The United States is specifically identified in the Bible. There are several biblical passages that specifically identify the United States at the end of the world. In Revelation chapter thirteen the United States is the second, or the two-horned beast that comes up out of the earth and forbids the entire world from buying or selling—except they have the mark of the beast.

De Verenigde Staten worden in de Bijbel uitdrukkelijk geïdentificeerd. Er zijn verschillende bijbelgedeelten die de Verenigde Staten aan het einde van de wereld uitdrukkelijk identificeren. In Openbaring hoofdstuk dertien zijn de Verenigde Staten het tweede beest, ofwel het beest met de twee horens, dat opkomt uit de aarde en de gehele wereld verbiedt te kopen of te verkopen—tenzij zij het merkteken van het beest hebben.

And I beheld another beast coming up out of the earth; and he had two horns like a lamb, and he spake as a dragon. And he exerciseth all the power of the first beast before him, and causeth the earth and them which dwell therein to worship the first beast, whose deadly wound was healed. And he doeth great wonders, so that he maketh fire come down from heaven on the earth in the sight of men, And deceiveth them that dwell on the earth by the means of those miracles which he had power to do in the sight of the beast; saying to them that dwell on the earth, that they should make an image to the beast, which had the wound by a sword, and did live. And he had power to give life unto the image of the beast, that the image of the beast should both speak, and cause that as many as would not worship the image of the beast should be killed. And he causeth all, both small and great, rich and poor, free and bond, to receive a mark in their right hand, or in their foreheads: And that no man might buy or sell, save he that had the mark, or the name of the beast, or the number of his name.

En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde; en het had twee horens, aan die van een lam gelijk, en het sprak als een draak. En het oefent al de macht van het eerste beest voor diens ogen uit, en maakt dat de aarde en zij die daarop wonen het eerste beest aanbidden, welks dodelijke wond genezen was. En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel op de aarde doet neerdalen voor de ogen der mensen, en het verleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het macht had te doen voor de ogen van het beest; en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend geworden was. En het werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. En het maakt dat aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofden; en dat niemand kan kopen of verkopen dan hij die het merkteken heeft, of de naam van het beest, of het getal van zijn naam.

Here is wisdom. Let him that hath understanding count the number of the beast: for it is the number of a man; and his number is Six hundred threescore and six. Revelation 13:11–18.

Hier is de wijsheid. Laat hij die verstand heeft, het getal van het beest berekenen; want het is het getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zesenzestig. Openbaring 13:11–18.

There are seven primary prophetic characteristics in this passage associated with the two-horned earth-beast. He exercises the power of the beast that preceded him; he causes everyone in the world to worship the beast that was before him; he does great wonders that all men see; he deceives the entire world and commands the world to make an image of the beast before him; he gives life to the image of the beast and it speaks; he forces with the penalty of death the entire world to worship the image to the beast; and he forces the entire world to receive the mark either in the forehead or hand and forbids buying and selling against those who do not have the mark, name or number of the beast.

Er zijn zeven voornaamste profetische kenmerken in deze passage die verband houden met het tweehoornige beest uit de aarde. Het oefent de macht uit van het beest dat hem voorafging; het brengt allen in de wereld ertoe het beest te aanbidden dat vóór hem was; het doet grote tekenen die alle mensen zien; het misleidt de gehele wereld en beveelt de wereld een beeld te maken van het beest dat vóór hem was; het geeft leven aan het beeld van het beest en het spreekt; het dwingt, op straffe des doods, de gehele wereld het beeld van het beest te aanbidden; en het dwingt de gehele wereld het merkteken te ontvangen, hetzij op het voorhoofd, hetzij op de hand, en verbiedt het kopen en verkopen aan hen die het merkteken, de naam of het getal van het beest niet hebben.

The work of deception accomplished by the beast that comes “up out of the earth” in verse eleven is so delusive and powerful that it “deceiveth them that dwell on the earth.” The entire world will be deceived by the United States. That is, with the exception of God’s church—the entire world is to be deceived into accepting the mark of antichrist. The prophetic events that precede this world-wide deception are already under way.

Het misleidende werk dat wordt volbracht door het beest dat in vers elf „uit de aarde opkomt”, is zó bedrieglijk en machtig dat het „hen verleidt die op de aarde wonen”. De gehele wereld zal door de Verenigde Staten worden misleid. Dat wil zeggen: met uitzondering van Gods kerk zal de gehele wereld ertoe worden verleid het merkteken van de antichrist te aanvaarden. De profetische gebeurtenissen die aan deze wereldwijde misleiding voorafgaan, zijn reeds in gang gezet.

There are stories from the Bible that most people know, if only at a surface level. Most have heard about the confrontations between Moses and Pharoah, Daniel and Nebuchadnezzar or Jesus and Pilate. Persons know these Bible stories at varying levels of understanding, but don’t necessarily recognize that Bible prophecy directly and very specifically identifies kings and kingdoms. It was certainly the case with Moses, Daniel and Christ. Egypt, Babylon and Rome were all specifically identified in Bible prophecy in advance of the history where they fulfilled the predictions concerning their respective kingdoms. God never changes.

Er zijn verhalen uit de Bijbel die de meeste mensen kennen, al is het slechts oppervlakkig. De meesten hebben gehoord van de confrontaties tussen Mozes en Farao, Daniël en Nebukadnezar, of Jezus en Pilatus. Mensen kennen deze Bijbelverhalen in uiteenlopende mate van begrip, maar beseffen niet noodzakelijk dat de Bijbelse profetie koningen en koninkrijken rechtstreeks en zeer specifiek aanwijst. Dat was beslist het geval met Mozes, Daniël en Christus. Egypte, Babylon en Rome werden alle in de Bijbelse profetie vooraf uitdrukkelijk genoemd in de geschiedenis waarin zij de voorspellingen aangaande hun respectieve koninkrijken vervulden. God verandert nooit.

For I am the Lord, I change not; therefore ye sons of Jacob are not consumed. Malachi 3:6.

Want Ik ben de HEERE, Ik verander niet; daarom zijt gij, kinderen van Jakob, niet verteerd. Maleachi 3:6.

Jesus Christ the same yesterday, and today, and forever. Hebrews 13:8.

Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. Hebreeën 13:8.

The fact that God never changes allows us to apply some simple logic to our consideration of the two-horned earth-beast of Revelation thirteen. Because we know that God set forth predictions directly identifying the kingdoms of Egypt, Babylon and Rome as they each interacted with and persecuted God’s church, we can establish some facts concerning the earth-beast of Revelation thirteen. The earth-beast, as with Egypt, Babylon and Rome, will be directly identified in Bible prophecy in advance of the history where the prediction concerning that nation is fulfilled. I say we can establish this fact based upon a very simple but important biblical rule. The rule identifies that truth is established based upon a testimony of two.

Het feit dat God nooit verandert, stelt ons in staat enige eenvoudige logica toe te passen op onze beschouwing van het tweehornige aardebeest van Openbaring dertien. Omdat wij weten dat God voorspellingen heeft gegeven waarin de koninkrijken Egypte, Babylon en Rome rechtstreeks worden aangeduid, zoals zij elk met Gods kerk omgingen en haar vervolgden, kunnen wij enkele feiten vaststellen aangaande het aardebeest van Openbaring dertien. Het aardebeest zal, evenals Egypte, Babylon en Rome, in de bijbelse profetie rechtstreeks worden aangeduid vóór de geschiedenis waarin de voorspelling betreffende die natie wordt vervuld. Ik zeg dat wij dit feit kunnen vaststellen op grond van een zeer eenvoudige maar belangrijke bijbelse regel. Die regel bepaalt dat waarheid wordt vastgesteld op basis van het getuigenis van twee.

At the mouth of two witnesses, or three witnesses, shall he that is worthy of death be put to death; but at the mouth of one witness he shall not be put to death. Deuteronomy 17:6.

Op de verklaring van twee getuigen, of van drie getuigen, zal hij die de dood verdient ter dood gebracht worden; maar op de verklaring van één getuige zal hij niet ter dood gebracht worden. Deuteronomium 17:6.

One witness shall not rise up against a man for any iniquity, or for any sin, in any sin that he sinneth: at the mouth of two witnesses, or at the mouth of three witnesses, shall the matter be established. Deuteronomy 19:15.

Eén getuige zal niet tegen een man opstaan wegens enige ongerechtigheid, of wegens enige zonde, in welke zonde hij ook gezondigd heeft; op de verklaring van twee getuigen, of op de verklaring van drie getuigen, zal de zaak bevestigd worden. Deuteronomium 19:15.

This is the third time I am coming to you. In the mouth of two or three witnesses shall every word be established. 2 Corinthians 13:1.

Dit is de derde keer dat ik tot u kom. Op de mond van twee of drie getuigen zal elke zaak bevestigd worden. 2 Korinthe 13:1.

Against an elder receive not an accusation, but before two or three witnesses. 1 Timothy 5:19.

Neem tegen een ouderling geen beschuldiging aan, behalve op verklaring van twee of drie getuigen. 1 Timotheüs 5:19.

Bible prophecy predicted ancient Egypt’s demise when God dealt with Egypt’s rebellious Pharaoh. Bible prophecy predicted ancient Babylon’s rise and fall while also dealing with Babylon’s rebellious kings. Bible prophecy predicted the rise and fall of the empire of pagan Rome and identified and dealt with Rome’s corrupt representatives. The consistency of God’s never-changing character identifies that the most significant kingdom mentioned within Bible prophecy—the earth-beast of Revelation thirteen—will most definitely be identified by Bible prophecy.

Bijbelse profetie voorzegde de ondergang van het oude Egypte toen God afrekende met de weerspannige farao van Egypte. Bijbelse profetie voorzegde de opkomst en ondergang van het oude Babylon, terwijl zij tevens afrekende met Babylons weerspannige koningen. Bijbelse profetie voorzegde de opkomst en ondergang van het rijk van het heidense Rome en wees tevens de verdorven vertegenwoordigers van Rome aan en rekende met hen af. De consequentie van Gods onveranderlijke karakter maakt duidelijk dat het meest betekenisvolle koninkrijk dat binnen de Bijbelse profetie wordt genoemd—het beest uit de aarde van Openbaring dertien—stellig door de Bijbelse profetie zal worden geïdentificeerd.

When the prophecy of the earth-beast of Revelation thirteen is fulfilled, God’s church will be in confrontation with the political and religious leadership of the earth-beast as prophetically illustrated by Moses, Daniel and Christ. The United States’ prophetic role at the end of the world is a primary subject of Bible prophecy. As we develop the biblical information that identifies the United States’ role in Bible prophecy, we will employ rules that are found within the Bible, for the Word of God needs no human definition. Ancient Israel was given ceremonial rules, health rules, ten moral rules, rules for agriculture and on and on. God is orderly.

Wanneer de profetie van het aardbeest uit Openbaring dertien wordt vervuld, zal Gods kerk in confrontatie staan met de politieke en religieuze leiding van het aardbeest, zoals profetisch geïllustreerd door Mozes, Daniël en Christus. De profetische rol van de Verenigde Staten aan het einde van de wereld is een hoofdonderwerp van de bijbelse profetie. Wanneer wij de bijbelse gegevens ontvouwen die de rol van de Verenigde Staten in de bijbelse profetie identificeren, zullen wij regels hanteren die in de Bijbel zelf te vinden zijn, want het Woord van God behoeft geen menselijke omschrijving. Het oude Israël ontving ceremoniële voorschriften, gezondheidsvoorschriften, tien morele geboden, voorschriften voor de landbouw, en ga zo maar door. God is een God van orde.

Let all things be done decently and in order. 1 Corinthians 14:40.

Laat alle dingen eerbaar en met orde geschieden. 1 Korinthiërs 14:40.

The biblical record supplies no witness that suggests that a person would be blessed by simply ignoring rules given by God. Who can expect to be blessed if they ignore the rules of prophetic interpretation established in and by the Bible for the purpose of prophetic study?

Het bijbelse verslag levert geen enkel getuigenis dat erop wijst dat iemand gezegend zou worden door eenvoudigweg de door God gegeven regels te negeren. Wie kan verwachten gezegend te worden als hij de regels voor profetische uitleg negeert die in en door de Bijbel zijn vastgesteld met het oog op de studie van de profetie?

Come now, and let us reason together, saith the Lord: though your sins be as scarlet, they shall be as white as snow; though they be red like crimson, they shall be as wool. Isaiah 1:18.

Komt nu, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE: al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als wol. Jesaja 1:18.

As we employ the biblical rules we will allow the Bible to establish and validate whether the rules are genuine or false. As with all of God’s various rules there is always a satanic counterfeit to the rules. It is therefore a necessity that when a rule is employed to establish a truth, that both the truth identified and the rule employed should be tested.

Wanneer wij de bijbelse regels toepassen, zullen wij de Bijbel laten vaststellen en bevestigen of de regels echt of vals zijn. Zoals bij alle verschillende regels van God bestaat er altijd een satanische vervalsing van de regels. Daarom is het noodzakelijk dat, wanneer een regel wordt toegepast om een waarheid vast te stellen, zowel de vastgestelde waarheid als de toegepaste regel beproefd worden.

Beloved, believe not every spirit, but try the spirits whether they are of God: because many false prophets are gone out into the world. 1 John 4:1.

Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. 1 Johannes 4:1.

Another purpose, beyond identifying the prophetic role of the United States in this study, is to identify the secret message from the book of Revelation that Jesus hid until this particular generation.

Een ander doel, naast het vaststellen van de profetische rol van de Verenigde Staten in deze studie, is het onderkennen van de verborgen boodschap uit het boek Openbaring die Jezus tot deze bijzondere generatie verborgen hield.

The secret things belong unto the Lord our God: but those things which are revealed belong unto us and to our children forever, that we may do all the words of this law. Deuteronomy 29:29.

De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God; maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en voor onze kinderen tot in eeuwigheid, opdat wij al de woorden van deze wet doen. Deuteronomium 29:29.

God’s prophetic secrets that are revealed are for the purpose of allowing those who receive the secret to keep His law. Men can only keep His law if it is written upon their heart. The secret that is being unsealed in the book of Revelation is part of the process of the Holy Spirit writing God’s law on our inward parts and hearts. The secret that is opened up to God’s people, when and if accepted by faith, establishes the new covenant.

Gods geopenbaarde profetische geheimen hebben ten doel hen die het geheim ontvangen in staat te stellen Zijn wet te onderhouden. Mensen kunnen Zijn wet alleen onderhouden indien zij in hun hart geschreven is. Het geheim dat in het boek Openbaring wordt ontzegeld, maakt deel uit van het proces waardoor de Heilige Geest Gods wet op onze innerlijke delen en in onze harten schrijft. Het geheim dat voor Gods volk wordt ontsloten, vestigt, wanneer en indien het in geloof wordt aangenomen, het nieuwe verbond.

Behold, the days come, saith the Lord, that I will make a new covenant with the house of Israel, and with the house of Judah: Not according to the covenant that I made with their fathers in the day that I took them by the hand to bring them out of the land of Egypt; which my covenant they brake, although I was an husband unto them, saith the Lord: But this shall be the covenant that I will make with the house of Israel; After those days, saith the Lord, I will put my law in their inward parts, and write it in their hearts; and will be their God, and they shall be my people. Jeremiah 31:31–33.

Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten: niet overeenkomstig het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte uit te leiden; welk Mijn verbond zij verbroken hebben, hoewel Ik hun tot een Man was, spreekt de HEERE: Maar dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. Jeremia 31:31–33.

“In the last days of this earth’s history, God’s covenant with his commandment-keeping people is to be renewed.” Review and Herald, February 26, 1914.

“In de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde zal Gods verbond met zijn geboden onderhoudende volk vernieuwd worden.” Review and Herald, 26 februari 1914.

