaadheden die zich gedurende de twee daaropvolgende eeuwen ten volle ontwikkelden. Gedurende deze periode werd de marteldood in vele delen van het Romeinse Rijk iets gewoons. Hoe vreemd dit ook moge schijnen, het is daarom niet minder waar. Het was het gevolg van de verhouding die tussen christenen en heidenen bestond.”
“In the Roman world the religion of all nations was respected, but the Christians were not a nation, they were but a sect of a despised race. When they therefore persisted in denouncing the religion of all classes of men, when they held secret meetings, and separated themselves entirely from the customs and practices of their nearest relatives and most intimate friends, they became objects of suspicion, and often of persecution, by the pagan authorities. Often they brought persecution upon themselves, when there was no spirit of opposition in the minds of the rulers. In illustration of this spirit, history gives the details of the execution of Cyprian, bishop of Carthage. When his sentence was read, a general cry arose from the listening multitude of Christians, who said, ‘We will die with him.’
„In de Romeinse wereld werd de godsdienst van alle volken geëerbiedigd, maar de christenen vormden geen volk; zij waren slechts een sekte van een veracht ras. Toen zij daarom bleven volharden in het aan de kaak stellen van de godsdienst van alle klassen van mensen, wanneer zij geheime bijeenkomsten hielden en zich geheel afscheidden van de gewoonten en praktijken van hun naaste verwanten en meest intieme vrienden, werden zij voorwerpen van verdenking en dikwijls van vervolging door de heidense autoriteiten. Dikwijls haalden zij de vervolging over zichzelf, wanneer er in de gezindheid van de heersers geen geest van tegenstand aanwezig was. Ter illustratie van deze geest geeft de geschiedenis de bijzonderheden van de terechtstelling van Cyprianus, bisschop van Carthago. Toen zijn vonnis werd voorgelezen, ging er een algemene kreet op uit de luisterende menigte christenen, die zeiden: ‘Wij zullen met hem sterven.’”
“The spirit with which many professed Christians accepted death, and even needlessly provoked the enmity of the government, probably had much to do with the passage, in 303, a. d., of the edict of persecution, by the emperor Diocletian, and his assistant, Galerius. The edict was universal in its spirit, and was enforced with more or less strenuousness for ten years.” Steven Haskell, The Story of the Seer of Patmos, 50. 51.
“De geest waarmee vele belijdende christenen de dood aanvaardden, en zelfs zonder noodzaak de vijandschap van de overheid uitlokten, had waarschijnlijk veel te maken met de uitvaardiging, in 303 n.Chr., van het vervolgingsedict door keizer Diocletianus en zijn medeheerser Galerius. Het edict was in zijn strekking algemeen en werd gedurende tien jaar met meer of minder gestrengheid gehandhaafd.” Steven Haskell, The Story of the Seer of Patmos, 50, 51.
Though Smyrna is one of the two churches that receive no rebuke from the Lord, the history testifies that those who were martyred during that period of time represents some whose motivations were based upon human and not divine impulses. The book of Judges opens by identifying the death of Joshua, and there is a verse that is repeated twice in the book which defines the history of the judges. The second time that verse is cited is the final verse of the book. The first verse of the book marks the end of Joshua and the last verse summarizes the history.
Hoewel Smyrna een van de twee gemeenten is die geen bestraffing van de Heer ontvangen, getuigt de geschiedenis ervan dat degenen die in die periode als martelaren stierven, sommigen vertegenwoordigen wier beweegredenen berustten op menselijke en niet op goddelijke impulsen. Het boek Richteren opent met de vermelding van de dood van Jozua, en er is een vers dat tweemaal in het boek wordt herhaald en dat de geschiedenis van de richteren definieert. De tweede keer dat dit vers wordt aangehaald, is het het laatste vers van het boek. Het eerste vers van het boek markeert het einde van Jozua en het laatste vers vat de geschiedenis samen.
Now after the death of Joshua it came to pass, that the children of Israel asked the Lord, saying, Who shall go up for us against the Canaanites first, to fight against them?… In those days there was no king in Israel, but every man did that which was right in his own eyes… In those days there was no king in Israel: every man did that which was right in his own eyes. Judges 1:1; 17:16; 21:25.
Na de dood van Jozua geschiedde het, dat de kinderen Israëls de HEERE raadpleegden, zeggende: Wie van ons zal het eerst optrekken tegen de Kanaänieten, om tegen hen te strijden? … In die dagen was er geen koning in Israël, maar ieder deed wat recht was in zijn eigen ogen … In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat recht was in zijn eigen ogen. Richteren 1:1; 17:6; 21:25.
