The theme in verses eleven and twelve is the rise and fall of the king of the south, as is the final rise and fall of the United States represented in the final president in verse two, as is the final earthly representative of the dragon power; the United Nation’s final rise and fall represented in verses three and four. Verses five through nine represent the history of the papal power from 538 unto 1798. 538 marks the empowerment of the papal power, 1798 marks the deadly wound of the papacy, and therefore verses five through nine represent the final rise and fall of the beast. Verse ten marks 1989 as the fall of the king of the south as represented in the former Soviet Union.

Het thema in vers elf en twaalf is de opkomst en ondergang van de koning van het zuiden, evenals de uiteindelijke opkomst en ondergang van de Verenigde Staten, vertegenwoordigd in de laatste president in vers twee, evenals de laatste aardse vertegenwoordiger van de macht van de draak; de uiteindelijke opkomst en ondergang van de Verenigde Naties, weergegeven in vers drie en vier. Vers vijf tot en met negen vertegenwoordigen de geschiedenis van de pauselijke macht van 538 tot 1798. 538 markeert de bekrachtiging van de pauselijke macht, 1798 markeert de dodelijke wond van het pausdom, en daarom vertegenwoordigen vers vijf tot en met negen de uiteindelijke opkomst en ondergang van het beest. Vers tien markeert 1989 als de val van de koning van het zuiden, zoals vertegenwoordigd in de voormalige Sovjet-Unie.

“Every nation that has come upon the stage of action has been permitted to occupy its place on the earth, that it might be seen whether it would fulfill the purpose of ‘the Watcher and the Holy One.’ Prophecy has traced the rise and fall of the world’s great empires—Babylon, Medo-Persia, Greece, and Rome. With each of these, as with nations of less power, history repeated itself. Each had its period of test, each failed, its glory faded, its power departed, and its place was occupied by another. . . .

“Iedere natie die op het toneel van het wereldgebeuren is verschenen, heeft toestemming gekregen haar plaats op de aarde in te nemen, opdat gezien zou worden of zij het voornemen van ‘de Wachter en de Heilige’ zou vervullen.” De profetie heeft de opkomst en ondergang van de grote wereldrijken nagegaan—Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome. Met elk van deze, evenals met naties van geringere macht, herhaalde de geschiedenis zich. Elk had zijn tijd van beproeving, elk faalde, zijn luister verging, zijn macht week, en zijn plaats werd door een ander ingenomen....

From the rise and fall of nations as made plain in the pages of Holy Writ, they need to learn how worthless is mere outward and worldly glory. Babylon, with all its power and its magnificence, the like of which our world has never since beheld,—power and magnificence which to the people of that day seemed so stable and enduring,—how completely has it passed away! As ‘the flower of the grass’ it has perished. So perishes all that has not God for its foundation. Only that which is bound up with His purpose and expresses His character can endure. His principles are the only steadfast things our world knows.” Education, 177, 184.

“Uit de opkomst en ondergang van volken, zoals die op de bladzijden van de Heilige Schrift duidelijk worden voorgehouden, moeten zij leren hoe waardeloos louter uitwendige en wereldse heerlijkheid is. Babel, met al zijn macht en zijn pracht, zoals onze wereld die sindsdien nooit meer heeft aanschouwd,—macht en pracht die de mensen van die tijd zo vast en duurzaam toeschenen,—hoe volkomen is het vergaan! Als ‘de bloem van het gras’ is het vergaan. Zo vergaat alles wat God niet tot grondslag heeft. Alleen datgene wat met Zijn voornemen verbonden is en Zijn karakter tot uitdrukking brengt, kan standhouden. Zijn beginselen zijn de enige bestendige dingen die onze wereld kent.” Education, 177, 184.

Verses eleven and twelve identify the final rise and fall of the king of the south, as represented by Russia. Verses thirteen through fifteen identify the final rise and fall of the United States. The entire prophetic narrative of chapter eleven is built upon the structure of the rise and fall of kingdoms. The student of prophecy must consider this fact if he is to have any possibility of rightly dividing the prophetic message of chapter eleven.

De verzen elf en twaalf duiden de laatste opkomst en val van de koning van het zuiden aan, voorgesteld door Rusland. De verzen dertien tot en met vijftien duiden de laatste opkomst en val van de Verenigde Staten aan. Het gehele profetische relaas van hoofdstuk elf is opgebouwd op de structuur van de opkomst en val van koninkrijken. De student van de profetie moet met dit feit rekening houden, wil hij enige mogelijkheid hebben de profetische boodschap van hoofdstuk elf recht te verdelen.

The foundational perspective of Daniel chapter eleven is that it consists of repeated illustrations of the rise and fall of kingdoms. When Sister White stated, “So perished the Medo-Persian kingdom, and the kingdoms of Grecia and Rome,” she is identifying “Grecia” as the dragon, “Rome” as the beast and “Medo-Persia” as the false prophet. She is identifying the final rise and fall of the final earthly kingdom which consists of the dragon, the beast and the false prophet who begin their rise at the Sunday law and lead the world to Armageddon in fulfillment of Revelation 16:12–21. She is directing God’s people to “the rise and fall of nations as made plain in the pages of Holy Writ” as the perspective to employ in order “to learn how worthless is mere outward and worldly glory.”

Het fundamentele perspectief van Daniël hoofdstuk elf is dat het bestaat uit herhaalde illustraties van de opkomst en val van koninkrijken. Wanneer zuster White verklaarde: “So perished the Medo-Persian kingdom, and the kingdoms of Grecia and Rome,” identificeert zij “Grecia” als de draak, “Rome” als het beest en “Medo-Persia” als de valse profeet. Zij identificeert de uiteindelijke opkomst en val van het laatste aardse koninkrijk, dat bestaat uit de draak, het beest en de valse profeet, die hun opkomst beginnen bij de zondagswet en de wereld naar Armageddon voeren ter vervulling van Openbaring 16:12–21. Zij richt Gods volk op “the rise and fall of nations as made plain in the pages of Holy Writ” als het perspectief dat moet worden gehanteerd om “te leren hoe waardeloos louter uiterlijke en wereldse heerlijkheid is.”

The reason we need “to learn how worthless is mere outward and worldly glory,” is to further understand that everything perishes “that has not God for its foundation.” It is therefore a life-or-death proposition to have God or not to have God as your foundation. From that point in the development of the thought Sister White then defines what it means to have God as your foundation when she states, “Only that which is bound up with His purpose and expresses His character can endure.” She has just explained that everything not on God’s foundation perishes, and that a two-fold qualifier of what is built upon the foundation is whether a thing is “bound up with His purposes,” and that which “expresses His character.” His character is His foundation.

De reden waarom wij moeten „leren hoe waardeloos louter uiterlijke en wereldse heerlijkheid is”, is om des te beter te begrijpen dat alles vergaat „wat God niet tot fundament heeft”. Het is daarom een kwestie van leven of dood God wel of niet als uw fundament te hebben. Vanuit dat punt in de ontwikkeling van de gedachte omschrijft Zuster White vervolgens wat het betekent God als uw fundament te hebben, wanneer zij verklaart: „Alleen datgene wat met Zijn voornemen verbonden is en Zijn karakter tot uitdrukking brengt, kan standhouden.” Zij heeft zojuist uitgelegd dat alles wat niet op Gods fundament rust, vergaat, en dat een tweevoudige maatstaf voor wat op het fundament gebouwd is, bestaat in de vraag of iets „met Zijn voornemens verbonden is” en of het „Zijn karakter tot uitdrukking brengt”. Zijn karakter is Zijn fundament.

