In the last article we identified six prophetic lines of controversy which have occurred in the history of Adventism from the Millerite time period until the present day. I contend the first and the last controversy over the “robbers of thy people” in verse fourteen of Daniel chapter eleven are prophetically identical. The Millerites understood the “robbers” to be Rome, and the Protestants taught the “robbers” were a Syrian king named Antiochus Epiphanes.

In het laatste artikel hebben wij zes profetische twistlijnen vastgesteld die zich in de geschiedenis van het adventisme hebben voorgedaan, vanaf de Milleritische periode tot op de huidige dag. Ik betoog dat de eerste en de laatste controverse over de “roofzuchtigen van uw volk” in vers veertien van Daniël hoofdstuk elf profetisch identiek zijn. De Millerieten begrepen dat de “roofzuchtigen” Rome waren, en de protestanten leerden dat de “roofzuchtigen” een Syrische koning waren, genaamd Antiochus Epiphanes.

And in those times there shall many stand up against the king of the south: also the robbers of thy people shall exalt themselves to establish the vision; but they shall fall. Daniel 11:14.

En in die tijden zullen velen opstaan tegen de koning van het zuiden; ook de gewelddadigen uit uw volk zullen zich verheffen om het gezicht te bevestigen; maar zij zullen vallen. Daniël 11:14.

Beginning in verse ten, and continuing through verse fifteen a warfare between the kingdoms of Egypt and Syria is represented. Egypt is the king of the south in the passage, and the Syrian king is represented as the king of the north. Verse ten identifies what the historians call the beginning of the Fourth Syrian war in 219 BC, verses eleven and twelve represent the battle of Raphia in 217 BC, and its aftermath. Then verses thirteen through fifteen identify the battle of Panium in 200 BC. In verses ten through fifteen the Syrian king is Antiochus Magnus, ruler of the Seleucid Empire.

Beginnend bij vers tien en doorgaand tot en met vers vijftien wordt een oorlog tussen de koninkrijken van Egypte en Syrië voorgesteld. Egypte is in deze passage de koning van het zuiden, en de Syrische koning wordt voorgesteld als de koning van het noorden. Vers tien duidt aan wat de historici het begin van de Vierde Syrische Oorlog in 219 v.Chr. noemen; de verzen elf en twaalf stellen de slag bij Raphia in 217 v.Chr. en de nasleep daarvan voor. Vervolgens duiden de verzen dertien tot en met vijftien de slag bij Panium in 200 v.Chr. aan. In de verzen tien tot en met vijftien is de Syrische koning Antiochus Magnus, heerser van het Seleucidische Rijk.

Verse ten represents the history when Antiochus Magnus begins a war to regain territory that was taken from the Seleucid kingdom years before. In the verse he regains the lost territory in 219 BC, but he temporarily ceases his aggressions, and seeks to regroup his military strength. He had regained control of the lost territory, and made it all the way to the border of Egypt, the southern kingdom ruled by the Ptolemy dynasty. Between 219 BC and 217 BC, both the king of the south and the king of the north made plans for the approaching battle of Raphia.

Vers tien stelt de geschiedenis voor waarin Antiochus Magnus een oorlog begint om gebied terug te winnen dat jaren tevoren aan het Seleucidische koninkrijk was ontnomen. In het vers herovert hij in 219 v.Chr. het verloren gebied, maar hij staakt zijn agressieve optreden tijdelijk en tracht zijn militaire kracht te hergroeperen. Hij had de heerschappij over het verloren gebied herwonnen en was doorgedrongen tot aan de grens van Egypte, het zuidelijke koninkrijk dat door de Ptolemaeïsche dynastie werd geregeerd. Tussen 219 v.Chr. en 217 v.Chr. maakten zowel de koning van het zuiden als de koning van het noorden plannen voor de naderende slag bij Raphia.

The battle of Raphia took place in 217 BC, and the southern kingdom of Egypt, ruled by Ptolemy prevailed over the Syrian king Antiochus Magnus, king of the north in the prophetic passage. Then in verses thirteen through fifteen, seventeen years later in 200 BC, Antiochus Magnus, who had then formed an alliance with Philip of Macedon engaged Egypt in the battle of Panium. The southern kingdom of Egypt then had a child king of five or six years old, and Antiochus Magnis and Philip could not resist taking advantage of the child king of Egypt, and Antiochus Magnus prevailed in the battle of Panium. The three verses that represent the battle of Panium contain verse fourteen, where a new power is introduced into the prophetic narrative.

De slag bij Raphia vond plaats in 217 v.Chr., en het zuidelijke koninkrijk Egypte, geregeerd door Ptolemaeus, behaalde de overwinning op de Syrische koning Antiochus Magnus, de koning van het noorden in het profetische gedeelte. Vervolgens zien wij in de verzen dertien tot en met vijftien, zeventien jaar later, in 200 v.Chr., dat Antiochus Magnus, die toen een verbond had gesloten met Filippus van Macedonië, Egypte tegemoettrad in de slag bij Panium. Het zuidelijke koninkrijk Egypte had toen een kind-koning van vijf of zes jaar oud, en Antiochus Magnus en Filippus konden de verleiding niet weerstaan voordeel te trekken uit de kind-koning van Egypte, en Antiochus Magnus behaalde de overwinning in de slag bij Panium. De drie verzen die de slag bij Panium weergeven, bevatten vers veertien, waarin een nieuwe macht in het profetische verhaal wordt geïntroduceerd.

The robbers of thy people are a different power than the Egyptian king of the south, or the Seleucid king of the north, or Philip the Macedonian ruler. The Millerites recognized that Rome is the robbers of thy people. One of the Hebrew root words that is translated as “robbers,” means breaker. Pagan Rome is represented in prophecy as the power who would break in pieces.

De rovers van uw volk zijn een andere macht dan de Egyptische koning van het zuiden, of de Seleucidische koning van het noorden, of Filippus, de Macedonische heerser. De Millerieten erkenden dat Rome de rovers van uw volk is. Een van de Hebreeuwse wortelwoorden die met „rovers” is vertaald, betekent breker. Het heidense Rome wordt in de profetie voorgesteld als de macht die in stukken zou verbreken.

After this I saw in the night visions, and behold a fourth beast, dreadful and terrible, and strong exceedingly; and it had great iron teeth: it devoured and brake in pieces, and stamped the residue with the feet of it: and it was diverse from all the beasts that were before it; and it had ten horns. Daniel 7:7.

Hierna zag ik in de nachtgezichten, en zie, een vierde dier, vreselijk en schrikwekkend en buitengewoon sterk; en het had grote ijzeren tanden: het verslond en verbrijzelde, en vertrad het overblijfsel met zijn voeten; en het was verschillend van al de dieren die eraan voorafgegaan waren; en het had tien horens. Daniël 7:7.

When Uriah Smith comments on the robbers, he quotes a historian who points out that robbers represent breakers.

Wanneer Uriah Smith de rovers bespreekt, citeert hij een historicus die erop wijst dat rovers verbreken voorstellen.

