De gelijkenis van de tien maagden wordt tot op de letter herhaald in de geschiedenis van de honderd vierenveertigduizend. Habakuk hoofdstuk twee zet het hart van de gelijkenis uiteen wanneer het het gezicht aanduidt dat spreekt aan het einde.

Ik zal op mijn wachtpost staan en mij op de toren stellen, en uitzien om te vernemen wat Hij tot mij spreken zal, en wat ik antwoorden zal wanneer ik terechtgewezen word. En de HEERE antwoordde mij en zei: Schrijf het visioen op en stel het duidelijk op tafelen, opdat men het al lopende lezen kan. Want het visioen wacht nog op de vastgestelde tijd, maar aan het einde zal het spreken en niet liegen; al vertoeft het, verbeid het; want het zal gewisselijk komen, het zal niet uitblijven. Zie, zijn ziel die opgeblazen is, is in hem niet oprecht; maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. Habakuk 2:1–4.

Vers zevenentwintig van Daniël elf duidt eveneens de „bestemde tijd” aan.

En het hart van deze beide koningen zal zijn om kwaad te doen, en aan één tafel zullen zij leugen spreken; maar het zal niet gelukken, want het einde zal nog zijn op de vastgestelde tijd. Daniël 11:27.

Het „gezicht” dat door Rome wordt vastgesteld, is voor „een vastgestelde tijd”, en de twee koningen wier hart erop gericht is kwaad te doen en leugens te spreken aan één tafel, duiden een profetisch merkteken aan dat aanbreekt voordat het gezicht „spreekt”. Vóór de vastgestelde tijd spreken twee koningen „leugens”, en wanneer het gezicht spreekt op de vastgestelde tijd, liegt het niet. De vastgestelde tijd is de zondagswet in de Verenigde Staten, en de ontmoeting aan de tafel markeert het begin van een profetische periode. Het „gezicht” wordt in de geschiedenis vervuld bij de zondagswet, maar het wordt vastgesteld vóór de zondagswet. Dit is duidelijk, want de getrouwen wordt gezegd op het gezicht te wachten, en hun wordt gezegd het gezicht bekend te maken. Zij zouden het niet vóór de vervulling van het gezicht bekend hebben kunnen maken, indien het gezicht nog niet was vastgesteld.

Jeremia vertegenwoordigt hen die op het visioen „wachten”:

O HEERE, Gij weet het; gedenk mij, en bezoek mij, en wreek mij op mijn vervolgers; neem mij niet weg in Uw lankmoedigheid; weet dat ik om Uwentwil smaadheid heb geleden. Uw woorden werden gevonden, en ik at ze op; en Uw woord was mij tot vreugde en blijdschap mijns harten, want ik ben naar Uw Naam genoemd, o HEERE, God der heirscharen. Ik zat niet in de vergadering der spotters, noch verheugde ik mij; ik zat eenzaam vanwege Uw hand, want Gij hebt mij met gramschap vervuld. Waarom is mijn pijn bestendig, en mijn wond ongeneeslijk, die weigert genezen te worden? Zult Gij mij dan geheel en al zijn als een leugenachtige beek, als wateren die falen? Daarom, zo zegt de HEERE: Indien gij wederkeert, dan zal Ik u wederbrengen, en gij zult voor Mijn aangezicht staan; en indien gij het kostelijke van het snode afscheidt, zult gij als Mijn mond zijn; laten zíj tot u wederkeren, maar keer gij niet tot hen weder. En Ik zal u voor dit volk maken tot een versterkte koperen muur; en zij zullen tegen u strijden, maar u niet overmogen; want Ik ben met u om u te verlossen en om u te bevrijden, spreekt de HEERE. Ja, Ik zal u verlossen uit de hand der bozen, en Ik zal u vrijkopen uit de hand der geweldenaars. Jeremia 15:15–21.

De zondagswet in de VS is de plaats waar het symbool van „gedenken” wordt gemarkeerd. Daar wordt de sabbat, die altijd in gedachtenis gehouden moet worden, het laatste toetsingspunt. Daar wordt de hoer van Tyrus, die vergeten is, in herinnering gebracht. Daar gedenkt God de zonden van Babylon en geeft haar een dubbel oordeel.

De wegmarkering waar het spreken zich bevindt, is de zondagswet in de Verenigde Staten, want daar “spreekt” het beest uit de aarde als een draak. Op dezelfde wegmarkering “spreekt” ook de ezelin in Bileams profetische lijn. Wanneer Johannes de Doper geboren wordt, “spreekt” zijn vader, Zacharias, die door goddelijke beschikking beperkt was geweest in het spreken.

En het geschiedde, dat zij op de achtste dag kwamen om het kind te besnijden; en zij noemden hem Zacharias, naar de naam van zijn vader. En zijn moeder antwoordde en zeide: Neen, maar hij zal Johannes heten. En zij zeiden tot haar: Er is niemand in uw verwantschap die met die naam genoemd wordt. En zij wenkten zijn vader, hoe hij wilde dat hij genoemd zou worden. En hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef aldus: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen. En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong losgemaakt, en hij sprak en loofde God. Lukas 1:59–64.

Bij de zondagswet in de VS wordt de dodelijke wond van het pausdom genezen, en zij wordt het achtste koninkrijk dat uit de zeven is, wanneer de VS, waarvan president Donald Trump de achtste president is die uit de zeven is. Op hetzelfde tijdstip worden de honderd vierenveertigduizend opgericht als een banier. De honderd vierenveertigduizend zijn de achtste gemeente die uit de zeven is. Bij de zondagswet wordt het getal acht gemarkeerd, en het was op de achtste dag dat Johannes werd besneden en Zacharias sprak. Zacharias betekent dat God heeft „gedacht aan”. De zondagswet is de vervalsing van de ware sabbat die „gedacht” moest worden. Bij de zondagswet wordt de hoer van Tyrus „gedacht”. Het is bij de zondagswet dat God de zonden van Babylon „gedenkt” en haar oordeel verdubbelt.

Jeremia vertegenwoordigt hen die de eerste teleurstelling hebben ondergaan en die wachten op het visioen dat vertoeft. Hij vertegenwoordigt de getrouwen die Gods mond worden op de bestemde tijd, wanneer het visioen spreekt en niet liegt. Het visioen dat spreekt op de bestemde tijd, wordt voorafgegaan door twee koningen die elkaar leugens vertellen aan één tafel. Die gebeurtenis gaat aan de zondagswet vooraf en vindt daarom plaats in de geschiedenis van Panium, zoals uiteengezet in verzen dertien tot en met vijftien, wat dezelfde periode is waarin de „rovers van het volk” het „visioen” oprichten.

En in die tijden zullen velen opstaan tegen de koning van het zuiden; ook de geweldenaars van uw volk zullen zich verheffen om het gezicht te bevestigen; maar zij zullen vallen. Daniël 11:14.

De „rovers” zijn Rome, en Rome in de laatste dagen is het katholicisme. De paus bevestigt het gezicht, en hij doet dit in de periode vlak vóór de zondagswet. Hij doet dit door tussenbeide te komen in de slag bij Panium, waar Trump de overhand krijgt over Poetin. De slag vond plaats in 200 v.Chr., hetzelfde jaar waarin het heidense Rome de profetische geschiedenis binnentrad. Pompeius de Grote veroverde Jeruzalem in 63 v.Chr. Deze gebeurtenis vond plaats tijdens zijn veldtocht in het Oosten, toen hij tussenbeide kwam in een burgeroorlog tussen de Hasmonese broers Hyrcanus II en Aristobulus II. Pompeius koos de zijde van Hyrcanus II, belegerde Jeruzalem en nam de stad uiteindelijk in na een belegering van drie maanden. Dit markeerde het einde van de Judese onafhankelijkheid en het begin van de Romeinse heerschappij over de regio, die later een provincie onder Romeins bestuur zou worden.