Then in the closing sentence of the paragraph she states that “His principles are the only steadfast things our world knows.” God’s character is His principles, and His principles express His character. It is a life-or-death proposition on how mankind relates to God as the foundation of all things. I contend that the foundational structure of Daniel chapter eleven is built upon the narrative of the rise and fall of kingdoms. There is a passage where inspiration informs us of a correct type of study.

Dan verklaart zij in de slotzin van de alinea dat „Zijn beginselen de enige standvastige dingen zijn die onze wereld kent.” Gods karakter is Zijn beginselen, en Zijn beginselen brengen Zijn karakter tot uitdrukking. De wijze waarop de mensheid zich verhoudt tot God als het fundament van alle dingen is een kwestie van leven of dood. Ik stel dat de fundamentele structuur van Daniël hoofdstuk elf is opgebouwd op het relaas van de opkomst en ondergang van koninkrijken. Er is een passage waarin de inspiratie ons inlicht over een juiste wijze van studie.

“There is a study of history that is not to be condemned. Sacred history was one of the studies in the schools of the prophets. In the record of His dealings with the nations were traced the footsteps of Jehovah. So today we are to consider the dealings of God with the nations of the earth. We are to see in history the fulfillment of prophecy, to study the workings of Providence in the great reformatory movements, and to understand the progress of events in the marshaling of the nations for the final conflict of the great controversy.” The Ministry of Healing, 441.

„Er is een bestudering van de geschiedenis die niet veroordeeld moet worden. De gewijde geschiedenis was een van de vakken in de scholen der profeten. In het verslag van Zijn handelingen met de volken werden de voetstappen van Jehovah nagetrokken. Zo behoren ook wij heden de handelingen van God met de volken der aarde te overwegen. Wij moeten in de geschiedenis de vervulling der profetie zien, de werkingen der Voorzienigheid in de grote hervormingsbewegingen bestuderen en de voortgang der gebeurtenissen verstaan in het bijeenbrengen der volken voor het laatste conflict van de grote strijd.” The Ministry of Healing, 441.

A sanctified study of history is identified as studying God’s dealing with the nations of the earth and also in God’s providential leading of His reformatory movements, thus a sanctified history includes an external and internal line of study. The purpose of employing history in confirming God’s prophetic Word is to use that prophetic history in order to “understand the progress of events in the marshaling of the nations for the final conflict of the great controversy.” The previous paragraph from Sister White was taken from a very enlightened explanation of the necessity of building a prophetic model of sacred history which is based upon the foundational structure represented in the “rise and fall” of kingdoms.

Een geheiligde bestudering van de geschiedenis wordt gekenmerkt door de studie van Gods handelen met de volken der aarde, evenals van Gods voorzienige leiding in Zijn hervormingsbewegingen; aldus omvat een geheiligde geschiedenis een uiterlijke en innerlijke onderzoekslijn. Het doel van het gebruik van de geschiedenis ter bevestiging van Gods profetisch Woord is die profetische geschiedenis aan te wenden om „de voortgang der gebeurtenissen te verstaan in de samenroeping van de volken voor het laatste conflict van de grote strijd.” De voorgaande alinea van zuster White was ontleend aan een zeer verlichte uiteenzetting over de noodzaak een profetisch model van de heilige geschiedenis op te bouwen, dat gegrond is op de fundamentele structuur die wordt voorgesteld in de „opkomst en ondergang” van koninkrijken.

“As a preparation for Christian work, many think it essential to acquire an extensive knowledge of historical and theological writings. They suppose that this knowledge will be an aid to them in teaching the gospel. But their laborious study of the opinions of men tends to the enfeebling of their ministry, rather than to its strengthening. As I see libraries filled with ponderous volumes of historical and theological lore, I think, Why spend money for that which is not bread? The sixth chapter of John tells us more than can be found in such works. Christ says: ‘I am the Bread of Life: he that cometh to Me shall never hunger; and he that believeth on Me shall never thirst.’ ‘I am the living Bread which came down from heaven: if any man eat of this Bread, he shall live forever.’ ‘He that believeth on Me hath everlasting life.’ ‘The words that I speak unto you, they are spirit, and they are life.’ John 6:35, 51, 47, 63.

“Als voorbereiding op christelijk werk achten velen het noodzakelijk zich een uitgebreide kennis van historische en theologische geschriften eigen te maken. Zij veronderstellen dat deze kennis hun tot hulp zal zijn bij het onderwijzen van het evangelie. Maar hun moeizame bestudering van de meningen van mensen strekt veeleer tot verzwakking van hun bediening dan tot haar versterking. Wanneer ik bibliotheken zie die gevuld zijn met omvangrijke boekdelen vol historische en theologische geleerdheid, denk ik: Waarom geld uitgeven voor wat geen brood is? Het zesde hoofdstuk van Johannes zegt ons meer dan in dergelijke werken te vinden is. Christus zegt: ‘Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.’ ‘Ik ben het levende Brood, dat uit de hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in eeuwigheid leven.’ ‘Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.’ ‘De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.’ Johannes 6:35, 51, 47, 63.”

“There is a study of history that is not to be condemned. Sacred history was one of the studies in the schools of the prophets. In the record of His dealings with the nations were traced the footsteps of Jehovah. So today we are to consider the dealings of God with the nations of the earth. We are to see in history the fulfillment of prophecy, to study the workings of Providence in the great reformatory movements, and to understand the progress of events in the marshaling of the nations for the final conflict of the great controversy.

„Er is een bestudering van de geschiedenis die niet veroordeeld behoort te worden. Gewijde geschiedenis was een van de studievakken in de scholen van de profeten. In het verslag van Zijn handelingen met de volken werden de voetstappen van Jehovah nagegaan. Zo dienen ook wij heden de handelingen van God met de volken der aarde te overwegen. Wij moeten in de geschiedenis de vervulling van de profetie zien, de werkingen van de Voorzienigheid in de grote hervormingsbewegingen bestuderen, en het verloop der gebeurtenissen begrijpen in het bijeenbrengen van de volken voor het laatste conflict van de grote strijd.

“Such study will give broad, comprehensive views of life. It will help us to understand something of its relations and dependencies, how wonderfully we are bound together in the great brotherhood of society and nations, and to how great an extent the oppression and degradation of one member means loss to all.

„Zulk een studie zal ruime, alomvattende inzichten in het leven geven. Zij zal ons helpen iets te verstaan van zijn betrekkingen en afhankelijkheden, hoe wonderbaarlijk wij in de grote broederschap van maatschappij en volken met elkander verbonden zijn, en in hoe grote mate de onderdrukking en vernedering van één lid verlies voor allen betekent.

“But history, as commonly studied, is concerned with man’s achievements, his victories in battle, his success in attaining power and greatness. God’s agency in the affairs of men is lost sight of. Few study the working out of His purpose in the rise and fall of nations.

„Maar de geschiedenis, zoals zij gewoonlijk wordt bestudeerd, houdt zich bezig met de prestaties van de mens, zijn overwinningen in de strijd, zijn succes in het verwerven van macht en grootheid. Gods handelen in de aangelegenheden van de mensen wordt uit het oog verloren. Weinigen bestuderen de verwezenlijking van Zijn voornemen in de opkomst en ondergang van naties.״

“And, to a great degree, theology, as studied and taught, is but a record of human speculation, serving only to ‘darken counsel by words without knowledge.’ Too often the motive in accumulating these many books is not so much a desire to obtain food for mind and soul, as it is an ambition to become acquainted with philosophers and theologians, a desire to present Christianity to the people in learned terms and propositions.

