Verses sixteen through nineteen of Daniel chapter eleven represents the history beginning at the soon coming Sunday law in the United States, until Michael stands up and human probation closes. It therefore also represents the history of verse forty-one through verse forty-five of the same chapter.

De verzen zestien tot en met negentien van Daniël hoofdstuk elf vertegenwoordigen de geschiedenis die begint bij de spoedig komende zondagswet in de Verenigde Staten, tot het ogenblik waarop Michaël opstaat en de menselijke genadetijd wordt afgesloten. Zij vertegenwoordigen daarom ook de geschiedenis van vers eenenveertig tot en met vers vijfenveertig van hetzelfde hoofdstuk.

But he that cometh against him shall do according to his own will, and none shall stand before him: and he shall stand in the glorious land, which by his hand shall be consumed. He shall also set his face to enter with the strength of his whole kingdom, and upright ones with him; thus shall he do: and he shall give him the daughter of women, corrupting her: but she shall not stand on his side, neither be for him. After this shall he turn his face unto the isles, and shall take many: but a prince for his own behalf shall cause the reproach offered by him to cease; without his own reproach he shall cause it to turn upon him. Then he shall turn his face toward the fort of his own land: but he shall stumble and fall, and not be found. Daniel 11:16–19.

Maar hij die tegen hem optrekt, zal handelen naar zijn eigen wil, en niemand zal voor hem standhouden; en hij zal staan in het heerlijke land, dat door zijn hand verteerd zal worden. Ook zal hij zich voornemen binnen te trekken met de macht van zijn gehele koninkrijk, en oprechten met hem; aldus zal hij doen: en hij zal hem de dochter der vrouwen geven, om haar te verderven; maar zij zal niet aan zijn zijde standhouden, noch voor hem zijn. Daarna zal hij zich keren naar de eilanden en er vele innemen; maar een vorst zal om zijnentwil de smaad, door hem aangedaan, doen ophouden; zonder zijn eigen smaad zal hij die op hem doen terugkeren. Dan zal hij zich keren naar de vesting van zijn eigen land; maar hij zal struikelen en vallen, en niet gevonden worden. Daniël 11:16–19.

When Sister White addressed the final fulfillment of Daniel chapter eleven, she stated “that much of the history that has been fulfilled in this prophecy will be repeated.” Verses forty-one through forty-five repeat the prophetic history of these verses. The verses were fulfilled when pagan Rome took control of the world by first conquering three geographical areas.

Toen zuster White het uiteindelijke in vervulling gaan van Daniël hoofdstuk elf behandelde, verklaarde zij „dat veel van de geschiedenis die in deze profetie in vervulling is gegaan, zal worden herhaald.” De verzen eenenveertig tot en met vijfenveertig herhalen de profetische geschiedenis van deze verzen. De verzen werden vervuld toen het heidense Rome de heerschappij over de wereld verwierf door eerst drie geografische gebieden te veroveren.

“Although Egypt could not stand before Antiochus, the king of the north, Antiochus could not stand before the Romans, who now came against him. No kingdoms were longer able to resist this rising power. Syria was conquered, and added to the Roman empire, when Pompey, BC 65, deprived Antiochus Asiaticus of his possessions, and reduced Syria to a Roman province.

“Hoewel Egypte niet kon standhouden tegenover Antiochus, de koning van het noorden, kon Antiochus niet standhouden tegenover de Romeinen, die nu tegen hem optrokken. Geen koninkrijken waren nog langer in staat deze opkomende macht te weerstaan. Syrië werd veroverd en aan het Romeinse rijk toegevoegd, toen Pompejus in 65 v.Chr. Antiochus Asiaticus van zijn bezittingen beroofde en Syrië tot een Romeinse provincie maakte.

“The same power was also to stand in the Holy Land, and consume it. Rome became connected with the people of God, the Jews, by alliance, BC 162, from which date it holds a prominent place in the prophetic calendar. It did not, however, acquire jurisdiction over Judea by actual conquest till BC 63; and then in the following manner.

Diezelfde macht zou zich ook in het Heilige Land opstellen en het verteren. Rome raakte door een verbond in 162 v.Chr. verbonden met het volk van God, de Joden, vanaf welke datum het een vooraanstaande plaats inneemt op de profetische tijdschaal. Het verkreeg echter de heerschappij over Judea niet door daadwerkelijke verovering vóór 63 v.Chr.; en wel op de volgende wijze.

“On Pompey’s return from his expedition against Mithridates, king of Pontus, two competitors, Hyrcanus and Aristobulus, were struggling for the crown of Judea. Their cause came before Pompey, who soon perceived the injustice of the claims of Aristobulus, but wished to defer decision in the matter till after his long-desired expedition into Arabia, promising then to return, and settle their affairs as should seem just and proper. Aristobulus, fathoming Pompey’s real sentiments, hastened back to Judea, armed his subjects, and prepared for a vigorous defense, determined, at all hazards, to keep the crown, which he foresaw would be adjudicated to another. Pompey closely followed the fugitive. As he approached Jerusalem, Aristobulus, beginning to repent of his course, came out to meet him, and endeavored to accommodate matters by promising entire submission and large sums of money. Pompey, accepting this offer, sent Gabinius, at the head of a detachment of soldiers, to receive the money. But when that lieutenant-general arrived at Jerusalem, he found the gates shut against him, and was told from the top of the walls that the city would not stand to the agreement.