As in the history of Smyrna “self” was a primary theme from the beginning to the end. Because they had no king, they determined to do whatever they chose to do. The lack of guidance was what Haskell identified in the history of Smyrna that was represented by no active Spirit of Prophecy. In both histories a lack of guidance opened the door for decisions to be made based upon a person’s own motivations. Ephesus represents the deliverance from Egypt. The history recorded in the book of Judges is represented by the church of Smyrna. From king Saul until the Babylonian captivity is represented by the church of Pergamos and the captivity in Babylon is represented by the church of Thyatira.
Zoals in de geschiedenis van Smyrna was „zelf” van het begin tot het einde een hoofdthema. Omdat zij geen koning hadden, besloten zij te doen wat zij zelf verkozen te doen. Het ontbreken van leiding was hetgeen Haskell in de geschiedenis van Smyrna aanwees, en dat werd voorgesteld door het ontbreken van een actieve Geest der Profetie. In beide geschiedenissen opende een gebrek aan leiding de deur voor besluiten die werden genomen op grond van iemands eigen beweegredenen. Efeze vertegenwoordigt de verlossing uit Egypte. De geschiedenis die in het boek Richteren is opgetekend, wordt vertegenwoordigd door de gemeente van Smyrna. De periode van koning Saul tot aan de Babylonische gevangenschap wordt vertegenwoordigd door de gemeente van Pergamus, en de gevangenschap in Babylon wordt vertegenwoordigd door de gemeente van Thyatira.
In agreement with the phenomenon identified by the pioneers there is a four and three division in the churches, seals and trumpets, and the first four churches in ancient Israel’s history begin with the Egyptian captivity and end with the Babylonian captivity, for the Alpha and Omega always identifies the end with the beginning. The first four churches in modern Israel’s history begin with the subjection of the Jews to Roman authority and the four churches end with the subjection of the spiritual Jews to spiritual Rome for twelve hundred and sixty years.
In overeenstemming met het verschijnsel dat door de pioniers werd vastgesteld, is er een verdeling van vier en drie in de gemeenten, de zegels en de bazuinen, en de eerste vier gemeenten in de geschiedenis van het oude Israël beginnen met de Egyptische gevangenschap en eindigen met de Babylonische gevangenschap, want de Alfa en de Omega vereenzelvigt altijd het einde met het begin. De eerste vier gemeenten in de geschiedenis van het moderne Israël beginnen met de onderwerping van de Joden aan het Romeinse gezag, en de vier gemeenten eindigen met de onderwerping van de geestelijke Joden aan het geestelijke Rome gedurende twaalfhonderdzestig jaar.
What followed Thyatira was Sardis, which began when they came out of the Babylonian captivity typified by Thyatira. Sardis is the church which had a name that it lived, but it did not live. Their profession of life was a lie. Interestingly enough, of all the seven churches it is the word Sardis that has no definition. Definitions have been assigned to Sardis based upon the context of the history and verses, but there is no etymological definition of the name. It has a name, but it doesn’t.
Op Thyatira volgde Sardis, dat begon toen zij uit de door Thyatira getypeerde Babylonische gevangenschap kwamen. Sardis is de gemeente die de naam had dat zij leefde, maar zij leefde niet. Haar belijdenis van leven was een leugen. Opmerkelijk genoeg is van alle zeven gemeenten juist het woord Sardis het enige dat geen betekenisomschrijving heeft. Aan Sardis zijn op grond van de context van de geschiedenis en van de verzen wel betekenissen toegekend, maar er bestaat geen etymologische betekenis van de naam. Het heeft een naam, maar het heeft die niet.
“But the second temple had not equaled the first in magnificence; nor was it hallowed by those visible tokens of the divine presence which pertained to the first temple. There was no manifestation of supernatural power to mark its dedication. No cloud of glory was seen to fill the newly erected sanctuary. No fire from heaven descended to consume the sacrifice upon its altar. The Shekinah no longer abode between the cherubim in the most holy place; the ark, the mercy seat, and the tables of the testimony were not to be found therein. No voice sounded from heaven to make known to the inquiring priest the will of Jehovah.” The Great Controversy, 24.
“Maar de tweede tempel evenaarde de eerste niet in luister; evenmin werd hij geheiligd door die zichtbare tekenen van de goddelijke tegenwoordigheid die de eerste tempel hadden gekenmerkt. Er was geen openbaring van bovennatuurlijke kracht om zijn inwijding te markeren. Er werd geen heerlijkheidswolk gezien die het nieuw opgerichte heiligdom vervulde. Geen vuur uit de hemel daalde neer om het offer op zijn altaar te verteren. De Shekinah verbleef niet langer tussen de cherubs in het allerheiligste; de ark, het verzoendeksel en de tafelen der getuigenis waren daarin niet te vinden. Geen stem weerklonk uit de hemel om aan de vragende priester de wil van Jehovah bekend te maken.” The Great Controversy, 24.
After the Babylonian captivity they rebuilt Jerusalem and the temple. They then had a name again, for God had promised to put His name in Jerusalem. But His name represents His character, and the lack of His personal presence identified that they had the name that represented life, but in reality, they no longer had the presence that produces life. All they really had was profession and pretense.
