The apostle Paul was the connecting link between ancient Israel and spiritual Israel, for his ministry, his name, his personal circumstances and his prophetic work all testify to this truth. He identified himself as the least of the apostles, for he had persecuted God’s people.

De apostel Paulus was de verbindende schakel tussen het oude Israël en het geestelijke Israël, want zijn bediening, zijn naam, zijn persoonlijke omstandigheden en zijn profetische werk getuigen alle van deze waarheid. Hij duidde zichzelf aan als de minste van de apostelen, omdat hij Gods volk had vervolgd.

For I am the least of the apostles, that am not meet to be called an apostle, because I persecuted the church of God. 1 Corinthians 15:19.

Want ik ben de minste van de apostelen, niet waardig een apostel genoemd te worden, omdat ik de gemeente van God vervolgd heb. 1 Korinthe 15:19.

The name he was given at conversion was Paul, which means small or little, for he was the least of the apostles. Yet his original name was Saul, which means “selected”.

De naam die hem bij zijn bekering werd gegeven, was Paulus, wat klein of gering betekent, want hij was de minste van de apostelen. Toch was zijn oorspronkelijke naam Saul, wat „uitverkoren” betekent.

Then Ananias answered, Lord, I have heard by many of this man, how much evil he hath done to thy saints at Jerusalem: And here he hath authority from the chief priests to bind all that call on thy name. But the Lord said unto him, Go thy way: for he is a chosen vessel unto me, to bear my name before the Gentiles, and kings, and the children of Israel, Acts 9:13–15.

Toen antwoordde Ananias: Heere, ik heb van velen over deze man gehoord, hoeveel kwaad hij uw heiligen te Jeruzalem heeft aangedaan; en hier heeft hij volmacht van de overpriesters om allen die uw Naam aanroepen, te binden. Maar de Heere zei tot hem: Ga heen, want deze is Mij een uitverkoren vat om mijn Naam te dragen voor de heidenen en de koningen en de kinderen Israëls, Handelingen 9:13–15.

Saul was “a chosen vessel” to carry the gospel to the Gentiles, but he had to first be converted and humbled into Paul (small), for he was going to need to be powerful. Paul understood his strength was found in his smallness, or his weakness.

Saul was „een uitverkoren vat” om het Evangelie naar de heidenen te dragen, maar hij moest eerst bekeerd en vernederd worden tot Paulus (klein), want hij zou krachtig moeten zijn. Paulus begreep dat zijn kracht gevonden werd in zijn kleinheid, of in zijn zwakheid.

And lest I should be exalted above measure through the abundance of the revelations, there was given to me a thorn in the flesh, the messenger of Satan to buffet me, lest I should be exalted above measure. For this thing I besought the Lord thrice, that it might depart from me. And he said unto me, My grace is sufficient for thee: for my strength is made perfect in weakness. Most gladly therefore will I rather glory in my infirmities, that the power of Christ may rest upon me. Therefore I take pleasure in infirmities, in reproaches, in necessities, in persecutions, in distresses for Christ’s sake: for when I am weak, then am I strong. 2 Corinthians 12:7–10.

En opdat ik mij door de overvloed der openbaringen niet bovenmate zou verheffen, is mij een doorn in het vlees gegeven, een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet bovenmate zou verheffen. Hierover heb ik de Heere driemaal gebeden, dat hij van mij zou wijken. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus op mij ruste. Daarom heb ik behagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden om Christus’ wil; want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig. 2 Korinthe 12:7–10.

Saul was “selected”, but in order for him to be strong he was made small (Paul). He was chosen to take the gospel to the Gentiles, but he had been selected in part because of his knowledge of the Old Testament.

Saul werd „uitverkoren”, maar opdat hij sterk zou zijn, werd hij klein gemaakt (Paulus). Hij was gekozen om het evangelie naar de heidenen te brengen, maar hij was ten dele uitverkoren vanwege zijn kennis van het Oude Testament.

Especially because I know thee to be expert in all customs and questions which are among the Jews: wherefore I beseech thee to hear me patiently. My manner of life from my youth, which was at the first among mine own nation at Jerusalem, know all the Jews; Which knew me from the beginning, if they would testify, that after the most straitest sect of our religion I lived a Pharisee. Acts 26:3–5.

Te meer omdat ik weet dat gij bijzonder deskundig zijt in alle gebruiken en geschilpunten die onder de Joden bestaan; daarom verzoek ik u mij geduldig aan te horen. Mijn levenswandel van mijn jeugd af aan, die van den beginne onder mijn eigen volk te Jeruzalem was, is aan alle Joden bekend; zij kennen mij van meet af aan, indien zij daarvan getuigen wilden, dat ik naar de strengste sekte van onze godsdienst als een Farizeeër heb geleefd. Handelingen 26:3–5.

Saul had been trained by Gamaliel, who was considered one of the greatest teachers of the Scriptures of the Old Testament.

Saul was onderwezen door Gamaliël, die beschouwd werd als een van de grootste leraars van de Schriften van het Oude Testament.

“The request was granted, and ‘Paul stood on the stairs, and beckoned with the hand unto the people.’ The gesture attracted their attention, while his bearing commanded respect. ‘And when there was made a great silence, he spake unto them in the Hebrew tongue, saying, Men, brethren, and fathers, hear ye my defense which I make now unto you.’ At the sound of the familiar Hebrew words, ‘they kept the more silence,’ and in the universal hush he continued: “‘I am verily a man which am a Jew, born in Tarsus, a city in Cilicia, yet brought up in this city at the feet of Gamaliel, and taught according to the perfect manner of the law of the fathers, and was zealous toward God, as ye all are this day.’ None could deny the apostle’s statements, as the facts that he referred to were well known to many who were still living in Jerusalem.” Acts of the Apostles, 408.