Vóór de zondagwet treedt de paus tussenbeide in de geschiedenis die verbonden is met de slag bij Panium. Wanneer hij de profetische geschiedenis binnentreedt, bevestigt zijn verschijning het gezicht; het gezicht dat nog zal „spreken” op de „bestemde tijd” van de zondagwet in de Verenigde Staten. Het „gezicht” dat vertoefde, is de mislukte voorspelling die het begin markeerde van de vertoeftijd in de gelijkenis van de tien maagden. Het markeerde ook de komst van de tweede engel van de drie engelen van Openbaring veertien. Een mislukte voorspelling die een periode van wachten inluidde, en een aansporing om op de vervulling ervan te „wachten”, hoewel zij vertoefde.

In de Milleritische geschiedenis eindigde de vertoeftijd tijdens de kampbijeenkomst te Exeter van 12 tot en met 17 augustus 1844. Een teleurstelling, veroorzaakt door een mislukte voorspelling, luidde een periode van wachten in die bedoeld was om het karakter in twee klassen van maagden te voltooien, gevolgd door de verklaring van de eerder mislukte voorspelling. De verklaring te Exeter duidt de bijzonderheden aan die met het visioen verbonden zijn wanneer het wordt vervuld. Dezelfde kenmerken kunnen worden opgemerkt in Mattheüs hoofdstuk zestien, toen Christus Zijn discipelen naar Caesarea Filippi meenam. Vanaf dat punt onderwees Christus de discipelen rechtstreeks over wat er bij het kruis zou gebeuren.

Van toen aan begon Jezus zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel moest lijden van de oudsten en overpriesters en schriftgeleerden, en gedood worden, en op de derde dag opgewekt worden. Mattheüs 16:21.

Opgemerkt dient te worden dat het zojuist aangehaalde vers staat tussen het moment waarop Jezus vaststelde dat Petrus door de Heilige Geest was geleid in zijn belijdenis van Jezus als de Christus, de Zoon van de levende God, en het moment waarop Petrus, toen Christus hun begon te onderwijzen over het komende kruis, zich tegen die boodschap verzette, waarna Christus Petrus Satan noemde. De boodschap die wordt ontzegeld wanneer het visioen wordt bevestigd, brengt twee klassen van aanbidders voort, beide vertegenwoordigd door Petrus.

Caesarea Filippi is Panium, en zij leiden beide tot de bestemde tijd van het kruis in de lijn van Christus, 22 oktober 1844 in de Milleritische geschiedenis en de zondagswet heden. Panium, Caesarea Filippi en de kampbijeenkomst te Exeter zijn dezelfde profetische wegmarkering. Het is bij deze wegmarkering dat het visioen wordt bevestigd met de introductie van de paus in het verhaal. De bevestiging van het visioen gaat aan de bestemde tijd vooraf, want Caesarea Filippi ging aan het kruis vooraf, de kampbijeenkomst te Exeter ging aan 22 oktober 1844 vooraf, en Panium in 200 v.Chr. ging vooraf aan Pompejus’ verovering van Jeruzalem in 63 v.Chr. Enige tijd vóór de zondagswet in de VS zal de paus, die de hoer van Tyrus is, openlijk de profetische geschiedenis binnentreden. Wanneer hij dat doet, wordt het visioen bevestigd.

Het visioen is bevestigd in de derde proxyoorlog van hoofdstuk elf. De eerste proxyoorlog illustreert de laatste proxyoorlog, zodat de laatste proxyoorlog dezelfde profetische kenmerken zal bezitten als de eerste. De koning van het zuiden, voorgesteld in de naam Vladimir, met de betekenis heerser van de gemeenschap, wordt weggevaagd door een bondgenootschap tussen de paus en de president van de VS. De laatste paus zal de achtste zijn die uit de zeven is, ter vervulling van Openbaring zeventien, en de laatste president zal de achtste zijn die uit de zeven is, evenals de vaandeldrager van de honderd vierenveertigduizend.

De verhouding tussen de paus en de president was in het begin een „geheim bondgenootschap”, en ook het bondgenootschap van de achtste en laatste president met de paus zal „geheim” zijn, want in deze periode wordt de hoer van Tyrus profetisch „vergeten”. Het bondgenootschap tussen Reagan en paus Johannes Paulus II was geheim, maar tegelijkertijd werd de paus het meest herkenbare gezicht op aarde. Wat er „vergeten” wordt met betrekking tot de hoer van Tyrus, die hoererij bedrijft met alle koningen der aarde, is een specifiek kenmerk van het pausdom, dat al haar zonden in één categorie van opstand samenbrengt. Dat kenmerk is de aanspraak van de Katholieke Kerk op „onfeilbaarheid”. Dit feit is zo belangrijk om te onderkennen dat ik dit artikel nu zal afsluiten met een hoofdstuk van Zuster White. In het volgende artikel zullen wij deze lijnen voortzetten, maar terwijl u het volgende hoofdstuk uit The Great Controversy leest, dient u te bedenken dat bijna alle kabinetsleden van Trump rooms-katholiek zijn, vermengd met pinksterbeweging en onder de voortdurende invloed van Franklin Graham, die onlangs heeft opgeroepen tot openbare gebeden voor de antichrist van de Bijbelse profetie.

“Gewetensvrijheid bedreigd”

“Het rooms-katholicisme wordt thans door protestanten met veel grotere welwillendheid beschouwd dan in vroegere jaren. In die landen waar het katholicisme niet de overhand heeft en de papisten een verzoenende koers varen om invloed te winnen, neemt de onverschilligheid toe ten aanzien van de leerstellingen die de hervormde kerken van de pauselijke hiërarchie scheiden; de opvatting wint veld dat wij uiteindelijk in wezenlijke punten niet zo ver uiteenlopen als men heeft verondersteld, en dat een geringe toegeving van onze kant ons tot een beter begrip met Rome zal brengen. Er was een tijd dat protestanten hoge waarde hechtten aan de vrijheid van geweten die zo duur was gekocht. Zij leerden hun kinderen het pausdom te verafschuwen en hielden staande dat het zoeken van harmonie met Rome ontrouw aan God zou zijn. Maar hoe geheel anders zijn de gevoelens die nu worden geuit!”

‘De verdedigers van het pausdom verklaren dat de kerk is belasterd, en de protestantse wereld is geneigd die bewering te aanvaarden. Velen dringen erop aan dat het onrechtvaardig is de kerk van heden te beoordelen naar de gruwelen en dwaasheden die haar heerschappij kenmerkten gedurende de eeuwen van onwetendheid en duisternis. Zij verontschuldigen haar afschuwelijke wreedheid als het gevolg van de barbaarsheid van die tijden en voeren aan dat de invloed van de moderne beschaving haar gezindheid heeft veranderd.

