We are currently addressing the prophetic line of the controversies within Advent history that have taken place concerning the various symbols of Rome. We are currently addressing “the daily” in the book of Daniel. That controversy represents a rejection of the foundations of Adventism, the rejection of the authority of the Spirit of Prophecy, and the rejection of the messenger that was chosen by God. Rejecting the work of Miller also represents a rejection of the instruction that had been given to Miller by heavenly angels, who led Miller to his understanding of the message produced by the increase of knowledge when the book of Daniel was unsealed in 1798.

Wij behandelen thans de profetische lijn van de geschillen binnen de adventgeschiedenis die hebben plaatsgevonden met betrekking tot de verschillende symbolen van Rome. Wij behandelen thans „het gedurige” in het boek Daniël. Dat geschil vertegenwoordigt een verwerping van de fundamenten van het adventisme, de verwerping van het gezag van de Geest der Profetie, en de verwerping van de boodschapper die door God was uitgekozen. Het verwerpen van het werk van Miller vertegenwoordigt eveneens een verwerping van het onderricht dat door hemelse engelen aan Miller was gegeven, die Miller leidden tot zijn begrip van de boodschap die voortkwam uit de toename van kennis toen het boek Daniël in 1798 werd ontzegeld.

Those that reject the truth identifying the power (pagan Rome) that restrained the papal power from being revealed in Second Thessalonians, manifest that they do not love the truth, and for rejecting the love of truth, they receive a lie. The lie in turn brings strong delusion upon them. The lie is the cause, and the strong delusion they receive is the effect. The lack of love of the truth is their motivation. The lie represents the choice of a pluralistic acceptance of biblical doctrine, as opposed to those who believe in absolute truth. This is why Isaiah’s representation of Paul’s strong delusion is represented as delusions, not simply a delusion. The other class are those who do love the truth, accept the premise of absolute truth, and are identified by Isaiah as those who tremble at God’s word.

Zij die de waarheid verwerpen die de macht (het heidense Rome) aanwijst welke in de Tweede Brief aan de Thessalonicenzen de openbaring van de pauselijke macht tegenhield, tonen daardoor dat zij de waarheid niet liefhebben; en omdat zij de liefde tot de waarheid verwerpen, ontvangen zij de leugen. De leugen brengt op haar beurt een krachtige dwaling over hen. De leugen is de oorzaak, en de krachtige dwaling die zij ontvangen is het gevolg. Het gebrek aan liefde voor de waarheid is hun drijfveer. De leugen vertegenwoordigt de keuze voor een pluralistische aanvaarding van de bijbelse leer, in tegenstelling tot hen die in absolute waarheid geloven. Daarom wordt Jesaja’s voorstelling van Paulus’ krachtige dwaling weergegeven als dwalingen, en niet eenvoudig als een dwaling. De andere groep bestaat uit hen die de waarheid wél liefhebben, het uitgangspunt van absolute waarheid aanvaarden, en door Jesaja worden aangeduid als degenen die beven voor Gods woord.

Thus saith the Lord, The heaven is my throne, and the earth is my footstool: where is the house that ye build unto me? and where is the place of my rest? For all those things hath mine hand made, and all those things have been, saith the Lord: but to this man will I look, even to him that is poor and of a contrite spirit, and trembleth at my word. He that killeth an ox is as if he slew a man; he that sacrificeth a lamb, as if he cut off a dog’s neck; he that offereth an oblation, as if he offered swine’s blood; he that burneth incense, as if he blessed an idol. Yea, they have chosen their own ways, and their soul delighteth in their abominations. I also will choose their delusions, and will bring their fears upon them; because when I called, none did answer; when I spake, they did not hear: but they did evil before mine eyes, and chose that in which I delighted not. Hear the word of the Lord, ye that tremble at his word; Your brethren that hated you, that cast you out for my name’s sake, said, Let the Lord be glorified: but he shall appear to your joy, and they shall be ashamed. Isaiah 66:1–5.

Zo zegt de HEERE: De hemel is mijn troon en de aarde is de voetbank van mijn voeten; waar is dan het huis dat gij voor Mij zoudt bouwen, en waar de plaats van mijn rust? Want al die dingen heeft mijn hand gemaakt, en al die dingen zijn geworden, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op hem die arm is en van een verbrijzelde geest, en die voor mijn woord beeft. Wie een rund slacht, is als iemand die een mens doodslaat; wie een lam ten offer brengt, als iemand die een hond de nek breekt; wie een spijsoffer offert, als iemand die zwijnenbloed offert; wie reukwerk brandt, als iemand die een afgod zegent. Ja, zij hebben hun eigen wegen verkoren, en hun ziel schept behagen in hun gruwelen. Daarom zal ook Ik hun wanen verkiezen en hun vrezen over hen doen komen; omdat niemand antwoordde toen Ik riep, zij niet hoorden toen Ik sprak, maar deden wat kwaad was in mijn ogen, en verkozen wat Mij niet behaagde. Hoort het woord des HEEREN, gij die voor zijn woord beeft: Uw broeders die u haten, die u verstoten om mijns Naams wil, zeiden: Laat de HEERE verheerlijkt worden; maar Hij zal verschijnen tot uw vreugde, en zij zullen beschaamd worden. Jesaja 66:1–5.

Those who tremble at God’s Word are the outcasts of Israel, who in the last days are those who are represented as the ensign.

Zij die beven voor Gods Woord, zijn de verstotenen van Israël, die in de laatste dagen degenen zijn die als de banier worden voorgesteld.

And he shall set up an ensign for the nations, and shall assemble the outcasts of Israel, and gather together the dispersed of Judah from the four corners of the earth. Isaiah 11:12.

En Hij zal een banier oprichten voor de volken, en de verdrevenen van Israël bijeenbrengen, en de verstrooiden van Juda vergaderen uit de vier hoeken der aarde. Jesaja 11:12.

God identifies that it is He who made the house that the class who are presenting corrupted offerings claim to have made. It is that house they trust in when they proclaim “the temple of the Lord are these.”

God maakt duidelijk dat Hij het is die het huis heeft gemaakt waarvan de klasse die verdorven offers brengt, beweert dat zij het gemaakt heeft. Op dat huis vertrouwen zij wanneer zij verkondigen: „de tempel des HEEREN, de tempel des HEEREN, de tempel des HEEREN zijn deze.”

Stand in the gate of the Lord’s house, and proclaim there this word, and say, Hear the word of the Lord, all ye of Judah, that enter in at these gates to worship the Lord. Thus saith the Lord of hosts, the God of Israel, Amend your ways and your doings, and I will cause you to dwell in this place. Trust ye not in lying words, saying, The temple of the Lord, The temple of the Lord, The temple of the Lord, are these. Jeremiah 7:2–4.

Ga in de poort van het huis des HEEREN staan, en verkondig daar dit woord, en zeg: Hoort het woord des HEEREN, gij allen van Juda, die door deze poorten binnengaat om den HEERE te aanbidden. Zo zegt de HEERE der heerscharen, de God van Israël: Betert uw wegen en uw handelingen, en Ik zal u in deze plaats doen wonen. Vertrouwt niet op leugenachtige woorden, zeggende: Des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel zijn deze. Jeremia 7:2–4.

Those who “trust” in lying words, are those who believe a lie. The house which the Lord built was raised upon the foundation which He also made. The class who refused to answer when God called, chose their own ways and delighted in abominations. They chose “ways,” and “abominations,” in the plural, when Jeremiah stated that there was only one way to walk within.

Zij die op leugenachtige woorden „vertrouwen”, zijn degenen die een leugen geloven. Het huis dat de Heere bouwde, werd opgericht op het fundament dat Hijzelf eveneens gelegd had. De klasse die weigerde te antwoorden toen God riep, koos haar eigen wegen en schepte behagen in gruwelen. Zij kozen „wegen” en „gruwelen” in het meervoud, terwijl Jeremia verklaarde dat er slechts één weg was om daarop te wandelen.

Thus saith the Lord, Stand ye in the ways, and see, and ask for the old paths, where is the good way, and walk therein, and ye shall find rest for your souls. But they said, We will not walk therein. Also I set watchmen over you, saying, Hearken to the sound of the trumpet. But they said, We will not hearken. Therefore hear, ye nations, and know, O congregation, what is among them. Hear, O earth: behold, I will bring evil upon this people, even the fruit of their thoughts, because they have not hearkened unto my words, nor to my law, but rejected it. To what purpose cometh there to me incense from Sheba, and the sweet cane from a far country? your burnt offerings are not acceptable, nor your sacrifices sweet unto me. Jeremiah 6:16–20.

Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is, en wandelt daarop; zo zult gij rust vinden voor uw zielen. Maar zij zeggen: Wij zullen daarop niet wandelen. Ook heb Ik wachters over u gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid van de bazuin. Maar zij zeggen: Wij zullen niet luisteren. Daarom, hoort, gij volken, en weet, o gemeente, wat onder hen is. Hoor, o aarde: zie, Ik zal onheil brengen over dit volk, namelijk de vrucht van hun gedachten, omdat zij naar Mijn woorden niet hebben geluisterd, noch naar Mijn wet, maar die verworpen hebben. Waartoe komt tot Mij wierook uit Scheba, en de welriekende kalmoes uit verre landen? Uw brandoffers zijn niet welgevallig, noch zijn uw slachtoffers Mij aangenaam. Jeremia 6:16–20.

In chapter fifteen, Jeremiah calls the evil congregation that would not hearken, though they had ears, the “assembly of mockers.” This congregation was given a “watchman” in both the history of the first and second angels’ messages, and again in the history of the third angel, but they refused to walk in the good way, which is the old paths. Instead, they walked in the “ways.” For this reason, Isaiah identifies that God will choose multiple delusions, for they chose a plurality of false paths instead of the absolute way of the old paths. As with Isaiah’s testimony the assembly of mockers’ worship is rejected by the Lord. Sister White directly associates Isaiah’s plurality of delusions with Paul’s strong delusion, and she places it in the context of the rejection of the foundational truths, the foundation which the Lord built and builds His house upon.

In hoofdstuk vijftien noemt Jeremia de boze gemeente, die niet wilde horen hoewel zij oren had, de „vergadering der spotters”. Aan deze gemeente werd een „wachter” gegeven zowel in de geschiedenis van de boodschappen van de eerste en de tweede engel, als opnieuw in de geschiedenis van de derde engel, maar zij weigerden te wandelen op de goede weg, dat zijn de oude paden. In plaats daarvan wandelden zij in de „wegen”. Om deze reden stelt Jesaja vast dat God menigerlei dwalingen zal verkiezen, omdat zij een veelheid van valse paden verkozen boven de absolute weg van de oude paden. Evenals in het getuigenis van Jesaja wordt de aanbidding van de vergadering der spotters door de Heere verworpen. Zuster White verbindt Jesaja’s veelheid van dwalingen rechtstreeks met Paulus’ krachtige dwaling, en zij plaatst die in de context van de verwerping van de fundamentele waarheden, het fundament waarop de Heere Zijn huis heeft gebouwd en bouwt.

“One who sees beneath the surface, who reads the hearts of all men, says of those who have had great light: ‘They are not afflicted and astonished because of their moral and spiritual condition.’ Yea, they have chosen their own ways, and their soul delighteth in their abominations. I also will choose their delusions, and will bring their fears upon them; because when I called, none did answer; when I spake, they did not hear: but they did evil before Mine eyes, and chose that in which I delighted not.’ ‘God shall send them strong delusion, that they should believe a lie,’ because they received not the love of the truth, that they might be saved,’ ‘but had pleasure in unrighteousness.’ Isaiah 66:3, 4; 2 Thessalonians 2:11, 10, 12.

Hij die onder de oppervlakte ziet, die de harten van alle mensen doorgrondt, zegt van hen die groot licht hebben gehad: ‘Zij zijn niet bedroefd en ontzet vanwege hun zedelijke en geestelijke toestand.’ Ja, zij hebben hun eigen wegen verkozen, en hun ziel verlustigt zich in hun gruwelen. Ik zal ook hun dwalingen verkiezen, en zal hun vrezen over hen doen komen; omdat, toen Ik riep, niemand antwoordde; toen Ik sprak, hoorden zij niet; maar zij deden wat kwaad was in Mijn ogen, en verkozen dat waarin Ik geen behagen had.’ ‘God zal hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen zouden geloven,’ omdat zij ‘de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen, om behouden te worden,’ ‘maar behagen hebben gehad in de ongerechtigheid.’ Jesaja 66:3, 4; 2 Thessalonicenzen 2:11, 10, 12.

“The heavenly Teacher inquired: ‘What stronger delusion can beguile the mind than the pretense that you are building on the right foundation and that God accepts your works, when in reality you are working out many things according to worldly policy and are sinning against Jehovah? Oh, it is a great deception, a fascinating delusion, that takes possession of minds when men who have once known the truth, mistake the form of godliness for the spirit and power thereof; when they suppose that they are rich and increased with goods and in need of nothing, while in reality they are in need of everything.’

„De hemelse Leraar vroeg: ‘Welke sterkere misleiding kan het verstand verblinden dan de schijn dat u op het juiste fundament bouwt en dat God uw werken aanneemt, terwijl u in werkelijkheid vele dingen naar werelds beleid verricht en tegen Jehovah zondigt? O, het is een groot bedrog, een begoochelende misleiding, die bezit neemt van het denken wanneer mensen die eens de waarheid hebben gekend, de vorm van godsvrucht verwarren met haar geest en kracht; wanneer zij menen dat zij rijk zijn en verrijkt met goederen en aan niets gebrek hebben, terwijl zij in werkelijkheid aan alles gebrek hebben.’”

“God has not changed toward His faithful servants who are keeping their garments spotless. But many are crying, ‘Peace and safety,’ while sudden destruction is coming upon them. Unless there is thorough repentance, unless men humble their hearts by confession and receive the truth as it is in Jesus, they will never enter heaven. When purification shall take place in our ranks, we shall no longer rest at ease, boasting of being rich and increased with goods, in need of nothing.

“God is niet veranderd ten aanzien van Zijn getrouwe dienstknechten die hun klederen onbevlekt bewaren. Maar velen roepen: ‘Vrede en veiligheid,’ terwijl een plotseling verderf over hen komt. Tenzij er grondige bekering plaatsvindt, tenzij mensen hun hart verootmoedigen door belijdenis en de waarheid aannemen zoals zij in Jezus is, zullen zij de hemel nooit binnengaan. Wanneer de reiniging in onze gelederen zal plaatsvinden, zullen wij niet langer in gerustheid rusten, ons erop beroemend dat wij rijk zijn en verrijkt met goederen, en aan niets gebrek hebben.

“Who can truthfully say: ‘Our gold is tried in the fire; our garments are unspotted by the world’? I saw our Instructor pointing to the garments of so-called righteousness. Stripping them off, He laid bare the defilement beneath. Then He said to me: ‘Can you not see how they have pretentiously covered up their defilement and rottenness of character? ‘How is the faithful city become an harlot!’ My Father’s house is made a house of merchandise, a place whence the divine presence and glory have departed! For this cause there is weakness, and strength is lacking.’” Testimonies, volume 8, 249, 250.

„Wie kan naar waarheid zeggen: ‘Ons goud is in het vuur beproefd; onze klederen zijn onbevlekt door de wereld’? Ik zag onze Leraar wijzen op de gewaden van zogenoemde gerechtigheid. Terwijl Hij die afnam, legde Hij de verontreiniging daaronder bloot. Toen zei Hij tot mij: ‘Kunt u niet zien hoe zij hun verontreiniging en verdorvenheid van karakter op schijnheilige wijze hebben toegedekt? “Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden!” Het huis van Mijn Vader is gemaakt tot een huis van koophandel, een plaats vanwaar de goddelijke tegenwoordigheid en heerlijkheid zijn geweken! Daarom is er zwakheid, en ontbreekt het aan kracht.’” Testimonies, deel 8, 249, 250.

In the passage, Jeremiah’s assembly of mockers is identified as Laodiceans, who are foolish virgins.

In de passage wordt Jeremia’s vergadering van spotters aangeduid als Laodiceeërs, die dwaze maagden zijn.

“The state of the Church represented by the foolish virgins, is also spoken of as the Laodicean state.” Review and Herald, August 19, 1890.

„De toestand van de Kerk, voorgesteld door de dwaze maagden, wordt ook aangeduid als de Laodiceïsche toestand.” Review and Herald, 19 augustus 1890.

The foolish virgins manifest their lack of oil at the arrival of the Midnight Cry, when they receive a delusion that aligns with their own previous choice of which way to take, while rejecting Jeremiah’s old paths. The old paths are where rest and refreshing are to be found, and the rest and refreshing is the latter rain.

De dwaze maagden openbaren hun gebrek aan olie bij de komst van de Middernachtsroep, wanneer zij een misleiding ontvangen die overeenstemt met hun eigen eerdere keuze welke weg zij zouden inslaan, terwijl zij de oude paden van Jeremia verwerpen. De oude paden zijn de plaats waar rust en verkwikking te vinden zijn, en die rust en verkwikking is de late regen.

“I was pointed down to the time when the third angel’s message was closing. The power of God had rested upon His people; they had accomplished their work and were prepared for the trying hour before them. They had received the latter rain, or refreshing from the presence of the Lord, and the living testimony had been revived. The last great warning had sounded everywhere, and it had stirred up and enraged the inhabitants of the earth who would not receive the message.” Early Writings, 279.

