In the passage from Testimonies¸ volume five, which we have been considering for a few articles now; we are informed of the vision of the temple given to Ezekiel, Isaiah and John:

In de passage uit Testimonies, deel vijf, die wij nu gedurende enkele artikelen hebben besproken, worden wij onderricht aangaande het visioen van de tempel dat aan Ezechiël, Jesaja en Johannes werd gegeven:

“These lessons are for our benefit. We need to stay our faith upon God, for there is just before us a time that will try men’s souls. Christ, upon the Mount of Olives, rehearsed the fearful judgments that were to precede His second coming: ‘Ye shall hear of wars and rumors of wars.’ ‘Nation shall rise against nation, and kingdom against kingdom: and there shall be famines, and pestilences, and earthquakes, in divers places. All these are the beginning of sorrows.’ While these prophecies received a partial fulfillment at the destruction of Jerusalem, they have a more direct application to the last days.”

“Deze lessen zijn tot ons nut. Wij moeten ons geloof op God vestigen, want er ligt vlak vóór ons een tijd die de zielen van de mensen op de proef zal stellen. Christus heeft op de Olijfberg de ontzagwekkende oordelen uiteengezet die aan Zijn tweede komst zouden voorafgaan: ‘En gij zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen.’ ‘Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn, en pestilentiën, en aardbevingen in verscheidene plaatsen. Doch al die dingen zijn nog maar een beginsel der smarten.’ Hoewel deze profetieën een gedeeltelijke vervulling ontvingen bij de verwoesting van Jeruzalem, hebben zij een meer rechtstreekse toepassing op de laatste dagen.”

The Ninth of Av

De Negende van Av

Tisha B’Av, which means “the Ninth of Av” in Hebrew is the Jewish day that commemorates the destruction of both the First Temple by the Babylonians in 586 BC and the Second Temple by Titus in the year 70. Both destruction's occurred on the same calendar date—the 9th day of the Hebrew month of Av (usually falling in July or August on the Gregorian calendar). When Sister White aligns the destruction of Jerusalem to the “time that will try men’s souls” in the last days, she is identifying two destructions which both illustrate the soon-coming Sunday law.

Tisja Be’Av, wat in het Hebreeuws „de negende van Av” betekent, is de Joodse dag waarop de verwoesting wordt herdacht van zowel de Eerste Tempel door de Babyloniërs in 586 v.Chr. als de Tweede Tempel door Titus in het jaar 70. Beide verwoestingen vonden plaats op dezelfde kalenderdatum — de 9e dag van de Hebreeuwse maand Av (die op de Gregoriaanse kalender gewoonlijk in juli of augustus valt). Wanneer zuster White de verwoesting van Jeruzalem verbindt met de „tijd die de zielen der mensen zal beproeven” in de laatste dagen, duidt zij twee verwoestingen aan die beide de spoedig komende zondagswet illustreren.

Verse sixteen of Daniel eleven represents that Sunday law, and aligns with verse forty-one. In Ezekiel the destruction of Jerusalem is used to illustrate the separation of the wise and foolish virgins at the Sunday law. Ezekiel was a captive in Babylon when he was miraculously transported to Jerusalem to view that very separation in chapter eight through eleven.

Vers zestien van Daniël elf stelt die zondagwet voor en komt overeen met vers eenenveertig. In Ezechiël wordt de verwoesting van Jeruzalem gebruikt om de scheiding tussen de wijze en de dwaze maagden bij de zondagwet te illustreren. Ezechiël was een gevangene in Babylon toen hij op wonderbare wijze naar Jeruzalem werd overgebracht om juist die scheiding in hoofdstuk acht tot en met elf te aanschouwen.

