Daniel eleven verse twenty-four identifies the period which pagan Rome would rule supremely with the word “time.” A “time” represents 360 years in prophetic application, and those years began at the most famous naval battle of ancient history, the battle of Actium in 31 BC. There were other naval battles that were larger and strategically more sophisticated, but Actium was the most iconic naval battle through its association with Marc Antony and Cleopatra. Similar in historical significance to the collapse of the Berlin Wall in fulfillment of Daniel 11:40, and the Twin Towers of 9/11 in fulfillment of Revelation eighteen; for when God chooses the historical events to fulfill His prophetic Word, He does so in a fashion that reaches the attention of the largest possible audience.
Daniël elf vers vierentwintig duidt de periode aan waarin het heidense Rome oppermachtig zou heersen met het woord „tijd”. Een „tijd” vertegenwoordigt in profetische toepassing 360 jaar, en die jaren begonnen bij de beroemdste zeeslag uit de oudheid, de Slag bij Actium in 31 v.Chr. Er zijn andere zeeslagen geweest die groter en strategisch verfijnder waren, maar Actium was de meest iconische zeeslag vanwege haar verbondenheid met Marcus Antonius en Cleopatra. In historische betekenis vergelijkbaar met de val van de Berlijnse Muur ter vervulling van Daniël 11:40, en de Twin Towers van 11 september ter vervulling van Openbaring achttien; want wanneer God de historische gebeurtenissen kiest om Zijn profetische Woord te vervullen, doet Hij dat op een wijze die de aandacht van het grootst mogelijke publiek trekt.
And after the league made with him he shall work deceitfully: for he shall come up, and shall become strong with a small people. He shall enter peaceably even upon the fattest places of the province; and he shall do that which his fathers have not done, nor his fathers’ fathers; he shall scatter among them the prey, and spoil, and riches: yea, and he shall forecast his devices against the strong holds, even for a time. Daniel 11:23, 24.
En na het verbond dat met hem gesloten is, zal hij bedrieglijk handelen; want hij zal optrekken en sterk worden met een klein volk. In vrede zal hij binnentrekken, zelfs in de vruchtbaarste streken van het gewest; en hij zal doen wat zijn vaderen niet gedaan hebben, noch de vaderen van zijn vaderen; hij zal onder hen buit, roof en rijkdommen verstrooien; ja, hij zal zijn plannen beramen tegen de vestingen, maar slechts voor een tijd. Daniël 11:23, 24.
Uriah Smith concludes his observations of the league between Rome and the Maccabees of verse twenty-three by commenting upon the small people of the verse.
Uriah Smith besluit zijn beschouwingen over het verbond tussen Rome en de Makkabeeën van vers drieëntwintig met een opmerking over het kleine volk van het vers.
“At this time the Romans were a small people, and began to work deceitfully, or with cunning, as the word signifies. And from this point they rose by a steady and rapid ascent to the height of power which they afterward attained.
“In deze tijd waren de Romeinen een klein volk en begonnen zij bedrieglijk, of listig, te werk te gaan, zoals het woord aanduidt. En vanaf dit punt stegen zij met een gestadige en snelle opgang tot de hoogte van de macht die zij later bereikten.
“[Verse twenty-four quoted].
„[Vers vierentwintig geciteerd].”
“The usual manner in which nations had, before the days of Rome, entered upon valuable provinces and rich territory, was by war and conquest. Rome was now to do what had not been done by the fathers or the fathers’ fathers; namely, receive these acquisitions through peaceful means. The custom, before unheard of, was now inaugurated, of kings’ leaving by legacy their kingdoms to the Romans. Rome came into possession of large provinces in this manner.
„De gebruikelijke wijze waarop volken zich, vóór de dagen van Rome, van waardevolle gewesten en rijke landstreken meester hadden gemaakt, was door oorlog en verovering. Rome stond nu te doen wat door de vaderen noch door de vaderen hunner vaderen was gedaan; namelijk deze verwervingen langs vreedzame weg te ontvangen. Het tot dan toe ongehoorde gebruik werd nu ingevoerd, dat koningen hun koninkrijken bij testament aan de Romeinen nalieten. Op deze wijze kwam Rome in het bezit van grote provincies.
“And those who thus came under the dominion of Rome derived no small advantage therefrom. They were treated with kindness and leniency. It was like having the prey and spoil distributed among them. They were protected from their enemies, and rested in peace and safety under the aegis of the Roman power.
‘En zij die aldus onder de heerschappij van Rome kwamen, trokken daaruit geen gering voordeel. Zij werden met vriendelijkheid en lankmoedigheid behandeld. Het was alsof de buit en de roof onder hen werden verdeeld. Zij werden tegen hun vijanden beschermd en rustten in vrede en veiligheid onder de bescherming van de Romeinse macht.
“To the latter portion of this verse, Bishop Newton gives the idea of forecasting devices from strongholds, instead of against them. This the Romans did from the strong fortress of their seven-hilled city. ‘Even for a time;’ doubtless a prophetic time, 360 years. From what point are these years to be dated? Probably from the event brought to view in the following verse.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 272, 273.
“Aan het laatste gedeelte van dit vers geeft bisschop Newton de gedachte van het beramen van plannen vanuit vestingen, in plaats van daartegen. Dit deden de Romeinen vanuit de sterke vesting van hun stad op zeven heuvelen. ‘Zelfs voor een tijd;’ ongetwijfeld een profetische tijd, 360 jaren. Vanaf welk punt moeten deze jaren worden gedateerd? Waarschijnlijk vanaf de gebeurtenis die in het volgende vers onder de aandacht wordt gebracht.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 272, 273.
Smith continues and identifies the battle of Actium in 31 BC as the starting point for the three hundred and sixty years. After quoting verse twenty-five Smith states the following.
Smith gaat verder en wijst de slag bij Actium in 31 v.Chr. aan als het beginpunt voor de driehonderdzestig jaar. Na vers vijfentwintig te hebben geciteerd, stelt Smith het volgende.
“By verses 23 and 24 we are brought down this side of the league between the Jews and the Romans, BC 161, to the time when Rome had acquired universal dominion. The verse now before us brings to view a vigorous campaign against the king of the south, Egypt, and the occurrence of a notable battle between great and mighty armies. Did such events as these transpire in the history of Rome about this time? — They did. The war was the war between Egypt and Rome; and the battle was the battle of Actium. Let us take a brief view of the circumstances that led to this conflict.
„Door de verzen 23 en 24 worden wij gebracht aan deze zijde van het verbond tussen de Joden en de Romeinen, 161 v.Chr., tot de tijd waarin Rome de universele heerschappij had verworven. Het vers dat thans voor ons ligt, brengt een krachtige veldtocht tegen de koning van het zuiden, Egypte, in beeld, alsook het plaatsvinden van een opmerkelijke slag tussen grote en machtige legers. Hebben dergelijke gebeurtenissen zich omstreeks deze tijd in de geschiedenis van Rome voorgedaan? — Jazeker. De oorlog was de oorlog tussen Egypte en Rome; en de slag was de slag bij Actium. Laten wij een kort overzicht nemen van de omstandigheden die tot dit conflict hebben geleid.”
“[Marc] Antony, Augustus Caesar, and Lepidus constituted the triumvirate which had sworn to avenge the death of Julius Caesar. This Antony became the brother-in-law of Augustus by marrying his sister, Octavia. Antony was sent into Egypt on government business, but fell a victim to the arts and charms of Cleopatra, Egypt’s dissolute queen. So strong was the passion he conceived for her, that he finally espoused the Egyptian interests, rejected his wife, Octavia, to please Cleopatra, bestowed province after province upon the latter to gratify her avarice, celebrated a triumph at Alexandria instead of Rome, and otherwise so affronted the Roman people that Augustus had no difficulty in leading them to engage heartily in a war against this enemy of their country. This war was ostensibly against Egypt and Cleopatra; but it was really against Antony, who now stood at the head of Egyptian affairs. And the true cause of their controversy was, says Prideaux, that neither of them could be content with only half of the Roman empire; for Lepidus having been deposed from the triumvirate, it now lay between them, and each being determined to possess the whole, they cast the die of war for its possession.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 273.
“[Marcus] Antonius, Augustus Caesar en Lepidus vormden het triumviraat dat gezworen had de dood van Julius Caesar te wreken. Deze Antonius werd de zwager van Augustus door te trouwen met diens zuster Octavia. Antonius werd voor staatszaken naar Egypte gezonden, maar viel ten prooi aan de listen en bekoringen van Cleopatra, de losbandige koningin van Egypte. Zo sterk was de hartstocht die hij voor haar opvatte, dat hij ten slotte de Egyptische belangen omhelsde, zijn vrouw Octavia verwierp om Cleopatra te behagen, de laatste provincie na provincie schonk om haar hebzucht te bevredigen, een triomftocht te Alexandrië in plaats van te Rome vierde, en zich overigens zó beledigend tegenover het Romeinse volk gedroeg dat Augustus geen moeite had hen ertoe te brengen zich van harte in een oorlog tegen deze vijand van hun vaderland te storten. Deze oorlog werd uiterlijk tegen Egypte en Cleopatra gevoerd; maar in werkelijkheid was hij tegen Antonius gericht, die nu aan het hoofd van de Egyptische aangelegenheden stond. En de ware oorzaak van hun geschil was, zegt Prideaux, dat geen van beiden tevreden kon zijn met slechts de helft van het Romeinse rijk; want daar Lepidus uit het triumviraat was afgezet, kwam het nu tussen hen beiden te liggen, en omdat ieder vastbesloten was het geheel te bezitten, wierpen zij de dobbelsteen van de oorlog om het bezit daarvan.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 273.
Prophetically the battle of Actium identifies the Sunday law, for it represented the third conquering of the three geographical obstacles which established pagan Rome’s “universal dominion,” as Smith describes it. As with pagan Rome, it was when the third obstacle of papal Rome was driven from the city of Rome that the “universal dominion” of papal Rome began in 538. Those two witnesses address the Sunday law where and when modern Rome overcomes both the sixth and seventh kingdoms of Bible prophecy, and in doing so, overcomes its third obstacle; thus, establishing “universal dominion” for forty-two symbolic months.
