All the prophets speak of the end of the world, and all the prophecies meet and end in the book of Revelation. In the book of Revelation, the same line is taken up as in the book of Daniel, for they are the same book. All of these prophetic principles have been firmly recorded in the previous articles. In the book of Revelation, we are informed that just before probation closes there is a prophecy that has been sealed up that is unsealed. These articles have been setting forth the prophetic elements connected to the message in the book of Revelation that is now being unsealed. The message is not a singular prophetic truth, and every element of the message that is being unsealed falls into the category of the Revelation of Jesus Christ.

Alle profeten spreken over het einde van de wereld, en alle profetieën komen samen en eindigen in het boek Openbaring. In het boek Openbaring wordt dezelfde lijn voortgezet als in het boek Daniël, want zij zijn hetzelfde boek. Al deze profetische beginselen zijn in de voorgaande artikelen nauwkeurig vastgelegd. In het boek Openbaring wordt ons meegedeeld dat er vlak voordat de genadetijd sluit een profetie is geweest die verzegeld was en ontzegeld wordt. Deze artikelen hebben de profetische elementen uiteengezet die verbonden zijn met de boodschap in het boek Openbaring die thans wordt ontzegeld. De boodschap is niet één enkele profetische waarheid, en elk element van de boodschap dat wordt ontzegeld valt onder de categorie van de Openbaring van Jezus Christus.

The message is unsealed just before the close of probation, when the “time is at hand.” The books of Daniel and Revelation, in association with the commentary from the writings of the Spirit of Prophecy, are very specific concerning the process associated with the unsealing of a prophetic message. It is the Lion of the tribe of Judah who accomplishes the unsealing, and when he does so he employs a structured method for presenting the message. He receives the message from the Father, who is represented as holding the Bible as it is sealed with seven seals. The Lion of the tribe of Judah, who is also the root of David and the Lamb that was slain, takes the book from the Father and removes the seals.

De boodschap wordt ontzegeld vlak vóór het einde van de genadetijd, wanneer „de tijd nabij is”. De boeken Daniël en Openbaring zijn, in samenhang met het commentaar uit de geschriften van de Geest der Profetie, zeer specifiek ten aanzien van het proces dat met het ontzegelen van een profetische boodschap verbonden is. Het is de Leeuw uit de stam van Juda die het ontzegelen volbrengt, en wanneer Hij dit doet, hanteert Hij een gestructureerde methode om de boodschap te presenteren. Hij ontvangt de boodschap van de Vader, die wordt voorgesteld als Degene die de Bijbel vasthoudt zoals deze met zeven zegels verzegeld is. De Leeuw uit de stam van Juda, die ook de wortel van David is en het Lam dat geslacht is, neemt het boek uit de hand van de Vader en verbreekt de zegels.

Jesus then gives the message to Gabriel, who along with other angels conveys the message to a prophet who writes the message and sends it to the churches. When the time to unseal the prophetic message is at hand the opening of the prophetic message produces a three-step testing process, that tests those within the churches who are the target audience of the prophet’s writing, and based upon the individual response of those church members, they determine whether they are in one of two classes. Those that accept the increase of knowledge which is produced by the message that is unsealed are identified as the “wise,” and those who do not are identified by Daniel as the “wicked,” and by Matthew as the “foolish”.

Jezus geeft vervolgens de boodschap aan Gabriël, die samen met andere engelen de boodschap overbrengt aan een profeet die de boodschap opschrijft en haar naar de gemeenten zendt. Wanneer de tijd om de profetische boodschap te ontzegelen nabij is, brengt de opening van de profetische boodschap een beproevingsproces in drie stappen voort, dat hen binnen de gemeenten beproeft die de doelgroep zijn van het schrijven van de profeet; en op grond van de persoonlijke reactie van die gemeenteleden bepalen zij of zij tot een van twee klassen behoren. Degenen die de vermeerdering van kennis aanvaarden die door de ontzegelde boodschap wordt voortgebracht, worden aangeduid als de „wijzen”, en degenen die haar niet aanvaarden, worden door Daniël aangeduid als de „goddelozen” en door Mattheüs als de „dwazen”.

All of these factors connected with the unsealing of the final prophetic secret are addressed and emphasized in verse nine of Revelation seventeen, for it identifies an element of the Revelation of Jesus Christ that will test the two classes of worshippers. It does so by identifying that it is the “wise” that will understand the message that follows the warning flag of the verse.

Al deze factoren die verband houden met het verbreken van het laatste profetische zegel worden behandeld en beklemtoond in vers negen van Openbaring zeventien, want dit vers wijst op een element van de Openbaring van Jezus Christus dat de twee klassen van aanbidders op de proef zal stellen. Het doet dit door aan te geven dat het de „wijzen” zijn die de boodschap zullen verstaan die volgt op het waarschuwingssignaal van het vers.

And here is the mind which hath wisdom. The seven heads are seven mountains, on which the woman sitteth. And there are seven kings: five are fallen, and one is, and the other is not yet come; and when he cometh, he must continue a short space. And the beast that was, and is not, even he is the eighth, and is of the seven, and goeth into perdition. Revelation 17:9–11.

En hier is het verstand dat wijsheid heeft. De zeven hoofden zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. En het zijn zeven koningen: vijf zijn gevallen, en één is er, en de andere is nog niet gekomen; en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven. En het beest dat was en niet is, juist hij is de achtste, en is uit de zeven, en gaat ten verderve. Openbaring 17:9–11.