And it came to pass in the sixth year, in the sixth month, in the fifth day of the month, as I sat in mine house, and the elders of Judah sat before me, that the hand of the Lord God fell there upon me. Then I beheld, and lo a likeness as the appearance of fire: from the appearance of his loins even downward, fire; and from his loins even upward, as the appearance of brightness, as the colour of amber. And he put forth the form of an hand, and took me by a lock of mine head; and the spirit lifted me up between the earth and the heaven, and brought me in the visions of God to Jerusalem, to the door of the inner gate that looketh toward the north; where was the seat of the image of jealousy, which provoketh to jealousy. Ezekiel 8:1–3.

En het geschiedde in het zesde jaar, in de zesde maand, op de vijfde dag van de maand, terwijl ik in mijn huis zat en de oudsten van Juda vóór mij zaten, dat daar de hand van de Here HEERE op mij viel. Toen zag ik, en zie, een gedaante, als de aanblik van vuur: van de aanblik van Zijn lendenen neerwaarts vuur, en van Zijn lendenen opwaarts als de aanblik van een glans, als de kleur van barnsteen. En Hij strekte de vorm van een hand uit en greep mij bij een lok van mijn hoofd; en de Geest hief mij op tussen de aarde en de hemel en bracht mij in gezichten Gods naar Jeruzalem, naar de ingang van de binnenste poort die naar het noorden ziet, waar de zetel was van het beeld der naijver, dat tot naijver verwekt. Ezechiël 8:1–3.

The four chapters of eight through eleven are a description of the separation, and Sister White, when commenting on Ezekiel nine identifies not only that it was the same sealing as Revelation chapter seven, but that Jerusalem represents the Laodicean Seventh-day Adventist church in the latter days.

De vier hoofdstukken, acht tot en met elf, vormen een beschrijving van de scheiding, en Zuster White identificeert, wanneer zij commentaar geeft op Ezechiël negen, niet alleen dat het dezelfde verzegeling was als in Openbaring hoofdstuk zeven, maar ook dat Jeruzalem in de laatste dagen de Laodiceaanse Kerk van de Zevende-dags Adventisten vertegenwoordigt.

“The class who do not feel grieved over their own spiritual declension, nor mourn over the sins of others, will be left without the seal of God. The Lord commissions His messengers, the men with slaughtering weapons in their hands: ‘Go ye after him through the city, and smite: let not your eye spare, neither have ye pity: slay utterly old and young, both maids, and little children, and women: but come not near any man upon whom is the mark; and begin at My sanctuary. Then they began at the ancient men which were before the house.’

“De klasse die geen droefheid gevoelt over haar eigen geestelijke afval, noch treurt over de zonden van anderen, zal zonder het zegel van God worden gelaten. De Heere geeft Zijn boodschappers, de mannen met de slachtwapenen in hun handen, de opdracht: ‘Gaat gij hem achterna door de stad, en slaat: uw oog spare niet, noch ontfermt u: doodt alles weg, ouden en jongen, zowel maagden als kleine kinderen en vrouwen; maar nadert tot niemand op wie het merkteken is; en begint bij Mijn heiligdom. Toen begonnen zij bij de oude mannen die vóór het huis waren.’”

Here we see that the church—the Lord’s sanctuary—was the first to feel the stroke of the wrath of God. The ancient men, those to whom God had given great light and who had stood as guardians of the spiritual interests of the people, had betrayed their trust. They had taken the position that we need not look for miracles and the marked manifestation of God’s power as in former days. Times have changed. These words strengthen their unbelief, and they say: The Lord will not do good, neither will He do evil. He is too merciful to visit His people in judgment. Thus ‘Peace and safety’ is the cry from men who will never again lift up their voice like a trumpet to show God’s people their transgressions and the house of Jacob their sins. These dumb dogs that would not bark are the ones who feel the just vengeance of an offended God. Men, maidens, and little children all perish together.