“A new power is now introduced,—‘the robbers of thy people;’ literally, says Bishop Newton, ‘the breakers of thy people.’ Far away on the banks of the Tiber, a kingdom had been nourishing itself with ambitious projects and dark designs. Small and weak at first, it grew with marvelous rapidity in strength and vigor, reaching out cautiously here and there to try its prowess, and test the vigor of its warlike arm, till, conscious of its power, it boldly reared its head among the nations of the earth, and seized with invincible hand the helm of their affairs. Henceforth the name of Rome stands upon the historic page, destined for long ages to control the affairs of the world, and exert a mighty influence among the nations even to the end of time.

„Een nieuwe macht wordt nu ingevoerd,—‘de rovers van uw volk’; letterlijk, zegt bisschop Newton, ‘de verbrekers van uw volk’. Ver weg aan de oevers van de Tiber had een koninkrijk zich gevoed met eerzuchtige plannen en duistere bedoelingen. Aanvankelijk klein en zwak, groeide het met wonderbaarlijke snelheid in kracht en levenslust, terwijl het behoedzaam hier en daar zijn arm uitstak om zijn macht te beproeven en de kracht van zijn krijgshaftige arm te toetsen, totdat het, zich van zijn macht bewust, zijn hoofd stoutmoedig verhief te midden van de natiën der aarde en met onoverwinnelijke hand het roer van hun aangelegenheden greep. Van toen af staat de naam van Rome op de bladzijden der geschiedenis, bestemd om gedurende lange eeuwen de aangelegenheden van de wereld te beheersen en onder de natiën zelfs tot aan het einde der tijden een machtige invloed uit te oefenen.

“Rome spoke; and Syria and Macedonia soon found a change coming over the aspect of their dream. The Romans interfered in behalf of the young king of Egypt, determined that he should be protected from the ruin devised by Antiochus and Philip. This was BC 200, and was one of the first important interferences of the Romans in the affairs of Syria and Egypt.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 257.

‘Rome sprak; en Syrië en Macedonië bemerkten weldra dat er een verandering optrad in het aanzien van hun droom. De Romeinen grepen in ten gunste van de jonge koning van Egypte, vastbesloten dat hij beschermd zou worden tegen het verderf dat door Antiochus en Filippus voor hem beraamd was. Dit was 200 v.Chr., en het was een van de eerste belangrijke inmengingen van de Romeinen in de aangelegenheden van Syrië en Egypte.’ Uriah Smith, Daniel and Revelation, 257.

The prediction set forth in the verses was fulfilled in roughly twenty years from 219 BC unto 200 BC, but the prophets speak more about the last days than the days in which they lived.

De in de verzen uiteengezette voorzegging werd in ongeveer twintig jaar vervuld, van 219 v.Chr. tot 200 v.Chr., maar de profeten spreken meer over de laatste dagen dan over de dagen waarin zij leefden.

“Each of the ancient prophets spoke less for their own time than for ours, so that their prophesying is in force for us. ‘Now all these things happened unto them for ensamples: and they are written for our admonition, upon whom the ends of the world are come.’ 1 Corinthians 10:11. ‘Not unto themselves, but unto us they did minister the things, which are now reported unto you by them that have preached the gospel unto you with the Holy Ghost sent down from heaven; which things the angels desire to look into.’ 1 Peter 1:12. . . .

“Ieder van de oude profeten sprak minder voor zijn eigen tijd dan voor de onze, zodat hun profeteren voor ons van kracht is. ‘Al deze dingen nu zijn hun overkomen tot voorbeelden; en zij zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.’ 1 Korinthiërs 10:11. ‘Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons bedienden met die dingen welke u nu verkondigd zijn door hen die u het evangelie hebben gepredikt door de Heilige Geest, Die van de hemel gezonden is; in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien.’ 1 Petrus 1:12....”

“The Bible has accumulated and bound up together its treasures for this last generation. All the great events and solemn transactions of Old Testament history have been, and are, repeating themselves in the church in these last days.” Selected Messages, book 3, 338, 339.

„De Bijbel heeft zijn schatten voor deze laatste generatie verzameld en samengebonden. Alle grote gebeurtenissen en plechtige handelingen uit de geschiedenis van het Oude Testament hebben zich herhaald, en herhalen zich, in de gemeente in deze laatste dagen.” Selected Messages, boek 3, 338, 339.

Although Daniel did not live in the twenty-year time period we are considering, inspiration through the writings of Sister White informs is that much of the history recorded in Daniel eleven is to be repeated in the final fulfillment of Daniel eleven.

Hoewel Daniël niet leefde in de periode van twintig jaar die wij overwegen, deelt de inspiratie door de geschriften van Zuster White ons mee dat veel van de geschiedenis die in Daniël elf is opgetekend, herhaald zal worden in de uiteindelijke vervulling van Daniël elf.

“We have no time to lose. Troublous times are before us. The world is stirred with the spirit of war. Soon the scenes of trouble spoken of in the prophecies will take place. The prophecy in the eleventh of Daniel has nearly reached its complete fulfillment. Much of the history that has taken place in fulfillment of this prophecy will be repeated.” Manuscript Releases, number 13, 394.

„Wij hebben geen tijd te verliezen. Bange tijden liggen vóór ons. De wereld wordt beroerd door de geest van oorlog. Weldra zullen de tonelen van benauwdheid waarover in de profetieën is gesproken, plaatsvinden. De profetie in Daniël elf heeft bijna haar volledige vervulling bereikt. Veel van de geschiedenis die heeft plaatsgevonden ter vervulling van deze profetie, zal zich herhalen.” Manuscript Releases, nummer 13, 394.

Verses ten through fifteen of Daniel eleven represent the history of the last days which leads up to the soon-coming Sunday law, for verse sixteen identifies when Rome, for the first time, conquered the “glorious land.”

De verzen tien tot en met vijftien van Daniël elf beschrijven de geschiedenis van de laatste dagen die leidt tot de spoedig komende zondagswet, want vers zestien geeft aan wanneer Rome voor de eerste maal het „heerlijke land” veroverde.

But he that cometh against him shall do according to his own will, and none shall stand before him: and he shall stand in the glorious land, which by his hand shall be consumed. Daniel 11:16.

Maar hij die tegen hem optrekt, zal handelen naar zijn eigen wil, en niemand zal voor hem standhouden; en hij zal staan in het heerlijke land, dat door zijn hand verteerd zal worden. Daniël 11:16.

Daniel employs the expression “glorious land” twice in his writings. The first is verse sixteen, when literal pagan Rome conquered the literal glorious land of Judah.

Daniël gebruikt in zijn geschriften tweemaal de uitdrukking „heerlijk land”. De eerste keer is in vers zestien, toen het letterlijke heidense Rome het letterlijke heerlijke land Juda veroverde.

