The books of Daniel and Revelation complement each other, meaning together they are perfected.

De boeken Daniël en Openbaring vullen elkaar aan; dat wil zeggen dat zij tezamen tot volmaaktheid worden gebracht.

“In the Revelation all the books of the Bible meet and end. Here is the complement of the book of Daniel.” Acts of the Apostles, 585.

“In de Openbaring komen alle boeken van de Bijbel samen en vinden zij hun voltooiing. Hier bevindt zich de aanvulling op het boek Daniël.” Handelingen van de Apostelen, 585.

The kingdoms of Bible prophecy are to be the student of prophecy’s focus, for it is there that the external history of the latter days is primarily set forth.

De koninkrijken van de Bijbelse profetie moeten het aandachtspunt van de student der profetie zijn, want daarin wordt voornamelijk de uiterlijke geschiedenis van de laatste dagen uiteengezet.

“Far better is it to learn, in the light of God’s word, the causes that govern the rise and fall of kingdoms. Let the youth study these records, and see how the true prosperity of nations has been bound up with an acceptance of the divine principles. Let him study the history of the great reformatory movements, and see how often these principles, though despised and hated, their advocates brought to the dungeon and the scaffold, have through these very sacrifices triumphed.” Education, 238.

„Veel beter is het, in het licht van Gods woord, de oorzaken te leren kennen die de opkomst en ondergang van koninkrijken beheersen. Laat de jeugd deze verslagen bestuderen en zien hoe de ware voorspoed van de volken verbonden is geweest met de aanvaarding van de goddelijke beginselen. Laat haar de geschiedenis van de grote hervormingsbewegingen bestuderen en zien hoe vaak deze beginselen, hoewel veracht en gehaat en hun voorstanders naar de kerker en het schavot gebracht, juist door deze offers hebben gezegevierd.” Education, 238.

Sacred histories, whether it is the “great reformatory movements,” or the “rise and fall of kingdoms;” sacred histories are a life-or-death proposition in God’s Word. Paul recorded in 2 Thessalonians chapter two that those that do not love the truth, and who thereafter receive strong delusion; do so because they chose to reject the message Paul identified in the passage. The passage identifies the relationship of pagan Rome with papal Rome, which is also the relationship of Pergamos and Thyatira and is also the relationship of iron and clay, as well as, the relationship of the dragon with the beast. The rise of papal Rome represented by Thyatira and the fall of pagan Rome as represented by Pergamos is a truth that those who receive strong delusion hate.

Heilige geschiedenissen, hetzij de „grote hervormingsbewegingen”, hetzij de „opkomst en val van koninkrijken”; heilige geschiedenissen zijn in Gods Woord een zaak van leven of dood. Paulus heeft in 2 Thessalonicenzen hoofdstuk twee opgetekend dat zij die de waarheid niet liefhebben en daarna een krachtige dwaling ontvangen, dit doen omdat zij ervoor kozen de boodschap te verwerpen die Paulus in die passage aanduidde. De passage wijst op de verhouding van het heidense Rome tot het pauselijke Rome, die tevens de verhouding is van Pergamus en Thyatira, en ook de verhouding van ijzer en leem, evenals de verhouding van de draak tot het pausdom. De opkomst van het pauselijke Rome, voorgesteld door Thyatira, en de val van het heidense Rome, voorgesteld door Pergamus, is een waarheid die zij haten die een krachtige dwaling ontvangen.

In the Millerite history the argument between the Millerites and the Protestants that made its way onto the 1843 pioneer chart was over what historical power was represented as the “robbers of thy people” in verse fourteen of Daniel eleven. Were the robbers the rising of pagan Rome as the Millerites contended, or was it the fall of the Seleucids as the Protestants claimed?

In de Milleritische geschiedenis ging het geschil tussen de Millerieten en de protestanten, dat zijn weg vond naar de pionierskaart van 1843, over de vraag welke historische macht in vers veertien van Daniël elf werd voorgesteld als de „geweldenaars van uw volk”. Waren die geweldenaars de opkomst van het heidense Rome, zoals de Millerieten betoogden, of was het de val van de Seleuciden, zoals de protestanten beweerden?

“Every nation that has come upon the stage of action has been permitted to occupy its place on the earth, that it might be seen whether it would fulfill the purpose of ‘the Watcher and the Holy One.’ Prophecy has traced the rise and fall of the world’s great empires—Babylon, Medo-Persia, Greece, and Rome. With each of these, as with nations of less power, history repeated itself. Each had its period of test, each failed, its glory faded, its power departed, and its place was occupied by another....

“Ieder volk dat op het toneel van de geschiedenis is verschenen, heeft de gelegenheid gekregen zijn plaats op aarde in te nemen, opdat zichtbaar zou worden of het het voornemen van ‘de Wachter en de Heilige’ zou vervullen. De profetie heeft de opkomst en ondergang van de grote wereldrijken gevolgd — Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome. Met elk van deze, evenals met volken van geringere macht, heeft de geschiedenis zich herhaald. Elk had zijn tijd van beproeving, elk faalde, zijn glorie verging, zijn macht week, en zijn plaats werd door een ander ingenomen....”