“Bij Pompejus’ terugkeer van zijn veldtocht tegen Mithridates, koning van Pontus, streden twee mededingers, Hyrcanus en Aristobulus, om de kroon van Judea. Hun zaak werd aan Pompejus voorgelegd, die weldra de onrechtvaardigheid van de aanspraken van Aristobulus inzag, maar wenste de beslissing in deze aangelegenheid uit te stellen tot na zijn lang begeerde veldtocht naar Arabië, met de belofte daarna terug te keren en hun zaken te regelen zoals recht en billijk zou schijnen. Aristobulus, die Pompejus’ werkelijke gezindheid doorgrondde, haastte zich terug naar Judea, bewapende zijn onderdanen en bereidde zich voor op een krachtig verweer, vastbesloten om, wat het ook mocht kosten, de kroon te behouden, die hij voorzag aan een ander te zullen worden toegewezen. Pompejus volgde de vluchteling op de voet. Toen hij Jeruzalem naderde, kwam Aristobulus, die berouw begon te krijgen over zijn handelwijze, hem tegemoet en poogde de zaken in der minne te schikken door volledige onderwerping en grote sommen gelds te beloven. Pompejus nam dit aanbod aan en zond Gabinius aan het hoofd van een afdeling soldaten om het geld in ontvangst te nemen. Maar toen die luitenant-generaal in Jeruzalem aankwam, vond hij de poorten voor hem gesloten, en vanaf de muren werd hem toegeroepen dat de stad zich niet aan de overeenkomst zou houden.”

“Pompey, not to be deceived in this way with impunity, put Aristobulus, whom he had retained with him, in irons, and immediately marched against Jerusalem with his whole army. The partisans of Aristobulus were for defending the place; those of Hyrcanus, for opening the gates. The latter being in the majority, and prevailing, Pompey was given free entrance into the city. Whereupon the adherents of Aristobulus retired to the mountain of the temple, as fully determined to defend that place as Pompey was to reduce it. At the end of three months a breach was made in the wall sufficient for an assault, and the place was carried at the point of the sword. In the terrible slaughter that ensued, twelve thousand persons were slain. It was an affecting sight, observes the historian, to see the priests, engaged at the time in divine service, with calm hand and steady purpose pursue their accustomed work, apparently unconscious of the wild tumult, though all around them their friends were given to the slaughter, and though often their own blood mingled with that of their sacrifices.

“Pompejus, die zich niet ongestraft op deze wijze liet misleiden, sloeg Aristobulus, die hij bij zich had gehouden, in boeien en rukte terstond met zijn gehele leger op tegen Jeruzalem. De aanhangers van Aristobulus waren voor het verdedigen van de plaats; die van Hyrcanus, voor het openen van de poorten. Daar dezen in de meerderheid waren en de overhand kregen, werd aan Pompejus vrije toegang tot de stad verleend. Daarop trokken de aanhangers van Aristobulus zich terug op de tempelberg, vastbesloten die plaats te verdedigen, evenzeer als Pompejus vastbesloten was haar in te nemen. Aan het einde van drie maanden was er in de muur een bres geslagen die voldoende was voor een bestorming, en de plaats werd met het zwaard veroverd. In de vreselijke slachting die daarop volgde, werden twaalfduizend personen gedood. Het was een aangrijpend schouwspel, merkt de geschiedschrijver op, de priesters te zien, die op dat ogenblik met de goddelijke dienst bezig waren en met kalme hand en standvastig voornemen hun gebruikelijke werk voortzetten, blijkbaar onbewust van het woeste rumoer, hoewel rondom hen hun vrienden werden afgeslacht en hoewel dikwijls hun eigen bloed zich vermengde met dat van hun offers.”

Having put an end to the war, Pompey demolished the walls of Jerusalem, transferred several cities from the jurisdiction of Judea to that of Syria, and imposed tribute on the Jews. Thus for the first time was Jerusalem placed by conquest in the hands of that power which was to hold the ‘glorious land’ in its iron grasp till it had utterly consumed it.

“Nadat Pompejus een einde had gemaakt aan de oorlog, slechttte hij de muren van Jeruzalem, bracht verscheidene steden over van het rechtsgebied van Judea naar dat van Syrië, en legde de Joden schatting op. Aldus werd Jeruzalem voor het eerst door verovering gebracht in de handen van die macht welke het ‘heerlijke land’ in haar ijzeren greep zou houden totdat zij het geheel had verteerd.

“‘VERSE 17. He shall also set his face to enter with the strength of his whole kingdom, and upright ones with him; thus shall he do: and he shall give him the daughter of women, corrupting her: but she shall not stand on his side, neither be for him.’

“‘VERS 17. Daarna zal hij zijn aangezicht richten om binnen te trekken met de kracht van zijn gehele koninkrijk, en oprechten met hem; aldus zal hij doen: en hij zal hem de dochter der vrouwen geven, haar verdervend; maar zij zal niet aan zijn zijde standhouden, noch voor hem zijn.’”

