At the end of July, 2023, the voice in the wilderness began to cry unto the dead dry bones, as represented by Daniel going to Arioch and informing him that he understood the “secret.” Daniel in relation to Hananiah, Mishael and Azariah represent the Elijah messenger, and the Elijah message identifies that whether God’s people understand or accept it or not, they are already under a curse.
Eind juli 2023 begon de stem in de woestijn tot de dode, dorre beenderen te roepen, zoals uitgebeeld wordt door Daniël die naar Arioch ging en hem meedeelde dat hij het „geheim” begreep. Daniël in relatie tot Hananja, Misaël en Azarja vertegenwoordigen de Elia-boodschapper, en de Elia-boodschap maakt duidelijk dat Gods volk, of zij dit nu begrijpen of aanvaarden of niet, reeds onder een vloek verkeert.
And now, O ye priests, this commandment is for you. If ye will not hear, and if ye will not lay it to heart, to give glory unto my name, saith the Lord of hosts, I will even send a curse upon you, and I will curse your blessings: yea, I have cursed them already, because ye do not lay it to heart. Malachi 2:1, 2.
En nu, o gij priesters, dit gebod is voor u. Indien gij niet wilt horen, en indien gij het niet ter harte wilt nemen, om Mijn naam eer te geven, zegt de HEERE der heirscharen, dan zal Ik zelfs een vloek over u zenden, en Ik zal uw zegeningen vervloeken; ja, Ik heb ze reeds vervloekt, omdat gij het niet ter harte neemt. Maleachi 2:1, 2.
The “priests” of the last days, according to Peter, are the covenant people of God who were formerly not the covenant people of God. They are those who ate of the “hidden book” when the mighty angel of Revelation eighteen descended on September 11, 2001. Yet according to Malachi, they are cursed.
De „priesters” van de laatste dagen zijn volgens Petrus het verbondsvolk van God dat vroeger niet het verbondsvolk van God was. Zij zijn het die van het „verborgen boek” aten toen de machtige engel van Openbaring achttien neerdaalde op 11 september 2001. Toch zijn zij volgens Maleachi vervloekt.
If so be ye have tasted that the Lord is gracious. To whom coming, as unto a living stone, disallowed indeed of men, but chosen of God, and precious, Ye also, as lively stones, are built up a spiritual house, an holy priesthood, to offer up spiritual sacrifices, acceptable to God by Jesus Christ. Wherefore also it is contained in the scripture, Behold, I lay in Sion a chief corner stone, elect, precious: and he that believeth on him shall not be confounded. Unto you therefore which believe he is precious: but unto them which be disobedient, the stone which the builders disallowed, the same is made the head of the corner, And a stone of stumbling, and a rock of offence, even to them which stumble at the word, being disobedient: whereunto also they were appointed. But ye are a chosen generation, a royal priesthood, an holy nation, a peculiar people; that ye should shew forth the praises of him who hath called you out of darkness into his marvellous light: Which in time past were not a people, but are now the people of God: which had not obtained mercy, but now have obtained mercy. 1 Peter 2:3–10.
Indien gij tenminste geproefd hebt dat de Heere goedertieren is. Tot Wie komende, als tot een levende steen, wel door de mensen verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar, wordt ook gij zelf, als levende stenen, opgebouwd tot een geestelijk huis, een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus. Daarom staat ook in de Schrift: Zie, Ik leg in Sion een uiterste Hoeksteen, uitverkoren en dierbaar; en wie in Hem gelooft, zal geenszins beschaamd worden. U dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwlieden verworpen hadden, deze is tot een hoofd des hoeks geworden, en een steen des aanstoots en een rots der ergernis; namelijk voor hen die zich aan het woord stoten, ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook bestemd zijn. Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een verkregen volk, opdat gij de deugden zoudt verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; gij die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; gij die eertijds niet ontfermd waart, maar nu ontferming verkregen hebt. 1 Petrus 2:3–10.