From the rise and fall of nations as made plain in the pages of Holy Writ, they need to learn how worthless is mere outward and worldly glory. Babylon, with all its power and its magnificence, the like of which our world has never since beheld,—power and magnificence which to the people of that day seemed so stable and enduring,--how completely has it passed away! As ‘the flower of the grass’ it has perished. So perishes all that has not God for its foundation. Only that which is bound up with His purpose and expresses His character can endure. His principles are the only steadfast things our world knows.” Education, 177, 184.

“Uit de opkomst en ondergang van volken, zoals die duidelijk worden geopenbaard op de bladzijden van de Heilige Schrift, dienen zij te leren hoe waardeloos louter uiterlijke en wereldse glorie is. Babel, met al zijn macht en zijn pracht, zoals onze wereld sindsdien nooit meer heeft aanschouwd,—macht en pracht die voor de mensen van die dagen zo vast en blijvend schenen,—hoe volkomen is het voorbijgegaan! Als ‘de bloem van het gras’ is het vergaan. Zo vergaat alles wat God niet tot grondslag heeft. Alleen datgene wat verbonden is met Zijn voornemen en Zijn karakter tot uitdrukking brengt, kan standhouden. Zijn beginselen zijn de enige vaste dingen die onze wereld kent.” Education, 177, 184.

Biblical history is the vision that Solomon said to lack, is to perish. The Millerites recognized and proclaimed the one hundred and fifty years represented as “five months” in Revelation chapter nine, verses five and ten, but they did not dredge deeply the history represented in chapter nine of Revelation. They correctly identified verse ten’s five months, but evidently thought that because verses five and ten both contain the expression “five months,” that it simply represented an emphasis upon the prophecy of torment represented in both verses. It is now easily demonstrated that when verse five represents “five months” it represents one hundred and fifty years that began at the death of Mohammed in 632, and ended in 782 with the humiliation of Empress Irene of the Byzantine, or eastern Roman empire.

De bijbelse geschiedenis is het visioen waarvan Salomo zei dat, waar het ontbreekt, men te gronde gaat. De Millerieten onderkenden en verkondigden de honderd vijftig jaren die in Openbaring hoofdstuk negen, verzen vijf en tien, als „vijf maanden” worden voorgesteld, maar zij hebben de geschiedenis die in hoofdstuk negen van Openbaring wordt weergegeven niet diepgaand onderzocht. Zij identificeerden terecht de vijf maanden van vers tien, maar meenden kennelijk dat, omdat zowel vers vijf als vers tien beide de uitdrukking „vijf maanden” bevatten, deze eenvoudigweg een nadruk vormde op de profetie van kwelling die in beide verzen wordt voorgesteld. Thans kan gemakkelijk worden aangetoond dat, wanneer vers vijf „vijf maanden” voorstelt, dit honderdvijftig jaren voorstelt die begonnen bij de dood van Mohammed in 632 en eindigden in 782 met de vernedering van keizerin Irene van het Byzantijnse, of Oost-Romeinse, rijk.

The pioneers were correct in their application of verse ten as the battle of Nicomedia on July 27, 1299 as the starting of one hundred and fifty years that concluded with the humiliation of the last Constantine to reign in Constantinople on July 27, 1449. Line upon line a period of one hundred and fifty years identifies worldwide Islam, as represented by both first woes Islam of Arabia and the second woes Islam of Turkey. The Islam that humiliated both emperor and the empress together identifies worldwide Islam conquering a kingdom that consists of a woman, represented by Irene and a man represented by Constantine the last.

De pioniers hadden gelijk in hun toepassing van vers tien op de slag bij Nicomedia op 27 juli 1299 als het begin van honderd vijftig jaar, die eindigden met de vernedering van de laatste Constantijn die in Constantinopel regeerde op 27 juli 1449. Regel op regel identificeert een periode van honderd vijftig jaar de wereldwijde islam, zoals voorgesteld door zowel de eerste weeën, de islam van Arabië, als de tweede weeën, de islam van Turkije. De islam die zowel de keizer als de keizerin tezamen vernederde, identificeert de wereldwijde islam als de verovering van een koninkrijk dat bestaat uit een vrouw, voorgesteld door Irene, en een man, voorgesteld door Constantijn de laatste.

In the one hundred and fifty years that ends with the humiliation of Irene, Islam of Arabia takes control of the area or territory of Byzantine, leaving Irene in such a humiliated position that she was forced to pay tribute for three years, among other exactions. When the humiliation of Constantine the last took place, it marked the beginning of a four-year period that ends with a siege and the overthrow of the capital of eastern Rome. In both cases it was Islam, Arabian Islam for Irene and Turkish Islam for Constantine the last. In the latter days worldwide Islam as represented by the two witnesses of Arabian and Turkish Islam set forth in the first and second woes; will first take the territory, and then the capital. The latter-day political entity represented by eastern Rome’s Constantine is symbolically married to the latter-day religious entity represented by eastern Rome’s Irene. I use the term political and religious entity to address that the symbol of the image of the beast occurs first in the United States and then in the world. The image of the beast is the symbolic marriage of Constantine and Irene, who are both humiliated by losing their territory and capital to Islam.