The “mind that has wisdom,” is the mind of the “wise.” The “wise” understand the increase of knowledge, and the increase of knowledge that is represented immediately after the prophetic marker, which identifies a truth that will be understood by the wise and rejected by the wicked, is the truth associated with the kingdoms of Bible prophecy set forth in the verses that follow. Those verses represent the last illustration of the kingdoms of Bible prophecy, and what is unsealed in the last days is that those eight kingdoms have also been represented in the first illustration of the kingdoms of Bible prophecy in Daniel chapter two.

Het „verstand dat wijsheid heeft” is het verstand van de „wijzen”. De „wijzen” begrijpen de toename van kennis, en de toename van kennis die onmiddellijk na het profetische merkteken wordt voorgesteld, dat een waarheid aanduidt die door de wijzen zal worden begrepen en door de goddelozen verworpen, is de waarheid die verband houdt met de koninkrijken van de Bijbelse profetie zoals uiteengezet in de verzen die volgen. Die verzen vormen de laatste illustratie van de koninkrijken van de Bijbelse profetie, en wat in de laatste dagen wordt ontzegeld, is dat die acht koninkrijken ook zijn voorgesteld in de eerste illustratie van de koninkrijken van de Bijbelse profetie in Daniël hoofdstuk twee.

The revelation of the truth upholds the limited view of the kingdoms of Bible prophecy that made up one of Miller’s jewels, but it shone ten times brighter, for it possesses much more truth than the Millerites understood from their limited point in history, and it represents a test as represented by the number “ten,” and by the warning beacon of the introductory warning of “here is the mind that has wisdom,” prophetically interpreted as, the following truth will test the churches that are sent the message that is unsealed just before the close of probation.

De openbaring van de waarheid handhaaft de beperkte opvatting van de koninkrijken der bijbelse profetie die een van Millers juwelen vormde, maar zij straalde tienmaal helderder, want zij bezit veel meer waarheid dan de Millerieten vanuit hun beperkte punt in de geschiedenis begrepen, en zij stelt een beproeving voor, zoals weergegeven door het getal „tien”, en door het waarschuwingsbaken van de inleidende waarschuwing „hier is het verstand dat wijsheid heeft”, profetisch uitgelegd als: de volgende waarheid zal de kerken beproeven waaraan de boodschap wordt gezonden die vlak vóór het sluiten van de genadetijd wordt ontsloten.

In Revelation seventeen John was carried into the wilderness of twelve hundred and sixty years of papal darkness. He was placed at the very end of that period in 1798, which is the identical history he was placed at in Revelation thirteen.

In Openbaring zeventien werd Johannes weggevoerd naar de woestijn van twaalfhonderdzestig jaar pauselijke duisternis. Hij werd geplaatst aan het uiterste einde van die periode, in 1798, wat precies dezelfde geschiedenis is waarin hij in Openbaring dertien werd geplaatst.

And I stood upon the sand of the sea, and saw a beast rise up out of the sea, having seven heads and ten horns, and upon his horns ten crowns, and upon his heads the name of blasphemy. Revelation 13:1.

En ik stond op het zand der zee en zag een beest opkomen uit de zee, met zeven koppen en tien horens; en op zijn horens tien kronen, en op zijn koppen de naam der godslastering. Openbaring 13:1.

The “sand of the sea” represents 1798, for it represents the historical vantage point where John was shown the papacy (the beast of the sea) in the past tense, and the United States (the beast of the earth) rising up, and ultimately speaking as a dragon at the soon-coming Sunday law. Then the earth beast forces the world to accept the “image of the beast,” that would speak and implement Sunday legislation upon the entire world.

Het „zand der zee” vertegenwoordigt 1798, want het vertegenwoordigt het historische gezichtspunt vanwaar Johannes het pausdom (het beest uit de zee) in de verleden tijd werd getoond, en de Verenigde Staten (het beest uit de aarde) zag opkomen, en uiteindelijk als een draak zag spreken bij de spoedig komende zondagswet. Vervolgens dwingt het beest uit de aarde de wereld het „beeld van het beest” te aanvaarden, dat zou spreken en zondagswetgeving over de gehele wereld ten uitvoer zou brengen.

“At the time when the Papacy, robbed of its strength, was forced to desist from persecution, John beheld a new power coming up to echo the dragon’s voice, and carry forward the same cruel and blasphemous work. This power, the last that is to wage war against the church and the law of God, is represented by a beast with lamblike horns. The beasts preceding it had risen from the sea; but this came up out of the earth, representing the peaceful rise of the nation which it symbolized—the United States.” Signs of the Times, February 8, 1910.

„In de tijd dat het pausdom, beroofd van zijn kracht, gedwongen werd van de vervolging af te zien, zag Johannes een nieuwe macht opkomen om de stem van de draak te doen weerklinken en hetzelfde wrede en godslasterlijke werk voort te zetten. Deze macht, de laatste die oorlog zal voeren tegen de kerk en de wet van God, wordt voorgesteld door een beest met lamachtige horens. De beesten die eraan voorafgingen, waren opgekomen uit de zee; maar dit kwam op uit de aarde, als voorstelling van de vreedzame opkomst van de natie die het symboliseerde — de Verenigde Staten.” Signs of the Times, 8 februari 1910.