“Bishop Newton furnishes another reading for this verse, which seems more clearly to express the sense, as follows: ‘He shall also set his face to enter by force the whole kingdom.’ Verse 16 brought us down to the conquest of Syria and Judea by the Romans. Rome had previously conquered Macedon and Thrace. Egypt was now all that remained of the ‘whole kingdom’ of Alexander, not brought into subjection to the Roman power, which power now set its face to enter by force into that country.

‘Bisschop Newton geeft voor dit vers een andere lezing, die de strekking schijnt duidelijker weer te geven, als volgt: “Ook zal hij zijn aangezicht erop richten om met geweld het gehele koninkrijk binnen te trekken.” Vers 16 bracht ons tot aan de verovering van Syrië en Judea door de Romeinen. Rome had tevoren Macedonië en Thracië veroverd. Egypte was nu al wat overbleef van het “gehele koninkrijk” van Alexander, dat niet onderworpen was aan de Romeinse macht, welke macht nu haar aangezicht erop richtte om met geweld dat land binnen te trekken.’

“Ptolemy Auletes died BC 51. He left the crown and kingdom of Egypt to his eldest son and daughter, Ptolemy and Cleopatra. It was provided in his will that they should marry together, and reign jointly; and because they were young, they were placed under the guardianship of the Romans. The Roman people accepted the charge, and appointed Pompey as guardian of the young heirs of Egypt.

Ptolemaeus Auletes stierf in 51 v.Chr. Hij liet de kroon en het koninkrijk Egypte na aan zijn oudste zoon en dochter, Ptolemaeus en Cleopatra. In zijn testament was bepaald dat zij met elkaar zouden trouwen en gezamenlijk zouden regeren; en omdat zij nog jong waren, werden zij onder de voogdij van de Romeinen geplaatst. Het Romeinse volk aanvaardde deze taak en stelde Pompejus aan als voogd over de jonge erfgenamen van Egypte.

“A quarrel having not long after broken out between Pompey and Caesar, the famous battle of Pharsalia was fought between the two generals. Pompey, being defeated, fled into Egypt. Caesar immediately followed him thither; but before his arrival, Pompey was basely murdered by Ptolemy, whose guardian he had been appointed. Caesar therefore assumed the appointment which had been given to Pompey, as guardian of Ptolemy and Cleopatra. He found Egypt in commotion from internal disturbances, Ptolemy and Cleopatra having become hostile to each other, and she being deprived of her share in the government. Notwithstanding this, he did not hesitate to land at Alexandria with his small force, 800 horse and 3200 foot, take cognizance of the quarrel, and undertake its settlement. The troubles daily increasing, Caesar found his small force insufficient to maintain his position, and being unable to leave Egypt on account of the north wind which blew at that season, he sent into Asia, ordering all the troops he had in that quarter to come to his assistance as soon as possible.

„Niet lang daarna brak er twist uit tussen Pompejus en Caesar, en tussen de beide veldheren werd de beroemde slag bij Pharsalus geleverd. Pompejus, verslagen zijnde, vluchtte naar Egypte. Caesar volgde hem onmiddellijk daarheen; maar vóór zijn aankomst werd Pompejus op lafhartige wijze vermoord door Ptolemaeus, wiens voogd hij was aangesteld. Caesar nam daarom de aanstelling over die aan Pompejus was gegeven, als voogd van Ptolemaeus en Cleopatra. Hij trof Egypte aan in beroering door binnenlandse onlusten, daar Ptolemaeus en Cleopatra vijandig tegenover elkaar waren komen te staan en zij van haar aandeel in de regering was beroofd. Desondanks aarzelde hij niet om met zijn kleine strijdmacht, 800 ruiters en 3200 man voetvolk, bij Alexandrië aan land te gaan, kennis te nemen van het geschil en de beslechting ervan op zich te nemen. Daar de moeilijkheden van dag tot dag toenamen, bevond Caesar dat zijn kleine strijdmacht ontoereikend was om zijn positie te handhaven, en omdat hij wegens de noordenwind die in dat jaargetijde waaide Egypte niet kon verlaten, zond hij naar Azië met bevel dat alle troepen die hij in dat gewest had hem zo spoedig mogelijk te hulp zouden komen.

“In the most haughty manner he decreed that Ptolemy and Cleopatra should disband their armies, appear before him for a settlement of their differences, and abide by his decision. Egypt being an independent kingdom, this haughty decree was considered an affront to its royal dignity, at which the Egyptians, highly incensed, flew to arms. Caesar replied that he acted by virtue of the will of their father, Auletes, who had put his children under the guardianship of the senate and people of Rome, the whole authority of which was now vested in his person as consul; and that, as guardian, he had the right to arbitrate between them.

“Op de meest hoogmoedige wijze verordende hij dat Ptolemaeus en Cleopatra hun legers zouden ontbinden, voor hem zouden verschijnen om hun geschillen te doen beslechten, en zich aan zijn beslissing zouden onderwerpen. Aangezien Egypte een onafhankelijk koninkrijk was, werd dit hoogmoedige decreet beschouwd als een aantasting van zijn koninklijke waardigheid, waarop de Egyptenaren, hevig verbolgen, naar de wapenen grepen. Caesar antwoordde dat hij handelde krachtens de wil van hun vader, Auletes, die zijn kinderen onder de voogdij van de senaat en het volk van Rome had geplaatst, waarvan de gehele macht thans in zijn persoon als consul berustte; en dat hij als voogd het recht had tussen hen te bemiddelen.”