In de honderdvijftig jaren die eindigen met de vernedering van Irene, krijgt de islam van Arabië de heerschappij over het gebied of grondgebied van Byzantium, waardoor Irene in zulk een vernederde positie achterblijft dat zij gedwongen werd gedurende drie jaar schatting te betalen, naast andere opgelegde heffingen. Toen de vernedering van Constantijn de laatste plaatsvond, markeerde dit het begin van een periode van vier jaar die eindigt met een belegering en de omverwerping van de hoofdstad van het oostelijke Rome. In beide gevallen was het de islam: Arabische islam voor Irene en Turkse islam voor Constantijn de laatste. In de laatste dagen zal de wereldwijde islam, vertegenwoordigd door de twee getuigen van de Arabische en Turkse islam, zoals uiteengezet in de eerste en tweede wee; eerst het grondgebied innemen, en vervolgens de hoofdstad. De politieke entiteit van de laatste dagen, vertegenwoordigd door het Constantijn van het oostelijke Rome, is symbolisch gehuwd met de religieuze entiteit van de laatste dagen, vertegenwoordigd door het Irene van het oostelijke Rome. Ik gebruik de term politieke en religieuze entiteit om aan te geven dat het symbool van het beeld van het beest eerst in de Verenigde Staten en vervolgens in de wereld voorkomt. Het beeld van het beest is het symbolische huwelijk van Constantijn en Irene, die beiden vernederd worden doordat zij hun grondgebied en hoofdstad aan de islam verliezen.

Their marriage is identified by aligning the two histories, and it was typified by the marriage between Constantia and Licinius in 313 when the Edict of Milan was put in place, and the symbolic church of Smyrna ended and the symbolic church of Pergamos began. Those who Paul identifies as receiving strong delusion refuse to see Paul’s warning message that includes a falling away, before the man of sin is revealed. The falling away takes place in the history of Pergamos, and the man of sin was revealed in 538, when the church of Thyatira began.

Hun huwelijk wordt vastgesteld door de twee geschiedenissen met elkaar in overeenstemming te brengen, en het werd voorafgebeeld door het huwelijk tussen Constantia en Licinius in 313, toen het Edict van Milaan werd ingesteld, en de symbolische gemeente van Smyrna eindigde en de symbolische gemeente van Pergamus begon. Degenen die Paulus aanduidt als degenen die een krachtige dwaling ontvangen, weigeren de waarschuwende boodschap van Paulus te zien, die een afval omvat voordat de mens der zonde geopenbaard wordt. De afval vindt plaats in de geschiedenis van Pergamus, en de mens der zonde werd in 538 geopenbaard; toen begon de gemeente van Thyatira.

Let no man deceive you by any means: for that day shall not come, except there come a falling away first, and that man of sin be revealed, the son of perdition; Who opposeth and exalteth himself above all that is called God, or that is worshipped; so that he as God sitteth in the temple of God, shewing himself that he is God. 2 Thessalonians 2:3, 4.

Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden; want die dag komt niet, tenzij eerst de afval gekomen is en de mens der zonde geopenbaard is, de zoon des verderfs; die zich verzet en zich verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God zit en zichzelf vertoont dat hij God is. 2 Thessalonicenzen 2:3, 4.

The history of eastern Rome provides two witnesses to the prophetic truth that is also represented in the symbolic relationship of eastern Rome with western Rome. In that relationship western Rome is the church and eastern Rome is the state. Rome is a combination of church and state as represented as iron and clay in Daniel chapter two.

De geschiedenis van het oostelijke Rome levert twee getuigenissen voor de profetische waarheid die eveneens wordt voorgesteld in de symbolische verhouding van het oostelijke Rome tot het westelijke Rome. In die verhouding is het westelijke Rome de kerk en het oostelijke Rome de staat. Rome is een combinatie van kerk en staat, voorgesteld als ijzer en leem in Daniël hoofdstuk twee.

A reason that it can be seen convincingly that in the latter days worldwide Islam comes against a power represented as a combination of church and state, taking its territory and capital is sustained by two other witnesses from the sacred history of Revelation nine. Osman conquered the territory of Nicomedia on July 27, 1299, and he then conquered the territory of Nicaea two years later in 1301. His son conquered the capital city of Nicaea in 1331, and the same son conquered the capital city of Nicomedia in a four-year siege that ended in 1337. The pioneers marked July 27, 1299 with Osman, but never looked at the next battle, the battle of Nicaea as the historical second step to establishing the Ottoman Empire. July 27, 1299 was the first step of several steps to reach the Sunday law. The first two steps of Turkish Islam identified the beginning of a prophecy that ended in 1449, then again in 1840, then again at 9/11 and then again on December 31, 2023.

Een reden waarom overtuigend kan worden vastgesteld dat in de laatste dagen de wereldwijde islam optrekt tegen een macht die wordt voorgesteld als een combinatie van kerk en staat, waarbij zij haar grondgebied en hoofdstad inneemt, wordt ondersteund door twee andere getuigen uit de heilige geschiedenis van Openbaring negen. Osman veroverde het grondgebied van Nicomedia op 27 juli 1299, en vervolgens veroverde hij twee jaar later, in 1301, het grondgebied van Nicea. Zijn zoon veroverde in 1331 de hoofdstad Nicea, en diezelfde zoon veroverde de hoofdstad Nicomedia in een vierjarig beleg dat eindigde in 1337. De pioniers markeerden 27 juli 1299 met Osman, maar zagen nooit naar de volgende slag, de slag om Nicea, als de historische tweede stap in de vestiging van het Ottomaanse Rijk. 27 juli 1299 was de eerste stap van verscheidene stappen om de zondagwet te bereiken. De eerste twee stappen van de Turkse islam identificeerden het begin van een profetie die eindigde in 1449, vervolgens opnieuw in 1840, vervolgens opnieuw op 11 september en vervolgens opnieuw op 31 december 2023.