John is taken to the same vantage point of history to receive the final presentation of the kingdoms of Bible prophecy in chapter seventeen. Standing at that vantage point the kingdoms are presented. He is first informed that the beast controls both church and state, for she is seated upon not only seven heads, but also seven mountains. The seating of the great whore is identifying that she is the one riding the beast, and the one who rides the beast is the one who controls the beast.

Johannes wordt in hoofdstuk zeventien naar hetzelfde uitkijkpunt in de geschiedenis gevoerd om de laatste voorstelling van de koninkrijken van de bijbelse profetie te ontvangen. Vanaf dat uitkijkpunt worden de koninkrijken gepresenteerd. Hem wordt eerst meegedeeld dat het beest zowel kerk als staat beheerst, want zij is gezeten op niet alleen zeven koppen, maar ook zeven bergen. Het gezeten zijn van de grote hoer duidt aan dat zij degene is die het beest berijdt, en degene die het beest berijdt, is degene die het beest beheerst.

And the woman which thou sawest is that great city, which reigneth over the kings of the earth. Revelation 17:18.

En de vrouw die gij gezien hebt, is die grote stad, die heerschappij voert over de koningen der aarde. Openbaring 17:18.

The word “reigneth” means to hold and to rule over. A rider rules over the beast by holding the reins. The papacy rules over seven heads and also over seven mountains. In Daniel chapter two, Daniel informs Nebuchadnezzar that he is the “head” of gold. In Isaiah chapter seven a “head” is also a king, a capitol or a kingdom.

Het woord „heerst” betekent vasthouden en regeren over. Een ruiter heerst over het beest door de teugels vast te houden. Het pausdom heerst over zeven koppen en ook over zeven bergen. In Daniël hoofdstuk twee deelt Daniël Nebukadnezar mee dat hij het „hoofd” van goud is. In Jesaja hoofdstuk zeven is een „hoofd” ook een koning, een hoofdstad of een koninkrijk.

For the head of Syria is Damascus, and the head of Damascus is Rezin; and within threescore and five years shall Ephraim be broken, that it be not a people. And the head of Ephraim is Samaria, and the head of Samaria is Remaliah’s son. If ye will not believe, surely ye shall not be established. Isaiah 7:7, 8.

Want het hoofd van Syrië is Damascus, en het hoofd van Damascus is Rezin; en binnen vijfenzestig jaar zal Efraïm verbrijzeld worden, zodat het geen volk meer zal zijn. En het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is de zoon van Remalia. Indien gij niet gelooft, voorwaar, dan zult gij niet bevestigd worden. Jesaja 7:7, 8.

The papacy, which is the woman riding the beast, rules over all the kings of the earth. Those kings are represented as “ten kings,” that are the dragon-power of the last days. They are the kings the whore of Tyre commits fornication with. Those “ten kings” have been forced to accept the authority of the papacy, but the premier king of those ten kings is the United States. The United States is therefore also represented by Ahab, the king of the ten northern kingdoms of Israel. The number “seven” represents “complete,” and when the papacy is portrayed as reigning over the kings of the earth, she is also reigning over the ten kings and she is seated upon the seven heads.

Het pausdom, dat de vrouw is die op het beest rijdt, heerst over alle koningen der aarde. Die koningen worden voorgesteld als „tien koningen”, die de drakenmacht van de laatste dagen vormen. Zij zijn de koningen met wie de hoer van Tyrus hoererij bedrijft. Die „tien koningen” zijn gedwongen het gezag van het pausdom te aanvaarden, maar de voornaamste koning onder die tien koningen is de Verenigde Staten. De Verenigde Staten worden daarom ook voorgesteld door Achab, de koning van de tien noordelijke koninkrijken van Israël. Het getal „zeven” staat voor „volledig”, en wanneer het pausdom wordt afgebeeld als regerend over de koningen der aarde, regeert het ook over de tien koningen en zit het op de zeven hoofden.

Here is the mind that has wisdom, for the wise of the last days employ the methodology of “line upon line,” and they recognize that each of the symbols of the statecraft that the whore rules over identify the same truth. She also rules over seven mountains, and the Millerites identified a “mountain” in Bible prophecy as a symbol of a kingdom, but they also identified that symbols have more than one meaning.

Hier is het verstand dat wijsheid heeft, want de wijzen van de laatste dagen hanteren de methode van „regel op regel”, en zij erkennen dat elk van de symbolen van het staatsbestel waarover de hoer heerst dezelfde waarheid aanduidt. Zij heerst ook over zeven bergen, en de Millerieten hebben in de Bijbelse profetie een „berg” aangeduid als een symbool van een koninkrijk, maar zij hebben ook vastgesteld dat symbolen meer dan één betekenis hebben.

Mountains are also a symbol of a church. The “glorious holy mountain” in the Scriptures represents God’s church.

Bergen zijn eveneens een symbool van een kerk. De „heerlijke heilige berg” in de Schrift vertegenwoordigt Gods kerk.

The word that Isaiah the son of Amoz saw concerning Judah and Jerusalem. And it shall come to pass in the last days, that the mountain of the Lord’s house shall be established in the top of the mountains, and shall be exalted above the hills; and all nations shall flow unto it. And many people shall go and say, Come ye, and let us go up to the mountain of the Lord, to the house of the God of Jacob; and he will teach us of his ways, and we will walk in his paths: for out of Zion shall go forth the law, and the word of the Lord from Jerusalem. Isaiah 2:1–3.