The “priests” of the last days are those who “have tasted that the Lord is good.” “In times past” they “were not a people, but now are the people of God.” They are those who have found the “living stone,” that was “disallowed indeed of men, but chosen of God, and precious.” That stone is the “seven times” of Leviticus twenty-six, that the “builders” of the Millerite movement “disallowed” in 1863. The Millerite “builders” constructed a temple in the forty-six years from 1798 unto 1844, but they thereafter chose to reject the “increase of knowledge” upon the “seven times” that arrived in 1856.
De “priesters” van de laatste dagen zijn zij die “gesmaakt hebben dat de Heere goedertieren is.” “Eertijds” “waart gij geen volk, maar nu zijt gij Gods volk.” Zij zijn het die de “levende steen” hebben gevonden, die wel “door de mensen verworpen is, maar bij God uitverkoren en dierbaar.” Die steen is de “zeven tijden” van Leviticus zesentwintig, die de “bouwlieden” van de Milleritische beweging in 1863 “verworpen” hebben. De Milleritische “bouwlieden” bouwden een tempel in de zesenveertig jaren van 1798 tot 1844, maar kozen er daarna voor de “toename der kennis” aangaande de “zeven tijden”, die in 1856 kwam, te verwerpen.
My people are destroyed for lack of knowledge: because thou hast rejected knowledge, I will also reject thee, that thou shalt be no priest to me: seeing thou hast forgotten the law of thy God, I will also forget thy children. As they were increased, so they sinned against me: therefore will I change their glory into shame. Hosea 4:6, 7.
Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis; omdat gij de kennis verworpen hebt, zal Ik ook u verwerpen, zodat gij Mij niet tot priester zult zijn; daar gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw kinderen vergeten. Naarmate zij in aantal toenamen, zondigden zij tegen Mij; daarom zal Ik hun heerlijkheid in schande veranderen. Hosea 4:6, 7.
The “priests” of the last days accepted the message of “seven times” when they were led back to the old paths of Adventism post-September 11, 2001. They tasted the message of the hidden book, and it was “precious.” Yet Malachi says the priests of the last days are “cursed”, and of course the “seven times” is a curse. They are under the curse of “seven times,” for they have repeated the sins of their fathers. Malachi says the priests profaned God’s name, by offering a “polluted offering”. That offering was the prediction of July 18, 2020.
De „priesters” van de laatste dagen aanvaardden de boodschap van „zeven tijden” toen zij na 11 september 2001 teruggeleid werden naar de oude paden van het adventisme. Zij smaakten de boodschap van het verborgen boek, en zij was „kostbaar”. Toch zegt Maleachi dat de priesters van de laatste dagen „vervloekt” zijn, en uiteraard is de „zeven tijden” een vloek. Zij staan onder de vloek van „zeven tijden”, want zij hebben de zonden van hun vaderen herhaald. Maleachi zegt dat de priesters Gods naam ontheiligden door een „verontreinigd offer” te brengen. Dat offer was de voorspelling van 18 juli 2020.
For from the rising of the sun even unto the going down of the same my name shall be great among the Gentiles; and in every place incense shall be offered unto my name, and a pure offering: for my name shall be great among the heathen, saith the Lord of hosts. But ye have profaned it, in that ye say, The table of the Lord is polluted; and the fruit thereof, even his meat, is contemptible. Ye said also, Behold, what a weariness is it! and ye have snuffed at it, saith the Lord of hosts; and ye brought that which was torn, and the lame, and the sick; thus ye brought an offering: should I accept this of your hand? saith the Lord. But cursed be the deceiver, which hath in his flock a male, and voweth, and sacrificeth unto the Lord a corrupt thing: for I am a great King, saith the Lord of hosts, and my name is dreadful among the heathen. And now, O ye priests, this commandment is for you. If ye will not hear, and if ye will not lay it to heart, to give glory unto my name, saith the Lord of hosts, I will even send a curse upon you, and I will curse your blessings: yea, I have cursed them already, because ye do not lay it to heart. Behold, I will corrupt your seed, and spread dung upon your faces, even the dung of your solemn feasts; and one shall take you away with it. And ye shall know that I have sent this commandment unto you, that my covenant might be with Levi, saith the Lord of hosts. Malachi 1:11–2:4.