The first of those two steps marked not only the beginning of one hundred and fifty years, but also it marked the beginning of thirty-eight years. It began with Osman taking the territory of Nicomedia, and it ended thirty-eight years later when Osman’s son took the capital city of Nicomedia at the end of a four-year siege in 1337. The number thirty-eight represents “rising up,” and the initial step of Osman taking the territory marked the rising up of Turkish Islam. In that first step of thirty-eight years, a “four years” siege marks the conclusion. At the last step of the one hundred and fifty years, the humiliation is delivered and four years later in 1453, the capital of eastern Rome is taken.

De eerste van die twee stappen markeerde niet alleen het begin van honderdvijftig jaar, maar markeerde ook het begin van achtendertig jaar. Zij begon met Osman die het gebied van Nicomedië innam, en zij eindigde achtendertig jaar later, toen Osmans zoon de hoofdstad van Nicomedië innam aan het einde van een belegering van vier jaar, in 1337. Het getal achtendertig vertegenwoordigt „oprijzen”, en de eerste stap, waarin Osman het gebied innam, markeerde het oprijzen van de Turkse islam. In die eerste stap van achtendertig jaar markeert een belegering van „vier jaar” de afsluiting. Bij de laatste stap van de honderdvijftig jaar wordt de vernedering voltrokken, en vier jaar later, in 1453, wordt de hoofdstad van Oost-Rome ingenomen.

Whether it was the Ottoman Turks in 1453, or Osman’s son taking both Nicomedia in 1337 and Nicaea in 1331, in all three instances, each capital city had served at some point in history as the capital of eastern Rome. All three lines are identifying the conquering of eastern Rome. Each of those three lines identifies Islam conquering first the territory and thereafter the capital of eastern Rome. The name of all three capitals is the same as the name of the territory. Each of the three lines have distinct alpha and omega historical figures. While identifying a church state relationship with the humiliation by Islam of both emperor and empress, the prophetic humiliation ties their lines together with western Rome, that was also humiliated by Constantine the Great when he chose Constantinople over the city of Rome in 330. Western Rome’s final humiliation came in 476 with the final emperor, and continued to decline rapidly from there on.

Of het nu de Ottomaanse Turken waren in 1453, of Osmans zoon die zowel Nicomedia in 1337 als Nicaea in 1331 innam, in alle drie de gevallen had elke hoofdstad op enig moment in de geschiedenis gediend als de hoofdstad van het oostelijke Rome. Alle drie de lijnen duiden op de verovering van het oostelijke Rome. Elk van die drie lijnen duidt erop dat de islam eerst het grondgebied en daarna de hoofdstad van het oostelijke Rome veroverde. De naam van alle drie de hoofdsteden is dezelfde als de naam van het grondgebied. Elk van de drie lijnen heeft onderscheiden historische alfa- en omegafiguren. Terwijl zij een relatie tussen kerk en staat aanwijzen met de vernedering door de islam van zowel keizer als keizerin, verbindt de profetische vernedering hun lijnen met het westelijke Rome, dat eveneens werd vernederd door Constantijn de Grote toen hij in 330 Constantinopel verkoos boven de stad Rome. De uiteindelijke vernedering van het westelijke Rome kwam in 476 met de laatste keizer, en vanaf dat moment bleef het snel verder in verval raken.

Western Rome in relation to eastern Rome was the church, the east was the state. Humiliation at the beginning in 330, then humiliation in 476, and then in 782 and then again in 1449. A line of humiliation beginning with the division of a kingdom, followed in 476 by the humiliation of losing the emperor, and therefore empire, only to be followed by Islam bringing humiliation first to the territory of the east in 782 and then to the capital of the east in 1453.

Westelijk Rome was, in verhouding tot oostelijk Rome, de kerk; het oosten was de staat. Vernedering in het begin in 330, vervolgens vernedering in 476, en daarna in 782 en vervolgens opnieuw in 1449. Een lijn van vernedering die begint met de verdeling van een koninkrijk, gevolgd in 476 door de vernedering van het verlies van de keizer, en derhalve van het rijk, om vervolgens gevolgd te worden door de islam, die eerst vernedering bracht over het grondgebied van het oosten in 782 en daarna over de hoofdstad van het oosten in 1453.

Islam of Bible prophecy brings to light the line of both eastern and western Rome, and the light that Islam is producing today is in agreement with, but far beyond what the foundational light of Islam was for the Millerite pioneers. The testing time that began in 2024 with who is ‘the robbers of thy people who establish the vision’ was the alpha of the testing period, and now at the end of the testing period light from the subject of Islam of Revelation chapter nine adds witnesses of western and eastern Rome that were never evaluated until these current latter days.

De islam van de Bijbelprofetie brengt de lijn van zowel het oostelijke als het westelijke Rome aan het licht, en het licht dat de islam heden voortbrengt, stemt overeen met, maar reikt veel verder dan, wat het fundamentele licht over de islam voor de Milleritische pioniers was. De beproevingstijd die in 2024 begon met wie „de geweldenaars van uw volk zijn, die het gezicht bevestigen”, was de alfa van de beproevingsperiode, en nu, aan het einde van de beproevingsperiode, voegt licht uit het onderwerp van de islam van Openbaring hoofdstuk negen getuigenissen toe van het westelijke en het oostelijke Rome die tot deze huidige laatste dagen nooit zijn onderzocht.