Het woord dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft aangaande Juda en Jeruzalem. En het zal geschieden in de laatste dagen, dat de berg van het huis des HEEREN gevestigd zal zijn op de top der bergen, en verheven zal zijn boven de heuvelen; en alle volken zullen daarheen toestromen. En vele natiën zullen heengaan en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEEREN, naar het huis van de God van Jakob; opdat Hij ons lere aangaande Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. Jesaja 2:1–3.

The “Lord’s house” is His church, and it is a “mountain.” The great whore is seated upon seven mountains, thus identifying that she rules over all the churches, just as she rules over all the kings. She has control over all the churches and all the states in all the world.

Het „huis des Heren” is Zijn kerk, en het is een „berg”. De grote hoer zit op zeven bergen; daarmee wordt aangeduid dat zij heerschappij voert over alle kerken, evenals zij heerst over alle koningen. Zij heeft zeggenschap over alle kerken en alle staten in de gehele wereld.

The vision that Isaiah is identifying that came to him “concerning Judah and Jerusalem,” that we just cited, continues on, and it is still the same passage in chapter four, and according to Isaiah it is the “same day” that people say, “Come ye, and let us go up to the mountain of the Lord, to the house of the God of Jacob.” In that same period of time “seven women” are identified.

Het visioen dat Jesaja aanduidt als tot hem gekomen „aangaande Juda en Jeruzalem”, dat wij zojuist hebben aangehaald, gaat verder, en het betreft nog steeds dezelfde passage in hoofdstuk vier, en volgens Jesaja is het die „zelfde dag” waarop de mensen zeggen: „Komt, en laat ons opgaan naar de berg des HEEREN, naar het huis van de God van Jakob.” In diezelfde tijdsperiode worden „zeven vrouwen” genoemd.

And in that day seven women shall take hold of one man, saying, We will eat our own bread, and wear our own apparel: only let us be called by thy name, to take away our reproach. In that day shall the branch of the Lord be beautiful and glorious, and the fruit of the earth shall be excellent and comely for them that are escaped of Israel. And it shall come to pass, that he that is left in Zion, and he that remaineth in Jerusalem, shall be called holy, even every one that is written among the living in Jerusalem: When the Lord shall have washed away the filth of the daughters of Zion, and shall have purged the blood of Jerusalem from the midst thereof by the spirit of judgment, and by the spirit of burning. And the Lord will create upon every dwelling place of mount Zion, and upon her assemblies, a cloud and smoke by day, and the shining of a flaming fire by night: for upon all the glory shall be a defence. And there shall be a tabernacle for a shadow in the daytime from the heat, and for a place of refuge, and for a covert from storm and from rain. Isaiah 4:1–6.

En te dien dage zullen zeven vrouwen één man aangrijpen en zeggen: Wij zullen ons eigen brood eten en onze eigen kleding dragen; laat ons slechts naar uw naam genoemd worden, neem onze smaad weg. Te dien dage zal de Spruit des HEEREN tot sieraad en tot heerlijkheid zijn, en de vrucht van het land tot voortreffelijkheid en tot luister voor hen die aan Israël ontkomen zijn. En het zal geschieden dat wie in Sion overgebleven is en wie in Jeruzalem is overgelaten, heilig genoemd zal worden, ieder die in Jeruzalem ten leven opgeschreven is: wanneer de Heere de onreinheid van de dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedschulden van Jeruzalem uit haar midden zal hebben weggedaan door de geest van oordeel en door de geest van verbranding. Dan zal de HEERE over elke woonplaats van de berg Sion en over haar samenkomsten een wolk scheppen bij dag en rook, en de glans van een vlammend vuur bij nacht; want over al de heerlijkheid zal een beschutting zijn. En er zal een hut zijn tot schaduw overdag tegen de hitte, en tot een toevlucht en tot een schuilplaats tegen onweder en tegen regen. Jesaja 4:1–6.

The “day” which is the subject of Isaiah’s vision is the “hour” of the great earthquake of Revelation chapter eleven. The wise that have accepted the admonition to “return” from the disappointment of July 18, 2020, and met the requirements of Leviticus twenty-six, and who have been brought together by Ezekiel’s first prophecy, are sealed when they accept Ezekiel’s second message of the four winds of Islam. They are then lifted up into heaven as an ensign, and God’s other children in Babylon begin to respond to the call to come out of Babylon, that begins at the earthquake, which is the soon-coming Sunday law. God’s other flock hear the message to come out of Babylon, and they proclaim, “Come ye, and let us go up to the mountain of the Lord, to the house of the God of Jacob.”

De „dag” die het onderwerp is van Jesaja’s visioen, is het „uur” van de grote aardbeving van Openbaring hoofdstuk elf. De wijzen die de vermaning hebben aanvaard om „terug te keren” van de teleurstelling van 18 juli 2020, en die hebben voldaan aan de vereisten van Leviticus zesentwintig, en die door Ezechiëls eerste profetie zijn samengebracht, worden verzegeld wanneer zij Ezechiëls tweede boodschap van de vier winden van de islam aanvaarden. Vervolgens worden zij als een banier ten hemel opgeheven, en Gods andere kinderen in Babylon beginnen gehoor te geven aan de oproep om uit Babylon te komen, die aanvangt bij de aardbeving, welke de spoedig komende zondagwet is. Gods andere kudde hoort de boodschap om uit Babylon te komen, en zij verkondigen: „Komt, en laat ons opgaan naar de berg des HEEREN, naar het huis van de God van Jakob.”