Revelation 1:1–3 The Final Warning Message:

Openbaring 1:1–3 De laatste waarschuwingsboodschap:

The Revelation of Jesus Christ, which God gave unto him, to shew unto his servants things which must shortly come to pass; and he sent and signified it by his angel unto his servant John: Who bare record of the word of God, and of the testimony of Jesus Christ, and of all things that he saw. Blessed is he that readeth, and they that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein: for the time is at hand. Revelation 1:1–3.

De openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft, om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra geschieden moet; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en te kennen gegeven aan zijn dienstknecht Johannes; deze heeft getuigenis afgelegd van het woord van God en van het getuigenis van Jezus Christus, en van alles wat hij gezien heeft. Zalig is hij die leest, en zij die de woorden van deze profetie horen en bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. Openbaring 1:1–3.

The first three verses of Revelation chapter one identify that the “Revelation of Jesus Christ” is the final message for mankind. It is clearly a message, because “the Revelation of Jesus Christ” was given to Him from the Heavenly Father to show his servants what “must shortly come to pass.”

De eerste drie verzen van Openbaring hoofdstuk één maken duidelijk dat de “Openbaring van Jezus Christus” de laatste boodschap voor de mensheid is. Het is duidelijk een boodschap, want “de Openbaring van Jezus Christus” werd Hem door de hemelse Vader gegeven om zijn dienstknechten te tonen wat “spoedig moet geschieden.”

We are told to consider that the “Holy Spirit has so shaped matters, both in the giving of the prophecy” and also “in the events portrayed.”.

Ons wordt opgedragen in overweging te nemen dat de „Heilige Geest de zaken zó heeft gevormd, zowel in het geven van de profetie” als ook „in de gebeurtenissen die worden uitgebeeld.”

“The Holy Spirit has so shaped matters, both in the giving of the prophecy and in the events portrayed, as to teach that the human agent is to be kept out of sight, hid in Christ, and that the Lord God of heaven and His law are to be exalted. Read the book of Daniel. Call up, point by point, the history of the kingdoms there represented.” Testimonies to Ministers, 112.

“De Heilige Geest heeft de zaken, zowel bij het geven van de profetie als in de gebeurtenissen die daarin worden voorgesteld, zó gevormd dat hierdoor wordt geleerd dat de menselijke werktuig buiten het gezicht moet worden gehouden, verborgen in Christus, en dat de Here God van de hemel en Zijn wet moeten worden verhoogd. Lees het boek Daniël. Roep, punt voor punt, de geschiedenis op van de koninkrijken die daar worden voorgesteld.” Testimonies to Ministers, 112.

The “events portrayed” and also the “giving of the prophecy” in the first three verses of Revelation chapter one specifically illustrates the step-by-step process of how God communicates to men, and also identifies that the message that is communicated is called “the Revelation of Jesus Christ.”

De „uitgebeelde gebeurtenissen” en ook het „geven van de profetie” in de eerste drie verzen van Openbaring hoofdstuk één illustreren specifiek het stapsgewijze proces van hoe God tot mensen spreekt, en geven tevens aan dat de boodschap die wordt gecommuniceerd „de Openbaring van Jezus Christus” wordt genoemd.

Jesus Christ then did two things with the message which he received from God. He sent the message by his angel and he also signified his message by that angel. His angel then took the message to the prophet John who wrote it down, and sent it to the churches for you and me. The first three verses were “so shaped” by “the Holy Spirit” as to emphasize both the “message” and “the process of communication” involved in delivering the message.

Jezus Christus deed vervolgens twee dingen met de boodschap die Hij van God had ontvangen. Hij zond de boodschap door middel van zijn engel en Hij gaf zijn boodschap ook door middel van die engel te kennen door tekenen. Zijn engel bracht de boodschap vervolgens naar de profeet Johannes, die haar opschreef en aan de gemeenten zond, voor u en mij. De eerste drie verzen werden aldus door „de Heilige Geest” „gevormd” om zowel de „boodschap” als het „proces van mededeling” te benadrukken dat betrokken was bij het overbrengen van de boodschap.

The three verses we are considering present the final message to mankind, but not simply the final message—more importantly, the three verses represent the final “warning” message to planet earth. The “warning” attribute of the message is identified when a class of persons are identified as “blessed” for having read, heard and kept “those things which are written therein.” There is a class of persons who will not read, nor hear a warning represented as “the Revelation of Jesus Christ”. It is impossible for them to be blessed. It is obvious that if there is a class that is blessed for reading, hearing and keeping those things which are written, then there is a class that is not blessed. Will a person read, hear and keep the message of the Revelation of Jesus Christ? If so, he will be blessed, if not he will be cursed.

De drie verzen die wij beschouwen, bevatten de laatste boodschap aan de mensheid, maar niet slechts de laatste boodschap — nog belangrijker: de drie verzen vertegenwoordigen de laatste „waarschuwings”-boodschap aan de planeet aarde. Het „waarschuwings”-karakter van de boodschap wordt aangeduid wanneer een categorie personen als „zalig” wordt aangemerkt omdat zij „de dingen die daarin geschreven staan” hebben gelezen, gehoord en bewaard. Er is een categorie personen die een waarschuwing, voorgesteld als „de Openbaring van Jezus Christus”, niet zal lezen noch horen. Het is voor hen onmogelijk zalig te zijn. Het is duidelijk dat, indien er een categorie is die zalig is omdat zij de dingen die geschreven staan leest, hoort en bewaart, er ook een categorie is die niet zalig is. Zal iemand de boodschap van de Openbaring van Jezus Christus lezen, horen en bewaren? Zo ja, dan zal hij zalig zijn; zo niet, dan zal hij vervloekt zijn.

“Says the prophet: ‘Blessed is he that readeth’—there are those who will not read; the blessing is not for them. ‘And they that hear’—there are some, also, who refuse to hear anything concerning the prophecies; the blessing is not for this class. ‘And keep those things which are written therein’—many refuse to heed the warnings and instructions contained in the Revelation; none of these can claim the blessing promised. All who ridicule the subjects of the prophecy and mock at the symbols here solemnly given, all who refuse to reform their lives and to prepare for the coming of the Son of man, will be unblessed.” The Great Controversy, 341.

“Zegt de profeet: ‘Zalig is hij die leest’—er zijn er die niet willen lezen; de zegen is niet voor hen. ‘En zij die horen’—er zijn ook sommigen die weigeren iets te horen aangaande de profetieën; de zegen is niet voor deze groep. ‘En die bewaren hetgeen daarin geschreven staat’—velen weigeren acht te slaan op de waarschuwingen en onderrichtingen die in de Openbaring vervat zijn; geen van hen kan aanspraak maken op de beloofde zegen. Allen die de onderwerpen van de profetie bespotten en spot drijven met de symbolen die hier plechtig gegeven worden, allen die weigeren hun leven te hervormen en zich voor te bereiden op de komst van de Zoon des mensen, zullen zonder zegen zijn.” The Great Controversy, 341.

The expression “the time is at hand” in verse three identifies that it is a specific time when the last warning message arrives in history. “The time,”—(a specific time) “is at hand.” A specific time is about to arrive, for it is at hand, and God’s people (represented by John) understand the message before the “time” arrives. John penned the book of Revelation around the end of the first century, yet these verses identify that there will be a point in the history long after the year 100, when the final warning message will be proclaimed. When that “time is” “at hand,” the message that identifies the “things which must shortly come to pass” will be revealed to God’s servants.

De uitdrukking „de tijd is nabij” in vers drie duidt aan dat er een bepaalde tijd is waarop de laatste waarschuwingsboodschap in de geschiedenis aankomt. „De tijd” — (een bepaalde tijd) „is nabij.” Een bepaalde tijd staat op het punt aan te breken, want hij is nabij, en Gods volk (voorgesteld door Johannes) begrijpt de boodschap vóórdat de „tijd” aanbreekt. Johannes stelde het boek Openbaring op omstreeks het einde van de eerste eeuw, en toch geven deze verzen aan dat er op een bepaald moment in de geschiedenis, lang na het jaar 100, een tijd zal zijn waarin de laatste waarschuwingsboodschap verkondigd zal worden. Wanneer die „tijd” „nabij is”, zal de boodschap die de „dingen die weldra moeten geschieden” aanduidt, aan Gods dienstknechten geopenbaard worden.

In this series of articles, the Bible and the writings of Ellen White will be used as the authority to uphold the explanation of the biblical passages we cite.

In deze reeks artikelen zullen de Bijbel en de geschriften van Ellen White als gezaghebbende bron worden gebruikt ter ondersteuning van de uitleg van de Bijbelgedeelten die wij aanhalen.

We will also refer to the rules of prophetic interpretation assembled by William Miller and to the rules identified in the compilation titled Prophetic Keys. We will also employ the prophetic study called Habakkuk’s Tables.

Wij zullen tevens verwijzen naar de regels voor profetische uitleg die door William Miller zijn samengebracht, en naar de regels die zijn vastgesteld in de compilatie getiteld Prophetic Keys. Wij zullen ook gebruikmaken van de profetische studie genaamd Habakkuk’s Tables.

We do not intend to define every rule we employ. For brevity we will simply reference the Prophetic Keys compilation for any who wish to read a more detailed proof of the rule. With the Habakkuk’s Tables series, we intend to point out certain presentations where a subject we will briefly touch upon, is taken up in greater depth.

Het is niet onze bedoeling iedere regel die wij hanteren te definiëren. Omwille van de beknoptheid zullen wij eenvoudig verwijzen naar de compilatie Prophetic Keys voor allen die een meer uitvoerige onderbouwing van de regel wensen te lezen. Met de serie Habakkuk’s Tables beogen wij te wijzen op bepaalde presentaties waarin een onderwerp dat wij slechts kort zullen aanstippen, uitvoeriger wordt behandeld.

As we work through a study of the book of Revelation we encourage public response, but we will only respond to input that contributes to the ongoing study. The scope of our discussion will involve the current series of presentations, the prophetic rules we exercise and the information found in Habakkuk’s Tables.

Terwijl wij een studie van het boek Openbaring doorwerken, moedigen wij publieke respons aan, maar wij zullen alleen reageren op inbreng die bijdraagt aan de voortgaande studie. De reikwijdte van onze bespreking zal de huidige reeks presentaties, de profetische regels die wij hanteren en de informatie die te vinden is in Habakuks Tabellen omvatten.

The Revelation of Jesus Christ, which God gave unto him, to shew unto his servants things which must shortly come to pass; and he sent and signified it by his angel unto his servant John: Who bare record of the word of God, and of the testimony of Jesus Christ, and of all things that he saw. Blessed is he that readeth, and they that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein: for the time is at hand. Revelation 1:1–3.

De Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden; en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en te kennen gegeven aan Zijn dienstknecht Johannes; die getuigenis afgelegd heeft van het woord van God, en van het getuigenis van Jezus Christus, en van alles wat hij gezien heeft. Zalig is hij die leest, en zij die de woorden van deze profetie horen en bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. Openbaring 1:1–3.

The Greek word translated as “signified” means to “indicate”. He sent the message by “his” angel and he signified it by “his” angel. “His” angel is Gabriel.

Het Griekse woord dat vertaald wordt met „te kennen geven” betekent „aanduiden”. Hij zond de boodschap door „zijn” engel en Hij gaf die te kennen door „zijn” engel. „Zijn” engel is Gabriël.

“The words of the angel, ‘I am Gabriel, that stand in the presence of God,’ show that he holds a position of high honor in the heavenly courts. When he came with a message to Daniel, he said, ‘There is none that holdeth with me in these things, but Michael [Christ] your Prince.’ Daniel 10:21. Of Gabriel the Saviour speaks in the Revelation, saying that ‘He sent and signified it by His angel unto His servant John.’ Revelation 1:1.” The Desire of Ages, 99.

„De woorden van de engel: ‘Ik ben Gabriël, die sta in de tegenwoordigheid van God,’ tonen aan dat hij een positie van hoge eer bekleedt in de hemelse hoven. Toen hij met een boodschap tot Daniël kwam, zei hij: ‘En niemand is er die zich met mij versterkt in deze dingen, dan uw Vorst Michaël [Christus].’ Daniël 10:21. Over Gabriël spreekt de Heiland in de Openbaring, waar Hij zegt dat Hij ‘die door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft’. Openbaring 1:1.” The Desire of Ages, 99.

The angel Gabriel is sent with the message and the angel Gabriel also represents the message. When mankind arrives at the point in history when “the time is at hand” for the final warning message to be proclaimed, that final message is represented by an angel. In the book of Revelation “messages” are often represented as angels, and of course the Greek word translated as “angel” in Revelation means messenger.

De engel Gabriël wordt gezonden met de boodschap, en de engel Gabriël vertegenwoordigt ook de boodschap. Wanneer de mensheid in de geschiedenis aankomt op het punt waarop „de tijd nabij is” voor de verkondiging van de laatste waarschuwingsboodschap, wordt die laatste boodschap door een engel voorgesteld. In het boek Openbaring worden „boodschappen” vaak als engelen voorgesteld, en uiteraard betekent het Griekse woord dat in Openbaring met „engel” is vertaald, boodschapper.

Every revelation of God’s truth that has arrived in history is certainly a revelation of Jesus Christ, but the Revelation of Jesus Christ in Revelation chapter one is the final warning for mankind and it occurs at a specific moment that is represented as being a “time.” There is another passage in the book of Revelation where John references that “the time is at hand”. That other passage provides a second witness to test the initial claims I have made about verses one through three.

Elke openbaring van Gods waarheid die in de geschiedenis is verschenen, is zeker een openbaring van Jezus Christus, maar de Openbaring van Jezus Christus in Openbaring hoofdstuk één is de laatste waarschuwing voor de mensheid, en zij vindt plaats op een specifiek ogenblik dat wordt voorgesteld als een „tijd”. Er is nog een andere passage in het boek Openbaring waarin Johannes vermeldt dat „de tijd nabij is”. Die andere passage verschaft een tweede getuigenis om de aanvankelijke beweringen die ik over verzen één tot en met drie heb gedaan, te toetsen.

And he said unto me, These sayings are faithful and true: and the Lord God of the holy prophets sent his angel to shew unto his servants the things which must shortly be done. Behold, I come quickly: blessed is he that keepeth the sayings of the prophecy of this book.

En hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra geschieden moet. Zie, Ik kom spoedig; zalig is hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.

And I John saw these things, and heard them. And when I had heard and seen, I fell down to worship before the feet of the angel which shewed me these things.

En ik, Johannes, heb deze dingen gezien en gehoord. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden aan de voeten van de engel die mij deze dingen toonde.

Then saith he unto me, See thou do it not: for I am thy fellowservant, and of thy brethren the prophets, and of them which keep the sayings of this book: worship God.

Toen zei hij tot mij: Zie toe, doe dat niet; want ik ben uw mededienstknecht, en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren: aanbid God.

And he saith unto me, Seal not the sayings of the prophecy of this book: for the time is at hand. He that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still. Revelation 22:6–11.

En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij. Wie onrecht doet, dat hij nog meer onrecht doe; en wie vuil is, dat hij nog vuiler worde; en wie rechtvaardig is, dat hij nog meer gerechtigheid doe; en wie heilig is, dat hij nog meer geheiligd worde. Openbaring 22:6–11.

At the end of the book of Revelation we find the same subject as in the beginning of Revelation. The communication process and message are once again referred to when “the Lord God” “sent his angel to shew unto his servants the things which must shortly be done.” And just as soon as the servants are shown the message identifying “things which must shortly be done” Christ announces that He is coming quickly. This is the message that precedes Christ’s second coming, and it therefore is the final warning message—the very same message represented as “the Revelation of Jesus Christ” in verse one of chapter one. The blessing that is promised in the first three verses of Revelation is repeated with the statement of “blessed is he that keepeth the sayings of the prophecy of this book.”