The prophetic lines of Islam represented in chapters nine through eleven bring together the lines of history located in verses ten through sixteen of Daniel eleven by providing testimonies which connect with lines already under discussion in these articles. But within the prophetic illustration of the rise of Islam is the rise of both the movement of the Millerites and the movement of the one hundred and forty-four thousand. Two four-year periods placed firmly within and as part of the time prophecies of Revelation nine provide witness to the four years of 1840 unto 1844. In 1844 prophetic time is no longer, so the symbolic four-year period is defined by its prophetic characteristics, not time. The first four-year period identifies Islam conquering Nicomedia, the former eastern Roman capital in 1337, thirty-eight years after his father conquered the territory. The second four years identifies the humiliation of eastern Romes political and religious rulers in 1449, brought about by Islam and the third four years identifies a glorious manifestation of the power of God when the angel who lightened the earth with his glory descended on August 11, 1840.

De profetische lijnen van de islam, weergegeven in hoofdstukken negen tot en met elf, brengen de geschiedenislijnen die zich bevinden in Daniël elf, verzen tien tot en met zestien, samen, door getuigenissen te verschaffen die aansluiten bij lijnen die in deze artikelen reeds worden besproken. Maar binnen de profetische illustratie van de opkomst van de islam bevindt zich tevens de opkomst van zowel de beweging van de Millerieten als de beweging van de honderdvierenveertigduizend. Twee perioden van vier jaar, vast verankerd binnen en als onderdeel van de tijdsprofetieën van Openbaring negen, leveren getuigenis van de vier jaren van 1840 tot 1844. In 1844 is profetische tijd er niet langer, zodat de symbolische periode van vier jaar wordt bepaald door haar profetische kenmerken, niet door tijd. De eerste periode van vier jaar duidt op de verovering van Nicomedia, de voormalige oostelijke Romeinse hoofdstad, door de islam in 1337, achtendertig jaar nadat zijn vader het gebied had veroverd. De tweede periode van vier jaar duidt op de vernedering van de politieke en religieuze heersers van het oostelijke Rome in 1449, teweeggebracht door de islam, en de derde periode van vier jaar duidt op een heerlijke openbaring van de kracht van God, toen de engel die de aarde verlichtte met zijn heerlijkheid op 11 augustus 1840 nederdaalde.

The Millerite history of the first and second angel aligns with the history of the third angel during the sealing of the one hundred and forty-four thousand. That final sealing work is the blotting out of sin, it is the combination of Divinity with humanity and it takes place during a warfare that is being brought by Islam.

De Milleritische geschiedenis van de eerste en tweede engel stemt overeen met de geschiedenis van de derde engel tijdens de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend. Dat laatste verzegelingswerk is het uitdelgen van de zonde; het is de vereniging van de goddelijkheid met de menselijkheid en het vindt plaats tijdens een oorlogvoering die door de islam wordt teweeggebracht.

And he opened the bottomless pit; and there arose a smoke out of the pit, as the smoke of a great furnace; and the sun and the air were darkened by reason of the smoke of the pit. And there came out of the smoke locusts upon the earth: and unto them was given power, as the scorpions of the earth have power. And it was commanded them that they should not hurt the grass of the earth, neither any green thing, neither any tree; but only those men which have not the seal of God in their foreheads. Revelation 9:2–4.

En hij opende de bodemloze put; en er steeg rook op uit de put, als de rook van een grote oven; en de zon en de lucht werden verduisterd vanwege de rook van de put. En uit de rook kwamen sprinkhanen voort over de aarde; en hun werd macht gegeven, zoals de schorpioenen der aarde macht hebben. En hun werd bevolen dat zij het gras der aarde niet zouden beschadigen, noch enig groen gewas, noch enige boom; maar alleen die mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofden hebben. Openbaring 9:2–4.

The perfect fulfillment of every prophecy is in the last days, so this passage is identifying the sealing of the one hundred and forty-four thousand. The prophecy of Islam in Revelation nine provides the historical key to bring the most complete illustration of the power that establishes the vision together in the history that culminated on August 11, 1840, when Islam was restrained. From that point the testimony of Revelation nine extended into chapter ten and the history of the first and second angels. Then in chapter eleven the third woe arrives suddenly at the Sunday law, which is when the loud cry of the third angel begins. Chapter nine is the key of Islam in organizing the rise and fall of kingdoms set forth in Daniel and the Revelation. Chapters ten and eleven identify the experience of the one hundred and forty-four thousand wise virgins. Chapter nine identifies the symbol that establishes the external vision and chapters ten and eleven identify the internal vision associated with following the Lamb into the Most Holy Place.