Het verzoek werd ingewilligd, en ‘Paulus stond op de trappen en wenkte met de hand tot het volk.’ Dat gebaar trok hun aandacht, terwijl zijn houding eerbied afdwong. ‘En toen er een grote stilte ontstaan was, sprak hij hen toe in de Hebreeuwse taal en zei: Mannen, broeders en vaders, hoort nu mijn verdediging, die ik tot u richt.’ Bij het horen van de vertrouwde Hebreeuwse woorden ‘hielden zij zich des te stiller’, en in de algemene stilte vervolgde hij: ‘Ik ben waarlijk een man, een Jood, geboren te Tarsus, een stad in Cilicië, maar opgevoed in deze stad aan de voeten van Gamaliël, onderwezen overeenkomstig de gestrenge wijze van de wet der vaderen, en ijverig voor God, zoals u allen heden zijt.’ Niemand kon de verklaringen van de apostel ontkennen, want de feiten waarop hij doelde, waren bij velen die nog in Jeruzalem leefden, goed bekend.” Handelingen van de Apostelen, 408.

Saul had not been chosen at random, and one of the specific purposes of Paul’s ministry was to bridge the sacred history of literal Israel with the sacred history of spiritual Israel. In conjunction with this fact, he authored the majority of the New Testament. One chapter of his writings identifies the support for the framework of the first angels’ message and also for the framework of the third angels’ message. The passage is a monument in the history of Adventism that identifies the distinction between the wise and foolish in the beginning and ending of Adventism.

Saul was niet willekeurig gekozen, en een van de specifieke doeleinden van Paulus’ bediening was de heilige geschiedenis van het letterlijke Israël te verbinden met de heilige geschiedenis van het geestelijke Israël. In samenhang met dit feit schreef hij het grootste deel van het Nieuwe Testament. Een hoofdstuk uit zijn geschriften wijst de ondersteuning aan voor het raamwerk van de boodschap van de eerste engel en ook voor het raamwerk van de boodschap van de derde engel. De passage is een gedenkteken in de geschiedenis van het adventisme dat het onderscheid aanduidt tussen de wijzen en de dwazen aan het begin en aan het einde van het adventisme.

Now we beseech you, brethren, by the coming of our Lord Jesus Christ, and by our gathering together unto him, That ye be not soon shaken in mind, or be troubled, neither by spirit, nor by word, nor by letter as from us, as that the day of Christ is at hand. Let no man deceive you by any means: for that day shall not come, except there come a falling away first, and that man of sin be revealed, the son of perdition; Who opposeth and exalteth himself above all that is called God, or that is worshipped; so that he as God sitteth in the temple of God, shewing himself that he is God. Remember ye not, that, when I was yet with you, I told you these things? And now ye know what withholdeth that he might be revealed in his time. For the mystery of iniquity doth already work: only he who now letteth will let, until he be taken out of the way. And then shall that Wicked be revealed, whom the Lord shall consume with the spirit of his mouth, and shall destroy with the brightness of his coming: Even him, whose coming is after the working of Satan with all power and signs and lying wonders, And with all deceivableness of unrighteousness in them that perish; because they received not the love of the truth, that they might be saved. And for this cause God shall send them strong delusion, that they should believe a lie: That they all might be damned who believed not the truth, but had pleasure in unrighteousness. 2 Thessalonians 2:1–12.

Nu verzoeken wij u, broeders, met betrekking tot de komst van onze Heere Jezus Christus en onze vereniging met Hem, dat gij niet spoedig in uw denken aan het wankelen wordt gebracht of verontrust, noch door geest, noch door woord, noch door een brief alsof die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van Christus aanstaande zou zijn. Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden; want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens der zonde geopenbaard is, de zoon des verderfs; die zich verzet en zich verheft boven al wat God genoemd of als godsdienstig vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en van zichzelf vertoont dat hij God is. Herinnert gij u niet dat ik u deze dingen gezegd heb, toen ik nog bij u was? En nu weet gij wat hem tegenhoudt, opdat hij geopenbaard wordt op zijn eigen tijd. Want de verborgenheid der wetteloosheid is reeds werkzaam; alleen hij die nu tegenhoudt, zal dat blijven doen, totdat hij uit het midden weggenomen wordt. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heere verteren zal door de Geest van Zijn mond en tenietdoen door de verschijning van Zijn komst; hem, wiens komst is naar de werking van de satan, met allerlei kracht, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verleiding der ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. En daarom zal God hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen geloven, opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welgevallen gehad hebben in de ongerechtigheid. 2 Thessalonicenzen 2:1–12.

The context of this passage is the consideration of when Christ would return the second time. Paul reminds the Thessalonians that he has already answered that concern previously when he stated, “Remember ye not, that, when I was yet with you, I told you these things?” Paul was attempting to prevent the brethren from being deceived upon the subject of “the coming of our Lord Jesus Christ, and by our gathering together unto him.”

De context van deze passage is de overweging van de vraag wanneer Christus voor de tweede maal zou terugkeren. Paulus herinnert de Thessalonicenzen eraan dat hij die zorg reeds eerder heeft beantwoord, toen hij zei: „Herinnert gij u niet, dat ik u deze dingen gezegd heb, toen ik nog bij u was?” Paulus trachtte te voorkomen dat de broeders misleid zouden worden ten aanzien van „de komst van onze Heere Jezus Christus en onze vereniging met Hem.”

The historians identify that half of William Miller’s message was based upon his identification of the twenty-three hundred years of Daniel chapter eight, and verse fourteen. The other half of his message, that is sometimes not recognized, is his work of refuting the false teachings concerning the Second Coming of Christ.

De geschiedschrijvers stellen vast dat de helft van de boodschap van William Miller berustte op zijn identificatie van de tweeduizend driehonderd jaren van Daniël hoofdstuk acht, vers veertien. De andere helft van zijn boodschap, die soms niet wordt onderkend, is zijn werk in het weerleggen van de valse leringen aangaande de Wederkomst van Christus.

Based upon the false Jesuit methodology there was (and still is) a prominent false teaching that William Miller consistently opposed. It was the false teaching that the Lord’s second coming was preceded by a thousand years of peace called the “temporal millennium” which Sister White also opposed.

