Ik ben voornemens aan te tonen hoe de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig in het boek Daniël als het ware „verborgen in het volle zicht” aanwezig zijn, terwijl ik tevens zal aanwijzen dat zij verborgen werden door middel van de menselijke instrumenten die God gebruikte bij het aanbieden van „de steen” waarover men struikelt in het boek Daniël. Om het licht van deze uiteenzetting te volgen, is „integriteit” vereist. De definitie van integriteit die ik voorsta, zou omschreven worden als consistentie in iemands handelen, waarden, methoden en beginselen. Zij zou vereisen dat wij vasthouden aan hetgeen in Gods Woord wordt geopenbaard, zelfs wanneer dit niet overeenstemt met menselijke denkbeelden die Gods Woord tegenspreken.

„Strikte integriteit behoort door iedere student gekoesterd te worden. Iedere geest dient zich met eerbiedige aandacht te wenden tot het geopenbaarde Woord van God. Licht en genade zullen gegeven worden aan hen die God aldus gehoorzamen. Zij zullen wonderlijke dingen aanschouwen uit Zijn wet. Grote waarheden, die sinds de dag van Pinksteren onopgemerkt en ongezien zijn gebleven, zullen uit Gods Woord stralen in hun oorspronkelijke zuiverheid. Aan hen die God waarlijk liefhebben, zal de Heilige Geest waarheden openbaren die uit het bewustzijn zijn vervaagd, en Hij zal ook waarheden openbaren die geheel nieuw zijn. Degenen die het vlees eten en het bloed drinken van de Zoon van God, zullen uit de boeken Daniël en Openbaring waarheid voortbrengen die door de Heilige Geest is ingegeven. Zij zullen krachten in werking zetten die niet onderdrukt kunnen worden. De lippen van kinderen zullen geopend worden om de verborgenheden te verkondigen die voor het verstand van mensen verborgen zijn geweest. De Heer heeft de dwaze dingen van deze wereld uitverkoren om de wijzen te beschamen, en de zwakke dingen van de wereld om de machtigen te beschamen.” The Fundamentals of Christian Education, 474.

Een eenvoudig voorbeeld van zowel de menselijke vergissing die in het boek Daniël wordt aangetroffen, als van de onwil om zich aan Gods Woord te houden, is te vinden in het woord dat in Daniël hoofdstuk acht met „dagelijks” wordt vertaald. Integriteit zou vereisen dat, indien Ellen White op dat woord commentaar heeft gegeven, zoals zij doet, wij als Zevendedagsadventisten die belijden de Geest der Profetie hoog te houden, haar commentaar op dat woord automatisch zouden gebruiken om ons begrip te sturen.

„Toen zag ik met betrekking tot het ‘Dagelijksche’, dat het woord ‘offer’ door menselijke wijsheid was toegevoegd en niet tot de tekst behoort; en dat de Heere de juiste opvatting ervan gaf aan hen die de boodschap van het uur des oordeels verkondigden. Toen er eenheid bestond, vóór 1844, waren bijna allen verenigd in de juiste opvatting van het ‘Dagelijksche’; maar sinds 1844 zijn in de verwarring andere opvattingen aanvaard, en duisternis en verwarring zijn daarop gevolgd.” Review and Herald, 1 november 1850.

Wij zouden veel tijd aan deze twee zinnen kunnen besteden, want wanneer zij uiteindelijk in het boek Early Writings worden opgenomen, hebben de menselijke redacteuren een misleidende omschrijving toegevoegd van wat er wordt gezegd, maar dat is een ander verhaal. Voor ons doel willen wij eenvoudigweg twee relevante punten naar voren brengen. Het eerste punt is dat Zuster White zegt: „het woord ‘offer’ is door menselijke wijsheid toegevoegd, en behoort niet tot de tekst.”

Toen hoorde ik één heilige spreken, en een andere heilige zei tot die bepaalde heilige die sprak: Hoelang zal het visioen aangaande het dagelijks offer en de verwoestende overtreding duren, waardoor zowel het heiligdom als het heir ter vertreding worden overgegeven? Daniël 8:13.