Want van de opgang der zon tot aan haar ondergang zal Mijn naam groot zijn onder de heidenen; en op elke plaats zal aan Mijn naam reukwerk geofferd worden, en een rein offer; want Mijn naam zal groot zijn onder de heidenen, zegt de HEERE der heirscharen. Maar gij ontheiligt die, doordat gij zegt: De tafel des HEEREN is verontreinigd; en haar opbrengst, namelijk Zijn spijs, is verachtelijk. Gij zegt ook: Zie, wat een vermoeienis is het! en gij veracht die met een snuivend gebaar, zegt de HEERE der heirscharen; en gij brengt het verscheurde, het kreupele en het zieke; zo brengt gij een offer. Zou Ik dat uit uw hand aannemen? zegt de HEERE. Maar vervloekt zij de bedrieger, die in zijn kudde een mannelijk dier heeft, en een gelofte doet, en aan de HEERE een verdorven ding offert; want Ik ben een groot Koning, zegt de HEERE der heirscharen, en Mijn naam is ontzagwekkend onder de heidenen. En nu, o gij priesters, dit gebod is tot u. Indien gij niet horen zult, en indien gij het niet ter harte nemen zult om Mijn naam eer te geven, zegt de HEERE der heirscharen, dan zal Ik een vloek onder u zenden, en uw zegeningen vervloeken; ja, Ik heb ze reeds vervloekt, omdat gij het niet ter harte neemt. Zie, Ik zal uw zaad verderven en mest op uw aangezichten strooien, de mest van uw feestoffers; en men zal u daarmee wegdragen. Dan zult gij weten dat Ik dit gebod tot u gezonden heb, opdat Mijn verbond met Levi zou zijn, zegt de HEERE der heirscharen. Maleachi 1:11–2:4.
The covenant with Levi is the symbol of the Levites’ faithfulness in the image of the beast test in the rebellion of Aaron’s golden calf. The Levites in the book of Malachi, who are cleansed by the messenger of the covenant, are cleansed in order to offer “an offering” in righteousness. The offering is the message of Christ’s name, which is His character.
Het verbond met Levi is het symbool van de trouw van de Levieten in de beproeving van het merkteken van het beest tijdens de opstand rond Aarons gouden kalf. De Levieten in het boek Maleachi, die gereinigd worden door de boodschapper van het verbond, worden gereinigd om „een offerande” in gerechtigheid te brengen. De offerande is de boodschap van Christus’ naam, die Zijn karakter is.
“It is the darkness of misapprehension of God that is enshrouding the world. Men are losing their knowledge of His character. It has been misunderstood and misinterpreted. At this time a message from God is to be proclaimed, a message illuminating in its influence and saving in its power. His character is to be made known. Into the darkness of the world is to be shed the light of His glory, the light of His goodness, mercy, and truth.
„Het is de duisternis van misvatting omtrent God die de wereld omhult. Mensen verliezen de kennis van Zijn karakter. Het is verkeerd begrepen en verkeerd uitgelegd. In deze tijd moet een boodschap van God worden verkondigd, een boodschap die verlichtend is in haar invloed en reddend in haar kracht. Zijn karakter moet bekendgemaakt worden. In de duisternis van de wereld moet het licht van Zijn heerlijkheid, het licht van Zijn goedheid, barmhartigheid en waarheid, uitstralen.
“This is the work outlined by the prophet Isaiah in the words, ‘O Jerusalem, that bringest good tidings, lift up thy voice with strength; lift it up, be not afraid; say unto the cities of Judah, Behold your God! Behold, the Lord God will come with strong hand, and His arm shall rule for Him; behold, His reward is with Him, and His work before Him.’ Isaiah 40:9, 10.
“Dit is het werk dat door de profeet Jesaja is geschetst in de woorden: ‘O Jeruzalem, dat goede tijding brengt, hef uw stem op met kracht; hef haar op, wees niet bevreesd; zeg tot de steden van Juda: Zie, uw God! Zie, de Heere HEERE zal komen met sterke hand, en Zijn arm zal voor Hem heersen; zie, Zijn loon is bij Hem, en Zijn werk is voor Zijn aangezicht.’ Jesaja 40:9, 10.