Profetisch duidt de slag bij Actium op de zondagswet, want zij vertegenwoordigde de derde overwinning op de drie geografische hindernissen waardoor, zoals Smith het beschrijft, de „wereldheerschappij” van het heidense Rome werd gevestigd. Zoals bij het heidense Rome, zo was het ook toen de derde hindernis van het pauselijke Rome uit de stad Rome werd verdreven, dat de „wereldheerschappij” van het pauselijke Rome in 538 aanving. Deze twee getuigen wijzen op de zondagswet, waar en wanneer het moderne Rome zowel het zesde als het zevende koninkrijk van de Bijbelse profetie overwint, en daardoor zijn derde hindernis overwint; en aldus gedurende tweeënveertig symbolische maanden de „wereldheerschappij” vestigt.
And there was given unto him a mouth speaking great things and blasphemies; and power was given unto him to continue forty and two months. Revelation 13:5.
En hem werd een mond gegeven die grote dingen en godslasteringen sprak; en hem werd macht gegeven om tweeënveertig maanden voort te gaan. Openbaring 13:5.
Rome Against Egypt
Rome tegen Egypte
The prophetic dynamics of the war of Augustus of Rome, against Egypt and Cleopatra was motivated by the rebellion of Marc Antony, and those prophetic dynamics must of prophetic necessity represent the prophetic dynamics that are represented at the Sunday law.
De profetische dynamiek van de oorlog van Augustus van Rome tegen Egypte en Cleopatra werd ingegeven door de opstand van Marcus Antonius, en die profetische dynamiek moet uit profetische noodzaak de profetische dynamiek vertegenwoordigen die bij de zondagswet wordt voorgesteld.
At Actium Rome conquered Egypt, a power which consisted of an alliance between a rebellious man and an unholy woman. The alliance of Antony and Cleopatra is the combination of church and state. At Actium, Augustine’s Rome conquered a power represented by an unholy combination of church and state.
Bij Actium overwon Rome Egypte, een macht die bestond uit een verbond tussen een opstandige man en een onheilige vrouw. Het verbond van Antonius en Cleopatra is de vereniging van kerk en staat. Bij Actium overwon het Rome van Augustinus een macht die werd voorgesteld door een onheilige vereniging van kerk en staat.
Image of the Beast
Beeld van het Beest
Cleopatra represents a corrupted church aligned with Antony, a symbol of Rome. Cleopatra was the ruler over their relationship, as represented by Uriah Smith, when he stated that Antony “fell a victim to the arts and charms of Cleopatra, Egypt’s dissolute queen.” The alliance of church and state represented by Antony and Cleopatra identified Cleopatra as the power ruling in the relationship; so, the combination of church and state represented by their relationship meets the definition of the image of the beast—which is the combination of church and state with the woman in control of the relationship. Actium typified the soon-coming Sunday law.
Cleopatra vertegenwoordigt een verdorven kerk die verbonden is met Antonius, een symbool van Rome. Cleopatra was de heersende macht in hun verhouding, zoals Uriah Smith dit uitdrukte toen hij verklaarde dat Antonius „ten prooi viel aan de listen en bekoringen van Cleopatra, de losbandige koningin van Egypte.” De verbintenis van kerk en staat, vertegenwoordigd door Antonius en Cleopatra, duidde Cleopatra aan als de macht die in die verhouding regeerde; derhalve voldoet de combinatie van kerk en staat die door hun verhouding wordt voorgesteld aan de definitie van het beeld van het beest — namelijk de combinatie van kerk en staat waarbij de vrouw de verhouding beheerst. Actium was een voorafbeelding van de spoedig komende zondagswet.
Augustus, represents the papal power conquering the United States at the soon-coming Sunday law. Marc Antony is the Republican horn of the earth beast and Cleopatra is the Protestant horn. Antony and Cleopatra come together and speak as a dragon at the soon-coming Sunday law. Both Cleopatra and Antony are symbols of a dragon power, and when they are fully joined together at the Sunday law—they speak as a dragon.
Augustus vertegenwoordigt de pauselijke macht die de Verenigde Staten overwint bij de spoedig komende zondagswet. Marcus Antonius is de Republikeinse hoorn van het beest uit de aarde en Cleopatra is de Protestantse hoorn. Antonius en Cleopatra komen samen en spreken als een draak bij de spoedig komende zondagswet. Zowel Cleopatra als Antonius zijn symbolen van een drakenmacht, en wanneer zij bij de zondagswet volledig met elkaar verenigd zijn, spreken zij als een draak.
Dragons
Draken
Both Greece and Egypt prophetically represent a dragon power, and Antony also represented a dragon power. Egypt was the south in Daniel eleven and Greece was the west. Egypt was taken by Ptolemy I after Alexander’s kingdom divided into four parts. Ptolemy I then became the first prophetic king of the south and Cleopatra was the last Ptolemaic ruler in Egypt. Ptolemy was born in Macedon, the birth place of Alexander the Great.
Zowel Griekenland als Egypte vertegenwoordigen profetisch een drakenmacht, en ook Antonius vertegenwoordigde een drakenmacht. Egypte was het zuiden in Daniël elf en Griekenland was het westen. Egypte werd ingenomen door Ptolemaeus I nadat het rijk van Alexander in vier delen was verdeeld. Ptolemaeus I werd vervolgens de eerste profetische koning van het zuiden en Cleopatra was de laatste Ptolemeïsche heerseres in Egypte. Ptolemaeus werd geboren in Macedonië, de geboorteplaats van Alexander de Grote.
Macedon was in northern Greece, and claimed their ancestral origins were from Greek mythical heroes. The southern Greek city-states considered the Macedonians as more barbaric than the Hellenists of southern Greece. The Macedonians were a monarchy, and the southern city-states (poleis) like Athens, Sparta, Thebes, Corinth, etc., were in southern and central Greece and the Aegean islands. These poleis often had democratic, oligarchic, or mixed governments, while Macedon was a centralized monarchy with a strong royal dynasty (the Argeads). Still, they were all Hellenists, and when Rome came into history, they labelled the Hellenists Greek. Cleopatra was the last Ptolemaic ruler, which represented the northern kingdom’s monarchial tribe of Greeks from the area of Macedon, or northern Greece.
Macedonië lag in Noord-Griekenland en beweerde dat zijn voorouderlijke oorsprong terugging op Griekse mythische helden. De Griekse stadstaten in het zuiden beschouwden de Macedoniërs als barbarser dan de Hellenisten van Zuid-Griekenland. De Macedoniërs hadden een monarchie, en de zuidelijke stadstaten (poleis) zoals Athene, Sparta, Thebe, Korinthe enzovoort, lagen in Zuid- en Midden-Griekenland en op de eilanden in de Egeïsche Zee. Deze poleis hadden vaak democratische, oligarchische of gemengde regeringsvormen, terwijl Macedonië een gecentraliseerde monarchie was met een sterke koninklijke dynastie (de Argeaden). Toch waren zij allen Hellenisten, en toen Rome op het toneel van de geschiedenis verscheen, duidde het de Hellenisten aan als Grieken. Cleopatra was de laatste Ptolemeïsche heerseres, die de monarchale stam van Grieken van het noordelijke koninkrijk vertegenwoordigde, uit het gebied van Macedonië, of Noord-Griekenland.
King of the South
Koning van het Zuiden
Cleopatra was the final ruler of the Ptolemaic kingdom that began with Ptolemy I when Alexander’s kingdom divided into four. At the battle of Actium the Ptolemaic kingdom, the literal king of the south, reached its end. The next king of the south would be spiritual Egypt, represented by atheistic France during the French Revolution history.
Cleopatra was de laatste heerseres van het Ptolemeïsche koninkrijk dat begon met Ptolemaeus I toen het rijk van Alexander in vier delen werd verdeeld. In de slag bij Actium kwam het Ptolemeïsche koninkrijk, de letterlijke koning van het zuiden, tot zijn einde. De volgende koning van het zuiden zou geestelijk Egypte zijn, vertegenwoordigd door het atheïstische Frankrijk tijdens de geschiedenis van de Franse Revolutie.
And their dead bodies shall lie in the street of the great city, which spiritually is called Sodom and Egypt, where also our Lord was crucified. Revelation 11:8.
En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere gekruisigd is. Openbaring 11:8.
Literal Egypt was the literal king of the south as related to the division of Alexander’s kingdom, but spiritual Egypt is represented as the king of the south by the prophetic attributes of Egypt, not a literal direction.
Het letterlijke Egypte was de letterlijke koning van het zuiden in verband met de verdeling van Alexanders koninkrijk, maar het geestelijke Egypte wordt als de koning van het zuiden voorgesteld door de profetische kenmerken van Egypte, niet door een letterlijke windrichting.
South and West
Zuid en West
Cleopatra being the last Ptolemaic ruler of the kingdom was prophetically a twofold power of Greek (west) and Egypt (south), whereas; the next, and then spiritual king of the south would be France, also a twofold power represented in Revelation eleven as Egypt and Sodom. The licentiousness of Sodom aligns with the licentiousness of Cleopatra of the west, and Cleopatra of the south aligns with the atheism of Egypt. The last literal king of the south’s twofold nature aligned with the first spiritual king of the south.
Cleopatra, als de laatste Ptolemeïsche heerser van het koninkrijk, was in profetische zin een tweevoudige macht van Griekenland (het westen) en Egypte (het zuiden), terwijl de volgende, en vervolgens geestelijke koning van het zuiden Frankrijk zou zijn, eveneens een tweevoudige macht, voorgesteld in Openbaring elf als Egypte en Sodom. De losbandigheid van Sodom stemt overeen met de losbandigheid van Cleopatra van het westen, en Cleopatra van het zuiden stemt overeen met het atheïsme van Egypte. De tweevoudige aard van de laatste letterlijke koning van het zuiden stemde overeen met de eerste geestelijke koning van het zuiden.