Het voorgaande vers is de vraag die het antwoord van vers veertien uitlokt, en dat antwoord vormt de centrale pijler en het fundament van het adventisme. En juist in de vraag die dat grote licht voortbrengt, voorgesteld als de centrale pijler van het adventisme, wordt ons meegedeeld dat menselijke wijsheid een fout heeft gemaakt door een toegevoegd woord in de vertaling van het vers te plaatsen.

Er zijn letterlijk honderden toegevoegde woorden in de vertaling van de KJV-Bijbel van 1611, maar er is slechts één geval waarin God een van die honderden toegevoegde woorden als onjuist aanduidt. En het is duidelijk dat het een fout was die voortkwam uit de menselijke zijde van de samenvoeging van menselijkheid en goddelijkheid waaruit het Woord van God werd voortgebracht. Van nog groter belang is dat er geen behoefte zou zijn aan enige geïnspireerde toelichting op het toegevoegde woord „sacrifice” indien het niet iets was dat een onjuist begrip van het vers teweegbracht. Het is duidelijk dat dit inderdaad zo is, want de geïnspireerde toelichting wijst niet alleen aan dat het woord daar niet zou moeten staan, maar stelt ook vast dat „degenen die de oordeelsuurboodschap verkondigden” door de Heere „het juiste inzicht” in het „daily” ontvingen. Integriteit vereist dat wij die twee zinnen precies gebruiken zoals zij luiden.

Zij die de roep van het uur van het oordeel verkondigden, identificeerden „het gedurige” als een symbool dat, afhankelijk van de context waarin het voorkomt, het heidendom of het heidense Rome voorstelt. Het woord dat als „gedurige” is vertaald, komt vijfmaal voor in het boek Daniël. Alle vijf voorkomens zijn als zelfstandig naamwoord. Het woord komt honderdvier maal voor in Gods Woord, en negenennegentig maal wordt het als bijvoeglijk naamwoord gebruikt, maar alleen in het boek Daniël wordt het als zelfstandig naamwoord gebruikt. De mannen die de King James-Bijbel vertaalden, zagen het woord negenennegentig maal als een bijvoeglijk naamwoord; toen zij dus bij het boek Daniël kwamen, poogden zij het tot een bijvoeglijk naamwoord te maken om het in overeenstemming te brengen met alle andere keren dat het als bijvoeglijk naamwoord voorkwam. Om dat te doen, voegden zij het woord „offer” toe. Maar God zei, door middel van Ellen White, dat „offer” moest worden weggelaten, wat zou betekenen dat „het gedurige” als een zelfstandig naamwoord moet worden verstaan.

Zij die zich binnen het adventisme verzetten tegen Gods raad aangaande dit woord, definiëren het woord als een symbool van Christus’ hemelse heiligdomsdienst, maar zij die de boodschap van het uur van het oordeel brachten, definieerden het terecht als heidendom. Het adventisme gebruikt heden ten dage een symbool van een satanische macht om Christus voor te stellen!

Door een onjuiste menselijke logica is het ware begrip van het woord dat vertaald wordt als „het dagelijkse” voor het adventisme verborgen gebleven. Adventisten die hun profetische studie baseren op onderwerpen die door de jaren heen willekeurig in hun Sabbath School-kwartaaluitgaven voorkomen, slikken op gemakzuchtige wijze de Kool-Aid die via die kwartaaluitgaven wordt opgediend en die bevestigd wordt door predikanten die zelf niet de integriteit bezitten die nodig is om enige inbreng toe te laten vanuit de opmerkingen over dit onderwerp van Zuster White.

De geschiedenis van de controverse over „het dagelijks” bereikte omstreeks 1911 haar keerpunt, toen zuster White rechtstreeks verklaarde dat degenen die het pioniersbegrip van „het dagelijks” als heidendom hadden verworpen en leerden dat „het dagelijks” de heiligdomsdienst van Christus vertegenwoordigde, hun begrip hadden ontvangen van „engelen die uit de hemel werden uitgeworpen” (20 MR 17).

De waarheid omtrent „het dagelijkse” is door zuster White duidelijk aangewezen, en zij leert dat „heilige engelen” het denken van William Miller hebben geleid en dat „engelen die uit de hemel werden verdreven” het denken leiden van hen die leren dat „het dagelijkse” de hemelse heiligdomsdienst van Christus voorstelt. De waarheid omtrent „het dagelijkse”, zoals die werd uiteengezet door hen die de roep van het uur van het oordeel brachten, werd door William Miller ontdekt.

