Toen de gelijkenis van de tien maagden in de Milleritische geschiedenis werd vervuld, vond dit plaats tijdens de boodschap van de tweede engel. De boodschap van de tweede engel vertegenwoordigt twee onderscheiden boodschappen, zowel wat betreft de tijdsperiode die zij bestrijken als ten aanzien van de beoogde ontvangers van de boodschap. De boodschap van de tweede engel was gericht tot de protestantse kerken die zojuist naar Rome waren teruggekeerd en dochters van Babylon waren geworden. De Middernachtsroep was gericht tot de slapende Millerieten. De eerste boodschap was naar buiten, buiten de Millerieten, gericht; de tweede was naar binnen gericht. Dit zal in onze dagen letterlijk worden vervuld.

Het verschil dat moet worden opgemerkt in de herhaling van onze tijd is dat in het begin van het adventisme de boodschap van de tweede engel eerst buiten de Millerieten uitging en dat vervolgens het tweede deel van de boodschap binnen de Millerieten kwam. Aan het einde van het adventisme, wanneer de gelijkenis opnieuw wordt herhaald, wordt ook de boodschap van de tweede engel herhaald. Er wordt ons dat rechtstreeks meer dan een handvol keren meegedeeld. Maar de tweeledige aard van de boodschap is aan het einde omgekeerd. De eerste boodschap gaat naar het adventisme en de tweede naar hen die buiten het adventisme staan. Er wordt ons gezegd dat het werk en de boodschap die worden voorgesteld door de engel van Openbaring achttien een herhaling zijn van de boodschap van de tweede engel.

„De profeet zegt: ‘En ik zag een andere engel uit de hemel neerdalen, bekleed met grote macht; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid. En hij riep krachtig met sterke stem, zeggende: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, en het is geworden een woonplaats van duivelen’ (Openbaring 18:1, 2). Dit is dezelfde boodschap die door de tweede engel werd gegeven. Babylon is gevallen, ‘omdat zij alle volken heeft doen drinken van de wijn van de toorn van haar hoererij’ (Openbaring 14:8). Wat is die wijn?—Haar valse leringen. Zij heeft de wereld een valse sabbat gegeven in plaats van de sabbat van het vierde gebod, en heeft de leugen herhaald die Satan Eva voor het eerst in Eden vertelde—de natuurlijke onsterfelijkheid van de ziel. Vele verwante dwalingen heeft zij wijd en zijd verspreid, ‘lerende leringen, die geboden van mensen zijn’ (Mattheüs 15:9).”

„Toen Jezus Zijn openbare bediening begon, reinigde Hij de Tempel van haar heiligschennende ontwijding. Onder de laatste daden van Zijn bediening was de tweede reiniging van de Tempel. Zo worden ook in het laatste werk ter waarschuwing van de wereld twee onderscheiden oproepen tot de kerken gedaan. De boodschap van de tweede engel luidt: ‘Babylon is gevallen, is gevallen, die grote stad, omdat zij alle volken heeft doen drinken van de wijn van de toorn van haar hoererij’ (Openbaring 14:8). En in de luide roep van de boodschap van de derde engel wordt een stem uit de hemel gehoord, die zegt: ‘Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen deel hebt en opdat gij van haar plagen niet ontvangt. Want haar zonden hebben zich opgestapeld tot aan de hemel, en God heeft aan haar ongerechtigheden gedacht’ (Openbaring 18:4, 5).” Selected Messages, boek 2, 118.

De boodschap van de tweede engel aan het begin van het adventisme is dezelfde boodschap als de boodschap die wordt voorgesteld door de engel van Openbaring achttien, en in die waarschuwing zijn er twee stemmen die een boodschap verkondigen. De eerste stem wordt verkondigd wanneer de aarde verlicht wordt door zijn heerlijkheid, en in vers vier hoorde Johannes een andere stem zeggen: “Ga uit van haar.”

In de Milleritische geschiedenis kwam de oproep om uit Babylon te gaan eerst, en de boodschap aan de Millerieten kwam daarna. In Openbaring achttien is het de tweede stem, of tweede boodschap, die zich richt tot hen die buiten het adventisme staan. Samen met de verklaring dat er „twee onderscheiden oproepen tot de kerken” worden gedaan, vinden wij dat ook de twee keren waarop Christus de tempel reinigde (aan het begin en aan het einde van Zijn bediening) een illustratie vormen van het begin en het einde van het adventisme.

Het begin van het adventisme beeldde een reiniging van de arbeiders uit, die behulpzaam was bij het leggen van het fundament dat William Miller werd gebruikt op te richten. Het fundament werd voltooid aan het einde van de boodschap van de tweede engel, want met de komst van de derde engel op 22 oktober 1844 werden de waarheden die het fundament van het adventisme vormen, beschikbaar om te worden begrepen voor hen die bereid zijn te horen.