Op grond van de valse jezuïtische methodologie was er (en is er nog steeds) een vooraanstaande valse leer die William Miller consequent bestreed. Het was de valse leer dat aan de tweede komst van de Heere duizend jaren van vrede voorafgingen, het zogenoemde „tijdelijke millennium”, waartegen zuster White zich eveneens verzette.

Miller’s work was also establishing the truth of the literal return of Christ, in opposition to the various false ideas concerning the millennium that were prevalent in his history. Paul is addressing the Second Coming in 2 Thessalonians, so the passage was part of Miller’s understanding of a literal Second Coming. The chapter was “Present Truth” for Miller.

Millers werk bevestigde tevens de waarheid van de letterlijke wederkomst van Christus, in tegenstelling tot de verschillende valse opvattingen omtrent het millennium die in zijn tijd gangbaar waren. Paulus spreekt in 2 Thessalonicenzen over de Tweede Komst, zodat dit gedeelte deel uitmaakte van Millers begrip van een letterlijke Tweede Komst. Het hoofdstuk was voor Miller „tegenwoordige waarheid”.

Paul identifies an important sequence of events connected with the Second Coming, and also provides the logic of why the Thessalonians should not expect the return of the Lord in their lifetime. Paul says, “Now we beseech you, brethren, by the coming of our Lord Jesus Christ, and by our gathering together unto him.” The word “beseech” means to interrogate. Paul is reasoning out the elements associated with the Second Coming and leading his audience through a type of interrogation, meant to produce analysis of his logic by his hearers.

Paulus duidt een belangrijke opeenvolging van gebeurtenissen aan die verband houden met de Tweede Komst, en verschaft tevens de redenering waarom de Thessalonicenzen de wederkomst van de Heer niet in hun leven moesten verwachten. Paulus zegt: “Now we beseech you, brethren, by the coming of our Lord Jesus Christ, and by our gathering together unto him.” Het woord “beseech” betekent ondervragen. Paulus beredeneert de elementen die met de Tweede Komst verbonden zijn en leidt zijn gehoor door een soort ondervraging, bedoeld om bij zijn toehoorders een analyse van zijn redenering teweeg te brengen.

The structure of his logic is that before Christ returns a second time, the papacy must be identified and reign, and that before the papacy arrives in history there must be a falling away. The falling away was yet future, so the arrival of the papacy was even beyond that. So how could anyone be deceived into thinking Christ’s return was soon? He uses several symbols of the papacy in order to establish just who that power is that is revealed after the falling away. He calls the papacy the “man of sin,” that “wicked,” “the son of perdition” and the “mystery of iniquity.” Sister White is clear these are all symbols identifying the papacy.

De structuur van zijn redenering is dat, voordat Christus een tweede maal terugkeert, het pausdom moet worden geïdentificeerd en heersen, en dat er, voordat het pausdom in de geschiedenis verschijnt, eerst een afval moet zijn. Die afval lag nog in de toekomst, zodat de komst van het pausdom nog verder daarachter lag. Hoe kon iemand er dan toe verleid worden te menen dat de wederkomst van Christus nabij was? Hij gebruikt verscheidene symbolen van het pausdom om vast te stellen welke macht het is die na de afval geopenbaard wordt. Hij noemt het pausdom de “mens der zonde”, “die wetteloze”, “de zoon des verderfs” en het “verborgenheid der ongerechtigheid”. Zuster White maakt duidelijk dat dit alles symbolen zijn die het pausdom identificeren.

“But before the coming of Christ, important developments in the religious world, foretold in prophecy, were to take place. The apostle declared: ‘Be not soon shaken in mind, or be troubled, neither by spirit, nor by word, nor by letter as from us, as that the day of Christ is at hand. Let no man deceive you by any means: for that day shall not come, except there come a falling away first, and that man of sin be revealed, the son of perdition; who opposeth and exalteth himself above all that is called God, or that is worshiped; so that he as God sitteth in the temple of God, showing himself that he is God.

“Maar vóór de komst van Christus moesten in de godsdienstige wereld belangrijke ontwikkelingen plaatsvinden, voorzegd in de profetie. De apostel verklaarde: ‘Laat u niet spoedig in uw denken aan het wankelen brengen of verschrikken, noch door geest, noch door woord, noch door brief alsof van ons afkomstig, alsof de dag van Christus aanstaande zou zijn. Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden; want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens der zonde geopenbaard is, de zoon des verderfs; die zich verzet en zich verheft boven al wat God genoemd wordt of als god wordt vereerd, zodat hij als God in de tempel van God zit en van zichzelf toont dat hij God is.’”

“Paul’s words were not to be misinterpreted. It was not to be taught that he, by special revelation, had warned the Thessalonians of the immediate coming of Christ. Such a position would cause confusion of faith; for disappointment often leads to unbelief. The apostle therefore cautioned the brethren to receive no such message as coming from him, and he proceeded to emphasize the fact that the papal power, so clearly described by the prophet Daniel, was yet to rise and wage war against God’s people. Until this power should have performed its deadly and blasphemous work, it would be in vain for the church to look for the coming of their Lord. ‘Remember ye not,’ Paul inquired, ‘that, when I was yet with you, I told you these things?’

„Paulus’ woorden mochten niet verkeerd worden uitgelegd. Men mocht niet leren dat hij door bijzondere openbaring de Thessalonicenzen had gewaarschuwd voor de onmiddellijke komst van Christus. Een dergelijk standpunt zou verwarring in het geloof veroorzaken; want teleurstelling leidt dikwijls tot ongeloof. Daarom waarschuwde de apostel de broeders geen dergelijke boodschap aan te nemen alsof zij van hem afkomstig was, en hij ging vervolgens ertoe over te benadrukken dat de pauselijke macht, zo duidelijk beschreven door de profeet Daniël, nog moest opkomen en oorlog voeren tegen Gods volk. Zolang deze macht haar dodelijke en godslasterlijke werk niet zou hebben volbracht, zou het tevergeefs zijn als de gemeente uitzag naar de komst van haar Heer. ‘Gedenkt gij niet,’ vroeg Paulus, ‘dat ik u deze dingen gezegd heb, toen ik nog bij u was?’”