“Those who wait for the Bridegroom’s coming are to say to the people, ‘Behold your God.’ The last rays of merciful light, the last message of mercy to be given to the world, is a revelation of His character of love. The children of God are to manifest His glory. In their own life and character they are to reveal what the grace of God has done for them.” Christ’s Object Lessons, 415.
“Zij die wachten op de komst van de Bruidegom, moeten tot het volk zeggen: ‘Zie, uw God.’ De laatste stralen van barmhartig licht, de laatste boodschap van genade die aan de wereld moet worden gegeven, is een openbaring van Zijn karakter van liefde. De kinderen van God moeten Zijn heerlijkheid openbaren. In hun eigen leven en karakter moeten zij tonen wat de genade van God voor hen heeft gedaan.” Lessen uit het leven van alledag, 415.
Malachi’s priests offered an offering that corrupted God’s name. The offering represents a message, and the message of Nashville on July 18, 2020, was a corrupted offering. It was corrupted by the rebellion of disregarding the prophetic command that “there should be time no longer”, that was given by Christ himself in Revelation ten.
De priesters van Maleachi brachten een offer dat de naam van God ontheiligde. Het offer vertegenwoordigt een boodschap, en de boodschap van Nashville op 18 juli 2020 was een verdorven offer. Het was verdorven door de opstandigheid waarmee het profetische gebod werd genegeerd dat „er geen tijd meer zou zijn”, dat door Christus zelf in Openbaring 10 werd gegeven.
And the angel which I saw stand upon the sea and upon the earth lifted up his hand to heaven, And sware by him that liveth for ever and ever, who created heaven, and the things that therein are, and the earth, and the things that therein are, and the sea, and the things which are therein, that there should be time no longer. Revelation 10:5, 6.
En de engel, dien ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn hand op naar de hemel, en zwoer bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarin is, en de zee en hetgeen daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn. Openbaring 10:5, 6.
The “offering of righteousness” that is represented by the Levites in Malachi chapter three, is as an offering in the days of old, and it represents a message. The “former years” represent the purity of the message which produced the first disappointment in the Millerite history. The corrupted offering represents the corrupted message of July 18, 2020, yet it is still a parallel event.
Het „offer der gerechtigheid” dat door de Levieten in Maleachi hoofdstuk drie wordt voorgesteld, is als een offer in de dagen vanouds, en het vertegenwoordigt een boodschap. De „vorige jaren” vertegenwoordigen de zuiverheid van de boodschap die de eerste teleurstelling in de Milleritische geschiedenis teweegbracht. Het verdorven offer vertegenwoordigt de verdorven boodschap van 18 juli 2020, en toch is het nog steeds een parallelle gebeurtenis.
And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. Malachi 3:3, 4.
En Hij zal zitten als een smelter en zuiveraar van zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen en hen louteren als goud en zilver, opdat zij de HEERE een offerande in gerechtigheid zullen brengen. Dan zal de offerande van Juda en Jeruzalem de HEERE aangenaam zijn, als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren. Maleachi 3:3, 4.
The “curse” that is identified in Malachi identifies a test of an acknowledgement of what Elijah represents. Those of us that are now awakening must understand that the reality of the curse of “seven times” has been fulfilled upon us in the rebellion we manifested in making the sinful prediction of July 18, 2020. We must also once again decide what prophetic methodology we choose to eat. Two witnesses to this fact, and there are others, can be found in Malachi’s presentation of the Elijah to come, and also from Elijah’s own history. Elijah clearly identified that there would only be one correct message and methodology.
De „vloek” die in Maleachi wordt aangeduid, duidt op een beproeving van de erkenning van wat Elia vertegenwoordigt. Degenen onder ons die nu ontwaken, moeten begrijpen dat de werkelijkheid van de vloek van „zeven tijden” over ons is vervuld in de opstand die wij hebben geopenbaard door de zondige voorspelling van 18 juli 2020 te doen. Wij moeten ook opnieuw beslissen van welke profetische methodologie wij verkiezen te eten. Twee getuigen van dit feit, en er zijn er meer, kunnen worden gevonden in Maleachi’s voorstelling van de komende Elia, en ook in Elia’s eigen geschiedenis. Elia maakte duidelijk kenbaar dat er slechts één juiste boodschap en methodologie zou zijn.