“En, in grote mate, is de theologie, zoals zij bestudeerd en onderwezen wordt, slechts een verslag van menselijke speculatie, dat alleen dient om ‘de raad te verduisteren met woorden zonder kennis.’ Al te vaak is het motief bij het vergaren van deze vele boeken niet zozeer een verlangen om voedsel voor verstand en ziel te verkrijgen, als wel een eerzucht om met filosofen en theologen vertrouwd te raken, een verlangen om het christendom aan het volk voor te stellen in geleerde termen en stellingen.

“Not all the books written can serve the purpose of a holy life. ‘Learn of Me’, said the Great Teacher, ‘take My yoke upon you,’ ‘learn My meekness and lowliness.’ Your intellectual pride will not aid you in communicating with souls that are perishing for want of the bread of life. In your study of these books you are allowing them to take the place of the practical lessons you should be learning from Christ. With the results of this study the people are not fed. Very little of the research which is so wearying to the mind furnishes that which will help one to be a successful laborer for souls.

„Niet alle geschreven boeken kunnen dienen tot het doel van een heilig leven. ‘Leert van Mij’, zei de grote Leraar, ‘neemt Mijn juk op u’, ‘leert Mijn zachtmoedigheid en nederigheid.’ Uw intellectuele hoogmoed zal u niet helpen in het verkeer met zielen die omkomen bij gebrek aan het brood des levens. Door uw bestudering van deze boeken staat u toe dat zij de plaats innemen van de praktische lessen die u van Christus zoudt moeten leren. Met de uitkomsten van deze studie wordt het volk niet gevoed. Zeer weinig van het onderzoek dat het verstand zo vermoeit, verschaft datgene wat iemand zal helpen een succesvol arbeider voor zielen te zijn.״

“The Saviour came ‘to preach the gospel to the poor.’ Luke 4:18. In His teaching He used the simplest terms and the plainest symbols. And it is said that ‘the common people heard Him gladly.’ Mark 12:37. Those who are seeking to do His work for this time need a deeper insight into the lessons He has given.

De Heiland kwam „om het evangelie aan de armen te verkondigen.” Lukas 4:18. In Zijn onderwijs gebruikte Hij de eenvoudigste bewoordingen en de duidelijkste beelden. En er wordt gezegd dat „de schare Hem gaarne hoorde.” Markus 12:37. Degenen die ernaar streven Zijn werk voor deze tijd te doen, hebben een dieper inzicht nodig in de lessen die Hij heeft gegeven.

“The words of the living God are the highest of all education. Those who minister to the people need to eat of the bread of life. This will give them spiritual strength; then they will be prepared to minister to all classes of people.” The Ministry of Healing, 441–443.

“De woorden van de levende God vormen de hoogste van alle opvoeding. Degenen die de mensen dienen, moeten eten van het brood des levens. Dit zal hun geestelijke kracht geven; dan zullen zij voorbereid zijn om aan alle klassen van mensen dienst te verlenen.” The Ministry of Healing, 441–443.

Sister White further defines that recognizing the outworking of God’s power in setting up kings and removing kings based upon the king’s choices is the true philosophy of historical study.

Zuster White verduidelijkt voorts dat het ware beginsel van de geschiedkundige studie hierin bestaat dat men de werking van Gods macht erkent in het aanstellen van koningen en het afzetten van koningen op grond van de keuzes van de koning.

“In the history of nations the student of God’s word may behold the literal fulfillment of divine prophecy. Babylon, shattered and broken at last, passed away because in prosperity its rulers had regarded themselves as independent of God, and had ascribed the glory of their kingdom to human achievement. The Medo-Persian realm was visited by the wrath of Heaven because in it God’s law had been trampled underfoot. The fear of the Lord had found no place in the hearts of the vast majority of the people. Wickedness, blasphemy, and corruption prevailed. The kingdoms that followed were even more base and corrupt; and these sank lower and still lower in the scale of moral worth.

“In de geschiedenis van de volken kan de bestudeerder van Gods woord de letterlijke vervulling van de goddelijke profetie aanschouwen. Babel, ten slotte verbrijzeld en gebroken, ging voorbij, omdat zijn heersers zich in hun voorspoed als onafhankelijk van God hadden beschouwd en de heerlijkheid van hun koninkrijk aan menselijk kunnen hadden toegeschreven. Het Medo-Perzische rijk werd getroffen door de toorn van de hemel, omdat daarin Gods wet met voeten was getreden. De vreze des Heren had geen plaats gevonden in de harten van de overgrote meerderheid van het volk. Goddeloosheid, godslastering en verdorvenheid overheersten. De koninkrijken die volgden, waren nog verachtelijker en verdorvener; en zij zonken steeds dieper en dieper op de schaal van morele waarde.

“The power exercised by every ruler on the earth is Heaven-imparted; and upon his use of the power thus bestowed, his success depends. To each the word of the divine Watcher is, ‘I girded thee, though thou hast not known Me.’ Isaiah 45:5. And to each the words spoken to Nebuchadnezzar of old are the lesson of life: ‘Break off thy sins by righteousness, and thine iniquities by showing mercy to the poor: if it may be a lengthening of thy tranquillity.’ Daniel 4:27.

„De macht die door elke heerser op aarde wordt uitgeoefend, is door de Hemel verleend; en van zijn gebruik van de aldus geschonken macht hangt zijn voorspoed af. Tot ieder klinkt het woord van de goddelijke Wachter: ‘Ik heb u omgord, hoewel gij Mij niet hebt gekend.’ Jesaja 45:5. En voor ieder zijn de woorden die oudtijds tot Nebukadnezar werden gesproken, de levensles: ‘Breek met uw zonden door gerechtigheid te betrachten, en met uw ongerechtigheden door barmhartigheid te bewijzen aan de armen; misschien zal er verlenging van uw rust zijn.’ Daniël 4:27.”

To understand these things,—to understand that ‘righteousness exalteth a nation;’ that ‘the throne is established by righteousness,’ and ‘upholden by mercy;’ to recognize the outworking of these principles in the manifestation of His power who ‘removeth kings, and setteth up kings,’—this is to understand the philosophy of history. Proverbs 14:34; 16:12; 20:28; Daniel 2:21.

„Deze dingen te verstaan,—te verstaan dat ‘gerechtigheid een volk verhoogt;’ dat ‘de troon door gerechtigheid bevestigd wordt’ en ‘door barmhartigheid staande gehouden;’ te erkennen hoe deze beginselen zich uitwerken in de openbaring van de macht van Hem die ‘koningen afzet en koningen aanstelt,’—dit is de filosofie van de geschiedenis verstaan. Spreuken 14:34; 16:12; 20:28; Daniël 2:21.

“In the word of God only is this clearly set forth. Here it is shown that the strength of nations, as of individuals, is not found in the opportunities or facilities that appear to make them invincible; it is not found in their boasted greatness. It is measured by the fidelity with which they fulfill God’s purpose.” Prophets and Kings, 501, 502.

„Alleen in het Woord van God wordt dit duidelijk uiteengezet. Hier wordt getoond dat de kracht van naties, evenals die van individuen, niet gelegen is in de kansen of voorzieningen die hen onaantastbaar schijnen te maken; zij is niet gelegen in hun geroemde grootheid. Zij wordt afgemeten aan de trouw waarmee zij Gods voornemen vervullen.” Prophets and Kings, 501, 502.

The theme in verses eleven and twelve is the rise and fall of the king of the south, but more importantly the verses mark the sealing of the one hundred and forty-four thousand, and the second of three tests that began at the time of the end in 1989 as represented in verse ten.