„Mij werd gewezen op de tijd waarin de boodschap van de derde engel ten einde liep. De kracht van God had op Zijn volk gerust; zij hadden hun werk volbracht en waren voorbereid op het uur van beproeving dat vóór hen lag. Zij hadden de late regen ontvangen, of verkwikking van de tegenwoordigheid des Heeren, en het levende getuigenis was herleefd. De laatste grote waarschuwing had overal geklonken, en zij had de bewoners der aarde, die de boodschap niet wilden aannemen, in beroering gebracht en met toorn vervuld.” Early Writings, 279.

It is during the outpouring of the Holy Spirit that the strong delusion is poured out upon the foolish Laodicean virgins who do not love the truth, and therefore chose a lie to believe instead of the truth. The rejection of the truth is equated with rejecting the law, for God’s law is embodied in His prophetic rules.

Juist tijdens de uitstorting van de Heilige Geest wordt de krachtige dwaling uitgestort over de dwaze Laodiceaanse maagden die de waarheid niet liefhebben en daarom verkozen een leugen te geloven in plaats van de waarheid. De verwerping van de waarheid wordt gelijkgesteld met de verwerping van de wet, want Gods wet is belichaamd in Zijn profetische regels.

“Revelation is not the creation or invention of something new, but the manifestation of what was, until revealed, unknown to human beings. The great and eternal truths contained in the gospel are revealed through diligent searching and humbling of ourselves before God. The divine Teacher leads the mind of the humble seeker for truth; and by the Holy Spirit’s guidance, the truths of the Word are made known to him. And there can be no more certain and efficient way of knowledge than in being thus guided. The promise of the Saviour was, ‘When he, the Spirit of truth, is come, he will guide you into all truth.’ It is through the impartation of the Holy Spirit that we are made to understand the Word of God.

„Openbaring is niet de schepping of uitvinding van iets nieuws, maar de openbaarmaking van datgene wat, totdat het werd geopenbaard, voor mensen onbekend was. De grote en eeuwige waarheden die in het evangelie vervat zijn, worden geopenbaard door ijverig onderzoek en door ons voor God te verootmoedigen. De goddelijke Leraar leidt het denken van de ootmoedige zoeker naar waarheid; en door de leiding van de Heilige Geest worden de waarheden van het Woord aan hem bekendgemaakt. En er kan geen zekerder en doeltreffender weg tot kennis zijn dan op deze wijze geleid te worden. De belofte van de Heiland luidde: ‘Maar wanneer Die gekomen zal zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden.’ Door de mededeling van de Heilige Geest worden wij in staat gesteld het Woord van God te verstaan.

“The psalmist writes, ‘Wherewithal shall a young man cleanse his way? by taking heed thereto according to thy word. With my whole heart have I sought thee: O let me not wander from thy commandments. . . . Open thou mine eyes, that I may behold wondrous things out of thy law.’

„De psalmist schrijft: ‘Waarmee zal een jongeman zijn pad zuiver houden? Door dat in acht te nemen overeenkomstig Uw woord. Met mijn gehele hart heb ik U gezocht; laat mij niet afdwalen van Uw geboden.... Open mijn ogen, opdat ik de wonderen van Uw wet aanschouwe.’”

“We are admonished to seek for the truth as for hid treasure. The Lord opens the understanding of the true seeker after truth; and the Holy Spirit enables him to grasp the truths of revelation. This is what the psalmist means when he asks that his eyes may be opened to behold wondrous things out of the law. When the soul pants after the excellencies of Jesus Christ, the mind is enabled to grasp the glories of the better world. Only by the aid of the divine Teacher can we understand the truths of the Word of God. In Christ’s school we learn to be meek and lowly because there is given to us an understanding of the mysteries of godliness.” Sabbath School Worker, December 1, 1909.

„Wij worden vermaand de waarheid te zoeken als een verborgen schat. De Heer opent het verstand van de oprechte zoeker naar waarheid; en de Heilige Geest stelt hem in staat de waarheden van de openbaring te bevatten. Dit is wat de psalmist bedoelt wanneer hij vraagt dat zijn ogen geopend mogen worden om wonderlijke dingen uit de wet te aanschouwen. Wanneer de ziel hijgt naar de voortreffelijkheden van Jezus Christus, wordt het verstand in staat gesteld de heerlijkheden van de betere wereld te bevatten. Alleen met de hulp van de goddelijke Leraar kunnen wij de waarheden van het Woord van God verstaan. In de school van Christus leren wij zachtmoedig en nederig te zijn, omdat ons inzicht wordt gegeven in de verborgenheden van de godsvrucht.” Sabbath School Worker, 1 december 1909.

To reject the message or the methodology of the latter rain is to reject the law of God. When Jeremiah stated that “they have not hearkened unto my words, nor to my law, but rejected it,” he is agreeing with Hosea.

De boodschap of de methode van de late regen verwerpen, is de wet van God verwerpen. Wanneer Jeremia verklaarde dat „zij naar Mijn woorden niet hebben geluisterd, noch naar Mijn wet, maar haar hebben verworpen”, stemt hij overeen met Hosea.

My people are destroyed for lack of knowledge: because thou hast rejected knowledge, I will also reject thee, that thou shalt be no priest to me: seeing thou hast forgotten the law of thy God, I will also forget thy children. Hosea 4:6.

Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis; omdat gij de kennis hebt verworpen, zal ook Ik u verwerpen, zodat gij voor Mij geen priester zult zijn; daar gij de wet van uw God hebt vergeten, zal ook Ik uw kinderen vergeten. Hosea 4:6.

The knowledge the foolish reject is the increase of knowledge, identified by Daniel as occurring at the time of the end. At the time of the end in 1798, and then again at the time of the end in 1989, there was an increase of knowledge that was formalized by the messenger which God chose to employ as He erected the foundation for each of those two parallel generations. Those foundational truths were organized by certain biblical rules which were revealed to the chosen messengers of their respective histories, and those foundational truths are Jeremiah’s old paths, and they are the truths which ultimately represent the oil of the midnight and the loud cry messages. The latter rain, produces the Midnight Cry message in the history of the sealing of the one hundred and forty-four thousand, and thereafter produces the loud cry message in the history of the gathering of God’s other flock that is still in Babylon. The latter rain is both a message and the methodology that produces the message. Daniel’s increase of knowledge initiates a three-step testing process.

De kennis die de dwazen verwerpen, is de vermeerdering van kennis, door Daniël aangeduid als plaatsvindend ten tijde van het einde. Ten tijde van het einde in 1798, en vervolgens opnieuw ten tijde van het einde in 1989, was er een vermeerdering van kennis die werd geformaliseerd door de boodschapper die God verkoos te gebruiken toen Hij het fundament legde voor elk van die twee parallelle generaties. Die fundamentele waarheden werden geordend volgens bepaalde bijbelse regels die werden geopenbaard aan de uitverkoren boodschappers van hun respectieve geschiedenissen, en die fundamentele waarheden zijn de oude paden van Jeremia, en zij zijn de waarheden die uiteindelijk de olie van de middernachtsroep- en de luide-roep-boodschappen vertegenwoordigen. De late regen brengt de boodschap van de Middernachtsroep voort in de geschiedenis van de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend, en brengt daarna de luide-roep-boodschap voort in de geschiedenis van de inzameling van Gods andere kudde die zich nog in Babylon bevindt. De late regen is zowel een boodschap als de methodologie die de boodschap voortbrengt. Daniëls vermeerdering van kennis zet een beproevingsproces in drie stappen in gang.

And he said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. Daniel 12:9, 10.

En hij zei: Ga heen, Daniël; want deze woorden blijven verborgen en verzegeld tot de tijd van het einde. Velen zullen gereinigd, wit gemaakt en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen van de goddelozen zal het verstaan; maar de wijzen zullen het verstaan. Daniël 12:9, 10.

Daniel’s wicked are Matthew’s foolish virgins who choose to retain their Laodicean condition. Their condition is manifested in the third step of Daniel’s three tests, when both the wise and wicked are tried. The final test is where judgment is executed, and both classes manifest whether they have the oil.

Daniëls goddelozen zijn Matteüs’ dwaze maagden, die ervoor kiezen hun Laodiceïsche toestand te behouden. Hun toestand openbaart zich in de derde stap van Daniëls drie beproevingen, wanneer zowel de wijzen als de goddelozen op de proef worden gesteld. De laatste beproeving is die waarin het oordeel wordt voltrokken, en beide klassen openbaren of zij de olie hebben.

“Again these parables teach that there is to be no probation after the judgment. When the work of the gospel is completed, there immediately follows the separation between the good and the evil, and the destiny of each class is forever fixed.” Christ’s Object Lessons, 123.

“Ook leren deze gelijkenissen dat er na het oordeel geen genadetijd meer zal zijn. Wanneer het werk van het evangelie is voltooid, volgt onmiddellijk de scheiding tussen de goeden en de bozen, en het lot van elke groep ligt voor eeuwig vast.” Lessen uit het leven van alledag, 123.