The battle of Actium was the unholy alliance of Antony’s dragon of Rome and Cleopatra’s dragon of the south and west. Antony and Cleopatra represent a church and a state, so the conquering of Actium by Augustus of Rome, represents a conquering where Rome prevails over an unholy twofold union typifying the image of the beast. Three hundred and sixty years later, in fulfillment of Daniel 11:24, Constantine divided Rome into east and west, leaving the woman of Rome in the west and moving the man of Rome to the east. A conquering of south and west typified the division of east and west after a “time” of three hundred and sixty years, at the battle of Actium. In an earlier encounter Antony was given eastern Rome and Augustus the west, so Actium brought together east and west, but only for a “time.”
De slag bij Actium was het onheilige bondgenootschap van Antonius’ draak van Rome en Cleopatra’s draak van het zuiden en het westen. Antonius en Cleopatra vertegenwoordigen een kerk en een staat; daarom stelt de overwinning op Actium door Augustus van Rome een overwinning voor waarin Rome zegeviert over een onheilige tweevoudige unie die het beeld van het beest typeert. Driehonderdzestig jaar later verdeelde Constantijn, ter vervulling van Daniël 11:24, Rome in oost en west, waarbij hij de vrouw van Rome in het westen achterliet en de man van Rome naar het oosten verplaatste. Een overwinning op het zuiden en het westen was een voorafbeelding van de verdeling in oost en west na een „tijd” van driehonderdzestig jaar, bij de slag bij Actium. In een eerdere confrontatie werd Antonius het oostelijke Rome gegeven en Augustus het westen; zo bracht Actium oost en west samen, maar slechts voor een „tijd”.
31 BC and 330
31 v.Chr. en 330 n.Chr.
Jesus always illustrates the end with the beginning, so the conquering of Actium in 31 BC typifies the division of the empire into east and west in 330. Actium of 31 BC was the alpha of the omega in the 360 years that concluded in 330. Both 31 BC and 330 typify the soon-coming Sunday law as represented in verse sixteen and forty-one of Daniel eleven.
Jezus illustreert altijd het einde met het begin; daarom vormt de overwinning bij Actium in 31 v.Chr. een type van de verdeling van het rijk in oost en west in 330. Actium in 31 v.Chr. was de alfa van de omega in de 360 jaren die in 330 werden voltooid. Zowel 31 v.Chr. als 330 zijn een type van de spoedig komende zondagwet, zoals voorgesteld in vers zestien en eenenveertig van Daniël elf.
Another Symbol
Nog een symbool
Antony of Rome, aligned with Cleopatra of the south and of the west represents a threefold alliance within their twofold union of the image of the beast. The cross also aligns with the Sunday law, and therefore with Actium and 330. At the cross a twofold union of church and state is represented by the Jews (corrupted church) joining with Rome (state) to murder Christ. The third party in the union at the cross is represented by Barabbas, a false Christ, whose name means “son of the father.” Barabbas is symbolically a false prophet when contrasted with Christ as the true prophet. Rome was Antony, and Cleopatra of the south and west represented the Jews and Barabbas.
Antonius van Rome, verbonden met Cleopatra van het zuiden en van het westen, vertegenwoordigt een drievoudige alliantie binnen hun tweevoudige vereniging van het beeld van het beest. Het kruis staat ook in verbinding met de zondagswet, en daarom met Actium en 330. Aan het kruis wordt een tweevoudige vereniging van kerk en staat voorgesteld door de Joden (de verdorven kerk) die zich met Rome (de staat) verenigen om Christus te doden. De derde partij in de vereniging aan het kruis wordt voorgesteld door Barabbas, een valse Christus, wiens naam “zoon van de vader” betekent. Barabbas is symbolisch een valse profeet wanneer hij wordt geplaatst tegenover Christus als de ware Profeet. Rome was Antonius, en Cleopatra van het zuiden en het westen vertegenwoordigde de Joden en Barabbas.
The cross also aligns with Elijah on Mount Carmel where the choice was over who was the true or false prophet. The false prophet then was a twofold symbol consisting of the prophets of Baal and the priests of the grove. Baal is a male deity and the priests of the grove represented Ashtaroth, a female deity. The Jews at the cross were Ashtaroth, the female deity and Barabbas, the counterfeit of the Man of Sorrows, was the male deity Baal.
Het kruis stemt ook overeen met Elia op de berg Karmel, waar de keuze ging over wie de ware of de valse profeet was. De valse profeet was toen een tweevoudig symbool, bestaande uit de profeten van Baäl en de priesters van het bos. Baäl is een mannelijke godheid en de priesters van het bos vertegenwoordigden Astaroth, een vrouwelijke godheid. De Joden bij het kruis waren Astaroth, de vrouwelijke godheid, en Barabbas, de vervalsing van de Man van Smarten, was de mannelijke godheid Baäl.
Cleopatra was both the queen of the south and the queen of the west. Antony was the image of Rome, part of the threefold triumvirate sworn to avenge the assassination of Julius. Julius death by twenty-three wounds represented the papacies deadly wound in 1798, in fulfillment of verse forty of Daniel eleven. Augustine at Actium represents the healing of that deadly wound. The wound is healed when Antony and Cleopatra die. Antony and Cleopatra represent the image of the beast in the United States that is a threefold prophetic entity, consisting of the earth beast and its two horns. Antony is one part and Cleopatra represents the other two parts. Whether it is Antony’s Rome, or Cleopatra’s Egypt and Greece, they die together at the Sunday law when the sixth kingdom of Bible prophecy ends. Prophetically Cleopatra in relation to Antony is the mixture of church craft and statecraft, with the church craft seducing and controlling the statecraft.
Cleopatra was zowel de koningin van het zuiden als de koningin van het westen. Antonius was het beeld van Rome, een deel van het drievoudige triumviraat dat gezworen had de moord op Julius te wreken. De dood van Julius door drieëntwintig wonden vertegenwoordigde de dodelijke wond van het pausdom in 1798, ter vervulling van vers veertig van Daniël elf. Augustus bij Actium vertegenwoordigt de genezing van die dodelijke wond. De wond wordt genezen wanneer Antonius en Cleopatra sterven. Antonius en Cleopatra vertegenwoordigen het beeld van het beest in de Verenigde Staten, dat een drievoudige profetische entiteit is, bestaande uit het aardebeest en zijn twee horens. Antonius is één deel en Cleopatra vertegenwoordigt de andere twee delen. Of het nu het Rome van Antonius is, of het Egypte en Griekenland van Cleopatra, zij sterven samen bij de zondagswet wanneer het zesde koninkrijk van de Bijbelse profetie ten einde komt. Profetisch gezien is Cleopatra in verhouding tot Antonius de vermenging van kerkelijke list en staatsmanskunst, waarbij de kerkelijke list de staatsmanskunst verleidt en beheerst.
The Second Death Typified
De Tweede Dood Uitgebeeld
At another prophetic level Cleopatra’s relation to Julius Caesar and Marc Antony represents two times that the church craft of Cleopatra is in a relationship with the statecraft of the Roman Empire. She was left by Julius in 1798 at her first symbolic death, in fulfillment of verse forty of Daniel eleven; and then she comes to her end with none to help, at Actium in fulfillment of verse forty-five of Daniel eleven. Verse forty is the alpha of her first deadly wound that is to be healed and the omega of verse forty-five is where she receives her second and final death.
Op een ander profetisch niveau vertegenwoordigt Cleopatra’s verhouding tot Julius Caesar en Marcus Antonius twee perioden waarin het kerkelijke vernuft van Cleopatra in een verhouding staat tot het staatskundige vernuft van het Romeinse Rijk. Zij werd door Julius verlaten in 1798, bij haar eerste symbolische dood, ter vervulling van vers veertig van Daniël elf; en vervolgens komt zij aan haar einde, zonder dat iemand haar helpt, bij Actium, ter vervulling van vers vijfenveertig van Daniël elf. Vers veertig is de alfa van haar eerste dodelijke wond, die genezen zal worden, en de omega van vers vijfenveertig is waar zij haar tweede en uiteindelijke dood ontvangt.
As with the four Roman powers of verse sixteen through twenty-two, Cleopatra as a biblical symbol has more than one meaning, based upon the context. Julius left her in 1798 when kingly support was removed, and then her deadly wound is healed at the Sunday law, but the ten kings of Revelation seventeen ultimately destroy her with fire, when she meets her second and final death.
Zoals bij de vier Romeinse machten van vers zestien tot en met tweeëntwintig heeft Cleopatra als bijbels symbool, afhankelijk van de context, meer dan één betekenis. Julius verliet haar in 1798, toen de koninklijke steun werd weggenomen, en vervolgens wordt haar dodelijke wond geheeld bij de zondagswet; maar de tien koningen van Openbaring zeventien vernietigen haar uiteindelijk met vuur, wanneer zij haar tweede en laatste dood ondergaat.
Cleopatra is a symbol of the twofold nature represented by the atheism of Pharoah’s Egypt, and the religious philosophy of Greece. Her twofold nature represents the statecraft of Egypt and the church craft of Greece. Greek religious philosophy is represented by the Greek goddess Athena, who was enshrined as a statue in her temple, called the Parthenon. Athena is the symbol of wisdom, and as a woman she represents a religion of human education, in contrast with Divine education.
Cleopatra is een symbool van de tweevoudige natuur die wordt vertegenwoordigd door het atheïsme van het Egypte van Farao en de religieuze filosofie van Griekenland. Haar tweevoudige natuur vertegenwoordigt de staatskunde van Egypte en de kerkelijke kunde van Griekenland. De Griekse religieuze filosofie wordt vertegenwoordigd door de Griekse godin Athena, die als een standbeeld was opgericht in haar tempel, het Parthenon geheten. Athena is het symbool van wijsheid, en als vrouw vertegenwoordigt zij een religie van menselijke opvoeding, in tegenstelling tot goddelijke opvoeding.
The two horns of the United States are Republicanism and Protestantism, which were typified in France by Egypt and Sodom. Egypt is statecraft and Sodom is church craft; thus, Republicanism aligns with Egypt and Protestantism with Sodom. Republicanism is Egypt and Protestantism is Sodom and Greece. The symbol of human education is the Greek goddess Athena, whose temple was the Parthenon that finds its modern twin in Nashville, Tennessee’s Parthenon temple. The symbol of the corrupt church that aligns with the Republican horn in the United States at the Sunday law is represented as Cleopatra, Ashtaroth, Salome and Sodom.