“The matter was finally brought before him, and advocates appointed to plead the cause of the respective parties. Cleopatra, aware of the foible of the great Roman conqueror, judged that the beauty of her presence would be more effectual in securing judgment in her favor than any advocate she could employ. To reach his presence undetected, she had recourse to the following stratagem: Laying herself at full length in a bundle of clothes, Apollodorus, her Sicilian servant, wrapped it up in a cloth, tied it with a thong, and raising it upon his Herculean shoulders, sought the apartments of Caesar. Claiming to have a present for the Roman general, he was admitted through the gate of the citadel, entered into the presence of Caesar, and deposited the burden at his feet. When Caesar had unbound this animated bundle, lo! the beautiful Cleopatra stood before him. He was far from being displeased with the stratagem, and being of a character described in 2 Peter 2:14, the first sight of so beautiful a person, says Rollin, had all the effect upon him she had desired.

“De zaak werd uiteindelijk aan hem voorgelegd, en er werden pleitbezorgers aangewezen om de zaak van de onderscheiden partijen te bepleiten. Cleopatra, zich bewust van de zwakke plek van de grote Romeinse veroveraar, oordeelde dat de schoonheid van haar verschijning doeltreffender zou zijn om een uitspraak in haar voordeel te verkrijgen dan enige pleitbezorger die zij zou kunnen inschakelen. Om onopgemerkt in zijn tegenwoordigheid te komen, nam zij haar toevlucht tot het volgende kunstgreep: Zich over haar volle lengte uitstrekkend in een bundel kleren, werd zij door Apollodorus, haar Siciliaanse dienaar, in een doek gewikkeld, met een riem vastgebonden, en hij hief die op zijn herculische schouders en begaf zich naar de vertrekken van Caesar. Onder het voorwendsel een geschenk voor de Romeinse veldheer te hebben, werd hij door de poort van de citadel binnengelaten, trad in Caesars tegenwoordigheid en legde de last aan zijn voeten neer. Toen Caesar deze levende bundel had losgemaakt, zie, de schone Cleopatra stond voor hem. Hij was verre van misnoegd over deze kunstgreep, en daar hij van een karakter was als beschreven in 2 Petrus 2:14, had, zegt Rollin, de eerste aanblik van zulk een schone persoon op hem geheel de uitwerking die zij had gewenst.”

“Caesar at length decreed that the brother and sister should occupy the throne jointly, according to the intent of the will. Pothinus, the chief minister of state, having been principally instrumental in expelling Cleopatra from the throne, feared the result of her restoration. He therefore began to excite jealousy and hostility against Caesar, by insinuating among the populace that he designed eventually to give Cleopatra the sole power. Open sedition soon followed. Achillas, at the head of 20,000 men, advanced to drive Caesar from Alexandria. Skillfully disposing his small body of men in the streets and alleys of the city, Caesar found no difficulty in repelling the attack. The Egyptians undertook to destroy his fleet. He retorted by burning theirs. Some of the burning vessels being driven near the quay, several of the buildings of the city took fire, and the famous Alexandrian library, containing nearly 400,000 volumes, was destroyed.

‘Caesar bepaalde ten slotte dat de broer en de zuster overeenkomstig de bedoeling van het testament gezamenlijk de troon zouden bezetten. Pothinus, de voornaamste minister van staat, die in hoofdzaak ertoe had bijgedragen Cleopatra van de troon te verdrijven, vreesde de gevolgen van haar herstel. Daarom begon hij jaloezie en vijandigheid tegen Caesar op te wekken door onder het volk te laten doorschemeren dat hij uiteindelijk van plan was Cleopatra de alleenheerschappij te geven. Weldra volgde openlijke opstand. Achillas rukte aan het hoofd van 20.000 man op om Caesar uit Alexandrië te verdrijven. Door zijn kleine troepenmacht kundig over de straten en stegen van de stad te verdelen, had Caesar geen moeite de aanval af te slaan. De Egyptenaren ondernamen zijn vloot te vernietigen. Hij beantwoordde dit door de hunne in brand te steken. Doordat enkele van de brandende schepen in de nabijheid van de kade dreven, vatten verscheidene gebouwen van de stad vlam, en de beroemde Alexandrijnse bibliotheek, die bijna 400.000 boekrollen bevatte, werd verwoest.

“The war growing more threatening, Caesar sent into all the neighboring countries for help. A large fleet came from Asia Minor to his assistance. Mithridates set out for Egypt with an army raised in Syria and Cilicia. Antipater the Idumean joined him with 3,000 Jews. The Jews, who held the passes into Egypt, permitted the army to pass on without interruption. Without this co-operation on their part, the whole plan must have failed. The arrival of this army decided the contest. A decisive battle was fought near the Nile, resulting in a complete victory for Caesar. Ptolemy, attempting to escape, was drowned in the river. Alexandria and all Egypt then submitted to the victor. Rome had now entered into and absorbed the whole of the original kingdom of Alexander.