Na de Babylonische ballingschap herbouwden zij Jeruzalem en de tempel. Toen hadden zij weer een naam, want God had beloofd Zijn naam in Jeruzalem te vestigen. Maar Zijn naam vertegenwoordigt Zijn karakter, en het ontbreken van Zijn persoonlijke tegenwoordigheid maakte duidelijk dat zij wel de naam hadden die het leven vertegenwoordigde, maar in werkelijkheid niet langer de tegenwoordigheid bezaten die leven voortbrengt. Alles wat zij in werkelijkheid hadden, was belijdenis en schijn.
The last voice in Sardis promised of an Elijah who would come before the great and terrible day of the Lord. For ancient Israel the destruction of Jerusalem was the great and dreadful day of the Lord. For this reason, Sister White refers to Jerusalem’s destruction in 70AD as an illustration of the great and dreadful day of the Lord represented as the seven last plagues. The church of Philadelphia began with the voice of John the Baptist crying in the wilderness, thus typifying the voice of William Miller. The voices of John the Baptist and William Miller were presenting the Laodicean message to a people who believed everything was alright, when everything was all wrong. Both John the Baptist and William Miller laid the ax to the root of the tree. The message to Sardis was that there were “a few names even in Sardis which have not defiled their garments; and they shall walk with me in white: for they are worthy.” John the Baptist and William Miller represent those who came out of the time period represented by Sardis and were worthy to walk with Christ.
De laatste stem in Sardis beloofde een Elia die zou komen vóór de grote en ontzagwekkende dag des Heren. Voor het oude Israël was de verwoesting van Jeruzalem de grote en vreselijke dag des Heren. Om deze reden verwijst Zuster White naar de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. als een illustratie van de grote en vreselijke dag des Heren, voorgesteld door de zeven laatste plagen. De gemeente van Filadelfia begon met de stem van Johannes de Doper, roepende in de woestijn, en is aldus een type van de stem van William Miller. De stemmen van Johannes de Doper en William Miller brachten de Laodiceaanse boodschap tot een volk dat geloofde dat alles in orde was, terwijl alles geheel verkeerd was. Zowel Johannes de Doper als William Miller legden de bijl aan de wortel van de boom. De boodschap aan Sardis was dat er “enige weinige namen ook in Sardis zijn, die hun klederen niet bevlekt hebben; en zij zullen met Mij wandelen in witte klederen, want zij zijn het waardig.” Johannes de Doper en William Miller vertegenwoordigen hen die uit de tijdsperiode kwamen die door Sardis wordt voorgesteld en waardig waren om met Christus te wandelen.
“Thousands were led to embrace the truth preached by William Miller, and servants of God were raised up in the spirit and power of Elijah to proclaim the message. Like John, the forerunner of Jesus, those who preached this solemn message felt compelled to lay the ax at the root of the tree, and call upon men to bring forth fruits meet for repentance. Their testimony was calculated to arouse and powerfully affect the churches and manifest their real character. And as the solemn warning to flee from the wrath to come was sounded, many who were united with the churches received the healing message; they saw their backslidings, and with bitter tears of repentance and deep agony of soul, humbled themselves before God. And as the Spirit of God rested upon them, they helped to sound the cry, ‘Fear God, and give glory to Him; for the hour of His judgment is come.’” Early Writings, 233.
“Duizenden werden ertoe gebracht de waarheid te aanvaarden die door William Miller werd gepredikt, en dienstknechten van God werden verwekt in de geest en kracht van Elia om de boodschap te verkondigen. Evenals Johannes, de voorloper van Jezus, voelden zij die deze plechtige boodschap predikten zich gedrongen de bijl aan de wortel van de boom te leggen en de mensen op te roepen vruchten voort te brengen, der bekering waardig. Hun getuigenis was erop berekend de kerken wakker te schudden en hen krachtig te treffen, en hun ware karakter te openbaren. En toen de plechtige waarschuwing om te vluchten voor de toekomende toorn werd verkondigd, ontvingen velen die met de kerken verbonden waren de genezende boodschap; zij zagen hun afdwalingen in, en met bittere tranen van berouw en diepe zielsbenauwdheid vernederden zij zich voor God. En toen de Geest van God op hen rustte, hielpen zij de roep te doen weerklinken: ‘Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen.’” Early Writings, 233.
The seven churches of Revelation represent the history of the apostles until the Second Coming of Christ, and the seven churches also represent the history of ancient Israel from the prophet Moses until the first coming of Christ.
De zeven gemeenten van Openbaring vertegenwoordigen de geschiedenis vanaf de apostelen tot aan de Tweede Komst van Christus, en de zeven gemeenten vertegenwoordigen ook de geschiedenis van het oude Israël vanaf de profeet Mozes tot aan de eerste komst van Christus.