Het werk van het leggen van het fundament werd voltooid op het hoogtepunt van de geschiedenis van de tweede engel, toen „twee onderscheiden oproepen tot de kerken werden gericht.” De eerste oproep was buiten de Millerieten, de tweede was voor de Millerieten. Maar een ander begin dat overeenkomt met het begin van het adventisme is de bediening van Christus toen Hij voor de eerste maal Zijn tempel reinigde. De profetische illustratie van de reiniging van de tempel markeert een zuivering aan het begin en aan het einde van Zijn bediening, die op haar beurt een voorafschaduwing is van een zuivering van het adventisme aan zijn begin en aan zijn einde. Christus’ twee tempelreinigingen stemmen overeen met het begin en het einde van het adventisme, maar Zijn boodschap was uitsluitend bestemd voor Zijn verbondsvolk, dat bezig was zich voorgoed van God te scheiden.

Het begin van het adventisme bracht een boodschap die de opening van het oordeel aankondigde, en het einde van het adventisme kondigt het einde van het oordeel aan. Jezus reinigde de tempel de eerste maal en bestrafte de Joden omdat zij van Zijn huis een rovershol hadden gemaakt, maar de tweede reiniging van de tempel was „onder de laatste daden van Zijn bediening.” Aan het einde van Zijn bediening zei Hij de Joden niet langer dat zij van het huis van Zijn Vader een rovershol hadden gemaakt; toen zei Hij hun dat hun huis „hun woest werd overgelaten.”

“Ondertussen zochten aanbidders uit alle volken de tempel op die was gewijd aan de aanbidding van God. Schitterend van goud en kostbare stenen was zij een verschijning van schoonheid en grootsheid. Maar Jehovah was in dat paleis van lieflijkheid niet langer te vinden. Israël had zich als natie van God losgescheiden. Toen Christus, tegen het einde van Zijn aardse bediening, voor de laatste maal het inwendige van de tempel aanschouwde, zei Hij: ‘Zie, uw huis wordt aan u woest overgelaten.’ Mattheüs 23:38. Tot dusver had Hij de tempel het huis van Zijn Vader genoemd; maar toen de Zoon van God die muren verliet, werd Gods tegenwoordigheid voor altijd onttrokken aan de tempel die tot Zijn heerlijkheid was gebouwd.” Handelingen van de Apostelen, 145.

De tempel die Hij in het begin reinigde, was een andere tempel dan die welke Hij aan het einde reinigde. De eerste tempel was het huis van Zijn Vader, maar de tweede tempel was het huis van de Joden. De Heere trad in het begin in verbond met het Adventisme en Adventisten werden priesters in Zijn tempel. Aan het einde van het Adventisme zullen zij geen priesters meer zijn, en hun huis zal verwoest worden.

De tweede engel vertegenwoordigt twee boodschappen. Dit is een van de redenen waarom de boodschap wordt voorgesteld als Babylon dat tweemaal valt. Dit is niet de voornaamste reden voor de tweemaal herhaalde aankondiging van de val van Babylon, maar het is wel een van de redenen. Hoe zijn het twee boodschappen?

De tweede engel verscheen als reactie op de verwerping van de boodschap van de eerste engel. Toen de onjuiste voorspelling, die 1843 aanwees als de voltooiing van de 2300-jarige profetie, door de protestantse kerken werd gebruikt om de boodschap van Miller te verwerpen, was Millers boodschap de boodschap van de eerste engel. Bij de verwerping daarvan werden de protestantse kerken, die meer dan 1260 jaar lang Gods kerk in de woestijn waren geweest, verworpen en werden zij een dochter van Babylon. Op dat moment verscheen de tweede engel met zijn boodschap.

Er zijn enkele zeer belangrijke punten verbonden aan de verschillende elementen van deze geschiedenis die wij overwegen. Er is ten minste één punt dat geleidelijk moet worden ontwikkeld, omdat het beslist bijdraagt aan het begrip van de boodschap van de Openbaring van Jezus Christus die thans wordt ontzegeld. Om deze reden neem ik een zeer belangrijke passage over die geschiedenis op. Het betreft twee hoofdstukken waarnaar ik verwijs, maar er is ook een derde belangrijk hoofdstuk tussen deze twee hoofdstukken. Ik neem dit op dit moment niet op, teneinde de reikwijdte van onze overweging te beperken.

Let erop welke engel wordt aangesproken terwijl u verder leest; let op het voortschrijdende beproevingsproces; merk in de eerste alinea op dat de profetische kenmerken van de engel van Openbaring achttien ook de kenmerken van de eerste engel zijn. Merk op dat het kruisigen van een van de boodschappen gelijkstaat aan het kruisigen van Christus, en merk op dat de drie engelen allen als afzonderlijke engelen worden voorgesteld, maar dat de boodschap van de Middernachtsroep een menigte van engelen is.