And Elijah the Tishbite, who was of the inhabitants of Gilead, said unto Ahab, As the Lord God of Israel liveth, before whom I stand, there shall not be dew nor rain these years, but according to my word. 1 Kings 17:1.
En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van Gilead, zei tot Achab: Zo waar de HEERE, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw noch regen zijn, tenzij naar mijn woord. 1 Koningen 17:1.
Malachi identified a “curse” that God’s priests are under in the period when the final Elijah appears in connection with a curse associated with God’s tithe. The “curse” of the tithe in Malachi, represents a decision on the part of the people of God, for in order to remove the curse they are already under they must decide where and what is the “storehouse”.
Maleachi identificeerde een „vloek” waaronder Gods priesters verkeren in de periode waarin de laatste Elia verschijnt, in verband met een vloek die samenhangt met Gods tiende. De „vloek” van de tiende in Maleachi vertegenwoordigt een beslissing van de kant van het volk van God, want om de vloek waaronder zij reeds verkeren weg te nemen, moeten zij beslissen waar en wat het „voorraadhuis” is.
Behold, I will send my messenger, and he shall prepare the way before me: and the Lord, whom ye seek, shall suddenly come to his temple, even the messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, he shall come, saith the Lord of hosts. But who may abide the day of his coming? and who shall stand when he appeareth? for he is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. And I will come near to you to judgment; and I will be a swift witness against the sorcerers, and against the adulterers, and against false swearers, and against those that oppress the hireling in his wages, the widow, and the fatherless, and that turn aside the stranger from his right, and fear not me, saith the Lord of hosts. For I am the Lord, I change not; therefore ye sons of Jacob are not consumed. Even from the days of your fathers ye are gone away from mine ordinances, and have not kept them. Return unto me, and I will return unto you, saith the Lord of hosts. But ye said, Wherein shall we return? Will a man rob God? Yet ye have robbed me. But ye say, Wherein have we robbed thee? In tithes and offerings. Ye are cursed with a curse: for ye have robbed me, even this whole nation. Bring ye all the tithes into the storehouse, that there may be meat in mine house, and prove me now herewith, saith the Lord of hosts, if I will not open you the windows of heaven, and pour you out a blessing, that there shall not be room enough to receive it. And I will rebuke the devourer for your sakes, and he shall not destroy the fruits of your ground; neither shall your vine cast her fruit before the time in the field, saith the Lord of hosts. Malachi 3:1–11.
Zie, Ik zal Mijn bode zenden, en hij zal de weg voor Mijn aangezicht bereiden; en terstond zal tot Zijn tempel komen de Heere, Die gij zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelken gij lust hebt; zie, Hij zal komen, zegt de HEERE der heirscharen. Maar wie zal de dag Zijner komst verdragen, en wie zal bestaan als Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van een goudsmid en als de zeep der vollers. En Hij zal zitten, louterende en reinigende het zilver; en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal hen doorlouteren als goud en als zilver, opdat zij de HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid. Dan zal het spijsoffer van Juda en Jeruzalem de HEERE zoet zijn, als in de oude dagen en als in de vorige jaren. En Ik zal tot ulieden ten oordeel naderen; en Ik zal een snel Getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen degenen die valselijk zweren, en tegen degenen die het loon van de dagloner inhouden, de weduwe en de wees verdrukken, en het recht van de vreemdeling buigen, en Mij niet vrezen, zegt de HEERE der heirscharen. Want Ik, de HEERE, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen van Jakob, niet verteerd. Van de dagen uwer vaderen af zijt gij van Mijn inzettingen afgeweken en hebt ze niet onderhouden. Keert weder tot Mij, en Ik zal tot u wederkeren, zegt de HEERE der heirscharen. Maar gij zegt: Waarin zullen wij wederkeren? Zal een mens God beroven? Want gij berooft Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en in het hefoffer. Met de vloek zijt gij vervloekt, omdat gij Mij berooft, ja, gij, dit ganse volk. Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis, en beproeft Mij toch hierin, zegt de HEERE der heirscharen, of Ik u dan niet zal opendoen de vensteren des hemels, en zegen over u uitgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen. En Ik zal om uwentwil de verslinder schelden, dat hij u de vrucht van het land niet verderve; en de wijnstok op het veld zal u de vrucht niet doen misvallen, zegt de HEERE der heirscharen. Maleachi 3:1–11.