Het thema in de verzen elf en twaalf is de opkomst en ondergang van de koning van het zuiden, maar nog belangrijker is dat deze verzen de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend markeren, evenals de tweede van drie beproevingen die ten tijde van het einde in 1989 begonnen, zoals voorgesteld in vers tien.

That sealing is represented by Daniel in the lion’s den, the three worthies in the fiery furnace, Daniel and the three worthies praying to understand Nebuchadnezzar’s dream of the image of beasts in chapter two, Daniel praying the Leviticus twenty-six prayer in chapter nine, the wise who understand the increase of knowledge, Joshua having his sin removed in Zechariah chapter three, Zerubbabel in chapter four, Joseph becoming the second ruler in Egypt, the disciples in the upper room for ten days in advance of Pentecost, the Millerites at the Exeter camp meeting, Lazarus leading the procession at the Triumphal Entry, and the one hundred and forty-four thousand in Revelation chapter seven.

Die verzegeling wordt uitgebeeld door Daniël in de leeuwenkuil, de drie waardigen in de vurige oven, Daniël en de drie waardigen die bidden om Nebukadnezars droom van het beeld van de beesten in hoofdstuk twee te verstaan, Daniël die in hoofdstuk negen het gebed van Leviticus zesentwintig bidt, de wijzen die de toename van kennis verstaan, Jozua van wie de zonde wordt weggenomen in Zacharia hoofdstuk drie, Zerubbabel in hoofdstuk vier, Jozef die de tweede heerser in Egypte wordt, de discipelen die zich gedurende tien dagen in de opperzaal bevinden in afwachting van Pinksteren, de Millerieten op de kampbijeenkomst te Exeter, Lazarus die bij de Triomfantelijke Intocht de stoet aanvoert, en de honderd vierenveertigduizend in Openbaring hoofdstuk zeven.

Verse eleven arrived in 2014 at the outset of the Ukrainian war and in July of 2023 the visual test, where God’s people are “made white” began. The fifth line in chapter eleven is verses thirteen through fifteen.

Vers elf kwam in 2014, bij het uitbreken van de Oekraïense oorlog, en in juli 2023 begon de visuele toets, waarin Gods volk „wit gemaakt” wordt. De vijfde regel in hoofdstuk elf omvat de verzen dertien tot en met vijftien.

Fifth Line Overview

Overzicht van de vijfde lijn

For the king of the north shall return, and shall set forth a multitude greater than the former, and shall certainly come after certain years with a great army and with much riches. And in those times there shall many stand up against the king of the south: also the robbers of thy people shall exalt themselves to establish the vision; but they shall fall. So the king of the north shall come, and cast up a mount, and take the most fenced cities: and the arms of the south shall not withstand, neither his chosen people, neither shall there be any strength to withstand. Daniel 11:13–15.

Want de koning van het noorden zal terugkeren en een menigte op de been brengen, groter dan de vorige; en hij zal na verloop van enige jaren stellig komen met een groot leger en met veel rijkdommen. En in die tijden zullen velen opstaan tegen de koning van het zuiden; ook de rovers van uw volk zullen zich verheffen om het gezicht te bevestigen, maar zij zullen vallen. Zo zal de koning van het noorden komen, een wal opwerpen en de sterkst versterkte steden innemen; en de strijdkrachten van het zuiden zullen geen standhouden, noch zijn uitgelezen volk, en er zal geen kracht zijn om stand te houden. Daniël 11:13–15.

These verses were fulfilled in 200 BC and they identify the Battle of Panium, which includes the opposing kings and their alliances, and the verses are also the point in history where pagan Rome first asserted itself into the history of Daniel eleven. The verses include the final rise and fall of the sixth kingdom of Bible prophecy, but also the biblical history of Christ visiting Caesarea Philippi, where Peter locates the sealing of the one hundred and forty-four thousand. This history typifies the sealing of the one hundred and forty-four thousand with the arrival of the third of the three tests of chapter twelve consisting of being “purified, made white and tried.”

Deze verzen werden vervuld in 200 v.Chr. en zij duiden op de Slag bij Panium, met inbegrip van de tegenover elkaar staande koningen en hun bondgenootschappen; tevens vormen de verzen het punt in de geschiedenis waarop het heidense Rome zich voor het eerst deed gelden in de geschiedenis van Daniël elf. De verzen omvatten de laatste opkomst en val van het zesde koninkrijk van de bijbelse profetie, maar ook de bijbelse geschiedenis van Christus’ bezoek aan Caesarea Filippi, waar Petrus de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend lokaliseert. Deze geschiedenis is een voorafbeelding van de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend met de komst van de derde van de drie beproevingen van hoofdstuk twaalf, bestaande in het “gereinigd, wit gemaakt en beproefd” worden.

These three verses lead to verse sixteen where the Sunday law in the United States is represented. When the Exeter camp meeting ended on August 17, 1844 the wise virgins carried the message of the Midnight Cry across the eastern seaboard of the United States in sixty-six days. There is a period when all the virgins awake and one class has no oil, and everything which that identifies. When Simon Barjona’s name was changed to Peter the sealing of the one hundred and forty-four thousand is marked. From that point onward Jesus began to teach the disciples about the events connected with the cross.

Deze drie verzen leiden naar vers zestien, waarin de zondagwet in de Verenigde Staten wordt uitgebeeld. Toen de campmeeting te Exeter op 17 augustus 1844 eindigde, brachten de wijze maagden in zesenzestig dagen de boodschap van de Middernachtsroep over de oostelijke zeekust van de Verenigde Staten. Er is een periode waarin alle maagden ontwaken en één klasse geen olie heeft, met alles wat daardoor wordt aangeduid. Toen Simons Barjona’s naam werd veranderd in Petrus, wordt het verzegelen van de honderdvierenvierenveertigduizend gemarkeerd. Vanaf dat moment begon Jezus de discipelen te onderwijzen over de gebeurtenissen die met het kruis verbonden zijn.

The cross is a symbol of the close of probation and William Miller, who had been typified by John the Baptist, who had in turn been typified by Elijah was raised up to present the “events connected with the close of probation” as did both John the Baptist and Elijah. John said it this way.

Het kruis is een symbool van het einde van de genadetijd, en William Miller, die was voorgesteld door Johannes de Doper, die op zijn beurt was voorgesteld door Elia, werd verwekt om de „gebeurtenissen die samenhangen met het einde van de genadetijd” voor te stellen, zoals zowel Johannes de Doper als Elia deden. Johannes verwoordde het aldus.

But when he saw many of the Pharisees and Sadducees come to his baptism, he said unto them, O generation of vipers, who hath warned you to flee from the wrath to come? Matthew 3:7.

Maar toen hij velen van de Farizeeën en Sadduceeën naar zijn doop zag komen, zei hij tot hen: Adderengebroed, wie heeft u gewaarschuwd te vluchten voor de toekomende toorn? Mattheüs 3:7.

Elijah said it this way.

Elia zei het op deze wijze.

And Ahab made a grove; and Ahab did more to provoke the Lord God of Israel to anger than all the kings of Israel that were before him. In his days did Hiel the Bethelite build Jericho: he laid the foundation thereof in Abiram his firstborn, and set up the gates thereof in his youngest son Segub, according to the word of the Lord, which he spake by Joshua the son of Nun. And Elijah the Tishbite, who was of the inhabitants of Gilead, said unto Ahab, As the Lord God of Israel liveth, before whom I stand, there shall not be dew nor rain these years, but according to my word. 1 Kings 16:33–17:1.