“Zijn deze personen de aanspraak op onfeilbaarheid vergeten die deze hoogmoedige macht gedurende achthonderd jaar heeft laten gelden? Verre van te zijn prijsgegeven, werd deze aanspraak in de negentiende eeuw met grotere stelligheid dan ooit tevoren bevestigd. Daar Rome beweert dat de ‘kerk nooit heeft gedwaald; noch zal zij, volgens de Schriften, ooit dwalen’ (John L. von Mosheim, Institutes of Ecclesiastical History, book 3, century II, part 2, chapter 2, section 9, note 17), hoe kan zij dan afstand doen van de beginselen die haar handelwijze in vroegere eeuwen hebben beheerst?”

„De pauselijke kerk zal haar aanspraak op onfeilbaarheid nooit prijsgeven. Alles wat zij heeft gedaan in haar vervolging van hen die haar dogma’s verwerpen, acht zij rechtmatig; en zou zij niet dezelfde daden herhalen, indien de gelegenheid zich voordeed? Laat de beperkingen die thans door wereldlijke regeringen worden opgelegd, worden weggenomen en Rome in haar vroegere macht worden hersteld, en er zou spoedig een herleving zijn van haar tirannie en vervolging.

‘Een bekende schrijver spreekt aldus over de houding van de pauselijke hiërarchie ten aanzien van de gewetensvrijheid, en over de gevaren die vooral de Verenigde Staten bedreigen als gevolg van het welslagen van haar beleid: “Velen zijn geneigd iedere vrees voor het rooms-katholicisme in de Verenigde Staten toe te schrijven aan bekrompenheid of kinderachtigheid. Zulken zien niets in het karakter en de houding van het rooms-katholicisme dat vijandig is aan onze vrije instellingen, en vinden evenmin iets onheilspellends in zijn groei. Laten wij dan eerst enkele van de fundamentele beginselen van onze regering vergelijken met die van de Katholieke Kerk.”’

„De Grondwet van de Verenigde Staten waarborgt de gewetensvrijheid. Niets is dierbaarder of fundamenteler. Paus Pius IX zei in zijn Encyclische Brief van 15 augustus 1854: ‘De absurde en dwalende leerstellingen, of razernijen, ter verdediging van de gewetensvrijheid zijn een hoogst verderfelijke dwaling—een pest die, meer dan welke andere ook, in een staat het meest te vrezen is.’ Dezelfde paus sprak in zijn Encyclische Brief van 8 december 1864 het anathema uit over ‘hen die de vrijheid van geweten en van godsdienstige eredienst verkondigen’, alsook over ‘allen die volhouden dat de kerk geen geweld mag aanwenden.’”

“‘De bijzondere houding van Rome in de Verenigde Staten duidt niet op een verandering van hart. Zij is verdraagzaam waar zij machteloos is. Bisschop O’Connor zegt: ‘Godsdienstvrijheid wordt slechts geduld totdat het tegendeel zonder gevaar voor de katholieke wereld ten uitvoer kan worden gebracht.’… De aartsbisschop van St. Louis zei eens: ‘Ketterij en ongeloof zijn misdrijven; en in christelijke landen, zoals bijvoorbeeld in Italië en Spanje, waar alle mensen katholieken zijn, en waar de katholieke godsdienst een wezenlijk deel van de landswet uitmaakt, worden zij gestraft zoals andere misdrijven.’…”

„Elke kardinaal, aartsbisschop en bisschop in de Katholieke Kerk legt een eed van trouw af aan de paus, waarin de volgende woorden voorkomen: ‘Ketteren, schismatieken en opstandelingen tegen onze genoemde heer (de paus), of zijn voornoemde opvolgers, zal ik naar mijn uiterste vermogen vervolgen en bestrijden.’ —Josiah Strong, Our Country, hfdst. 5, al. 2–4.

“Het is waar dat er ware christenen zijn in de rooms-katholieke gemeenschap. Duizenden in die kerk dienen God naar het beste licht dat zij hebben. Hun wordt de toegang tot Zijn woord niet toegestaan, en daarom onderscheiden zij de waarheid niet. Zij hebben nooit het contrast gezien tussen een levende dienst des harten en een kringloop van louter vormen en ceremoniën. God ziet met medelijdende tederheid neer op deze zielen, zoals zij onderwezen zijn in een geloof dat misleidend en onbevredigend is. Hij zal lichtstralen doen doordringen in de dichte duisternis die hen omringt. Hij zal hun de waarheid openbaren zoals die in Jezus is, en velen zullen zich alsnog scharen aan de zijde van Zijn volk.”

“Maar het rooms-katholicisme als stelsel is thans niet meer in overeenstemming met het evangelie van Christus dan in enig vroeger tijdperk van zijn geschiedenis. De protestantse kerken verkeren in grote duisternis, anders zouden zij de tekenen der tijden onderscheiden. De Roomse Kerk is ver reikend in haar plannen en werkwijzen. Zij wendt ieder middel aan om haar invloed uit te breiden en haar macht te vergroten ter voorbereiding op een hevig en vastberaden conflict om opnieuw de heerschappij over de wereld te verkrijgen, de vervolging te herstellen en alles ongedaan te maken wat het protestantisme heeft tot stand gebracht. Het katholicisme wint aan alle zijden terrein. Zie het toenemende aantal van haar kerken en kapellen in protestantse landen. Let op de populariteit van haar colleges en seminaries in Amerika, die door protestanten op zo ruime schaal worden bezocht. Let op de groei van het ritualisme in Engeland en de veelvuldige overgangen naar de gelederen der katholieken. Deze dingen zouden de bezorgdheid moeten wekken van allen die de zuivere beginselen van het evangelie op prijs stellen.”

‘Protestanten hebben met het pausdom geknoeid en het begunstigd; zij hebben compromissen gesloten en concessies gedaan, waarvan de papisten zelf verbaasd zijn ze te zien en die zij niet weten te begrijpen. Mensen sluiten hun ogen voor het werkelijke karakter van het rooms-katholicisme en voor de gevaren die van zijn opperheerschappij te vrezen zijn. Het volk moet worden gewekt om weerstand te bieden aan de opmars van deze allergevaarlijkste vijand van de burgerlijke en godsdienstige vrijheid.

“Velen onder de protestanten menen dat de katholieke godsdienst onaantrekkelijk is en dat haar eredienst een dorre, zinloze opeenvolging van ceremoniën vormt. Hierin vergissen zij zich. Hoewel het rooms-katholicisme op bedrog berust, is het geen grove en onhandige misleiding. De godsdienstoefening van de Roomse Kerk is een hoogst indrukwekkend ceremonieel. Haar luisterrijke vertoning en plechtige riten bekoren de zinnen van het volk en doen de stem van verstand en geweten zwijgen. Het oog wordt bekoord. Schitterende kerken, indrukwekkende processies, gouden altaren, met juwelen versierde heiligdommen, uitgelezen schilderijen en verfijnde beeldhouwkunst spreken het gevoel voor schoonheid aan. Ook het oor wordt geboeid. De muziek is onovertroffen. De volle klanken van het diepgestemde orgel, vermengd met de melodie van vele stemmen wanneer die opklinken onder de hoge koepels en zuilengangen van haar grootse kathedralen, kunnen niet nalaten de geest met ontzag en eerbied te vervullen.”

“Deze uiterlijke pracht, praal en ceremonie, die slechts de verlangens van de door zonde verziekte ziel bespotten, zijn een bewijs van innerlijk verderf. De godsdienst van Christus heeft dergelijke aantrekkingsmiddelen niet nodig om haar aan te bevelen. In het licht dat van het kruis uitstraalt, verschijnt het ware christendom zo rein en lieflijk dat geen uiterlijke versierselen de werkelijke waarde ervan kunnen verhogen. Het is de schoonheid van heiligheid, een zachtmoedige en stille geest, die waarde heeft bij God.