„Ik las verder en kon geen ander geval vinden waarin het [het dagelijkse] voorkwam, behalve in Daniël. Vervolgens nam ik [met behulp van een concordantie] die woorden die ermee in verband stonden: ‘wegnemen’; hij zal het dagelijkse wegnemen; ‘vanaf de tijd dat het dagelijkse zal zijn weggenomen’, enz. Ik las verder en dacht dat ik geen licht over de tekst zou vinden; ten slotte kwam ik bij 2 Thess. ii, 7, 8. ‘Want de verborgenheid der ongerechtigheid is al werkzaam; alleen hij die nu wederhoudt, zal wederhouden, totdat hij uit de weg zal zijn weggenomen, en dan zal die goddeloze geopenbaard worden’, enz. En toen ik bij die tekst gekomen was, o, hoe helder en heerlijk verscheen de waarheid! Daar is zij! Dat is het dagelijkse! Welnu, wat bedoelt Paulus met ‘hij die nu wederhoudt’, of verhindert? Met ‘de mens der zonde’ en de ‘goddeloze’ wordt het pausdom bedoeld. Welnu, wat is het dat verhindert dat het pausdom geopenbaard wordt? Wel, het is het heidendom; welnu dan, ‘het dagelijkse’ moet het heidendom betekenen.” Second Advent Manual, 66.

Wat Millers ontdekking dat „het dagelijkse” het heidendom vertegenwoordigde werkelijk aangrijpend maakt, is de plaats waar hij de waarheid vond. Hij vond haar in de passage uit de geschriften van de apostel Paulus waarin Paulus niet alleen „het dagelijkse” als heidendom definieert, maar die tevens de passage is waarin wordt aangeduid dat zij die de liefde der waarheid niet hebben aangenomen, een krachtige dwaling ontvangen. De aanvaarding van „het dagelijkse” als een symbool van Christus’ bediening in het heiligdom, de definitie die afkomstig was van engelen die uit de hemel werden verdreven, is het symbool van hen in het adventisme die niet de noodzakelijke oprechtheid bezitten om het woord der waarheid recht te verdelen, en daarom reeds bestemd zijn om een krachtige dwaling te ontvangen.

Ik wil het punt dat wij trachten vast te stellen niet uit het oog verliezen. Dat punt is dat de „zeven tijden”, die worden aangeduid in hetzelfde visioen waarin „het dagelijks” zich bevindt, door mensenhanden verborgen zijn, hoewel zij in het volle zicht blijven. Dit was eenvoudig slechts een gemakkelijk voorbeeld van hoe een menselijke vertaalfout die vele lange eeuwen geleden werd gemaakt, en die vervolgens in menselijke gedachten wordt gemanipuleerd door engelen die uit de hemel werden verdreven, vandaag in deze beslissende tijd vlak vóór de laatste crisis aan het einde van de wereld wordt gebruikt om gedachten te verblinden voor waarheid die in werkelijkheid in het volle zicht ligt.

In de periode rond 1910 was de opstand van „het gedurige” juist op gang gekomen; W. W. Prescott en A. G. Daniells stonden aan de spits van het satanische werk van het verwerpen van het fundamentele begrip van „het gedurige”. Het volgende artikel is een brief uit juist die tijd, waarin Zuster White ingaat op de satanische opvatting dat „het gedurige” in het boek Daniël het heiligdomswerk van Christus vertegenwoordigt. Destijds propageerden deze twee mannen het idee om in de oude boeken van de pioniers wijzigingen aan te brengen en het begrip van de pioniers te veranderen naar hun nieuwe satanische definitie. Het is mijn hoop dat wij bij het lezen van het artikel oprecht zullen handelen.

‘In deze fase van onze ervaring mogen wij onze gedachten niet laten afleiden van het bijzondere licht dat [ons] gegeven werd om te overwegen op de belangrijke bijeenkomst van onze conferentie. En daar was broeder Daniells, wiens denken door de vijand werd bewerkt; en uw denken en het denken van ouderling Prescott werden bewerkt door de engelen die uit de hemel werden verdreven. Satans werk was uw gedachten af te leiden, opdat jota’s en tittelkens zouden worden ingebracht die de Heere u niet had ingegeven in te brengen. Zij waren niet wezenlijk. Maar dit betekende veel voor de zaak der waarheid. En de denkbeelden van uw geest, indien gij zoudt kunnen worden afgeleid tot jota’s of tittelkens, zijn een werk van Satans bedenksel. Gij veronderstelt dat het verbeteren van kleine dingen in de geschreven boeken een groot werk zou zijn. Maar mij is opgedragen: Stilte is welsprekendheid.