The manifestation of character at the third test identifies the worshippers as either a foolish Laodicean or a wise Philadelphian. The final test is accomplished in conjunction with the latter rain message, which has been brought to light by the methodology of the latter rain. To reject the methodology of the latter rain places a soul in the position where they cannot understand the message of the latter rain. The message and methodology are identified by Isaiah as the final test.

De openbaring van het karakter bij de derde toets identificeert de aanbidders als óf een dwaze Laodiceeër óf een wijze Filadelfiër. De laatste toets wordt voltrokken in samenhang met de boodschap van de late regen, die aan het licht is gebracht door de methodologie van de late regen. Het verwerpen van de methodologie van de late regen plaatst een ziel in de positie waarin zij de boodschap van de late regen niet kan begrijpen. De boodschap en de methodologie worden door Jesaja aangewezen als de laatste toets.

Whom shall he teach knowledge? and whom shall he make to understand doctrine? them that are weaned from the milk, and drawn from the breasts. For precept must be upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little: For with stammering lips and another tongue will he speak to this people. To whom he said, This is the rest wherewith ye may cause the weary to rest; and this is the refreshing: yet they would not hear. But the word of the Lord was unto them precept upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little; that they might go, and fall backward, and be broken, and snared, and taken. Wherefore hear the word of the Lord, ye scornful men, that rule this people which is in Jerusalem. Because ye have said, We have made a covenant with death, and with hell are we at agreement; when the overflowing scourge shall pass through, it shall not come unto us: for we have made lies our refuge, and under falsehood have we hid ourselves: Therefore thus saith the Lord God, Behold, I lay in Zion for a foundation a stone, a tried stone, a precious corner stone, a sure foundation: he that believeth shall not make haste. Judgment also will I lay to the line, and righteousness to the plummet: and the hail shall sweep away the refuge of lies, and the waters shall overflow the hiding place. And your covenant with death shall be disannulled, and your agreement with hell shall not stand; when the overflowing scourge shall pass through, then ye shall be trodden down by it. Isaiah 28:9–18.

Wie zal hij kennis leren, en wie zal hij de leer doen verstaan? Hun die van de melk gespeend zijn, die van de borsten zijn weggetrokken. Want gebod moet op gebod zijn, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig. Ja, door stamelende lippen en in een andere tong zal hij tot dit volk spreken. Tot hen heeft hij gezegd: Dit is de rust, geeft de vermoeide rust; en dit is de verkwikking; toch hebben zij niet willen horen. Daarom was het woord des Heren hun: gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig; opdat zij zouden gaan, achterover vallen, verbreizeld worden, verstrikt raken en gevangen worden. Daarom, hoort het woord des Heren, gij spottende mannen, die over dit volk dat in Jeruzalem is, heerst. Omdat gij zegt: Wij hebben een verbond met de dood gesloten, en met het dodenrijk zijn wij een overeenkomst aangegaan; wanneer de overvloeiende gesel doorgaat, zal hij ons niet treffen; want wij hebben leugen tot onze toevlucht gemaakt, en onder bedrog hebben wij ons verborgen. Daarom, zo zegt de Heere Heere: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, een vast gegrondvest fundament; wie gelooft, zal niet haasten. En Ik zal het recht stellen tot richtsnoer en de gerechtigheid tot paslood; dan zal de hagel de toevlucht van de leugen wegvagen, en de wateren zullen de schuilplaats overstromen. En uw verbond met de dood zal tenietgedaan worden, en uw overeenkomst met het dodenrijk zal geen stand houden; wanneer de overvloeiende gesel doorgaat, dan zult gij daardoor vertrapt worden. Jesaja 28:9–18.

The “overflowing scourge” of Bible prophecy is the progressive Sunday law crisis which begins at the soon-coming Sunday law in the United States. Those foolish, wicked Laodiceans who do not possess the “love of the truth,” and therefore reject the increase of knowledge, believe the “overflowing scourge” will “not come” upon them, for among other things, they chose to accept a false definition of a symbol of Rome in Bible prophecy. In doing so, they produced a false prophetic model based upon their own prophetic foundation. Their foundation is built upon sand, which represents a multitude of tiny crushed rocks. The foundation of the wise is built upon the singular Rock.

De „overstromende gesel” van de Bijbelse profetie is de voortschrijdende zondagswetcrisis die begint met de spoedig komende zondagswet in de Verenigde Staten. Die dwaze, goddeloze Laodicenzen die de „liefde tot de waarheid” niet bezitten en daarom de toename van kennis verwerpen, geloven dat de „overstromende gesel” „niet over” hen zal „komen”, want zij hebben onder andere ervoor gekozen een valse definitie te aanvaarden van een symbool van Rome in de Bijbelse profetie. Daardoor hebben zij een vals profetisch model voortgebracht op grond van hun eigen profetische fundament. Hun fundament is gebouwd op zand, dat een menigte van talloze verbrijzelde steentjes voorstelt. Het fundament van de wijzen is gebouwd op de ene Rots.

According to the grace of God which is given unto me, as a wise masterbuilder, I have laid the foundation, and another buildeth thereon. But let every man take heed how he buildeth thereupon. For other foundation can no man lay than that is laid, which is Jesus Christ. Now if any man build upon this foundation gold, silver, precious stones, wood, hay, stubble; Every man’s work shall be made manifest: for the day shall declare it, because it shall be revealed by fire; and the fire shall try every man’s work of what sort it is. 1 Corinthians 3:10–13.

Naar de genade van God, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd, en een ander bouwt daarop voort. Maar ieder zie toe hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. Indien nu iemand op dit fundament bouwt: goud, zilver, kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen; eens ieders werk zal openbaar worden; want de dag zal het aan het licht brengen, omdat hij door vuur geopenbaard wordt; en hoedanig eens ieders werk is, zal het vuur beproeven. 1 Korinthiërs 3:10–13.

The false foundations are contrasted with the true foundation, which is Christ Jesus—the Rock. The true or false foundation is revealed in the final of Daniel’s three tests. It is “revealed by fire”—the fire of the Messenger of the Covenant, who will suddenly come to His temple. Then a class is manifested who have made a covenant with death, and a class is manifested who have made a covenant of life.

De valse grondslagen worden tegenover het ware fundament gesteld, dat Christus Jezus is—de Rots. Het ware of valse fundament wordt geopenbaard in de laatste van Daniëls drie beproevingen. Het wordt „door vuur geopenbaard” — het vuur van de Boodschapper van het Verbond, die plotseling tot Zijn tempel zal komen. Dan wordt een klasse geopenbaard die een verbond met de dood heeft gesloten, en een klasse wordt geopenbaard die een verbond des levens heeft gesloten.

Behold, I will send my messenger, and he shall prepare the way before me: and the Lord, whom ye seek, shall suddenly come to his temple, even the messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, he shall come, saith the Lord of hosts. But who may abide the day of his coming? and who shall stand when he appeareth? for he is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. And I will come near to you to judgment; and I will be a swift witness against the sorcerers, and against the adulterers, and against false swearers, and against those that oppress the hireling in his wages, the widow, and the fatherless, and that turn aside the stranger from his right, and fear not me, saith the Lord of hosts. Malachi 3:1–5.

Zie, Ik zal Mijn bode zenden, en hij zal de weg voor Mijn aangezicht bereiden; en plotseling zal tot Zijn tempel komen de Heere, Die gij zoekt, namelijk de Engel van het verbond, in Wie gij uw lust hebt; zie, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen. Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen, en wie zal standhouden wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van een goudsmelter en als de zeep van de bleker. En Hij zal zitten als een smelter en reiniger van zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen en hen louteren als goud en als zilver, opdat zij de HEERE een offerande in gerechtigheid zullen brengen. Dan zal de offerande van Juda en Jeruzalem de HEERE aangenaam zijn, als in de dagen vanouds en als in vorige jaren. En Ik zal tot u naderen ten oordeel; en Ik zal een snelgetuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen hen die vals zweren, en tegen hen die de dagloner in zijn loon verdrukken, de weduwe en de wees, en die de vreemdeling zijn recht onthouden, en Mij niet vrezen, zegt de HEERE der heirscharen. Maleachi 3:1–5.

The Messenger of the Covenant comes near in judgment when the testing process of Daniel reaches the third test, and the wise and wicked are tried. The three-step testing process of Daniel begins at the time of the end, when the book of Daniel is unsealed and knowledge is increased. The increase of knowledge is brought into clarity through the work of the chosen messenger who sounds a trumpet. That messenger is addressed by Malachi as the “messenger” that “prepares the way” before the arrival of the Messenger of the Covenant who reveals by fire who has entered into covenant with Him, or who chose to make a covenant with death. In Millerite history Christ came suddenly to His temple on October 22, 1844, a waymark which prefigures the soon-coming Sunday law.