De twee horens van de Verenigde Staten zijn het republicanisme en het protestantisme, die in Frankrijk werden voorgesteld door Egypte en Sodom. Egypte is staatskunde en Sodom is kerkkunde; aldus stemt het republicanisme overeen met Egypte en het protestantisme met Sodom. Het republicanisme is Egypte en het protestantisme is Sodom en Griekenland. Het symbool van menselijke opvoeding is de Griekse godin Athena, wier tempel het Parthenon was, dat zijn moderne tegenhanger vindt in de Parthenontempel in Nashville, Tennessee. Het symbool van de verdorven kerk die zich in de Verenigde Staten ten tijde van de zondagswet met de republikeinse horen verenigt, wordt voorgesteld als Cleopatra, Astarte, Salome en Sodom.
Cleopatra portrays the atheism of Pharoah and the religion of the Greeks. The religion that accompanies the philosophy of atheism is the worship of Greek education. Jesus always illustrates the end with the beginning and the tree in the garden that was forbidden to eat was the tree of the knowledge of good and evil, typifying the religion of Greek philosophy that Sister White calls, “higher education.” It identifies and emphasizes Cleopatra’s Greek religion of wisdom as the corrupted and counterfeit of true education in the great controversy between Christ and Satan.
Cleopatra beeldt het atheïsme van Farao en de godsdienst van de Grieken uit. De godsdienst die de filosofie van het atheïsme vergezelt, is de verering van Griekse opvoeding. Jezus illustreert altijd het einde met het begin, en de boom in de hof waarvan men niet mocht eten, was de boom van de kennis van goed en kwaad, een type van de godsdienst van de Griekse filosofie die Zuster White „hogere opvoeding” noemt. Dit duidt Cleopatra’s Griekse godsdienst van wijsheid aan en beklemtoont die als de verdorven en vervalste tegenhanger van ware opvoeding in de grote strijd tussen Christus en Satan.
Nashville, Tennessee is called the “Athens of the south,” and Cleopatra was the last literal queen of the south. The last queen of the south typified the next and first spiritual king of the south, fulfilled by atheistic France. Atheistic France typifies the United States, where in Nashville, Tennessee, “Athens of the south” the Parthenon temple for the goddess Athena is symbolically represented. The temple is located at 2500 West End in Nashville. The number twenty-five represents the closed door of Matthew twenty-five’s three parables. Cleopatra as both the queen of the “south” and “west” comes to her “end” in Athens of the south.
Nashville, Tennessee, wordt het „Athene van het zuiden” genoemd, en Cleopatra was de laatste letterlijke koningin van het zuiden. De laatste koningin van het zuiden was een type van de volgende en eerste geestelijke koning van het zuiden, vervuld door het atheïstische Frankrijk. Het atheïstische Frankrijk is een type van de Verenigde Staten, waar in Nashville, Tennessee, „Athene van het zuiden”, de Parthenontempel voor de godin Athena symbolisch wordt voorgesteld. De tempel bevindt zich aan 2500 West End in Nashville. Het getal vijfentwintig vertegenwoordigt de gesloten deur van de drie gelijkenissen van Mattheüs vijfentwintig. Cleopatra komt, als zowel de koningin van het „zuiden” als van het „westen”, tot haar „einde” in Athene van het zuiden.
With these considerations of Actium, Cleopatra, Augustus and Antony we return to verse twenty-four through verse thirty of Daniel eleven. Perhaps, the vaguest part of the passage is when they speak lies at one table.
Met deze beschouwingen over Actium, Cleopatra, Augustus en Antonius keren wij terug naar vers vierentwintig tot vers dertig van Daniël elf. Wellicht is het meest vage gedeelte van de passage dat zij leugens spreken aan één tafel.
And both these kings’ hearts shall be to do mischief, and they shall speak lies at one table; but it shall not prosper: for yet the end shall be at the time appointed. Daniel 11:27.
En het hart van deze beide koningen zal zijn om kwaad te doen, en aan één tafel zullen zij leugens spreken; maar het zal niet voorspoedig zijn, want het einde zal nog zijn op de vastgestelde tijd. Daniël 11:27.
The time appointed in the verse is 330, the end of the “time” of verse twenty-four. The time appointed represents the Sunday law for the United States and it also represents the close of human probation for the world. Before the Sunday law the two kings, whose hearts were to do mischief will speak lies to one another at one table. Before the Sunday law of verses sixteen and forty-one of Daniel eleven, two kings will speak lies at one table, but their lies do not prosper. Who are the two kings that speak lies to one another? Before we answer that thought, I will remind us of some symbolism we have previously addressed in this series.
De in het vers vastgestelde tijd is 330, het einde van de „tijd” van vers vierentwintig. De vastgestelde tijd stelt de zondagswet voor de Verenigde Staten voor, en zij stelt tevens de sluiting van de menselijke genadetijd voor de wereld voor. Vóór de zondagswet zullen de twee koningen, wier harten erop gericht waren kwaad te doen, elkaar leugens spreken aan één tafel. Vóór de zondagswet van de verzen zestien en eenenveertig van Daniël elf zullen twee koningen aan één tafel leugens spreken, maar hun leugens hebben geen voorspoed. Wie zijn de twee koningen die elkaar leugens spreken? Voordat wij die gedachte beantwoorden, wil ik ons herinneren aan enige symboliek die wij eerder in deze serie hebben behandeld.
The four Roman rulers represent a variety of prophetic symbols depending on what context they are considered. Though Roman rulers, as a symbol they essentially represent the prophetic history of ancient Judah as they transitioned from the Seleucid domination into the domination of the Romans.
De vier Romeinse heersers vertegenwoordigen, afhankelijk van de context waarin zij worden beschouwd, een verscheidenheid aan profetische symbolen. Hoewel het Romeinse heersers zijn, vertegenwoordigen zij als symbool in wezen de profetische geschiedenis van het oude Juda gedurende de overgang van de Seleucidische overheersing naar de overheersing van de Romeinen.
Pompey was a general and the next three Roman rulers were all Caesars. Julius in relation to Augustus represented two threefold unions with the two triumvirates, the first unofficial, the second official. All four rulers represent the Sunday law in certain contexts. Pompey conquered the glorious land, Julius, represented by twenty-three stab wounds is the first angel, for he is the first Caesar, and he typifies the third angel, which was Tiberias. Tiberias at the cross, which is the Sunday law is also represented by twenty-three, for twenty-three represents the at-one-ment; and the cross is a most essential part of the work of Christ in combining His Divinity with our humanity. So, Julius and Tiberias are the first and third message, represented by twenty-three.
Pompejus was een generaal en de volgende drie Romeinse heersers waren allen Caesars. Julius vertegenwoordigde, in verhouding tot Augustus, twee drievoudige verbonden met de twee triumviraten, het eerste onofficieel, het tweede officieel. Alle vier de heersers vertegenwoordigen in bepaalde contexten de zondagswet. Pompejus veroverde het heerlijke land; Julius, vertegenwoordigd door drieëntwintig steekwonden, is de eerste engel, want hij is de eerste Caesar, en hij is een voorafbeelding van de derde engel, die Tiberias was. Tiberias bij het kruis, dat de zondagswet is, wordt eveneens vertegenwoordigd door drieëntwintig, want drieëntwintig vertegenwoordigt de verzoening; en het kruis is een uiterst wezenlijk deel van het werk van Christus in het verenigen van Zijn goddelijkheid met onze menselijkheid. Zo zijn Julius en Tiberias de eerste en de derde boodschap, vertegenwoordigd door drieëntwintig.
Julius was not the romantic figure he is often portrayed as in Hollywood lore; he was a ruthless man bent on power. Tiberias was worse than Julius, for his vileness is even addressed in the verse, for the last letter of the Hebrew alphabet is twenty-two and the first letter is one. The alpha is smaller than the omega and Tiberias’ vileness is located in verse twenty-two, which is the last letter of the Hebrew alphabet, and in between the two vile persons represented by Julius and Tiberias was Augustus. Augustus represents the height of the glory of Rome’s power and prestige. As the opposite of the first and third message he is represented by the letter thirteen, which is a symbol of rebellion. Augustus secured his kingdom by subduing the rebellion of Antony and Cleopatra, the most famous rebellion of Rome’s history.
Julius was niet de romantische figuur waarvoor hij in de overlevering van Hollywood vaak wordt gehouden; hij was een meedogenloze man, beheerst door machtszucht. Tiberias was erger dan Julius, want zijn verdorvenheid wordt zelfs in het vers aangeduid, want de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet is tweeëntwintig en de eerste letter is één. De alfa is kleiner dan de omega en Tiberias’ verdorvenheid bevindt zich in vers tweeëntwintig, dat overeenkomt met de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet, en tussen de twee verachtelijke personen, vertegenwoordigd door Julius en Tiberias, bevond zich Augustus. Augustus vertegenwoordigt het hoogtepunt van de heerlijkheid van de macht en het prestige van Rome. Als tegenbeeld van de eerste en derde boodschap wordt hij voorgesteld door de letter dertien, die een symbool van opstand is. Augustus stelde zijn koninkrijk veilig door de opstand van Antonius en Cleopatra, de beroemdste opstand uit de geschiedenis van Rome, te onderwerpen.
Augustus is the Roman power who conquered the third obstacle and in doing so he represented the Sunday law, and the Roman power who reigns during the forty-two symbolic months of Revelation thirteen’s chapter of rebellion. When placed before the Sunday law Pompey is both 1798 and 1989, making Pompey a symbol of Antiochus Magnus ending the fourth Syrian War from 219 unto 217 BC, in fulfillment of verse ten of chapter eleven. Julius Caesar is then aligned with verses eleven and twelve and the battle of the borderline, the battle of Raphia in 217 BC. There Julius is also Antiochus Magnus, and Augustus Caesar is also Antiochus Magnus in verse fifteen’s battle of Panium. Then in verse sixteen Tiberias is the Sunday law, but he is not Antiochus Magnus, for there he is Pompey, for Jesus always illustrates the end with the beginning. The verse marks the end of the Seleucid Empire typifying the end of the United States as the sixth kingdom of Bible prophecy.