“Although Egypt could not stand before Antiochus, the king of the north, Antiochus could not stand before the Romans, who now came against him. No kingdoms were longer able to resist this rising power. Syria was conquered, and added to the Roman empire, when Pompey, BC 65, deprived Antiochus Asiaticus of his possessions, and reduced Syria to a Roman province.

“Hoewel Egypte niet kon standhouden tegenover Antiochus, de koning van het noorden, kon Antiochus niet standhouden tegenover de Romeinen, die nu tegen hem optrokken. Geen koninkrijken waren nog langer in staat deze opkomende macht te weerstaan. Syrië werd veroverd en aan het Romeinse rijk toegevoegd, toen Pompejus in 65 v.Chr. Antiochus Asiaticus van zijn bezittingen beroofde en Syrië tot een Romeinse provincie maakte.

“The same power was also to stand in the Holy Land, and consume it. Rome became connected with the people of God, the Jews, by alliance, BC 162, from which date it holds a prominent place in the prophetic calendar. It did not, however, acquire jurisdiction over Judea by actual conquest till BC 63; and then in the following manner.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 259.

„Dezelfde macht zou ook in het Heilige Land standhouden en het verteren. Rome raakte door een verbond verbonden met het volk van God, de Joden, in 162 v.Chr., vanaf welke datum het een vooraanstaande plaats inneemt in de profetische tijdrekening. Het verkreeg echter niet door daadwerkelijke verovering het gezag over Judea vóór 63 v.Chr.; en wel op de volgende wijze.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 259.

The other verse where Daniel employs the “glorious land” is in verse forty-one.

Het andere vers waarin Daniël het „heerlijke land” gebruikt, staat in vers eenenveertig.

He shall enter also into the glorious land, and many countries shall be overthrown: but these shall escape out of his hand, even Edom, and Moab, and the chief of the children of Ammon. Daniel 11:41.

Ook zal hij het Sieraadland binnentrekken, en vele landen zullen ten val komen; maar deze zullen aan zijn hand ontkomen: Edom en Moab, en de voornaamsten van de kinderen van Ammon. Daniël 11:41.

Verse forty-one of course follows verse forty, and verse forty begins with the words “and at the time of the end.” In The Great Controversy, Sister White identifies 1798 as the “time of the end,” so verse forty-one is identifying history that follows after the time of the end in 1798.

Vers eenenveertig volgt uiteraard op vers veertig, en vers veertig begint met de woorden: „en ten tijde van het einde.” In The Great Controversy duidt Zuster White 1798 aan als „de tijd van het einde”, zodat vers eenenveertig de geschiedenis aanduidt die volgt op de tijd van het einde in 1798.

“But at the time of the end, says the prophet, “Many shall run to and fro, and knowledge shall be increased.’ Daniel 12:4. . . . Since 1798 the book of Daniel has been unsealed, knowledge of the prophecies has increased, and many have proclaimed the solemn message of the judgment near.” The Great Controversy, 356.

“Maar ten tijde van het einde, zegt de profeet, ‘velen zullen het onderzoeken, en de kennis zal toenemen.’ Daniël 12:4.... Sinds 1798 is het boek Daniël ontzegeld, is de kennis van de profetieën toegenomen, en hebben velen de plechtige boodschap van het nabije oordeel verkondigd.” De Grote Strijd, 356.

The glorious land of verse forty-one is not literal ancient Judah of old, but spiritual modern Judah. The United States is spiritual modern Judah, and verse forty-one is identifying the soon-coming Sunday law in the United States.

Het heerlijke land van vers eenenveertig is niet het letterlijke oude Juda van weleer, maar het geestelijke moderne Juda. De Verenigde Staten zijn het geestelijke moderne Juda, en vers eenenveertig duidt op de spoedig komende zondagswet in de Verenigde Staten.

Howbeit that was not first which is spiritual, but that which is natural; and afterward that which is spiritual. 1 Corinthians 15:46.

Maar niet het geestelijke was eerst, doch het natuurlijke, en daarna het geestelijke. 1 Korinthiërs 15:46.

That Sunday law is typified by verse sixteen, for “much of the history that has taken place” in the fulfillment of Daniel eleven is to be repeated. Verses ten through fifteen in the last days, represents the history preceding and leading up to the Sunday law.

Die zondagwet wordt door vers zestien uitgebeeld, want „veel van de geschiedenis die heeft plaatsgevonden” in de vervulling van Daniël elf moet worden herhaald. De verzen tien tot en met vijftien vertegenwoordigen in de laatste dagen de geschiedenis die aan de zondagwet voorafgaat en ernaartoe leidt.

The king of the north in those five verses, as well as the king of the south who were fulfilled by the Seleucid king Antiochus Magnus and the Egyptian kings of the Ptolemaic kingdom, typify powers that are the focus of the history that leads to the soon-coming Sunday law. These verses identify the history of the movement of the one hundred and forty-four thousand, for verse ten identifies the collapse of the Soviet Union in 1989, and verse sixteen the soon-coming Sunday law.

De koning van het noorden in die vijf verzen, evenals de koning van het zuiden, die werden vervuld door de Seleucidische koning Antiochus Magnus en de Egyptische koningen van het Ptolemeïsche rijk, zijn typen van machten die het middelpunt vormen van de geschiedenis die leidt tot de spoedig komende zondagswet. Deze verzen duiden de geschiedenis aan van de beweging van de honderd vierenveertigduizend, want vers tien duidt de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989 aan, en vers zestien de spoedig komende zondagswet.

Christ emphasizes these verses by aligning verse ten with verse forty and verse sixteen with verse forty-one. The direct reference to the literal glorious land which typifies the spiritual glorious land of verse forty-one is the end of the six verses, and verse ten is the beginning.

Christus benadrukt deze verzen door vers tien in overeenstemming te brengen met vers veertig en vers zestien met vers eenenveertig. De rechtstreekse verwijzing naar het letterlijke heerlijke land, dat een voorafbeelding is van het geestelijke heerlijke land van vers eenenveertig, vormt het einde van de zes verzen, en vers tien is het begin.

Just as Christ made sure verse sixteen has a direct connection with verse forty-one, and so too, verse ten has a direct connection with verse forty. The expression in verse ten “overflow, and pass through,” is the identical Hebrew phrase that is translated as “overflow and pass over,” in verse forty. The phrase is only found one other place in the Scriptures, but it is translated a little differently than verse ten and verse forty. Still, it is the same Hebrew phrase.

Evenzo zorgde Christus ervoor dat vers zestien een rechtstreeks verband heeft met vers eenenveertig, en zo heeft ook vers tien een rechtstreeks verband met vers veertig. De uitdrukking in vers tien „overstromen en doortrekken” is exact dezelfde Hebreeuwse woordgroep die in vers veertig is vertaald als „overstromen en eroverheen trekken”. Deze woordgroep komt in de Schrift nog slechts op één andere plaats voor, maar daar is zij iets anders vertaald dan in vers tien en vers veertig. Niettemin is het dezelfde Hebreeuwse woordgroep.