„Mij werd getoond welk belang de gehele hemel stelde in het werk dat op aarde was voortgegaan. Jezus gaf een sterke en machtige engel opdracht neer te dalen en de bewoners der aarde te waarschuwen zich gereed te maken voor Zijn tweede verschijning. Ik zag de machtige engel de tegenwoordigheid van Jezus in de hemel verlaten. Vóór hem uit ging een buitengewoon helder en heerlijk licht. Mij werd gezegd dat zijn zending was de aarde te verlichten met zijn heerlijkheid en de mens te waarschuwen voor de komende toorn Gods. Menigten ontvingen het licht. Sommigen schenen zeer ernstig, terwijl anderen blij en verrukt waren. Het licht werd over allen uitgestort, maar sommigen kwamen slechts onder de invloed van het licht en namen het niet van harte aan. Maar allen die het ontvingen, richtten hun aangezichten omhoog naar de hemel en verheerlijkten God. Velen werden met grote toorn vervuld. Predikanten en volk verenigden zich met het verachtelijke gespuis en boden hardnekkig weerstand aan het licht dat door de machtige engel werd verspreid. Maar allen die het ontvingen, trokken zich uit de wereld terug en waren nauw met elkander verenigd.

„Satan en zijn engelen waren druk bezig de aandacht van allen die zij maar konden van het licht af te trekken. De groep die het verwierp, werd in duisternis achtergelaten. Ik zag de engel met de diepste belangstelling toezien op het belijdende volk van God, om het karakter vast te leggen dat zij ontwikkelden, toen de boodschap van hemelse oorsprong hun werd gebracht. En toen zeer velen die beweerden Jezus lief te hebben, zich met minachting, spot en haat van de hemelse boodschap afwendden, maakte een engel met een perkament in zijn hand die schandelijke aantekening. De gehele hemel was vervuld van verontwaardiging, omdat Jezus door zijn belijdende volgelingen werd miskend.״

„Ik zag de teleurstelling van de vertrouwenden. Zij zagen hun Heer niet op de verwachte tijd. Het was Gods bedoeling de toekomst te verbergen en Zijn volk tot een punt van beslissing te brengen. Zonder dit tijdstip zou het werk dat God had beoogd niet zijn volbracht. Satan leidde de gedachten van zeer velen ver vooruit in de toekomst. Een voor Christus’ verschijning afgekondigde tijdsperiode moest het denken ertoe brengen ernstig te zoeken naar een tegenwoordige voorbereiding. Toen de tijd verstreken was, verenigden zij die het licht van de engel niet ten volle hadden aangenomen zich met hen die de hemelse boodschap hadden veracht, en zij keerden zich spottend tegen de teleurgestelden. Ik zag de engelen in de hemel met Jezus overleggen. Zij hadden de toestand van Christus’ belijdende volgelingen opgemerkt. Het verstrijken van de bepaalde tijd had hen beproefd en aan het licht gebracht, en zeer velen werden in de weegschaal gewogen en te licht bevonden. Zij beleden allen luidkeels christenen te zijn, en toch faalden zij erin Christus in bijna elk opzicht te volgen. Satan jubelde over de toestand van de belijdende volgelingen van Christus. Hij had hen in zijn strik. Hij had de meerderheid ertoe gebracht het rechte pad te verlaten, en zij trachtten op een andere wijze naar de hemel op te klimmen. Engelen zagen de reinen, de onbevlekten en heiligen, allen vermengd met zondaars in Sion en met de wereldlievende huichelaar. Zij hadden over de ware liefhebbers van Jezus gewaakt; maar de verdorvenen oefenden invloed uit op de heiligen.״

„Hun wier harten brandden van een verlangen, van een innig begeren om Jezus te zien, werd door hun belijdende broeders verboden over zijn komst te spreken. Engelen overzagen het gehele tafereel en leefden mee met het overblijfsel, dat de verschijning van Jezus liefhad. Een andere machtige engel ontving opdracht om naar de aarde neer te dalen. Jezus legde een geschrift in zijn hand, en toen hij op aarde kwam, riep hij: Babylon is gevallen! is gevallen! Toen zag ik de teleurgestelden opnieuw opvrolijken en hun ogen ten hemel opslaan, vol geloof en hoop uitziende naar de verschijning van hun Heere. Maar velen schenen in een stompe toestand te blijven, als waren zij in slaap; toch kon ik op hun gelaat de sporen van diepe droefheid zien. De teleurgestelden zagen in de Bijbel dat zij zich in de vertoeftijd bevonden, en dat zij geduldig moesten wachten op de vervulling van het gezicht. Datzelfde bewijs dat hen ertoe had gebracht in 1843 naar hun Heere uit te zien, bracht hen ertoe Hem in 1844 te verwachten. Ik zag dat de meerderheid niet die kracht bezat welke hun geloof in 1843 had gekenmerkt. Hun teleurstelling had hun geloof gedempt. Maar toen de teleurgestelden zich verenigden in de roep van de tweede engel, zag de hemelse heirschare met de diepste belangstelling toe en sloeg zij het uitwerksel van de boodschap gade. Zij zagen hoe degenen die de naam van christenen droegen, zich met spot en verachting keerden tegen hen die teleurgesteld waren. Toen de woorden van de spotter over zijn lippen kwamen: Gij zijt nog niet opgegaan! schreef een engel ze op. Zei de engel: Zij bespotten God.”