En Achab maakte een gewijd woud; en Achab deed meer om de HEERE, de God van Israël, tot toorn te verwekken dan alle koningen van Israël die vóór hem geweest waren. In zijn dagen bouwde Hiël, de Betheliet, Jericho; op Abiram, zijn eerstgeborene, legde hij daarvan het fundament, en op zijn jongste zoon Segub richtte hij de poorten daarvan op, overeenkomstig het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door Jozua, de zoon van Nun. En Elia, de Tisbiet, van de inwoners van Gilead, zeide tot Achab: Zo waar de HEERE, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw noch regen zijn, tenzij naar mijn woord. 1 Koningen 16:33–17:1.

Speaking of William Miller’s work as a modern reformer Sister White stated:

Sprekend over het werk van William Miller als een hedendaagse hervormer, verklaarde zuster White:

“It was needful that men should be awakened to their danger; that they should be roused to prepare for the solemn events connected with the close of probation.” The Great Controversy, 310.

„Het was noodzakelijk dat de mensen zich bewust werden van hun gevaar; dat zij werden opgewekt om zich voor te bereiden op de plechtige gebeurtenissen die verbonden zijn met het einde van de genadetijd.” The Great Controversy, 310.

The last six verses of Daniel eleven represent the “events connected with the close of probation.” Those events were unsealed at the time of the end in 1989, and they were clearly revealed.

De laatste zes verzen van Daniël elf vertegenwoordigen de „gebeurtenissen die samenhangen met het sluiten van de genadetijd”. Die gebeurtenissen werden ten tijde van het einde in 1989 ontzegeld, en zij werden duidelijk geopenbaard.

“Before His crucifixion the Saviour explained to His disciples that He was to be put to death and to rise again from the tomb, and angels were present to impress His words on minds and hearts. But the disciples were looking for temporal deliverance from the Roman yoke, and they could not tolerate the thought that He in whom all their hopes centered should suffer an ignominious death. The words which they needed to remember were banished from their minds; and when the time of trial came, it found them unprepared. The death of Jesus as fully destroyed their hopes as if He had not forewarned them. So in the prophecies the future is opened before us as plainly as it was opened to the disciples by the words of Christ. The events connected with the close of probation and the work of preparation for the time of trouble, are clearly presented. But multitudes have no more understanding of these important truths than if they had never been revealed. Satan watches to catch away every impression that would make them wise unto salvation, and the time of trouble will find them unready.” The Great Controversy, 595.

„Vóór Zijn kruisiging legde de Heiland Zijn discipelen uit dat Hij ter dood gebracht zou worden en uit het graf zou opstaan, en engelen waren aanwezig om Zijn woorden in verstand en hart te prenten. Maar de discipelen zagen uit naar tijdelijke verlossing van het Romeinse juk, en zij konden de gedachte niet verdragen dat Hij in wie al hun hoop zich concentreerde, een smadelijke dood zou lijden. De woorden die zij zich hadden moeten herinneren, werden uit hun gedachten verbannen; en toen de tijd van beproeving kwam, trof die hen onvoorbereid aan. De dood van Jezus vernietigde hun hoop evenzeer alsof Hij hen niet van tevoren had gewaarschuwd. Zo wordt in de profetieën de toekomst even duidelijk voor ons geopend als zij door de woorden van Christus voor de discipelen werd geopend. De gebeurtenissen die samenhangen met het einde van de genadetijd en het werk van voorbereiding op de tijd der benauwdheid, worden duidelijk uiteengezet. Maar menigten hebben van deze belangrijke waarheden niet meer begrip dan wanneer zij nooit geopenbaard waren. Satan waakt om elke indruk weg te nemen die hen wijs zou maken tot zaligheid, en de tijd der benauwdheid zal hen onvoorbereid aantreffen.” The Great Controversy, 595.

It was at Caesarea Philippi, which is Panium, which is verses thirteen through fifteen that Christ began to teach His disciples about the cross, thus typifying the history of the Exeter camp meeting until October 22, 1844. At the beginning of the reformatory movement of the one hundred and forty-four thousand the “events connected with the close of probation” were unsealed and at the end of the movement of the one hundred and forty-four thousand the “events connected with the close of probation” are unsealed within the hidden history of verse forty.

Het was te Caesarea Filippi, dat Panium is, namelijk in de verzen dertien tot en met vijftien, waar Christus Zijn discipelen begon te onderwijzen aangaande het kruis, en aldus de geschiedenis van de kampbijeenkomst te Exeter tot 22 oktober 1844 voorafschaduwde. Aan het begin van de hervormingsbeweging van de honderd vierenveertigduizend werden de „gebeurtenissen in verband met het sluiten van de genadetijd” ontzegeld, en aan het einde van de beweging van de honderd vierenveertigduizend worden de „gebeurtenissen in verband met het sluiten van de genadetijd” ontzegeld binnen de verborgen geschiedenis van vers veertig.

“Today, in the spirit and power of Elias and of John the Baptist, messengers of God’s appointment are calling the attention of a judgment-bound world to the solemn events soon to take place in connection with the closing hours of probation and the appearance of Christ Jesus as King of kings and Lord of lords.” Prophets and Kings, 715, 716.

„Heden vestigen, in de geest en kracht van Elia en van Johannes de Doper, boodschappers die door God zijn aangesteld de aandacht van een wereld die het oordeel tegemoetgaat op de plechtige gebeurtenissen die weldra zullen plaatsvinden in verband met de laatste uren van de genadetijd en de verschijning van Christus Jezus als Koning der koningen en Heer der heren.” Prophets and Kings, 715, 716.

The “events connected with the close of probation” are the events that are unsealed in the hidden history of verse forty. In Zechariah chapter three the final scenes of the investigative judgment are illustrated. Inspiration combines Zechariah’s testimony with those who are sealed in Ezekiel chapter nine.

De „gebeurtenissen die verband houden met het einde van de genadetijd” zijn de gebeurtenissen die worden onthuld in de verborgen geschiedenis van vers veertig. In Zacharia hoofdstuk drie worden de slottonelen van het onderzoekend oordeel uitgebeeld. De Inspiratie verbindt het getuigenis van Zacharia met hen die in Ezechiël hoofdstuk negen verzegeld worden.

“The people of God are sighing and crying for the abominations done in the land. With tears they warn the wicked of their danger in trampling upon the divine law, and with unutterable sorrow they humble themselves before the Lord on account of their own transgressions. The wicked mock their sorrow, ridicule their solemn appeals, and sneer at what they term their weakness. But the anguish and humiliation of God’s people is unmistakable evidence that they are regaining the strength and nobility of character lost in consequence of sin. It is because they are drawing nearer to Christ, and their eyes are fixed upon His perfect purity, that they so clearly discern the exceeding sinfulness of sin. Their contrition and self-abasement are infinitely more acceptable in the sight of God than is the self-sufficient, haughty spirit of those who see no cause to lament, who scorn the humility of Christ, and who claim perfection while transgressing God’s holy law. Meekness and lowliness of heart are the conditions for strength and victory. The crown of glory awaits those who bow at the foot of the cross. Blessed are these mourners, for they shall be comforted.