And he shall pass through Judah; he shall overflow and go over, he shall reach even to the neck; and the stretching out of his wings shall fill the breadth of thy land, O Immanuel. Isaiah 8:8.

En hij zal door Juda trekken; hij zal overstromen en eroverheen gaan, hij zal reiken tot aan de hals; en het uitspreiden van zijn vleugels zal de breedte van uw land vervullen, o Immanuël. Jesaja 8:8.

Isaiah’s “overflow and go over,” is the same as verse ten’s “overflow, and pass through,” and verse forty’s “overflow and pass over.” More than this, each of the three verses are describing an attack from the king of the north upon the king of the south. In Isaiah, the northern king of Assyria, Sennacherib, was attacking Judah, the southern kingdom of Israel. In verse ten Antiochus Magnus, the northern king of the Seleucid Empire was attacking the southern kingdom of Egypt. In verse forty, the king of the north, the papal power, who had received a deadly wound at the beginning of verse forty, was attacking the southern atheistic power of the Soviet Union. Each verse represents the same prophetic structure of a conflict between the kings of the north and south, and in each verse the northern king “overflows and passes over.”

Jesaja’s „overstromen en overheen gaan” is hetzelfde als vers tien’s „overstromen en doortrekken” en vers veertig’s „overstromen en eroverheen trekken”. Meer nog, elk van deze drie verzen beschrijft een aanval van de koning van het noorden op de koning van het zuiden. In Jesaja viel de noordelijke koning van Assyrië, Sanherib, Juda aan, het zuidelijke koninkrijk van Israël. In vers tien viel Antiochus Magnus, de noordelijke koning van het Seleucidische Rijk, het zuidelijke koninkrijk Egypte aan. In vers veertig viel de koning van het noorden, de pauselijke macht, die aan het begin van vers veertig een dodelijke wond had ontvangen, de zuidelijke atheïstische macht van de Sovjet-Unie aan. Elk vers vertegenwoordigt dezelfde profetische structuur van een conflict tussen de koningen van het noorden en het zuiden, en in elk vers „overstroomt en trekt de noordelijke koning eroverheen”.

Isaiah’s testimony and verse ten both identify that when the northern king attacks he ceases before entering into the capital of the southern kingdom. Sennacherib brought his warfare to the walls of Jerusalem, and no further. In 219 BC, Antiochus Magnus came to the border of Egypt and stopped. Then he lost the battle of Raphia that occurred two years later in 217 BC. Sennacherib came to the walls of Jerusalem and lost the battle as God intervened.

Jesaja’s getuigenis en vers tien maken beide duidelijk dat, wanneer de koning van het noorden aanvalt, hij ophoudt voordat hij de hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk binnengaat. Sanherib bracht zijn krijgstocht tot aan de muren van Jeruzalem, en niet verder. In 219 v.Chr. kwam Antiochus Magnus tot aan de grens van Egypte en hield halt. Vervolgens verloor hij de slag bij Raphia, die twee jaar later, in 217 v.Chr., plaatsvond. Sanherib kwam tot aan de muren van Jeruzalem en verloor de strijd toen God ingreep.

Therefore thus saith the Lord concerning the king of Assyria, He shall not come into this city, nor shoot an arrow there, nor come before it with shield, nor cast a bank against it. By the way that he came, by the same shall he return, and shall not come into this city, saith the Lord. For I will defend this city, to save it, for mine own sake, and for my servant David’s sake. And it came to pass that night, that the angel of the Lord went out, and smote in the camp of the Assyrians an hundred fourscore and five thousand: and when they arose early in the morning, behold, they were all dead corpses. So Sennacherib king of Assyria departed, and went and returned, and dwelt at Nineveh. And it came to pass, as he was worshipping in the house of Nisroch his god, that Adrammelech and Sharezer his sons smote him with the sword: and they escaped into the land of Armenia. And Esarhaddon his son reigned in his stead. 2 Kings 19:32–37.

Daarom, zo zegt de HEERE aangaande de koning van Assyrië: Hij zal in deze stad niet komen, daar geen pijl in schieten, haar niet tegemoet treden met schild, noch een wal tegen haar opwerpen. Langs de weg waarlangs hij gekomen is, langs diezelfde zal hij terugkeren, maar in deze stad zal hij niet komen, spreekt de HEERE. Want Ik zal deze stad beschermen, om haar te verlossen, om Mijnentwil en ter wille van Mijn knecht David. En het geschiedde in die nacht, dat de engel des HEEREN uittrok en in het leger van de Assyriërs honderd vijfentachtigduizend man versloeg; en toen men des morgens vroeg opstond, zie, zij waren allen dode lichamen. Toen brak Sanherib, de koning van Assyrië, op en trok weg; hij keerde terug en bleef te Ninevé. En het geschiedde, toen hij zich neerboog in het huis van Nisroch, zijn god, dat Adrammelech en Sarezer, zijn zonen, hem met het zwaard versloegen; en zij ontkwamen naar het land Armenië. En zijn zoon Esarhaddon werd koning in zijn plaats. 2 Koningen 19:32–37.

In 1989, the king of the north swept away the Soviet Union, but he did not overcome the capital of the Soviet Union. Russia was left standing. The next battle, typified in verses eleven and twelve, was the battle of Raphia, which was also typified by the overthrow of Sennacherib’s army and his subsequent death which identifies a victory for the southern king, which was Judah in the testimony of Sennacherib, and Raphia in the testimony of Antiochus Magnus.

In 1989 vaagde de koning van het noorden de Sovjet-Unie weg, maar hij overwon de hoofdstad van de Sovjet-Unie niet. Rusland bleef overeind. De volgende strijd, getypeerd in de verzen elf en twaalf, was de slag bij Raphia, die eveneens werd getypeerd door de vernietiging van het leger van Sanherib en zijn daaropvolgende dood, hetgeen een overwinning voor de koning van het zuiden aanduidt, die Juda was in het getuigenis van Sanherib, en Raphia in het getuigenis van Antiochus Magnus.

Verse ten provides a direct connection to verse forty and verse sixteen provides a direct connection with verse forty-one. Verses ten through sixteen represent the history of 1989 unto the Sunday law. The verse represents a hidden history in verse forty that begins with the collapse of the Soviet Union in 1989 and continues unto the Sunday law. Verse ten also directly connects the “seven times” of Leviticus twenty-six to the hidden history, but that line of truth is outside what we are here setting forth.

Vers tien verschaft een rechtstreeks verband met vers veertig en vers zestien verschaft een rechtstreeks verband met vers eenenveertig. De verzen tien tot en met zestien vertegenwoordigen de geschiedenis van 1989 tot aan de zondagwet. Het vers vertegenwoordigt een verborgen geschiedenis in vers veertig die begint met de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989 en voortduurt tot aan de zondagwet. Vers tien verbindt ook rechtstreeks de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig met de verborgen geschiedenis, maar die lijn van waarheid valt buiten hetgeen wij hier uiteenzetten.