“Omdat de oorlog steeds dreigender werd, zond Caesar naar alle naburige landen om hulp. Een grote vloot kwam uit Klein-Azië hem te hulp. Mithridates trok naar Egypte met een leger dat in Syrië en Cilicië was geworven. Antipater, de Idumeeër, voegde zich met 3.000 Joden bij hem. De Joden, die de bergpassen naar Egypte in handen hadden, lieten het leger zonder onderbreking doortrekken. Zonder deze medewerking van hun kant zou het gehele plan hebben moeten mislukken. De aankomst van dit leger besliste de strijd. Bij de Nijl werd een beslissende slag geleverd, die uitliep op een volledige overwinning voor Caesar. Ptolemaeus, die trachtte te ontkomen, verdronk in de rivier. Alexandrië en heel Egypte onderwierpen zich toen aan de overwinnaar. Rome was nu binnengetreden in en had het gehele oorspronkelijke rijk van Alexander in zich opgenomen.”

“By the ‘upright ones’ of the text are doubtless meant the Jews, who gave him the assistance already mentioned. With out this, he must have failed; with it, he completely subdued Egypt to his power, BC 47.

Met de ‘oprechten’ van de tekst worden ongetwijfeld de Joden bedoeld, die hem de reeds genoemde hulp verleenden. Zonder deze zou hij hebben moeten falen; met deze onderwierp hij Egypte in 47 v.Chr. volledig aan zijn macht.

“‘The daughter of women, corrupting her.’ The passion which Caesar had conceived for Cleopatra, by whom he had one son is assigned by the historian as the sole reason of his undertaking so dangerous a campaign as the Egyptian war. This kept him much longer in Egypt than his affairs required, he spending whole nights in feasting and carousing with the dissolute queen. ‘But,’ said the prophet, ‘she shall not stand on his side, neither be for him.’ Cleopatra afterward joined herself to Antony, the enemy of Augustus Caesar, and exerted her whole power against Rome.

“‘De dochter der vrouwen, om haar te verderven.’ De hartstocht die Caesar had opgevat voor Cleopatra, bij wie hij één zoon had, wordt door de geschiedschrijver aangewezen als de enige reden waarom hij een zo gevaarlijke veldtocht als de Egyptische oorlog ondernam. Hierdoor bleef hij veel langer in Egypte dan zijn omstandigheden vereisten, daar hij gehele nachten doorbracht met feesten en brassen met de losbandige koningin. ‘Maar,’ zei de profeet, ‘zij zal niet aan zijn zijde standhouden, noch voor hem zijn.’ Cleopatra verbond zich later met Antonius, de vijand van Augustus Caesar, en stelde haar gehele macht te werk tegen Rome.”

“‘VERSE 18. After this shall he turn his face unto the isles, and shall take many: but a prince for his own behalf shall cause the reproach offered by him to cease; without his own reproach he shall cause it to turn upon him.’

‘VERS 18. Daarna zal hij zijn aangezicht naar de eilanden wenden en er vele innemen; maar een vorst zal, ten behoeve van zichzelf, de door hem aangedane smaad doen ophouden; zonder zijn eigen smaad zal hij die op hem doen terugkeren.’

“War with Pharnaces, king of Cimmerian Bosphorus, at length drew him away from Egypt. ‘On his arrival where the enemy was,’ says Prideaux, ‘he, without giving any respite either to himself or them, immediately fell on, and gained an absolute victory over them; an account whereof he wrote to a friend of his in these three words: Veni, vidi, vici; I came, I saw, I conquered.’ The latter part of this verse is involved in some obscurity, and there is difference of opinion in regard to its application. Some apply it further back in Caesar’s life, and think they find a fulfilment in his quarrel with Pompey. But preceding and subsequent events clearly defined in the prophecy, compel us to look for the fulfilment of this part of the prediction between the victory over Pharnaces, and Caesar’s death at Rome, as brought to view in the following verse. A more full history of this period might bring to light events which would render the application of this passage unembarrassed.

„De oorlog met Pharnaces, koning van het Cimmerische Bosporusrijk, trok hem ten slotte uit Egypte weg. ‘Bij zijn aankomst ter plaatse waar de vijand was,’ zegt Prideaux, ‘viel hij, zonder zichzelf of hen enige adempauze te gunnen, onmiddellijk aan en behaalde een volstrekte overwinning op hen; hiervan schreef hij aan een vriend van hem in deze drie woorden rekenschap: Veni, vidi, vici; ik kwam, ik zag, ik overwon.’ Het laatste gedeelte van dit vers is in enige duisterheid gehuld, en er bestaat verschil van mening met betrekking tot de toepassing ervan. Sommigen passen het op een vroeger tijdstip in Caesars leven toe, en menen daarin een vervulling te vinden in zijn twist met Pompejus. Maar de voorafgaande en daaropvolgende gebeurtenissen, die in de profetie duidelijk zijn omschreven, dwingen ons de vervulling van dit deel der voorspelling te zoeken tussen de overwinning op Pharnaces en Caesars dood te Rome, zoals die in het volgende vers onder de aandacht wordt gebracht. Een vollediger geschiedenis van deze periode zou mogelijk gebeurtenissen aan het licht brengen die de toepassing van deze passage zonder moeilijkheid zouden maken.“

“‘VERSE 19. Then he shall turn his face toward the fort of his own land: but he shall stumble and fall, and not be found.’

“‘VERS 19. Daarna zal hij zijn aangezicht wenden naar de vesting van zijn eigen land; maar hij zal struikelen en vallen, en niet gevonden worden.’”