‘Ik moet zeggen: Houd op met uw fouten zoeken. Indien dit voornemen van de duivel slechts ten uitvoer kon worden gebracht, dan schijnt het u toe dat uw werk als het wonderbaarlijkst in opzet zou worden beschouwd. Het was het plan van de vijand om alle zogenaamd aanstootgevende kenmerken daar te krijgen waar niet alle soorten geesten het eens waren.’

„En wat dan? Juist het werk dat de duivel behaagt, zou tot stand komen. Aan de buitenstaanders zou een voorstelling worden gegeven, niet van ons geloof, maar juist van datgene wat hun zou passen, dat karaktertrekken zou ontwikkelen die grote verwarring zouden veroorzaken en de gouden ogenblikken in beslag zouden nemen die met ijver gebruikt zouden moeten worden om de grote boodschap voor het volk te brengen. De uiteenzettingen over welk onderwerp dan ook waaraan wij hebben gewerkt, zouden niet alle in harmonie kunnen zijn, en het gevolg zou zijn dat de gedachten van gelovigen en ongelovigen in verwarring zouden worden gebracht. Dit is juist hetgene wat Satan had beraamd dat zou plaatsvinden—alles wat als onenigheid kon worden uitvergroot.

“Lees Ezechiël, hoofdstuk 28. Welnu, hier is een groot werk, waarin vreemde geesten een rol kunnen spelen. Maar de Heer heeft een werk te doen om verloren gaande zielen te redden; en de plaatsen die Satan, vermomd, zou kunnen innemen, om verwarring in onze gelederen te brengen, zal hij op volmaakte wijze vervullen, en al die kleine verschillen zullen vergroot en opvallend worden.

„En mij werd vanaf het eerste getoond dat de Heere noch aan de ouderlingen Daniells noch aan Prescott de last van dit werk had gegeven. Moesten de listen van Satan worden binnengebracht, moest dit „Dagelijks” zulk een grote zaak zijn dat het werd ingebracht om de gedachten te verwarren en de voortgang van het werk in deze gewichtige tijdsperiode te belemmeren? Het behoort niet zo te zijn, wat het ook moge zijn. Dit onderwerp behoort niet ter sprake te worden gebracht, want de geest die daardoor zou worden binnengebracht, zou een verbiedend karakter hebben, en Lucifer let op iedere beweging. Satanische machten zouden zijn werk aanvangen en er zou verwarring in onze gelederen worden gebracht. Gij hebt geen roeping om het verschil van mening op te sporen dat geen toetsende kwestie is; maar uw stilzwijgen is welsprekend. Ik heb de zaak geheel duidelijk voor mij. Indien de duivel iemand van ons eigen volk in deze onderwerpen kon verwikkelen, zoals hij zich heeft voorgenomen te doen, zou de zaak van Satan triomferen. Nu moet het werk zonder uitstel worden opgenomen en mag er geen [verschil van] mening worden geuit.”

‘Satan zou die mannen die van ons zijn uitgegaan, ertoe aanzetten zich met boze engelen te verenigen en ons werk te vertragen door onbelangrijke kwesties, en wat een gejuich zou er [dan] in het kamp van de vijand zijn. Sluit u aaneen, sluit u aaneen. Laat ieder verschil begraven worden. Ons werk is nu al onze lichamelijke kracht en de kracht van onze hersen- en zenuwenergie eraan te wijden deze verschillen uit de weg te ruimen, en dat allen in harmonie zijn. Indien het Satan met zijn grote, ongeheiligde wijsheid toegestaan zou worden ook maar de geringste greep te krijgen, [zou hij zich verheugen].’