In that “hour” the great whore begins to sing her songs and commit fornication with the kings of the earth. Those who are not written in the Lamb’s book of life follow the whore, and their churches come under her authority. Those churches are represented by Isaiah as “seven women.” Those “seven women” are the “seven mountains” that the papacy shall rule over, as the United States forces the entire world to erect an image of the beast that will both speak and cause all to receive the mark of papal authority.

In dat „uur” begint de grote hoer haar liederen te zingen en hoererij te bedrijven met de koningen der aarde. Degenen wier namen niet geschreven staan in het boek des levens van het Lam volgen de hoer, en hun kerken komen onder haar gezag. Die kerken worden door Jesaja voorgesteld als „zeven vrouwen”. Die „zeven vrouwen” zijn de „zeven bergen” waarover het pausdom zal heersen, terwijl de Verenigde Staten de gehele wereld dwingen een beeld van het beest op te richten, dat zowel zal spreken als allen zal doen het merkteken van pauselijk gezag te ontvangen.

Those “seven women shall take hold of one man,” and that “man” is the “man” Paul identifies as “the man of sin.” In that testing period those who remain “in Jerusalem, shall be called holy, even every one that is written among the living in Jerusalem.” God’s people are those in the period of time whose names are written in the book of life, the book of the Lamb who was slain from the foundation of the world. The other class, who take hold of the “man of sin” are those in Revelation chapter thirteen that worship the man of sin.

Die „zeven vrouwen zullen één man aangrijpen”, en die „man” is de „man” die Paulus aanduidt als „de mens der zonde”. In die beproevingsperiode zullen zij die „in Jeruzalem overgebleven zijn, heilig genoemd worden, ja, ieder die onder de levenden in Jeruzalem opgeschreven is”. Gods volk zijn degenen in die tijdsperiode wier namen geschreven staan in het boek des levens, het boek van het Lam dat geslacht is van de grondlegging der wereld af. De andere klasse, die de „mens der zonde” aangrijpt, zijn degenen in Openbaring hoofdstuk dertien die de mens der zonde aanbidden.

And all that dwell upon the earth shall worship him, whose names are not written in the book of life of the Lamb slain from the foundation of the world. If any man have an ear, let him hear. Revelation 13:8, 9.

En allen die op de aarde wonen, zullen hem aanbidden, van wie de namen niet geschreven zijn in het boek des levens van het Lam, Dat geslacht is van de grondlegging der wereld af. Indien iemand een oor heeft, laat hij horen. Openbaring 13:8, 9.

The “hour” of the great earthquake, which is the Sunday law crisis, is the conclusion of the investigative judgment, and the judgment is based upon whether your name is found or not found entered within the book of life, thus in that time the two classes represented by the relation to the book of life is identifying the very closing scenes of judgment. Those who take hold of the “man of sin,” proclaim that they will “eat” their “own bread, and wear” their “own apparel,” but their primary desire is to “be called by thy name”.

Het „uur” van de grote aardbeving, dat de zondagswetcrisis is, vormt de afsluiting van het onderzoekend oordeel, en het oordeel is gegrond op de vraag of uw naam al dan niet ingeschreven wordt aangetroffen in het boek des levens; aldus duiden in die tijd de twee klassen, voorgesteld door hun verhouding tot het boek des levens, juist de allerlaatste taferelen van het oordeel aan. Degenen die de „mens der zonde” aangrijpen, verklaren dat zij hun „eigen brood” zullen „eten en” hun „eigen klederen” zullen „dragen”, maar hun voornaamste begeerte is „naar uw naam genoemd te worden”.

They will retain their own doctrinal statement of beliefs (eat their own bread), and retain their denominational profession (their own apparel), but accept the name of the “man of sin.” The name of the “man of sin,” is “catholic”, which means “universal”. Those who take hold of the “man of sin,” wish to become part of the “universal church”, which is the Catholic church. They desire that relationship in order to “take away” their “reproach.”

Zij zullen hun eigen leerstellige geloofsbelijdenis behouden (hun eigen brood eten) en hun kerkgenootschappelijke belijdenis handhaven (hun eigen kleding), maar de naam van de „mens der zonde” aannemen. De naam van de „mens der zonde” is „katholiek”, wat „universeel” betekent. Degenen die zich vastgrijpen aan de „mens der zonde”, wensen deel te worden van de „universele kerk”, namelijk de Katholieke Kerk. Zij verlangen naar die verhouding om hun „smaad” „weg te nemen”.

The “reproach” addresses two significant elements of the beast that reigns over all the churches and all the nations in the last days. In the “hour of the great earthquake” in Revelation eleven, “the third woe cometh quickly”. The “third woe” is Islam. In the “hour of the great earthquake” in Revelation eleven, the Seventh Trumpet sounds. The Seventh Trumpet is Islam. Islam strikes in the “hour of the great earthquake,” for all of the Trumpets are the prophetic tools God has employed in judgment upon forced Sunday worship throughout world history.