Aan het einde van het boek Openbaring vinden wij hetzelfde onderwerp als aan het begin van Openbaring. Opnieuw wordt verwezen naar het proces van mededeling en de boodschap, wanneer „de Heere God” „zijn engel gezonden heeft, om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra geschieden moet.” En zodra de dienstknechten de boodschap getoond wordt die „hetgeen weldra geschieden moet” aanduidt, kondigt Christus aan dat Hij spoedig komt. Dit is de boodschap die aan Christus’ tweede komst voorafgaat, en daarom is zij de laatste waarschuwingsboodschap—dezelfde boodschap die in vers één van hoofdstuk één wordt voorgesteld als „de Openbaring van Jezus Christus”. De zegen die in de eerste drie verzen van Openbaring wordt beloofd, wordt herhaald met de uitspraak: „zalig is hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.”

In these verses we find an expansion of the process of communication set forth in chapter one, for we find that after Gabriel delivers the message to John, John is so overwhelmed with the message that he seeks to worship Gabriel, who then uses John’s misunderstanding to identify that heavenly angels, earthly prophets, and all that keep the sayings of the message, are “fellow servants” who are to worship the Creator-God, not the creation of God.

In deze verzen vinden wij een verdere ontvouwing van het communicatieproces dat in hoofdstuk één is uiteengezet, want wij zien dat, nadat Gabriël de boodschap aan Johannes heeft overgebracht, Johannes zó door de boodschap wordt overweldigd dat hij Gabriël tracht te aanbidden, waarop deze vervolgens Johannes’ misverstand gebruikt om duidelijk te maken dat hemelse engelen, aardse profeten en allen die de woorden van de boodschap bewaren, „mededienstknechten” zijn die de Schepper-God moeten aanbidden, niet de schepping van God.

These verses are describing the same events and message that we are considering in chapter one. They are repeating the faithful and true sayings that show God’s servants what must shortly be done. The message is once again set in the context of the process of communication between God and His servants. In chapter twenty-two we find more evidence that the message is the final warning message, for the “time” that is “at hand” is marked as taking place right before human probation closes, for the pronouncement that he “that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still,” marks the close of probation, marking the beginning of the seven last plagues, which in turn conclude with the Second Coming of Christ.

Deze verzen beschrijven dezelfde gebeurtenissen en boodschap die wij in hoofdstuk één beschouwen. Zij herhalen de getrouwe en waarachtige woorden die Gods dienstknechten tonen wat weldra moet geschieden. De boodschap wordt opnieuw geplaatst in de context van het proces van communicatie tussen God en Zijn dienstknechten. In hoofdstuk tweeëntwintig vinden wij meer bewijs dat de boodschap de laatste waarschuwingsboodschap is, want de „tijd” die „nabij” is, wordt aangeduid als plaatsvindend vlak voordat de menselijke genadetijd eindigt; want de uitspraak dat wie onrecht doet, nog onrecht doe; en wie vuil is, nog vuil worde; en wie rechtvaardig is, nog rechtvaardig zij; en wie heilig is, nog geheiligd worde, markeert het einde van de genadetijd en daarmee het begin van de zeven laatste plagen, die op hun beurt eindigen met de Tweede Komst van Christus.

“‘At that time shall Michael stand up, the great Prince which standeth for the children of thy people: and there shall be a time of trouble, such as never was since there was a nation even to that same time: and at that time thy people shall be delivered, everyone that shall be found written in the book.’ Daniel 12:1.

“‘In die tijd zal Michaël opstaan, de grote Vorst die de kinderen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er niet is geweest sinds er een volk bestaat, tot op diezelfde tijd; en in die tijd zal uw volk worden verlost, ieder die in het boek geschreven zal worden gevonden.’ Daniël 12:1.

“When the third angel’s message closes, mercy no longer pleads for the guilty inhabitants of the earth. The people of God have accomplished their work. They have received ‘the latter rain,’ ‘the refreshing from the presence of the Lord,’ and they are prepared for the trying hour before them. Angels are hastening to and fro in heaven. An angel returning from the earth announces that his work is done; the final test has been brought upon the world, and all who have proved themselves loyal to the divine precepts have received ‘the seal of the living God.’ Then Jesus ceases His intercession in the sanctuary above. He lifts His hands and with a loud voice says, ‘It is done;’ and all the angelic host lay off their crowns as He makes the solemn announcement: ‘He that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still.’ Revelation 22:11. Every case has been decided for life or death.” The Great Controversy, 613.

„Wanneer de boodschap van de derde engel ten einde loopt, pleit de genade niet langer voor de schuldige bewoners van de aarde. Het volk van God heeft zijn werk volbracht. Zij hebben ‘de late regen’, ‘de verkwikking van het aangezicht des Heeren’ ontvangen, en zij zijn voorbereid op het uur van beproeving dat hun wacht. Engelen haasten zich heen en weer in de hemel. Een engel die van de aarde terugkeert, kondigt aan dat zijn werk gedaan is; de laatste beproeving is over de wereld gekomen, en allen die zich trouw hebben betoond aan de goddelijke inzettingen, hebben ‘het zegel van de levende God’ ontvangen. Dan staakt Jezus Zijn voorbede in het heiligdom hierboven. Hij heft Zijn handen op en zegt met luide stem: ‘Het is geschied;’ en heel de engelschare legt haar kronen af, terwijl Hij de plechtige aankondiging doet: ‘Die onrecht doet, dat hij nog onrecht doe; en die vuil is, dat hij nog vuil worde; en die rechtvaardig is, dat hij nog rechtvaardig worde; en die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.’ Openbaring 22:11. Elke zaak is beslist ten leven of ten dode.” The Great Controversy, 613.

At the beginning of the book of Revelation and at the end of the book of Revelation the same story is presented. Combining the two passages allows us to understand that the “Revelation of Jesus Christ” is the final warning message to mankind before Christ’s Second Coming. The message is symbolically represented by an angel that arrives just before the close of probation. The message divides mankind into two classes based upon whether they read, hear and keep the message that is unsealed when the “time is at hand,”—just before probation closes.

Aan het begin van het boek Openbaring en aan het einde van het boek Openbaring wordt hetzelfde verhaal voorgesteld. Door deze beide passages met elkaar te verbinden, kunnen wij begrijpen dat de „Openbaring van Jezus Christus” de laatste waarschuwingsboodschap aan de mensheid is vóór de tweede komst van Christus. De boodschap wordt symbolisch voorgesteld door een engel die verschijnt vlak vóór het einde van de genadetijd. De boodschap verdeelt de mensheid in twee klassen, al naargelang zij de boodschap die wordt ontzegeld wanneer de „tijd nabij is” — vlak voordat de genadetijd eindigt — lezen, horen en bewaren.

“As we near the close of this world’s history, the prophecies relating to the last days especially demand our study. The last book of the New Testament is full of truth that we need to understand. Satan has blinded the minds of many, so that they have been glad of any excuse for not making the Revelation their study.

“Naarmate wij het einde van de geschiedenis van deze wereld naderen, eisen de profetieën met betrekking tot de laatste dagen in het bijzonder onze studie. Het laatste boek van het Nieuwe Testament is vol van waarheid die wij moeten verstaan. Satan heeft de gedachten van velen verblind, zodat zij maar al te graag elk voorwendsel aangrepen om van de Openbaring niet hun studie te maken.

“The book of Revelation, in connection with the book of Daniel, demands close study. Let every God-fearing teacher consider how most clearly to comprehend and present the Gospel that our Saviour came in person to make known to His servant John,—‘The revelation of Jesus Christ, which God gave unto Him, to show unto His servants things which must shortly come to pass.’ None should become discouraged in their study of Revelation because of its apparently mystical symbols. ‘If any of you lack wisdom, let him ask of God, that giveth to all men liberally, and upbraideth not.’ ‘Blessed is he that readeth, and they that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein; for the time is at hand.’ We are to proclaim to the world the great and solemn truths contained in the book of Revelation. Into the very designs and principles of the church of God these truths are to enter. There should be a closer and more diligent study of this book, a more earnest presentation of the truths it contains, truths which concern all who are living in these last days. All who are preparing to meet their Lord should make this book the subject of earnest study and prayer. It is just what its name signifies,—a revelation of the most important events that are to take place in the last days of this earth’s history. John, because of his faithful trust in the word of God, and the testimony of Christ, was banished to the Isle of Patmos. But his banishment did not separate him from Christ. The Lord visited His faithful servant in his banishment, and gave him instruction regarding what was to come upon the world.

“Het boek Openbaring vereist, in samenhang met het boek Daniël, nauwgezette studie. Laat iedere godvrezende leraar overwegen hoe hij het Evangelie, dat onze Heiland persoonlijk kwam bekendmaken aan Zijn dienstknecht Johannes, zo duidelijk mogelijk kan begrijpen en uiteenzetten: ‘De openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra geschieden moet.’ Niemand behoort ontmoedigd te raken in zijn studie van Openbaring vanwege de schijnbaar mystieke symbolen ervan. ‘Indien iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij haar vragen aan God, Die aan allen mildelijk geeft en geen verwijten doet.’ ‘Zalig is hij die leest, en zij die horen de woorden van deze profetie, en bewaren hetgeen daarin geschreven staat; want de tijd is nabij.’ Wij moeten de grote en plechtige waarheden die in het boek Openbaring vervat zijn aan de wereld verkondigen. Deze waarheden moeten doordringen tot in de wezenlijke opzet en beginselen van de gemeente van God. Er behoort een nauwer en ijveriger onderzoek van dit boek te zijn, een ernstiger voorstelling van de waarheden die het bevat, waarheden die allen aangaan die in deze laatste dagen leven. Allen die zich voorbereiden om hun Heer te ontmoeten, behoren van dit boek het onderwerp van ernstige studie en gebed te maken. Het is precies wat zijn naam aanduidt,—een openbaring van de belangrijkste gebeurtenissen die zullen plaatsvinden in de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde. Johannes werd, vanwege zijn getrouw vertrouwen op het woord van God en het getuigenis van Christus, verbannen naar het eiland Patmos. Maar zijn verbanning scheidde hem niet van Christus. De Heere bezocht Zijn getrouwe dienstknecht in zijn verbanning en gaf hem onderricht aangaande wat over de wereld zou komen.”

“This instruction is of the greatest importance to us; for we are living in the last days of this earth’s history. Soon we shall enter upon the fulfilment of the events which Christ showed John were to take place. As the messengers of the Lord present these solemn truths, they must realize that they are handling subjects of eternal interest, and they should seek for the baptism of the Holy Spirit, that they may speak, not their own words, but the words given them by God.

„Deze onderwijzing is voor ons van het grootste belang; want wij leven in de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde. Spoedig zullen wij binnentreden in de vervulling van de gebeurtenissen waarvan Christus Johannes toonde dat zij zouden plaatsvinden. Wanneer de boodschappers des Heren deze plechtige waarheden verkondigen, moeten zij beseffen dat zij onderwerpen van eeuwig belang behandelen, en zij behoren te streven naar de doop van de Heilige Geest, opdat zij niet hun eigen woorden spreken, maar de woorden die hun door God gegeven worden.

“The book of Revelation must be opened to the people. Many have been taught that it is a sealed book, but it is sealed to those only who reject truth and light. The truths that it contains must be proclaimed, that people may have an opportunity to prepare for the events which are so soon to take place. The Third Angel’s Message must be presented as the only hope for the salvation of a perishing world.

“Het boek Openbaring moet voor het volk worden geopend. Velen is geleerd dat het een verzegeld boek is, maar het is alleen verzegeld voor hen die waarheid en licht verwerpen. De waarheden die het bevat, moeten worden verkondigd, opdat de mensen gelegenheid mogen hebben zich voor te bereiden op de gebeurtenissen die zo spoedig zullen plaatsvinden. De boodschap van de derde engel moet worden gebracht als de enige hoop op het heil van een verloren gaande wereld.

“The perils of the last days are upon us, and in our work we are to warn the people of the danger they are in. Let not the solemn scenes that prophecy has revealed are soon to take place be left untouched. We are God’s messengers, and we have no time to lose. Those who would be co-workers with our Lord Jesus Christ will show a deep interest in the truths found in this book. With pen and voice they will strive to make plain the wonderful things that Christ came from heaven to reveal.” Signs of the Times, July 4, 1906.

„De gevaren van de laatste dagen zijn over ons gekomen, en in ons werk moeten wij de mensen waarschuwen voor het gevaar waarin zij verkeren. Laat de plechtige taferelen die de profetie heeft geopenbaard en die spoedig zullen plaatsvinden, niet onaangeroerd blijven. Wij zijn Gods boodschappers, en wij hebben geen tijd te verliezen. Zij die medewerkers met onze Heere Jezus Christus willen zijn, zullen een diepe belangstelling tonen voor de waarheden die in dit boek gevonden worden. Met pen en stem zullen zij zich inspannen om de wonderbare dingen duidelijk te maken die Christus uit de hemel is gekomen om te openbaren.” Signs of the Times, 4 juli 1906.

Over a hundred years ago, in 1906, we were informed that soon “we shall enter upon the fulfilment of the events which Christ showed John were to take place.” The message was still sealed up in 1906. It is important to understand that the message of the Revelation of Jesus Christ is opened up to God’s people just before the events take place. We are told the book of Revelation “is just what its name signifies,—a revelation of the most important events that are to take place in the last days of this earth’s history.”

Meer dan honderd jaar geleden, in 1906, werd ons meegedeeld dat wij spoedig „de vervulling zullen binnengaan van de gebeurtenissen waarvan Christus Johannes toonde dat zij zouden plaatsvinden.” De boodschap was in 1906 nog verzegeld. Het is belangrijk te begrijpen dat de boodschap van de Openbaring van Jezus Christus juist aan Gods volk wordt geopenbaard vlak voordat de gebeurtenissen plaatsvinden. Er wordt ons gezegd dat het boek Openbaring „precies is wat zijn naam aanduidt,—een openbaring van de allerbelangrijkste gebeurtenissen die in de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde zullen plaatsvinden.”

They are opened up so that God’s people might give the warning so those who are hearing the warning might “have an opportunity to prepare for the events which are so soon to take place.” It is worth noting (for John represents God’s people in the history when the message is to be proclaimed), that John identifies the two issues which he was being persecuted over. It was “because of his faithful trust in the word of God, and the testimony of Christ,” that he “was banished to the Isle of Patmos.” He was banished because he accepted both the Bible and the Spirit of Prophecy, which is the “testimony of Jesus.”

Zij worden geopend opdat Gods volk de waarschuwing zou kunnen geven, zodat zij die de waarschuwing horen, „de gelegenheid zouden hebben zich voor te bereiden op de gebeurtenissen die zo spoedig zullen plaatsvinden.” Het is de moeite waard op te merken (want Johannes vertegenwoordigt Gods volk in de geschiedenis ten tijde dat de boodschap verkondigd moet worden), dat Johannes de twee kwesties aanduidt waarom hij werd vervolgd. Het was „vanwege zijn getrouw vertrouwen in het woord van God en het getuigenis van Christus” dat hij „naar het eiland Patmos werd verbannen.” Hij werd verbannen omdat hij zowel de Bijbel als de Geest der Profetie aannam, die het „getuigenis van Jezus” is.

And I fell at his feet to worship him. And he said unto me, See thou do it not: I am thy fellowservant, and of thy brethren that have the testimony of Jesus: worship God: for the testimony of Jesus is the spirit of prophecy. Revelation 19:10.

En ik viel aan zijn voeten neer om hem te aanbidden. En hij zei tot mij: Zie toe, doe dat niet; ik ben uw mededienstknecht en van uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben: aanbid God; want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie. Openbaring 19:10.

John is representing a people at the end of the world who understand the message of the Revelation of Jesus Christ, and who are persecuted for upholding both the Bible and the Spirit of Prophecy.