The Lord does not change, nor does he change methodology. Whatever the “curse” may or may not be, that is represented by Malachi’s curse of “tithe”, the tithe is to be brought into the storehouse, for the purpose of having “meat” in God’s house. That fact demands that a decision be made as to what the “storehouse” is, and what was the food represented by William Miller in the movement of the first angel, which typified the food to be eaten in the movement of the third angel? One of the symbols of that food is “rain” and “dew”.
De Heer verandert niet, evenmin verandert Hij van methodiek. Wat de „vloek” ook wel of niet moge zijn die wordt voorgesteld door Maleachi’s vloek van de „tiende”, de tiende dient in het voorraadshuis gebracht te worden, met het doel dat er „spijs” in Gods huis zij. Dat feit vereist dat er een beslissing wordt genomen omtrent wat het „voorraadshuis” is, en wat de spijs was die door William Miller werd voorgesteld in de beweging van de eerste engel, welke een voorafbeelding was van de spijs die in de beweging van de derde engel gegeten moest worden? Een van de symbolen van die spijs is „regen” en „dauw”.
Give ear, O ye heavens, and I will speak; and hear, O earth, the words of my mouth. My doctrine shall drop as the rain, my speech shall distil as the dew, as the small rain upon the tender herb, and as the showers upon the grass: Because I will publish the name of the Lord: ascribe ye greatness unto our God. He is the Rock, his work is perfect: for all his ways are judgment: a God of truth and without iniquity, just and right is he. Deuteronomy 32:1–4.
Neigt het oor, gij hemelen, en ik zal spreken; en hoor, o aarde, de woorden van mijn mond. Mijn leer zal neerdruppelen als de regen, mijn rede zal distelen als de dauw, als de zachte regen op het jonge kruid en als de regenstromen op het gras. Want ik zal de Naam des Heeren verkondigen: schrijft onze God grootheid toe. Hij is de Rotssteen, Zijn werk is volkomen; want al Zijn wegen zijn recht: een God der waarheid en zonder ongerechtigheid, rechtvaardig en waarachtig is Hij. Deuteronomium 32:1–4.
Did Elijah truly mean what he said to Ahab? Did he actually mean that in the last days, when the perfect fulfillment of the Elijah movement and message occurs, that “there shall not be dew nor rain these years, but according to my word?” Does the “rain” that Elijah speaks of being withheld, except at his word, align with the “rain” that Malachi promises as a blessing?
Bedoelde Elia werkelijk wat hij tegen Achab zei? Bedoelde hij daadwerkelijk dat er in de laatste dagen, wanneer de volmaakte vervulling van de Elia-beweging en -boodschap plaatsvindt, „deze jaren geen dauw of regen zal zijn, tenzij op mijn woord”? Komt de „regen” waarvan Elia spreekt als onthouden, behalve op zijn woord, overeen met de „regen” die Maleachi als een zegen belooft?
Bring ye all the tithes into the storehouse, that there may be meat in mine house, and prove me now herewith, saith the Lord of hosts, if I will not open you the windows of heaven, and pour you out a blessing, that there shall not be room enough to receive it. Malachi 3:10.
Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij toch daarin, zegt de HEERE der heerscharen, of Ik u niet de vensters des hemels zal openen en zegen over u uitstorten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn om die te ontvangen. Maleachi 3:10.
And does the “curse” of the unsanctified “offering” of the “priests”, and the misuse of “tithe” that has already been brought about, also represent the “curse” of the “seven times”?