“Toen ik zag hoe u te werk ging, overzag mijn geest de gehele situatie en de gevolgen indien u voort zou gaan en de partijen die ons hebben verlaten ook maar de geringste gelegenheid zou geven om verwarring in onze gelederen te brengen. Uw gebrek aan wijsheid zou precies zijn wat Satan wenst. Uw luide verkondiging stond niet onder de inspiratie van de Heilige Geest. Mij werd opgedragen u te zeggen dat uw vitten op de geschriften van mannen die door God zijn geleid, niet door God geïnspireerd is. En indien dit de wijsheid is die ouderling Daniells het volk zou geven, geef hem dan geenszins een officiële positie, want hij kan niet van oorzaak tot gevolg redeneren. Uw zwijgen over dit onderwerp is uw wijsheid. Welnu, alles wat lijkt op vitten op de publicaties van mannen die niet meer in leven zijn, is niet het werk dat God iemand van u heeft opgedragen te doen. Want indien deze mannen — ouderlingen Daniells en Prescott — de gegeven aanwijzingen hadden gevolgd in het werken in de steden, zouden er velen, zeer velen, van de waarheid overtuigd en bekeerd zijn, bekwame mannen die [nu] posities bekleden waar zij nooit bereikt zullen worden.”

„De gehele wereld moet worden beschouwd als één grote familie. En wanneer u over zulk een bron van kennis beschikt waaruit u kunt putten, waarom hebt u dan de wereld jarenlang laten omkomen terwijl de getuigenissen door onze Heere Jezus Christus zijn gegeven? De ware godsdienst leert ons iedere man en iedere vrouw te beschouwen als een persoon aan wie wij goed kunnen doen.

„Dit is vele jaren in druk verschenen: ‘Een Evenwichtig Gemoed’, getuigenis aan ouderling Andrews. Het verstand kan worden ontwikkeld om een kracht te worden, opdat men weet wanneer te spreken en welke lasten op te nemen en te dragen, want Christus is uw leraar. En ik vreesde zeer voor u [toen ik u zag] uw wijsheid verheffen en een weg volgen om verschillen van mening binnen te brengen. De Heer roept om wijze mannen die kunnen zwijgen wanneer het [voor hen] wijsheid is dit te doen. Indien u een volledig mens wilt zijn, hebt u heiliging door Jezus Christus nodig. Nu is er juist een werk begonnen, en laat wijsheid zichtbaar zijn in iedere predikant, in iedere voorzitter van [een] conferentie. Maar hier was een werk dat u jaren geleden had moeten aangrijpen, waar men u nodig had om uw stem te verheffen voor juist dit werk. Christus gaf al Zijn volk bijzondere aanwijzingen omtrent wat zij moeten doen en de dingen die zij niet moeten doen. En er blijft ons nog korte tijd over om de gerechtigheid van de Heer uit te werken. U kunt de weg van de Heer verstaan. Ik zag uw voornemen om de zaken naar uw eigen ontwerp te leiden nadat u als voorzitter was aangesteld. U had gedacht dat u wonderlijke dingen zou doen, hetgeen een werk zou zijn dat God niet in uw handen had gelegd om te doen. Nu is uw werk niet te onderdrukken, maar iedere mogelijke nood te lenigen, indien de Heer u heeft aangenomen om te dienen. Maar u hebt reeds zeer vroeg blijk gegeven dat wijsheid en geheiligd oordeel door u niet zijn geopenbaard. U hebt zaken naar voren gebracht die niet zouden worden aangenomen tenzij de Heer licht zou geven.

“Mij is te kennen gegeven dat zulke overhaaste handelingen niet verricht hadden mogen worden, zoals u opnieuw voor een jaar tot president van de conferentie te kiezen. Maar de Heere verbiedt verdere overhaaste stappen van dien aard, totdat de zaak in het gebed voor de Heere is gebracht; en daar de boodschap tot u is gekomen dat het werk des Heeren, dat op de president rust, een allerplechtigste verantwoordelijkheid is, had u niet het zedelijk recht om, zoals u deed, heftig uit te varen over het onderwerp van de ‘Daily’ en te veronderstellen dat uw invloed de kwestie zou beslissen. Daar was ouderling Haskell, die de zware verantwoordelijkheden heeft gedragen, en daar is ouderling Irwin en verscheidene mannen die ik zou kunnen noemen, op wie de zware verantwoordelijkheden rusten.