De „smaad” heeft betrekking op twee belangrijke elementen van het beest dat in de laatste dagen heerst over alle kerken en alle volken. In het „uur van de grote aardbeving” in Openbaring elf „komt het derde wee spoedig”. Het „derde wee” is de islam. In het „uur van de grote aardbeving” in Openbaring elf klinkt de Zevende Bazuin. De Zevende Bazuin is de islam. De islam slaat toe in het „uur van de grote aardbeving”, want alle Bazuinen zijn de profetische werktuigen die God in de wereldgeschiedenis heeft aangewend als oordeel over afgedwongen zondagaanbidding.

When the “national ruin” of the United States is brought about, at the soon-coming Sunday law, the “nations will be angry.” It is Islam that angers the nations in Bible prophecy, as represented by the first reference to Islam in the book of Genesis.

Wanneer de „nationale ondergang” van de Verenigde Staten teweeggebracht wordt, bij de spoedig komende zondagswet, „zullen de volken toornig worden”. Het is de islam die in de Bijbelse profetie de volken vertoornt, zoals voorgesteld door de eerste verwijzing naar de islam in het boek Genesis.

And the angel of the Lord said unto her, Behold, thou art with child, and shalt bear a son, and shalt call his name Ishmael; because the Lord hath heard thy affliction. And he will be a wild man; his hand will be against every man, and every man’s hand against him; and he shall dwell in the presence of all his brethren. Genesis 16:11, 12.

En de engel des Heren zeide tot haar: Zie, gij zijt zwanger en zult een zoon baren, en gij zult zijn naam Ismaël noemen; want de Here heeft uw verdrukking gehoord. En hij zal een wild mens zijn; zijn hand zal tegen ieder mens zijn, en ieders hand tegen hem; en hij zal wonen tegenover al zijn broeders. Genesis 16:11, 12.

The “reproach” of the last days is the religion of Islam. The churches and the nations of the world will come under the authority of the New World Order of a United Nations, which is ruled over by the Catholic church. The pope will be seated upon the one-world system, just as Constantine gave the papacy its seat in the year 330. The nations will determine that their ability to deal with the warfare being brought against mankind by Islam, can only be accomplished by a united effort, which will require a subjection to some moral authority, which the United States will insist is the Roman church. Just as Justinian gave the Catholic church its great authority in the year 533, history is repeated. The United States will force the world through its military might to obey, just as Clovis did for the Catholic church in the year 496. The history of verse two of Revelation thirteen will be repeated.

De „smaad” van de laatste dagen is de godsdienst van de islam. De kerken en de naties der wereld zullen onder het gezag komen van de Nieuwe Wereldorde van een Verenigde Naties, waarover de Katholieke Kerk heerst. De paus zal gezeten zijn op het ene-wereldsysteem, zoals Constantijn in het jaar 330 de pauselijke macht haar zetel gaf. De naties zullen vaststellen dat hun vermogen om het oorlogvoeren het hoofd te bieden dat door de islam tegen de mensheid wordt gevoerd, slechts tot stand kan komen door een verenigde inspanning, hetgeen onderwerping aan een moreel gezag zal vereisen, waarvan de Verenigde Staten erop zullen aandringen dat het de Roomse Kerk is. Zoals Justinianus in het jaar 533 de Katholieke Kerk haar grote gezag gaf, zo herhaalt de geschiedenis zich. De Verenigde Staten zullen de wereld door hun militaire macht dwingen te gehoorzamen, zoals Clovis in het jaar 496 voor de Katholieke Kerk deed. De geschiedenis van vers twee van Openbaring dertien zal zich herhalen.

And the beast which I saw was like unto a leopard, and his feet were as the feet of a bear, and his mouth as the mouth of a lion: and the dragon gave him his power, and his seat, and great authority. Revelation 13:2.

En het beest dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn voeten waren als de voeten van een beer, en zijn muil als de muil van een leeuw; en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht. Openbaring 13:2.

Once the image is set up, then the kings of the earth, who have been angered by the attacks of Islam, will recognize that the universal “reproach” against Islam that has been used to bring the worldwide image of the beast into existence, was not the “reproach” that the “man of sin” (Jezebel) was actually concerned with. Too late, the world will find out that Jezebel cares nothing about Islam, but that her heart desires to kill Elijah, as Herodias killed John the Baptist.

Zodra het beeld is opgericht, zullen de koningen der aarde, die door de aanvallen van de islam tot toorn zijn gebracht, erkennen dat de universele „smaad” tegen de islam die is gebruikt om het wereldwijde beeld van het beest tot stand te brengen, niet de „smaad” was waarover de „mens der zonde” (Izebel) daadwerkelijk bezorgd was. Te laat zal de wereld ontdekken dat Izebel zich in het geheel niets aantrekt van de islam, maar dat haar hart ernaar verlangt Elia te doden, zoals Herodias Johannes de Doper doodde.

The “mind which hath wisdom,” is the “mind of the wise,” and the “wise” are those who understand the “increase of knowledge” that is produced when the Lion of the tribe of Judah, unseals the Revelation of Jesus Christ, just before probation closes.