In Millerite history the first of six primary controversies within Adventism concerning the correct identification of Rome occurred, and it was over who the robbers of verse fourteen represented. The Protestants held they represented Antiochus Epiphanes, and the Millerites identified them as Rome. In the last controversy of Adventism concerning the correct identification of Rome it is also over the robbers of verse fourteen. One class, represented by the Millerites, is upholding the foundational understanding of the Millerites, which was endorsed by the Spirit of Prophecy.

In de Milleritische geschiedenis vond de eerste van zes voornaamste controversen binnen het adventisme plaats aangaande de juiste identificatie van Rome, en deze betrof de vraag wie de rovers van vers veertien vertegenwoordigden. De protestanten hielden staande dat zij Antiochus Epiphanes vertegenwoordigden, en de Millerieten identificeerden hen als Rome. In de laatste controverse van het adventisme aangaande de juiste identificatie van Rome gaat het eveneens over de rovers van vers veertien. Eén klasse, vertegenwoordigd door de Millerieten, handhaaft het fundamentele begrip van de Millerieten, dat door de Geest der Profetie werd bekrachtigd.

“I have seen that the 1843 chart was directed by the hand of the Lord, and that it should not be altered; that the figures were as He wanted them; that His hand was over and hid a mistake in some of the figures, so that none could see it, until His hand was removed.” Early Writings, 74.

„Ik heb gezien dat de kaart van 1843 door de hand van de Heere werd geleid, en dat zij niet veranderd mocht worden; dat de cijfers waren zoals Hij ze hebben wilde; dat Zijn hand erover was en een vergissing in sommige van de cijfers verborg, zodat niemand die kon zien, totdat Zijn hand werd weggenomen.” Early Writings, 74.

That sacred chart identifies the controversy with the notation of 164 BC.

Die heilige kaart identificeert de controverse met de aanduiding van 164 v.Chr.

“164 Death of Antiochus Epiphanes, who of course, stood not up against the Prince of Princes, as he had been 164 yrs. dead before the Prince of Princes was born.”

“164 Dood van Antiochus Epiphanes, die uiteraard niet opstond tegen de Vorst der vorsten, aangezien hij reeds 164 jaar dood was voordat de Vorst der vorsten werd geboren.”

The reference of that controversy upon the sacred chart represents the only truth represented upon the sacred chart that is not based upon a prophetic passage from God’s Word. In doing so it identifies a waymark, not of biblical history, but of Advent history, and “it should not be altered,” for the controversy identifies how the prophetic vision is established. To reject that foundational truth is to simultaneously reject the authority of the Spirit of Prophecy’s endorsement of the sacred chart.

De verwijzing naar die controverse op de heilige kaart vertegenwoordigt de enige waarheid die op de heilige kaart wordt voorgesteld en die niet is gegrond op een profetische passage uit Gods Woord. Daardoor duidt zij een wegmerk aan, niet van de bijbelse geschiedenis, maar van de adventgeschiedenis, en „het zou niet veranderd moeten worden,” want de controverse maakt duidelijk hoe het profetische visioen wordt bevestigd. Die fundamentele waarheid verwerpen, betekent tegelijkertijd het gezag verwerpen van de bekrachtiging door de Geest der Profetie van de heilige kaart.

“The very last deception of Satan will be to make of none effect the testimony of the Spirit of God. ‘Where there is no vision, the people perish’ (Proverbs 29:18). Satan will work ingeniously, in different ways and through different agencies, to unsettle the confidence of God’s remnant people in the true testimony. He will bring in spurious visions to mislead, and will mingle the false with the true, and so disgust people that they will regard everything that bears the name of visions as a species of fanaticism; but honest souls, by contrasting false and true, will be enabled to distinguish between them.” Selected Messages, book 2, 78.

“De allerlaatste misleiding van Satan zal zijn het getuigenis van de Geest van God krachteloos te maken. ‘Waar geen visioen is, verwildert het volk’ (Spreuken 29:18). Satan zal op vernuftige wijze werken, op verschillende manieren en door verschillende middelen, om het vertrouwen van Gods overblijfselvolk in het ware getuigenis aan het wankelen te brengen. Hij zal valse visioenen invoeren om te misleiden, en hij zal het valse met het ware vermengen, en zo de mensen afkerig maken, zodat zij alles wat de naam van visioenen draagt, zullen beschouwen als een vorm van fanatisme; maar oprechte zielen zullen, door het valse en het ware met elkaar te vergelijken, in staat worden gesteld daartussen onderscheid te maken.” Selected Messages, boek 2, 78.

The last controversy of “the robbers of thy people”, is the same as the first, and without an understanding of the symbol which establishes the vision, “the people perish.” They “perish” because they “make of none effect the testimony of the Spirit of God.”

De laatste strijd van „de rovers van uw volk” is dezelfde als de eerste, en zonder begrip van het symbool dat het visioen bevestigt, „gaat het volk te gronde.” Zij „gaan te gronde” omdat zij „het getuigenis van de Geest van God krachteloos maken.”

The other class claims that the United States is represented as the robbers of verse fourteen. That class is unable or unwilling to see that Antiochus Magnus in verses ten through fifteen represents the United States. Just as the Protestants of Millerite history claimed the robbers were Antiochus, the class who is unwilling to see identifies the robbers as the power (the United States) that is typified by Antiochus.

De andere klasse beweert dat de Verenigde Staten worden voorgesteld als de geweldenaars van vers veertien. Die klasse is niet in staat of niet bereid in te zien dat Antiochus Magnus in de verzen tien tot en met vijftien de Verenigde Staten vertegenwoordigt. Zoals de protestanten van de Milleritische geschiedenis beweerden dat de geweldenaars Antiochus waren, zo vereenzelvigt de klasse die niet bereid is dit te zien de geweldenaars met de macht (de Verenigde Staten) die door Antiochus wordt voorgesteld.

Sennacherib’s attack upon Judah that reached to the capital, Jerusalem, and that failed, was led by Sennacherib’s general, the Rabshakeh.

Sennacheribs aanval op Juda, die tot aan de hoofdstad Jeruzalem reikte en mislukte, werd aangevoerd door Sennacheribs generaal, de Rabshake.

Now therefore, I pray thee, give pledges to my lord the king of Assyria, and I will deliver thee two thousand horses, if thou be able on thy part to set riders upon them. How then wilt thou turn away the face of one captain of the least of my master’s servants, and put thy trust on Egypt for chariots and for horsemen? Am I now come up without the Lord against this place to destroy it? The Lord said to me, Go up against this land, and destroy it. Then said Eliakim the son of Hilkiah, and Shebna, and Joah, unto Rabshakeh, Speak, I pray thee, to thy servants in the Syrian language; for we understand it: and talk not with us in the Jews’ language in the ears of the people that are on the wall. But Rabshakeh said unto them, Hath my master sent me to thy master, and to thee, to speak these words? hath he not sent me to the men which sit on the wall, that they may eat their own dung, and drink their own piss with you? Then Rabshakeh stood and cried with a loud voice in the Jews’ language, and spake, saying, Hear the word of the great king, the king of Assyria. 2 Kings 18:23–28.