“After this conquest, Caesar defeated the last remaining fragments of Pompey’s party, Cato and Scipio in Africa and Labienus and Varus in Spain. Returning to Rome, the ‘fort of his own land,’ he was made perpetual dictator; and such other powers and honors were granted him as rendered him in fact absolute sovereign of the whole empire. But the prophet had said that he should stumble and fall. The language implies that his overthrow would be sudden and unexpected, like a person accidentally stumbling in his walk. And so this man, who fought and won five hundred battles, taken one thousand cities, and slain one million one hundred and ninety-two thousand men, fell, not in the din of battle and the hour of strife, but when he thought his pathway was smooth and strewn with flowers, and when danger was supposed to be far away; for, taking his seat in the senate chamber upon his throne of gold, to receive at the hands of that body the title of king, the dagger of treachery suddenly struck him to the heart. Cassius, Brutus, and other conspirators rushed upon him, and he fell, pierced with twenty-three wounds. Thus he suddenly stumbled and fell, and was not found, BC 44.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 258–264.

‘Na deze overwinning versloeg Caesar de laatste overgebleven resten van Pompejus’ partij, Cato en Scipio in Afrika en Labienus en Varus in Spanje. Toen hij naar Rome terugkeerde, de “vesting van zijn eigen land”, werd hij tot dictator voor het leven gemaakt; en hem werden zodanige andere machten en eerbewijzen verleend dat zij hem feitelijk tot absoluut heerser over het gehele rijk maakten. Maar de profeet had gezegd dat hij zou struikelen en vallen. De bewoordingen houden in dat zijn ondergang plotseling en onverwacht zou zijn, als van iemand die toevallig struikelt tijdens het gaan. En zo viel deze man, die vijfhonderd veldslagen had gestreden en gewonnen, duizend steden had ingenomen en één miljoen honderd tweeënnegentigduizend mannen had gedood, niet te midden van het strijdgewoel en in het uur van de worsteling, maar toen hij meende dat zijn pad effen en met bloemen bestrooid was, en toen men veronderstelde dat het gevaar ver verwijderd was; want toen hij in de senaatszaal plaatsnam op zijn gouden troon om uit de hand van dat lichaam de titel van koning te ontvangen, trof de dolk van verraad hem plotseling in het hart. Cassius, Brutus en andere samenzweerders stortten zich op hem, en hij viel, doorboord met drieëntwintig wonden. Zo struikelde en viel hij plotseling, en werd niet meer gevonden, 44 v.Chr.’ Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 258–264.

The historical fulfillment of pagan Rome (the king of the north), being established upon the throne is a history that prefigures the history of modern Rome’s enthronement at the threefold union which takes place at the soon coming Sunday law. The history is also typified in verses thirty through thirty-six, which identified when the papacy was first placed upon the throne in 538. Verses sixteen through nineteen, and verses thirty-one through thirty-six both represent the final rise and fall of the whore of Tyre. That history was also represented in verses five through nine, when the first king of the north was established after conquering three geographical areas. Thereafter he entered into a treaty with the king of the south, but broke the treaty, and in response the king of the south delivered a deadly wound, and the king of the north died in the captivity of Egypt.

De historische vervulling van het heidense Rome (de koning van het noorden), dat op de troon werd gevestigd, is een geschiedenis die vooruitwijst naar de geschiedenis van de troonsbestijging van het moderne Rome bij de drievoudige verbintenis die plaatsvindt bij de spoedig komende zondagwet. Deze geschiedenis wordt ook uitgebeeld in de verzen dertig tot en met zesendertig, die aangeven wanneer het pausdom in 538 voor het eerst op de troon werd geplaatst. De verzen zestien tot en met negentien, en de verzen eenendertig tot en met zesendertig, stellen beide de uiteindelijke opkomst en val van de hoer van Tyrus voor. Die geschiedenis werd ook weergegeven in de verzen vijf tot en met negen, toen de eerste koning van het noorden werd gevestigd nadat hij drie geografische gebieden had veroverd. Daarna ging hij een verbond aan met de koning van het zuiden, maar verbrak het verbond, en als reactie bracht de koning van het zuiden een dodelijke wond toe, en de koning van het noorden stierf in de gevangenschap van Egypte.

Verses five through nine, verses sixteen through nineteen, and verses thirty through thirty-six provide three prophetic lines that are fulfilled in verses forty through forty-five. When Sister White identified that “much of the history that has been fulfilled in this prophecy will be repeated,” it actually meant that the entire chapter illustrates verses forty through forty-five. Verses twenty through twenty-two identify the birth and the death of Christ, thus representing the time of the end in both 1798 and 1989 by His birth, and then His death on the cross represented October 22, 1844, and the Sunday law.

Verzen vijf tot en met negen, verzen zestien tot en met negentien, en verzen dertig tot en met zesendertig verschaffen drie profetische lijnen die in verzen veertig tot en met vijfenveertig worden vervuld. Toen zuster White aangaf dat „een groot deel van de geschiedenis die in deze profetie vervuld is, herhaald zal worden”, betekende dit in werkelijkheid dat het gehele hoofdstuk de verzen veertig tot en met vijfenveertig illustreert. Verzen twintig tot en met tweeëntwintig duiden de geboorte en de dood van Christus aan, en vertegenwoordigen aldus de tijd van het einde zowel in 1798 als in 1989 door Zijn geboorte; vervolgens vertegenwoordigde Zijn dood aan het kruis 22 oktober 1844 en de zondagswet.