Het „verstand dat wijsheid heeft” is het „verstand der wijzen”, en de „wijzen” zijn degenen die de „toename van kennis” begrijpen die wordt voortgebracht wanneer de Leeuw uit de stam van Juda de Openbaring van Jezus Christus ontzegelt, vlak voordat de genadetijd sluit.

And he saith unto me, Seal not the sayings of the prophecy of this book: for the time is at hand. He that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still. Revelation 22:10, 11.

En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij. Wie onrecht doet, laat hem nog meer onrecht doen; en wie verontreinigd is, laat hem nog meer verontreinigd worden; en wie rechtvaardig is, laat hem nog meer gerechtvaardigd worden; en wie heilig is, laat hem nog meer geheiligd worden. Openbaring 22:10, 11.

The “seven heads are seven mountains, on which the woman sitteth,” represents the truth that the papacy will reign over both church and state. Symbols have more than one meaning, and the symbols are to be defined and understood by the context of the passage where the symbols are represented. The argument arises that the verse identifies that the heads are the mountains, so what would be the justification for identifying a distinction between the heads (statecraft) and the mountains (churchcraft)? The distinction is established in Daniel chapters seven and eight. In chapter seven both pagan Rome and papal Rome are identified as “diverse,” from the beasts that preceded them.

De „zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit”, stelt de waarheid voor dat het pausdom zowel over kerk als over staat zal heersen. Symbolen hebben meer dan één betekenis, en de symbolen moeten worden bepaald en verstaan vanuit de context van de passage waarin zij worden voorgesteld. Het argument wordt aangevoerd dat het vers aanduidt dat de koppen de bergen zijn; wat zou dan de rechtvaardiging zijn om een onderscheid te maken tussen de koppen (staatskunde) en de bergen (kerkelijke macht)? Het onderscheid wordt vastgesteld in Daniël hoofdstukken zeven en acht. In hoofdstuk zeven worden zowel het heidense Rome als het pauselijke Rome aangeduid als „anders” dan de beesten die eraan voorafgingen.

When chapter seven is brought upon chapter eight (line upon line), we find in chapter eight the little horn of Rome, oscillating between man, woman, man, woman. One symbol (the little horn) that represents two powers. In those chapters, a horn is a kingdom, and a kingdom is also a head. In chapter eight, the little horn represents two kingdoms, the fourth and fifth kingdom of Bible prophecy. The little horn symbolically represents two kingdoms, and the two kingdoms it represents are kingdoms that identify the union of statecraft and churchcraft. The seven heads, which are also seven mountains, represent two kingdoms, and the one kingdom is churchcraft and the other is statecraft.

Wanneer hoofdstuk zeven naast hoofdstuk acht wordt gelegd (regel op regel), vinden wij in hoofdstuk acht de kleine hoorn van Rome, schommelend tussen man, vrouw, man, vrouw. Eén symbool (de kleine hoorn) dat twee machten voorstelt. In die hoofdstukken is een hoorn een koninkrijk, en een koninkrijk is ook een hoofd. In hoofdstuk acht vertegenwoordigt de kleine hoorn twee koninkrijken, het vierde en vijfde koninkrijk van de Bijbelse profetie. De kleine hoorn stelt symbolisch twee koninkrijken voor, en de twee koninkrijken die zij vertegenwoordigt, zijn koninkrijken die de vereniging van staatskunde en kerkkunde aanduiden. De zeven hoofden, die ook zeven bergen zijn, vertegenwoordigen twee koninkrijken, en het ene koninkrijk is kerkkunde en het andere is staatskunde.

In Daniel chapter two, there is another witness to this prophetic symbolism, for there the last kingdom, which the Millerites understood to be the fourth kingdom of Rome, is represented by iron and clay. The iron and clay are combined, though in reality iron does not combine with clay. Yet when Sister White comments upon the “iron and clay,” she identifies it as a symbol of churchcraft and statecraft, as is represented by chapter eight’s little horn, and the Revelation seventeen heads that are also mountains.

In Daniël hoofdstuk twee is er nog een getuige van deze profetische symboliek, want daar wordt het laatste koninkrijk, dat de Millerieten verstonden als het vierde koninkrijk van Rome, voorgesteld door ijzer en leem. Het ijzer en het leem zijn samengevoegd, hoewel ijzer zich in werkelijkheid niet met leem vermengt. Toch, wanneer zuster White commentaar geeft op het “ijzer en leem”, duidt zij dit aan als een symbool van kerkelijke en staatskundige macht, zoals wordt voorgesteld door de kleine hoorn van hoofdstuk acht en de hoofden van Openbaring zeventien, die ook bergen zijn.

“We have come to a time when God’s sacred work is represented by the feet of the image in which the iron was mixed with the miry clay. God has a people, a chosen people, whose discernment must be sanctified, who must not become unholy by laying upon the foundation wood, hay, and stubble. Every soul who is loyal to the commandments of God will see that the distinguishing feature of our faith is the seventh-day Sabbath. If the government would honor the Sabbath as God has commanded, it would stand in the strength of God and in defense of the faith once delivered to the saints. But statesmen will uphold the spurious sabbath, and will mingle their religious faith with the observance of this child of the papacy, placing it above the Sabbath which the Lord has sanctified and blessed, setting it apart for man to keep holy, as a sign between Him and His people to a thousand generations. The mingling of churchcraft and statecraft is represented by the iron and the clay. This union is weakening all the power of the churches. This investing the church with the power of the state will bring evil results. Men have almost passed the point of God’s forbearance. They have invested their strength in politics, and have united with the papacy. But the time will come when God will punish those who have made void His law, and their evil work will recoil upon themselves.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 4, 1168, 1169.