Nu dan, ik bid u, geef gijzelaars aan mijn heer, de koning van Assyrië, en ik zal u tweeduizend paarden geven, indien gij van uw kant in staat zijt ruiters daarop te zetten. Hoe zoudt gij dan het aangezicht van één bevelhebber van de geringste knechten van mijn heer kunnen afwenden, terwijl gij uw vertrouwen stelt op Egypte om wagens en ruiters? Ben ik nu zonder de HEERE opgetrokken tegen deze plaats om haar te verdelgen? De HEERE heeft tot mij gezegd: Trek op tegen dit land en verdelg het. Toen zeiden Eljakim, de zoon van Hilkia, en Sebna en Joach, tot de Rabsaké: Spreek toch tot uw knechten in het Aramees, want wij verstaan het; en spreek niet met ons in het Joods ten aanhoren van het volk dat op de muur is. Maar de Rabsaké zei tot hen: Heeft mijn heer mij tot uw heer en tot u gezonden om deze woorden te spreken? Heeft hij mij niet gezonden tot de mannen die op de muur zitten, opdat zij met u hun eigen uitwerpselen zouden eten en hun eigen water zouden drinken? Toen ging de Rabsaké staan en riep met luide stem in het Joods en sprak, zeggende: Hoort het woord van de grote koning, de koning van Assyrië. 2 Koningen 18:23–28.

The Rabshakeh was presenting not his words, but the words of Sennacherib, king of Assyria. In Daniel eleven verse forty the king of the north is the papal power who at the time of the end in 1798 received a deadly wound at the hands of atheistic France, the southern king. In the verse the king of the north ultimately retaliates and overflows the southern kingdom (the USSR) in 1989. When the king of the north accomplished that work, he brought with him “chariots, and with horsemen, and many ships.” “Chariots and horsemen” represent military might and “ships” represent economic power. Those symbols identify the United States as papal Rome’s proxy army in the victory of 1989, as typified by Rabshakeh. Antiochus Magnus in verse ten through fifteen represents the United States, and as William Miller correctly identified that the word “also” in verse fourteen establishes a new power entering the prophetic narrative, the “robbers” must represent a power distinct from either the Ptolemaic kings of the south, or Antiochus the king of the north or Philip of Macedon.

De Rabsaké sprak niet zijn eigen woorden, maar de woorden van Sanherib, de koning van Assyrië. In Daniël elf, vers veertig, is de koning van het noorden de pauselijke macht die in de tijd van het einde, in 1798, door toedoen van het atheïstische Frankrijk, de koning van het zuiden, een dodelijke wond ontving. In het vers slaat de koning van het noorden uiteindelijk terug en overstroomt het zuidelijke koninkrijk (de USSR) in 1989. Toen de koning van het noorden dat werk volbracht, bracht hij “wagens, en ruiters, en vele schepen” met zich mee. “Wagens en ruiters” vertegenwoordigen militaire macht en “schepen” vertegenwoordigen economische macht. Die symbolen wijzen de Verenigde Staten aan als het gevolmachtigde leger van het pauselijke Rome in de overwinning van 1989, zoals vooraf uitgebeeld door Rabsaké. Antiochus Magnus in vers tien tot en met vijftien vertegenwoordigt de Verenigde Staten, en zoals William Miller terecht vaststelde dat het woord “ook” in vers veertien een nieuwe macht aanwijst die het profetische verhaal binnentreedt, moeten de “rovers” een macht voorstellen die onderscheiden is van zowel de Ptolemaeïsche koningen van het zuiden als van Antiochus, de koning van het noorden, of Filippus van Macedonië.

“The king of the south, in this verse, without any doubt, means king of Egypt; but what the robbers of thy people means remains yet a doubt perhaps to some. That it cannot mean Antiochus, or any king of Syria, it is plain; for the angel had been talking about that nation for a number of verses previous, and now says, ‘also the robbers of thy people,’ etc., evidently implying some other nation. I will admit that Antiochus did perhaps rob the Jews; but how could this ‘establish the vision,’ as Antiochus is not spoken of anywhere in the vision as performing any act of that kind; for he belonged to what is called the Grecian kingdom in the vision. Again, ‘to establish the vision,’ must mean to make sure, complete, or fulfill the same.” William Miller, Miller’s Works, Lecture 6, 89.

„De koning van het zuiden betekent in dit vers, zonder enige twijfel, de koning van Egypte; maar wat met de rovers van uw volk bedoeld wordt, blijft voor sommigen wellicht nog twijfelachtig. Dat dit niet Antiochus kan betekenen, noch enige koning van Syrië, is duidelijk; want de engel had in een aantal voorafgaande verzen over die natie gesproken, en zegt nu: ‘ook de rovers van uw volk,’ enz., waarmee hij kennelijk op een andere natie doelt. Ik wil toegeven dat Antiochus de Joden wellicht beroofde; maar hoe zou dit ‘het visioen bevestigen’, aangezien Antiochus nergens in het visioen wordt genoemd als iemand die enige daad van die aard verrichtte; want hij behoorde in het visioen tot wat het Griekse koninkrijk genoemd wordt. Verder moet ‘het visioen bevestigen’ betekenen: hetzelfde zeker maken, voltooien of vervullen.” William Miller, Miller’s Works, Lecture 6, 89.

“Antiochus” was a name selected by many of the kings of the Syrian Seleucid Empire. The founder of that empire was Seleucid Nicator, and somewhere between twenty-six to thirty kings made up the entire list of Seleucid kings. Many of those kings chose the name “Antiochus”, just as the many popes choose throne-names when they are selected as popes. The popes are all “antichrist,” which means “against Christ”. The word “anti” meaning “against”. As antichrists they have taken the name of their spiritual forefather, who is Satan. Satan and the popes are both identified as the antichrist in inspiration.

„Antiochus” was een naam die door vele koningen van het Syrische Seleucidische Rijk werd gekozen. De stichter van dat rijk was Seleucid Nicator, en in totaal bestond de volledige lijst van Seleucidische koningen uit ergens tussen de zesentwintig en dertig koningen. Vele van die koningen kozen de naam „Antiochus”, evenals de vele pausen troonnamen kiezen wanneer zij tot paus worden verkozen. De pausen zijn allen „antichrist”, wat „tegen Christus” betekent. Het woord „anti” betekent „tegen”. Als antichristen hebben zij de naam aangenomen van hun geestelijke voorvader, die Satan is. Satan en de pausen worden beide in de geïnspireerde openbaring als de antichrist aangeduid.

“The determination of antichrist to carry out the rebellion he began in heaven will continue to work in the children of disobedience.” Testimonies, volume 9, 230.

“De vastberadenheid van de antichrist om de opstand voort te zetten die hij in de hemel begon, zal blijven werken in de kinderen der ongehoorzaamheid.” Testimonies, deel 9, 230.