“Terrible were the trials that were to beset the true church. Even at the time when the apostle was writing, the ‘mystery of iniquity’ had already begun to work. The developments that were to take place in the future were to be ‘after the working of Satan with all power and signs and lying wonders, and with all deceivableness of unrighteousness in them that perish.’

Verschrikkelijk waren de beproevingen die de ware kerk zouden treffen. Reeds in de tijd dat de apostel schreef, was het ‘mysterie der ongerechtigheid’ begonnen te werken. De ontwikkelingen die zich in de toekomst zouden voordoen, zouden zijn ‘naar de werking des satans, met allerlei kracht en tekenen en leugenachtige wonderen, en met allerlei verleiding der ongerechtigheid in hen die verloren gaan.’

Especially solemn is the apostle’s statement regarding those who should refuse to receive ‘the love of the truth.’ ‘For this cause,’ he declared of all who should deliberately reject the messages of truth, ‘God shall send them strong delusion, that they should believe a lie: that they all might be damned who believed not the truth, but had pleasure in unrighteousness.’ Men cannot with impunity reject the warnings that God in mercy sends them. From those who persist in turning from these warnings, God withdraws His Spirit, leaving them to the deceptions that they love.” Acts of the Apostles, 265, 266.

‘Bijzonder plechtig is de verklaring van de apostel aangaande hen die zouden weigeren “de liefde der waarheid” te ontvangen. “En daarom,” verklaarde hij met betrekking tot allen die de boodschappen der waarheid opzettelijk zouden verwerpen, “zal God hun zenden een krachtige dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; opdat zij allen veroordeeld worden die de waarheid niet geloofd hebben, maar behagen hebben gehad in de ongerechtigheid.” Mensen kunnen niet ongestraft de waarschuwingen verwerpen die God hun in Zijn barmhartigheid zendt. Van hen die volharden in het afwenden van deze waarschuwingen, trekt God Zijn Geest terug en laat Hij hen over aan de misleidingen die zij liefhebben.’ Handelingen der Apostelen, 265, 266.

Although Sister White directly identifies the “man of sin,” that “wicked,” “the son of perdition” and the “mystery of iniquity” from the passage of Paul, and calls it the “papal power,” she says more. She identifies that these symbols employed by Paul to identify the pope of Rome, was established from the book of Daniel, when she stated, “The apostle therefore cautioned the brethren to receive no such message as coming from him, and he proceeded to emphasize the fact that the papal power, so clearly described by the prophet Daniel, was yet to rise and wage war against God’s people. Until this power should have performed its deadly and blasphemous work, it would be in vain for the church to look for the coming of their Lord.” Paul was basing the portion of the message to the Thessalonians which identified the papacy upon Daniel chapter eleven, and verse thirty-six.

Hoewel zuster White de „mens der zonde”, „die goddeloze”, „de zoon des verderfs” en „de verborgenheid der ongerechtigheid” uit de passage van Paulus rechtstreeks aanduidt, en deze de „pauselijke macht” noemt, zegt zij nog meer. Zij stelt vast dat deze door Paulus gebruikte symbolen om de paus van Rome aan te duiden, ontleend waren aan het boek Daniël, toen zij verklaarde: „De apostel waarschuwde daarom de broeders om geen zodanige boodschap als van hem afkomstig te aanvaarden, en hij ging ertoe over te benadrukken dat de pauselijke macht, zo duidelijk beschreven door de profeet Daniël, nog moest opkomen en oorlog voeren tegen Gods volk. Voordat deze macht haar dodelijke en godslasterlijke werk zou hebben volbracht, zou het vergeefs zijn voor de kerk om uit te zien naar de komst van hun Heer.” Paulus baseerde dat gedeelte van de boodschap aan de Thessalonicenzen waarin het pausdom werd aangeduid, op Daniël hoofdstuk elf, en vers zesendertig.

And the king shall do according to his will; and he shall exalt himself, and magnify himself above every god, and shall speak marvellous things against the God of gods, and shall prosper till the indignation be accomplished: for that that is determined shall be done. Daniel 11:36.

En de koning zal handelen naar zijn welgevallen; en hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god, en wonderlijke dingen spreken tegen de God der goden, en voorspoedig zijn totdat de verbolgenheid voleindigd is; want wat vast besloten is, zal geschieden. Daniël 11:36.

When Paul identifies the pope “Who opposeth and exalteth himself above all that is called God, or that is worshipped; so that he as God sitteth in the temple of God, shewing himself that he is God,” Paul was paraphrasing the prophet Daniel’s description of the “king” that did “according to his will,” and exalted “himself and” magnified “himself above every god.” The pope is the king that speaks “marvelous things against the God of gods”, and the pope is the power that would “prosper till the” first “indignation” would “be accomplished” in 1798.

Wanneer Paulus de paus aanduidt als degene „die zich verzet en zich verheft boven al wat God genoemd of als god vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God zit en van zichzelf te kennen geeft dat hij God is”, parafraseerde Paulus de beschrijving van de profeet Daniël van de „koning” die „naar zijn welbehagen” handelde en zichzelf verhief en groot maakte „boven elke god”. De paus is de koning die „wonderlijke dingen tegen de God der goden” spreekt, en de paus is de macht die zou „voorspoedig zijn totdat de” eerste „gramschap” in 1798 „volbracht” zou „zijn”.

Daniel eleven, and verse thirty-six is absolutely essential to understand correctly if the increase of knowledge in 1989 is to be understood correctly. For this reason the false teaching that the king in the verse was France, as introduced by Uriah Smith, was introduced in the first generation of Adventism (1863 to 1888). Smith changed the text of verse thirty-six from “the” king (which is the papacy that was being described in the previous verses) to “a” king (any king) in order to ascribe to atheistic France the characteristics of Rome’s worship style, but that was just a jumping-off point to put forth his pet theory about Turkey being the king of the north in verse forty and onward.