‘Wij zijn gekomen in een tijd waarin Gods heilige werk wordt voorgesteld door de voeten van het beeld, waarin het ijzer vermengd was met het leem. God heeft een volk, een uitverkoren volk, welks onderscheidingsvermogen geheiligd moet zijn, dat zich niet onheilig mag maken door op het fundament hout, hooi en stoppelen te leggen. Iedere ziel die trouw is aan de geboden van God zal inzien dat het onderscheidende kenmerk van ons geloof de sabbat van de zevende dag is. Indien de overheid de sabbat zou eren zoals God heeft geboden, zou zij staan in de kracht van God en ter verdediging van het geloof dat eenmaal de heiligen is overgeleverd. Maar staatslieden zullen de onechte sabbat handhaven en hun godsdienstig geloof vermengen met de viering van dit kind van het pausdom, door die te verheffen boven de sabbat die de Heere heeft geheiligd en gezegend en afgezonderd opdat de mens die heilig zou houden, als een teken tussen Hem en Zijn volk tot in duizend geslachten. De vermenging van kerkpolitiek en staatkunde wordt voorgesteld door het ijzer en het leem. Deze vereniging verzwakt alle kracht van de kerken. Dit bekleden van de kerk met de macht van de staat zal kwade gevolgen met zich brengen. De mensen zijn bijna het punt van Gods verdraagzaamheid voorbijgegaan. Zij hebben hun kracht geïnvesteerd in de politiek en zich verenigd met het pausdom. Maar de tijd zal komen dat God hen zal straffen die Zijn wet krachteloos hebben gemaakt, en hun boze werk zal op henzelf terugvallen.’ The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 4, 1168, 1169.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“In the scene representing the work of Christ for us, and the determined accusation of Satan against us, Joshua stands as the high priest, and makes request in behalf of God’s commandment-keeping people. At the same time Satan represents the people of God as great sinners, and presents before God the list of sins he has tempted them to commit through their lifetime, and urges that because of their transgressions, they be given into his hands to destroy. He urges that they should not be protected by ministering angels against the confederacy of evil. He is full of anger because he cannot bind the people of God into bundles with the world, to render to him complete allegiance. Kings and rulers and governors have placed upon themselves the brand of antichrist, and are represented as the dragon who goes to make war with the saints—with those who keep the commandments of God and who have the faith of Jesus. In their enmity against the people of God, they show themselves guilty also of the choice of Barabbas instead of Christ.

„In het tafereel dat het werk van Christus voor ons en Satans vastberaden aanklacht tegen ons voorstelt, staat Jozua als de hogepriester en doet hij voorbede ten behoeve van Gods gebodenhoudende volk. Tegelijkertijd stelt Satan het volk van God voor als grote zondaars en legt hij God de lijst van zonden voor waartoe hij hen gedurende hun leven heeft verleid, en dringt hij erop aan dat zij vanwege hun overtredingen in zijn handen worden overgegeven om hen te verderven. Hij dringt erop aan dat zij niet door dienende engelen worden beschermd tegen de samenzwering van het kwaad. Hij is vervuld van toorn omdat hij het volk van God niet samen met de wereld in bundels kan binden, om het tot volledige trouw aan hem te brengen. Koningen en heersers en stadhouders hebben het merkteken van de antichrist op zich genomen en worden voorgesteld als de draak die uittrekt om oorlog te voeren tegen de heiligen — tegen hen die de geboden van God bewaren en het geloof van Jezus hebben. In hun vijandschap tegen het volk van God tonen zij zich ook schuldig aan de keuze van Barabbas in plaats van Christus.״

“God has a controversy with the world. When the judgment shall sit, and the books shall be opened, He has an awful account to settle, which would now make the world fear and tremble were men not blinded and bewitched by satanic delusions and deceptions. God will call the world to account for the death of His only-begotten Son, whom to all intents and purposes the world has crucified afresh, and put to open shame in the persecution of His people. The world has rejected Christ in the person of His saints, has refused His messages in the refusal of the messages of prophets, apostles, and messengers. They have rejected those who have been colaborers with Christ, and for this they will have to render an account.” Testimonies to Ministers, 38, 39.

‘God heeft een twistgeding met de wereld. Wanneer het gericht zitting zal houden en de boeken geopend zullen worden, heeft Hij een ontzagwekkende rekening te vereffenen, waarvoor de wereld thans zou vrezen en beven, indien de mensen niet verblind en behekst waren door satanische misleidingen en bedriegerijen. God zal de wereld ter verantwoording roepen voor de dood van Zijn eniggeboren Zoon, Die de wereld in alle wezenlijke opzichten opnieuw heeft gekruisigd en openlijk te schande gemaakt in de vervolging van Zijn volk. De wereld heeft Christus verworpen in de persoon van Zijn heiligen; zij heeft Zijn boodschappen geweigerd door de boodschappen van profeten, apostelen en boodschappers te verwerpen. Zij hebben hen verworpen die medearbeiders met Christus zijn geweest, en daarvoor zullen zij rekenschap moeten afleggen.’ Testimonies to Ministers, 38, 39.