En vertegenwoordigen ook de „vloek” van het ongeheiligde „offer” van de „priesters”, en het misbruik van de „tiende” dat reeds teweeggebracht is, de „vloek” van de „zeven tijden”?
At the end of July, 2023, we began to publish articles that are essentially a repetition of the message found in the series of studies called Habakkuk’s Tables. The difference in the current presentation is that after July 18, 2020, the Lord began to place some of the old teachings in a new light.
Eind juli 2023 zijn wij begonnen artikelen te publiceren die in wezen een herhaling vormen van de boodschap die te vinden is in de reeks studies genaamd Habakkuks Tafelen. Het verschil in de huidige presentatie is dat de Heer na 18 juli 2020 sommige van de oude leringen in een nieuw licht begon te plaatsen.
He began to open things up that appeared to me to be profound, but I was personally out of touch and unwilling to be in touch with the work I had previously been given to accomplish. From July 19, 2020, I understood that the prediction of the previous day was wrong, and that I was personally more responsible for that sinful prediction and its horrible aftermath than any other person.
Hij begon dingen te ontsluiten die mij diepzinnig voorkwamen, maar persoonlijk was ik vervreemd geraakt van het werk dat mij eerder was gegeven om te volbrengen en niet bereid daarmee in verbinding te staan. Op 19 juli 2020 begreep ik dat de voorspelling van de vorige dag onjuist was, en dat ik persoonlijk voor die zondige voorspelling en haar afschuwelijke nasleep meer verantwoordelijkheid droeg dan enig ander mens.
Then in July of 2023, I was overwhelmed with a conviction, that in spite of my complete failure as a leader of God’s movement of the third angel, I should at least begin to write out what I had come to understand since July of 2020. I determined to put into writing what had been opened up to me since the sin of July 18, 2020, and then place it into the public record, before I was laid to rest.
Toen, in juli 2023, werd ik overstelpt door de overtuiging dat ik, ondanks mijn volkomen falen als leider van Gods beweging van de derde engel, ten minste moest beginnen op te schrijven wat ik sinds juli 2020 tot inzicht was gekomen. Ik besloot schriftelijk vast te leggen wat mij sinds de zonde van 18 juli 2020 was geopenbaard, en het vervolgens in het openbare register vast te leggen, voordat ik ter ruste zou worden gelegd.
In the three months since July, there are over seventy countries around the world that are now following these articles. Yes, some are no doubt following for unholy purposes and intent, but not all. We are on the verge of turning on a program that will place these articles into all the major languages of planet earth, for at this point, those seventy-plus countries are forced to consider these truths in only the English language.
In de drie maanden sinds juli zijn er wereldwijd meer dan zeventig landen die deze artikelen nu volgen. Ja, sommigen volgen ze ongetwijfeld met onheilige doeleinden en bedoelingen, maar niet allen. Wij staan op het punt een programma in werking te stellen dat deze artikelen in alle belangrijke talen van de aarde beschikbaar zal maken, want op dit moment zijn die meer dan zeventig landen genoodzaakt deze waarheden uitsluitend in de Engelse taal te overwegen.
We are already working to help some around the globe, that do not have the ways and means to do much with these truths, and I wonder if Malachi’s “storehouse”, that has a defined purpose of providing “food” in God’s house, may not be referring to the work of spreading the truth that has been proceeding from these articles since July of 2023?
Wij zijn reeds werkzaam om sommigen over de gehele wereld te helpen, die niet over de mogelijkheden en middelen beschikken om veel met deze waarheden te doen, en ik vraag mij af of Maleachi’s „voorraadkamer”, die het welomschreven doel heeft „voedsel” te verschaffen in Gods huis, wellicht niet betrekking heeft op het werk van het verspreiden van de waarheid dat sinds juli 2023 vanuit deze artikelen is voortgegaan?
We will begin our consideration of Daniel chapter three in the next article.
Wij zullen onze beschouwing van Daniël hoofdstuk drie in het volgende artikel beginnen.