„Schittering van stijl is niet noodzakelijkerwijs een aanwijzing voor zuivere, verheven gedachten. Hoge opvattingen van kunst, verfijnde fijnheid van smaak, bestaan dikwijls in geesten die aards en zinnelijk zijn. Zij worden dikwijls door Satan aangewend om de mensen ertoe te brengen de noden van de ziel te vergeten, het toekomstige, onsterfelijke leven uit het oog te verliezen, zich af te keren van hun oneindige Helper, en uitsluitend voor deze wereld te leven.

„Een godsdienst van uiterlijke vormen is aantrekkelijk voor het onwedergeboren hart. De pracht en plechtigheid van de katholieke eredienst hebben een verleidelijk, betoverend vermogen, waardoor velen worden misleid; en zij gaan de Rooms-Katholieke Kerk beschouwen als de eigenlijke poort van de hemel. Alleen zij die hun voeten vast op het fundament van de waarheid hebben geplant, en wier harten door de Geest van God vernieuwd zijn, zijn bestand tegen haar invloed. Duizenden die geen bevindelijke kennis van Christus hebben, zullen ertoe worden gebracht de vormen van godzaligheid aan te nemen zonder de kracht ervan. Een zodanige godsdienst is juist wat de menigten verlangen.״

„De aanspraak van de kerk op het recht om vergiffenis te schenken, brengt de roomsgezinde ertoe zich vrij te voelen om te zondigen; en de instelling van de biecht, zonder welke haar vergeving niet wordt verleend, heeft eveneens de neiging ruimte te geven aan het kwaad. Wie neerknielt voor de gevallen mens en in de biecht de verborgen gedachten en verbeeldingen van zijn hart opent, verlaagt zijn menswaardigheid en onteert elke edele aandrift van zijn ziel. Wanneer hij de zonden van zijn leven ontvouwt aan een priester,—een dwalend, zondig sterveling, en maar al te vaak verdorven door wijn en losbandigheid,—wordt zijn maatstaf van karakter verlaagd, en wordt hij dientengevolge verontreinigd. Zijn voorstelling van God wordt verlaagd tot de gelijkenis van de gevallen mensheid, want de priester staat daar als vertegenwoordiger van God. Deze vernederende biecht van mens aan mens is de verborgen bron waaruit veel van het kwaad is voortgevloeid dat de wereld verontreinigt en haar rijp maakt voor de uiteindelijke vernietiging. Toch is het voor hem die eigen genot liefheeft aangenamer te belijden aan een medesterveling dan zijn ziel voor God te openen. Het is voor de menselijke natuur smakelijker boete te doen dan van de zonde afstand te doen; het is gemakkelijker het vlees te kastijden met een boetekleed, brandnetels en schurende ketenen dan vleselijke begeerten te kruisigen. Zwaar is het juk dat het vleselijke hart bereid is te dragen, liever dan zich te buigen onder het juk van Christus.

„Er bestaat een treffende overeenkomst tussen de Kerk van Rome en de Joodse Kerk ten tijde van Christus’ eerste komst. Terwijl de Joden in het verborgene elk beginsel van de wet van God met voeten traden, waren zij uiterlijk streng in de naleving van haar voorschriften en laadden zij haar op met eisen en overleveringen die de gehoorzaamheid pijnlijk en bezwaarlijk maakten. Zoals de Joden beleden de wet te vereren, zo beweren de rooms-katholieken eerbied te hebben voor het kruis. Zij verheffen het symbool van Christus’ lijden, terwijl zij Hem die het vertegenwoordigt in hun leven verloochenen.״

„Papisten plaatsen kruisen op hun kerken, op hun altaren en op hun gewaden. Overal ziet men de tekenen van het kruis. Overal wordt het uiterlijk geëerd en verheven. Maar de leringen van Christus zijn begraven onder een massa zinloze overleveringen, valse uitleggingen en strenge eisen. De woorden van de Heiland met betrekking tot de bekrompen Joden, zijn met nog grotere kracht van toepassing op de leiders van de Rooms-Katholieke Kerk: ‘Zij binden zware en moeilijk te dragen lasten bijeen en leggen die op de schouders van de mensen; maar zijzelf willen die met geen van hun vingers verroeren.’ Mattheüs 23:4. Gewetensvolle zielen worden in voortdurende angst gehouden uit vrees voor de toorn van een vertoornd God, terwijl velen van de hoogwaardigheidsbekleders van de kerk leven in weelde en zinnelijk genot.

„De verering van beelden en relikwieën, de aanroeping van heiligen en de verheffing van de paus zijn werktuigen van Satan om de gedachten van het volk af te trekken van God en van Zijn Zoon. Om hun ondergang te bewerken, tracht hij hun aandacht af te wenden van Hem door Wie alleen zij het heil kunnen vinden. Hij zal hen richten op ieder voorwerp dat in de plaats kan worden gesteld van Hem Die heeft gezegd: ‘Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.’ Mattheüs 11:28.

“Het is Satans voortdurende streven het karakter van God, de aard van de zonde en de werkelijke inzet van de grote strijd verkeerd voor te stellen. Zijn drogredenen verminderen de verplichting van de goddelijke wet en geven de mensen vrijheid om te zondigen. Tegelijk brengt hij hen ertoe valse voorstellingen van God te koesteren, zodat zij Hem met vrees en haat beschouwen in plaats van met liefde. De wreedheid die zijn eigen karakter eigen is, wordt aan de Schepper toegeschreven; zij krijgt gestalte in godsdienstige stelsels en komt tot uitdrukking in vormen van aanbidding. Zo worden de geesten van de mensen verblind, en Satan maakt hen tot zijn werktuigen om oorlog te voeren tegen God. Door verdorven opvattingen van de goddelijke eigenschappen werden heidense volken ertoe gebracht te geloven dat mensenoffers noodzakelijk waren om de gunst van de Godheid te verkrijgen; en onder de verschillende vormen van afgoderij zijn afschuwelijke wreedheden bedreven.”

“De Rooms-Katholieke Kerk, die de vormen van het heidendom en van het christendom verenigt en, evenals het heidendom, het karakter van God verkeerd voorstelt, heeft haar toevlucht genomen tot praktijken die niet minder wreed en afschuwwekkend zijn. In de dagen van Romes heerschappij waren er folterwerktuigen om instemming met haar leerstellingen af te dwingen. Er was de brandstapel voor hen die haar aanspraken niet wilden toegeven. Er waren slachtingen op een schaal die nooit bekend zal worden totdat zij in het oordeel wordt geopenbaard. Hoogwaardigheidsbekleders van de kerk bestudeerden, onder Satan, hun meester, middelen om een zo groot mogelijke foltering te veroorzaken zonder het leven van het slachtoffer te beëindigen. In vele gevallen werd het helse proces herhaald tot aan de uiterste grens van het menselijk uithoudingsvermogen, totdat de natuur de strijd opgaf en de lijdende de dood begroette als een zoete verlossing.

„Dit was het lot van de tegenstanders van Rome. Voor haar aanhangers had zij de tucht van de gesel, van knagende honger, van lichamelijke verstervingen in elke denkbare, hartverscheurende vorm. Om de gunst van de hemel te verkrijgen, overtraden boetelingen de wetten van God door de wetten van de natuur te overtreden. Hun werd geleerd de banden te verbreken die Hij heeft gevormd om de aardse levensreis van de mens te zegenen en te verheugen. Het kerkhof bevat miljoenen slachtoffers die hun leven hebben doorgebracht in vergeefse pogingen hun natuurlijke genegenheden te bedwingen, om, als aanstootgevend voor God, iedere gedachte en elk gevoel van medeleven met hun medeschepselen te onderdrukken.