De Boodschapper van het Verbond komt nabij ten oordeel wanneer het beproevingsproces van Daniël de derde beproeving bereikt en de wijzen en de goddelozen worden beproefd. Het drievoudige beproevingsproces van Daniël begint in de tijd van het einde, wanneer het boek Daniël wordt ontzegeld en de kennis toeneemt. De toename van kennis wordt tot klaarheid gebracht door het werk van de uitverkoren boodschapper die op een bazuin blaast. Die boodschapper wordt door Maleachi aangeduid als de „boodschapper” die „de weg bereidt” vóór de komst van de Boodschapper van het Verbond, die door vuur openbaart wie met Hem in verbond is getreden, of wie ervoor koos een verbond met de dood te sluiten. In de Milleritische geschiedenis kwam Christus plotseling tot Zijn tempel op 22 oktober 1844, een wegmerk dat voorafschaduwt op de spoedig komende zondagswet.

“The coming of Christ as our high priest to the most holy place, for the cleansing of the sanctuary, brought to view in Daniel 8:14; the coming of the Son of man to the Ancient of Days, as presented in Daniel 7:13; and the coming of the Lord to His temple, foretold by Malachi, are descriptions of the same event; and this is also represented by the coming of the bridegroom to the marriage, described by Christ in the parable of the ten virgins, of Matthew 25.” The Great Controversy, 426.

„De komst van Christus als onze hogepriester naar het allerheiligste, voor de reiniging van het heiligdom, zoals voor ogen gesteld in Daniël 8:14; de komst van de Mensenzoon tot de Oude van dagen, zoals voorgesteld in Daniël 7:13; en de komst van de Heer tot Zijn tempel, voorzegd door Maleachi, zijn beschrijvingen van dezelfde gebeurtenis; en dit wordt ook uitgebeeld door de komst van de bruidegom tot de bruiloft, zoals door Christus beschreven in de gelijkenis van de tien maagden, in Mattheüs 25.” The Great Controversy, 426.

The final of Daniel’s three tests occurs at the soon-coming Sunday law, when the Messenger of the Covenant arrives to reveal by fire who has made a covenant with life or death which is placed in the context of the Levites. When Malachi describes Matthew’s wise and foolish virgins, who are John’s Laodiceans and Philadelphians, and Daniel’s wise and wicked, both groups are tested by fire, and they then manifest who is, or who is not, a Levite.

De laatste van Daniëls drie beproevingen vindt plaats bij de spoedig komende zondagswet, wanneer de Boodschapper van het Verbond verschijnt om door vuur te openbaren wie een verbond met het leven of met de dood heeft gesloten, hetgeen in de context van de Levieten wordt geplaatst. Wanneer Maleachi de wijze en dwaze maagden van Matteüs beschrijft, die de Laodicenzen en Filadelfiërs van Johannes zijn, en de wijzen en goddelozen van Daniël, worden beide groepen door vuur beproefd, en openbaren zij vervolgens wie wel, en wie niet, een Leviet is.

The Levites are the symbol of those who stood faithfully in the two rebellions of the golden calves. The first rebellion being that of Aaron, and the second being the rebellion of Jeroboam. In both illustrations the Levites represented the faithful, and both illustrations provide two witnesses of the faithfulness of a group represented by the Levites at the soon coming Sunday law. Aaron made a golden calf. Gold is the symbol of Babylon, and a calf is an image of a beast. He then ordained a feast and the foolish people danced naked around the calf. All their rebellion was premised and motivated in their rejection of Moses, the chosen messenger.

De Levieten zijn het symbool van hen die getrouw standhielden in de twee opstanden van de gouden kalveren. De eerste opstand was die van Aäron, en de tweede was de opstand van Jerobeam. In beide voorstellingen vertegenwoordigden de Levieten de getrouwen, en beide voorstellingen leveren twee getuigenissen van de trouw van een groep die door de Levieten wordt voorgesteld ten tijde van de spoedig komende zondagswet. Aäron maakte een gouden kalf. Goud is het symbool van Babylon, en een kalf is een beeld van een beest. Vervolgens stelde hij een feest in, en het dwaze volk danste naakt rondom het kalf. Hun gehele opstand was gegrondvest op en gedreven door hun verwerping van Mozes, de uitverkoren boodschapper.

And Moses said unto Aaron, What did this people unto thee, that thou hast brought so great a sin upon them? And Aaron said, Let not the anger of my lord wax hot: thou knowest the people, that they are set on mischief. For they said unto me, Make us gods, which shall go before us: for as for this Moses, the man that brought us up out of the land of Egypt, we wot not what is become of him. And I said unto them, Whosoever hath any gold, let them break it off. So they gave it me: then I cast it into the fire, and there came out this calf. And when Moses saw that the people were naked; (for Aaron had made them naked unto their shame among their enemies:) Then Moses stood in the gate of the camp, and said, Who is on the Lord’s side? let him come unto me. And all the sons of Levi gathered themselves together unto him. And he said unto them, Thus saith the Lord God of Israel, Put every man his sword by his side, and go in and out from gate to gate throughout the camp, and slay every man his brother, and every man his companion, and every man his neighbour. And the children of Levi did according to the word of Moses: and there fell of the people that day about three thousand men. Exodus 32:21–28.

En Mozes zeide tot Aäron: Wat heeft dit volk u gedaan, dat gij zo’n grote zonde over hen gebracht hebt? En Aäron zeide: Laat de toorn van mijn heer niet ontbranden; gij kent dit volk, dat het tot het kwaad geneigd is. Want zij zeiden tot mij: Maak ons goden, die vóór ons uit zullen gaan; want wat deze Mozes betreft, de man die ons uit het land Egypte heeft opgevoerd, wij weten niet wat hem overkomen is. Toen zeide ik tot hen: Wie goud heeft, laat hij het afdoen. Toen gaven zij het mij; en ik wierp het in het vuur, en dit kalf kwam eruit tevoorschijn. En toen Mozes zag dat het volk ongebonden was; (want Aäron had het ongebonden gemaakt tot hun schande onder hun vijanden:) Toen stelde Mozes zich op in de poort van het leger, en zeide: Wie is vóór de HEERE? Laat hij tot mij komen. Toen verzamelden zich alle zonen van Levi tot hem. En hij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Laat ieder zijn zwaard aan zijn zijde omgorden, en gaat heen en weer van poort tot poort door het leger, en doodt ieder zijn broeder, en ieder zijn metgezel, en ieder zijn naaste. En de kinderen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk op die dag omtrent drieduizend man. Exodus 32:21–28.

Those who danced were Laodiceans who manifested the “shame of their nakedness,” which is the warning of the sixth plague, a warning of the necessity to correctly understand the threefold makeup of modern Rome as the dragon, the beast and the false prophet. That warning sharply contradicts Uriah Smith’s private interpretation that destroyed the truths associated with the six plague and Armageddon.

Zij die dansten, waren Laodicenzen die „de schande van hun naaktheid” openbaarden, hetgeen de waarschuwing van de zesde plaag is, een waarschuwing omtrent de noodzaak de drievoudige samenstelling van het moderne Rome als de draak, het beest en de valse profeet juist te begrijpen. Die waarschuwing staat in scherpe tegenspraak tot Uriah Smiths particuliere uitleg, die de waarheden vernietigde die met de zesde plaag en Armageddon verbonden zijn.

Those who manifested their Laodicean condition had rejected the authority of the chosen messenger and manifested the same confused understanding as those who choose to identify the satanic symbol of “the daily” as the godly symbol of Christ’s sanctuary ministry. They attributed their deliverance to a symbolic god, but the god they chose to worship was a symbol of the god of Egypt, and Egypt is a symbol of the dragon. As with Laodicean Adventism they rejected the truth that “the daily” is a symbol of pagan Rome, the dragon, and identified the satanic symbol as a symbol of Christ.

Zij die hun Laodiceïsche toestand openbaarden, hadden het gezag van de uitverkoren boodschapper verworpen en gaven blijk van hetzelfde verwarde begrip als degenen die ervoor kiezen het satanische symbool van „het dagelijkse” te vereenzelvigen met het godvruchtige symbool van Christus’ heiligdomsdienst. Zij schreven hun verlossing toe aan een symbolische god, maar de god die zij verkozen te vereren was een symbool van de god van Egypte, en Egypte is een symbool van de draak. Evenals het Laodiceïsche Adventisme verwierpen zij de waarheid dat „het dagelijkse” een symbool is van het heidense Rome, de draak, en vereenzelvigden zij het satanische symbool met een symbool van Christus.

Son of man, set thy face against Pharaoh king of Egypt, and prophesy against him, and against all Egypt: Speak, and say, Thus saith the Lord God; Behold, I am against thee, Pharaoh king of Egypt, the great dragon that lieth in the midst of his rivers, which hath said, My river is mine own, and I have made it for myself. Ezekiel 29:2, 3.

Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Farao, de koning van Egypte, en profeteer tegen hem en tegen geheel Egypte; spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik keer Mij tegen u, Farao, koning van Egypte, de grote draak, die midden in zijn rivieren ligt, die gezegd heeft: Mijn rivier is van mijzelf, en ik heb die voor mijzelf gemaakt. Ezechiël 29:2, 3.

Aaron’s rebels believed the lie that a symbol of the dragon, represented by the golden calf was the god that had delivered them from the bondage of Egypt. Laodicean Adventism believes the lie that a symbol of pagan Rome (the dragon), represented by “the daily,” is a symbol of Christ whose work is to deliver men from the bondage of sin in His ministry in the heavenly sanctuary. They also rejected the chosen messenger, as did Laodicean Adventism in the controversy over the symbolism of “the daily.”

Aärons opstandelingen geloofden de leugen dat een symbool van de draak, voorgesteld door het gouden kalf, de god was die hen uit de slavernij van Egypte had verlost. Het Laodicese Adventisme gelooft de leugen dat een symbool van het heidense Rome (de draak), voorgesteld door „het dagelijks”, een symbool van Christus is, wiens werk het is de mensen te verlossen uit de slavernij van de zonde in Zijn bediening in het hemelse heiligdom. Ook zij verwierpen de uitverkoren boodschapper, evenals het Laodicese Adventisme deed in de controverse over de symboliek van „het dagelijks”.

In the first generation (1844 to 1888) of Laodicean Adventism, they rejected Miller’s work in identifying the seven times. In the second generation (1888 to 1919) they began the process of rejecting the truth of “the daily.” In their third generation (1919 to 1957) they had reverted to the understanding of apostate Protestantism that the robbers of thy people is Antiochus Epiphanes. On September 11, 2001 they rejected the role of Islam in Bible prophecy when the third woe arrived on that date. Each of those four truths were upheld by Miller and are represented upon Habakkuk’s two tables, and each are foundational truths attributed to the work of Miller, who Sister White calls the “chosen one.”

In de eerste generatie (1844 tot 1888) van het Laodicese adventisme verwierpen zij Millers werk in het identificeren van de zeven tijden. In de tweede generatie (1888 tot 1919) begonnen zij met het proces van verwerping van de waarheid aangaande „het dagelijkse”. In hun derde generatie (1919 tot 1957) waren zij teruggekeerd tot het begrip van het afvallige protestantisme dat de rovers van uw volk Antiochus Epiphanes is. Op 11 september 2001 verwierpen zij de rol van de islam in de Bijbelse profetie, toen op die datum het derde wee kwam. Elk van die vier waarheden werd door Miller gehandhaafd en wordt voorgesteld op de twee tafelen van Habakuk, en elk daarvan zijn fundamentele waarheden die worden toegeschreven aan het werk van Miller, die Zuster White de „uitverkorene” noemt.

Jeroboam’s rebellion began at the beginning of the northern kingdom which consisted of the ten tribes who made Jeroboam their first king. Jeroboam made two golden calves and placed one in Bethel, meaning house of God, and the other at Dan, meaning judgment. Together Bethel and Dan represent the combination of church (Bethel) and state (Dan.) And as with Aaron’s rebellion the calves were made of gold, a symbol of Babylon, and both were an image of a beast. As with Aaron, Jeroboam ordained an annual feast and identified the calves as the god’s that delivered God’s people out of Egypt.

Jerobeams opstand begon bij het ontstaan van het noordelijke koninkrijk, dat bestond uit de tien stammen die Jerobeam tot hun eerste koning maakten. Jerobeam maakte twee gouden kalveren en plaatste er één in Bethel, dat huis van God betekent, en het andere in Dan, dat oordeel betekent. Samen vertegenwoordigen Bethel en Dan de combinatie van kerk (Bethel) en staat (Dan). En evenals bij Aarons opstand waren de kalveren van goud gemaakt, een symbool van Babylon, en beide waren een beeld van een beest. Evenals Aaron stelde Jerobeam een jaarlijks feest in en duidde hij de kalveren aan als de goden die Gods volk uit Egypte hadden verlost.

And Jeroboam said in his heart, Now shall the kingdom return to the house of David: If this people go up to do sacrifice in the house of the Lord at Jerusalem, then shall the heart of this people turn again unto their lord, even unto Rehoboam king of Judah, and they shall kill me, and go again to Rehoboam king of Judah. Whereupon the king took counsel, and made two calves of gold, and said unto them, It is too much for you to go up to Jerusalem: behold thy gods, O Israel, which brought thee up out of the land of Egypt. And he set the one in Bethel, and the other put he in Dan. And this thing became a sin: for the people went to worship before the one, even unto Dan. And he made an house of high places, and made priests of the lowest of the people, which were not of the sons of Levi. And Jeroboam ordained a feast in the eighth month, on the fifteenth day of the month, like unto the feast that is in Judah, and he offered upon the altar. So did he in Bethel, sacrificing unto the calves that he had made: and he placed in Bethel the priests of the high places which he had made. So he offered upon the altar which he had made in Bethel the fifteenth day of the eighth month, even in the month which he had devised of his own heart; and ordained a feast unto the children of Israel: and he offered upon the altar, and burnt incense. 1 Kings 12:26–33.

En Jerobeam zeide in zijn hart: Nu zal het koninkrijk wederkeren tot het huis van David. Indien dit volk opgaat om offeranden te brengen in het huis des HEEREN te Jeruzalem, dan zal het hart van dit volk zich weer wenden tot hun heer, tot Rehabeam, de koning van Juda; en zij zullen mij doden en terugkeren tot Rehabeam, de koning van Juda. Daarom pleegde de koning overleg en maakte twee gouden kalveren, en zeide tot hen: Het is te veel voor u om op te gaan naar Jeruzalem; zie, uw goden, o Israël, die u uit het land Egypte hebben opgevoerd. En hij stelde het ene te Bethel, en het andere plaatste hij te Dan. En deze zaak werd tot zonde; want het volk ging heen om te aanbidden voor het ene, ja, tot Dan. Ook maakte hij een huis der hoogten, en stelde priesters aan uit de geringsten van het volk, die niet uit de zonen van Levi waren. En Jerobeam stelde een feest in in de achtste maand, op de vijftiende dag der maand, gelijk aan het feest dat in Juda was; en hij offerde op het altaar. Aldus deed hij te Bethel, offerende aan de kalveren die hij gemaakt had; en hij stelde te Bethel de priesters der hoogten aan, die hij gemaakt had. Zo offerde hij op het altaar dat hij te Bethel gemaakt had, op de vijftiende dag van de achtste maand, namelijk in de maand die hij uit zijn eigen hart bedacht had; en hij stelde een feest in voor de kinderen Israëls, en offerde op het altaar, en ontstak het reukwerk. 1 Koningen 12:26–33.

Jeroboam “devised in his own heart,” which represents the work of Uriah Smith in introducing a “private interpretation” in which to build his prophetic model. Jeroboam followed the pattern of Aaron and thereby misrepresented a god of Egypt as the true God. The god that both Aaron and Jeroboam produced was based upon a misapplication of a symbol of Rome’s twofold nature as a symbol of statecraft and churchcraft. Aaron and Jeroboam were both identifying an image of the dragon power, with the symbolism of an image of a beast. Thus, both those sacred histories of rebellion represent the great test of the people of God, by which their eternal destiny will be decided. That test according to inspiration is the test of the formation of the image of the beast.

Jerobeam „bedacht in zijn eigen hart”, hetgeen het werk van Uriah Smith vertegenwoordigt bij de invoering van een „eigenmachtige uitleg” waarop hij zijn profetisch model kon bouwen. Jerobeam volgde het patroon van Aäron en gaf daardoor een onjuiste voorstelling van een god van Egypte als de ware God. De god die zowel Aäron als Jerobeam voortbrachten, was gebaseerd op een verkeerde toepassing van een symbool van Rome’s tweeledige natuur als een symbool van staatskunst en kerkkunst. Aäron en Jerobeam identificeerden beiden een beeld van de macht van de draak met de symboliek van een beeld van het beest. Zo vertegenwoordigen beide heilige geschiedenissen van opstand de grote beproeving van het volk van God, waardoor hun eeuwige bestemming zal worden beslist. Die beproeving is volgens de inspiratie de beproeving van de vorming van het beeld van het beest.

The first controversy over the symbol of Rome as the robbers of thy people, which made its way on to the 1843 pioneer chart argued that Antiochus Epiphanes was the robber, in place of the fact that the robbers are Rome. The first controversy represented the last controversy over the robbers of thy people being Rome, where it is now argued that the United States is the robbers, and not Rome. However, Antiochus is a symbol of the United States in verses ten through fifteen of Daniel eleven, so the beginning lie and the ending lie about who is represented is identical.