“Hier zien wij dat de gemeente—het heiligdom des Heren—de eerste was die de slag van de toorn Gods voelde. De oude mannen, aan wie God groot licht had gegeven en die als wachters over de geestelijke belangen van het volk hadden gestaan, hadden hun vertrouwen beschaamd. Zij hadden het standpunt ingenomen dat wij niet behoeven uit te zien naar wonderen en de duidelijke openbaring van Gods macht zoals in vroegere dagen. De tijden zijn veranderd. Deze woorden sterken hun ongeloof, en zij zeggen: De Here zal geen goed doen en Hij zal geen kwaad doen. Hij is te barmhartig om Zijn volk met oordeel te bezoeken. Zo is ‘Vrede en veiligheid’ de roep van mannen die nooit meer hun stem als een bazuin zullen verheffen om Gods volk zijn overtredingen en het huis van Jakob zijn zonden te tonen. Deze stomme honden, die niet wilden blaffen, zijn degenen die de rechtvaardige wraak van een vertoornd God ondergaan. Mannen, jonge vrouwen en kleine kinderen komen allen tezamen om.”

“The abominations for which the faithful ones were sighing and crying were all that could be discerned by finite eyes, but by far the worst sins, those which provoked the jealousy of the pure and holy God, were unrevealed. The great Searcher of hearts knoweth every sin committed in secret by the workers of iniquity. These persons come to feel secure in their deceptions and, because of His long-suffering, say that the Lord seeth not, and then act as though He had forsaken the earth. But He will detect their hypocrisy and will open before others those sins which they were so careful to hide.

„De gruwelen waarover de getrouwen zuchtten en weenden, waren al wat door eindige ogen kon worden onderscheiden; maar verreweg de ergste zonden, die de na-ijver van de reine en heilige God opwekten, bleven verborgen. De grote Doorzoeker der harten kent elke zonde die in het verborgene wordt bedreven door de werkers der ongerechtigheid. Deze personen gaan zich veilig voelen in hun bedrog en zeggen, vanwege Zijn lankmoedigheid, dat de Heere niet ziet, en handelen vervolgens alsof Hij de aarde had verlaten. Maar Hij zal hun huichelarij aan het licht brengen en voor anderen die zonden openbaren die zij met zoveel zorg verborgen hielden.

“No superiority of rank, dignity, or worldly wisdom, no position in sacred office, will preserve men from sacrificing principle when left to their own deceitful hearts. Those who have been regarded as worthy and righteous prove to be ring-leaders in apostasy and examples in indifference and in the abuse of God’s mercies. Their wicked course He will tolerate no longer, and in His wrath He deals with them without mercy.

“Geen superioriteit in rang, waardigheid of wereldse wijsheid, geen positie in een heilig ambt, zal mensen ervoor behoeden beginsel op te offeren wanneer zij aan hun eigen bedrieglijke harten worden overgelaten. Zij die als waardig en rechtvaardig zijn beschouwd, blijken de aanvoerders in de afval te zijn en voorbeelden van onverschilligheid en van misbruik van Gods barmhartigheden. Hun goddeloze weg zal Hij niet langer dulden, en in Zijn toorn handelt Hij met hen zonder barmhartigheid.

“It is with reluctance that the Lord withdraws His presence from those who have been blessed with great light and who have felt the power of the word in ministering to others. They were once His faithful servants, favored with His presence and guidance; but they departed from Him and led others into error, and therefore are brought under the divine displeasure.” Testimonies, volume 5, 211, 212.

„Met tegenzin trekt de Heer Zijn tegenwoordigheid terug van hen die met groot licht zijn gezegend en die de kracht van het woord hebben gevoeld in het dienen van anderen. Eens waren zij Zijn getrouwe dienstknechten, begunstigd met Zijn tegenwoordigheid en leiding; maar zij weken van Hem af en brachten anderen tot dwaling, en daarom komen zij onder de goddelijke ongenade.” Testimonies, deel 5, 211, 212.

The entire book of Ezekiel is set within the context of the destruction of Jerusalem. In Ezekiel’s testimony the siege of Nebuchadnezzar that lasted a year and a half is specifically marked, but the “more direct application” of Jesus' warning in Matthew twenty-four is in the latter days. In Ezekiel that line of truth is found in chapter twenty-four.