„Indien wij ernaar verlangen de welbewuste wreedheid van Satan te begrijpen, die zich gedurende honderden jaren heeft geopenbaard, niet onder hen die nooit van God hebben gehoord, maar in het hart zelf en over de gehele uitgestrektheid van de christenheid, dan behoeven wij slechts te zien op de geschiedenis van het romanisme. Door dit reusachtige stelsel van misleiding bereikt de vorst van het kwaad zijn doel: God oneer aandoen en de mens in ellende storten. En wanneer wij zien hoe hij erin slaagt zich te vermommen en zijn werk te volbrengen door middel van de leiders van de kerk, kunnen wij beter begrijpen waarom hij zulk een grote afkeer van de Bijbel heeft. Indien dat Boek wordt gelezen, zullen de barmhartigheid en de liefde van God worden geopenbaard; dan zal men zien dat Hij de mensen geen van deze zware lasten oplegt. Het enige wat Hij vraagt, is een gebroken en verslagen hart, een nederige, gehoorzame geest.״

Christus geeft in Zijn leven geenszins een voorbeeld dat mannen en vrouwen zich in kloosters zouden moeten opsluiten om geschikt te worden voor de hemel. Hij heeft nooit geleerd dat liefde en medeleven onderdrukt moeten worden. Het hart van de Heiland vloeide over van liefde. Hoe dichter de mens de zedelijke volmaaktheid nadert, des te scherper zijn gevoeligheden, des te fijner zijn waarneming van de zonde, en des te dieper zijn medelijden met de lijdenden. De paus beweert de plaatsbekleder van Christus te zijn; maar hoe houdt zijn karakter stand in vergelijking met dat van onze Heiland? Is het ooit van Christus bekend geweest dat Hij mensen overleverde aan de gevangenis of de folterbank omdat zij Hem geen hulde brachten als de Koning des hemels? Is Zijn stem ooit gehoord terwijl Hij hen ter dood veroordeelde die Hem niet aannamen? Toen Hij door de inwoners van een Samaritaans dorp werd miskend, werd de apostel Johannes met verontwaardiging vervuld en vroeg: ‘Heere, wilt Gij dat wij bevelen dat vuur van de hemel neerdaalt en hen verteert, zoals Elia deed?’ Jezus zag Zijn discipel met medelijden aan en bestrafte zijn harde geest, zeggende: ‘Want de Zoon des mensen is niet gekomen om de zielen der mensen te verderven, maar om te behouden.’ Lukas 9:54, 56. Hoezeer verschilt de geest die door Christus geopenbaard werd van die van Zijn vermeende plaatsbekleder.

„De Roomse Kerk vertoont zich thans aan de wereld met een schoon voorkomen en bedekt haar geschiedenis van afschuwelijke wreedheden met verontschuldigingen. Zij heeft zich bekleed met christusgelijke gewaden; maar zij is onveranderd. Elk beginsel van het pausdom dat in vroegere eeuwen bestond, bestaat ook heden. De leerstellingen die in de donkerste eeuwen zijn uitgedacht, worden nog steeds aangehangen. Laat niemand zichzelf misleiden. Het pausdom dat protestanten thans zo bereidwillig zijn te eren, is hetzelfde dat de wereld beheerste in de dagen van de Reformatie, toen mannen Gods opstonden, met gevaar voor hun leven, om haar ongerechtigheid aan het licht te brengen. Het bezit dezelfde hoogmoed en vermetele aanmatiging waarmee het over koningen en vorsten heerste en de voorrechten van God opeiste. Zijn geest is thans niet minder wreed en despotisch dan toen het de menselijke vrijheid onderdrukte en de heiligen van de Allerhoogste doodde.”

“Het pausdom is precies wat de profetie heeft verklaard dat het zou zijn, de afval van de laatste tijden. 2 Thessalonicenzen 2:3, 4. Het behoort tot haar beleid het karakter aan te nemen dat haar doel het best zal verwezenlijken; maar onder het wisselende voorkomen van de kameleon verbergt zij het onveranderlijke gif van de slang. ‘Trouw behoeft niet gehouden te worden jegens ketters, noch jegens personen die van ketterij verdacht worden’ (Lenfant, deel 1, blz. 516), verklaart zij. Zal deze macht, wier geschiedenis gedurende duizend jaren geschreven staat in het bloed van de heiligen, nu erkend worden als een deel van de kerk van Christus?”

„Niet zonder reden is in protestantse landen de bewering naar voren gebracht dat het katholicisme minder sterk van het protestantisme verschilt dan in vroegere tijden. Er heeft zich een verandering voorgedaan; maar de verandering is niet in het pausdom. Het katholicisme vertoont inderdaad veel overeenkomst met een groot deel van het protestantisme dat thans bestaat, omdat het protestantisme sinds de dagen van de Hervormers zozeer is ontaard.

“Naarmate de protestantse kerken de gunst van de wereld hebben gezocht, heeft valse liefdadigheid hun ogen verblind. Zij zien niet in dat het juist zou zijn van al het kwaad het goede te geloven, en als onvermijdelijk gevolg zullen zij ten slotte van al het goede het kwade geloven. In plaats van pal te staan ter verdediging van het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd, zijn zij nu als het ware Rome verontschuldigingen aan het aanbieden voor hun onbarmhartige oordeel over haar, en smeken zij om vergiffenis voor hun bekrompenheid.

“Een grote groep, zelfs onder hen die het rooms-katholicisme geenszins gunstig gezind zijn, beseft slechts weinig van het gevaar dat uitgaat van haar macht en invloed. Velen voeren aan dat de verstandelijke en zedelijke duisternis die gedurende de Middeleeuwen heerste, de verbreiding van haar dogma’s, bijgeloof en onderdrukking heeft bevorderd, en dat de grotere ontwikkeling van de moderne tijd, de algemene verbreiding van kennis en de toenemende verdraagzaamheid in godsdienstzaken een herleving van onverdraagzaamheid en tirannie uitsluiten. Reeds de gedachte dat een dergelijke toestand in deze verlichte eeuw zou bestaan, wordt bespot. Het is waar dat er groot licht, verstandelijk, zedelijk en godsdienstig, op dit geslacht schijnt. Op de open bladzijden van Gods heilig Woord is licht uit de hemel over de wereld uitgestraald. Maar men dient te bedenken dat, hoe groter het geschonken licht is, des te groter de duisternis is van hen die het verdraaien en verwerpen.

„Een biddende studie van de Bijbel zou protestanten het ware karakter van het pausdom doen zien en hen ertoe brengen het te verafschuwen en te mijden; maar velen zijn zo wijs in eigen oog, dat zij geen behoefte voelen om God ootmoedig te zoeken, opdat zij in de waarheid geleid mogen worden. Hoewel zij zich beroemen op hun verlichting, zijn zij onkundig zowel van de Schriften als van de kracht Gods. Zij moeten over enig middel beschikken om hun geweten tot rust te brengen, en zij zoeken datgene wat het minst geestelijk en vernederend is. Wat zij verlangen, is een methode om God te vergeten die kan doorgaan voor een methode om Hem te gedenken. Het pausdom is bij uitstek geschikt om aan de behoeften van al dezen tegemoet te komen. Het is ingericht voor twee klassen van mensen, die bijna de gehele wereld omvatten—hen die door hun verdiensten behouden willen worden, en hen die in hun zonden behouden willen worden. Hierin ligt het geheim van zijn macht.