A pope is a representative of Satan, and thus they are both against Christ, and therefore are the “antichrist.” They choose a name when they take the position as pope, and become Satan’s earthly representative.

Een paus is een vertegenwoordiger van Satan, en zodoende zijn zij beiden tegen Christus, en daarom zijn zij de „antichrist”. Zij kiezen een naam wanneer zij het ambt van paus aanvaarden, en worden Satans aardse vertegenwoordiger.

“To secure worldly gains and honors, the church was led to seek the favor and support of the great men of earth; and having thus rejected Christ, she was induced to yield allegiance to the representative of Satan—the bishop of Rome.” The Great Controversy, 50.

„Om wereldse voordelen en eerbewijzen veilig te stellen, werd de kerk ertoe gebracht de gunst en steun van de groten der aarde te zoeken; en nadat zij aldus Christus had verworpen, werd zij ertoe gebracht haar trouw te betuigen aan de vertegenwoordiger van Satan—de bisschop van Rome.” The Great Controversy, 50.

By their works you shall know them, and the popes carry on the same work as Satan.

Aan hun werken zult gij hen kennen, en de pausen zetten hetzelfde werk voort als Satan.

Through the pope of Rome the same work has been carried on here on earth as was carried on in the courts of heaven before the expulsion of the prince of darkness. Satan sought to correct the law of God in heaven, and to supply an amendment of his own. He exalted his own judgment above that of his Creator, and placed his will above the will of Jehovah, and in this way virtually declared God to be fallible. The pope also takes the same course and, claiming infallibility for himself, seeks to adjust the law of God to meet his own ideas, thinking himself able to correct the mistakes he thinks he sees in the statutes and commands of the Lord of heaven and earth. He virtually says to the world, I will give you better laws than those of Jehovah. What an insult is this to the God of heaven!” Signs of the Times, November 19, 1894.

“Door de paus van Rome is hier op aarde hetzelfde werk voortgezet als in de hoven van de hemel werd voortgezet vóór de verbanning van de vorst der duisternis. Satan trachtte in de hemel de wet van God te verbeteren en een door hemzelf voorgestelde wijziging aan te brengen. Hij verhief zijn eigen oordeel boven dat van zijn Schepper en stelde zijn wil boven de wil van Jehovah, en verklaarde op deze wijze in feite God voor feilbaar. Ook de paus volgt dezelfde weg en tracht, terwijl hij voor zichzelf onfeilbaarheid opeist, de wet van God aan te passen aan zijn eigen denkbeelden, in de veronderstelling dat hij in staat is de fouten te verbeteren die hij meent te zien in de inzettingen en geboden van de Heere des hemels en der aarde. Hij zegt in feite tot de wereld: Ik zal u betere wetten geven dan die van Jehovah. Wat een belediging is dit voor de God des hemels!” Signs of the Times, 19 november 1894.

Though Seleucus Nicator established the Seleucid Empire, many of the following kings chose the name “Antiochus,” in honor, not of Seleucus, but of his father. Seleucus’ father, Antiochus, was a nobleman and a general in the service of King Philip II of Macedon, who was the father of Alexander the Great. This noble status and military background helped establish the foundation for Seleucus’s own prominent role and subsequent rise to power after the death of Alexander the Great.

Hoewel Seleucus Nicator het Seleucidische Rijk stichtte, kozen vele van de daaropvolgende koningen de naam „Antiochus”, ter ere niet van Seleucus, maar van diens vader. Seleucus’ vader, Antiochus, was een edelman en een generaal in dienst van koning Philippus II van Macedonië, die de vader was van Alexander de Grote. Deze adellijke status en militaire achtergrond droegen ertoe bij het fundament te leggen voor Seleucus’ eigen vooraanstaande rol en zijn daaropvolgende opkomst tot de macht na de dood van Alexander de Grote.

Seleucus’ kingdom was established when he took control of three of the four areas of Alexander’s kingdom. Rome also conquers three geographical powers in order to take control and become the king of the north. When Seleucus had secured the east, the west and the north he became the king of the north in the historical narrative, and his capital was the city of Babylon. Many of the following kings chose the name “Antiochus” when they took the northern throne in order to honor their political forefather. The parallel is easy to see, if you choose to see. If you don’t, you don’t.

Het koninkrijk van Seleucus werd gevestigd toen hij de controle verwierf over drie van de vier gebieden van Alexanders rijk. Ook Rome verovert drie geografische machten om de controle te verkrijgen en de koning van het noorden te worden. Toen Seleucus het oosten, het westen en het noorden had veiliggesteld, werd hij in het historische relaas de koning van het noorden, en zijn hoofdstad was de stad Babylon. Vele van de daaropvolgende koningen kozen de naam “Antiochus” wanneer zij de noordelijke troon bestegen, om hun politieke voorvader te eren. De parallel is gemakkelijk te zien, als u ervoor kiest die te zien. Als u dat niet doet, dan niet.

The name “Antiochus” (Ἀντίοχος in Greek) comes from the Greek elements’ “anti” (meaning “against” or “opposite”) and “ocheo” (meaning “to hold fast” or “to maintain”). The northern kings chose the name to maintain their political heritage with the father, just as the antichrist (popes) choose names when they begin to rule. Just as the popes are representatives of their father, the devil, so too the Antiochus’ of the Syrian Empire typify representatives of their father. In this application Antiochus represents a proxy of their father. The proxy of the papal power in 1989 was the United States, and the secular testimony upholds the relationship between the antichrist, Pope John Paul II, and Ronald Reagan in their work to bring down the former Soviet Union.

De naam “Antiochus” (Ἀντίοχος in het Grieks) is afgeleid van de Griekse elementen “anti” (dat “tegen” of “tegenovergesteld aan” betekent) en “ocheo” (dat “vasthouden” of “handhaven” betekent). De noordelijke koningen kozen deze naam om hun politieke erfgoed met de vader te handhaven, evenals de antichrist (pausen) namen kiezen wanneer zij beginnen te regeren. Zoals de pausen vertegenwoordigers zijn van hun vader, de duivel, zo zijn ook de Antiochussen van het Syrische Rijk typen van vertegenwoordigers van hun vader. In deze toepassing vertegenwoordigt Antiochus een plaatsvervanger van hun vader. De plaatsvervanger van de pauselijke macht in 1989 was de Verenigde Staten, en het seculiere getuigenis bevestigt de verhouding tussen de antichrist, paus Johannes Paulus II, en Ronald Reagan in hun werk om de voormalige Sovjet-Unie ten val te brengen.

In verses ten through sixteen, the first and last verse possess direct references to verses forty and forty-one. Verse ten directly represents verse forty. Verse sixteen directly represents verse forty-one. The verses represent the portion of the prophecy of Daniel that relates to the last days.

In de verzen tien tot en met zestien bevatten het eerste en het laatste vers directe verwijzingen naar de verzen veertig en eenenveertig. Vers tien stelt vers veertig rechtstreeks voor. Vers zestien stelt vers eenenveertig rechtstreeks voor. Deze verzen vertegenwoordigen het gedeelte van de profetie van Daniël dat betrekking heeft op de laatste dagen.