Verse twenty-three identifies the league between the Jews and Rome, during the history of the Maccabean revolt. The “league” in that history is represented by the dates of 161 BC and 158 BC. The Maccabean history represents an internal line that finds its beginning with a “league” between Rome and the Maccabean Jews that was initiated by the Jews, and ultimately ended with the Jews pronouncing that they have no king but Caesar. Verse twenty-three of course follows verses twenty-one and twenty-two, and verse twenty-one identifies the birth of Christ, which is a prophetic time of the end, and verse twenty-two identifies the cross, which represents the Sunday law.

Vers drieëntwintig identificeert het verbond tussen de Joden en Rome gedurende de geschiedenis van de Makkabese opstand. Het „verbond” in die geschiedenis wordt weergegeven door de data 161 v.Chr. en 158 v.Chr. De Makkabese geschiedenis vertegenwoordigt een interne lijn die haar begin vindt met een „verbond” tussen Rome en de Makkabese Joden, dat door de Joden werd geïnitieerd, en uiteindelijk eindigde met het uitspreken door de Joden dat zij geen koning hebben dan de keizer. Vers drieëntwintig volgt uiteraard op vers eenentwintig en tweeëntwintig, en vers eenentwintig identificeert de geboorte van Christus, die een profetische tijd van het einde is, en vers tweeëntwintig identificeert het kruis, dat de zondagswet vertegenwoordigt.

At the cross the Jews identified Caesar (Rome) as their king, and the “league” of verse twenty-three references the beginning of the Jews’ choice to serve Rome, right at the ending point of the Jews proclaiming their allegiance to Rome. The ending of the Jews, as represented at the cross, is followed by the beginning of the Jews’ association with Rome.

Aan het kruis erkenden de Joden Caesar (Rome) als hun koning, en het „verbond” van vers drieëntwintig verwijst naar het begin van de keuze van de Joden om Rome te dienen, juist op het eindpunt van de verkondiging van hun trouw aan Rome door de Joden. Het einde van de Joden, zoals voorgesteld aan het kruis, wordt gevolgd door het begin van de verbondenheid van de Joden met Rome.

Verses twenty-four through thirty describe the three hundred and sixty years that pagan Rome ruled supremely from the Battle of Actium in 31 BC, unto the transfer of the capital from Rome to Constantinople in the year 330. The period of three hundred and sixty years typifies the twelve hundred and sixty years papal Rome ruled supremely, and together they represent the period from verse forty-one, and the threefold union that occurs at the soon coming Sunday law, unto the close of probation.

Verzen vierentwintig tot en met dertig beschrijven de driehonderdzestig jaren waarin het heidense Rome oppermachtig heerste, vanaf de Slag bij Actium in 31 v.Chr. tot aan de verplaatsing van de hoofdstad van Rome naar Constantinopel in het jaar 330. De periode van driehonderdzestig jaren is een type van de twaalfhonderdzestig jaren waarin het pauselijke Rome oppermachtig heerste, en samen vertegenwoordigen zij de periode van vers eenenveertig, en de drievoudige unie die plaatsvindt bij de spoedig komende zondagwet, tot aan het einde van de genadetijd.

All the prophetic lines of history in chapter eleven, align with the last six verses of Daniel eleven, but it is the prophetic history from the time of the end in 1989, represented in verse forty through to the Sunday law in verse forty-one, that is “that portion of the prophecy of Daniel relating to the last days.” The history that is left blank in verse forty, is the Revelation of Jesus Christ that is unsealed when the time is at hand, just before probation closes.

Alle profetische lijnen van de geschiedenis in hoofdstuk elf stemmen overeen met de laatste zes verzen van Daniël elf, maar het is de profetische geschiedenis vanaf de tijd van het einde in 1989, weergegeven in vers veertig, tot aan de zondagswet in vers eenenveertig, die „dat gedeelte van de profetie van Daniël betreffende de laatste dagen” is. De geschiedenis die in vers veertig oningevuld blijft, is de Openbaring van Jezus Christus, die wordt ontsloten wanneer de tijd nabij is, vlak voordat de genadetijd wordt afgesloten.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“We have the commandments of God and the testimony of Jesus Christ, which is the spirit of prophecy. Priceless gems are to be found in the word of God. Those who search this word should keep the mind clear. Never should they indulge perverted appetite in eating or drinking.

„Wij hebben de geboden van God en het getuigenis van Jezus Christus, dat de geest der profetie is. Onschatbare schatten zijn te vinden in het Woord van God. Zij die dit Woord onderzoeken, dienen de geest helder te houden. Nooit mogen zij toegeven aan een verdorven eet- of drinklust.״

“If they do this, the brain will be confused; they will be unable to bear the strain of digging deep to find out the meaning of those things which relate to the closing scenes of this earth’s history.

‘Indien zij dit doen, zal het verstand in verwarring raken; zij zullen niet in staat zijn de inspanning te verdragen die het diep graven vereist om de betekenis te ontdekken van die dingen welke betrekking hebben op de slottonelen van de geschiedenis van deze aarde.‘

“When the books of Daniel and Revelation are better understood, believers will have an entirely different religious experience. They will be given such glimpses of the open gates of heaven that heart and mind will be impressed with the character that all must develop in order to realize the blessedness which is to be the reward of the pure in heart.