De eerste controverse over het symbool van Rome als de rovers van uw volk, die haar weg vond naar de pionierskaart van 1843, betoogde dat Antiochus Epiphanes de rover was, in plaats van het feit dat de rovers Rome zijn. De eerste controverse stelde de laatste controverse voor over de rovers van uw volk die Rome zijn, waar nu wordt betoogd dat de Verenigde Staten de rovers zijn, en niet Rome. Antiochus is echter een symbool van de Verenigde Staten in de verzen tien tot en met vijftien van Daniël elf, zodat de leugen aan het begin en de leugen aan het einde over wie wordt voorgesteld, identiek zijn.

The darkness and confusion over what Antiochus represented in the last days, produces a confusion over the image of the beast, as did the rebellion of Aaron and Jeroboam. The confusion over the image of the beast is occurring at the very time when the great test for the people of God is the formation of the image of the beast.

De duisternis en verwarring over wat Antiochus in de laatste dagen voorstelde, brengen verwarring voort omtrent het beeld van het beest, evenals de opstand van Aäron en Jerobeam dat deed. De verwarring omtrent het beeld van het beest doet zich juist voor op het ogenblik dat de grote beproeving voor het volk van God de vorming van het beeld van het beest is.

“The Lord has shown me clearly that the image of the beast will be formed before probation closes; for it is to be the great test for the people of God, by which their eternal destiny will be decided. Your position is such a jumble of inconsistencies that but few will be deceived.

“De Heer heeft mij duidelijk getoond dat het beeld van het beest zal worden opgericht vóór het sluiten van de genadetijd; want het zal de grote beproeving voor het volk van God zijn, waardoor hun eeuwige bestemming zal worden beslist. Uw standpunt is zulk een warboel van tegenstrijdigheden dat slechts weinigen erdoor misleid zullen worden.

“In Revelation 13 this subject is plainly presented; [Revelation 13:11–17, quoted].

“In Openbaring 13 wordt dit onderwerp duidelijk uiteengezet; [Openbaring 13:11–17, geciteerd].”

“This is the test that the people of God must have before they are sealed. All who proved their loyalty to God by observing His law, and refusing to accept a spurious sabbath, will rank under the banner of the Lord God Jehovah, and will receive the seal of the living God. Those who yield the truth of heavenly origin and accept the Sunday sabbath, will receive the mark of the beast.” Manuscript Releases, volume 15, 15.

“Dit is de beproeving die het volk van God moet ondergaan voordat het verzegeld wordt. Allen die hun trouw aan God hebben bewezen door Zijn wet te onderhouden en te weigeren een valse sabbat te aanvaarden, zullen zich scharen onder de banier van de Heere God Jehovah en zullen het zegel van de levende God ontvangen. Degenen die de waarheid van hemelse oorsprong prijsgeven en de zondagsabbat aannemen, zullen het merkteken van het beest ontvangen.” Manuscript Releases, volume 15, 15.

When Sister White endorsed Miller’s view of “the daily” representing pagan Rome, she stated that since 1844, “other views”, in the plural, have been embraced which produced “darkness and confusion.” The confusion produced by false views of “the daily,” which is a symbol of pagan Rome, as the “robbers of thy people,” produces confusion and darkness concerning the distinction between Rome and Rome’s image.

Toen zuster White Millers opvatting onderschreef dat „het gedurige” het heidense Rome vertegenwoordigt, verklaarde zij dat sinds 1844 „andere opvattingen”, in het meervoud, zijn omhelsd die „duisternis en verwarring” hebben voortgebracht. De verwarring die wordt veroorzaakt door onjuiste opvattingen over „het gedurige”, dat een symbool is van het heidense Rome, als de „rovers van uw volk”, brengt verwarring en duisternis teweeg met betrekking tot het onderscheid tussen Rome en het beeld van Rome.

The first and last controversies over a symbol of Rome occurred between a former covenant people who were being passed by and a people who were then becoming the new covenant people of God. The controversy included an unwillingness to be governed by the established rules of grammar, for the word “also” in verse fourteen, was disallowed by the Protestants, thus claiming that the robbers must be the same power represented within the previous verses.

De eerste en laatste controversen over een symbool van Rome deden zich voor tussen een voormalig verbondsvolk dat werd voorbijgegaan en een volk dat toen het nieuwe verbondsvolk van God aan het worden was. De controverse omvatte een onwil om zich te laten leiden door de gevestigde regels van de grammatica, want het woord „ook” in vers veertien werd door de protestanten afgewezen, waardoor zij beweerden dat de rovers dezelfde macht moesten zijn als die welke in de voorgaande verzen wordt voorgesteld.

It represented a wresting of the Scriptures when Antiochus was forced to be the robbers. It was a private interpretation, for any false doctrine in opposition to truth is a private interpretation. The controversy itself became a foundational truth, for it was recorded upon the 1843 pioneer chart. The ratification of the chart by inspiration confirmed and validated “the robbers” as a symbol of Rome, and magnified the seriousness of the truth, for to reject the doctrine was to reject both, the foundations and the authority of the Spirit of Prophecy.

Het vormde een verdraaiing van de Schriften wanneer Antiochus gedwongen werd de rovers te zijn. Het was een eigenmachtige uitlegging, want elke valse leer die zich tegen de waarheid verzet, is een eigenmachtige uitlegging. De controverse zelf werd een fundamentele waarheid, want zij werd vastgelegd op de pionierskaart van 1843. De bekrachtiging van de kaart door inspiratie bevestigde en bekrachtigde „de rovers” als een symbool van Rome, en vergrootte de ernst van de waarheid, want de leer verwerpen betekende zowel de fundamenten als het gezag van de Geest der Profetie verwerpen.

The correct understanding of the robbers of thy people representing Rome, added to the prophetic model which angels gave unto William Miller, for it agreed with the prophetic model he came to understand and present, that being: that pagan and papal Rome were the foundation of all his prophetic applications.

Het juiste begrip van de geweldenaars van uw volk als een voorstelling van Rome, toegevoegd aan het profetische model dat de engelen aan William Miller gaven, want het stemde overeen met het profetische model dat hij tot inzicht bracht en uiteenzette, namelijk dit: dat heidens en pauselijk Rome de grondslag vormden van al zijn profetische toepassingen.

Uriah Smith’s private interpretation identifying the king of the north in verse thirty-six of Daniel eleven as France, and then as Turkey in verse forty, consisted of two false identifications of the king of the north. Smith’s rejection of the foundations in 1863, produced a blindness that disallowed him from seeing a most basic rule of prophecy, that being: that roughly at the time of Christ prophecy illustrated the modern spiritual entities that were typified by the ancient literal entities. Paul specifically taught this truth as he identified that what came first was the literal and afterward the spiritual.

Uriah Smiths particuliere uitleg, waarin hij de koning van het noorden in vers zesendertig van Daniël elf met Frankrijk identificeerde en vervolgens in vers veertig met Turkije, bestond uit twee onjuiste identificaties van de koning van het noorden. Smiths verwerping van de grondslagen in 1863 bracht een blindheid voort die hem verhinderde een uiterst fundamentele regel van de profetie te zien, namelijk deze: dat de profetie omstreeks de tijd van Christus de moderne geestelijke entiteiten afbeeldde die door de oude letterlijke entiteiten waren voorgesteld. Paulus onderwees deze waarheid uitdrukkelijk toen hij aangaf dat eerst het letterlijke kwam en daarna het geestelijke.

Howbeit that was not first which is spiritual, but that which is natural; and afterward that which is spiritual. 1 Corinthians 15:46.

Maar niet het geestelijke was eerst, doch het natuurlijke, en daarna het geestelijke. 1 Korinthiërs 15:46.

Smith was of the covenant people who had replaced apostate Protestantism as God’s people, but he championed their rebellion when he rejected the seven times, and introduced his 1863 chart. Applying his private interpretation produced a false understanding of Armageddon in Revelation chapter sixteen, which is another test over the correct understanding of Rome.

Smith behoorde tot het verbondsvolk dat het afvallige protestantisme als Gods volk had vervangen, maar hij bevorderde hun opstand toen hij de zeven tijden verwierp en zijn kaart van 1863 invoerde. De toepassing van zijn persoonlijke uitleg bracht een vals begrip van Armageddon in Openbaring hoofdstuk zestien voort, hetgeen een verdere beproeving is aangaande het juiste begrip van Rome.

With the first controversy over the robbers, Smith represented those who had been involved with the first fulfillment of the parable of the ten virgins. Thus, with his personal view of the king of the north, he represents a covenant people who were being passed by between 1856 and 1863, as they became the Laodicean Seventh-day Adventist Church. As with the Protestants in the controversy of the robbers, Smith disregarded the grammatical authority of the passage he wrested with his private interpretation, because grammatically the king of the north from verse thirty-one to verse forty-five is always and only the papal power.