Daniël elf, en vers zesendertig, is absoluut essentieel om juist te verstaan, indien de toename van kennis in 1989 juist begrepen moet worden. Om deze reden werd de valse leer dat de koning in het vers Frankrijk was, zoals ingevoerd door Uriah Smith, in de eerste generatie van het adventisme (1863 tot 1888) geïntroduceerd. Smith veranderde de tekst van vers zesendertig van „de” koning (wat het pausdom is dat in de voorgaande verzen werd beschreven) in „een” koning (welke koning dan ook), teneinde aan het atheïstische Frankrijk de kenmerken van de wijze van aanbidding van Rome toe te schrijven; maar dat was slechts een vertrekpunt om zijn stokpaardjetheorie naar voren te brengen dat Turkije de koning van het noorden is in vers veertig en verder.

Satan began early to obscure the fact that the king in the verse, is the papacy, and it is the apostle Paul who provides Daniel’s testimony with a second witness to this fact. Sister White provided the third witness.

Satan begon al vroeg het feit te verduisteren dat de koning in het vers het pausdom is, en het is de apostel Paulus die aan Daniëls getuigenis een tweede getuige van dit feit toevoegt. Zuster White leverde de derde getuige.

Not only did Satan seek to obscure the truth about the king in the verse being the pope, but by misdirecting the truth contained in the verse, Satan also made obscure the significance of what the “indignation” in the verse represented. The papacy in the verse was to prosper until 1798 when it was delivered its deadly wound. 1798 is the end of the twenty-five hundred and twenty years of God’s indignation that was carried out against the northern kingdom of Israel, beginning in 723 BC.

Satan trachtte niet alleen de waarheid te verduisteren dat de koning in het vers de paus is, maar door de waarheid die in het vers besloten ligt verkeerd voor te stellen, maakte hij ook de betekenis duister van wat de „gramschap” in het vers vertegenwoordigde. Het pausdom in het vers zou voorspoedig zijn tot 1798, toen het zijn dodelijke wond werd toegebracht. 1798 is het einde van de tweeduizend vijfhonderd twintig jaren van Gods gramschap, die werd voltrokken over het noordelijke koninkrijk van Israël, te beginnen in 723 v.Chr.

If Adventism had defended and upheld the “seven times,” in 1863, it would have been virtually impossible for Uriah Smith to get away with such foolishness about verse thirty-six, for the “indignation” would have been understood as representing God’s first indignation of “seven times,” thus having no connection whatsoever with France. The increase of knowledge in 1989 is supported by Paul in the passage, and for this reason the warning of Paul in the passage concerning those who do not receive the love of the truth, but receive strong delusion, do so through their rejection of the truths Paul presents in the passage. One of those truths is the correct identification of the king of the north in Daniel chapter eleven, verses forty through forty-five.

Als het adventisme in 1863 de „zeven tijden” had verdedigd en gehandhaafd, zou het voor Uriah Smith vrijwel onmogelijk zijn geweest met zulke dwaasheid over vers zesendertig weg te komen, want de „gramschap” zou zijn begrepen als een voorstelling van Gods eerste gramschap van „zeven tijden”, en zou dus in het geheel geen verband hebben gehad met Frankrijk. De vermeerdering van kennis in 1989 wordt door Paulus in de desbetreffende passage ondersteund, en om deze reden geldt de waarschuwing van Paulus in die passage aangaande hen die de liefde der waarheid niet aannemen, maar een krachtige dwaling ontvangen, dat zij dit doen door hun verwerping van de waarheden die Paulus in de passage uiteenzet. Een van die waarheden is de juiste identificatie van de koning van het noorden in Daniël hoofdstuk elf, verzen veertig tot en met vijfenveertig.

In the passage, after Paul identifies the pope of Rome, he identifies a sequence of events at the end of the world leading up to the Second Coming of Christ, which is the subject of the passage. He states, “then shall that Wicked be revealed.” That “wicked” is the pope, “whom the Lord shall consume with the spirit of his mouth, and shall destroy with the brightness of his coming.” Then Paul says “Even him, whose coming is after the working of Satan with all power and signs and lying wonders.” Jesus is the one “whose coming is after the working of Satan.”

In de passage, nadat Paulus de paus van Rome heeft geïdentificeerd, beschrijft hij een opeenvolging van gebeurtenissen aan het einde van de wereld die leidt tot de wederkomst van Christus, hetgeen het onderwerp van de passage is. Hij verklaart: „dan zal die Wetteloze geopenbaard worden.” Die „wetteloze” is de paus, „die de Heere verteren zal door de Geest van Zijn mond en tenietdoen door de verschijning van Zijn komst.” Vervolgens zegt Paulus: „ook hem, wiens komst is naar de werking van de satan, met alle kracht en tekenen en leugenachtige wonderen.” Jezus is degene „wiens komst is naar de werking van de satan.”

Satan’s miraculous working is the period of time from the soon-coming Sunday Law, until Michael stands up and human probation closes. Satan accomplishes no miracles during the Seven Last Plagues that are poured out from the close of probation until Christ returns.

Satans wonderbare werking is de periode vanaf de spoedig komende zondagswet totdat Michaël opstaat en de menselijke genadetijd wordt afgesloten. Satan verricht geen wonderen gedurende de zeven laatste plagen, die worden uitgegoten vanaf het sluiten van de genadetijd totdat Christus terugkeert.

“Says Christ, ‘By their fruits ye shall know them.’ If those through whom cures are performed, are disposed, on account of these manifestations, to excuse their neglect of the law of God and continue in disobedience, though they have power to any and every extent, it does not follow that they have the great power of God. On the contrary, it is the miracle-working power of the great deceiver. He is a transgressor of the moral law, and employs every device that he can master to blind men to its true character. We are warned that in the last days he will work with signs and lying wonders. And he will continue these wonders until the close of probation, that he may point to them as evidence that he is an angel of light and not of darkness. The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 911.