Augustus is de Romeinse macht die het derde obstakel overwon, en daarmee vertegenwoordigde hij de zondagswet, en de Romeinse macht die regeert gedurende de tweeënveertig symbolische maanden van het opstandshoofdstuk van Openbaring dertien. Wanneer Pompejus vóór de zondagswet wordt geplaatst, is hij zowel 1798 als 1989, waardoor Pompejus een symbool wordt van Antiochus Magnus die de vierde Syrische Oorlog van 219 tot 217 v.Chr. beëindigt, ter vervulling van vers tien van hoofdstuk elf. Julius Caesar wordt vervolgens in verband gebracht met de verzen elf en twaalf en de grensslag, de slag bij Raphia in 217 v.Chr. Daar is Julius eveneens Antiochus Magnus, en Augustus Caesar is eveneens Antiochus Magnus in de slag van vers vijftien, de slag bij Panium. Vervolgens is in vers zestien Tiberias de zondagswet, maar hij is daar niet Antiochus Magnus, want daar is hij Pompejus, want Jezus illustreert altijd het einde met het begin. Het vers markeert het einde van het Seleucidische Rijk, dat het einde uitbeeldt van de Verenigde Staten als het zesde koninkrijk van de Bijbelse profetie.
There are more alignments to be made of the four Roman rulers, and the line represents the hidden history of verse forty. The Maccabean line of verse twenty-three also illustrates the hidden history of verse forty. Then in verses twenty-four, the story of pagan Imperial Rome is represented by a time—three hundred and sixty years. The line of Roman history represented from verse twenty-four through to verse thirty is also an illustration of the hidden history of verse forty. It ends in verse thirty-one when the subject changes from pagan to papal Rome. Pagan Rome is still in the verse, but there it is not represented as the fourth kingdom of Bible prophecy, but as the political power that placed the papacy on the throne in 538. In 538 the papacy passed a Sunday law, so verse thirty-one is aligning with verses sixteen and forty-one. Verse twenty-four introduced the battle of Actium and the history associated with the line.
Er moeten nog meer overeenkomsten worden vastgesteld met betrekking tot de vier Romeinse heersers, en de lijn stelt de verborgen geschiedenis van vers veertig voor. De Makkabese lijn van vers drieëntwintig illustreert eveneens de verborgen geschiedenis van vers veertig. Vervolgens wordt in de verzen vierentwintig de geschiedenis van het heidense keizerlijke Rome voorgesteld door een tijdsduur — driehonderdzestig jaar. De lijn van de Romeinse geschiedenis die van vers vierentwintig tot en met vers dertig wordt voorgesteld, is eveneens een illustratie van de verborgen geschiedenis van vers veertig. Zij eindigt in vers eenendertig, wanneer het onderwerp verandert van heidens naar pauselijk Rome. Heidens Rome bevindt zich nog steeds in het vers, maar daar wordt het niet voorgesteld als het vierde koninkrijk van de Bijbelse profetie, maar als de politieke macht die het pausdom in 538 op de troon plaatste. In 538 vaardigde het pausdom een zondagwet uit, zodat vers eenendertig in overeenstemming is met de verzen zestien en eenenveertig. Vers vierentwintig introduceerde de slag bij Actium en de geschiedenis die met de lijn verbonden is.
Verse twenty-four is identifying when pagan Rome began to rule supremely for three hundred and sixty years, and then in verse thirty-one papal Rome begins to rule supremely for twelve hundred and sixty-years. The beginning and ending of the line bear the signature of Christ, the Alpha and Omega. In the verses we have the history of Marc Antony, Cleopatra and Augustus Caesar. In verse sixteen pagan Rome conquered the Seleucid Empire in 65 BC, and then Judah in 63 BC. The third obstacle of Actium in 31 BC identified the end of the kingdom of Egypt, as typified by the first obstacles of the Seleucid’s in 65 BC. Once again, we find the signature of the First and the Last. 65 BC was the first of three obstacles and it represented the conquering of the king of the north and 31 BC represented the third of three obstacles and it represented the conquering of the king of the south. Judah, as the middle obstacle of the three obstacles, was having a civil war within the walls of Jerusalem when Pompey arrived in 63 BC. The second obstacle is a symbol of rebellion.
Vers vierentwintig duidt aan wanneer het heidense Rome gedurende driehonderdzestig jaar oppermachtig begon te regeren, en vervolgens begint in vers eenendertig het pauselijke Rome gedurende twaalfhonderdzestig jaar oppermachtig te regeren. Het begin en het einde van de lijn dragen de handtekening van Christus, de Alfa en Omega. In de verzen hebben wij de geschiedenis van Marcus Antonius, Cleopatra en keizer Augustus. In vers zestien veroverde het heidense Rome in 65 v.Chr. het Seleucidische Rijk, en daarna Juda in 63 v.Chr. De derde hindernis van Actium in 31 v.Chr. duidde het einde van het koninkrijk Egypte aan, zoals getypeerd door de eerste hindernissen van de Seleuciden in 65 v.Chr. Opnieuw vinden wij de handtekening van de Eerste en de Laatste. 65 v.Chr. was de eerste van drie hindernissen en vertegenwoordigde de verovering van de koning van het noorden, en 31 v.Chr. vertegenwoordigde de derde van drie hindernissen en vertegenwoordigde de verovering van de koning van het zuiden. Juda, als de middelste hindernis van de drie hindernissen, verkeerde in een burgeroorlog binnen de muren van Jeruzalem toen Pompejus in 63 v.Chr. arriveerde. De tweede hindernis is een symbool van opstand.
In 538, the third obstacle for papal Rome was driven out of the City of Rome. That obstacle was the Goths, and there the fifth kingdom of Bible prophecy began; right where the fourth kingdom ended. And just as the fourth kingdom began at its third obstacle, the kingdom of Egypt was defeated, as had been typified in the first obstacle of the Seleucid kingdom. This identifies that the prophetic testimony found in verses twenty-four through to verse thirty, represent a line that is also to be located in the hidden history of verse forty. For this reason, it is essential to consider the various prophetic relationships that are represented by Marc Antony, Cleopatra, Julius Caesar, Pompey and Augustus Caesar.
In 538 werd het derde obstakel voor het pauselijke Rome uit de stad Rome verdreven. Dat obstakel waren de Goten, en daar begon het vijfde koninkrijk van de Bijbelse profetie; precies waar het vierde koninkrijk eindigde. En evenals het vierde koninkrijk begon bij zijn derde obstakel, werd het koninkrijk Egypte verslagen, zoals was getypeerd in het eerste obstakel van het Seleucidische koninkrijk. Dit identificeert dat het profetische getuigenis dat in de verzen vierentwintig tot en met dertig wordt aangetroffen, een lijn vertegenwoordigt die ook in de verborgen geschiedenis van vers veertig moet worden geplaatst. Om deze reden is het essentieel de verschillende profetische betrekkingen te beschouwen die worden voorgesteld door Marcus Antonius, Cleopatra, Julius Caesar, Pompeius en Augustus Caesar.
So is the vaguest part of the passage of verse twenty-four unto thirty, when they speak lies at one table?
Zo is dan het meest vage gedeelte van de passage van vers vierentwintig tot en met dertig, wanneer zij leugens spreken aan één tafel?
And both these kings’ hearts shall be to do mischief, and they shall speak lies at one table; but it shall not prosper: for yet the end shall be at the time appointed. Daniel 11:27.
En het hart van deze beide koningen zal zijn om kwaad te doen, en aan één tafel zullen zij leugen spreken; maar het zal niet gelukken, want het einde zal nog zijn op de vastgestelde tijd. Daniël 11:27.
Uriah Smith identifies the two kings as Marc Antony and Augustus Caesar.
Uriah Smith identificeert de twee koningen als Marcus Antonius en keizer Augustus.
“Verse twenty-seven quoted
„Vers zevenentwintig geciteerd“
“Antony and Caesar were formerly in alliance. Yet under the garb of friendship they were both aspiring and intriguing for universal dominion. Their protestations of deference to, and friendship for, each other, were the utterances of hypocrites. They spoke lies at one table. Octavia, the wife of Antony and sister of Caesar, declared to the people of Rome at the time Antony divorced her, that she had consented to marry him solely with the hope that it would prove a pledge of union between Caesar and Antony. But that counsel did not prosper. The rupture came; and in the conflict that ensued, Caesar came off entirely victorious.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 276.
‘Antonius en Caesar waren voorheen bondgenoten. Toch streefden en intrigeerden zij beiden, onder het mom van vriendschap, naar de heerschappij over de gehele wereld. Hun betuigingen van achting voor en vriendschap jegens elkaar waren de uitingen van huichelaars. Zij spraken leugens aan één tafel. Octavia, de vrouw van Antonius en zuster van Caesar, verklaarde tegenover het volk van Rome, toen Antonius van haar scheidde, dat zij er slechts in had toegestemd met hem te trouwen in de hoop dat dit een pand van eenheid tussen Caesar en Antonius zou blijken te zijn. Maar die raad slaagde niet. De breuk kwam; en in het conflict dat daarop volgde, kwam Caesar volkomen als overwinnaar uit de strijd.’ Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 276.
When Octavia identified that her marriage to Antony was as a pledge of union, it identified the marital alliance which had been typified earlier in chapter eleven with the Hellenistic-era marriage of Berenice to the Seleucid king Antiochus II Theos around 252 BC. Berenice was the daughter of Ptolemy II Philadelphus. Octavia and Berenice represent diplomatic marriages or prophetically, treaties. Verses five through ten identify the history of the diplomatic marriage between the southern and northern kingdoms, and when Marc Antony and Octavian, later known as Augustus Caesar, arranged the marriage, they also divided the kingdom into east and west.
Toen Octavia vastlegde dat haar huwelijk met Antonius als een onderpand van vereniging diende, duidde dit op de huwelijksalliantie die eerder in hoofdstuk elf was getypeerd door het huwelijk uit het Hellenistische tijdperk van Berenice met de Seleucidische koning Antiochus II Theos omstreeks 252 v.Chr. Berenice was de dochter van Ptolemaeus II Philadelphus. Octavia en Berenice vertegenwoordigen diplomatieke huwelijken of, profetisch gesproken, verdragen. Verzen vijf tot en met tien duiden de geschiedenis aan van het diplomatieke huwelijk tussen de zuidelijke en noordelijke koninkrijken, en toen Marcus Antonius en Octavianus, later bekend als Augustus Caesar, het huwelijk regelden, verdeelden zij het koninkrijk tevens in oost en west.