“The trials of the children of Israel, and their attitude just before the first coming of Christ, illustrate the position of the people of God in their experience before the second coming of Christ.
“De beproevingen van de kinderen Israëls, en hun houding vlak vóór de eerste komst van Christus, illustreren de positie van het volk van God in hun ervaring vóór de tweede komst van Christus.
“Satan’s snares are laid for us as verily as they were laid for the children of Israel just prior to their entrance into the land of Canaan. We are repeating the history of that people.
„Satans strikken worden voor ons evenzeer gelegd als zij voor de kinderen van Israël werden gelegd, vlak vóór hun intocht in het land Kanaän. Wij herhalen de geschiedenis van dat volk.״
“Their history should be a solemn warning to us. We need never expect that when the Lord has light for his people, Satan will stand calmly by and make no effort to prevent them from receiving it. Let us beware that we do not refuse the light God sends, because it does not come in a way to please us. . . . If there are any who do not see and accept the light themselves, let them not stand in the way of others.
“Hun geschiedenis behoort ons tot een plechtige waarschuwing te zijn. Wij moeten nooit verwachten dat, wanneer de Heere licht voor zijn volk heeft, Satan rustig terzijde zal staan en geen poging zal doen om hen ervan te weerhouden het te ontvangen. Laten wij ervoor waken dat wij het licht dat God zendt, niet verwerpen, omdat het niet komt op een wijze die ons behaagt. ... Indien er enigen zijn die het licht zelf niet zien en aannemen, laten zij anderen niet in de weg staan.
“‘I call heaven and earth to record this day against you, that I have set before you life and death, blessing and cursing; therefore choose life, that both thou and thy seed may live; that thou mayest love the Lord thy God, and that thou mayest obey his voice, and that thou mayest cleave unto him; for he is thy life, and the length of thy days; that thou mayest dwell in the land which the Lord sware unto thy fathers, to Abraham, to Isaac, and to Jacob, to give them.’
‘Ik neem heden de hemel en de aarde tot getuigen tegen u, dat ik u het leven en de dood, de zegen en de vloek heb voorgehouden; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht; opdat gij de HEERE, uw God, liefhebt, zijn stem gehoorzaamt en Hem aanhangt; want Hij is uw leven en de lengte van uw dagen; opdat gij woont in het land dat de HEERE uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te geven.’
“This song was not historical but prophetic. While it recounted the wonderful dealings of God with his people in the past, it also foreshadowed the great events of the future, the final victory of the faithful when Christ shall come the second time in power and glory.
“Dit lied was niet historisch, maar profetisch. Terwijl het de wonderbare handelingen van God met zijn volk in het verleden verhaalde, was het tevens een voorafschaduwing van de grote gebeurtenissen van de toekomst, van de uiteindelijke overwinning van de getrouwen wanneer Christus voor de tweede maal in kracht en heerlijkheid zal komen.
“The apostle Paul plainly states that the experience of the Israelites in their travels has been recorded for the benefit of those living in this age of the world, those upon whom the ends of the world are come. We do not consider that our dangers are any less than those of the Hebrews, but greater.” Healthful Living, 280, 281.
„De apostel Paulus stelt duidelijk dat de ervaring van de Israëlieten tijdens hun omzwervingen is opgetekend ten behoeve van hen die in deze tijd van de wereld leven, degenen over wie het einde der wereld is gekomen. Wij menen niet dat onze gevaren in enig opzicht geringer zijn dan die van de Hebreeën, maar groter.” Healthful Living, 280, 281.
The deliverance from Egypt is represented by the church of Ephesus, and the symbol of the church of Ephesus in that history was Joshua. After those who God brought out of Egypt failed ten successive tests, the Lord removed the covenant from the rebels and gave it to Joshua and Caleb.
De verlossing uit Egypte wordt vertegenwoordigd door de gemeente van Efeze, en het symbool van de gemeente van Efeze in die geschiedenis was Jozua. Nadat zij die God uit Egypte had geleid tien opeenvolgende beproevingen niet hadden doorstaan, nam de Heere het verbond weg van de opstandigen en gaf het aan Jozua en Kaleb.
Say unto them, As truly as I live, saith the Lord, as ye have spoken in mine ears, so will I do to you: Your carcases shall fall in this wilderness; and all that were numbered of you, according to your whole number, from twenty years old and upward, which have murmured against me, Doubtless ye shall not come into the land, concerning which I sware to make you dwell therein, save Caleb the son of Jephunneh, and Joshua the son of Nun. Numbers 14:28–30.
Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere, zoals gij ten aanhoren van Mij gesproken hebt, zo zal Ik u doen: Uw dode lichamen zullen vallen in deze woestijn; en allen uit u die geteld waren, naar uw gehele getal, van twintig jaar oud en daarboven, die tegen Mij gemurmureerd hebben, gij zult voorzeker niet komen in het land, waarvan Ik gezworen heb u daarin te doen wonen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, en Jozua, de zoon van Nun. Numeri 14:28–30.