„Mijn aandacht werd teruggeleid naar de hemelvaart van Elia. Zijn mantel viel op Elisa, en goddeloze kinderen (of jongelingen) volgden hem en bespotten hem, terwijl zij riepen: Ga op, gij kaalkop! Ga op, gij kaalkop! Zij bespotten God en ontvingen daar hun straf. Zij hadden dit van hun ouders geleerd. En zij die de gedachte aan het opgaan van de heiligen hebben bespot en gehoond, zullen door de plagen Gods bezocht worden en zullen beseffen dat het geen geringe zaak is met Hem de spot te drijven.

„Jezus droeg andere engelen op snel te vliegen om het verslappende geloof van zijn volk te verlevendigen en te versterken, en hen voor te bereiden om de boodschap van de tweede engel te verstaan, en van de gewichtige stap die weldra in de hemel zou worden gedaan. Ik zag deze engelen grote kracht en licht van Jezus ontvangen, en snel naar de aarde vliegen om hun opdracht te volbrengen, namelijk de tweede engel in zijn werk bij te staan. Een groot licht scheen op het volk van God terwijl de engelen riepen: Zie, de Bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet. Toen zag ik die teleurgestelden opstaan en, in overeenstemming met de tweede engel, verkondigen: Zie, de Bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet. Het licht van de engelen drong overal door in de duisternis. Satan en zijn engelen trachtten te verhinderen dat dit licht zich verbreidde en het beoogde uitwerking had. Zij twistten met de engelen van God en zeiden hun dat God het volk had bedrogen, en dat zij met al hun licht en kracht het volk niet konden doen geloven dat Jezus kwam. De engelen van God zetten hun werk voort, hoewel Satan ernaar streefde de weg te versperren en de gedachten van het volk van het licht af te trekken. Degenen die het aannamen, zagen er zeer gelukkig uit. Zij richtten hun ogen op naar de hemel en verlangden naar de verschijning van Jezus. Sommigen verkeerden in grote benauwdheid, weenden en baden. Hun ogen schenen op henzelf gericht te zijn, en zij durfden niet omhoog te zien.”

“Een kostbaar licht uit de hemel scheidde de duisternis van hen, en hun ogen, die in wanhoop op zichzelf gevestigd waren geweest, werden omhoog gericht, terwijl dankbaarheid en heilige vreugde op elk gelaat tot uitdrukking kwamen. Jezus en heel de engelenschare zagen de getrouwe, wachtende mensen met goedkeuring aan.

„Zij die het licht van de boodschap van de eerste engel verwierpen en zich ertegen verzetten, verloren het licht van de tweede en konden geen voordeel ontvangen van de kracht en heerlijkheid die de boodschap begeleidden: Zie, de Bruidegom komt. Jezus wendde Zich met een frons van hen af. Zij hadden Hem gering geacht en verworpen. Degenen die de boodschap aannamen, waren gehuld in een wolk van heerlijkheid. Zij wachtten en waakten en baden om de wil van God te leren kennen. Zij vreesden ten zeerste Hem te mishagen. Ik zag Satan en zijn engelen trachten dit goddelijke licht voor het volk van God af te sluiten; maar zolang de wachtenden het licht koesterden en hun ogen van de aarde opgeheven hielden naar Jezus, had Satan geen macht om hun dit kostbare licht te ontnemen. De boodschap die uit de hemel gegeven werd, verbitterde Satan en zijn engelen, en zij die beweerden Jezus lief te hebben, maar zijn komst verachtten, bespotten en honenden de getrouwe, vertrouwende gelovigen. Maar een engel tekende iedere belediging, iedere geringschatting, iedere mishandeling op die zij van hun belijdende broeders ontvingen. Zeer velen verhieven hun stem om te roepen: Zie, de Bruidegom komt, en verlieten hun broeders die de verschijning van Jezus niet liefhadden en hun niet wilden toestaan bij zijn tweede komst stil te staan. Ik zag Jezus zijn aangezicht afwenden van hen die zijn komst verwierpen en verachtten, en vervolgens gebood Hij de engelen zijn volk uit het midden van de onreinen weg te leiden, opdat zij niet verontreinigd zouden worden. Zij die de boodschappen gehoorzaam waren, stonden vrij en verenigd. Een heilig en voortreffelijk licht scheen op hen. Zij verzaakten de wereld, rukten hun genegenheid ervan los en offerden hun aardse belangen op. Zij gaven hun aardse schat prijs, en hun begerige blik was op de hemel gericht, in de verwachting hun geliefde Verlosser te zien. Een heilige, gewijde vreugde straalde van hun gelaat en getuigde van de vrede en blijdschap die vanbinnen regeerden. Jezus gebood zijn engelen heen te gaan en hen te sterken, want het uur van hun beproeving naderde. Ik zag dat deze wachtenden nog niet beproefd waren zoals zij beproefd moesten worden. Zij waren nog niet vrij van dwalingen. En ik zag de barmhartigheid en goedheid van God in het zenden van een waarschuwing aan de bewoners van de aarde, en van herhaalde boodschappen om hen tot een bepaald tijdstip te brengen, om hen te leiden tot een nauwgezet zelfonderzoek, opdat zij zich zouden ontdoen van dwalingen die van de heidenen en de papisten waren overgeleverd. Door deze boodschappen heeft God zijn volk uitgeleid naar een plaats waar Hij met grotere kracht voor hen kan werken en waar zij al zijn geboden kunnen houden....”