The Pact of Brundisium (40 BC) was a negotiated settlement between Marc Antony and Octavian (later Augustus) to resolve tensions in the Second Triumvirate after near-civil war. It involved dividing Roman territories (Antony east, Octavian west) and was sealed by Antony’s marriage to Octavia (Octavian’s sister). In 39 BC the original five-year Triumvirate term expired, Antony sailed to Italy with 300+ ships that were initially denied to land at Brundisium, so they ultimately docked at Tarentum. Octavian met him there after prolonged mediations produced by an unwillingness of Antony’s army to fight with Octavian’s army and vise versa. Octavia played a key mediating role, persuading Antony to support Octavian against Sextus Pompey. They renewed the Triumvirate for another five years (to 32 BC), with Antony providing Octavian 120 ships in exchange for promised troops (which Octavian later withheld).
Het Pact van Brundisium (40 v.Chr.) was een door onderhandelingen tot stand gekomen regeling tussen Marcus Antonius en Octavianus (later Augustus) om de spanningen binnen het Tweede Triumviraat na een bijna-burgeroorlog op te lossen. Zij behelsde de verdeling van de Romeinse gebieden (Antonius het oosten, Octavianus het westen) en werd bezegeld door het huwelijk van Antonius met Octavia (de zuster van Octavianus). In 39 v.Chr. liep de oorspronkelijke ambtstermijn van vijf jaar van het Triumviraat af; Antonius zeilde met meer dan 300 schepen naar Italië, die aanvankelijk geen toestemming kregen om bij Brundisium aan land te gaan, zodat zij uiteindelijk bij Tarentum aanlegden. Octavianus ontmoette hem daar nadat langdurige bemiddelingen tot stand waren gekomen door de onwil van het leger van Antonius om met het leger van Octavianus te vechten en omgekeerd. Octavia speelde een belangrijke bemiddelende rol door Antonius ertoe te bewegen Octavianus tegen Sextus Pompeius te steunen. Zij vernieuwden het Triumviraat voor nog eens vijf jaar (tot 32 v.Chr.), waarbij Antonius Octavianus 120 schepen verschafte in ruil voor toegezegde troepen (die Octavianus later achterhield).
In 32 BC there was an open break between the two antagonists. Relations had deteriorated through propaganda, Antony’s eastern focus (with Cleopatra), and Octavian’s consolidation in the west. Octavian rejected later conference proposals from Antony before Actium.
In 32 v.Chr. kwam het tot een openlijke breuk tussen de twee antagonisten. De betrekkingen waren verslechterd door propaganda, Antonius’ oostelijke gerichtheid (met Cleopatra), en Octavianus’ consolidatie in het westen. Octavianus verwierp latere voorstellen van Antonius voor een conferentie vóór Actium.
In the diplomatic marriage with the king of the north (Antiochus) and the king of the south (Ptolemy), it was the southern king that supplied the bride, with the diplomatic marriage of Antony (the east) and Octavian (the west); the bride was supplied by the west. Both diplomatic marriages failed and the supplier of the daughter or sister was ultimately victorious over the power who broke the treaty.
Bij het diplomatieke huwelijk met de koning van het noorden (Antiochus) en de koning van het zuiden (Ptolemaeus) was het de zuidelijke koning die de bruid leverde; bij het diplomatieke huwelijk van Antonius (het oosten) en Octavianus (het westen) werd de bruid door het westen geleverd. Beide diplomatieke huwelijken mislukten, en de leverancier van de dochter of zuster behaalde uiteindelijk de overwinning op de macht die het verdrag verbrak.
The Testimony of Three
Het Getuigenis van Drie
At the end of the Seleucid Empire there was a third treaty where lies were spoke at one table. This occurred in the context of the Fifth Syrian War (202–195 BC), when Antiochus III Magnus exploited the weakness of the Ptolemaic Kingdom after Ptolemy IV Philopator’s death in 204 BC. Ptolemy V Epiphanes (Ptolemy V) ascended the throne as a child (around age 5–6), leaving Egypt under regents and vulnerable to internal chaos, native revolts, and external threats.
Aan het einde van het Seleucidische Rijk was er een derde verdrag waarbij aan één tafel leugens werden gesproken. Dit vond plaats in de context van de Vijfde Syrische Oorlog (202–195 v.Chr.), toen Antiochus III Magnus de zwakte van het Ptolemeïsche Koninkrijk uitbuitte na de dood van Ptolemaeus IV Philopator in 204 v.Chr. Ptolemaeus V Epiphanes (Ptolemaeus V) besteeg als kind (ongeveer 5–6 jaar oud) de troon, waardoor Egypte onder regenten kwam te staan en kwetsbaar werd voor interne chaos, inheemse opstanden en externe bedreigingen.
Antiochus Magnus had already invaded and seized much of the Ptolemaic territories in Coele-Syria, Palestine, and Asia Minor after victories like the Battle of Panium (200 BC). Rather than fully conquering Egypt (which risked Roman intervention, as Rome was pressuring him to stay out of certain areas), he pursued a diplomatic marriage alliance as a “protector” figure. In 197/195 BC, as part of the peace treaty ending the war, Antiochus Magnus betrothed and then married his young daughter Cleopatra I Syra (also called Cleopatra Syra) to the child Ptolemy V (the marriage took place in 193 BC at Raphia; Ptolemy was 16, Cleopatra 10).
Antiochus Magnus was na overwinningen zoals de Slag bij Panium (200 v.Chr.) reeds binnengevallen en had zich meester gemaakt van een groot deel van de Ptolemaeïsche gebieden in Coele-Syrië, Palestina en Klein-Azië. In plaats van Egypte volledig te veroveren (wat Romeins ingrijpen dreigde uit te lokken, aangezien Rome hem onder druk zette zich uit bepaalde gebieden terug te houden), streefde hij een diplomatiek huwelijksverbond na in de hoedanigheid van een „beschermer”. In 197/195 v.Chr. verloofde Antiochus Magnus, als onderdeel van het vredesverdrag dat een einde maakte aan de oorlog, zijn jonge dochter Cleopatra I Syra (ook wel Cleopatra Syra genoemd) met, en huwde haar vervolgens uit aan, het kind Ptolemaeus V (het huwelijk vond plaats in 193 v.Chr. te Raphia; Ptolemaeus was 16 jaar oud, Cleopatra 10).
This was framed as a generous gesture: Antiochus positioned himself as an ally and “protector” of the young king, securing peace while retaining gains in Asia. The marriage gave him indirect influence over Egypt through his daughter (he hoped she would remain loyal to her Seleucid roots and act as a pro-Syrian voice in the Ptolemaic court). The ploy backfired for Cleopatra sided with her husband and Egypt, not her father, undermining Antiochus’s long-term control. This mirrors the Pact of Brundisium (40 BC) and related to Roman events in several ways.
Dit werd voorgesteld als een edelmoedig gebaar: Antiochus presenteerde zich als bondgenoot en „beschermer” van de jonge koning, waarbij hij de vrede veiligstelde terwijl hij zijn verworvenheden in Azië behield. Het huwelijk verschafte hem indirecte invloed over Egypte via zijn dochter (hij hoopte dat zij trouw zou blijven aan haar Seleucidische wortels en als een pro-Syrische stem aan het Ptolemaeïsche hof zou optreden). De list keerde zich echter tegen hem, want Cleopatra koos de zijde van haar echtgenoot en van Egypte, niet die van haar vader, en ondermijnde zo Antiochus’ langetermijnheerschappij. Dit weerspiegelt het Pact van Brundisium (40 v.Chr.) en hield op verschillende wijzen verband met Romeinse gebeurtenissen.
Just as Antony married Octavia (sister of Octavian) to bind rival powers after near-war, Antiochus used his daughter’s marriage to Ptolemy V to formalize a temporary peace and territorial division (Seleucids kept conquests in the north, Ptolemy retained Egypt the south).
Zoals Antonius met Octavia (de zuster van Octavianus) trouwde om rivaliserende machten na een bijna-oorlog te verbinden, zo gebruikte Antiochus het huwelijk van zijn dochter met Ptolemaeus V om een tijdelijke vrede en territoriale verdeling te formaliseren (de Seleuciden behielden hun veroveringen in het noorden, Ptolemaeus behield Egypte in het zuiden).
Antiochus acted as a de facto guardian over the child-king Ptolemy V (via family ties), similar to how Octavian (and the Triumvirate) positioned themselves amid power vacuums or rivalries. In both cases, the “stronger” figure (Antiochus/Octavian) sought leverage over a vulnerable counterpart through kinship. Both arrangements brought short-term stability but ‘did not prosper’ long-term due to underlying distrust—Cleopatra favored Egypt (undermining Antiochus), while Antony’s eastern focus (Cleopatra VII) led to the breakdown with Octavian.
Antiochus trad op als een feitelijke voogd over het kind-koning Ptolemaeus V (via familiebanden), vergelijkbaar met de wijze waarop Octavianus (en het Triumviraat) zich positioneerden te midden van machtsvacuüms of rivaliteiten. In beide gevallen trachtte de „sterkere” figuur (Antiochus/Octavianus) door middel van verwantschap invloed te verkrijgen op een kwetsbare tegenpartij. Beide regelingen brachten op korte termijn stabiliteit, maar ‘hadden op lange termijn geen voorspoed’ vanwege onderliggend wantrouwen—Cleopatra koos de zijde van Egypte (waardoor Antiochus werd ondermijnd), terwijl Antonius’ oosterse gerichtheid (Cleopatra VII) leidde tot de breuk met Octavianus.