Johannes vertegenwoordigt een volk aan het einde van de wereld dat de boodschap van de Openbaring van Jezus Christus begrijpt en dat wordt vervolgd omdat het zowel de Bijbel als de Geest der Profetie handhaaft.

In the first three verses of chapter one the communication process between God the Father and his servants is emphasized. Chapter twenty-two adds to the narrative of the communication process. The two passages represent the beginning and the ending of the book Revelation and together they detail the role of John in the prophetic illustration. He is not simply the one who wrote the words of Revelation, but he also represents those at the end of the world who communicate the final warning message.

In de eerste drie verzen van hoofdstuk één wordt het communicatieproces tussen God de Vader en zijn dienstknechten benadrukt. Hoofdstuk tweeëntwintig voegt aan het relaas van het communicatieproces toe. De twee passages vormen het begin en het einde van het boek Openbaring en geven samen in detail de rol van Johannes in de profetische illustratie weer. Hij is niet eenvoudigweg degene die de woorden van Openbaring heeft opgeschreven, maar hij vertegenwoordigt ook hen aan het einde van de wereld die de laatste waarschuwingsboodschap overbrengen.

The Lord gave the word: great was the company of those that published it. Psalms 68:11

De Heere gaf het woord; groot was de schare der verkondigsters. Psalm 68:11

John “saw” and “heard” the “things” that make up the message and was commanded to write and send the message to the churches.

Johannes „zag” en „hoorde” de „dingen” die de boodschap vormen en hem werd bevolen de boodschap op te schrijven en aan de gemeenten te zenden.

Saying, I am Alpha and Omega, the first and the last: and, What thou seest, write in a book, and send it unto the seven churches which are in Asia; unto Ephesus, and unto Smyrna, and unto Pergamos, and unto Thyatira, and unto Sardis, and unto Philadelphia, and unto Laodicea. Revelation 1:19.

Zeggende: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; en: Wat gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten die in Azië zijn: aan Efeze, en aan Smyrna, en aan Pergamum, en aan Thyatira, en aan Sardis, en aan Filadelfia, en aan Laodicea. Openbaring 1:19.

What he “heard” and “saw” he was commanded to write down and send to the seven churches of Asia minor, but when it came to the individual churches Jesus dictated the messages directly to John, for every message to each of the seven churches begins with the phrase “And unto the angel of the church in … write.” Jesus dictated the individual messages to the churches.

Wat hij „hoorde” en „zag”, werd hem opgedragen op te schrijven en aan de zeven gemeenten van Klein-Azië te zenden; maar wanneer het de afzonderlijke gemeenten betrof, dicteerde Jezus de boodschappen rechtstreeks aan Johannes, want elke boodschap aan elk van de zeven gemeenten begint met de woorden: „En schrijf aan de engel van de gemeente in … .” Jezus dicteerde de afzonderlijke boodschappen aan de gemeenten.

Jesus dictated to John, and also Jesus told John to write what he saw and heard, and once Jesus told John “not” to write what he had heard.

Jezus dicteerde aan Johannes, en ook zei Jezus tegen Johannes dat hij moest opschrijven wat hij zag en hoorde, en eens zei Jezus tegen Johannes dat hij wat hij had gehoord „niet” moest opschrijven.

And cried with a loud voice, as when a lion roareth: and when he had cried, seven thunders uttered their voices. And when the seven thunders had uttered their voices, I was about to write: and I heard a voice from heaven saying unto me, Seal up those things which the seven thunders uttered, and write them not. Revelation 10:3, 4.

En hij riep met luider stem, gelijk een leeuw brult; en toen hij geroepen had, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen. En toen de zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, stond ik op het punt te schrijven; en ik hoorde een stem uit de hemel tot mij zeggen: Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben, en schrijf het niet op. Openbaring 10:3, 4.

John was told to seal up what the seven thunders uttered and in so doing he was sealing up the message of the seven thunders, just as Daniel was commanded to seal up his book until the time of the end.

Johannes werd gezegd te verzegelen wat de zeven donderslagen gesproken hadden, en door dit te doen verzegelde hij de boodschap van de zeven donderslagen, evenals Daniël bevolen werd zijn boek te verzegelen tot de tijd van het einde.

But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end: many shall run to and fro, and knowledge shall be increased. . . . And he said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Daniel 12:4, 9.

Maar gij, o Daniël, houd de woorden verborgen en verzegel het boek, tot de tijd van het einde; velen zullen het onderzoeken, en de kennis zal vermeerderen.... En hij zeide: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven verborgen en verzegeld tot de tijd van het einde. Daniël 12:4, 9.

“After these seven thunders uttered their voices, the injunction comes to John as to Daniel in regard to the little book: ‘Seal up those things which the seven thunders uttered.’” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 971.

„Nadat deze zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, komt de opdracht tot Johannes, evenals tot Daniël met betrekking tot het kleine boek: ‘Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben.’” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 971.

What we are identifying is that at both the end and beginning of the book of Revelation a message is identified. The process of communicating that message is also identified. The part which John plays in communicating the message is specifically addressed. Sometimes he simply wrote what he saw and heard. Other times he was dictated to, and once he was told to not write what he had heard. The message of the Revelation of Jesus Christ is given by the Father, to Jesus, to Gabriel and then to the prophet John who was given the responsibility of writing the message and sending it to the churches.

Wat wij vaststellen, is dat zowel aan het einde als aan het begin van het boek Openbaring een boodschap wordt aangeduid. Ook het proces van het overbrengen van die boodschap wordt aangeduid. Het aandeel dat Johannes heeft in het overbrengen van de boodschap wordt uitdrukkelijk behandeld. Soms schreef hij eenvoudigweg op wat hij zag en hoorde. Op andere momenten werd hem iets gedicteerd, en eenmaal werd hem gezegd niet op te schrijven wat hij had gehoord. De boodschap van de Openbaring van Jezus Christus wordt gegeven door de Vader, aan Jezus, aan Gabriël en vervolgens aan de profeet Johannes, aan wie de verantwoordelijkheid werd toevertrouwd de boodschap op te schrijven en haar aan de gemeenten te zenden.

Write the things which thou hast seen, and the things which are, and the things which shall be hereafter. Revelation 1:19.

Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen hierna geschieden zal. Openbaring 1:19.

It might be possible to read the verse and not recognize the prophetic principle identified within the command for John to write. Writing down “things” seen and heard is to record current history, for in John’s time those “things” were. Recording current history, and in so doing simultaneously writing down the things that shall be in the future, is the primary prophetic rule in the book of Revelation. John is used to emphasize and illustrate that very principle and its importance for he was essentially told to write “the things which are, and” in so doing you shall be writing “the things which shall be hereafter” because history repeats. This prophetic technique is Jesus’ signature, for a signature is a name and His name in chapter one of Revelation is the Alpha and Omega. He identifies the end with the beginning.

Het is mogelijk dat men het vers leest zonder het profetische beginsel te onderkennen dat besloten ligt in het bevel aan Johannes om te schrijven. Het opschrijven van „dingen” die gezien en gehoord zijn, is het vastleggen van de actuele geschiedenis, want in de tijd van Johannes waren die „dingen” er. Het vastleggen van de actuele geschiedenis, en daarbij tegelijkertijd het opschrijven van de dingen die in de toekomst zullen zijn, is de voornaamste profetische regel in het boek Openbaring. Johannes wordt gebruikt om juist dat beginsel en het belang ervan te benadrukken en te illustreren, want hem werd in wezen gezegd de „dingen die zijn, en” te schrijven, en door dat te doen zult gij de „dingen die hierna zullen geschieden” opschrijven, omdat de geschiedenis zich herhaalt. Deze profetische techniek is de handtekening van Jezus, want een handtekening is een naam, en Zijn naam in het eerste hoofdstuk van Openbaring is de Alfa en de Omega. Hij vereenzelvigt het einde met het begin.

We are just beginning the study of “The Revelation of Jesus Christ” and we are currently considering the first three verses of chapter one. The final warning message titled “The Revelation of Jesus Christ” is communicated from the heavenly Father unto Jesus unto Gabriel unto John who records it in a book to be sent to the churches. Because the message is so directly named as “The Revelation of Jesus Christ” it is important to note that of all the elements that have been written to men through the inspired Word revealing Christ, the one characteristic of who and what Jesus is, is illustrated in the activity of John in recording the message. As he wrote the things that then were, he was also writing the things that would yet be.

Wij staan nog maar aan het begin van de studie van „De Openbaring van Jezus Christus” en wij behandelen momenteel de eerste drie verzen van hoofdstuk één. De laatste waarschuwingsboodschap, getiteld „De Openbaring van Jezus Christus”, wordt overgebracht van de hemelse Vader tot Jezus, tot Gabriël, tot Johannes, die haar vastlegt in een boek dat naar de gemeenten gezonden moet worden. Omdat de boodschap zo uitdrukkelijk wordt aangeduid als „De Openbaring van Jezus Christus”, is het belangrijk op te merken dat van alle elementen die door het geïnspireerde Woord aan de mensen zijn geschreven en die Christus openbaren, juist die ene karaktertrek van wie en wat Jezus is, wordt geïllustreerd in de handeling van Johannes bij het optekenen van de boodschap. Toen hij de dingen opschreef die toen waren, schreef hij ook de dingen op die nog zouden zijn.

The truth of repeating history is represented when John writes out a warning for his day and age, which is also a warning for a future time. When John wrote to the seven churches at the beginning of the Christian church, he was also penning a warning for the Christian church at the end of the world. This attribute of Christ’s character is represented when Christ is called the Alpha and Omega, or the beginning and the ending, or the first and the last. In fact, the Bible identifies this attribute of Christ’s character as what proves that he is the only God.

De waarheid van de zich herhalende geschiedenis wordt uitgebeeld wanneer Johannes een waarschuwing neerschrijft voor zijn tijd en tijdperk, die tevens een waarschuwing is voor een toekomstige tijd. Toen Johannes aan de zeven gemeenten schreef aan het begin van de christelijke kerk, stelde hij tevens een waarschuwing op voor de christelijke kerk aan het einde van de wereld. Deze eigenschap van het karakter van Christus wordt uitgebeeld wanneer Christus de Alfa en de Omega wordt genoemd, of het begin en het einde, of de eerste en de laatste. Ja, de Bijbel duidt deze eigenschap van het karakter van Christus zelfs aan als datgene wat bewijst dat Hij de enige God is.

In the first chapter of Revelation we find Jesus identifying Himself as the Alpha and Omega.

In het eerste hoofdstuk van Openbaring vinden wij Jezus Die Zichzelf aanduidt als de Alfa en de Omega.

I was in the Spirit on the Lord’s day, and heard behind me a great voice, as of a trumpet, Saying, I am Alpha and Omega, the first and the last: and, What thou seest, write in a book, and send it unto the seven churches which are in Asia; unto Ephesus, and unto Smyrna, and unto Pergamos, and unto Thyatira, and unto Sardis, and unto Philadelphia, and unto Laodicea.

Ik was in de Geest op de dag des Heeren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, die zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; en: Wat gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: aan Efeze, en aan Smyrna, en aan Pergamum, en aan Thyatira, en aan Sardis, en aan Filadelfia, en aan Laodicea.

And I turned to see the voice that spake with me. And being turned, I saw seven golden candlesticks; And in the midst of the seven candlesticks one like unto the Son of man, clothed with a garment down to the foot, and girt about the paps with a golden girdle. His head and his hairs were white like wool, as white as snow; and his eyes were as a flame of fire; And his feet like unto fine brass, as if they burned in a furnace; and his voice as the sound of many waters. And he had in his right hand seven stars: and out of his mouth went a sharp twoedged sword: and his countenance was as the sun shineth in his strength.

En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij sprak. En toen ik mij omgekeerd had, zag ik zeven gouden kandelaars; en te midden van de zeven kandelaars Iemand, de Zoon des mensen gelijk, bekleed met een gewaad tot op de voeten, en omgord aan de borst met een gouden gordel. En Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als wol, zo wit als sneeuw; en Zijn ogen als een vuurvlam; en Zijn voeten waren blinkend koper gelijk, als gloeiden zij in een oven; en Zijn stem als het geluid van vele wateren. En Hij had in Zijn rechterhand zeven sterren; en uit Zijn mond ging een scherp tweesnijdend zwaard; en Zijn aangezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht.

And when I saw him, I fell at his feet as dead. And he laid his right hand upon me, saying unto me, Fear not; I am the first and the last. Revelation 1:10–17.

En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan zijn voeten. En Hij legde zijn rechterhand op mij en zei tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste. Openbaring 1:10–17.

There is much truth within these verses, but here I would simply point out that when John heard Christ’s trumpet-like voice and turned to see Who it was that spoke to him, he saw Jesus Christ as the heavenly High Priest within the holy place of the heavenly sanctuary. Jesus then identified Himself as Alpha and Omega and as the first and the last. In the message and its communication in the first three verses we found a line of truth that corresponded with the line of truth at the end of Revelation. As the Alpha and Omega Jesus illustrates the end with the beginning, the last with the first. At the end of the book of Revelation as in the beginning He once again identifies Himself as the Alpha and Omega.

Er ligt veel waarheid in deze verzen besloten, maar hier wil ik er slechts op wijzen dat, toen Johannes de bazuinachtige stem van Christus hoorde en zich omkeerde om te zien Wie het was die tot hem sprak, hij Jezus Christus zag als de hemelse Hogepriester in het heilige van het hemelse heiligdom. Vervolgens maakte Jezus Zichzelf bekend als Alfa en Omega en als de eerste en de laatste. In de boodschap en haar mededeling in de eerste drie verzen vonden wij een lijn van waarheid die overeenkwam met de lijn van waarheid aan het einde van Openbaring. Als de Alfa en Omega illustreert Jezus het einde met het begin, het laatste met het eerste. Aan het einde van het boek Openbaring, evenals aan het begin, maakt Hij Zich opnieuw bekend als de Alfa en de Omega.

And he said unto me, These sayings are faithful and true: and the Lord God of the holy prophets sent his angel to shew unto his servants the things which must shortly be done. Behold, I come quickly: blessed is he that keepeth the sayings of the prophecy of this book.

En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; en de Heere, de God van de heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden. Zie, Ik kom spoedig: zalig is hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.

And I John saw these things, and heard them. And when I had heard and seen, I fell down to worship before the feet of the angel which shewed me these things. Then saith he unto me, See thou do it not: for I am thy fellowservant, and of thy brethren the prophets, and of them which keep the sayings of this book: worship God.

En ik, Johannes, zag deze dingen en hoorde ze. En toen ik ze gehoord en gezien had, viel ik neer om te aanbidden aan de voeten van de engel die mij deze dingen toonde. Toen zei hij tot mij: Zie toe, doe dat niet; want ik ben uw mededienstknecht, en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren: aanbid God.

And he saith unto me, Seal not the sayings of the prophecy of this book: for the time is at hand.

En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij.

He that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still.

Wie onrecht doet, laat hem nog onrecht doen; en wie onrein is, laat hem nog onrein zijn; en wie rechtvaardig is, laat hem nog rechtvaardig zijn; en wie heilig is, laat hem nog heilig zijn.

And, behold, I come quickly; and my reward is with me, to give every man according as his work shall be. I am Alpha and Omega, the beginning and the end, the first and the last. Revelation 22:7–13.

En zie, Ik kom spoedig, en Mijn loon is bij Mij, om ieder te vergelden naar zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa en de Omega, het begin en het einde, de eerste en de laatste. Openbaring 22:7–13.

The book of Revelation carefully describes that when John records the message that the message would be premised upon the principle of the beginning illustrating the end. The message is the first truth opened up in the book of Revelation and the very same truth is the last to be spoken in the book. And in the testimony at the beginning and at the ending of the book of Revelation, Jesus identifies Himself as the Alpha and Omega, the beginning and ending and as the first and the last.