Sister White identifies that Joshua and Caleb represent those “upon whom the ends of the world are come,” who “make a covenant with God by sacrifice.”
Zuster White duidt aan dat Jozua en Kaleb degenen vertegenwoordigen „op wie het einde der eeuwen gekomen is”, die „een verbond met God sluiten door offerande.”
“For our admonition, upon whom the ends of the world are come, was this history recorded. How often the people of God today live over the experience of the children of Israel! How often they murmur and complain! How often they draw back when the Lord bids them go forward! The cause of God is suffering for want of men like Caleb and Joshua, men of fidelity and unshaken trust. God calls for men who will give themselves to him to be imbued with his Spirit. The cause of Christ and humanity demand sanctified, self-sacrificing men, men who will go forth without the camp, bearing the reproach. Let them be strong, valiant men, fit for worthy enterprises, and let them make a covenant with God by sacrifice.” Review and Herald, May 20, 1902.
“Tot onze waarschuwing, over wie de einden der wereld gekomen zijn, is deze geschiedenis opgetekend. Hoe dikwijls beleven Gods volk heden ten dage de ervaring van de kinderen Israëls opnieuw! Hoe dikwijls morren en klagen zij! Hoe dikwijls deinzen zij terug wanneer de Heere hun gebiedt voorwaarts te gaan! De zaak van God lijdt gebrek aan mannen als Kaleb en Jozua, mannen van trouw en onwankelbaar vertrouwen. God roept om mannen die zich aan Hem zullen geven om doordrongen te worden van Zijn Geest. De zaak van Christus en van de mensheid vraagt geheiligde, zelfopofferende mannen, mannen die buiten de legerplaats zullen gaan en de smaad dragen. Laat het sterke, moedige mannen zijn, geschikt voor waardige ondernemingen, en laten zij met God een verbond sluiten door offerande.” Review and Herald, 20 mei 1902.
The covenant that is renewed, as represented by the covenant being renewed with Joshua and Caleb, is the covenant with the one hundred and forty-four thousand and the great multitude. It is renewed after the original covenant chosen people are divorced from God and assigned to die in the wilderness. The covenant with the hundred and forty-four thousand is accomplished in the very same history that a former chosen people is rejected.
Het verbond dat wordt vernieuwd, zoals uitgebeeld door het verbond dat met Jozua en Kaleb wordt vernieuwd, is het verbond met de honderdvierenvijftigduizend en de grote schare. Het wordt vernieuwd nadat het oorspronkelijke, door het verbond verkozen volk van God is gescheiden en ertoe is bestemd in de woestijn te sterven. Het verbond met de honderdvierenvijftigduizend wordt voltrokken in precies dezelfde geschiedenis waarin een voormalig uitverkoren volk wordt verworpen.
Ephesus means desirable and the work accomplished by both Joshua and the early church was “desirable.” When Joshua led God’s people into the Promised Land, he went forth conquering. The first seal runs parallel with the church of Ephesus, and is represented by a white horse that goes forth conquering. This was true of Joshua and of the apostolic church. The first seal runs parallel to the church of Ephesus in both ancient and modern Israel.
Efeze betekent begeerlijk, en het werk dat zowel door Jozua als door de vroege gemeente werd volbracht, was „begeerlijk”. Toen Jozua Gods volk het Beloofde Land binnenleidde, trok hij uit overwinnende. Het eerste zegel loopt parallel met de gemeente van Efeze en wordt voorgesteld door een wit paard dat uittrekt overwinnende. Dit gold zowel voor Jozua als voor de apostolische gemeente. Het eerste zegel loopt parallel met de gemeente van Efeze in zowel het oude als het moderne Israël.
Smyrna is derived from the word “myrrh” which is an oil that was used for embalming the dead. The second seal is represented by a red horse who was given “a great sword” and “power” to take “peace from the earth” which meant that men in that history would “kill one another.” The second seal runs parallel to the church of Smyrna and it represents the authority given to God’s enemies allowing them to overcome and kill God’s people. This was fulfilled in the period following the apostolic church and also in the history of the Judges. In both histories God allowed powers outside of God’s people to bring warfare and death upon His people. In the apostolic church that warfare was motivated by the rejection of the religion of Christ, which in the previous period of Ephesus had been invincible as it carried the gospel to the world. The motivation of the enemies of God’s people in the period of the Judges was based upon the previous period of Ephesus, where God demonstrated his power upon Egypt and the following nations that Joshua had been used to conquer. The second seal runs parallel to the church of Smyrna in both ancient and modern Israel.