Ptolemy V’s minority under regents parallels the instability after Julius Caesar’s death (leading to the Triumvirate’s formation and power struggles). The marriage of Berenice to Antiochus marked the beginning of the Seleucid Empire’s history in Daniel eleven, and the marriage of Antiochus Magnus daughter to the Egyptian child king, marked the ending of the Seleucid Empire. The ending of the marriage of Marc Antony to Octavia marked the ending of the Ptolemaic kingdom. The ending of Judah as God’s covenant people took place at the cross, and that Judean kingdom began with the Maccabees and the league they made with Rome. All of these prophetic lines are represented within the narrative of Daniel chapter eleven, and they all align with the hidden history of verse forty. Beginning in verse five we have the treaty of Berenice, that leads to Antiochus the Great and the treaty of his daughter Cleopatra Syra, that takes place in the history of the Maccabees of verse twenty-three. The Maccabees become part of the line based upon their rebellion against Antiochus Epiphanes, one of the last of the Seleucid Dynasty.
De minderjarigheid van Ptolemaeus V onder regenten vertoont een parallel met de instabiliteit na de dood van Julius Caesar (die leidde tot de vorming van het Triumviraat en machtsstrijd). Het huwelijk van Berenice met Antiochus markeerde het begin van de geschiedenis van het Seleucidische Rijk in Daniël elf, en het huwelijk van de dochter van Antiochus Magnus met de Egyptische kindkoning markeerde het einde van het Seleucidische Rijk. Het einde van het huwelijk van Marcus Antonius met Octavia markeerde het einde van het Ptolemeïsche koninkrijk. Het einde van Juda als Gods verbondsvolk vond plaats aan het kruis, en dat Judese koninkrijk begon met de Makkabeeën en het verbond dat zij met Rome sloten. Al deze profetische lijnen worden weergegeven binnen het relaas van Daniël hoofdstuk elf, en zij stemmen alle overeen met de verborgen geschiedenis van vers veertig. Beginnend in vers vijf hebben wij het verdrag van Berenice, dat leidt tot Antiochus de Grote en het verdrag betreffende zijn dochter Cleopatra Syra, dat plaatsvindt in de geschiedenis van de Makkabeeën van vers drieëntwintig. De Makkabeeën worden deel van de lijn op grond van hun opstand tegen Antiochus Epiphanes, een van de laatsten van de Seleucidische dynastie.
Antiochus Epiphanes is the Antiochus who was in Egypt in 168 BC near Alexandria during the Sixth Syrian War. Antiochus Epiphanes had invaded Egypt and was on the verge of capturing Alexandria. The Ptolemaic rulers appealed to Rome for help. Rome sent Popillius Laenas (with just a small entourage—no army) to deliver an ultimatum from the Senate; Antiochus must immediately withdraw from Egypt and Cyprus, or face war with Rome. When Antiochus received the letter and asked for time to consult his advisors, Popillius—described as stern and imperious—took his walking stick and drew a circle in the sand around the king’s feet. He then declared, “Before you step out of that circle, give me a reply to lay before the Senate.”
Antiochus Epiphanes is de Antiochus die zich in 168 v.Chr., tijdens de Zesde Syrische Oorlog, in Egypte bevond, nabij Alexandrië. Antiochus Epiphanes was Egypte binnengevallen en stond op het punt Alexandrië in te nemen. De Ptolemeïsche heersers deden een beroep op Rome om hulp. Rome zond Popillius Laenas (met slechts een klein gevolg — geen leger) om een ultimatum van de Senaat over te brengen; Antiochus moest zich onmiddellijk uit Egypte en Cyprus terugtrekken, of de oorlog met Rome tegemoetzien. Toen Antiochus de brief had ontvangen en om tijd vroeg om zijn raadgevers te raadplegen, nam Popillius — beschreven als streng en autoritair — zijn wandelstok en trok een cirkel in het zand rond de voeten van de koning. Vervolgens verklaarde hij: “Voordat gij buiten die cirkel stapt, geef mij een antwoord dat ik aan de Senaat kan voorleggen.”
The implication was clear; Antiochus could not leave the circle without committing to Rome’s demands—crossing it without agreement would mean war. Stunned and humiliated, Antiochus hesitated briefly but then agreed to comply, withdrew his forces from Egypt, and returned to Syria. This bold act of diplomacy (backed by Rome’s growing reputation for power) forced the retreat without a battle, showcasing Rome’s emerging dominance in the eastern Mediterranean. It’s widely cited as an origin for the phrase “drawing a line in the sand” (though it was literally a circle).
De strekking was duidelijk: Antiochus kon de cirkel niet verlaten zonder zich aan de eisen van Rome te verbinden — deze zonder instemming overschrijden zou oorlog betekenen. Verbijsterd en vernederd aarzelde Antiochus kort, maar stemde vervolgens in met naleving, trok zijn strijdkrachten uit Egypte terug en keerde naar Syrië terug. Deze stoutmoedige daad van diplomatie (gesteund door Rome’s groeiende reputatie van macht) dwong de terugtocht af zonder slag te leveren en toonde Rome’s opkomende overwicht in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Zij wordt algemeen aangehaald als een oorsprong van de uitdrukking „een lijn in het zand trekken” (hoewel het letterlijk een cirkel was).
Antiochus Epiphanes also became the Protestant understanding of the power that exalts himself, falls and establishes the vision in verse fourteen of Daniel eleven.
Antiochus Epiphanes werd in protestantse opvatting ook de macht die zichzelf verheft, valt en het visioen in vers veertien van Daniël elf bevestigt.
And in those times there shall many stand up against the king of the south: also the robbers of thy people shall exalt themselves to establish the vision; but they shall fall. Daniel 11:14.
En in die tijden zullen velen opstaan tegen de koning van het zuiden; ook de geweldenaars onder uw volk zullen zich verheffen om het gezicht te bevestigen; maar zij zullen vallen. Daniël 11:14.
Antiochus IV Epiphanes reigned 175–164 BC, and was the eighth of thirteen Seleucid kings. He sought to impose Hellenistic culture and unify his empire under Greek religious practices. He plundered the Temple in 169 BC, banned Jewish practices (circumcision, Sabbath observance, Torah study), and forced sacrifices to pagan gods. In December 167 BC he erected a pagan altar (to Zeus) on top of the Jewish altar of burnt offerings in the Temple and sacrificed a pig, along with other profane acts. The desecration was the final straw for observant Jews, who saw it as the ultimate violation of the Temple’s sanctity and God’s law. It sparked immediate resistance when Mattathias (a priest from Modein) refused a Seleucid officer’s order to sacrifice to pagan gods and killed an apostate Jew and the officer, then fled to the hills with his sons (the future Maccabees). This ignited guerrilla warfare and revolt from 167–160 BC which aimed to restore Jewish worship, leading to the rededication of the Temple (Hanukkah) in 164 BC under Judas Maccabeus.
Antiochus IV Epiphanes regeerde van 175–164 v.Chr. en was de achtste van dertien Seleucidische koningen. Hij trachtte de hellenistische cultuur op te leggen en zijn rijk te verenigen onder Griekse religieuze praktijken. In 169 v.Chr. plunderde hij de Tempel, verbood hij Joodse gebruiken (besnijdenis, sabbatsviering, Torah-studie) en dwong hij offers aan heidense goden af. In december 167 v.Chr. richtte hij een heidens altaar (voor Zeus) op boven op het Joodse brandofferaltaar in de Tempel en offerde hij een varken, naast andere goddeloze handelingen. Deze ontwijding was voor de wetsgetrouwe Joden de druppel die de emmer deed overlopen, omdat zij daarin de uiterste schending van de heiligheid van de Tempel en van Gods wet zagen. Zij ontketende onmiddellijk verzet toen Mattathias (een priester uit Modeïn) weigerde gehoor te geven aan het bevel van een Seleucidische officier om aan heidense goden te offeren, een afvallige Jood en de officier doodde, en vervolgens met zijn zonen (de latere Makkabeeën) naar de heuvels vluchtte. Dit ontbrandde een guerrillaoorlog en opstand van 167–160 v.Chr., die tot doel had de Joodse eredienst te herstellen en leidde tot de herinwijding van de Tempel (Chanoeka) in 164 v.Chr. onder Judas Makkabeüs.
At the beginning and ending of the Seleucid Empire there was a significant treaty represented by a diplomatic marriage that possessed the element of division of either east and west, or north and south. As the Seleucid Empire waned Antiochus Epiphanes becomes the symbol of the rising Roman power, and the focus of the Maccabean’s indignation. Later in history he becomes the counterfeit of the prophetic symbol that establishes the vision. The power in verse twenty-two of chapter eleven is broken when the prince of the covenant was broken.
Aan het begin en aan het einde van het Seleucidische Rijk was er een belangrijk verdrag, vertegenwoordigd door een diplomatiek huwelijk, dat het element van verdeeldheid in zich droeg, hetzij tussen oost en west, hetzij tussen noord en zuid. Toen het Seleucidische Rijk tanende was, werd Antiochus Epiphanes het symbool van de opkomende Romeinse macht en het brandpunt van de verontwaardiging van de Makkabeeën. Later in de geschiedenis wordt hij de vervalsing van het profetische symbool dat het visioen vestigt. De macht in vers tweeëntwintig van hoofdstuk elf wordt verbroken toen de vorst van het verbond werd verbroken.
And with the arms of a flood shall they be overflown from before him, and shall be broken; yea, also the prince of the covenant. Daniel 11:22.
En met de armen van een overstroming zullen zij vóór hem weggespoeld worden en verbrijzeld; ja, ook de vorst van het verbond. Daniël 11:22.
Antiochus Epiphanes’ reign ended in 164 BC, almost two hundred years before Christ, “the prince of the covenant” was “broken” at the cross. What we wish to note here is that the Seleucid Empire began and ended with a diplomatic treaty marriage where the deceit between the two parties is a matter of the historical record. During the reign of Antiochus Epiphanes, the Maccabean revolt began, which typified the American Revolution. In the history of the Maccabees their struggle to throw off the Seleucid power included a significant treaty with Rome. The verse that identifies the treaty directly identifies Rome as working deceitfully, or telling lies at the treaty table.