„Er is aangetoond dat een tijd van grote verstandelijke duisternis bevorderlijk is voor het welslagen van het pausdom. Nog zal worden aangetoond dat een tijd van groot verstandelijk licht evenzeer bevorderlijk is voor zijn welslagen. In vroegere eeuwen, toen de mensen zonder Gods woord en zonder de kennis der waarheid waren, waren hun ogen geblinddoekt, en duizenden werden verstrikt, zonder het net te zien dat voor hun voeten was uitgespreid. In deze generatie zijn er velen wier ogen verblind worden door de schittering van menselijke bespiegelingen, ‘wetenschap ten onrechte alzo genoemd;’ zij onderscheiden het net niet en lopen erin even gemakkelijk als waren zij geblinddoekt. God heeft beschikt dat de verstandelijke vermogens van de mens als een gave van zijn Maker beschouwd zouden worden en in dienst van waarheid en gerechtigheid zouden worden aangewend; maar wanneer hoogmoed en eerzucht worden gekoesterd, en mensen hun eigen theorieën boven het woord van God verheffen, dan kan verstand grotere schade aanrichten dan onwetendheid. Zo zal de valse wetenschap van de huidige tijd, die het geloof in de Bijbel ondermijnt, even succesvol blijken in het bereiden van de weg voor de aanvaarding van het pausdom, met zijn bekoorlijke vormen, als het onthouden van kennis was in het banen van de weg voor zijn verheffing in de Donkere Middeleeuwen.”

„In de bewegingen die thans in de Verenigde Staten gaande zijn om voor de instellingen en gebruiken van de kerk de steun van de staat te verzekeren, treden de protestanten in de voetstappen van de papisten. Ja, meer nog, zij openen de deur voor het pausdom om in protestants Amerika de opperheerschappij te herwinnen die het in de Oude Wereld heeft verloren. En wat aan deze beweging des te grotere betekenis verleent, is het feit dat het voornaamste beoogde doel de afdwinging van de zondagsviering is—een gebruik dat bij Rome zijn oorsprong vond en dat het als het teken van zijn gezag opeist. Het is de geest van het pausdom—de geest van gelijkvormigheid aan wereldse gebruiken, de verering van menselijke overleveringen boven de geboden van God—die de protestantse kerken doordringt en hen ertoe leidt hetzelfde werk van verheffing van de zondag te doen dat het pausdom hun is voorgegaan.”

“Indien de lezer de machten wil begrijpen die in de spoedig komende strijd zullen worden aangewend, hoeft hij slechts het verslag na te gaan van de middelen die Rome in vroegere eeuwen voor hetzelfde doel heeft gebruikt. Indien hij wil weten hoe papisten en protestanten, verenigd, zullen handelen jegens hen die hun dogma’s verwerpen, laat hem dan letten op de geest die Rome heeft geopenbaard tegenover de sabbat en zijn verdedigers.

„Koninklijke edicten, algemene concilies en kerkelijke verordeningen, gesteund door wereldlijke macht, waren de treden waardoor het heidense feest zijn ereplaats in de christelijke wereld verwierf. De eerste openbare maatregel ter handhaving van de zondagsviering was de wet die door Constantijn werd uitgevaardigd. (A.D. 321) Dit edict verplichtte de stedelingen te rusten op „de eerbiedwaardige dag van de zon”, maar stond de plattelandsbewoners toe hun landbouwarbeid voort te zetten. Hoewel het in wezen een heidense verordening was, werd zij door de keizer ten uitvoer gelegd nadat hij het christendom in naam had aangenomen.

„Aangezien het koninklijk bevel geen toereikende vervanging bleek te zijn voor goddelijk gezag, stelde Eusebius, een bisschop die de gunst van vorsten zocht en die de bijzondere vriend en vleier van Constantijn was, de bewering voorop dat Christus de sabbat op de zondag had overgedragen. Er werd geen enkel getuigenis uit de Schriften aangevoerd ter staving van de nieuwe leer. Eusebius zelf erkent onbedoeld de onwaarheid ervan en wijst op de werkelijke auteurs van de verandering. ‘Alle dingen,’ zegt hij, ‘wat het een plicht was op de sabbat te doen, deze hebben wij overgebracht op de Dag des Heren.’—Robert Cox, Sabbath Laws and Sabbath Duties, page 538. Maar het zondag-argument, ongegrond als het was, diende ertoe de mensen vrijmoediger te maken bij het vertrappen van de sabbat des Heren. Allen die door de wereld geëerd wensten te worden, aanvaardden het populaire feest.”

„Naarmate het pausdom zich stevig vestigde, werd het werk van de verheffing van de zondag voortgezet. Een tijdlang verrichtte het volk landarbeid wanneer het niet de kerk bezocht, en de zevende dag werd nog steeds als de sabbat beschouwd. Maar geleidelijk werd er een verandering teweeggebracht. Hun die een heilig ambt bekleedden, werd verboden op zondag uitspraak te doen in enig burgerlijk geschil. Kort daarna werd allen, van welke rang ook, bevolen zich te onthouden van gewone arbeid, op straffe van een geldboete voor vrijen en geseling in het geval van dienstknechten. Later werd verordend dat rijke lieden gestraft moesten worden met het verlies van de helft van hun bezittingen; en ten slotte, dat zij, indien zij nog steeds halsstarrig bleven, tot slaven gemaakt moesten worden. De lagere klassen moesten eeuwige verbanning ondergaan.״

„Ook wonderen werden te hulp geroepen. Onder andere wondertekenen werd bericht dat, toen een landman die op zondag zijn akker wilde gaan ploegen, zijn ploeg met een stuk ijzer schoonmaakte, het ijzer vast aan zijn hand bleef kleven, en hij het gedurende twee jaar met zich meedroeg, ‘tot zijn uitermate grote pijn en schande.’ —Francis West, Historical and Practical Discourse on the Lord’s Day, pagina 174.

„Later gaf de paus aanwijzingen dat de pastoor de overtreders van de zondag moest vermanen en hen ertoe moest bewegen naar de kerk te gaan en hun gebeden te verrichten, opdat zij niet een grote ramp over zichzelf en hun naasten zouden brengen. Een kerkelijke raad voerde het argument aan, dat sindsdien zo algemeen is gebruikt, zelfs door protestanten, namelijk dat, omdat personen door de bliksem waren getroffen terwijl zij op zondag arbeid verrichtten, deze dag wel de sabbat moest zijn. ‘Het is duidelijk,’ zeiden de prelaten, ‘hoe zwaar Gods ongenoegen rustte op hun veronachtzaming van deze dag.’ Vervolgens werd een beroep gedaan op priesters en dienaren, koningen en vorsten, en op alle gelovige mensen, dat zij ‘hun uiterste inspanningen en zorg aanwenden opdat de dag in zijn eer hersteld worde en, tot eer van het christendom, voortaan met meer toewijding worde onderhouden.’ —Thomas Morer, Discourse in Six Dialogues on the Name, Notion, and Observation of the Lord’s Day, page 271.