De volmaakte vervulling van elke profetie ligt in de laatste dagen, dus deze passage duidt de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend aan. De profetie over de islam in Openbaring negen verschaft de historische sleutel om de meest volledige illustratie van de macht die het visioen bevestigt, samen te brengen in de geschiedenis die culmineerde op 11 augustus 1840, toen de islam werd beteugeld. Vanaf dat punt strekte het getuigenis van Openbaring negen zich uit tot in hoofdstuk tien en de geschiedenis van de eerste en de tweede engel. Vervolgens komt in hoofdstuk elf het derde wee plotseling bij de zondagswet, wanneer de luide roep van de derde engel begint. Hoofdstuk negen is de sleutel van de islam bij het ordenen van de opkomst en ondergang van koninkrijken zoals uiteengezet in Daniël en de Openbaring. Hoofdstukken tien en elf duiden de ervaring van de honderd vierenveertigduizend wijze maagden aan. Hoofdstuk negen duidt het symbool aan dat het uitwendige visioen bevestigt, en hoofdstukken tien en elf duiden het inwendige visioen aan dat verbonden is met het volgen van het Lam in het Allerheiligste.

Revelation chapter ten opens with Christ as the mighty angel that descends with a little book open. That event was fulfilled on August 11, 1840 at the conclusion of the prophecy of Revelation nine that identifies three hundred and ninety-one years and fifteen days. Revelation ten identifies the history onward until the message became bitter in John’s stomach on October 22, 1844. The four years of 1840 to 1844 begin with the arrival of the first angel and end with the arrival of the third angel. Those four years that followed after the fulfillment of August 11, 1840 were typified by four years from July 27, 1449 unto 1453 at the beginning of the three hundred and ninety-one years and fifteen days. Both those four-year periods align with the four years of the siege of Nicomedia from 1333 unto 1337. Symbolically eastern Rome was conquered by Islam three times. First was at the siege of Nicaea in 1331, then the four-year siege of Nicomedia in 1337 and then the siege of Constantinople in 1453.

Openbaring hoofdstuk tien opent met Christus als de machtige engel die neerdaalt met een geopend boekje. Die gebeurtenis werd vervuld op 11 augustus 1840, bij de afsluiting van de profetie van Openbaring negen, die driehonderd eenennegentig jaar en vijftien dagen aanduidt. Openbaring tien beschrijft de daaropvolgende geschiedenis totdat de boodschap bitter werd in de maag van Johannes op 22 oktober 1844. De vier jaren van 1840 tot 1844 beginnen met de komst van de eerste engel en eindigen met de komst van de derde engel. Die vier jaren die volgden op de vervulling van 11 augustus 1840 werden voorafgebeeld door vier jaren van 27 juli 1449 tot 1453, aan het begin van de driehonderd eenennegentig jaren en vijftien dagen. Beide perioden van vier jaar stemmen overeen met de vier jaren van het beleg van Nicomedia van 1333 tot 1337. Symbolisch werd Oost-Rome driemaal door de islam veroverd. De eerste keer was bij het beleg van Nicea in 1331, vervolgens bij het vierjarige beleg van Nicomedia in 1337, en daarna bij het beleg van Constantinopel in 1453.

Diocletian legally divided Rome into east and west in 293, and Constantine prophetically divided Rome into east and west in 330. In 395, upon the death of the emperor Theodosius I, the empire was formerly and permanently divided as he bequeathed the east and the west to his two sons. The Catholic church divided into east and west in 1054 at the “great schism.” The division was gradual as was the demise that followed. The division remains to this very day. Within fifty years from that date, the western church in Rome began roughly two hundred years of crusades against Islam. Western Rome fell when it lost its last emperor in 476. Eastern Rome fell in 1453. Papal Rome fell in 1798. Pagan Rome divided unto east and west in 293, 330 and 395. Papal Rome divided unto east and west in 1054. Sister White identifies the rise and fall of kingdoms as a primary point of reference in the study of God’s Word.

Diocletianus verdeelde Rome wettelijk in oost en west in 393, en Constantijn verdeelde Rome profetisch in oost en west in 330. In 395, bij de dood van keizer Theodosius I, werd het rijk formeel en blijvend verdeeld, toen hij het oosten en het westen naliet aan zijn twee zonen. De Katholieke kerk werd in 1054 verdeeld in oost en west bij het „grote schisma”. De verdeeldheid voltrok zich geleidelijk, evenals de ondergang die erop volgde. Die verdeeldheid bestaat voort tot op deze dag. Binnen vijftig jaar na die datum begon de westerse kerk in Rome aan ongeveer tweehonderd jaar van kruistochten tegen de islam. West-Rome viel toen het in 476 zijn laatste keizer verloor. Oost-Rome viel in 1453. Pauselijk Rome viel in 1798. Heidens Rome werd verdeeld in oost en west in 393, 330 en 395. Pauselijk Rome werd verdeeld in oost en west in 1054. Zuster White wijst op de opkomst en ondergang van koninkrijken als een primair referentiepunt in de studie van Gods Woord.

The kingdoms that are brought out into the light of history from chapter nine of Revelation strengthen the argument that it is Rome that establishes the vision. The prophetic connection between Islam and the one hundred and forty-four thousand is evidence the message of the midnight cry, that was typified by Christ riding into Jerusalem on an ass is represented by a time prophecy that began in the time of the first woe, continued on in the second part of the prophecy in the second woe, and reached its fulfillment in the four-year history where the Millerite movement of the first and second angels began with the fulfillment of that very prophecy. The prophecy began with the symbol of “thirty-eight and two years” (1299 and 1301) years marking the rise of Islam and it concluded with the symbol of “thirty-eight and two years” (1838 and 1840) marking the rise of the Millerites.