“The book that was sealed was not the book of Revelation, but that portion of the prophecy of Daniel which related to the last days. The Scripture says, ‘But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end: many shall run to and fro, and knowledge shall be increased’ (Daniel 12:4). When the book was opened, the proclamation was made, ‘Time shall be no longer.’ (See Revelation 10:6.) The book of Daniel is now unsealed, and the revelation made by Christ to John is to come to all the inhabitants of the earth. By the increase of knowledge a people is to be prepared to stand in the latter days. . . .

‘Het boek dat verzegeld was, was niet het boek Openbaring, maar dat deel van de profetie van Daniël dat betrekking had op de laatste dagen. De Schrift zegt: “Maar gij, o Daniël, sluit deze woorden toe en verzegel dit boek, tot de tijd van het einde; velen zullen het onderzoekend doorlopen, en de kennis zal vermeerderd worden” (Daniël 12:4). Toen het boek werd geopend, werd de verkondiging gedaan: “Er zal geen tijd meer zijn.” (Zie Openbaring 10:6.) Het boek Daniël is nu ontzegeld, en de openbaring die Christus aan Johannes gaf, moet tot alle inwoners van de aarde komen. Door de vermeerdering van kennis moet een volk worden voorbereid om in de laatste dagen stand te houden....’

“In the first angel’s message men are called upon to worship God, our Creator, who made the world and all things that are therein. They have paid homage to an institution of the Papacy, making of no effect the law of Jehovah, but there is to be an increase of knowledge on this subject.Selected Messages, book 2, 105, 106.

“In de boodschap van de eerste engel worden de mensen opgeroepen God te aanbidden, onze Schepper, die de wereld en al wat daarin is gemaakt heeft. Zij hebben eer betoond aan een instelling van het pausdom en daardoor de wet van Jehovah krachteloos gemaakt; maar over dit onderwerp zal er een toename van kennis zijn.” Selected Messages, boek 2, 105, 106.

At the time of the end in 1989 the last six verses of Daniel chapter eleven represent the “portion of the prophecy of Daniel which related to the last days.” It was recognized when it was then unsealed, and that unsealing produced an increase of knowledge on the “institution of the Papacy, making of no effect the law of Jehovah.” The Alpha and Omega always illustrates the end with the beginning, and the testing process that began in 1989, was designed to produce two classes of worshippers.

Ten tijde van het einde in 1989 vormen de laatste zes verzen van Daniël hoofdstuk elf het „gedeelte van de profetie van Daniël dat betrekking had op de laatste dagen”. Dit werd onderkend toen het toen werd ontzegeld, en die ontzegeling bracht een vermeerdering van kennis voort aangaande de „instelling van het pausdom, waardoor de wet van Jehovah krachteloos werd gemaakt”. De Alfa en Omega illustreert altijd het einde door middel van het begin, en het beproevingsproces dat in 1989 begon, was bedoeld om twee klassen van aanbidders voort te brengen.

And he said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. Daniel 12:9, 10.

En hij zei: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven verborgen en verzegeld tot de tijd van het einde. Velen zullen gereinigd, gelouterd en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen van de goddelozen zal het verstaan, maar de wijzen zullen het verstaan. Daniël 12:9, 10.

We are now in the final period of that testing process, for the controversy of the robbers at the beginning of Adventism is now being repeated. To identify the robbers as the United States is to identify Antiochus as the robbers. It is the identical controversy of the Millerites and Protestants.

Wij bevinden ons thans in de slotperiode van dat beproevingsproces, want de controverse over de rovers aan het begin van het adventisme wordt nu herhaald. De rovers te identificeren als de Verenigde Staten, is Antiochus te identificeren als de rovers. Het is exact dezelfde controverse als die van de Millerieten en de protestanten.

At the end of the testing process, just as in the beginning of the testing process, which began in 1989, the Lion of the tribe of Judah unseals “that portion of the prophecy of Daniel which related to the last days.” In 1989 it was the last six verses of Daniel eleven, and at the ending it is the hidden history of verse forty, that is typified by verses ten through sixteen.

Aan het einde van het beproevingsproces, evenals aan het begin van het beproevingsproces, dat in 1989 begon, ontzegelt de Leeuw uit de stam van Juda „dat gedeelte van de profetie van Daniël dat betrekking had op de laatste dagen”. In 1989 waren het de laatste zes verzen van Daniël elf, en aan het einde is het de verborgen geschiedenis van vers veertig, die wordt voorgesteld door de verzen tien tot en met zestien.

We will continue our consideration of the six lines of controversies within the history of Adventism in the following articles. The first of those six controversies illustrates the last of those six controversies. We will use the first and last controversies to overlay the other four controversies as we unfold the elements involved with the efforts of the enemy of righteousness to prevent God’s people from rightly dividing “the vision”, which is established with the symbol of Rome.

In de volgende artikelen zullen wij onze beschouwing van de zes strijdpunten binnen de geschiedenis van het adventisme voortzetten. Het eerste van die zes strijdpunten illustreert het laatste van die zes strijdpunten. Wij zullen het eerste en het laatste strijdpunt gebruiken om de andere vier strijdpunten daaroverheen te leggen, terwijl wij de elementen ontvouwen die betrokken zijn bij de pogingen van de vijand der gerechtigheid om te verhinderen dat Gods volk „het gezicht” recht snijdt, dat is vastgesteld met het symbool van Rome.

“Unless we understand the importance of the moments that are swiftly passing into eternity, and make ready to stand in the great day of God, we shall be unfaithful stewards. The watchman is to know the time of night. Everything is now clothed with a solemnity that all who believe the truth for this time should realize. They should act in reference to the day of God. The judgments of God are about to fall upon the world, and we need to be preparing for that great day.

“Tenzij wij het belang begrijpen van de ogenblikken die snel de eeuwigheid ingaan, en ons gereedmaken om stand te houden op de grote dag van God, zullen wij ontrouwe rentmeesters zijn. De wachter moet weten hoe ver de nacht is gevorderd. Alles is nu omhuld met een plechtigheid die allen die de waarheid voor deze tijd geloven, behoren te beseffen. Zij behoren te handelen met het oog op de dag van God. De oordelen van God staan op het punt over de wereld te komen, en wij moeten ons voorbereiden op die grote dag.

“Our time is precious. We have but few, very few days of probation in which to make ready for the future, immortal life. We have no time to spend in haphazard movements. We should fear to skim the surface of the word of God.” Testimonies, volume 6, 407.

„Onze tijd is kostbaar. Wij hebben slechts enkele, zeer enkele dagen van genadetijd om ons gereed te maken voor het toekomstige, onsterfelijke leven. Wij hebben geen tijd te verliezen aan willekeurige handelingen. Wij behoren te vrezen slechts over de oppervlakte van het woord van God heen te gaan.” Testimonies, deel 6, 407.