„Wanneer de boeken Daniël en Openbaring beter worden begrepen, zullen gelovigen een geheel andere godsdienstige ervaring hebben. Hun zullen zodanige blikken op de open poorten van de hemel worden gegund, dat hart en verstand onder de indruk zullen komen van het karakter dat allen moeten ontwikkelen om de zaligheid te verwerven die de beloning zal zijn van de reinen van hart.״

“The Lord will bless all who will seek humbly and meekly to understand that which is revealed in the Revelation. This book contains so much that is large with immortality and full of glory that all who read and search it earnestly receive the blessing to those ‘that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein.’

„De Heer zal allen zegenen die in nederigheid en zachtmoedigheid ernaar streven te verstaan wat in de Openbaring is geopenbaard. Dit boek bevat zo veel dat zwanger is van onsterfelijkheid en vol van heerlijkheid, dat allen die het lezen en het ernstig doorzoeken, de zegen ontvangen die is toegezegd aan hen ‘die de woorden van deze profetie horen en bewaren wat daarin geschreven staat.’”

“One thing will certainly be understood from the study of Revelation—that the connection between God and His people is close and decided.

„Eén ding zal uit de bestudering van Openbaring zeker worden begrepen—dat de band tussen God en Zijn volk nauw en onmiskenbaar is.‟

“A wonderful connection is seen between the universe of heaven and this world. The things revealed to Daniel were afterward complemented by the revelation made to John on the Isle of Patmos. These two books should be carefully studied. Twice Daniel inquired, How long shall it be to the end of time?

„Er wordt een wonderbaar verband gezien tussen het heelal van de hemel en deze wereld. Wat aan Daniël werd geopenbaard, werd later aangevuld door de openbaring die aan Johannes op het eiland Patmos werd gegeven. Deze twee boeken dienen zorgvuldig te worden bestudeerd. Tweemaal vroeg Daniël: Hoe lang zal het zijn tot het einde der tijd?”

“‘And I heard, but I understood not: then said I, O my Lord, what shall be the end of these things? And He said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. And from the time that the daily sacrifice shall be taken away, and the abomination that maketh desolate set up, there shall be a thousand two hundred and ninety days. Blessed is he that waiteth, and cometh to the thousand three hundred and five and thirty days. But go thou thy way till the end be: for thou shalt rest, and stand in thy lot at the end of the days.’

“‘En ik hoorde het, maar ik begreep het niet; toen zei ik: O mijn Heer, wat zal het einde van deze dingen zijn? En Hij zei: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven verborgen en verzegeld tot de tijd van het einde. Velen zullen gereinigd, wit gemaakt en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen van de goddelozen zal het begrijpen; maar de verstandigen zullen het begrijpen. En vanaf de tijd dat het dagelijks offer zal worden weggenomen en de verwoestende gruwel zal worden opgericht, zullen er duizend tweehonderd negentig dagen zijn. Zalig is hij die verwacht en komt tot duizend driehonderdvijfendertig dagen. Maar ga gij heen tot het einde daar is; want gij zult rusten en opstaan in uw toegewezen deel aan het einde der dagen.’”

“It was the Lion of the tribe of Judah who unsealed the book and gave to John the revelation of what should be in these last days.

“Het was de Leeuw uit de stam van Juda die het boek ontzegelde en aan Johannes de openbaring gaf van wat er in deze laatste dagen zou zijn.

“Daniel stood in his lot to bear his testimony which was sealed until the time of the end, when the first angel’s message should be proclaimed to our world. These matters are of infinite importance in these last days; but while ‘many shall be purified, and made white, and tried,’ ‘the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand.’ How true this is! Sin is the transgression of the law of God; and those who will not accept the light in regard to the law of God will not understand the proclamation of the first, second, and third angel’s messages. The book of Daniel is unsealed in the revelation to John, and carries us forward to the last scenes of this earth’s history.

“Daniël stond in zijn deel om zijn getuigenis te dragen, dat verzegeld was tot de tijd van het einde, wanneer de boodschap van de eerste engel aan onze wereld verkondigd zou worden. Deze zaken zijn in deze laatste dagen van oneindig belang; maar terwijl ‘velen zullen gereinigd en wit gemaakt en beproefd worden’, ‘zullen de goddelozen goddeloos handelen; en geen van de goddelozen zal het verstaan.’ Hoe waar is dit! Zonde is de overtreding van de wet van God; en zij die het licht met betrekking tot de wet van God niet willen aannemen, zullen de verkondiging van de boodschappen van de eerste, tweede en derde engel niet verstaan. Het boek Daniël wordt ontsloten in de openbaring aan Johannes en voert ons voort tot de laatste tonelen van de geschiedenis van deze aarde.

“Will our brethren bear in mind that we are living amid the perils of the last days? Read Revelation in connection with Daniel. Teach these things.” Testimonies to Ministers, 114, 115.

„Zullen onze broeders in gedachten houden dat wij leven te midden van de gevaren der laatste dagen? Lees Openbaring in samenhang met Daniël. Onderwijs deze dingen.” Testimonies to Ministers, 114, 115.