De koninkrijken die vanuit hoofdstuk negen van Openbaring in het licht van de geschiedenis worden gebracht, versterken het betoog dat het Rome is dat het visioen bevestigt. De profetische verbinding tussen de islam en de honderd vierenveertigduizend is het bewijs dat de boodschap van de middernachtsroep, die werd getypeerd door Christus’ intocht in Jeruzalem op een ezel, wordt voorgesteld door een tijdsprofetie die begon in de tijd van het eerste wee, in het tweede deel van de profetie voortging in het tweede wee, en haar vervulling bereikte in de vierjarige geschiedenis waarin de Milleritische beweging van de eerste en de tweede engel begon met de vervulling van juist die profetie. De profetie begon met het symbool van „achtendertig en twee jaar” (1299 en 1301) jaren, waarmee de opkomst van de islam werd gemarkeerd, en zij eindigde met het symbool van „achtendertig en twee jaar” (1838 en 1840), waarmee de opkomst van de Millerieten werd gemarkeerd.

In 1844, at the conclusion of the Millerites four-year period that had been typified by the siege of 1333 unto 1337, and 1449 unto the siege of 1453 prophetic time was no longer to be applied. The lifting up of the ensign of the one hundred and forty-four thousand is directly connected with the prophecy where Islam is lifted up.

In 1844, aan het einde van de vierjarige periode van de Millerieten die was voorafgeschaduwd door de belegering van 1333 tot 1337, en van 1449 tot de belegering van 1453, mocht profetische tijd niet langer worden toegepast. Het oprichten van het vaandel van de honderd vierenveertigduizend houdt rechtstreeks verband met de profetie waarin de islam wordt opgericht.

Judah, thou art he whom thy brethren shall praise: thy hand shall be in the neck of thine enemies; thy father’s children shall bow down before thee. Judah is a lion’s whelp: from the prey, my son, thou art gone up: he stooped down, he couched as a lion, and as an old lion; who shall rouse him up? The sceptre shall not depart from Judah, nor a lawgiver from between his feet, until Shiloh come; and unto him shall the gathering of the people be. Binding his foal unto the vine, and his ass’s colt unto the choice vine; he washed his garments in wine, and his clothes in the blood of grapes: His eyes shall be red with wine, and his teeth white with milk. Genesis 49:8–12.

Juda, gij zijt het, u zullen uw broeders loven; uw hand zal zijn op de nek uwer vijanden; de zonen van uw vader zullen zich voor u neerbuigen. Juda is een leeuwenwelp; van den roof zijt gij opgekomen, mijn zoon; hij kromde zich, hij legde zich neder als een leeuw en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt; en Hem zullen de volken gehoorzaam zijn. Hij bindt zijn veulen aan den wijnstok, en het jong van zijn ezelin aan den edelen wijnstok; hij wast zijn kleed in wijn en zijn gewaad in druivenbloed. Zijn ogen zijn rood van wijn, en zijn tanden wit van melk. Genesis 49:8–12.

The one hundred and forty-four thousand perfectly reflect the character of Christ, and Christ is among other symbolic representations, “the choice vine.” Ishmael is identified as a “wild” man in Genesis 16:12.

De honderdvierenveertigduizend weerspiegelen volmaakt het karakter van Christus, en Christus is, naast andere symbolische voorstellingen, „de uitgelezen wijnstok”. Ismaël wordt in Genesis 16:12 aangeduid als een „wilde” man.

And he will be a wild man; his hand will be against every man, and every man's hand against him; and he shall dwell in the presence of all his brethren.

En hij zal een wilde man zijn; zijn hand zal tegen ieder mens zijn, en de hand van ieder mens tegen hem; en hij zal wonen in de tegenwoordigheid van al zijn broeders.

The word translated as “wild” is the wild Arabian ass. Christ’s representatives in the latter days ride upon the message of the wild Arabian ass, the ass that Christ rode into Jerusalem, the ass that finally spoke after Balaam struck him the third time. The message that empowered the first angel’s message in 1840 did not see a relevant and important one-hundred-and-fifty-year prophecy in the very prophetic history where the message that empowered the movement was located. They did not see two four-year periods in that very same time prophecy that typified the history of 1840 unto 1844. The Lion of the tribe of Judah is now opening up light from the “old paths” that has never been seen before, and it is light that is in agreement with that light that has been opening up since December 31, 2023. It removes any doubts on whether it is Islam that strikes Nashville. The light illuminates the symbol of Rome, thus becoming an omega statement to the alpha controversy in 2024 about the robbers of thy people, and it is also the omega symbol of the argument over the very same symbol in Millerite history. It identifies that Islam of the time prophecies of Revelation nine is the external message during the internal history of the sealing time of the one hundred and forty-four thousand. We have been teaching this fact for some time, but it can now be demonstrated upon one line that begins in Revelation nine and ends in Revelation eleven. The third four-year period connected with Islam’s time prophecy that was fulfilled in 1840 unto 1844, illustrates the sealing time of the one hundred and forty-four thousand. By the great earthquake of Revelation eleven the one hundred and forty-four thousand are lifted up as an ensign.