Het boek Openbaring beschrijft nauwkeurig dat, wanneer Johannes de boodschap optekent, die boodschap gegrondvest zou zijn op het beginsel dat het begin het einde illustreert. De boodschap is de eerste waarheid die in het boek Openbaring wordt ontsloten, en precies dezelfde waarheid is de laatste die in het boek wordt uitgesproken. En in het getuigenis aan het begin en aan het einde van het boek Openbaring identificeert Jezus Zichzelf als de Alfa en de Omega, het begin en het einde, en als de eerste en de laatste.

The first three verses of the book of Revelation identify the final warning message for mankind. It is the warning that precedes the seven last plagues and the Second Coming of Christ. The message of the Revelation of Jesus Christ was “sent and signified” “by his angel.”

De eerste drie verzen van het boek Openbaring duiden de laatste waarschuwingsboodschap voor de mensheid aan. Het is de waarschuwing die voorafgaat aan de zeven laatste plagen en de wederkomst van Christus. De boodschap van de Openbaring van Jezus Christus werd „gezonden en te kennen gegeven” „door zijn engel.”

That same warning message is then identified in the last passage of Revelation, and it is also represented as the third angel of Revelation fourteen.

Diezelfde waarschuwingsboodschap wordt vervolgens geïdentificeerd in de laatste passage van Openbaring, en zij wordt tevens voorgesteld als de derde engel van Openbaring veertien.

And the third angel followed them, saying with a loud voice, If any man worship the beast and his image, and receive his mark in his forehead, or in his hand, The same shall drink of the wine of the wrath of God, which is poured out without mixture into the cup of his indignation; and he shall be tormented with fire and brimstone in the presence of the holy angels, and in the presence of the Lamb: And the smoke of their torment ascendeth up for ever and ever: and they have no rest day nor night, who worship the beast and his image, and whosoever receiveth the mark of his name. Revelation 14:9–11.

En de derde engel volgde hen en zei met luide stem: Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt, en het merkteken ontvangt op zijn voorhoofd of op zijn hand, die zal ook drinken van de wijn van de toorn van God, die ongemengd is uitgeschonken in de beker van Zijn gramschap; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en ten aanschouwen van het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt. Openbaring 14:9–11.

The final warning message is the message represented as the third angel. It’s the final warning for it directly identifies the last test for mankind. There is another angel that follows and joins the third angel, and that angel is also the final warning message.

De laatste waarschuwingsboodschap is de boodschap die wordt voorgesteld door de derde engel. Zij is de laatste waarschuwing, want zij identificeert rechtstreeks de laatste beproeving voor de mensheid. Er is nog een andere engel die volgt en zich bij de derde engel voegt, en ook die engel is de laatste waarschuwingsboodschap.

And after these things I saw another angel come down from heaven, having great power; and the earth was lightened with his glory. And he cried mightily with a strong voice, saying, Babylon the great is fallen, is fallen, and is become the habitation of devils, and the hold of every foul spirit, and a cage of every unclean and hateful bird. For all nations have drunk of the wine of the wrath of her fornication, and the kings of the earth have committed fornication with her, and the merchants of the earth are waxed rich through the abundance of her delicacies.

En daarna zag ik een andere engel uit de hemel neerdalen, bekleed met grote macht; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid. En hij riep met krachtige stem, zeggende: Gevallen, gevallen is Babylon, de grote, en zij is geworden tot een woonplaats der duivelen, een schuilplaats van elke onreine geest, en een kooi van elke onreine en verfoeilijke vogel. Want alle volken hebben gedronken van de wijn van de toorn van haar hoererij, en de koningen der aarde hebben met haar gehoereerd, en de kooplieden der aarde zijn rijk geworden door de overvloed van haar weelde.

And I heard another voice from heaven, saying, Come out of her, my people, that ye be not partakers of her sins, and that ye receive not of her plagues. For her sins have reached unto heaven, and God hath remembered her iniquities. Revelation 18:1–5.

En ik hoorde een andere stem uit de hemel, die zei: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen deel hebt aan haar zonden, en opdat gij niet ontvangt van haar plagen. Want haar zonden zijn opgestapeld tot aan de hemel, en God heeft Zich haar ongerechtigheden herinnerd. Openbaring 18:1–5.

The message that is the Revelation of Jesus Christ is represented in chapter one, chapter fourteen, chapter eighteen and chapter twenty-two. The message is signified by an angel that is identified in the first and the last reference in Revelation as the angel Gabriel, and then in chapters fourteen and eighteen the message is symbolically represented by an angel flying in heaven or coming down out of heaven.

De boodschap die de Openbaring van Jezus Christus is, wordt voorgesteld in hoofdstuk één, hoofdstuk veertien, hoofdstuk achttien en hoofdstuk tweeëntwintig. De boodschap wordt aangeduid door een engel die in de eerste en de laatste verwijzing in Openbaring wordt geïdentificeerd als de engel Gabriël, en vervolgens wordt in hoofdstukken veertien en achttien de boodschap symbolisch voorgesteld door een engel die in de hemel vliegt of uit de hemel neerdaalt.

The angel that comes down out of heaven in chapter eighteen is typified earlier in chapter ten when an angel descends and places one foot on the land and another on the sea. That angel has a book that John is commanded to eat that makes his mouth sweet and his belly bitter. The book John eats is a message, and the message represented by the little book typifies the message of the angel of Revelation eighteen, so it too is a representation of the final warning message.

De engel die in hoofdstuk achttien uit de hemel neerdaalt, wordt eerder in hoofdstuk tien voorgesteld, wanneer een engel neerdaalt en de ene voet op het land en de andere op de zee zet. Die engel heeft een boek dat Johannes wordt bevolen te eten, dat zijn mond zoet en zijn buik bitter maakt. Het boek dat Johannes eet, is een boodschap, en de boodschap die door het kleine boek wordt voorgesteld, is een type van de boodschap van de engel van Openbaring achttien; zo is ook dit een voorstelling van de laatste waarschuwingsboodschap.

We are told that God’s message was sent and signified by an angel and when we closely look for the final warning message to be illustrated in the book of Revelation, we find that seven times an angel signifies the final warning message. In the first and the last instances it was the angel, Gabriel. Then in Revelation ten we have an angel come down with a little book in his hand. In Revelation fourteen we have three more angels, all representing the final warning message. Then in Revelation eighteen we have another angel representing the very same final warning message. Seven final warning messages are represented by angels. The first and the last are the angel Gabriel and the five angels in the middle of the first and last are symbolic angels.

Ons wordt gezegd dat Gods boodschap werd gezonden en aangeduid door een engel, en wanneer wij nauwkeurig nagaan hoe de laatste waarschuwingsboodschap in het boek Openbaring wordt uitgebeeld, ontdekken wij dat een engel zevenmaal de laatste waarschuwingsboodschap aanduidt. In de eerste en de laatste gevallen was het de engel Gabriël. Vervolgens hebben wij in Openbaring tien een engel die neerdaalt met een boekje in zijn hand. In Openbaring veertien hebben wij nog drie engelen, die allen de laatste waarschuwingsboodschap vertegenwoordigen. Dan hebben wij in Openbaring achttien nog een andere engel die diezelfde laatste waarschuwingsboodschap vertegenwoordigt. Zeven laatste waarschuwingsboodschappen worden door engelen voorgesteld. De eerste en de laatste zijn de engel Gabriël, en de vijf engelen tussen de eerste en de laatste zijn symbolische engelen.

Of course, each of the seven churches have an angel as well, but they are carrying a message to the churches, whereas the final warning message we have been discussing is a message which includes the entire world as its audience.

Natuurlijk heeft ook elk van de zeven gemeenten een engel, maar zij dragen een boodschap aan de gemeenten over, terwijl de laatste waarschuwingsboodschap waarover wij hebben gesproken een boodschap is die de gehele wereld tot haar gehoor heeft.

Each of the seven prophetic lines representing the final warning message should be closely evaluated and aligned with each other, but at this juncture I wish to simply define a basic principle of Alpha and Omega. The first time a subject is mentioned in God’s word is the most important reference. The first time “seed” is mentioned in the Bible is in Genesis 1:11 where we are told that the seed would produce “after its kind.” The first mention of the seed emphasizes that it has the DNA necessary to reproduce itself. Jesus identified God’s Word as a seed.

Elk van de zeven profetische lijnen die de laatste waarschuwingsboodschap vertegenwoordigen, dient zorgvuldig te worden beoordeeld en met elkaar in overeenstemming te worden gebracht; op dit punt wens ik echter eenvoudig een fundamenteel beginsel van Alpha en Omega te definiëren. De eerste keer dat een onderwerp in Gods Woord wordt genoemd, is de belangrijkste verwijzing. De eerste keer dat „zaad” in de Bijbel wordt genoemd, is in Genesis 1:11, waar ons wordt meegedeeld dat het zaad zou voortbrengen „naar zijn aard”. De eerste vermelding van het zaad benadrukt dat het over het DNA beschikt dat nodig is om zichzelf voort te planten. Jezus duidde Gods Woord aan als een zaad.

The same day went Jesus out of the house, and sat by the sea side. And great multitudes were gathered together unto him, so that he went into a ship, and sat; and the whole multitude stood on the shore. And he spake many things unto them in parables, saying,

Op diezelfde dag ging Jezus uit het huis en zat bij de zee. En grote menigten verzamelden zich bij Hem, zodat Hij in een schip ging en ging zitten; en de gehele menigte stond op de oever. En Hij sprak vele dingen tot hen in gelijkenissen en zei:

Behold, a sower went forth to sow; And when he sowed, some seeds fell by the way side, and the fowls came and devoured them up: Some fell upon stony places, where they had not much earth: and forthwith they sprung up, because they had no deepness of earth: And when the sun was up, they were scorched; and because they had no root, they withered away. And some fell among thorns; and the thorns sprung up, and choked them: But other fell into good ground, and brought forth fruit, some an hundredfold, some sixtyfold, some thirtyfold. Who hath ears to hear, let him hear.

Zie, een zaaier ging uit om te zaaien; en toen hij zaaide, viel een deel van het zaad langs de weg, en de vogels kwamen en aten het op. Een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had; en het schoot terstond op, omdat het geen diepte van aarde had. Maar toen de zon opgegaan was, verschroeide het; en omdat het geen wortel had, verdorde het. En een ander deel viel tussen de doornen; en de doornen schoten op en verstikten het. Maar weer een ander deel viel in goede aarde en droeg vrucht, het ene honderdvoudig, het andere zestigvoudig, het andere dertigvoudig. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.

And the disciples came, and said unto him, Why speakest thou unto them in parables?

En de discipelen kwamen tot Hem en zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen?

He answered and said unto them, Because it is given unto you to know the mysteries of the kingdom of heaven, but to them it is not given. For whosoever hath, to him shall be given, and he shall have more abundance: but whosoever hath not, from him shall be taken away even that he hath. Therefore speak I to them in parables: because they seeing see not; and hearing they hear not, neither do they understand. And in them is fulfilled the prophecy of Esaias, which saith, By hearing ye shall hear, and shall not understand; and seeing ye shall see, and shall not perceive: For this people’s heart is waxed gross, and their ears are dull of hearing, and their eyes they have closed; lest at any time they should see with their eyes, and hear with their ears, and should understand with their heart, and should be converted, and I should heal them.

Hij antwoordde en zeide tot hen: Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven. Want wie heeft, hem zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar wie niet heeft, van hem zal afgenomen worden zelfs wat hij heeft. Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch verstaan. En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien en geenszins bemerken. Want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn zwaar van gehoor, en hun ogen hebben zij toegesloten; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen genezen zou.

But blessed are your eyes, for they see: and your ears, for they hear. For verily I say unto you, That many prophets and righteous men have desired to see those things which ye see, and have not seen them; and to hear those things which ye hear, and have not heard them.

Maar zalig zijn uw ogen, omdat zij zien; en uw oren, omdat zij horen. Want voorwaar, Ik zeg u, dat vele profeten en rechtvaardigen begeerd hebben te zien hetgeen gij ziet, en het niet hebben gezien; en te horen hetgeen gij hoort, en het niet hebben gehoord.

Hear ye therefore the parable of the sower.

Hoort gij dan de gelijkenis van de zaaier.

When any one heareth the word of the kingdom, and understandeth it not, then cometh the wicked one, and catcheth away that which was sown in his heart. This is he which received seed by the way side.

Wanneer iemand het woord van het Koninkrijk hoort en het niet verstaat, dan komt de boze en rooft weg wat in zijn hart gezaaid was. Dat is hij bij wie langs de weg gezaaid is.

But he that received the seed into stony places, the same is he that heareth the word, and anon with joy receiveth it; Yet hath he not root in himself, but dureth for a while: for when tribulation or persecution ariseth because of the word, by and by he is offended.

Maar hij die het zaad op steenachtige plaatsen ontving, is degene die het woord hoort en het terstond met blijdschap ontvangt; toch heeft hij geen wortel in zichzelf, maar is slechts voor een tijd standvastig; want wanneer verdrukking of vervolging ontstaat om des woords wil, komt hij terstond ten val.

He also that received seed among the thorns is he that heareth the word; and the care of this world, and the deceitfulness of riches, choke the word, and he becometh unfruitful.

Hij nu die tussen de doornen bezaaid is, is hij die het woord hoort; maar de zorg van deze wereld en de verleiding van de rijkdom verstikken het woord, en hij wordt onvruchtbaar.

But he that received seed into the good ground is he that heareth the word, and understandeth it; which also beareth fruit, and bringeth forth, some an hundredfold, some sixty, some thirty. Matthew 13:1–23.

Maar hij die in de goede aarde bezaaid is, is hij die het woord hoort en verstaat; die ook vrucht draagt en voortbrengt, de een honderdvoudig, de ander zestigvoudig, de ander dertigvoudig. Matteüs 13:1–23.

A seed, which is God’s Word, has all the DNA necessary to produce a complete plant. The first mention of a subject in God’s Word includes all the elements of that subject that there is. This fact is identified as “the rule of first mention.” The closer this rule is examined the surer it becomes.

Een zaad, dat Gods Woord is, bezit al het DNA dat nodig is om een volledige plant voort te brengen. De eerste vermelding van een onderwerp in Gods Woord omvat alle elementen van dat onderwerp die er zijn. Dit gegeven staat bekend als „de wet van de eerste vermelding”. Hoe nauwkeuriger deze wet wordt onderzocht, des te zekerder blijkt zij te zijn.

Before we continue on in our explanation of the Alpha and Omega and the definition of God’s Word as a seed, it is worth considering from the passage we just cited in Matthew some relevant points in our consideration of the book of Revelation. All the prophets are speaking of the end of the world.

Voordat wij verdergaan met onze uiteenzetting over de Alfa en de Omega en de omschrijving van Gods Woord als een zaad, is het de moeite waard vanuit de zojuist door ons aangehaalde passage in Matteüs enkele relevante punten in overweging te nemen met betrekking tot het boek Openbaring. Alle profeten spreken over het einde van de wereld.

“Each of the ancient prophets spoke less for their own time than for ours, so that their prophesying is in force for us. ‘Now all these things happened unto them for ensamples: and they are written for our admonition, upon whom the ends of the world are come.’ 1 Corinthians 10:11. ‘Not unto themselves, but unto us they did minister the things, which are now reported unto you by them that have preached the gospel unto you with the Holy Ghost sent down from heaven; which things the angels desire to look into.’ 1 Peter 1:12. . . .

“Ieder van de oude profeten sprak minder voor zijn eigen tijd dan voor de onze, zodat hun profeteren voor ons van kracht is. ‘Al deze dingen nu zijn hun overkomen tot voorbeelden; en zij zijn beschreven tot waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.’ 1 Korintiërs 10:11. ‘Aan hen werd geopenbaard dat zij niet zichzelf, maar ons bedienden met die dingen die u nu verkondigd zijn door hen die u het evangelie hebben gepredikt door de Heilige Geest, Die uit de hemel gezonden is; in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien.’ 1 Petrus 1:12....”