“Waar was uw eerbied voor de mannen op leeftijd? Welk gezag kondt gij uitoefenen zonder alle verantwoordelijke mannen bijeen te brengen om de zaak te overwegen? Maar laat ons nu de zaak onderzoeken. Wij moeten nu opnieuw overwegen of het het oordeel des Heren is, gezien het werk dat is verwaarloosd, uw ijver te tonen om het werk nog een jaar voort te zetten. Indien gij het werk nog een jaar zoudt voortzetten met de hulp die zich met u zal verenigen, dan zou er een verandering in u en ouderling Prescott moeten plaatsvinden. En verootmoedigt uw eigen harten voor God. De Heer zal in u blijk moeten zien van een andere ervaring, want indien ooit mannen opnieuw bekeerd moesten worden in de tegenwoordige tijd, dan zijn het ouderling Daniells en ouderling Prescott.

„Zeven mannen dienen gekozen te worden die mannen van wijsheid zijn en die door de werking van de genade Gods blijk geven van een bekering opnieuw. Want dat mannen zó verblind zijn dat zij niet van oorzaak tot gevolg kunnen redeneren, zodat zij de mannen zouden negeren die de verantwoordelijkheden van het werk hebben gedragen en deze voorzitters van conferenties, dat mannen die het werk meer dan twee jaar hebben gedragen terzijde zouden worden geschoven en zulk een impulsief gevolg zou intreden dat mannen juist het werk dat hun jarenlang is voorgehouden—werk in de steden—zouden veronachtzamen, en dat aan de oude mannen geen, of slechts zeer weinig, aandacht zou worden gegeven om raad te ontvangen, maar dat zij de dingen zouden verkondigen die zij verkozen het volk te geven, draagt op zichzelf getuigenis van de onveiligheid van de mannen aan wie zulk een groot en wonderbaar werk zou worden toevertrouwd.

„Christus is niet dood. Hij zal nooit toelaten dat Zijn werk op deze vreemde wijze wordt voortgezet. Laat de boeken met rust. Indien enige verandering noodzakelijk is, zal God ervoor zorgen dat in die verandering de harmonie bewaard blijft; maar wanneer een boodschap aan mensen is toevertrouwd met de grote verantwoordelijkheden die daarmee gepaard gaan, eist [God] getrouwheid die door liefde werkzaam is en de ziel reinigt. Ouderlingen Daniells en Prescott hebben beiden wederbekering nodig. Er is een vreemd werk binnengedrongen, en het is niet in harmonie met het werk dat Christus naar onze wereld kwam doen; en allen die waarlijk bekeerd zijn, zullen de werken van Christus doen.

„Het is aan ons allen [om] het werk te verrichten dat de Vader zal verheerlijken. Wij zijn tot de crisis gekomen—óf ons juist in deze voorbereidingstijd te voegen naar het karakter van Jezus Christus, óf [het] niet te beproeven. Ouderling Daniells, [u bent niet] vrij u te veroorloven uw stem op verheven toon te laten horen zoals u onder soortgelijke omstandigheden hebt gedaan. En begrijpt, de president van een conferentie is geen heerser. Hij werkt in verbinding met de wijze mannen die de positie van presidenten bekleden en die God heeft aanvaard. Het staat hem niet vrij zich te mengen in de geschriften in gedrukte boeken, afkomstig uit de pennen die God heeft aanvaard. Zij mogen niet langer de overhand hebben, tenzij zij minder van de heerszuchtige, overheersende macht tonen. De crisis is gekomen, want God zal onteerd worden.״

„Hoe ziet de Heere neer op de onbewerkte steden? Christus is in de hemel. Nu moet de erkenning zijn: ‘Er is geen koninklijke heerschappij. En nu is het de crisis van deze wereld. Nu ben Ik de Macht om te redden of te verderven. Nu is het de tijd waarin de bestemming van allen in Mijn handen is. Ik heb Mijn leven gegeven om de wereld te redden. En “Ik, als Ik van de aarde verhoogd zal zijn,” de reddende genade die Ik zal schenken, zal bewijzen dat allen die gevormd willen worden naar de goddelijke gelijkenis en één met Mij zullen zijn, zullen werken zoals Ik werk met Mijn kracht van verlossende genade.’ Wie wil, [late hij] met zijn broeders de hand aan het werk slaan dat hun gegeven is te doen wanneer zij op verantwoordelijke posten staan onder de raad die de Heere geeft, en laat hem met de grootste ernst trachten in volkomen harmonie te werken met Hem die de wereld zo liefhad dat Hij Zijn leven gaf als een volkomen offer tot redding van de wereld. Ik spreek tot onze dienaren, dat wanneer zij het werk in onze steden aanvangen, er een kalme heiligheid het dienstwerk van het Woord begeleide. Wij kunnen niet de juiste indruk maken op de geest van de mensen indien wij... [Onderste derde van deze pagina blanco gelaten.]”