Toen de besluiten van concilies ontoereikend bleken, werd de wereldlijke overheid verzocht een edict uit te vaardigen dat schrik in de harten van het volk zou slaan en hen zou dwingen zich op de zondag van arbeid te onthouden. Op een synode, gehouden te Rome, werden alle eerdere besluiten met grotere kracht en plechtigheid opnieuw bekrachtigd. Zij werden ook opgenomen in het kerkelijk recht en door de burgerlijke overheid in bijna geheel de christenheid gehandhaafd. (Zie Heylyn, History of the Sabbath, pt. 2, ch. 5, sec. 7.)

Toch bracht het ontbreken van Schriftuurlijke bevoegdheid voor de zondagsviering niet geringe verlegenheid teweeg. Het volk stelde de vraag op grond van welk recht hun leraren de uitdrukkelijke verklaring van Jehovah terzijde stelden: „De zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods”, om de dag der zon te eren. Om het gemis aan Bijbels getuigenis aan te vullen, waren andere hulpmiddelen noodzakelijk. Een ijverig voorstander van de zondag, die tegen het einde van de twaalfde eeuw de kerken van Engeland bezocht, werd door getrouwe getuigen voor de waarheid weerstaan; en zo vruchteloos waren zijn pogingen, dat hij het land voor een tijd verliet en naar enig middel omzag om zijn leringen kracht bij te zetten. Toen hij terugkeerde, was in de leemte voorzien, en in zijn latere arbeid had hij groter succes. Hij bracht een rol mee die voorgaf van God Zelf te zijn, en die het benodigde gebod tot zondagsviering bevatte, met ontzagwekkende bedreigingen om de ongehoorzamen schrik aan te jagen. Van dit kostbare document — een even laag vervalsing als de instelling die het ondersteunde — werd gezegd dat het uit de hemel was gevallen en te Jeruzalem was gevonden, op het altaar van de heilige Simeon, op Golgotha. Maar in werkelijkheid was het pauselijk paleis te Rome de bron waaruit het was voortgekomen. Bedrog en vervalsingen om de macht en voorspoed van de kerk te bevorderen, zijn in alle eeuwen door de pauselijke hiërarchie als geoorloofd beschouwd.

“De rol verbood arbeid vanaf het negende uur, drie uur in de namiddag, op zaterdag, tot zonsopgang op maandag; en van zijn gezag werd verklaard dat het door vele wonderen bevestigd was. Er werd bericht dat personen die na het vastgestelde uur werkten, door verlamming werden getroffen. Een molenaar die trachtte zijn koren te malen, zag in plaats van meel een stroom van bloed tevoorschijn komen, en het molenrad stond stil, ondanks de sterke aandrang van het water. Een vrouw die deeg in de oven plaatste, trof het rauw aan toen zij het eruit haalde, hoewel de oven zeer heet was. Een andere, die tegen het negende uur deeg gereed had om te bakken, maar besloot het tot maandag terzijde te zetten, ontdekte de volgende dag dat het door goddelijke kracht tot broden was gevormd en gebakken. Een man die na het negende uur op zaterdag brood bakte, bemerkte, toen hij het de volgende morgen brak, dat er bloed uit tevoorschijn kwam. Door zulke absurde en bijgelovige verzinsels poogden de voorstanders van de zondag haar heiligheid te bevestigen. (Zie Roger de Hoveden, Annals, deel 2, blz. 526–530.)”

„In Schotland werd, evenals in Engeland, een grotere eerbied voor de zondag verzekerd door daaraan een deel van de oude sabbat te verbinden. Maar de tijd die heilig gehouden moest worden, verschilde. Een edict van de koning van Schotland verklaarde dat ‘de zaterdag vanaf twaalf uur ’s middags als heilig beschouwd behoort te worden’, en dat niemand zich vanaf dat tijdstip tot maandagmorgen met wereldse zaken mocht bezighouden.—Morer, blz. 290, 291.

“Maar niettegenstaande alle pogingen om de heiligheid van de zondag te vestigen, erkenden de papisten zelf openlijk het goddelijk gezag van de sabbat en de menselijke oorsprong van de instelling waardoor deze was verdrongen. In de zestiende eeuw verklaarde een pauselijk concilie uitdrukkelijk: ‘Laat alle christenen zich herinneren dat de zevende dag door God is geheiligd, en is aanvaard en onderhouden, niet alleen door de Joden, maar ook door allen die belijden God te aanbidden; hoewel wij christenen hun sabbat hebben veranderd in de Dag des Heren.’—Ibid., bladzijden 281, 282. Degenen die zich vergrepen aan de goddelijke wet, waren niet onkundig van het karakter van hun werk. Zij stelden zich welbewust boven God.”

“Een treffende illustratie van Rome’s beleid jegens hen die van haar verschilden, werd gegeven in de lange en bloedige vervolging van de Waldenzen, van wie sommigen de sabbat onderhielden. Anderen leden op soortgelijke wijze vanwege hun trouw aan het vierde gebod. De geschiedenis van de kerken van Ethiopië en Abessinië is in het bijzonder veelbetekenend. Te midden van de duisternis van de Donkere Middeleeuwen raakten de christenen van Centraal-Afrika uit het zicht en werden zij door de wereld vergeten, en gedurende vele eeuwen genoten zij vrijheid in de uitoefening van hun geloof. Maar ten slotte vernam Rome van hun bestaan, en de keizer van Abessinië werd spoedig verleid tot de erkenning van de paus als de plaatsbekleder van Christus. Andere concessies volgden.”

„Er werd een edict uitgevaardigd dat de viering van de sabbat onder de zwaarste straffen verbood. (Zie Michael Geddes, Church History of Ethiopia, blz. 311, 312.) Maar de pauselijke tirannie werd weldra een juk dat zo drukkend was dat de Abessijnen besloten het van hun hals af te werpen. Na een vreselijke strijd werden de roomsgezinden uit hun gebied verdreven en werd het oude geloof hersteld. De kerken verheugden zich in hun vrijheid, en zij vergaten nooit de les die zij hadden geleerd aangaande het bedrog, het fanatisme en de despotische macht van Rome. Binnen hun afgezonderde rijk waren zij tevreden te blijven, onbekend voor de rest van de christenheid.

„De kerken van Afrika hielden de sabbat zoals die door de pauselijke kerk werd gehouden vóór haar volledige afvalligheid. Terwijl zij de zevende dag hielden in gehoorzaamheid aan het gebod van God, onthielden zij zich op de zondag van arbeid overeenkomstig de gewoonte van de kerk. Nadat Rome de opperste macht had verkregen, had het Gods sabbat met voeten getreden om de zijne te verheffen; maar de kerken van Afrika, bijna duizend jaar verborgen, hadden geen deel aan deze afvalligheid. Toen zij onder de heerschappij van Rome werden gebracht, werden zij gedwongen de ware terzijde te stellen en de valse sabbat te verheffen; maar zodra zij hun onafhankelijkheid hadden herwonnen, keerden zij terug tot gehoorzaamheid aan het vierde gebod.

„Deze verslagen uit het verleden openbaren duidelijk de vijandschap van Rome tegen de ware sabbat en haar verdedigers, en de middelen die het aanwendt om de instelling die het zelf heeft geschapen, te eren. Het Woord van God leert dat deze taferelen zich zullen herhalen, wanneer rooms-katholieken en protestanten zich zullen verenigen ter verheffing van de zondag.