The Bible has accumulated and bound up together its treasures for this last generation. All the great events and solemn transactions of Old Testament history have been, and are, repeating themselves in the church in these last days.” Selected Messages, book 3, 338, 339.

“De Bijbel heeft zijn schatten voor deze laatste generatie verzameld en samengebonden. Alle grote gebeurtenissen en plechtige handelingen uit de oudtestamentische geschiedenis hebben zich herhaald en herhalen zich in de gemeente in deze laatste dagen.” Selected Messages, boek 3, 338, 339.

This passage provides three witnesses, (Paul, Peter and Ellen White) testifying to the fact that all the prophets are speaking about the end of the world, which is the very time when the secret in the book of Revelation is unsealed. Therefore, in Matthew thirteen when Jesus said, “blessed are your eyes, for they see: and your ears, for they hear. For verily I say unto you, That many prophets and righteous men have desired to see those things which ye see, and have not seen them; and to hear those things which ye hear, and have not heard them,” He was expressing the same blessing that is noted in the first three verses of Revelation chapter one.

Deze passage levert drie getuigen, (Paulus, Petrus en Ellen White) die getuigen van het feit dat alle profeten spreken over het einde van de wereld, juist de tijd waarin het geheim in het boek Openbaring wordt ontsloten. Daarom, toen Jezus in Mattheüs dertien zei: „zalig zijn uw ogen, omdat zij zien; en uw oren, omdat zij horen. Want voorwaar, Ik zeg u, dat vele profeten en rechtvaardige mensen begeerd hebben te zien die dingen welke gij ziet, en zij hebben ze niet gezien; en te horen die dingen welke gij hoort, en zij hebben ze niet gehoord,” drukte Hij dezelfde zaligspreking uit als die welke wordt opgetekend in de eerste drie verzen van Openbaring hoofdstuk één.

Blessed is he that readeth, and they that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein: for the time is at hand. Revelation 1:3.

Zalig is hij die leest, en zij die de woorden van deze profetie horen en bewaren hetgeen daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. Openbaring 1:3.

Jesus presented the parable of the Sower and then the disciples are led to engage him on the parable. But before they are brought into interaction with Jesus, He stated for them and more importantly for us, “Who hath ears to hear, let him hear.”

Jezus vertelde de gelijkenis van de Zaaier, en vervolgens worden de discipelen ertoe gebracht Hem over de gelijkenis aan te spreken. Maar voordat zij in gesprek met Jezus worden gebracht, sprak Hij tot hen en, nog belangrijker, tot ons: “Wie oren heeft om te horen, laat hem horen.”

Jesus gives the parable and concludes it with the warning for those who will—to hear. Then the disciples are led into the discussion where Jesus addresses at least three significant thoughts. He identifies a distinction between two classes of hearers, and in doing so he refers to a passage from the book of Isaiah to provide a second witness of two classes of hearers (for remember it is all set in the context of those that will hear). The third idea he sets forth, beyond the two classes of hearers and the book of Isaiah as a second witness, is the fact that the Word of God is a seed. The fact that the Word of God is a seed is therefore part of what is to be heard by those that hear the Revelation of Jesus Christ in Revelation chapter one. There are two hearers in the first three verses, just as there are two classes of hearers in Matthew thirteen. Matthew thirteen simply adds some insight to the various ways those who refuse to hear make the choice not to hear. And the witness of Isaiah adds even more to the message we are to hear.

Jezus geeft de gelijkenis en besluit haar met de waarschuwing aan hen die willen horen. Vervolgens worden de discipelen in het gesprek geleid, waarin Jezus ten minste drie betekenisvolle gedachten naar voren brengt. Hij maakt onderscheid tussen twee klassen van hoorders, en daarbij verwijst Hij naar een gedeelte uit het boek Jesaja om een tweede getuigenis te geven van twee klassen van hoorders (want bedenk dat dit alles geplaatst is in de context van hen die willen horen). Het derde punt dat Hij uiteenzet, naast de twee klassen van hoorders en het boek Jesaja als tweede getuige, is het feit dat het Woord van God een zaad is. Het feit dat het Woord van God een zaad is, maakt daarom deel uit van hetgeen gehoord moet worden door hen die de Openbaring van Jezus Christus in Openbaring hoofdstuk één horen. Er zijn twee hoorders in de eerste drie verzen, evenals er twee klassen van hoorders zijn in Mattheüs dertien. Mattheüs dertien voegt eenvoudig enig inzicht toe in de verschillende wijzen waarop zij die weigeren te horen, ervoor kiezen niet te horen. En het getuigenis van Jesaja voegt nog meer toe aan de boodschap die wij behoren te horen.

In the year that king Uzziah died I saw also the Lord sitting upon a throne, high and lifted up, and his train filled the temple. Above it stood the seraphims: each one had six wings; with twain he covered his face, and with twain he covered his feet, and with twain he did fly. And one cried unto another, and said, Holy, holy, holy, is the Lord of hosts: the whole earth is full of his glory. And the posts of the door moved at the voice of him that cried, and the house was filled with smoke.

In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik ook de Heere, zittende op een troon, hoog en verheven, en de zomen van Zijn gewaad vervulden de tempel. Daarboven stonden de serafs; ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. En de een riep tot de ander en zei: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heerscharen; de ganse aarde is vol van Zijn heerlijkheid. En de posten van de deur beefden door de stem van hem die riep, en het huis werd vervuld met rook.

Then said I, Woe is me! for I am undone; because I am a man of unclean lips, and I dwell in the midst of a people of unclean lips: for mine eyes have seen the King, the Lord of hosts.

Toen zei ik: Wee mij! want ik verga; omdat ik een man ben met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen; want mijn ogen hebben de Koning, de HEERE der heerscharen, gezien.

Then flew one of the seraphims unto me, having a live coal in his hand, which he had taken with the tongs from off the altar: And he laid it upon my mouth, and said, Lo, this hath touched thy lips; and thine iniquity is taken away, and thy sin purged.

Toen vloog een van de serafs naar mij toe, met een gloeiende kool in zijn hand, die hij met een tang van het altaar had genomen. En hij legde die op mijn mond en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; zo is uw ongerechtigheid weggenomen en uw zonde verzoend.

Also I heard the voice of the Lord, saying, Whom shall I send, and who will go for us? Then said I, Here am I; send me.

Ook hoorde ik de stem van de Heere, die zei: Wie zal Ik zenden, en wie zal voor Ons gaan? Toen zei ik: Hier ben ik; zend mij.

And he said, Go, and tell this people, Hear ye indeed, but understand not; and see ye indeed, but perceive not. Make the heart of this people fat, and make their ears heavy, and shut their eyes; lest they see with their eyes, and hear with their ears, and understand with their heart, and convert, and be healed.

En Hij zei: Ga en zeg tot dit volk: Hoort wel, maar verstaat niet; en ziet wel, maar merkt niet op. Maak het hart van dit volk vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen; opdat zij niet zien met hun ogen, en niet horen met hun oren, en niet verstaan met hun hart, en zich bekeren, en genezen worden.

Then said I, Lord, how long? And he answered, Until the cities be wasted without inhabitant, and the houses without man, and the land be utterly desolate, And the Lord have removed men far away, and there be a great forsaking in the midst of the land. But yet in it shall be a tenth, and it shall return, and shall be eaten: as a teil tree, and as an oak, whose substance is in them, when they cast their leaves: so the holy seed shall be the substance thereof. Isaiah 6:1–13.

Toen zei ik: Heere, hoe lang? En Hij antwoordde: Totdat de steden verwoest zijn, zodat er geen inwoner meer is, en de huizen zonder mens, en het land volkomen verwoest is, en de Heere de mensen ver weg heeft gedaan, en er een grote verlatenheid zal zijn in het midden van het land. Maar toch zal daarin een tiende deel zijn, en het zal wederkeren en verteerd worden; als een terebint en als een eik, waarvan de tronk in hen blijft wanneer zij hun bladeren afwerpen: zo zal het heilige zaad zijn tronk zijn. Jesaja 6:1–13.

Of course, this passage from Isaiah is absolutely amazing in the depth of prophetic subjects it addresses. Many of these subjects have been repeatedly discussed in Habakkuk’s Tables, so we will simply summarize the points from the passage that support our consideration of Jesus’ reference to His word being a seed.

Natuurlijk is deze passage uit Jesaja absoluut verbazingwekkend in de diepgang van de profetische onderwerpen die zij behandelt. Vele van deze onderwerpen zijn herhaaldelijk besproken in Habakkuks Tabellen, zodat wij eenvoudig de punten uit de passage zullen samenvatten die onze beschouwing ondersteunen van Jezus’ verwijzing naar Zijn woord als een zaad.

In has been established that Isaiah in the passage represents a prophet, and therefore God’s people at the end of time. More importantly for our point, Isaiah represents a people who were living in sin, while functioning within God’s church. Until Isaiah had the revelation of God’s glory, he did not recognize his own sinfulness. He was Laodicean, he was blind.

Er is vastgesteld dat Jesaja in de desbetreffende passage een profeet vertegenwoordigt, en derhalve Gods volk aan het einde van de tijd. Nog belangrijker voor ons punt is dat Jesaja een volk vertegenwoordigt dat in zonde leefde, terwijl het binnen Gods kerk functioneerde. Totdat Jesaja de openbaring van Gods heerlijkheid ontving, erkende hij zijn eigen zondigheid niet. Hij was Laodicees, hij was blind.

“Isaiah had denounced the sin of others; but now he sees himself exposed to the same condemnation he had pronounced upon them. He had been satisfied with a cold, lifeless ceremony in his worship of God. He had not known this until the vision was given him of the Lord. How little now appeared his wisdom and talents as he looked upon the sacredness and majesty of the sanctuary. How unworthy he was! how unfitted for sacred service! His view of himself might be expressed in the language of the apostle Paul, ‘O wretched man that I am! who shall deliver me from the body of this death?’

„Jesaja had de zonde van anderen aan de kaak gesteld; maar nu ziet hij zichzelf blootgesteld aan dezelfde veroordeling die hij over hen had uitgesproken. Hij had genoegen genomen met een kille, levenloze vormendienst in zijn aanbidding van God. Dat had hij niet beseft totdat hem het visioen van de Heere werd gegeven. Hoe gering schenen hem nu zijn wijsheid en gaven toe, toen hij de heiligheid en majesteit van het heiligdom aanschouwde. Hoe onwaardig was hij! hoe ongeschikt voor de heilige dienst! Zijn blik op zichzelf zou kunnen worden uitgedrukt in de woorden van de apostel Paulus: ‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?’”

“But relief was sent to Isaiah in his distress. ‘Then flew one of the seraphims unto me, having a live coal in his hand, which he had taken with the tongs from off the altar: And he laid it upon my mouth, and said, Lo, this hath touched thy lips; and thine iniquity is taken away, and thy sin purged.” Isaiah 6:6, 7.

“Maar verlichting werd tot Jesaja gezonden in zijn benauwdheid. ‘Toen vloog een van de serafs tot mij, met een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had; en hij raakte mijn mond aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; zo is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend.’” Jesaja 6:6, 7.

The vision given to Isaiah represents the condition of God’s people in the last days. They are privileged to see by faith the work that is going forward in the heavenly sanctuary. ‘And the temple of God was opened in heaven, and there was seen in his temple the ark of his testament.’ As they look by faith into the holy of holies, and see the work of Christ in the heavenly sanctuary, they perceive that they are a people of unclean lips,—a people whose lips have often spoken vanity, and whose talents have not been sanctified and employed to the glory of God. Well may they despair as they contrast their own weakness and unworthiness with the purity and loveliness of the glorious character of Christ. But if they, like Isaiah, will receive the impression the Lord designs shall be made upon the heart, if they will humble their souls before God, there is hope for them. The bow of promise is above the throne, and the work done for Isaiah will be performed in them. God will respond to the petitions coming from the contrite heart.

„Het visioen dat aan Jesaja werd gegeven, stelt de toestand van Gods volk in de laatste dagen voor. Hun is het voorrecht gegeven door het geloof het werk te aanschouwen dat in het hemelse heiligdom voortgaat. ‘En de tempel Gods werd geopend in de hemel, en de ark van zijn testament werd in zijn tempel gezien.’ Terwijl zij door het geloof in het heilige der heiligen zien en het werk van Christus in het hemelse heiligdom aanschouwen, beseffen zij dat zij een volk van onreine lippen zijn,—een volk welks lippen dikwijls ijdelheid hebben gesproken en welks gaven niet zijn geheiligd en aangewend tot heerlijkheid van God. Met recht mogen zij wanhopen wanneer zij hun eigen zwakheid en onwaardigheid vergelijken met de reinheid en beminnelijkheid van het heerlijke karakter van Christus. Maar indien zij, evenals Jesaja, de indruk willen ontvangen die de Heere beoogt op het hart te maken, indien zij hun ziel voor God zullen verootmoedigen, dan is er hoop voor hen. De boog der belofte is boven de troon, en het werk dat voor Jesaja werd gedaan, zal in hen worden volbracht. God zal de beden beantwoorden die opgaan uit het verbrijzelde hart.

The object of this great and solemn work of God is to gather together the sheaves for the heavenly garner; for the earth is to be filled with the glory of the Lord. Then let none be dismayed as they see the prevailing wickedness and hear the language coming from unclean lips. When the powers of darkness set themselves in array against the people of God; when Satan shall muster his forces for the last great conflict, and his power seems to be great and almost overwhelming, [then] the clear view of the divine glory, the throne high and lifted up, arched with the bow of promise, will give comfort, assurance, and peace.” Review and Herald, December 22, 1896.

„Het doel van dit grote en plechtige werk van God is de schoven bijeen te brengen voor de hemelse schuur; want de aarde zal vervuld worden met de heerlijkheid des Heren. Laat dan niemand ontmoedigd worden wanneer hij de heersende goddeloosheid ziet en de taal hoort die van onreine lippen uitgaat. Wanneer de machten der duisternis zich in slagorde opstellen tegen het volk van God; wanneer Satan zijn strijdkrachten zal verzamelen voor het laatste grote conflict, en zijn macht groot en bijna overweldigend schijnt te zijn, [dan] zal het heldere gezicht op de goddelijke heerlijkheid, de troon hoog en verheven, overwelfd door de boog der belofte, troost, zekerheid en vrede schenken.” Review and Herald, 22 december 1896.

The vision “represents the condition of God’s people in the last days.” God’s people in the last days are Laodiceans.

Het visioen „beeldt de toestand van Gods volk in de laatste dagen uit.” Gods volk in de laatste dagen zijn Laodiceeërs.

And unto the angel of the church of the Laodiceans write; These things saith the Amen, the faithful and true witness, the beginning of the creation of God; I know thy works, that thou art neither cold nor hot: I would thou wert cold or hot. So then because thou art lukewarm, and neither cold nor hot, I will spue thee out of my mouth. Because thou sayest, I am rich, and increased with goods, and have need of nothing; and knowest not that thou art wretched, and miserable, and poor, and blind, and naked: I counsel thee to buy of me gold tried in the fire, that thou mayest be rich; and white raiment, that thou mayest be clothed, and that the shame of thy nakedness do not appear; and anoint thine eyes with eyesalve, that thou mayest see.

En schrijf aan de engel van de gemeente der Laodicenzen: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het begin der schepping Gods; Ik ken uw werken, dat gij noch koud zijt noch heet; och, waart gij maar koud of heet. Daarom, omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen. Omdat gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan niets gebrek; en niet weet dat gij ellendig zijt, en erbarmelijk, en arm, en blind, en naakt: raad Ik u aan van Mij te kopen goud, beproefd in het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij bekleed moogt zijn, en de schande uwer naaktheid niet openbaar worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.