„Ik neem over uit mijn dagboek. De waarheid zoals zij is in Jezus—spreek erover, bid erom, geloof ieder woord in zijn eenvoud. Wat zou u winnen indien dwalingen worden voorgelegd aan de mannen die van het geloof zijn afgeweken en gehoor hebben gegeven aan verleidende geesten, mannen die nog niet lang geleden met ons in het geloof waren? Zult u aan de zijde van de duivel staan? Richt uw aandacht op de onbewerkte velden. Een wereldwijd werk ligt vóór ons. Mij werden voorstellingen gegeven aangaande John Kellogg.״

„Een zeer innemende persoonlijkheid gaf uitdrukking aan de denkbeelden van de bedrieglijke redeneringen die hij naar voren bracht, gevoelens die verschilden van de ware Bijbelse waarheid. En zij die hongerden en dorstten naar iets nieuws, brachten denkbeelden naar voren [zo bedriegelijk] dat ouderling Prescott in groot gevaar verkeerde. Ouderling Daniells verkeerde in groot gevaar [zich] te laten verstrikken in een misleiding, alsof het, indien deze gevoelens overal verkondigd konden worden, als een nieuwe wereld zou zijn.

„Ja, dat zou het wel, maar terwijl hun gedachten aldus in beslag werden genomen, werd mij getoond dat broeder Daniells en broeder Prescott gevoelens met een geestelijk[istisch] voorkomen in hun ervaring aan het verweven waren en ons volk trokken tot schone gevoelens die, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen zouden misleiden. Ik moet met mijn pen vastleggen [het feit] dat deze broeders gebreken zouden zien in hun bedrieglijke denkbeelden, die de waarheid in onzekerheid zouden brengen; en [toch] zouden zij naar voren treden alsof zij een groot geestelijk onderscheidingsvermogen bezaten. Nu moet ik hun zeggen [dat], toen mij deze zaak werd getoond, toen ouderling Daniells zijn stem verhief als een bazuin in het bepleiten van zijn denkbeelden over het ‘Dagelijksch,’ de latere gevolgen mij werden voorgesteld. Ons volk raakte in verwarring. Ik zag het resultaat, en toen werden mij waarschuwingen gegeven dat, indien ouderling Daniells, zonder acht te slaan op de uitkomst, aldus onder de indruk zou zijn en zich ertoe zou brengen te geloven dat hij onder de inspiratie van God stond, er overal in onze gelederen scepsis gezaaid zou worden, en wij zouden verkeren waar Satan zijn boodschappen zou overbrengen. Hardnekkig ongeloof en scepsis zouden in menselijke gemoederen worden gezaaid, en vreemde oogsten van kwaad zouden de plaats van de waarheid innemen.—Ms 67, 1910, 1–8. Manuscript Release, deel 20, 17–22.

Degenen die de roep van het uur van het oordeel verkondigden, ontvingen het juiste inzicht in „het gedurige” in het boek Daniël. Door de menselijke handen die het boek Daniël hebben vertaald, en vervolgens door mensen die werden geleid door engelen die uit de hemel waren geworpen, is het juiste begrip van „het gedurige” verborgen geraakt, hoewel het duidelijk voor ogen ligt. In Daniël dient, waar het woord voorkomt dat als „het gedurige” is vertaald, het toegevoegde menselijke woord „offer” niet te worden ingevoegd. In vers dertien van Daniël acht vinden wij een van de vijf plaatsen waar dit in het boek Daniël voorkomt. In datzelfde vers wordt ook de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig aangeduid, maar door hetzelfde soort humanistische manipulatie is ook dit in het volle zicht verborgen gehouden.

Wij zullen dit feit in het volgende artikel bezien.