„Toen de bediening van Jezus in het Heilige ten einde liep, en Hij het Heilige der Heiligen binnenging en voor de ark stond die de wet van God bevatte, zond Hij een andere machtige engel naar de aarde met de derde boodschap. Hij legde een perkament in de hand van de engel, en toen deze in majesteit en kracht naar de aarde neerdaalde, verkondigde hij een ontzagwekkende waarschuwing, de vreselijkste bedreiging die ooit tot de mens is gebracht. Deze boodschap was bestemd om de kinderen van God op hun hoede te stellen en hun het uur van verzoeking en benauwdheid te tonen dat hun wachtte. De engel zei: Zij zullen in een hevige strijd gewikkeld worden met het beest en zijn beeld. Hun enige hoop op het eeuwige leven is standvastig te blijven. Hoewel hun leven op het spel staat, moeten zij toch de waarheid vasthouden. De derde engel besluit zijn boodschap met deze woorden: Hier is de volharding der heiligen; hier zijn zij die de geboden van God en het geloof van Jezus bewaren. Toen hij deze woorden herhaalde, wees hij naar het hemelse heiligdom. De gedachten van allen die deze boodschap aannemen, worden gericht op het Allerheiligste, waar Jezus voor de ark staat en zijn laatste voorbede doet voor allen voor wie de genade nog talmt, en voor hen die onwetend de wet van God hebben overtreden. Deze verzoening wordt gedaan voor de rechtvaardige doden zowel als voor de rechtvaardige levenden. Jezus doet verzoening voor hen die gestorven zijn zonder het licht aangaande Gods geboden te hebben ontvangen, die in onwetendheid hebben gezondigd.”

“Nadat Jezus de deur van het Allerheiligste had geopend, werd het licht van de sabbat gezien, en het volk van God moest beproefd en getoetst worden, zoals God oudtijds de kinderen van Israël op de proef stelde, om te zien of zij zijn wet zouden onderhouden. Ik zag de derde engel omhoog wijzen, en de teleurgestelden de weg tonen naar het Allerheiligste van het hemelse Heiligdom. Door het geloof volgden zij Jezus het Allerheiligste binnen. Opnieuw hebben zij Jezus gevonden, en vreugde en hoop ontspringen opnieuw. Ik zag hen terugblikken en het verleden overzien, vanaf de verkondiging van de tweede komst van Jezus, door hun tocht heen, tot aan het verstrijken van de tijd in 1844. Zij zien hun teleurstelling verklaard, en vreugde en zekerheid bezielen hen opnieuw. De derde engel heeft het verleden, het heden en de toekomst verlicht, en zij weten dat God hen inderdaad door zijn geheimzinnige voorzienigheid heeft geleid.”

„Mij werd getoond dat het overblijfsel Jezus volgde naar het Allerheiligste, en de ark en het verzoendeksel aanschouwde, en in de ban werd gebracht door hun heerlijkheid. Jezus hief het deksel van de ark op, en zie! de stenen tafelen, met daarop de tien geboden geschreven. Zij volgen de levende woorden; maar zij deinzen bevend terug wanneer zij zien dat het vierde gebod levend aanwezig is onder de tien heilige voorschriften, terwijl er een helderder licht op schijnt dan op de andere negen, en een stralenkrans van heerlijkheid het geheel omringt. Zij vinden daar niets wat hun te kennen geeft dat de sabbat is afgeschaft of veranderd in de eerste dag van de week. Het luidt zoals toen het door de mond van God werd uitgesproken in plechtige en ontzagwekkende majesteit op de berg, terwijl de bliksemstralen flitsten en de donderslagen rolden, en toen het met Zijn eigen heilige vinger op de stenen tafelen werd geschreven. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Zij zijn verbaasd wanneer zij de zorg zien die aan de tien geboden is besteed. Zij zien dat deze dicht bij Jehovah zijn geplaatst, overschaduwd en beschermd door Zijn heiligheid. Zij zien dat zij het vierde gebod van de decaloog met voeten hebben getreden en een dag hebben onderhouden die door heidenen en papisten is overgeleverd, in plaats van de dag die door Jehovah is geheiligd. Zij vernederen zich voor God en treuren over hun vroegere overtredingen.”