Met de eerste controverse over de rovers vertegenwoordigde Smith hen die betrokken waren geweest bij de eerste vervulling van de gelijkenis van de tien maagden. Zo vertegenwoordigt hij, met zijn persoonlijke opvatting van de koning van het noorden, een verbondsvolk dat tussen 1856 en 1863 werd voorbijgegaan, toen het de Laodiceese Kerk der Zevendedagsadventisten werd. Zoals bij de protestanten in de controverse over de rovers, negeerde Smith het grammaticale gezag van de passage, die hij met zijn particuliere uitleg verdraaide, omdat de koning van het noorden vanaf vers eenendertig tot vers vijfenveertig grammaticaal altijd en uitsluitend de pauselijke macht is.

With the controversy of “the daily,” lies were introduced into Advent history by Willie White and A. G. Daniells to uphold the old Protestant view that “the daily” represented Christ’s sanctuary ministry. That particular history has been identified in Habakkuk’s Tables, but is important to note the false witness associated with the promotion and establishment of the incorrect view, for the correct understanding was recognized by Miller in Second Thessalonians, where the issue is the contrast between those who love the truth and those who believe a lie.

Met de controverse omtrent „het dagelijks” werden door Willie White en A. G. Daniells leugens in de adventgeschiedenis ingevoerd om de oude protestantse opvatting te handhaven dat „het dagelijks” de heiligdomsdienst van Christus vertegenwoordigde. Die specifieke geschiedenis is in de Tafelen van Habakuk aangeduid, maar het is van belang kennis te nemen van het valse getuigenis dat verbonden was met de bevordering en bevestiging van de onjuiste opvatting; want het juiste begrip werd door Miller onderkend in de Tweede brief aan de Thessalonicenzen, waar het gaat om het contrast tussen hen die de waarheid liefhebben en hen die de leugen geloven.

“The daily” controversy adds to the line upon line understanding that the final controversy of Rome takes place in the time of the outpouring of the Holy Spirit. As the Holy Spirit is being poured out from above, a power from beneath is rising up and possessing those who receive it as the power of God, though it is a strong delusion.

De controverse over „het dagelijkse” voegt zich bij het regel-op-regel-inzicht dat de laatste controverse van Rome plaatsvindt in de tijd van de uitstorting van de Heilige Geest. Terwijl de Heilige Geest van boven wordt uitgestort, rijst er van beneden een macht op die bezit neemt van hen die haar aannemen als de kracht van God, hoewel zij een krachtige dwaling is.

“The two great powers in controversy are working, one from beneath, the other from above. Every man is under the secret influence of the one or the other, and his acts will reveal the character of the inspiration from which they proceed. Those who are united with Christ will work always in Christ’s lines. Those who are in union with Satan will work under the inspiration of their leader, opposed to the Holy Spirit’s power and action. The will of man is left free to act, and by action is revealed what spirit is moving upon the heart. ‘By their fruits ye shall know them.’” The 1888 Materials, 1508.

„De twee grote machten die met elkaar in strijd zijn, zijn werkzaam, de ene van beneden, de andere van boven. Ieder mens staat onder de verborgen invloed van de een of van de ander, en zijn daden zullen het karakter openbaren van de bezieling waaruit zij voortkomen. Zij die met Christus verenigd zijn, zullen altijd in de lijnen van Christus werken. Zij die met Satan verbonden zijn, zullen werken onder de bezieling van hun leider, in verzet tegen de kracht en werking van de Heilige Geest. De wil van de mens wordt vrijgelaten om te handelen, en door het handelen wordt geopenbaard welke geest op het hart inwerkt. ‘Aan hun vruchten zult gij hen kennen.’” The 1888 Materials, 1508.

The prophetic contrast in the controversy of “the daily” is the identification of a symbol of the dragon as a symbol of Christ. Those who reject the truth, are also rejecting the role of Miller who discovered this truth, and in so doing they are rejecting the Holy Spirit and accomplishing the unpardonable sin.

Het profetische contrast in de controverse over „het dagelijkse” is de identificatie van een symbool van de draak als een symbool van Christus. Degenen die de waarheid verwerpen, verwerpen tevens de rol van Miller, die deze waarheid ontdekte, en daarmee verwerpen zij de Heilige Geest en begaan zij de onvergefelijke zonde.

We will take up a controversy over Rome that occurred shortly after September 11, 2001 in the next article.

In het volgende artikel zullen wij een controverse met betrekking tot Rome behandelen die zich kort na 11 september 2001 voordeed.

“We are living in a time when life is most precious and most interesting. The end of all things is at hand. Startling developments will be continually unfolding before us; for unseen agencies are at work, manifesting intense activity. The powers of darkness from beneath are moving upon human agents, and evil men are cooperating with evil angels to war against the commandments of God and the faith of Jesus; at the same time a power from above is moving upon those who will yield to divine influences, and the people of God are cooperating with heavenly intelligences. Nothing short of real, genuine faith will survive the strain that will come upon every soul of man in these last days to test and try him. God must be our refuge; we cannot trust in form, profession, ceremony, or position, or think that because we have a name to live, we shall be able to stand in the day of trial. Everything that can be shaken will be shaken, and those things that cannot be shaken by the deceptions and delusions of these last days, will remain. Rivet the soul to the eternal Rock; for in Christ alone there will be safety. Jesus described the days in which we are living as days of peril. He said, ‘As the days of Noe were, so shall also the coming of the Son of man be. For as in the days that were before the flood they were eating and drinking, marrying and giving in marriage, until the day that Noe entered into the ark, and knew not until the flood came, and took them all away; so shall also the coming of the Son of man be.’ ‘Likewise also as it was in the days of Lot; they did eat, they drank, they bought, they sold, they planted, they builded; but the same day that Lot went out of Sodom it rained fire and brimstone from heaven, and destroyed them all. Even thus shall it be in the day when the Son of man is revealed.’ ‘When the Son of man shall come in his glory, and all the holy angels with him, then shall he sit upon the throne of his glory: and before him shall be gathered all nations: and he shall separate them one from another, as a shepherd divideth his sheep from the goats: and he shall set the sheep on his right hand, but the goats on the left. Then shall the King say unto them on his right hand, Come, ye blessed of my Father, inherit the kingdom prepared for you from the foundation of the world.’ Our course in this life will decide our eternal destiny there; it is left with us to say whether we shall be with those who inherit the kingdom of God, or with those who go away into outer darkness. God has made every provision for our salvation; then let us avail ourselves of that which has been purchased at infinite cost. ‘For God so loved the world, that he gave his only begotten Son, that whosoever believeth in him should not perish, but have everlasting life.’” Youth Instructor, August 3, 1893.

„Wij leven in een tijd waarin het leven het kostbaarst en het meest betekenisvol is. Het einde van alle dingen is nabij. Verbijsterende ontwikkelingen zullen zich voortdurend voor onze ogen ontvouwen; want onzichtbare machten zijn werkzaam en openbaren een intense activiteit. De machten der duisternis uit de diepte oefenen invloed uit op menselijke werktuigen, en boze mensen werken samen met boze engelen om oorlog te voeren tegen de geboden van God en het geloof van Jezus; tegelijkertijd oefent een macht van boven invloed uit op hen die zich aan goddelijke invloeden willen overgeven, en het volk van God werkt samen met hemelse wezens. Niets minder dan waarachtig, oprecht geloof zal bestand zijn tegen de beproeving die in deze laatste dagen over iedere menselijke ziel zal komen om haar te toetsen en te beproeven. God moet onze toevlucht zijn; wij kunnen niet vertrouwen op vorm, belijdenis, ceremonie of positie, noch denken dat wij, omdat wij de naam hebben te leven, in staat zullen zijn stand te houden op de dag der beproeving. Alles wat geschud kan worden, zal geschud worden, en de dingen die door de bedriegerijen en misleidingen van deze laatste dagen niet geschud kunnen worden, zullen blijven. Veranker de ziel aan de eeuwige Rots; want alleen in Christus zal veiligheid zijn. Jezus beschreef de dagen waarin wij leven als dagen van gevaar. Hij zei: ‘Gelijk de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Want gelijk zij in de dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk uitgevende, tot op de dag dat Noach in de ark ging, en het niet bemerkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.’ ‘Evenzo ook, gelijk het was in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden; maar op dezelfde dag dat Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel van de hemel en verdierf hen allen. Op dezelfde wijze zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard wordt.’ ‘Wanneer nu de Zoon des mensen zal komen in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid; en vóór Hem zullen al de volken verzameld worden; en Hij zal hen van elkaar scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt; en Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan de linker. Dan zal de Koning zeggen tot hen die aan Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk dat voor u bereid is van de grondlegging der wereld af.’ Onze levenswandel in dit leven zal onze eeuwige bestemming daar beslissen; het is aan ons om te bepalen of wij zullen zijn met hen die het Koninkrijk van God beërven, dan wel met hen die heengaan in de buitenste duisternis. God heeft in alles voor onze zaligheid voorzien; laten wij ons dan ten nutte maken van hetgeen tegen oneindige prijs is verworven. ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.’” Youth Instructor, 3 augustus 1893.