Het gehele boek Ezechiël staat in de context van de verwoesting van Jeruzalem. In het getuigenis van Ezechiël wordt het beleg van Nebukadnezar, dat anderhalf jaar duurde, uitdrukkelijk gemarkeerd, maar de „meer directe toepassing” van Jezus’ waarschuwing in Mattheüs vierentwintig ligt in de laatste dagen. In Ezechiël wordt die lijn van waarheid gevonden in hoofdstuk vierentwintig.

January 15, 588 BC

15 januari 588 v.Chr.

Again in the ninth year, in the tenth month, in the tenth day of the month, the word of the Lord came unto me, saying, Son of man, write thee the name of the day, even of this same day: the king of Babylon set himself against Jerusalem this same day. Ezekiel 24:1, 2.

Wederom kwam in het negende jaar, in de tiende maand, op de tiende dag van de maand, het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, schrijf u de naam van deze dag op, ja, van deze zelfde dag; de koning van Babel heeft zich op deze zelfde dag tegen Jeruzalem gesteld. Ezechiël 24:1, 2.

On this date, which is also established on other biblical witnesses, a siege of eighteen months began. The word of the Lord that came to Ezekiel on that date consisted of the parable of the bloody city that is illustrated with a boiling pot followed by a great fire. The parable clearly is representing the judgment upon Jerusalem, and it is followed in the same chapter with Ezekiel’s wife being laid to rest by a stroke as a symbol that the siege that would ultimately destroy the sanctuary had begun.

Op deze datum, die ook op grond van andere bijbelse getuigenissen is vastgesteld, begon een belegering van achttien maanden. Het woord des HEEREN dat op die datum tot Ezechiël kwam, bestond uit de gelijkenis van de bloedstad, die wordt uitgebeeld met een kokende pot, gevolgd door een groot vuur. De gelijkenis stelt duidelijk het oordeel over Jeruzalem voor, en in hetzelfde hoofdstuk wordt daarop gevolgd door het feit dat Ezechiëls vrouw door een plotselinge slag wordt weggenomen en ter ruste wordt gelegd als een teken dat de belegering, die uiteindelijk het heiligdom zou verwoesten, was begonnen.

Also the word of the Lord came unto me, saying, Son of man, behold, I take away from thee the desire of thine eyes with a stroke: yet neither shalt thou mourn nor weep, neither shall thy tears run down. Forbear to cry, make no mourning for the dead, bind the tire of thine head upon thee, and put on thy shoes upon thy feet, and cover not thy lips, and eat not the bread of men. So I spake unto the people in the morning: and at even my wife died; and I did in the morning as I was commanded. Ezekiel 24:15–18.

Voorts kwam het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, zie, Ik neem van u weg de begeerte van uw ogen met één slag; toch zult gij niet rouw bedrijven noch wenen, en uw tranen zullen niet vloeien. Zucht in stilte, maak geen rouwklacht om de doden; bind uw hoofdtooi om u, en trek uw schoenen aan uw voeten, bedek uw lippen niet, en eet het brood der mensen niet. Zo sprak ik des morgens tot het volk; en des avonds stierf mijn vrouw; en ik deed des morgens zoals mij geboden was. Ezechiël 24:15–18.

Then the people around Ezekiel asked the meaning of the parable and his wife’s death.

Toen vroegen de mensen om Ezechiël heen naar de betekenis van de gelijkenis en van de dood van zijn vrouw.

And the people said unto me, Wilt thou not tell us what these things are to us, that thou doest so? Then I answered them, The word of the Lord came unto me, saying, Speak unto the house of Israel, Thus saith the Lord God; Behold, I will profane my sanctuary, the excellency of your strength, the desire of your eyes, and that which your soul pitieth; and your sons and your daughters whom ye have left shall fall by the sword. Ezekiel 24:19–21.