Het woord dat als „wild” is vertaald, is de wilde Arabische ezel. Christus’ vertegenwoordigers in de laatste dagen rijden op de boodschap van de wilde Arabische ezel, de ezel waarop Christus Jeruzalem binnenreed, de ezel die uiteindelijk sprak nadat Bileam hem voor de derde maal had geslagen. De boodschap die in 1840 de boodschap van de eerste engel bekrachtigde, zag geen relevante en belangrijke honderdvijftigjarige profetie in juist die profetische geschiedenis waarin de boodschap die de beweging bekrachtigde, zich bevond. Zij zagen geen twee perioden van vier jaar in diezelfde tijdsprofetie die de geschiedenis van 1840 tot 1844 typeerden. De Leeuw uit de stam van Juda ontvouwt nu licht uit de „oude paden” dat nooit eerder is gezien, en het is licht dat in overeenstemming is met dat licht dat zich sinds 31 december 2023 heeft ontsloten. Het neemt alle twijfel weg of het de islam is die Nashville treft. Het licht verheldert het symbool van Rome en wordt aldus een omega-uitspraak ten aanzien van de alfa-controverse in 2024 over de rovers van uw volk, en het is tevens het omega-symbool van het betoog over datzelfde symbool in de Milleritische geschiedenis. Het identificeert dat de islam van de tijdsprofetieën van Openbaring negen de uitwendige boodschap is gedurende de inwendige geschiedenis van de verzegelingstijd van de honderdvierenveertigduizend. Wij onderwijzen dit feit reeds enige tijd, maar het kan nu op één lijn worden aangetoond die begint in Openbaring negen en eindigt in Openbaring elf. De derde periode van vier jaar, verbonden met de tijdsprofetie van de islam die van 1840 tot 1844 werd vervuld, illustreert de verzegelingstijd van de honderdvierenveertigduizend. Door de grote aardbeving van Openbaring elf worden de honderdvierenveertigduizend opgericht als een banier.

In Ezekiel thirty-seven the raising up of God’s people as an army is a two-step process that had been typified by the creation of Adam. First Adam was formed of the clay, then Christ breathed into him the breath of life. In Ezekiel the first prophecy forms the dead bodies, but they are still dead. Then the four winds are breathed upon the bodies and they rise up as a mighty army. The number thirty-eight and forty represent those two steps.

In Ezechiël zevenendertig is het doen opstaan van Gods volk als een leger een proces in twee stappen dat was voorafgebeeld door de schepping van Adam. Eerst werd Adam uit het stof gevormd, daarna blies Christus hem de levensadem in. In Ezechiël vormt de eerste profetie de dode lichamen, maar zij zijn nog steeds dood. Vervolgens wordt op de vier winden geprofeteerd, en zij worden over de lichamen geblazen, waarna deze opstaan als een machtig leger. De getallen achtendertig en veertig vertegenwoordigen die twee stappen.

We will continue these things in the next article.

Wij zullen deze dingen in het volgende artikel voortzetten.

After this there was a feast of the Jews; and Jesus went up to Jerusalem. Now there is at Jerusalem by the sheep market a pool, which is called in the Hebrew tongue Bethesda, having five porches. In these lay a great multitude of impotent folk, of blind, halt, withered, waiting for the moving of the water. For an angel went down at a certain season into the pool, and troubled the water: whosoever then first after the troubling of the water stepped in was made whole of whatsoever disease he had. And a certain man was there, which had an infirmity thirty and eight years. When Jesus saw him lie, and knew that he had been now a long time in that case, he saith unto him, Wilt thou be made whole? The impotent man answered him, Sir, I have no man, when the water is troubled, to put me into the pool: but while I am coming, another steppeth down before me. Jesus saith unto him, Rise, take up thy bed, and walk. And immediately the man was made whole, and took up his bed, and walked: and on the same day was the sabbath. John 5:1–9.

Hierna was er een feest van de Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem. Nu is er te Jeruzalem, bij de Schaapspoort, een badwater, in het Hebreeuws Bethesda genaamd, met vijf zuilengangen. Daarin lag een grote menigte kranken, blinden, kreupelen en verschrompelden, wachtende op de beroering van het water. Want een engel daalde op zekere tijden neer in het badwater en bracht het water in beroering; wie dan het eerst, na de beroering van het water, erin afdaalde, werd gezond, welke ziekte hij ook had. En er was daar een man die reeds achtendertig jaar aan een kwaal leed. Toen Jezus hem zag liggen, en wist dat hij al lange tijd in die toestand verkeerde, zei Hij tot hem: Wilt gij gezond worden? De kranke antwoordde Hem: Heer, ik heb niemand om mij in het badwater te werpen wanneer het water beroerd wordt; maar terwijl ik kom, daalt een ander vóór mij af. Jezus zei tot hem: Sta op, neem uw bed op en wandel. En terstond werd de man gezond, nam zijn bed op en wandelde; en het was sabbat op die dag. Johannes 5:1–9.

Now rise up, said I, and get you over the brook Zered. And we went over the brook Zered. And the space in which we came from Kadeshbarnea, until we were come over the brook Zered, was thirty and eight years; until all the generation of the men of war were wasted out from among the host, as the Lord sware unto them. Deuteronomy 2:13, 14.

Sta nu op, zei ik, en trek over de beek Zered. Toen trokken wij over de beek Zered. En de tijd waarin wij van Kades-Barnea kwamen, totdat wij over de beek Zered waren getrokken, was achtendertig jaar; totdat heel het geslacht der krijgslieden uit het midden van het leger was omgekomen, zoals de HEERE hun gezworen had. Deuteronomium 2:13, 14.