„Het volk van God zucht en schreit over de gruwelen die in het land bedreven worden. Met tranen waarschuwen zij de goddelozen voor het gevaar waarin zij verkeren door de goddelijke wet met voeten te treden, en met onuitsprekelijke droefheid verootmoedigen zij zich voor de Heere vanwege hun eigen overtredingen. De goddelozen bespotten hun droefheid, maken hun ernstige oproepen belachelijk en honen wat zij hun zwakheid noemen. Maar de smart en verootmoediging van Gods volk zijn een onmiskenbaar bewijs dat zij de kracht en adel van karakter herwinnen die ten gevolge van de zonde verloren zijn gegaan. Juist omdat zij nader tot Christus komen en hun ogen gevestigd zijn op Zijn volmaakte reinheid, onderscheiden zij zo helder de buitengewone zondigheid van de zonde. Hun berouw en zelfvernedering zijn in Gods oog oneindig veel aannemelijker dan de zelfgenoegzame, hoogmoedige geest van hen die geen reden zien om te klagen, die de nederigheid van Christus verachten en volmaaktheid claimen terwijl zij Gods heilige wet overtreden. Zachtmoedigheid en nederigheid van hart zijn de voorwaarden voor kracht en overwinning. De kroon der heerlijkheid wacht hen die zich neerbuigen aan de voet van het kruis. Zalig zijn deze treurenden, want zij zullen vertroost worden.

“The faithful, praying ones are, as it were, shut in with God. They themselves know not how securely they are shielded. Urged on by Satan, the rulers of this world are seeking to destroy them; but could their eyes be opened, as were the eyes of Elisha’s servant at Dothan, they would see the angels of God encamped about them, by their brightness and glory holding in check the hosts of darkness.

„De getrouwen, de biddenden, zijn als het ware met God ingesloten. Zijzelf weten niet hoe veilig zij beschut zijn. Door Satan voortgedreven zoeken de heersers van deze wereld hen te vernietigen; maar indien hun ogen geopend konden worden, zoals de ogen van Elisa’s knecht te Dothan werden geopend, dan zouden zij de engelen Gods rondom hen gelegerd zien, die door hun glans en heerlijkheid de machten der duisternis in bedwang houden.

As the people of God afflict their souls before Him, pleading for purity of heart, the command is given, ‘Take away the filthy garments’ from them, and the encouraging words are spoken, ‘Behold, I have caused thine iniquity to pass from thee, and I will clothe thee with change of raiment.’ The spotless robe of Christ’s righteousness is placed upon the tried, tempted, yet faithful children of God. The despised remnant are clothed in glorious apparel, nevermore to be defiled by the corruptions of the world. Their names are retained in the Lamb’s book of life, enrolled among the faithful of all ages. They have resisted the wiles of the deceiver; they have not been turned from their loyalty by the dragon’s roar. Now they are eternally secure from the tempter’s devices. Their sins are transferred to the originator of sin. And the remnant are not only pardoned and accepted, but honored. ‘A fair miter’ is set upon their heads. They are to be as kings and priests unto God. While Satan was urging his accusations and seeking to destroy this company, holy angels, unseen, were passing to and fro, placing upon them the seal of the living God. These are they that stand upon Mount Zion with the Lamb, having the Father’s name written in their foreheads. They sing the new song before the throne, that song which no man can learn save the hundred and forty and four thousand, which were redeemed from the earth. ‘These are they which follow the Lamb whithersoever He goeth. These were redeemed from among men, being the first fruits unto God and to the Lamb. And in their mouth was found no guile: for they are without fault before the throne of God.’”

„Terwijl het volk van God zijn zielen voor Hem verootmoedigt en pleit om reinheid van hart, wordt het bevel gegeven: ‘Doe hun de vuile klederen uit’; en de bemoedigende woorden worden gesproken: ‘Zie, Ik heb uw ongerechtigheid van u weggenomen, en Ik zal u feestklederen aantrekken.’ Het smetteloze gewaad van Christus’ gerechtigheid wordt gelegd op de beproefde, verzochte, doch getrouwe kinderen van God. Het verachte overblijfsel wordt bekleed met heerlijke gewaden, om nooit meer verontreinigd te worden door de verdorvenheden van de wereld. Hun namen blijven behouden in het boek des levens van het Lam, opgetekend onder de getrouwen van alle eeuwen. Zij hebben de listen van de verleider weerstaan; zij zijn door het gebrul van de draak niet afgebracht van hun trouw. Nu zijn zij voor eeuwig veilig voor de aanslagen van de verzoeker. Hun zonden worden overgedragen op de veroorzaker van de zonde. En het overblijfsel wordt niet alleen vergeven en aangenomen, maar ook geëerd. ‘Een reine tulband’ wordt op hun hoofden gezet. Zij zullen zijn als koningen en priesters voor God. Terwijl Satan zijn beschuldigingen inbracht en deze schare trachtte te verdelgen, gingen heilige engelen, onzichtbaar, heen en weer, terwijl zij op hen het zegel van de levende God aanbrachten. Dezen zijn het die met het Lam op de berg Sion staan, met de naam van de Vader op hun voorhoofden geschreven. Zij zingen het nieuwe lied voor de troon, dat lied dat niemand kan leren dan de honderd vierenveertigduizend, die van de aarde verlost zijn. ‘Dezen zijn het die het Lam volgen, waar Het ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen, als eerstelingen voor God en het Lam. En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn zonder vlek voor de troon van God.’”

“Now is reached the complete fulfillment of those words of the Angel: ‘Hear now, O Joshua the high priest, thou, and thy fellows that sit before thee: for they are men wondered at: for, behold, I will bring forth My servant the Branch.’ Christ is revealed as the Redeemer and Deliverer of His people. Now indeed are the remnant ‘men wondered at,’ as the tears and humiliation of their pilgrimage give place to joy and honor in the presence of God and the Lamb. ‘In that day shall the branch of the Lord be beautiful and glorious, and the fruit of the earth shall be excellent and comely for them that are escaped of Israel. And it shall come to pass, that he that is left in Zion, and he that remaineth in Jerusalem, shall be called holy, even everyone that is written among the living in Jerusalem.”’ Testimonies, volume 5, 474–476.

„Nu wordt de volledige vervulling bereikt van die woorden van de Engel: ‘Hoor nu, o Jozua, hogepriester, gij en uw metgezellen die vóór u zitten; want zij zijn mannen tot een teken; want zie, Ik zal Mijn Knecht, de Spruit, doen komen.’ Christus wordt geopenbaard als de Verlosser en Bevrijder van Zijn volk. Nu zijn de overgeblevenen inderdaad ‘mannen tot een teken’, daar de tranen en vernedering van hun pelgrimstocht plaatsmaken voor vreugde en eer in de tegenwoordigheid van God en het Lam. ‘Te dien dage zal de Spruit des HEEREN tot sieraad en tot heerlijkheid zijn, en de vrucht des lands tot voortreffelijkheid en tot luister voor hen die van Israël ontkomen zijn. En het zal geschieden, dat wie in Sion is overgebleven en wie in Jeruzalem is gelaten, heilig genoemd zal worden, een ieder die onder de levenden te Jeruzalem opgeschreven is.’” Testimonies, deel 5, 474–476.

The one hundred and forty-four thousand in the book of Revelation are Ezekiel’s group that are “sealed” as they “sigh and cry” for the abominations that are in the land. They are sealed when they are given the garment of Christ’s righteousness and the fair miter which represents Peter’s “kings and priests,” who were not the people of God, but have now become the people of God.

De honderd vierenveertigduizend in het boek Openbaring zijn de groep van Ezechiël die „verzegeld” worden terwijl zij „zuchten en kermen” over de gruwelen die in het land zijn. Zij worden verzegeld wanneer hun het kleed van Christus’ gerechtigheid en de sierlijke tulband wordt gegeven, die de „koningen en priesters” van Petrus vertegenwoordigt, die eens niet het volk van God waren, maar nu het volk van God zijn geworden.

But ye are a chosen generation, a royal priesthood, an holy nation, a peculiar people; that ye should shew forth the praises of him who hath called you out of darkness into his marvellous light: Which in time past were not a people, but are now the people of God: which had not obtained mercy, but now have obtained mercy. Dearly beloved, I beseech you as strangers and pilgrims, abstain from fleshly lusts, which war against the soul; Having your conversation honest among the Gentiles: that, whereas they speak against you as evildoers, they may by your good works, which they shall behold, glorify God in the day of visitation. 1 Peter 2:9–12.

Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden van Hem, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds geen ontferming verkregen hadt, maar nu ontferming verkregen hebt. Geliefden, ik vermaan u als vreemdelingen en bijwoners, dat gij u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke strijd voeren tegen de ziel; en houdt uw wandel eerlijk onder de heidenen, opdat zij, waarin zij kwalijk van u spreken als van kwaaddoeners, uit de goede werken die zij in u opmerken, God verheerlijken mogen in de dag der bezoeking. 1 Petrus 2:9–12.

Now therefore, if ye will obey my voice indeed, and keep my covenant, then ye shall be a peculiar treasure unto me above all people: for all the earth is mine: And ye shall be unto me a kingdom of priests, and an holy nation. These are the words which thou shalt speak unto the children of Israel. Exodus 19:5, 6.

Nu dan, indien gij naarstiglijk naar Mijn stem zult horen en Mijn verbond bewaren, zo zult gij Mij een bijzonder eigendom zijn boven alle volken; want de ganse aarde is de Mijne. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters en een heilig volk zijn. Dit zijn de woorden die gij tot de kinderen Israëls spreken zult. Exodus 19:5, 6.

In the last days of this earth’s history, God’s covenant with his commandment-keeping people is to be renewed. ‘In that day I will make a covenant for them with the beasts of the field, and with the fowls of heaven, and with the creeping things of the ground: and I will break the bow and the sword and the battle out of the earth, and I will make them to lie down safely. And I will betroth thee unto me forever; yea, I will betroth thee unto me in righteousness, and in judgment, and in loving-kindness, and in mercies. I will even betroth thee unto me in faithfulness; and thou shalt know the Lord.’

“In de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde zal Gods verbond met zijn geboden onderhoudende volk worden vernieuwd. ‘Te dien dage zal Ik voor hen een verbond sluiten met de dieren van het veld, met de vogels des hemels en met de kruipende dieren van de aardbodem; en Ik zal boog en zwaard en krijg van de aarde verbreken, en Ik zal hen veilig doen nederliggen. En Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig; ja, Ik zal u Mij tot bruid werven in gerechtigheid en in recht, in goedertierenheid en in barmhartigheden. Ja, Ik zal u Mij tot bruid werven in trouw; en gij zult de Here kennen.’

“‘And it shall come to pass in that day, I will hear, saith the Lord, I will hear the heavens, and they shall hear the earth; and the earth shall hear the corn, and the wine, and the oil; and they shall hear Jezreel. And I will sow her unto me in the earth; and I will have mercy upon her that had not obtained mercy; and I will say to them which were not my people, Thou art my people; and they shall say, Thou art my God.’ Hosea 2:14–23.

“‘En het zal geschieden te dien dage: Ik zal horen, spreekt de HEERE; Ik zal de hemel horen, en die zal de aarde horen; en de aarde zal het koren, de wijn en de olie horen; en die zullen Jizreël horen. En Ik zal haar Mij zaaien in de aarde; en Ik zal Mij ontfermen over haar die geen ontferming verkregen had; en Ik zal tot hen die Mijn volk niet waren, zeggen: Gij zijt Mijn volk; en zij zullen zeggen: Gij zijt mijn God.’ Hosea 2:14–23.”

“‘In that day, . . . the remnant of Israel, and such as are escaped of the house of Jacob, . . . shall stay upon the Lord, the Holy One of Israel, in truth.’ Isaiah 10:20. From ‘every nation, and kindred, and tongue, and people’ there will be those who will gladly respond to the message, ‘Fear God, and give glory to him; for the hour of his judgment is come.’ They will turn from every idol that binds them to this earth, and will ‘worship him at that made heaven, and earth, and the sea, and the fountains of waters.’ They will free themselves from every entanglement, and will stand before the world as monuments of God’s mercy. Obedient to every divine requirement, they will be recognized by angels and by men as those that ‘keep the commandments of God, and the faith of Jesus.’ Revelation 14:6–7, 12.

“‘Te dien dage, ... zal het overblijfsel van Israël en wie van het huis van Jakob ontkomen zijn, ... in waarheid steunen op de HEERE, de Heilige Israëls.’ Jesaja 10:20. Uit ‘alle natie, en geslacht, en taal, en volk’ zullen er zijn die blijmoedig gehoor zullen geven aan de boodschap: ‘Vreest God, en geeft Hem heerlijkheid; want de ure Zijns oordeels is gekomen.’ Zij zullen zich afkeren van iedere afgod die hen aan deze aarde bindt, en zullen ‘Hem aanbidden Die de hemel, en de aarde, en de zee, en de fonteinen der wateren gemaakt heeft.’ Zij zullen zich van iedere verstrikking bevrijden en voor de wereld staan als gedenktekenen van Gods barmhartigheid. Gehoorzaam aan iedere goddelijke eis zullen zij door engelen en door mensen worden erkend als degenen die ‘de geboden van God en het geloof van Jezus bewaren.’ Openbaring 14:6–7, 12.”

“‘Behold, the days come, saith the Lord, that the plowman shall overtake the reaper, and the treader of grapes him that soweth seed; and the mountains shall drop sweet wine, and all the hills shall melt. And I will bring again the captivity of my people of Israel, and they shall build the waste cities, and inhabit them; and they shall plant vineyards, and drink the wine thereof; they shall also make gardens, and eat the fruit of them. And I will plant them upon their land, and they shall no more be pulled up out of their land which I have given them, saith the Lord thy God. Amos 9:13–15.’” Review and Herald, February 26, 1914.

“‘Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat de ploeger de maaier zal inhalen, en de druiventreder hem die zaad zaait; en de bergen zullen druipen van zoete wijn, en al de heuvelen zullen wegsmelten. En Ik zal de gevangenschap van Mijn volk Israël wenden, en zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen; zij zullen wijngaarden planten en de wijn daarvan drinken; ook zullen zij tuinen aanleggen en de vrucht daarvan eten. En Ik zal hen in hun land planten, en zij zullen niet meer uitgerukt worden uit hun land dat Ik hun gegeven heb, spreekt de HEERE, uw God. Amos 9:13–15.’” Review and Herald, 26 februari 1914.

It is evident that from the point when the final chosen generation of the one hundred and forty-four thousand are sealed that there are still Gentiles who can be influenced by the one hundred and forty-four thousand’s life style (conversation) during the day of the Gentile’s visitation.

Het is duidelijk dat vanaf het moment waarop de laatste uitverkoren generatie van de honderdvierenveertigduizend wordt verzegeld, er nog steeds heidenen zijn die tijdens de dag van de bezoeking van de heiden door de levenswandel van de honderdvierenveertigduizend kunnen worden beïnvloed.

“Human power and human might did not establish the church of God, and neither can they destroy it. Not on the rock of human strength, but on Christ Jesus, the Rock of Ages, was the church founded, ‘and the gates of hell shall not prevail against it.’ Matthew 16:18. The presence of God gives stability to His cause. ‘Put not your trust in princes, nor in the son of man,’ is the word that comes to us. Psalm 146:3. ‘In quietness and in confidence shall be your strength.’ Isaiah 30:15. God’s glorious work, founded on the eternal principles of right, will never come to nought. It will go on from strength to strength, ‘not by might, nor by power, but by My Spirit, saith the Lord of hosts.’ Zechariah 4:6.