“Christus zegt: ‘Aan hun vruchten zult gij hen kennen.’ Indien zij door wie genezingen worden verricht, op grond van deze manifestaties geneigd zijn hun veronachtzaming van de wet van God te verontschuldigen en in ongehoorzaamheid voort te gaan, volgt daaruit niet dat zij, hoe groot hun macht ook in welk opzicht dan ook moge zijn, de grote kracht van God bezitten. Integendeel, het is de wonderwerkende macht van de grote misleider. Hij is een overtreder van de zedelijke wet en wendt ieder middel aan waarover hij meester kan worden om de mensen blind te maken voor haar ware aard. Wij worden gewaarschuwd dat hij in de laatste dagen zal werken met tekenen en leugenachtige wonderen. En hij zal deze wonderen blijven verrichten tot aan het einde van de genadetijd, opdat hij daarop moge wijzen als bewijs dat hij een engel des lichts is en niet der duisternis.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 911.

Paul identifies that there would be a falling away that preceded the revealing of the papacy, and that Christ’s Second Coming would take place “after” the marvelous working of Satan. Satan’s marvelous working begins at the Sunday law in the United States, and ends at the arrival of the close of probation and the seven last plagues. Satan’s marvelous working begins at the Sunday law in the United States.

Paulus geeft aan dat er een afval zou zijn die voorafging aan de openbaring van het pausdom, en dat de wederkomst van Christus zou plaatsvinden „na” de wonderbaarlijke werking van Satan. Satans wonderbaarlijke werking begint bij de zondagwet in de Verenigde Staten en eindigt bij het aanbreken van het einde van de genadetijd en de zeven laatste plagen. Satans wonderbaarlijke werking begint bij de zondagwet in de Verenigde Staten.

By the decree enforcing the institution of the Papacy in violation of the law of God, our nation will disconnect herself fully from righteousness. When Protestantism shall stretch her hand across the gulf to grasp the hand of the Roman power, when she shall reach over the abyss to clasp hands with Spiritualism, when, under the influence of this threefold union, our country shall repudiate every principle of its Constitution as a Protestant and republican government, and shall make provision for the propagation of papal falsehoods and delusions, then we may know that the time has come for the marvelous working of Satan and that the end is near.” Testimonies, volume 5, 451.

„Door het decreet dat de instelling van het pausdom afdwingt in overtreding van de wet van God, zal onze natie zich volledig losmaken van de gerechtigheid. Wanneer het protestantisme haar hand over de kloof zal uitstrekken om de hand van de Roomse macht te grijpen, wanneer het over de afgrond zal reiken om de handen ineen te slaan met het spiritisme, wanneer ons land onder de invloed van deze drievoudige vereniging elk beginsel van zijn Grondwet als een protestantse en republikeinse regering zal verwerpen, en voorzieningen zal treffen voor de verbreiding van pauselijke onwaarheden en misleidingen, dan mogen wij weten dat de tijd is gekomen voor de wonderbaarlijke werking van Satan en dat het einde nabij is.” Testimonies, deel 5, 451.

The Sunday law is the end of the sixth kingdom, the earth beast of Revelation chapter thirteen. The earth beast began to reign at the end of the twelve hundred and sixty years of papal rule in 1798. The papacy was therefore revealed in the year 538, though her work to take control of the world was already active when Paul penned his words. Before the year 538, there would be a falling away that preceded the revealing of the man of sin, sitting in the temple of God.

De zondagswet is het einde van het zesde koninkrijk, het beest uit de aarde van Openbaring hoofdstuk dertien. Het beest uit de aarde begon te regeren aan het einde van de twaalfhonderdzestig jaren van pauselijke heerschappij in 1798. Het pausdom werd derhalve geopenbaard in het jaar 538, hoewel haar werk om de wereld in haar macht te krijgen reeds werkzaam was toen Paulus zijn woorden neerschreef. Vóór het jaar 538 zou er een afval zijn die voorafging aan de openbaring van de mens der zonde, die in de tempel van God zit.

The falling away was represented by the church of Pergamos when the Christian church compromised with the religion of paganism, as symbolized by the emperor Constantine. Paul was identifying the prophetic waymarks that must occur before the Second Coming of Christ. After rehearsing what he had previously taught the Thessalonians, he then asks if they did not remember that he had previously taught them these truths? He then reminds them they should also remember that he taught them that a power would “withholdeth” the papacy “that” the papacy “might be revealed in his time?” The word “witholdeth” means to restrain. The word “withholdeth” is later in the same passage translated as “now letteth.”

De afval werd voorgesteld door de gemeente van Pergamus, toen de christelijke kerk een compromis sloot met de godsdienst van het heidendom, zoals gesymboliseerd door keizer Constantijn. Paulus duidde de profetische wegmarkeringen aan die moesten plaatsvinden vóór de Tweede Komst van Christus. Nadat hij had herhaald wat hij de Thessalonicenzen eerder had onderwezen, vraagt hij vervolgens of zij zich niet herinnerden dat hij hun deze waarheden reeds eerder had geleerd. Vervolgens herinnert hij hen eraan dat zij zich ook moesten herinneren dat hij hun had geleerd dat een macht de pausheid zou “wederhouden”, “opdat” de pausheid “geopenbaard zou worden te zijner tijd”. Het woord “wederhouden” betekent tegenhouden. Het woord “wederhouden” wordt later in dezelfde passage vertaald met “nu nog wederhoudt”.

The passage is therefore correctly represented as; “And now ye know what restrains the papacy, that the papacy might be revealed in his time. For the mystery of iniquity (the papacy) doth already work: only he who now restrains the papacy, will continue to restrain the papacy until he be taken out of the way.” When William Miller recognized this passage in Thessalonians he realized that the power that prevented the papacy from ascending to the throne of the earth in the year 538, was pagan Rome, and that pagan Rome would restrain the rise of the papal power, until pagan Rome was “taken out of the way.”