„Ik zag de wierook in het wierookvat roken terwijl Jezus hun belijdenissen en gebeden aan zijn Vader opdroeg. En terwijl zij opsteeg, rustte er een helder licht op Jezus en op het verzoendeksel; en de ernstige, biddende zielen, die verontrust waren omdat zij ontdekt hadden dat zij overtreders van Gods wet waren, werden gezegend, en hun gelaat lichtte op van hoop en vreugde. Zij sloten zich aan bij het werk van de derde engel, verhieven hun stemmen en verkondigden de plechtige waarschuwing. Maar aanvankelijk namen slechts weinigen de boodschap aan; toch gingen zij met kracht voort de waarschuwing te verkondigen. Toen zag ik velen de boodschap van de derde engel aannemen en hun stemmen verenigen met die van hen die de waarschuwing het eerst hadden verkondigd, en zij verheerlijkten God en maakten Hem groot door zijn geheiligde Rustdag te onderhouden.

„Velen die de derde boodschap hadden aangenomen, hadden geen ervaring in de twee voorgaande boodschappen. Satan begreep dit, en zijn boze oog was op hen gericht om hen ten val te brengen; maar de derde engel wees hun naar het Allerheiligste, en zij die een ervaring hadden in de vroegere boodschappen, wezen hun de weg naar het hemelse Heiligdom. Velen zagen de volmaakte keten der waarheid in de boodschappen der engelen en namen die met blijdschap aan. Zij aanvaardden die in hun volgorde en volgden Jezus door het geloof in het hemelse Heiligdom. Deze boodschappen werden mij voorgesteld als een anker om het lichaam vast te houden. En naarmate afzonderlijke personen ze ontvangen en verstaan, worden zij afgeschermd tegen de vele misleidingen van Satan.“

„Na de grote teleurstelling in 1844 waren Satan en zijn engelen ijverig bezig strikken te spannen om het geloof van het lichaam aan het wankelen te brengen. Hij oefende invloed uit op de gedachten van personen die in deze dingen een persoonlijke ervaring hadden gehad. Zij hadden een schijn van nederigheid. Zij veranderden de eerste en de tweede boodschap en wezen voor hun vervulling naar de toekomst, terwijl anderen ver terugwezen in het verleden en verklaarden dat zij daar reeds vervuld waren. Deze personen trokken de gedachten van de onervarenen weg en brachten hun geloof aan het wankelen. Sommigen onderzochten de Bijbel in een poging een eigen geloof op te bouwen, onafhankelijk van het lichaam. Satan jubelde over dit alles; want hij wist dat hij degenen die zich van het anker losmaakten, door verschillende dwalingen kon beïnvloeden en heen en weer kon drijven met allerlei wind van leer. Velen die leiding hadden gegeven in de eerste en tweede boodschappen, verloochenden die, en verdeeldheid en verstrooiing heersten door het gehele lichaam. Toen zag ik Wm. Miller. Hij zag er verward uit en was gebogen onder verdriet en benauwdheid om zijn volk. Hij zag de groep die in 1844 verenigd en liefdevol was geweest, haar liefde voor elkaar verliezen en zich tegen elkaar keren. Hij zag hen terugvallen in een koude, afgevallen toestand. Verdriet verteerde zijn krachten. Ik zag vooraanstaande mannen Wm. Miller gadeslaan en vrezen dat hij de boodschap van de derde engel en de geboden van God zou aannemen. En telkens wanneer hij zich neigde naar het licht uit de hemel, beraamden deze mannen een plan om zijn gedachten daarvan af te trekken. Ik zag dat er een menselijke invloed werd uitgeoefend om zijn geest in duisternis te houden en zijn invloed onder hen te behouden. Ten slotte verhief Wm. Miller zijn stem tegen het licht uit de hemel. Hij faalde doordat hij de boodschap niet aannam die zijn teleurstelling volledig zou hebben verklaard en een licht en heerlijkheid over het verleden zou hebben geworpen, die zijn uitgeputte krachten zouden hebben verlevendigd, zijn hoop verhelderd en hem ertoe zouden hebben gebracht God te verheerlijken. Maar hij neigde tot menselijke wijsheid in plaats van tot goddelijke; en doordat hij gebroken was door zware arbeid in de zaak van zijn Meester en door zijn leeftijd, was hij niet in dezelfde mate verantwoordelijk als degenen die hem van de waarheid afhielden. Zij zijn verantwoordelijk, en de zonde rust op hen. Indien Wm. Miller het licht van de derde boodschap had kunnen zien, zouden vele dingen die hem duister en geheimzinnig voorkwamen, verklaard zijn. Zijn broeders beleden zulk een diepe liefde en zulk een groot belang in hem te stellen, dat hij meende zich niet van hen te kunnen losrukken. Zijn hart neigde tot de waarheid; maar dan zag hij op zijn broeders. Zij verzetten zich ertegen. Kon hij zich losmaken van hen die schouder aan schouder met hem hadden gestaan in het verkondigen van de komst van Jezus? Hij dacht dat zij hem zeker niet op een dwaalspoor zouden brengen.”