En het volk zei tot mij: Zult gij ons niet te kennen geven wat deze dingen voor ons betekenen, dat gij aldus handelt? Toen antwoordde ik hun: Het woord des HEEREN kwam tot mij, zeggende: Spreek tot het huis Israëls: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik zal Mijn heiligdom ontheiligen, de trots van uw kracht, het verlangen van uw ogen en dat wat uw ziel spaart; en uw zonen en uw dochters, die gij hebt achtergelaten, zullen vallen door het zwaard. Ezechiël 24:19–21.

Ezekiel’s wife and the sanctuary are both identified as the “desire of your eyes” in the passage. Biblical historians identify the siege lasted eighteen months, whereas the sieges of Cestius and Titus lasted four years from the year 66 unto the year 70. A close count of the time from the first siege of Cestius unto the destruction is three and a half years, but when applying “inclusive reckoning,” which is the most often employed application in the Bible, it is four-years. Knowing that both reckonings are valid allows us to see both three and a half years from Cestius to Titus and also four years.

Ezechiëls vrouw en het heiligdom worden in de passage beide aangeduid als het „verlangen van uw ogen”. Bijbelhistorici stellen vast dat het beleg achttien maanden duurde, terwijl de belegeringen van Cestius en Titus vier jaar duurden, vanaf het jaar 66 tot het jaar 70. Een nauwkeurige telling van de tijd vanaf het eerste beleg door Cestius tot aan de verwoesting bedraagt drieënhalf jaar, maar bij toepassing van „inclusieve telling”, de wijze van berekening die in de Bijbel het vaakst wordt gehanteerd, is het vier jaar. Wanneer men weet dat beide berekeningen geldig zijn, kan men zowel drieënhalf jaar van Cestius tot Titus zien als ook vier jaar.

We have two witnesses of the Sunday law in the two destruction's of Jerusalem, and the details of both histories are to be applied to the soon-coming Sunday law—where Laodicea is spewed out of the mouth of the Lord. The beginning of the siege of Nebuchadnezzar is marked by the death of Ezekiel’s wife. At her death, Ezekiel was commanded not to openly mourn, for he was the sign of the Jews being carried away into captivity.

Wij hebben twee getuigen van de zondagswet in de twee verwoestingen van Jeruzalem, en de bijzonderheden van beide geschiedenissen moeten worden toegepast op de spoedig komende zondagswet—waar Laodicea uit de mond van de Heere wordt uitgespuwd. Het begin van de belegering door Nebukadnezar wordt gemarkeerd door de dood van de vrouw van Ezechiël. Bij haar dood werd Ezechiël bevolen niet openlijk te rouwen, want hij was het teken van de Joden die in gevangenschap werden weggevoerd.

The beginning of the four-year period of 66 to 70 is marked by the sign of the abomination of desolation, which was the sign for the Christians in Jerusalem to flee.

Het begin van de periode van vier jaar van 66 tot 70 wordt gemarkeerd door het teken van de gruwel der verwoesting, dat voor de christenen in Jeruzalem het teken was om te vluchten.

When ye therefore shall see the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet, stand in the holy place, (whoso readeth, let him understand:) Then let them which be in Judaea flee into the mountains. Matthew 24:15,16.

Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan in de heilige plaats, (wie het leest, die geve er acht op:) laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. Mattheüs 24:15,16.

Two sieges that clearly align with each other, and both sieges contain a “sign” at the beginning of the siege. When Ezekiel explains what was meant by the death of his wife and the lack of mourning on his part, he explained and then recorded:

Twee belegeringen die duidelijk met elkaar overeenstemmen, en beide belegeringen bevatten aan het begin van de belegering een „teken”. Toen Ezechiël uiteenzette wat werd bedoeld met de dood van zijn vrouw en met het uitblijven van rouw van zijn kant, legde hij het uit en tekende vervolgens op:

Thus Ezekiel is unto you a sign: according to all that he hath done shall ye do: and when this cometh, ye shall know that I am the Lord God. Ezekiel 24:24.