De passage wordt derhalve terecht weergegeven als: „En nu weet gij wat het pausdom weerhoudt, opdat het pausdom geopenbaard zou worden op zijn tijd. Want de verborgenheid der ongerechtigheid (het pausdom) is reeds werkzaam; alleen hij die het pausdom thans weerhoudt, zal het pausdom blijven weerhouden totdat hij uit de weg genomen is.” Toen William Miller deze passage in Thessalonicenzen herkende, besefte hij dat de macht die verhinderde dat het pausdom in het jaar 538 de troon der aarde besteeg, het heidense Rome was, en dat het heidense Rome de opkomst van de pauselijke macht zou weerhouden, totdat het heidense Rome „uit de weg genomen” was.

“During, the twelve years I was a deist, I read all histories I could find; but now I loved the Bible. It taught of Jesus! But still there was a good deal of the Bible that was dark to me. In 1818 or 19, while conversing with a friend! To whom I made a visit, and who had known and heard me talk while I was a deist, he inquired, in rather a significant manner, ‘What do you think of this text, and that?’ referring to the old texts I objected to while a deist. I understood what he was about, and replied—If you will give me time, I will tell you what they mean. ‘How long time do you want?’ I don’t know, but I will tell you, I replied, for I could not believe that God had given a revelation that could not be understood I then resolved to study my Bible, believing I could find out what the Holy Spirit meant. But as soon as I had formed this resolution the thought came to me—‘Suppose you find a passage that you cannot understand, what will you do?’ This mode of studying the Bible then came to my mind:—I will take the words of such passages, and trace them through the Bible, and find out their meaning in this way. I had Cruden’s Concordance, which I think is the best in the world; so I took that and my Bible, and set down to my desk, and read nothing else, except the newspapers a little, for I was determined to know what my Bible meant.

„Gedurende de twaalf jaren dat ik deïst was, las ik alle geschiedenissen die ik kon vinden; maar nu had ik de Bijbel lief. Hij onderwees over Jezus! Toch was er nog een aanzienlijk deel van de Bijbel dat voor mij duister was. In 1818 of 1819, terwijl ik in gesprek was met een vriend bij wie ik op bezoek was en die mij gekend en gehoord had spreken toen ik deïst was, vroeg hij op tamelijk veelbetekenende wijze: ‘Wat denkt u van deze tekst, en van die?’ waarbij hij verwees naar de oude teksten waartegen ik als deïst bezwaren had ingebracht. Ik begreep wat hij bedoelde en antwoordde: Als u mij tijd wilt geven, zal ik u zeggen wat zij betekenen. ‘Hoeveel tijd wilt u hebben?’ Ik weet het niet, maar ik zal het u zeggen, antwoordde ik, want ik kon niet geloven dat God een openbaring had gegeven die niet begrepen kon worden. Toen nam ik mij voor mijn Bijbel te bestuderen, in de overtuiging dat ik kon ontdekken wat de Heilige Geest bedoelde. Maar zodra ik dit voornemen had opgevat, kwam de gedachte bij mij op: ‘Stel dat u een passage vindt die u niet kunt begrijpen, wat zult u dan doen?’ Toen kwam deze wijze van Bijbelstudie in mij op: Ik zal de woorden van zulke passages nemen, ze door de hele Bijbel heen naspeuren, en op deze wijze hun betekenis ontdekken. Ik bezat Crudens Concordantie, die naar mijn mening de beste ter wereld is; dus nam ik die en mijn Bijbel, ging aan mijn schrijftafel zitten, en las niets anders, behalve een weinig in de kranten, want ik was vastbesloten te weten wat mijn Bijbel betekende.

“I began at Genesis, and read on slowly; and when I came to a text that I could not understand, I searched through the Bible to find out what it meant. After I had gone through the Bible in this way, O, how bright and glorious the truth appeared! I found what I have been preaching to you. I was satisfied that the seven times terminated in 1843. Then I came to the 2300 days; they brought me to the same conclusion; but I had no thought of finding out when the Savior was coming, and I could not believe it; but the light struck me so forcibly I did not know what to do. Now, I thought, I must put on spurs and breeching; I will not go faster than the Bible, and I will not fall behind it. Whatever the Bible teaches, I will hold on to it. But still there were some texts that I could not understand.’

‘Ik begon bij Genesis en las langzaam verder; en toen ik bij een tekst kwam die ik niet kon begrijpen, doorzocht ik de Bijbel om te ontdekken wat die betekende. Nadat ik de Bijbel op deze wijze had doorgegaan, o, hoe helder en heerlijk verscheen de waarheid! Ik vond wat ik u heb gepredikt. Ik was ervan overtuigd dat de zeven tijden in 1843 eindigden. Toen kwam ik bij de 2300 dagen; ook die brachten mij tot dezelfde slotsom; maar ik had er niet aan gedacht te ontdekken wanneer de Heiland zou komen, en ik kon het niet geloven; maar het licht trof mij zo krachtig dat ik niet wist wat ik moest doen. Nu, dacht ik, ik moet sporen en teugel aanleggen; ik zal niet sneller gaan dan de Bijbel, en ik zal er niet bij achterblijven. Wat de Bijbel ook leert, daaraan zal ik vasthouden. Maar toch waren er enkele teksten die ik niet kon begrijpen.’

“So much for his general mode of studying the Bible. On another occasion he stated his mode of settling the meaning of the text before us—the meaning of ‘the daily.’ ‘I read on,’ said he, ‘and could find no other case in which it was found, but in Daniel. I then took those words which stood in connection with it, ‘take away.’ He shall take away the daily, ‘from the time the daily shall be taken away,’ etc. I read on, and thought I should find no light on the text; finally I came to 2 Thessalonians 2:7–8. ‘For the mystery of iniquity doth already work, only he who now letteth, will let, until he be taken out of the way, and then shall that wicked be revealed,’ etc. And when I had come to that text, O, how clear and glorious the truth appeared! There it is! that is ‘the daily!’ Well, now, what does Paul mean by ‘he who now letteth,’ or hindereth? By ‘the man of sin,’ and ‘the wicked,’ Popery is meant. Well, what is it which hinders Popery from being revealed? Why, it is Paganism; well, then, ‘the daily’ must mean Paganism.” William Miller, Apollos Hale, The Second Advent Manual, 65, 66.