Smyrna is afgeleid van het woord „mirre”, een olie die werd gebruikt voor het balsemen van de doden. Het tweede zegel wordt voorgesteld door een rood paard, aan wie „een groot zwaard” en „macht” werden gegeven om „de vrede van de aarde weg te nemen”, hetgeen betekende dat de mensen in die geschiedenis „elkander zouden doden”. Het tweede zegel loopt parallel met de gemeente van Smyrna en vertegenwoordigt het gezag dat aan Gods vijanden werd gegeven, waardoor hun werd toegestaan Gods volk te overwinnen en te doden. Dit werd vervuld in de periode na de apostolische gemeente en ook in de geschiedenis van de Richteren. In beide geschiedenissen liet God machten van buiten Zijn volk toe om oorlog en dood over Zijn volk te brengen. In de apostolische gemeente werd die oorlogvoering ingegeven door de verwerping van de godsdienst van Christus, die in de voorgaande periode van Efeze onoverwinnelijk was geweest terwijl zij het evangelie naar de wereld droeg. De drijfveer van de vijanden van Gods volk in de periode van de Richteren was gegrond op de voorgaande periode van Efeze, waarin God Zijn macht had getoond over Egypte en over de daaropvolgende volken die Jozua had mogen overwinnen. Het tweede zegel loopt parallel met de gemeente van Smyrna in zowel het oude als het moderne Israël.
Pergamos means a “fortified citadel,” thus representing a castle of a king. The third seal runs parallel to Pergamos and represents the history where human judgment is carried out by the kings of the land in opposition to God’s judgment. Thus, the measurement, or the judgment which is represented by the “two” scales that weigh the “wheat,” “barley,” “oil” and “wine;” identifies royal human authority, which is always flawed in relation to God’s judgment. Remember that an honest measuring or an honest weighing does not require two scales. Two scales represent unequal judgment.
Pergamus betekent een „versterkte citadel” en vertegenwoordigt aldus het kasteel van een koning. Het derde zegel loopt parallel met Pergamus en vertegenwoordigt de geschiedenis waarin menselijk oordeel wordt voltrokken door de koningen der aarde in oppositie tegen Gods oordeel. Aldus duidt de maat, of het oordeel dat wordt voorgesteld door de „twee” weegschalen die de „tarwe”, „gerst”, „olie” en „wijn” wegen, op koninklijk menselijk gezag, dat in verhouding tot Gods oordeel altijd gebrekkig is. Bedenk dat een eerlijke maatneming of een eerlijke weging geen twee weegschalen vereist. Twee weegschalen vertegenwoordigen ongelijk oordeel.
The “barley” is a symbol of the Passover festival’s “first fruit” offering, the “wheat” is a symbol of the Pentecostal festival’s offering of the “two wave loaves.” The “oil” is a symbol of the Holy Spirit and the “wine” is a symbol of doctrine. Pergamos in the time of ancient Israel is the period of the compromising kings of Israel who brought judgment upon God’s system of worship represented by the Passover through Pentecostal season. The truths of God’s word are represented by the “wine” and “oil.” In both ancient and modern Israel, the church of Pergamos is the period when Satan attempts to accomplish what he could not do through the shedding of blood in the history represented by Smyrna. In Pergamos Satan attempted to destroy God’s people and God’s truth through compromise, not by the shedding of blood as represented in Smyrna. The compromise of the kings of ancient Israel typifies the compromise of Constantine in modern Israel.
De „gerst” is een symbool van de „eerstelingsgave” van het Paschafeest; de „tarwe” is een symbool van de gave van de „twee beweegbroden” van het Pinksterfeest. De „olie” is een symbool van de Heilige Geest en de „wijn” is een symbool van de leer. Pergamum in de tijd van het oude Israël is de periode van de compromissen sluitende koningen van Israël, die oordeel brachten over Gods stelsel van aanbidding, vertegenwoordigd door de periode van Pascha tot Pinksteren. De waarheden van Gods woord worden vertegenwoordigd door de „wijn” en de „olie”. Zowel in het oude als in het moderne Israël is de gemeente van Pergamum de periode waarin Satan tracht te volbrengen wat hij niet kon doen door het vergieten van bloed in de geschiedenis die door Smyrna wordt voorgesteld. In Pergamum trachtte Satan Gods volk en Gods waarheid te vernietigen door middel van compromis, niet door het vergieten van bloed zoals voorgesteld in Smyrna. Het compromis van de koningen van het oude Israël is een voorafschaduwing van het compromis van Constantijn in het moderne Israël.
Thyatira means “sacrifice of contrition” and speaks to the spirit of martyrdom that God provides to His people that are slain for His name. The sacrifice of contrition represents the willingness to serve Christ in severe circumstances as represented by Daniel, Shadrach, Meshach and Abednego during the captivity of the seventy years; and it also represents the sacrifice of the Waldensians, the Huguenots and others who were tortured, imprisoned, slandered and slain by the papal authority during the history of the twelve hundred and sixty years. The fourth seal runs parallel to the church of Thyatira and represents the persecution by ancient Babylon against ancient Israel and the persecution by modern Babylon against modern Israel. The history of both captivities first required a falling away from truth which Israel’s kings and the emperor Constantine accomplished. Both prepared the way for a period represented by Thyatira.