“God liet toe dat hij onder de macht van Satan kwam, en dat de dood heerschappij over hem had. Hij verborg hem in het graf, ver van hen die hem voortdurend van God aftrokken. Mozes dwaalde juist toen hij op het punt stond het beloofde land binnen te gaan. Zo zag ik ook dat Wm. Miller dwaalde toen hij weldra het hemelse Kanaän zou binnengaan, doordat hij toeliet dat zijn invloed tegen de waarheid inging. Anderen brachten hem daartoe. Anderen zullen daarvoor rekenschap moeten afleggen. Maar engelen waken over het kostbare stof van deze dienstknecht van God, en hij zal tevoorschijn komen bij het geluid van de laatste bazuin.

‘Ik zag een gezelschap dat goed beschut en standvastig stond en op geen enkele wijze steun zou verlenen aan hen die het gevestigde geloof van het lichaam zouden ontwrichten. God zag op hen neer met goedkeuring. Mij werden drie treden getoond—één, twee en drie—de boodschappen van de eerste, de tweede en de derde engel. De engel zei: Wee hem die een steen zal verplaatsen of een pin in deze boodschappen zal loswrikken. Het ware begrip van deze boodschappen is van levensbelang. Het lot van zielen hangt af van de wijze waarop zij worden ontvangen. Ik werd opnieuw door deze boodschappen heen geleid en zag hoe duur het volk van God zijn ervaring had gekocht. Zij was verkregen door veel lijden en zware strijd. Stap voor stap had God hen voortgeleid, totdat Hij hen op een vast, onbeweeglijk platform had geplaatst. Toen zag ik personen die, terwijl zij het platform naderden, vóórdat zij erop stapten, de grondslag onderzochten. Sommigen stapten er onmiddellijk met blijdschap op. Anderen begonnen aanmerkingen te maken op de wijze waarop de grondslag van het platform was gelegd. Zij wensten verbeteringen aangebracht te zien, en dan zou het platform volmaakter zijn en het volk veel gelukkiger. Sommigen stapten van het platform af en onderzochten het, om er vervolgens aanmerkingen op te maken en te verklaren dat het verkeerd was gelegd. Ik zag dat bijna allen vast op het platform stonden en anderen die ervan waren afgestapt, vermaanden hun klachten te staken, want God was de Meesterbouwer, en zij streden tegen Hem. Zij verhaalden van het wonderbare werk van God, dat hen tot het vaste platform had geleid, en eensgezind hieven bijna allen hun ogen op naar de hemel en verheerlijkten God met luide stem. Dit maakte indruk op sommigen van hen die hadden geklaagd en het platform hadden verlaten, en opnieuw stapten ook zij met een nederige blik erop.’

„Ik werd teruggewezen naar de verkondiging van de eerste komst van Christus. Johannes werd gezonden in de geest en de kracht van Elia om de weg te bereiden voor de komst van Jezus. Degenen die het getuigenis van Johannes verwierpen, hadden geen nut van de leringen van Jezus. Hun verzet tegen de verkondiging van zijn eerste komst plaatste hen daar waar zij het krachtigste bewijs dat Hij de Messias was, niet gemakkelijk konden aannemen. Satan dreef hen die de boodschap van Johannes verwierpen ertoe nog verder te gaan, Jezus te verwerpen en Hem te kruisigen. Door dit te doen plaatsten zij zichzelf daar waar zij de zegen op de Pinksterdag niet konden ontvangen, die hun de weg naar het hemelse Heiligdom zou hebben geleerd. Het scheuren van het voorhangsel van de tempel toonde aan dat de Joodse offers en inzettingen niet langer aangenomen zouden worden. Het grote Offer was gebracht en was aangenomen, en de Heilige Geest, Die neerdaalde op de Pinksterdag, richtte de gedachten van de discipelen van het aardse heiligdom naar het hemelse, waar Jezus was binnengegaan door Zijn eigen bloed en over Zijn discipelen de weldaden van Zijn verzoening had uitgestort. De Joden werden achtergelaten in volkomen misleiding en totale duisternis. Zij verloren al het licht dat zij over het verlossingsplan hadden kunnen hebben en vertrouwden nog steeds op hun nutteloze offers en gaven. Het hemelse Heiligdom had de plaats van het aardse ingenomen; toch hadden zij geen kennis van de weg naar het hemelse.”