„Zoveel dan over zijn algemene wijze van Bijbelstudie. Bij een andere gelegenheid zette hij zijn manier uiteen om de betekenis vast te stellen van de tekst die vóór ons ligt — de betekenis van ‘het dagelijkse’. ‘Ik las verder,’ zei hij, ‘en kon geen ander geval vinden waarin het voorkwam dan in Daniël. Toen nam ik die woorden die ermee in verband stonden, “wegnemen”. Hij zal het dagelijkse wegnemen, “vanaf de tijd dat het dagelijkse zal worden weggenomen”, enz. Ik las verder en dacht dat ik geen licht over de tekst zou vinden; ten slotte kwam ik bij 2 Thessalonicenzen 2:7–8. “Want de verborgenheid der ongerechtigheid werkt reeds; alleen hij die haar nu weerhoudt, zal haar weerhouden, totdat hij uit de weg genomen wordt; en dan zal de wetteloze geopenbaard worden”, enz. En toen ik bij die tekst gekomen was, o, hoe helder en heerlijk verscheen de waarheid! Daar is het! dat is “het dagelijkse!” Welnu, wat bedoelt Paulus met “hij die nu weerhoudt”, of belemmert? Met “de mens der zonde” en “de wetteloze” wordt het pausdom bedoeld. Welnu, wat is het dat het pausdom verhindert geopenbaard te worden? Waarom, het is het heidendom; welnu dan, “het dagelijkse” moet het heidendom betekenen.’ William Miller, Apollos Hale, The Second Advent Manual, 65, 66.

Without an understanding that “the daily” in the book of Daniel was a symbol of paganism, Miller would have been hard pressed to develop the framework that he assembled his prophetic structure upon. “The daily” is found five times in the book of Daniel, and it is always followed by a symbol of papalism. The evidence that “the daily” in the book of Daniel is paganism is located in Paul’s letter to the Thessalonians. One of the most severe warnings in God’s Word is located there, for there Paul clearly states that those who do not love the truth will be sent strong delusion. The truth that was purposely located in Thessalonians was the identification of paganism’s connection with papalism, and to reject that truth is to guarantee that strong delusion will be the consequence of that rejection.

Zonder het inzicht dat „het gedurige” in het boek Daniël een symbool van het heidendom was, zou het voor Miller uiterst moeilijk zijn geweest het raamwerk te ontwikkelen waarop hij zijn profetische structuur bouwde. „Het gedurige” komt vijfmaal voor in het boek Daniël, en het wordt steeds gevolgd door een symbool van het pausdom. Het bewijs dat „het gedurige” in het boek Daniël het heidendom is, bevindt zich in Paulus’ brief aan de Thessalonicenzen. Daar bevindt zich een van de ernstigste waarschuwingen in Gods Woord, want daar verklaart Paulus duidelijk dat hun die de waarheid niet liefhebben, een krachtige dwaling gezonden zal worden. De waarheid die met opzet in Thessalonicenzen werd geplaatst, was de identificatie van de verbinding van het heidendom met het pausdom, en die waarheid te verwerpen is te waarborgen dat krachtige dwaling het gevolg van die verwerping zal zijn.

We will continue this subject in the next article.

Wij zullen dit onderwerp in het volgende artikel voortzetten.

Stay yourselves, and wonder; cry ye out, and cry: they are drunken, but not with wine; they stagger, but not with strong drink. For the Lord hath poured out upon you the spirit of deep sleep, and hath closed your eyes: the prophets and your rulers, the seers hath he covered. And the vision of all is become unto you as the words of a book that is sealed, which men deliver to one that is learned, saying, Read this, I pray thee: and he saith, I cannot; for it is sealed: And the book is delivered to him that is not learned, saying, Read this, I pray thee: and he saith, I am not learned. Wherefore the Lord said, Forasmuch as this people draw near me with their mouth, and with their lips do honour me, but have removed their heart far from me, and their fear toward me is taught by the precept of men: Therefore, behold, I will proceed to do a marvellous work among this people, even a marvellous work and a wonder: for the wisdom of their wise men shall perish, and the understanding of their prudent men shall be hid. Woe unto them that seek deep to hide their counsel from the Lord, and their works are in the dark, and they say, Who seeth us? and who knoweth us? Surely your turning of things upside down shall be esteemed as the potter’s clay: for shall the work say of him that made it, He made me not? or shall the thing framed say of him that framed it, He had no understanding? Isaiah 29:9–16.

Verstomt u en verbaast u; roept uit en schreeuwt: zij zijn dronken, maar niet van wijn; zij wankelen, maar niet van sterke drank. Want de HEERE heeft over u uitgestort een geest van diepe slaap, en Hij heeft uw ogen gesloten; de profeten en uw oversten, de zieners, heeft Hij bedekt. En het gezicht van dit alles is voor u geworden als de woorden van een verzegeld boek, dat men geeft aan iemand die geleerd is, met de woorden: Lees dit toch; en hij zegt: Ik kan niet, want het is verzegeld. En het boek wordt gegeven aan iemand die niet geleerd is, met de woorden: Lees dit toch; en hij zegt: Ik ben niet geleerd. Daarom zei de Heere: Omdat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en Mij eert met zijn lippen, maar zijn hart ver van Mij heeft verwijderd, en hun vreze voor Mij bestaat uit aangeleerde geboden van mensen, daarom, zie, Ik zal voortgaan wonderlijk te handelen onder dit volk, wonder op wonder; want de wijsheid van hun wijzen zal vergaan, en het verstand van hun verstandigen zal verborgen worden. Wee hun die diep graven om hun raad voor de HEERE te verbergen, en wier werken in de duisternis zijn, en die zeggen: Wie ziet ons? en wie kent ons? O, uw verdraaiing van zaken zal geacht worden als de klei van de pottenbakker; want zal het maaksel van hem die het gemaakt heeft zeggen: Hij heeft mij niet gemaakt? of zal het gevormde van hem die het gevormd heeft zeggen: Hij had geen verstand? Jesaja 29:9–16.