“De profetie van Openbaring 13 verklaart dat de macht die wordt voorgesteld door het beest met lamshoornen, ‘de aarde en hen die daarop wonen’ zal doen het pausdom te aanbidden—hier gesymboliseerd door het beest ‘gelijk een luipaard.’ Het beest met twee hoornen zal ook zeggen ‘tot hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld voor het beest zouden maken;’ en bovendien zal het allen gebieden, ‘kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven,’ het merkteken van het beest te ontvangen. Openbaring 13:11–16. Er is aangetoond dat de Verenigde Staten de macht is die wordt voorgesteld door het beest met lamshoornen, en dat deze profetie vervuld zal worden wanneer de Verenigde Staten de viering van de zondag zullen afdwingen, die Rome opeist als de bijzondere erkenning van haar opperheerschappij. Maar in deze hulde aan het pausdom zullen de Verenigde Staten niet alleen staan. De invloed van Rome in de landen die eens haar heerschappij erkenden, is nog verre van vernietigd. En de profetie voorzegt een herstel van haar macht. ‘En ik zag een van zijn koppen als tot de dood gewond; en zijn dodelijke wond werd genezen; en de gehele wereld verwonderde zich achter het beest aan.’ Vers 3. Het toebrengen van de dodelijke wond wijst op de val van het pausdom in 1798. Daarna, zegt de profeet, ‘werd zijn dodelijke wond genezen; en de gehele wereld verwonderde zich achter het beest aan.’ Paulus verklaart duidelijk dat de ‘mens der zonde’ zal voortbestaan tot de tweede komst. 2 Thessalonicenzen 2:3–8. Tot vlak voor het einde der tijd zal hij het werk van misleiding voortzetten. En ook de ziener verklaart, eveneens doelend op het pausdom: ‘En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, wier namen niet geschreven zijn in het boek des levens.’ Openbaring 13:8. Zowel in de Oude als in de Nieuwe Wereld zal het pausdom hulde ontvangen in de eer die wordt bewezen aan de zondaginstelling, die uitsluitend berust op het gezag van de Roomse Kerk.”

„Sinds het midden van de negentiende eeuw hebben studenten van de profetie in de Verenigde Staten dit getuigenis aan de wereld voorgehouden. In de gebeurtenissen die thans plaatsvinden, is een snelle voortgang te zien in de richting van de vervulling van de voorzegging. Bij protestantse leraren bestaat dezelfde aanspraak op goddelijk gezag voor de zondagsviering en hetzelfde gebrek aan schriftuurlijk bewijs als bij de pauselijke leiders die wonderen verzonnen om de plaats in te nemen van een gebod van God. De bewering dat Gods oordelen de mensen treffen wegens hun overtreding van de zondagssabbat, zal worden herhaald; zij begint reeds te worden aangedrongen. En een beweging om de zondagsviering af te dwingen wint snel terrein.”

„Wonderbaarlijk in haar schranderheid en sluwheid is de Roomse Kerk. Zij kan lezen wat komen zal. Zij wacht haar tijd af, ziende dat de protestantse kerken haar eer bewijzen door hun aanvaarding van de valse sabbat en dat zij zich gereedmaken die af te dwingen door juist de middelen die zijzelf in vroeger dagen heeft aangewend. Degenen die het licht der waarheid verwerpen, zullen nog de hulp zoeken van deze zichzelf onfeilbaar noemende macht om een instelling te verheffen die bij haar haar oorsprong had. Hoe bereidwillig zij de protestanten in dit werk te hulp zal komen, laat zich niet moeilijk vermoeden. Wie begrijpt beter dan de pauselijke leiders hoe men moet omgaan met hen die aan de kerk ongehoorzaam zijn?”

„De Rooms-Katholieke Kerk vormt, met al haar vertakkingen over de gehele wereld, één uitgestrekte organisatie onder de heerschappij van en bestemd om de belangen van de pauselijke stoel te dienen. Haar miljoenen lidmaten worden in elk land op aarde onderricht zichzelf te beschouwen als gebonden in trouw aan de paus. Wat ook hun nationaliteit of hun regering moge zijn, zij dienen het gezag van de kerk te beschouwen als verheven boven alle andere. Hoewel zij de eed kunnen afleggen waarin zij hun trouw aan de staat beloven, ligt daarachter toch de gelofte van gehoorzaamheid aan Rome, die hen ontslaat van elke verplichting die strijdig is met haar belangen.״

“De geschiedenis getuigt van haar listige en hardnekkige pogingen om zich in de aangelegenheden van de naties in te dringen; en, eenmaal vaste voet verkregen hebbend, haar eigen doeleinden na te streven, zelfs ten koste van de ondergang van vorsten en volken. In het jaar 1204 ontfutselde paus Innocentius III aan Peter II, koning van Arragon, de volgende buitengewone eed: ‘Ik, Peter, koning der Arragonezen, verklaar en beloof mijn heer, paus Innocentius, zijn katholieke opvolgers en de Roomse Kerk altijd getrouw en gehoorzaam te zijn, en mijn koninkrijk getrouw in zijn gehoorzaamheid te bewaren, het katholieke geloof te verdedigen en ketterse verdorvenheid te vervolgen.’ —John Dowling, The History of Romanism, b. 5, hfdst. 6, sec.

“55. Dit is in overeenstemming met de beweringen aangaande de macht van de Romeinse paus, ‘dat het hem geoorloofd is keizers af te zetten’ en ‘dat hij onderdanen van hun trouw aan onrechtvaardige heersers kan ontslaan’.—Mosheim, b. 3, cent. 11, pt. 2, hfdst. 2, sec. 9, noot 17.

“En laat men bedenken dat het juist de roem van Rome is dat zij nooit verandert. De beginselen van Gregorius VII en Innocentius III zijn nog steeds de beginselen van de Rooms-Katholieke Kerk. En indien zij slechts de macht had, zou zij die thans met evenveel kracht in praktijk brengen als in voorbije eeuwen. Protestanten beseffen nauwelijks wat zij doen wanneer zij voorstellen de hulp van Rome te aanvaarden in het werk van de verheffing van de zondag. Terwijl zij erop uit zijn hun doel te verwezenlijken, is Rome erop gericht haar macht te herstellen, haar verloren opperheerschappij te herwinnen. Zodra eenmaal in de Verenigde Staten het beginsel is gevestigd dat de kerk de macht van de staat mag aanwenden of beheersen; dat godsdienstige gebruiken door wereldlijke wetten mogen worden afgedwongen; kortom, dat het gezag van kerk en staat het geweten moet beheersen, is de triomf van Rome in dit land verzekerd.”

„Gods woord heeft gewaarschuwd voor het dreigende gevaar; laat deze waarschuwing onbeacht blijven, en de protestantse wereld zal pas te laat, wanneer aan de strik niet meer te ontkomen valt, leren wat de werkelijke bedoelingen van Rome zijn. Zij groeit stilzwijgend uit tot macht. Haar leerstellingen oefenen hun invloed uit in wetgevende vergaderzalen, in de kerken en in de harten van mensen. Zij stapelt haar verheven en massieve bouwwerken op, in de verborgen schuilhoeken waarvan haar vroegere vervolgingen zullen worden herhaald. Heimelijk en onverdacht versterkt zij haar krachten om haar eigen doeleinden te bevorderen, wanneer de tijd gekomen zal zijn om toe te slaan. Het enige wat zij verlangt, is een gunstige uitgangspositie, en die wordt haar reeds gegeven. Wij zullen weldra zien en voelen wat het doel van het roomse element is. Wie ook maar het woord van God zal geloven en gehoorzamen, zal daardoor smaad en vervolging op zich laden.” The Great Controversy, 563–581.