“We are living in a special period of this earth’s history. A great work must be done in a very short time, and every Christian is to act a part in sustaining this work. God is calling for men who will consecrate themselves to the work of soulsaving. When we begin to comprehend what a sacrifice Christ made in order to save a perishing world, there will be seen a mighty wrestling to save souls. Oh, that all our churches might see and realize the infinite sacrifice of Christ!
„Wij leven in een bijzondere periode van de geschiedenis van deze aarde. Een groot werk moet in zeer korte tijd worden verricht, en iedere christen heeft een aandeel te vervullen in het ondersteunen van dit werk. God roept mannen die zich aan het werk van zielenredding willen toewijden. Wanneer wij beginnen te begrijpen welk een offer Christus heeft gebracht om een verloren gaande wereld te redden, zal er een machtige worsteling zichtbaar worden om zielen te behouden. O, dat al onze gemeenten het oneindige offer van Christus mochten zien en beseffen!‟
“In visions of the night, representations passed before me of a great reformatory movement among God’s people. Many were praising God. The sick were healed, and other miracles were wrought. A spirit of intercession was seen, even as was manifested before the great Day of Pentecost. Hundreds and thousands were seen visiting families and opening before them the word of God. Hearts were convicted by the power of the Holy Spirit, and a spirit of genuine conversion was manifest. On every side doors were thrown open to the proclamation of the truth. The world seemed to be lightened with the heavenly influence. Great blessings were received by the true and humble people of God. I heard voices of thanksgiving and praise, and there seemed to be a reformation such as we witnessed in 1844.
„In nachtgezichten gingen voorstellingen aan mij voorbij van een grote hervormingsbeweging onder Gods volk. Velen prezen God. De zieken werden genezen en andere wonderen werden verricht. Er werd een geest van voorbede gezien, zoals die zich openbaarde vóór de grote Pinksterdag. Honderden en duizenden werden gezien terwijl zij gezinnen bezochten en hun het Woord van God openden. Harten werden overtuigd door de kracht van de Heilige Geest, en een geest van oprechte bekering openbaarde zich. Aan alle kanten werden deuren wijd geopend voor de verkondiging van de waarheid. De wereld scheen verlicht te worden door de hemelse invloed. Grote zegeningen werden ontvangen door het ware en ootmoedige volk van God. Ik hoorde stemmen van dankzegging en lofprijzing, en het scheen alsof er een hervorming plaatsvond zoals wij die in 1844 hebben aanschouwd.״
“Yet some refused to be converted. They were not willing to walk in God’s way, and when, in order that the work of God might be advanced, calls were made for freewill offerings, some clung selfishly to their earthly possessions. These covetous ones became separated from the company of believers.
“Maar sommigen weigerden zich te bekeren. Zij waren niet bereid in Gods weg te wandelen, en toen, opdat het werk van God voortgang zou vinden, oproepen werden gedaan tot vrijwillige offers, klampten sommigen zich uit zelfzucht vast aan hun aardse bezittingen. Deze hebzuchtigen raakten gescheiden van de gemeenschap der gelovigen.
“The judgments of God are in the earth, and, under the influence of the Holy Spirit, we must give the message of warning that He has entrusted to us. We must give this message quickly, line upon line, precept upon precept. Men will soon be forced to great decisions, and it is our duty to see that they are given an opportunity to understand the truth, that they may take their stand intelligently on the right side. The Lord calls upon His people to labor—labor earnestly and wisely—while probation lingers.” Testimonies, volume 9, 126.
„De oordelen van God zijn op de aarde, en onder de invloed van de Heilige Geest moeten wij de waarschuwingsboodschap brengen die Hij ons heeft toevertrouwd. Wij moeten deze boodschap snel brengen, regel op regel, voorschrift op voorschrift. Mensen zullen spoedig voor grote beslissingen worden gesteld, en het is onze plicht erop toe te zien dat hun de gelegenheid wordt gegeven de waarheid te verstaan, opdat zij weloverwogen aan de rechte zijde stelling kunnen nemen. De Heere roept Zijn volk op te arbeiden—ernstig en wijs te arbeiden—zolang de genadetijd nog voortduurt.” Testimonies, volume 9, 126.