“Menselijke kracht en menselijk vermogen hebben de gemeente van God niet gevestigd, en evenmin kunnen zij haar vernietigen. Niet op de rots van menselijke sterkte, maar op Christus Jezus, de Rots der eeuwen, is de gemeente gegrondvest, ‘en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.’ Mattheüs 16:18. De tegenwoordigheid van God verleent standvastigheid aan Zijn zaak. ‘Vertrouwt niet op prinsen, noch op des mensen kind,’ is het woord dat tot ons komt. Psalm 146:3. ‘In stilheid en in vertrouwen zal uw sterkte zijn.’ Jesaja 30:15. Gods heerlijk werk, gegrond op de eeuwige beginselen van het recht, zal nooit tenietgaan. Het zal voortgaan van kracht tot kracht, ‘niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE der heirscharen.’ Zacharia 4:6.”

“The promise, ‘The hands of Zerubbabel have laid the foundation of this house; his hands shall also finish it,’ was literally fulfilled. Verse 9. ‘The elders of the Jews builded, and they prospered through the prophesying of Haggai the prophet and Zechariah the son of Iddo. And they builded, and finished it, according to the commandment of the God of Israel, and according to the commandment of Cyrus, and Darius, and Artaxerxes king of Persia. And this house was finished on the third day of the month Adar [the twelfth month], which was in the sixth year of the reign of Darius the king.’ Ezra 6:14, 15.” Prophets and Kings, 595, 596.

“De belofte: ‘De handen van Zerubbabel hebben het fundament van dit huis gelegd; zijn handen zullen het ook voltooien,’ werd letterlijk vervuld. Vers 9. ‘De oudsten der Joden bouwden, en zij hadden voorspoed door de profetie van de profeet Haggai en Zacharia, de zoon van Iddo. En zij bouwden, en voltooiden het, overeenkomstig het bevel van de God van Israël, en overeenkomstig het bevel van Kores, en Darius, en Artaxerxes, koning van Perzië. En dit huis werd voltooid op de derde dag van de maand Adar [de twaalfde maand], in het zesde jaar van de regering van koning Darius.’ Ezra 6:14, 15.” Profeten en Koningen, 595, 596.

Verses thirteen to fifteen represent the prophetic events that lead to the close of probation for Sabbath-keepers at the Sunday law. They also represent the third of three steps in verse ten of Daniel twelve. Verse ten is the “purification,” verses eleven and twelve represent the “made white” and verses thirteen to fifteen represent the litmus test where the Sabbath-keeping virgins are “tried.”

Verzen dertien tot en met vijftien beelden de profetische gebeurtenissen uit die leiden tot het einde van de genadetijd voor sabbatswaarnemers bij de zondagswet. Zij vertegenwoordigen tevens de derde van drie stappen in vers tien van Daniël twaalf. Vers tien is de „reiniging”, de verzen elf en twaalf vertegenwoordigen het „wit gemaakt worden” en de verzen dertien tot en met vijftien vertegenwoordigen de lakmoesproef waarin de sabbatsonderhoudende maagden „beproefd” worden.

The internal message in the book of Daniel is represented by the Ulai River vision of chapters seven through nine and the external message is represented by the Hiddekel River vision of chapters ten through twelve. Chapter twelve is the climax of both the internal and external visions, and it presents the method in which Christ raises up and cleanses the one hundred and forty-four thousand. Verses ten through sixteen represent the hidden history of verse forty from 1989 unto the Sunday law of verse forty-one and sixteen. The verses that fit into the hidden history represent the perfect fulfillment of verse ten of chapter twelve.

De innerlijke boodschap in het boek Daniël wordt voorgesteld door het visioen aan de rivier de Ulai in de hoofdstukken zeven tot en met negen, en de uiterlijke boodschap wordt voorgesteld door het visioen aan de rivier de Hiddekel in de hoofdstukken tien tot en met twaalf. Hoofdstuk twaalf is het hoogtepunt van zowel de innerlijke als de uiterlijke visioenen, en het presenteert de wijze waarop Christus de honderdvierendertigduizend opricht en reinigt. De verzen tien tot en met zestien vertegenwoordigen de verborgen geschiedenis van vers veertig vanaf 1989 tot aan de zondagwet van vers eenenveertig en zestien. De verzen die in de verborgen geschiedenis passen, vertegenwoordigen de volmaakte vervulling van vers tien van hoofdstuk twaalf.

Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. And from the time that the daily sacrifice shall be taken away, and the abomination that maketh desolate set up, there shall be a thousand two hundred and ninety days. Blessed is he that waiteth, and cometh to the thousand three hundred and five and thirty days. Daniel 12:10–12.

Velen zullen gereinigd, witgemaakt en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen van de goddelozen zal het verstaan; maar de wijzen zullen het verstaan. En van de tijd af dat het dagelijks offer zal worden weggenomen en de verwoestende gruwel zal worden opgericht, zullen het duizend tweehonderd en negentig dagen zijn. Zalig is hij die volhardt en komt tot duizend driehonderd vijfendertig dagen. Daniël 12:10–12.

The “wise” who understand verses ten through sixteen and who have been sealed both “intellectually” and “spiritually” are those who understand the external prophetic message represented in the hidden history of verse forty, and they have been “intellectually” settled into that understanding before the Sunday law. The “wise” are those who have been transformed by the internal message represented by Revelation chapter eleven and verse eleven and they have settled into the experience before the Sunday law.

De „wijzen” die de verzen tien tot en met zestien begrijpen en die zowel „intellectueel” als „geestelijk” verzegeld zijn, zijn degenen die de uiterlijke profetische boodschap begrijpen die wordt voorgesteld in de verborgen geschiedenis van vers veertig, en zij zijn vóór de zondagswet „intellectueel” in dat begrip bevestigd. De „wijzen” zijn degenen die door de innerlijke boodschap, voorgesteld door Openbaring hoofdstuk elf en vers elf, zijn veranderd, en zij hebben zich vóór de zondagswet in die ervaring gevestigd.

The “wise” are those who have received the “blessing” associated with “waiting,” marking the one hundred and forty-four thousand as those who fulfill the perfect and final fulfillment of the ten virgins. Revelation eleven verse eleven arrived in July of 2023, thus marking the “time of the end,” when Daniel and Revelation mark with two witnesses that the increase of knowledge which was unsealed in July of 2023 identifies the sealing process of the one hundred and forty-four thousand. Eleven plus eleven equals twenty-two, which is a symbol of the combination of divinity with humanity, and those who pass the three-step purification process that produces the one hundred and forty-four thousand are identified in Daniel twelve, verse twelve providing another signature of Palmoni, for twelve times twelve equals one hundred and forty-four thousand.

De „wijzen” zijn degenen die de „zegening” hebben ontvangen die verbonden is met het „wachten”, waarmee de honderdvierenveertigduizend worden aangeduid als degenen die de volmaakte en uiteindelijke vervulling van de tien maagden realiseren. Openbaring elf vers elf trad in juli 2023 in, en markeerde aldus de „tijd van het einde”, wanneer Daniël en Openbaring met twee getuigen aanduiden dat de vermeerdering van kennis die in juli 2023 werd ontzegeld, het verzegelingsproces van de honderdvierenveertigduizend identificeert. Elf plus elf is tweeëntwintig, wat een symbool is van de vereniging van goddelijkheid met menselijkheid, en degenen die het drievoudige reinigingsproces doorstaan dat de honderdvierenveertigduizend voortbrengt, worden geïdentificeerd in Daniël twaalf, vers twaalf, wat nog een handtekening van Palmoni verschaft, want twaalf maal twaalf is honderdvierenveertigduizend.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.