Zo is Ezechiël u tot een teken: overeenkomstig alles wat hij gedaan heeft, zult gij doen; en wanneer dit geschiedt, zult gij weten dat Ik de Here HEERE ben. Ezechiël 24:24.

The sign of the death of Ezekiel’s wife was an identification of the soon-coming destruction of Jerusalem and the temple and the following captivity in Babylon. The sign of the abomination of desolation, spoken of by Daniel was a warning to escape the destruction, but both sieges have a sign at the beginning.

Het teken van de dood van Ezechiëls vrouw was een aanduiding van de spoedig komende verwoesting van Jeruzalem en de tempel en van de daaropvolgende gevangenschap in Babel. Het teken van de gruwel der verwoesting, waarvan Daniël sprak, was een waarschuwing om aan de verwoesting te ontkomen, maar beide belegeringen hebben aan het begin een teken.

There will be a prophetic siege before the soon-coming Sunday law and Ezekiel’s wife’s death is the symbol that the Laodicean Seventh-day Adventist church has been fully passed by, whereas; Ezekiel is a symbol of the one hundred and forty-four thousand, and is the symbol of the ensign that is lifted up at the beginning of the siege. Ezekiel is the ensign of the one hundred and forty-four thousand at the beginning of the siege of Babylon and the sign of the abomination of desolation at the beginning is the “sign” of Rome. One sign speaks to an internal warning and the other to an external warning. There was certainly a warning to the Christians in the year 66, but the warning sign was Rome. The sign in the destruction of Babylon was Ezekiel's wife. Rome is the class who receive the mark of the beast and Ezekiel the sign of those who receive the seal of God.

Er zal een profetische belegering zijn vóór de spoedig komende zondagswet, en de dood van Ezechiëls vrouw is het symbool dat de Laodiceaanse Kerk van de Zevende-dags Adventisten volledig is voorbijgegaan; terwijl Ezechiël een symbool is van de honderdvierenveertigduizend, en het symbool is van het banier dat aan het begin van de belegering wordt opgericht. Ezechiël is het banier van de honderdvierenveertigduizend aan het begin van de belegering van Babylon, en het teken van de gruwel der verwoesting aan het begin is het „teken” van Rome. Het ene teken spreekt van een inwendige waarschuwing en het andere van een uitwendige waarschuwing. Er was zeker een waarschuwing voor de christenen in het jaar 66, maar het waarschuwingsteken was Rome. Het teken bij de verwoesting van Babylon was Ezechiëls vrouw. Rome is de klasse die het merkteken van het beest ontvangt, en Ezechiël het teken van hen die het zegel van God ontvangen.

Two Ending Periods

Twee Eindperioden

The first siege lasted eighteen months and the second siege lasted four years. Both sieges find their “more direct” fulfillment in the latter days, and both sieges are directly connected with the prophecy of three hundred and ninety-one years and fifteen days located in Revelation nine verse fifteen.

De eerste belegering duurde achttien maanden en de tweede belegering duurde vier jaar. Beide belegeringen vinden hun „meer directe” vervulling in de laatste dagen, en beide belegeringen houden rechtstreeks verband met de profetie van driehonderdeenennegentig jaar en vijftien dagen, te vinden in Openbaring negen vers vijftien.

The beginning of the five months of Revelation nine, verse ten included a history that marks a thirty-eight-year period that culminates in a four-year siege, that is associated with the number thirty-eight, and identified the rising up of Islam. That four-year siege finds its counterpart in the history that began when the (five months) one hundred and fifty years concluded and the three hundred and ninety-one years and fifteen days began. It began on July 27, 1449 and four years later, Islam brought a siege of fifty-five days against Constantinople that concluded on 29 May 1453.

Het begin van de vijf maanden van Openbaring 9, vers 10, omvatte een geschiedenis die een periode van achtendertig jaar markeert, welke uitloopt op een belegering van vier jaar, die verbonden is met het getal achtendertig en de opkomst van de islam aanduidde. Die belegering van vier jaar vindt haar tegenhanger in de geschiedenis die begon toen de honderdvijftig jaar van de (vijf maanden) eindigden en de driehonderdeenennegentig jaar en vijftien dagen begonnen. Zij begon op 27 juli 1449 en vier jaar later bracht de islam een belegering van vijfenvijftig dagen tegen Constantinopel, dat eindigde op 29 mei 1453.