As many as I love, I rebuke and chasten: be zealous therefore, and repent. Behold, I stand at the door, and knock: if any man hear my voice, and open the door, I will come in to him, and will sup with him, and he with me. To him that overcometh will I grant to sit with me in my throne, even as I also overcame, and am set down with my Father in his throne.

Allen die Ik liefheb, bestraf en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal tot hem inkomen en met hem avondmaal houden, en hij met Mij. Hem die overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik overwonnen heb en Mij met Mijn Vader gezet heb op Zijn troon.

He that hath an ear, let him hear what the Spirit saith unto the churches. Revelation 3:14–22.

Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Openbaring 3:14–22.

“The message to the church of the Laodiceans is a startling denunciation, and is applicable to the people of God at the present time.

“De boodschap aan de gemeente der Laodicenzen is een ontstellende aanklacht en is van toepassing op het volk van God in de tegenwoordige tijd.

“‘And unto the angel of the church of the Laodiceans write: These things saith the Amen, the faithful and true Witness, the beginning of the creation of God; I know thy works, that thou art neither cold nor hot: I would thou wert cold or hot. So then because thou art lukewarm, and neither cold nor hot, I will spew thee out of My mouth. Because thou sayest, I am rich, and increased with goods, and have need of nothing; and knowest not that thou art wretched, and miserable, and poor, and blind, and naked.’

“‘En schrijf aan de engel van de gemeente der Laodicenzen: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het begin van de schepping Gods; Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt noch heet: och, waart gij koud of heet. Omdat gij dan lauw zijt en noch koud noch heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen. Omdat gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan niets gebrek; en gij weet niet dat gij ellendig zijt en jammerlijk en arm en blind en naakt.’

“The Lord here shows us that the message to be borne to His people by ministers whom He has called to warn the people is not a peace-and-safety message. It is not merely theoretical, but practical in every particular. The people of God are represented in the message to the Laodiceans as in a position of carnal security. They are at ease, believing themselves to be in an exalted condition of spiritual attainments. ‘Because thou sayest, I am rich, and increased with goods, and have need of nothing; and knowest not that thou art wretched, and miserable, and poor, and blind, and naked.’

“De Heere toont ons hier dat de boodschap die door dienaren die Hij heeft geroepen om het volk te waarschuwen, aan Zijn volk moet worden gebracht, geen boodschap van vrede en veiligheid is. Zij is niet louter theoretisch, maar in elk opzicht praktisch. Het volk van God wordt in de boodschap aan de Laodicenzen voorgesteld als verkerend in een toestand van vleselijke gerustheid. Zij zijn gerust, in de overtuiging dat zij zich in een verheven staat van geestelijke verworvenheden bevinden. ‘Omdat gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan niets gebrek; en gij weet niet dat gij ellendig zijt, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.’”

What greater deception can come upon human minds than a confidence that they are right when they are all wrong! The message of the True Witness finds the people of God in a sad deception, yet honest in that deception. They know not that their condition is deplorable in the sight of God. While those addressed are flattering themselves that they are in an exalted spiritual condition, the message of the True Witness breaks their security by the startling denunciation of their true condition of spiritual blindness, poverty, and wretchedness. The testimony, so cutting and severe, cannot be a mistake, for it is the True Witness who speaks, and His testimony must be correct.

“Welke grotere misleiding kan over menselijke geesten komen dan het vertrouwen dat zij gelijk hebben, terwijl zij geheel ongelijk hebben! De boodschap van de Getrouwe Getuige treft het volk van God aan in een droeve misleiding, en toch oprecht in die misleiding. Zij weten niet dat hun toestand in Gods ogen erbarmelijk is. Terwijl degenen tot wie deze woorden gericht zijn zichzelf vleien dat zij in een verheven geestelijke toestand verkeren, verbreekt de boodschap van de Getrouwe Getuige hun gerustheid door de ontstellende aanklacht van hun ware toestand van geestelijke blindheid, armoede en ellende. Het getuigenis, zo scherp en streng, kan geen vergissing zijn, want het is de Getrouwe Getuige die spreekt, en Zijn getuigenis moet juist zijn.

“It is difficult for those who feel secure in their attainments, and who believe themselves to be rich in spiritual knowledge, to receive the message which declares that they are deceived and in need of every spiritual grace. The unsanctified heart is ‘deceitful above all things, and desperately wicked.’ I was shown that many are flattering themselves that they are good Christians, who have not a ray of light from Jesus. They have not a living experience for themselves in the divine life. They need a deep and thorough work of self-abasement before God before they will feel their true need of earnest, persevering effort to secure the precious graces of the Spirit.” Testimonies, volume 3, 252, 253.

„Het is moeilijk voor hen die zich veilig voelen in hetgeen zij hebben bereikt en die menen rijk te zijn aan geestelijke kennis, de boodschap te aanvaarden die verklaart dat zij misleid zijn en iedere geestelijke genade nodig hebben. Het niet-geheiligde hart is ‘arglistig, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het; wie zal het kennen?’ Mij werd getoond dat velen zichzelf vleien met de gedachte dat zij goede christenen zijn, terwijl zij geen straal licht van Jezus hebben. Zij bezitten voor zichzelf geen levende ervaring in het goddelijke leven. Zij hebben een diep en grondig werk van zelfvernedering voor God nodig, voordat zij hun werkelijke behoefte zullen voelen aan ernstige, volhardende inspanning om de kostbare genaden van de Geest te verkrijgen.” Testimonies, deel 3, 252, 253.

Once Isaiah was converted out of his Laodicean condition, he volunteered to take the final warning message to the world. Verse three of chapter six connects Isaiah’s prophetic history with the prophetic history of Revelation eighteen when the angel descends and lightens the earth with its glory.

Toen Jesaja eenmaal uit zijn Laodiceïsche toestand bekeerd was, bood hij zich vrijwillig aan om de laatste waarschuwingsboodschap aan de wereld te brengen. Vers drie van hoofdstuk zes verbindt de profetische geschiedenis van Jesaja met de profetische geschiedenis van Openbaring achttien, wanneer de engel neerdaalt en de aarde met zijn heerlijkheid verlicht.

And after these things I saw another angel come down from heaven, having great power; and the earth was lightened with his glory. Revelation 18:1.

En na deze dingen zag ik een andere engel uit de hemel neerdalen, bekleed met grote macht; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid. Openbaring 18:1.

Isaiah is representing God’s people during the time when the angel of Revelation eighteen descends, for when he was taken into the heavenly sanctuary, he heard the seraphim proclaiming “Holy, holy, holy, is the Lord of hosts: the whole earth is full of his glory.” Isaiah, as with John in the Revelation, represent God’s people who proclaim the final warning message. John called God’s people “the remnant” and Isaiah referred to them as “a tenth,” or a tithe. The root word in the Hebrew means “to tithe.”

Jesaja vertegenwoordigt Gods volk in de tijd waarin de engel van Openbaring achttien neerdaalt, want toen hij in het hemelse heiligdom werd opgenomen, hoorde hij de serafs uitroepen: „Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol.” Jesaja vertegenwoordigt, evenals Johannes in de Openbaring, Gods volk dat de laatste waarschuwingsboodschap verkondigt. Johannes noemde Gods volk „het overblijfsel” en Jesaja verwees naar hen als „een tiende”, of een tiende deel. Het grondwoord in het Hebreeuws betekent „tienden geven”.

The prophetic question of “how long?” that Isaiah asked is asked repeatedly in God’s word (and for brevity’s sake, the answer for the question of “how long?” is that it marks the arrival of the national Sunday law in the United States.) According to Ellen White, at that time “national apostasy will be followed by national ruin,” and according to Isaiah it is when “the cities be wasted without inhabitant, and the houses without man, and the land be utterly desolate, And the Lord have removed men far away, and there be a great forsaking in the midst of the land.” The “great forsaking in the midst of the land” is the “many” who are overthrown at the Sunday Law according to Daniel 11:41. These are the persons of Isaiah six and Matthew thirteen that have eyes, but don’t see and have ears, but don’t hear, and also those in Revelation three that refuse the counsel to the Laodicean church.

De profetische vraag „hoelang?” die Jesaja stelde, wordt herhaaldelijk in Gods Woord gesteld (en kortheidshalve is het antwoord op de vraag „hoelang?” dat zij de komst van de nationale zondagswet in de Verenigde Staten markeert). Volgens Ellen White zal in die tijd „nationale afval gevolgd worden door nationale ondergang”, en volgens Jesaja is dat wanneer „de steden verwoest worden, zodat er geen inwoner is, en de huizen, zodat er geen mens is, en het land volkomen verwoest wordt, en de HEERE de mensen ver weg heeft gedaan, en er in het midden van het land een groot verlaten zijn zal.” Het „grote verlaten in het midden van het land” zijn de „velen” die volgens Daniël 11:41 ten val worden gebracht bij de Zondagswet. Dit zijn de personen uit Jesaja zes en Mattheüs dertien die ogen hebben, maar niet zien, en oren hebben, maar niet horen, en ook diegenen in Openbaring drie die de raad aan de gemeente van Laodicea weigeren.

He shall enter also into the glorious land, and many countries shall be overthrown: but these shall escape out of his hand, even Edom, and Moab, and the chief of the children of Ammon. Daniel 11:41

Hij zal ook het heerlijke land binnentrekken, en vele landen zullen ten val komen; maar dezen zullen aan zijn hand ontkomen: Edom en Moab, en de voornaamsten van de kinderen van Ammon. Daniël 11:41

Isaiah had a vision of Jesus Christ in His sanctuary, as did John in the Revelation. Isaiah represents the “tenth” or tithe that “returns” and “shall be eaten” as a tree. The Hebrew word translated as “eaten” means to consume by fire. Yet the “tenth” have a “substance” within them that the fire does not consume. Evidently nine-tenths did not have that substance? The fire represented as eating up and consuming the teil and oak tree is the fire of the Messenger of the Covenant who comes suddenly to His temple in the book of Malachi.

Jesaja had een visioen van Jezus Christus in Zijn heiligdom, evenals Johannes in de Openbaring. Jesaja vertegenwoordigt de „tiende” of tiende die „terugkeert” en „zal gegeten worden” als een boom. Het Hebreeuwse woord dat met „gegeten” is vertaald, betekent door vuur verteerd worden. Toch hebben de „tienden” een „substantie” in zich die door het vuur niet wordt verteerd. Blijkbaar hadden negen tienden die substantie niet? Het vuur dat wordt voorgesteld als het opeten en verteren van de terebint en de eik, is het vuur van de Boodschapper van het Verbond, die plotseling tot Zijn tempel komt in het boek Maleachi.

Behold, I will send my messenger, and he shall prepare the way before me: and the Lord, whom ye seek, shall suddenly come to his temple, even the messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, he shall come, saith the Lord of hosts.

Zie, Ik zal Mijn bode zenden, en hij zal de weg voor Mij bereiden; en de Heere, Die gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen, namelijk de Bode des verbonds, in Wie gij behagen schept; zie, Hij zal komen, zegt de HEERE der heirscharen.

But who may abide the day of his coming? and who shall stand when he appeareth? for he is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. Malachi 3:1–4.

Maar wie zal de dag van zijn komst kunnen verdragen? en wie zal standhouden wanneer Hij verschijnt? want Hij is als het vuur van een smelter en als het loog van vollers. En Hij zal zitten als een smelter en zuiveraar van zilver; en Hij zal de zonen van Levi zuiveren en hen louteren als goud en zilver, opdat zij de HEERE een offer in gerechtigheid zullen brengen. Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de HEERE aangenaam zijn, zoals in de dagen vanouds en zoals in vroegere jaren. Maleachi 3:1–4.

Isaiah’s tenth, (which is a tithe) is also Malachi’s “offering in righteousness.” Malachi’s offering is God’s people, represented as “the sons of Levi” who are purified by fire to produce an “offering in righteousness” and those who are “eaten” by fire in Isaiah’s testimony are the tenth, or a tithe.

Jesaja’s tiende, (dat is een tiende deel) is ook Maleachi’s „offerande in gerechtigheid.” Maleachi’s offerande is Gods volk, voorgesteld als „de zonen van Levi”, die door vuur gelouterd worden om een „offerande in gerechtigheid” voort te brengen, en degenen die door vuur „verteerd” worden in het getuigenis van Jesaja zijn het tiende, of een tiende deel.

According to the grace of God which is given unto me, as a wise masterbuilder, I have laid the foundation, and another buildeth thereon. But let every man take heed how he buildeth thereupon. For other foundation can no man lay than that is laid, which is Jesus Christ. Now if any man build upon this foundation gold, silver, precious stones, wood, hay, stubble; Every man’s work shall be made manifest: for the day shall declare it, because it shall be revealed by fire; and the fire shall try every man’s work of what sort it is. 1 Corinthians 3:10–13.

Naar de genade Gods die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd, en een ander bouwt daarop voort. Maar ieder zie toe hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. Indien nu iemand op dit fundament bouwt: goud, zilver, kostbare stenen, hout, hooi, stoppelen; ieders werk zal openbaar worden. Want de dag zal het aan het licht brengen, omdat die in vuur geopenbaard wordt; en het vuur zal ieders werk beproeven, van hoedanige aard het is. 1 Korinthiërs 3:10–13.

Paul here declares that every man’s works will be revealed by “fire”. In Malachi the fire burns away the dross. In Isaiah the purification of the “tenth” takes place “when” they cast off their leaves. Leaves are a symbol of hidden sin, pretension and presumption as testified to by Adam and Eve.

Paulus verklaart hier dat ieders werken door „vuur” openbaar zullen worden. In Maleachi verteert het vuur de slakken. In Jesaja vindt de reiniging van het „tiende” plaats „wanneer” zij hun bladeren afwerpen. Bladeren zijn een symbool van verborgen zonde, schijn en vermetelheid, zoals Adam en Eva daarvan getuigen.

Isaiah’s “tenth” have a substance in them that cannot be burnt away, and that substance is the “holy seed”. They have Christ within them, the hope of glory. Isaiah is a “holy seed” himself and also the “tenth” that he identifies. Both the “holy seed” and the “tenth” return from a Laodicean condition to the Philadelphian condition through the Revelation of Jesus Christ in His sanctuary.

Jesaja’s „tiende” bezitten in zich een wezenlijke kern die niet kan worden weggebrand, en die kern is het „heilige zaad”. Zij hebben Christus in zich, de hoop der heerlijkheid. Jesaja is zelf een „heilig zaad” en tevens de „tiende” waarmee hij zich identificeert. Zowel het „heilige zaad” als de „tiende” keren vanuit een Laodiceïsche toestand terug tot de Filadelfische toestand door de Openbaring van Jezus Christus in Zijn heiligdom.

The vision of God’s glory that causes Isaiah to cry out that he is undone, that he is a person that is unclean and a sinner in need of forgiveness, takes place in the heavenly sanctuary when the trees cast off their leaves. The word “cast” means to “throw out”, or to “cut down” a tree. The casting out of Laodicea is here represented. A “tenth” or remnant will go through the cleansing “fire” brought about by Malachi’s Messenger of the Covenant, thus having their human works spiritually burnt away, and thus leaving only “the substance” that can’t be burnt away which is the “Holy Seed”. Those that refuse to hear will be cast off like dead dry leaves, or spewed out of the mouth of the Lord.

Het visioen van Gods heerlijkheid, dat Jesaja doet uitroepen dat hij vergaat, dat hij een onrein mens is en een zondaar die vergeving nodig heeft, vindt plaats in het hemelse heiligdom wanneer de bomen hun bladeren afwerpen. Het woord „afwerpen” betekent „uitwerpen”, of een boom „omhakken”. De uitwerping van Laodicea wordt hier voorgesteld. Een „tiende” of overblijfsel zal door het reinigende „vuur” heengaan dat teweeggebracht wordt door Maleachi’s Boodschapper van het Verbond, waardoor hun menselijke werken geestelijk verbrand worden, en waardoor alleen „de kern” overblijft die niet verbrand kan worden, namelijk het „Heilige Zaad”. Degenen die weigeren te horen, zullen worden afgeworpen als dode, dorre bladeren, of uit de mond van de Heer worden uitgespuwd.