Thyatira betekent „offer van verbrijzeling” en spreekt van de geest van martelaarschap die God schenkt aan Zijn volk dat om Zijns Naams wil wordt gedood. Het offer van verbrijzeling staat voor de bereidheid om Christus te dienen onder zware omstandigheden, zoals vertegenwoordigd door Daniël, Sadrach, Mesach en Abednego tijdens de gevangenschap van de zeventig jaren; en het staat ook voor het offer van de Waldenzen, de Hugenoten en anderen die tijdens de geschiedenis van de twaalfhonderdzestig jaren door het pauselijke gezag werden gemarteld, gevangengezet, belasterd en gedood. Het vierde zegel loopt parallel met de gemeente van Thyatira en stelt de vervolging door het oude Babylon tegen het oude Israël voor, evenals de vervolging door het moderne Babylon tegen het moderne Israël. De geschiedenis van beide gevangenschappen vereiste eerst een afval van de waarheid, hetgeen door de koningen van Israël en door keizer Constantijn werd teweeggebracht. Beide bereidden de weg voor een periode die door Thyatira wordt voorgesteld.
Sardis has no meaning in agreement with it professing a name, but the profession is a lie. The presence of the Shekinah never manifested in the second temple. The presence of Christ never manifested in the history of Sardis. The reformation of the Dark Ages was essentially a series of one step forward and two steps back. The work that the history of Sardis was supposed to accomplish in the Protestant Reformation was never finalized.
Sardis heeft geen betekenis die strookt met haar belijdenis van een naam, maar die belijdenis is een leugen. De tegenwoordigheid van de Shekina openbaarde zich nooit in de tweede tempel. De tegenwoordigheid van Christus openbaarde zich nooit in de geschiedenis van Sardis. De Reformatie van de Donkere Middeleeuwen was in wezen een opeenvolging van één stap vooruit en twee stappen achteruit. Het werk dat de geschiedenis van Sardis in de Protestantse Reformatie had moeten volbrengen, is nooit voltooid.
Philadelphia means brotherly love and it is impossible to love your brother if you do not first love God.
Philadelphia betekent broederliefde, en het is onmogelijk uw broeder lief te hebben indien u niet eerst God liefhebt.
If a man say, I love God, and hateth his brother, he is a liar: for he that loveth not his brother whom he hath seen, how can he love God whom he hath not seen? And this commandment have we from him, That he who loveth God love his brother also. 1 John 4:20, 21.
Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft? En dit gebod hebben wij van Hem, dat wie God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe. 1 Johannes 4:20, 21.
Philadelphia represents the church who loves God, and for this reason there is no condemnation or rebuke levelled against Philadelphia.
Filadelfia vertegenwoordigt de gemeente die God liefheeft, en om die reden wordt tegen Filadelfia geen veroordeling of bestraffing uitgesproken.
And to the angel of the church in Philadelphia write; These things saith he that is holy, he that is true, he that hath the key of David, he that openeth, and no man shutteth; and shutteth, and no man openeth; I know thy works: behold, I have set before thee an open door, and no man can shut it: for thou hast a little strength, and hast kept my word, and hast not denied my name. Behold, I will make them of the synagogue of Satan, which say they are Jews, and are not, but do lie; behold, I will make them to come and worship before thy feet, and to know that I have loved thee. Because thou hast kept the word of my patience, I also will keep thee from the hour of temptation, which shall come upon all the world, to try them that dwell upon the earth. Behold, I come quickly: hold that fast which thou hast, that no man take thy crown. Him that overcometh will I make a pillar in the temple of my God, and he shall go no more out: and I will write upon him the name of my God, and the name of the city of my God, which is new Jerusalem, which cometh down out of heaven from my God: and I will write upon him my new name. Revelation 3:7–12.
En schrijf aan de engel van de gemeente te Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Hij die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand sluit, en sluit en niemand opent: Ik ken uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt weinig kracht, en gij hebt Mijn woord bewaard en Mijn naam niet verloochend. Zie, Ik zal maken dat zij uit de synagoge van de satan, die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar liegen—zie, Ik zal hen doen komen en zich neerbuigen aan uw voeten, en doen erkennen dat Ik u heb liefgehad. Omdat gij het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal ook Ik u bewaren uit het uur der verzoeking, dat over de gehele wereld komen zal om hen te verzoeken die op de aarde wonen. Zie, Ik kom spoedig; houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel van Mijn God, en hij zal daaruit niet meer uitgaan; en Ik zal op hem schrijven de naam van Mijn God, en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van Mijn God; en Mijn nieuwe naam zal Ik op hem schrijven. Openbaring 3:7–12.