When the time prophecy that began on July 27, 1449 concluded on August 11, 1844, the four years of the movement of the first and second angels from 1840 unto 1844 aligned with the four-year siege of 1333 unto 1337, and also the four-year period from 1449 unto 1453. Those three witnesses, which are all directly part of the same prophetic line, represent a symbolic four-year period when the first and second angel’s movement of 1840 unto 1844 is repeated in the history of the movement of the third angel. Those three witnesses typify a four-year siege in the history of the one hundred and forty-four thousand. That four-year period is also illustrated by the sieges of Jerusalem in 66 and 70.

Toen de tijdsprofetie die op 27 juli 1449 was begonnen op 11 augustus 1844 ten einde liep, kwamen de vier jaren van de beweging van de eerste en de tweede engel van 1840 tot 1844 overeen met het vierjarige beleg van 1333 tot 1337, en ook met de vierjarige periode van 1449 tot 1453. Die drie getuigen, die alle rechtstreeks deel uitmaken van dezelfde profetische lijn, vertegenwoordigen een symbolische periode van vier jaar waarin de beweging van de eerste en de tweede engel van 1840 tot 1844 wordt herhaald in de geschiedenis van de beweging van de derde engel. Die drie getuigen zijn een voorafbeelding van een vierjarig beleg in de geschiedenis van de honderd vierenveertigduizend. Die periode van vier jaar wordt ook geïllustreerd door de belegeringen van Jeruzalem in 66 en 70.

The beginning of the four-year siege by Cestius in 66, and then the ending by Titus in 70 produces an alpha symbol and an omega symbol to a period of four years. That same period is also a represented as three and a half years, which in turn aligns with the three and a half prophetic years that papal Rome trampled down the sanctuary.

Het begin van de vierjarige belegering door Cestius in 66, en vervolgens het einde ervan door Titus in 70, vormt een alfasymbool en een omegasymbool voor een periode van vier jaar. Diezelfde periode wordt ook voorgesteld als drieënhalf jaar, wat op zijn beurt overeenkomt met de drieënhalf profetische jaren waarin het pauselijke Rome het heiligdom vertrapte.

But the court which is without the temple leave out, and measure it not; for it is given unto the Gentiles: and the holy city shall they tread under foot forty and two months. And I will give power unto my two witnesses, and they shall prophesy a thousand two hundred and threescore days, clothed in sackcloth. Revelation 11: 2, 3.

Maar laat de voorhof die buiten de tempel is, buiten beschouwing en meet die niet, want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad tweeënveertig maanden vertrappen. En Ik zal macht geven aan Mijn twee getuigen, en zij zullen, met zakken bekleed, duizend tweehonderdzestig dagen profeteren. Openbaring 11: 2, 3.

And they shall fall by the edge of the sword, and shall be led away captive into all nations: and Jerusalem shall be trodden down of the Gentiles, until the times of the Gentiles be fulfilled. Luke 21:24.

En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard, en als gevangenen weggevoerd worden onder alle volken; en Jeruzalem zal door de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn. Lukas 21:24.

It is essential to note that I am employing both “inclusive” and “exclusive” reckoning to the period represented by the alpha symbol of Cestius unto the omega symbol of Titus. This identifies that two applications of time are represented with one history. We have already dealt with this biblical principle when we considered (many articles ago), the time between Jesus’ visit to Caesarea-Philippi (Panium) and His trip to the Mount of Transfiguration. Two biblical authors record six days and one eight days.