Jesus is the Holy Seed, and a seed has all the necessary DNA to produce the entire plant. The Word of God is a seed, and therefore the first mention of a thing in the Word of God contains all the information necessary to bring that subject to full maturity in the believer, if rightly understood.

Jezus is het heilige Zaad, en een zaad heeft al het noodzakelijke DNA in zich om de gehele plant voort te brengen. Het Woord van God is een zaad, en daarom bevat de eerste vermelding van een zaak in het Woord van God alle informatie die nodig is om dat onderwerp in de gelovige tot volle rijpheid te brengen, indien het op de juiste wijze wordt begrepen.

Isaiah chapter six identifies a people who will not “hear” in the time period when you MUST hear in order to be blessed with the message of the Revelation of Jesus Christ. The people who Jesus referred to were the chosen people of God, they were His wife, they were His covenant people, they were ancient Israel.

Jesaja hoofdstuk zes wijst een volk aan dat niet zal „horen” in de tijdsperiode waarin u MOET horen om gezegend te worden met de boodschap van de Openbaring van Jezus Christus. Het volk naar wie Jezus verwees, was het uitverkoren volk van God; zij waren Zijn vrouw, zij waren Zijn verbondsvolk, zij waren het oude Israël.

Ancient Israel or the first Israel typifies modern Israel or the last Israel. The people of God at the end of the world are Seventh-day Adventists, His chosen people, His wife, His covenant people—modern Israel. The witness of Isaiah’s history, combined with the history of Christ, provides two witnesses that establish that at the end of the world Seventh-day Adventism will be in a lost and unsaveable “condition” represented in the message to Laodicea.

Het oude Israël, of het eerste Israël, is een type van het moderne Israël, of het laatste Israël. Het volk van God aan het einde van de wereld zijn de Zevende-dags Adventisten, Zijn uitverkoren volk, Zijn vrouw, Zijn verbondsvolk—het moderne Israël. Het getuigenis van de geschiedenis van Jesaja, samengevoegd met de geschiedenis van Christus, verschaft twee getuigen die bevestigen dat aan het einde van de wereld het Zevende-dags Adventisme zich zal bevinden in een verloren en onredbare “toestand”, voorgesteld in de boodschap aan Laodicea.

They are not actually unsaveable, but simply unsaveable in their Laodicean condition, as was Isaiah before his experience and as were the Jews of Christ’s history.

Zij zijn in werkelijkheid niet onsalvabel, maar eenvoudigweg onsalvabel in hun Laodiceïsche toestand, zoals Jesaja was vóór zijn ervaring en zoals de Joden waren in de geschiedenis van Christus.

One of the things a Laodicean must “hear” is the parable of the Sower. He must “hear” in that parable that the Word of God is a “seed”, a holy seed. When that is “heard”, then there is a foundation laid that begins to open up the secret message of Revelation, for that message is wrapped up in the profound recognition that Jesus is the Alpha and Omega, the First and the Last, the Beginning and Ending. To understand the relationship of the end with the beginning includes understanding that Jesus is the Word, and He is the Seed.

Een van de dingen die een Laodiceeër moet „horen”, is de gelijkenis van de Zaaier. Hij moet in die gelijkenis „horen” dat het Woord van God een „zaad” is, een heilig zaad. Wanneer dat „gehoord” wordt, dan wordt er een fundament gelegd dat de geheime boodschap van Openbaring begint te ontsluiten, want die boodschap ligt besloten in het diepzinnige besef dat Jezus de Alfa en de Omega is, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde. Om de verhouding van het einde tot het begin te begrijpen, behoort ook begrepen te worden dat Jezus het Woord is, en Hij is het Zaad.

In the beginning was the Word, and the Word was with God, and the Word was God. The same was in the beginning with God. All things were made by him; and without him was not anything made that was made. In him was life; and the life was the light of men. And the light shineth in darkness; and the darkness comprehended it not. John 1:1–5.

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt dat gemaakt is. In Hetzelve was het leven, en het leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen. Johannes 1:1–5.

Now to Abraham and his seed were the promises made. He saith not, And to seeds, as of many; but as of one, And to thy seed, which is Christ. Galatians 3:16.

Nu aan Abraham en zijn zaad werden de beloften gedaan. Hij zegt niet: En aan de zaden, als van velen; maar als van één: En aan uw zaad, hetwelk Christus is. Galaten 3:16.

To understand the relationship with the end and the beginning requires the understanding of the “rule of first mention.” The rule of first mention identifies that the beginning of a subject is the most important reference for it contains the entire story, for as the Word of God it is a seed. The last reference is the second in importance in the sense that it is there that all the elements of the story are tied together leaving no loose ends. But it is the middle references on a subject that add the strength and clarity to the story, and in that sense the middle is as essential as the beginning or the ending.

Om de relatie met het einde en het begin te begrijpen, is inzicht in de „regel van de eerste vermelding” vereist. De regel van de eerste vermelding geeft aan dat het begin van een onderwerp de belangrijkste verwijzing is, omdat het het gehele verhaal bevat; want als het Woord van God is het een zaad. De laatste verwijzing is de op één na belangrijkste, in die zin dat daar alle elementen van het verhaal met elkaar verbonden worden en er geen losse eindjes overblijven. Maar het zijn de verwijzingen in het midden van een onderwerp die kracht en helderheid aan het verhaal toevoegen, en in die zin is het midden even wezenlijk als het begin of het einde.

There is much more to address on this subject, but returning to the passage in Matthew thirteen we can note that Jesus identified two classes of persons who hear or don’t hear. He identifies more than one way to not hear, but he then pronounces a blessing upon those that do hear.

Er valt over dit onderwerp nog veel meer te zeggen, maar terugkerend naar de passage in Mattheüs dertien kunnen wij opmerken dat Jezus twee categorieën personen aanwees die horen of niet horen. Hij wijst meer dan één wijze aan waarop men niet hoort, maar vervolgens spreekt Hij een zegen uit over hen die wél horen.

But blessed are your eyes, for they see: and your ears, for they hear. For verily I say unto you, That many prophets and righteous men have desired to see those things which ye see, and have not seen them; and to hear those things which ye hear, and have not heard them. Hear ye therefore the parable of the sower. Matthew 13:16–18.

Maar zalig zijn uw ogen, omdat zij zien; en uw oren, omdat zij horen. Want voorwaar, Ik zeg u, dat vele profeten en rechtvaardigen begeerd hebben te zien hetgeen gij ziet, en het niet hebben gezien; en te horen hetgeen gij hoort, en het niet hebben gehoord. Hoort gij dan de gelijkenis van de zaaier. Mattheüs 13:16–18.

Prophetically this “blessing” is therefore the very same blessing as Revelation 1:3:

Profetisch gezien is deze „zegen” daarom precies dezelfde zegen als die van Openbaring 1:3:

Blessed is he that readeth, and they that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein: for the time is at hand.

Zalig is hij die leest, en zij die de woorden van deze profetie horen en bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij.

Jesus’ reference in Matthew thirteen to Isaiah six, in conjunction with the writings of Ellen White, confirms that there are things that are seen and heard at the end of the world that were so tremendous that many righteous men and prophets desired to live in that period of time when the final warning message was to be unsealed, and that people would then “see” and “hear” them.

Jezus’ verwijzing in Mattheüs dertien naar Jesaja zes bevestigt, in samenhang met de geschriften van Ellen White, dat er aan het einde van de wereld dingen worden gezien en gehoord die zó ontzagwekkend waren dat vele rechtvaardige mannen en profeten verlangden te leven in die tijdsperiode waarin de laatste waarschuwingsboodschap ontzegeld zou worden, en dat de mensen deze dan zouden „zien” en „horen”.

John was told to seal up what the “Seven Thunders” uttered in chapter ten, and in chapter twenty-two the pronouncement is made to “Seal not the sayings of the prophecy of this book: for the time is at hand.” The next verse identifies the close of human probation. Just before probation closes there is a pronouncement to unseal the “Seven Thunders”, which is the only passage in the book of Revelation that is sealed up at that time. Of the “Seven Thunders” we are informed that they represent the beginning and ending of Adventism.

Johannes werd opgedragen te verzegelen wat de „Zeven Donderslagen” in hoofdstuk tien gesproken hadden, en in hoofdstuk tweeëntwintig wordt de uitspraak gedaan: „Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet; want de tijd is nabij.” Het volgende vers duidt het einde van de menselijke genadetijd aan. Vlak voordat de genadetijd eindigt, wordt een uitspraak gedaan om de „Zeven Donderslagen” te ontzegelen, hetgeen op dat moment de enige passage in het boek Openbaring is die verzegeld is. Aangaande de „Zeven Donderslagen” wordt ons meegedeeld dat zij het begin en het einde van het adventisme vertegenwoordigen.

“The special light given to John which was expressed in the seven thunders was a delineation of events which would transpire under the first and second angels’ messages. . . .

“Het bijzondere licht dat aan Johannes werd gegeven en dat in de zeven donderslagen tot uitdrukking kwam, was een uiteenzetting van gebeurtenissen die zich onder de boodschappen van de eerste en de tweede engel zouden voltrekken....”

“After these seven thunders uttered their voices, the injunction comes to John as to Daniel in regard to the little book: ‘Seal up those things which the seven thunders uttered.’ These relate to future events which will be disclosed in their order.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 971.

„Nadat deze zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, komt tot Johannes, evenals tot Daniël met betrekking tot het boekje, het bevel: ‘Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben.’ Deze hebben betrekking op toekomstige gebeurtenissen die op hun beurt geopenbaard zullen worden.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 971.

The Seven Thunders represent the events during the beginning of Adventism in the history of the first and second angel’s message, from 1798 until October 22, 1844, and in the same article noted above we are informed that the Seven Thunders “relate to future events which will be disclosed in their order.” The beginning history of Adventism illustrates the ending of Adventism, for Jesus Christ, as the Alpha and Omega, places His signature upon the entire history of Adventism, for it is as sacred a history as was the history of ancient Israel.

De Zeven Donders vertegenwoordigen de gebeurtenissen tijdens het begin van het adventisme in de geschiedenis van de boodschap van de eerste en de tweede engel, van 1798 tot 22 oktober 1844, en in hetzelfde hierboven vermelde artikel worden wij ervan in kennis gesteld dat de Zeven Donders „betrekking hebben op toekomstige gebeurtenissen die in hun orde geopenbaard zullen worden.” De vroege geschiedenis van het adventisme beeldt het einde van het adventisme uit, want Jezus Christus plaatst als de Alfa en de Omega Zijn handtekening op de gehele geschiedenis van het adventisme, want zij is een even heilige geschiedenis als de geschiedenis van het oude Israël.

According to Jesus in Matthew thirteen these events are what the prophets desired to see, and which the disciples were blessed for knowing. Those disciples represent God’s people at the end of the world who are blessed for what they see and hear. What they see and hear is the message of the Revelation of Jesus Christ, that is also represented by the message of the Seven Thunders, that represent both Millerite history and the history of the one hundred and forty-four thousand.

Volgens Jezus in Mattheüs dertien zijn deze gebeurtenissen datgene wat de profeten begeerden te zien, en waarvoor de discipelen gezegend waren omdat zij het kenden. Die discipelen vertegenwoordigen Gods volk aan het einde van de wereld, dat gezegend is om wat het ziet en hoort. Wat zij zien en horen is de boodschap van de Openbaring van Jezus Christus, die ook wordt voorgesteld door de boodschap van de Zeven Donderslagen, welke zowel de Milleritische geschiedenis als de geschiedenis van de honderdvierenveertigduizend vertegenwoordigen.

“All the messages given from 1840–1844 are to be made forcible now, for there are many people who have lost their bearings. The messages are to go to all the churches.

„Alle boodschappen die van 1840–1844 zijn gegeven, moeten nu met kracht worden gebracht, want er zijn vele mensen die hun oriëntatie hebben verloren. De boodschappen moeten tot alle kerken uitgaan.

“Christ said, ‘Blessed are your eyes, for they see; and your ears, for they hear. For verily I say unto you, That many prophets and righteous men have desired to see those things which ye see, and have not seen them; and to hear those things which ye hear, and have not heard them’ [Matthew 13:16, 17]. Blessed are the eyes which saw the things that were seen in 1843 and 1844.

“Christus zei: ‘Zalig zijn uw ogen, omdat zij zien; en uw oren, omdat zij horen. Want voorwaar, Ik zeg u, dat vele profeten en rechtvaardige mannen begeerd hebben te zien hetgeen gij ziet, en het niet hebben gezien; en te horen hetgeen gij hoort, en het niet hebben gehoord’ [Mattheüs 13:16, 17]. Zalig zijn de ogen die de dingen hebben gezien die in 1843 en 1844 werden gezien.

“The message was given. And there should be no delay in repeating the message, for the signs of the times are fulfilling; the closing work must be done. A great work will be done in a short time. A message will soon be given by God’s appointment that will swell into a loud cry. Then Daniel will stand in his lot, to give his testimony.” Manuscript Releases, volume 21, 437.

„De boodschap werd gegeven. En er mag geen vertraging zijn in het herhalen van de boodschap, want de tekenen der tijden gaan in vervulling; het afsluitende werk moet worden gedaan. In korte tijd zal een groot werk worden verricht. Weldra zal, op Gods aanwijzing, een boodschap worden gegeven die zal aanzwellen tot een luide roep. Dan zal Daniël opstaan in zijn lot, om zijn getuigenis te geven.” Manuscript Releases, deel 21, 437.

Ellen White identifies the history which Christ identified as the history that righteous men desired to see, as the history of the Millerites from 1840 through 1844, and then says that a “message will soon be given by God’s appointment that will swell into a loud cry.” The “loud cry” symbolizes the final warning of the third angel, and when that message is given, it will repeat the history of the beginning of Adventism. The final warning message is the “messages” that are “to go to all the churches,” and all “the messages given from 1840–1844 are to be made forcible now.”

Ellen White duidt de geschiedenis die Christus aanwees als de geschiedenis die rechtvaardige mensen verlangden te zien, aan als de geschiedenis van de Millerieten van 1840 tot en met 1844, en zegt vervolgens dat er „binnenkort door Gods beschikking een boodschap zal worden gegeven die zal aanzwellen tot een luide roep.” De „luide roep” symboliseert de laatste waarschuwing van de derde engel, en wanneer die boodschap wordt gegeven, zal zij de geschiedenis van het begin van het adventisme herhalen. De laatste waarschuwingsboodschap is de „boodschappen” die „tot alle kerken moeten uitgaan”, en al „de boodschappen die van 1840–1844 werden gegeven, moeten nu met kracht worden gebracht.”

The Alpha and Omega illustrates the end with the beginning. Ellen White states that “the messages are to go to all the churches,” and Jesus told John “I am Alpha and Omega, the first and the last: and, What thou seest, write in a book, and send it unto the seven churches which are in Asia; unto Ephesus, and unto Smyrna, and unto Pergamos, and unto Thyatira, and unto Sardis, and unto Philadelphia, and unto Laodicea.”

De Alfa en Omega beeldt het einde uit met het begin. Ellen White verklaart dat „de boodschappen tot alle gemeenten moeten gaan”, en Jezus zei tot Johannes: „Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste; en: Wat gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten die in Azië zijn: naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamus, en naar Thyatira, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en naar Laodicea.”

The messages of 1840 through 1844 are part of what is to be sent to the churches.

De boodschappen van 1840 tot en met 1844 maken deel uit van hetgeen aan de gemeenten moet worden gezonden.