“Velen zien met afgrijzen op de weg die de Joden jegens Jezus zijn gegaan door Hem te verwerpen en te kruisigen. En wanneer zij de geschiedenis van Zijn smadelijke mishandeling lezen, menen zij dat zij Christus liefhebben en Hem niet zouden hebben verloochend zoals Petrus, noch Hem zouden hebben gekruisigd zoals de Joden. Maar God, die hun beleden medelijden met Zijn Zoon heeft aanschouwd, heeft hen op de proef gesteld en die liefde tot de toets gebracht welke zij voor Jezus beleden.

„De gehele hemel zag met de diepste belangstelling toe op de ontvangst van de boodschap. Maar velen die belijden Jezus lief te hebben, en die tranen storten wanneer zij het verhaal van het kruis lezen, worden, in plaats van de boodschap met blijdschap aan te nemen, met toorn bewogen, bespotten het goede nieuws van Jezus’ komst en verklaren het tot een misleiding. Zij wilden geen gemeenschap hebben met hen die Zijn verschijning liefhadden, maar haatten hen en sloten hen uit de kerken. Degenen die de eerste boodschap verwierpen, konden geen nut hebben van de tweede en werden evenmin gebaat door de middernachtsroep, die hen moest voorbereiden om door het geloof met Jezus het Allerheiligste van het hemelse Heiligdom binnen te gaan. En doordat zij de beide voorgaande boodschappen verwierpen, kunnen zij geen licht zien in de boodschap van de derde engel, die de weg wijst naar het Allerheiligste. Ik zag dat de naamkerken, evenals de Joden Jezus hadden gekruisigd, deze boodschappen hadden gekruisigd, en daarom hebben zij geen kennis van de beweging die in de hemel heeft plaatsgevonden, noch van de weg naar het Allerheiligste, en zij kunnen daar niet gebaat worden door de voorbede van Jezus. Zoals de Joden, die hun nutteloze offers brachten, zenden zij hun nutteloze gebeden op naar het vertrek dat Jezus heeft verlaten, en satan, verheugd over de misleiding van de belijdende volgelingen van Christus, verstrikt hen in zijn strik, neemt een godsdienstig karakter aan, en trekt de gedachten van deze belijdende christenen tot zich en werkt met zijn kracht, zijn tekenen en leugenachtige wonderen. Sommigen misleidt hij op de ene wijze en anderen op een andere. Hij heeft verschillende dwalingen gereed om verschillende geesten te beïnvloeden. Sommigen zien met afschuw op de ene misleiding neer, terwijl zij een andere gewillig aannemen. Satan misleidt sommigen door het spiritisme. Hij komt ook als een engel des lichts en verbreidt zijn invloed over het land. Overal zag ik valse hervormingen. De kerken waren opgetogen en meenden dat God op wonderbare wijze voor hen werkte, terwijl het een andere geest was. Het zal wegsterven en de wereld en de kerk in een slechtere toestand achterlaten dan tevoren.”

„Ik zag dat God oprechte kinderen had onder de naam-adventisten en de gevallen kerken, en dat predikanten en volk nog uit deze kerken zullen worden uitgeroepen, voordat de plagen zullen worden uitgegoten, en zij zullen de waarheid met blijdschap aannemen. Satan weet dit, en vóór de luide roep van de derde engel verwekt hij een opwinding in deze godsdienstige lichamen, opdat zij die de waarheid hebben verworpen, mogen denken dat God met hen is. Hij hoopt de oprechten te misleiden en hen ertoe te brengen te denken dat God nog steeds werkt voor de kerken. Maar het licht zal schijnen, en ieder van de oprechten zal de gevallen kerken verlaten en zijn plaats innemen bij het overblijfsel.” Spiritual Gifts, deel 1, 151–172.

Deze passage bevat zo veel belangrijke waarheden, maar ik gebruik de passage om enkele kenmerken van de boodschappen van de Milleritische geschiedenis te onderscheiden, teneinde te begrijpen hoe deze onze geschiedenis voorafschaduwen. Alle drie de engelen van Openbaring veertien hebben een boodschap in hun hand. De tweede en derde engel worden aangeduid als degenen die een „perkamentrol” bij zich hebben terwijl zij met hun boodschap neerdalen. Elke engel vertegenwoordigt een boodschap, en de komst van elke boodschap brengt een uitwerking teweeg.

Wij zullen dit onderwerp in het volgende artikel voortzetten.