Philadelphia is given “the key of David,” and in the Philadelphian history of ancient Israel they were given the Son of David, which represents among other things the prophetic principle of Alpha and Omega, the first and the last. That key represents the methodology of “historicism.” In the period represented by the Philadelphian church at the end of ancient Israel the very Author of biblical prophecy was the key. In the period represented by the Philadelphian church in the Millerite history William Miller was given the key. In those two histories Christ dealt with Jews who thought they were the sons of Abraham, but they were not. Miller dealt with Protestants who thought they were spiritual Jews, but were not.
Aan Filadelfia wordt „de sleutel van David” gegeven, en in de Filadelfische geschiedenis van het oude Israël werd hun de Zoon van David gegeven, die onder andere het profetische beginsel van Alfa en Omega vertegenwoordigt, de Eerste en de Laatste. Die sleutel vertegenwoordigt de methodologie van het „historisme”. In de periode die door de Filadelfische gemeente aan het einde van het oude Israël wordt voorgesteld, was de Auteur van de bijbelse profetie Zelf de sleutel. In de periode die in de Milleritische geschiedenis door de Filadelfische gemeente wordt voorgesteld, werd William Miller de sleutel gegeven. In die twee geschiedenissen handelde Christus met Joden die dachten dat zij zonen van Abraham waren, maar zij waren het niet. Miller handelde met protestanten die dachten dat zij geestelijke Joden waren, maar dat niet waren.
He that hath an ear, let him hear what the Spirit saith unto the churches. Revelation 3:13.
Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Openbaring 3:13.
Laodicea means a people judged, and the Laodiceans, the Jews of Christ time period, were ultimately judged in 70AD at the destruction of Jerusalem. The ultimate judgment of apostate Protestantism takes place in the Sunday law crisis, but they met their judgment when they rejected the first angel’s message in the spring of 1844, and were then divinely pronounced as the daughters of Babylon. Those fallen Protestants typify Laodicean Adventism in the last days of the investigative judgment.
Laodicea betekent een geoordeeld volk, en de Laodicenzen, de Joden uit de tijd van Christus, werden uiteindelijk geoordeeld in 70 n.Chr. bij de verwoesting van Jeruzalem. Het uiteindelijke oordeel over het afvallige protestantisme vindt plaats in de zondagswetcrisis, maar zij ontmoetten hun oordeel toen zij in het voorjaar van 1844 de boodschap van de eerste engel verwierpen en vervolgens goddelijk werden aangeduid als de dochters van Babylon. Die gevallen protestanten zijn een voorafbeelding van het Laodiceïsche adventisme in de laatste dagen van het onderzoekend oordeel.
We have now essentially reviewed several various ways in which the seven churches of Revelation can be correctly understood as prophetic symbols and thereafter prophetically applied. But they must be understood and applied within the context of the prophetic rules “that have been given us by the highest authority.”
Wij hebben thans in wezen verschillende wijzen onderzocht waarop de zeven gemeenten van Openbaring terecht kunnen worden begrepen als profetische symbolen en vervolgens profetisch kunnen worden toegepast. Maar zij moeten worden verstaan en toegepast binnen de context van de profetische regels „die ons door het hoogste gezag zijn gegeven.”
The message to the seven churches were messages given to the seven churches that were in existence when John recorded the messages. The messages to the seven churches provide instruction and warning for all churches throughout history. The messages to the seven churches provide instruction and warning for individual Christians throughout history. The seven churches represent the history of Christianity from the time of the apostles until the end of the world. The seven churches represent the history of ancient Israel from the time of Moses until the destruction of Jerusalem in 70 AD. The seven churches may be recognized and applied by identifying the distinction between the first four churches and the last three churches.
De boodschappen aan de zeven gemeenten waren boodschappen die gegeven werden aan de zeven gemeenten die bestonden toen Johannes de boodschappen optekende. De boodschappen aan de zeven gemeenten verschaffen onderricht en waarschuwing voor alle gemeenten door de gehele geschiedenis heen. De boodschappen aan de zeven gemeenten verschaffen onderricht en waarschuwing voor individuele christenen door de gehele geschiedenis heen. De zeven gemeenten vertegenwoordigen de geschiedenis van het christendom vanaf de tijd van de apostelen tot aan het einde van de wereld. De zeven gemeenten vertegenwoordigen de geschiedenis van het oude Israël vanaf de tijd van Mozes tot aan de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. De zeven gemeenten kunnen worden herkend en toegepast door het onderscheid te onderkennen tussen de eerste vier gemeenten en de laatste drie gemeenten.
Of the six various prophetic applications we are identifying, the same applications are represented in the seven seals.
Van de zes verschillende profetische toepassingen die wij onderscheiden, worden dezelfde toepassingen vertegenwoordigd in de zeven zegels.
We will address these truths in the next article.
Wij zullen deze waarheden in het volgende artikel behandelen.