De regering van Antiochus Epiphanes eindigde in 164 v.Chr., bijna tweehonderd jaar voordat Christus, „de vorst van het verbond”, aan het kruis werd „verbroken”. Wat wij hier willen opmerken, is dat het Seleucidische Rijk begon en eindigde met een diplomatiek verdragshuwelijk waarbij het bedrog tussen de twee partijen een zaak van historisch vastgelegde feiten is. Tijdens de regering van Antiochus Epiphanes begon de Makkabese opstand, die een voorafschaduwing vormde van de Amerikaanse Revolutie. In de geschiedenis van de Makkabeeën omvatte hun strijd om zich van de Seleucidische macht te ontdoen een belangrijk verdrag met Rome. Het vers dat het verdrag rechtstreeks aanduidt, duidt Rome rechtstreeks aan als handelend in bedrog, of als leugens sprekend aan de onderhandelingstafel van het verdrag.
And after the league made with him he shall work deceitfully: for he shall come up, and shall become strong with a small people. Daniel 11:23.
En nadat men een verbond met hem gesloten heeft, zal hij bedrieglijk handelen; want hij zal optrekken en sterk worden met een klein volk. Daniël 11:23.
Every prophetic line that precedes the time of the end in verse forty contains a broken treaty. Uriah Smith commenting on verse thirty’s “them that forsake the holy covenant” records the following:
Elke profetische lijn die voorafgaat aan de tijd van het einde in vers veertig bevat een verbroken verbond. Uriah Smith noteert in zijn commentaar op vers dertig, “hen die het heilige verbond verlaten”, het volgende:
“‘Indignation against the covenant;’ that is, the Holy Scriptures, the book of the covenant. A revolution of this nature was accomplished in Rome. The Heruli, Goths, and Vandals, who conquered Rome, embraced the Arian faith, and became enemies of the Catholic Church. It was especially for the purpose of exterminating this heresy that Justinian decreed the pope to be the head of the church and the corrector of heretics. The Bible soon came to be regarded as a dangerous book that should not be read by the common people, but all questions in dispute were to be submitted to the pope. Thus was indignity heaped upon God’s word. And the emperors of Rome, the eastern division of which still continued, had intelligence, or connived with the Church of Rome, which had forsaken the covenant, and constituted the great apostasy, for the purpose of putting down ‘heresy.’ The man of sin was raised to his presumptuous throne by the defeat of the Arian Goths, who then held possession of Rome, in A.D.538.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 281.
“‘Verontwaardiging tegen het verbond;’ dat wil zeggen, de Heilige Schriften, het boek van het verbond. Een omwenteling van deze aard werd in Rome tot stand gebracht. De Herulen, Goten en Vandalen, die Rome veroverden, namen het Ariaanse geloof aan en werden vijanden van de Katholieke Kerk. Juist met het bijzondere doel deze ketterij uit te roeien, bepaalde Justinianus bij decreet dat de paus het hoofd van de kerk en de bestraffer van ketters zou zijn. De Bijbel werd weldra beschouwd als een gevaarlijk boek dat door het gewone volk niet gelezen mocht worden, maar alle betwiste kwesties moesten aan de paus worden voorgelegd. Zo werd Gods woord smaad aangedaan. En de keizers van Rome, waarvan het oostelijke deel nog steeds voortbestond, hadden verstandhouding met, of spanden samen met, de Kerk van Rome, die het verbond had verlaten en de grote afval vormde, met het doel de ‘ketterij’ te onderdrukken. De mens der zonde werd op zijn vermetele troon verheven door de nederlaag van de Ariaanse Goten, die toen in het bezit van Rome waren, in het jaar 538 n.Chr.” Uriah Smith, Daniël en de Openbaring, 281.
Verse five of Daniel eleven identifies the line of history where the king of the south provides a diplomatic bride as a symbol of a treaty that was thereafter broken by the king of the north. The retaliation of the king of the south typified the retaliation of Napoleon’s spiritual king of the south against the papal king of the north in 1798. The broken treaty of verses five through nine typified Napoleon’s broken treaty of Tolentino, which typified Putin’s claim of a broken treaty by NATO. The retaliation of Napoleon typified the retaliation of Putin against the Ukraine in 2014. Verse ten’s retaliation of Antiochus Magnus ending the fourth Syrian War aligns with Napoleon in 1798 and also Putin in 2014. Following verse fifteen’s battle of Panium n 200 BC, Antiochus arranged a diplomatic marriage with the hidden intent of taking Egypt under his command without employing military boots on the ground. Antiochus Magnus throne was passed to his son, who was assassinated which brought Antiochus Magnus’s youngest son, Antiochus Epiphanes to the throne. His actions in implementing Greek customs and religion brought about the Maccabean revolt, that led to the deceitful treaty with Rome in verse twenty-three. Verse twenty-four introduces pagan Rome and identifies Antony and Augustus’s table of lies. In verse thirty pagan Rome enters into dialogue with the papal church, who are noted as them that had broken the holy covenant.
Vers vijf van Daniël elf wijst de historische lijn aan waarin de koning van het zuiden een diplomatieke bruid verschaft als symbool van een verbond dat daarna door de koning van het noorden werd verbroken. De vergelding van de koning van het zuiden was een voorafschaduwing van de vergelding van Napoleons geestelijke koning van het zuiden tegen de pauselijke koning van het noorden in 1798. Het verbroken verbond van de verzen vijf tot en met negen was een voorafschaduwing van Napoleons verbroken Verdrag van Tolentino, dat op zijn beurt een voorafschaduwing was van Poetins bewering dat de NAVO een verdrag had verbroken. De vergelding van Napoleon was een voorafschaduwing van de vergelding van Poetin tegen Oekraïne in 2014. De vergelding in vers tien van Antiochus Magnus, waarmee de vierde Syrische Oorlog eindigde, stemt overeen met Napoleon in 1798 en ook met Poetin in 2014. Na de slag bij Panium in vers vijftien, in 200 v.Chr., regelde Antiochus een diplomatiek huwelijk met de verborgen bedoeling Egypte onder zijn gezag te brengen zonder militaire laarzen op de grond in te zetten. De troon van Antiochus Magnus ging over op zijn zoon, die werd vermoord, waardoor de jongste zoon van Antiochus Magnus, Antiochus Epiphanes, de troon besteeg. Zijn daden bij het invoeren van Griekse gebruiken en godsdienst brachten de Makkabese opstand teweeg, die leidde tot het bedrieglijke verbond met Rome in vers drieëntwintig. Vers vierentwintig introduceert het heidense Rome en duidt de tafel van leugen van Antonius en Augustus aan. In vers dertig treedt het heidense Rome in dialoog met de pauselijke kerk, die worden aangeduid als degenen die het heilige verbond hadden verbroken.
Verses twenty-four to thirty is the testimony of pagan Rome and verses thirty-one to forty provide the testimony of papal Rome. Every line of Daniel eleven verse one on through verse forty represents a line of prophecy that is applied in the hidden history of verse forty. The line of the Seleucid kingdom, the line of the Ptolemaic kingdom, the line of the Judean kingdom of the Maccabees, the line of pagan Rome and the line of papal Rome all illustrate the history of 1989 unto the Sunday law. Each of those lines identify a broken treaty as a major element of the history.
De verzen vierentwintig tot en met dertig vormen het getuigenis van het heidense Rome, en de verzen eenendertig tot en met veertig verschaffen het getuigenis van het pauselijke Rome. Elke regel van Daniël elf, vers één, tot en met vers veertig, vertegenwoordigt een profetische lijn die wordt toegepast in de verborgen geschiedenis van vers veertig. De lijn van het Seleucidische koninkrijk, de lijn van het Ptolemeïsche koninkrijk, de lijn van het Judese koninkrijk der Makkabeeën, de lijn van het heidense Rome en de lijn van het pauselijke Rome illustreren alle de geschiedenis van 1989 tot aan de zondagswet. Elk van die lijnen wijst op een verbroken verbond als een wezenlijk element van die geschiedenis.
It is Rome that establishes the vision of Daniel eleven, and both pagan and papal Rome’s prophetic treaties of deceit are marked as progressive and as occurring before Rome ruled supremely for their respective and distinct prophetic periods. Both powers marked the beginning of the prophetic period of supremacy as beginning when their third obstacle was overcome. Before the soon coming Sunday law in the United States there will be a treaty of deceit between two powers. Four times the two powers have been the kings of the south and the north, once between the glorious land of Judah and Rome, once between two parts of the Roman triumvirate and once between pagan and papal Rome. In both deceitful treaties concerning Rome it amounted to a treaty between one half of the Roman empire, whether Antony of the east, Augustus of the west, or pagan Rome of the east and papal Rome of the west. Four treaties of deceit between the kings of the north and south, two between the kings of the east and west and one between the soon-to-be king of the north and the glorious land.
Het is Rome dat het visioen van Daniël elf bevestigt, en zowel de profetische bedrieglijke verdragen van het heidense als van het pauselijke Rome worden gekenmerkt als progressief en als plaatsvindend vóórdat Rome gedurende hun respectieve en onderscheiden profetische perioden oppermachtig heerste. Beide machten markeerden het begin van de profetische periode van opperheerschappij als aanvangend toen hun derde hinderpaal was overwonnen. Vóór de spoedig komende zondagwet in de Verenigde Staten zal er een bedrieglijk verdrag tussen twee machten zijn. Viermaal zijn de twee machten de koning van het zuiden en de koning van het noorden geweest: eenmaal tussen het heerlijke land Juda en Rome, eenmaal tussen twee delen van het Romeinse triumviraat en eenmaal tussen het heidense en het pauselijke Rome. In beide bedrieglijke verdragen met betrekking tot Rome kwam het neer op een verdrag tussen de ene helft van het Romeinse rijk, hetzij Antonius van het oosten, Augustus van het westen, of het heidense Rome van het oosten en het pauselijke Rome van het westen. Vier bedrieglijke verdragen tussen de koningen van het noorden en het zuiden, twee tussen de koningen van het oosten en het westen en één tussen de spoedig komende koning van het noorden en het heerlijke land.
This concludes our initial presentation of the book of Daniel. The Panium series represents the conclusion of the series on the book of Daniel, which is the introduction to the hidden history of verse forty which we will continue to consider in the next article.
Hiermee besluiten wij onze eerste uiteenzetting van het boek Daniël. De Panium-serie vormt de afsluiting van de reeks over het boek Daniël, die de inleiding is op de verborgen geschiedenis van vers veertig, welke wij in het volgende artikel verder zullen behandelen.