Het is van wezenlijk belang op te merken dat ik zowel „inclusieve” als „exclusieve” tijdrekening toepas op de periode die wordt voorgesteld door het alfasymbool van Cestius tot het omegasymbool van Titus. Dit maakt duidelijk dat twee toepassingen van tijd door één geschiedenis worden voorgesteld. Wij hebben dit bijbelse beginsel reeds behandeld toen wij (vele artikelen geleden) de tijd tussen Jezus’ bezoek aan Caesarea-Philippi (Panium) en Zijn tocht naar de Berg der Verheerlijking in beschouwing namen. Twee bijbelse auteurs vermelden zes dagen en één acht dagen.

And after six days Jesus taketh Peter, James, and John his brother, and bringeth them up into an high mountain apart. Matthew 17:1.

En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes, zijn broeder, met Zich mee en bracht hen afzonderlijk op een hoge berg. Mattheüs 17:1.

And after six days Jesus taketh with him Peter, and James, and John, and leadeth them up into an high mountain apart by themselves: and he was transfigured before them. Mark 9:2.

En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met Zich mee en leidde hen alleen, afgezonderd van de anderen, op een hoge berg; en Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Markus 9:2.

And it came to pass about an eight days after these sayings, he took Peter and John and James, and went up into a mountain to pray. Luke 9:28.

En het geschiedde omtrent acht dagen na deze woorden, dat Hij Petrus en Johannes en Jakobus met Zich nam en de berg opging om te bidden. Lukas 9:28.

The destruction of Jerusalem has a “more direct” application to the latter days, and that destruction is two witnesses represented by Babylon and Rome. The two witnesses align with one another but provide different and essential prophetic characteristics in order to amplify the truth. The siege by Rome (66 to 70) was four years that also represents three and a half years. The three and a half years connects with the trampling down of the sanctuary and host accomplished by both paganism and papalism. The trampling down by papalism was for three and a half symbolic years as typified by a literal three and a half years in the siege by Rome.

De verwoesting van Jeruzalem heeft een „meer rechtstreekse” toepassing op de laatste dagen, en die verwoesting wordt door twee getuigen voorgesteld: Babylon en Rome. De twee getuigen stemmen met elkaar overeen, maar verschaffen verschillende en wezenlijke profetische kenmerken om de waarheid te versterken. De belegering door Rome (66 tot 70) duurde vier jaar, wat ook drieënhalf jaar voorstelt. De drieënhalf jaar houdt verband met de vertreding van het heiligdom en het heerleger, volbracht door zowel het heidendom als het pausdom. De vertreding door het pausdom duurde drieënhalf symbolische jaren, zoals voorafgeschaduwd door een letterlijke drieënhalf jaar in de belegering door Rome.

That four-year siege also connects with the four-year periods associated with the prophetic line that identifies the lifting up of Islam and thereafter the lifting up of the movement of both the first and second and then the third angels. Cestius to Titus intersects with the wheel of papal Rome and also the wheel of Islam. The wheel of Rome and the three and a half years of Cestius and Titus intersects with papal Rome’s three and a half symbolic years, thus identifying the two entities of pagan and papal Rome. The wheel of Islam is connected by the same history as understood as four years, but just as with the wheel of Rome in that history, Islam is associated with a second power subject to the wheel of Islam—that being Adventism. The period of three and a half years represents Rome in both its phases, and the four-year period represents Islam and Adventism. Pagan and papal Rome cannot be separated prophetically and neither can Islam and Adventism.

Die belegering van vier jaar houdt ook verband met de perioden van vier jaar die samenhangen met de profetische lijn die de verheffing van de islam aanduidt en vervolgens de verheffing van de beweging van zowel de eerste als de tweede en daarna de derde engel. Cestius tot Titus snijdt zowel het wiel van het pauselijke Rome als het wiel van de islam. Het wiel van Rome en de drie en een half jaar van Cestius en Titus snijden de drie en een half symbolische jaren van het pauselijke Rome en identificeren aldus de twee entiteiten van het heidense en het pauselijke Rome. Het wiel van de islam is door dezelfde geschiedenis verbonden, begrepen als vier jaar, maar evenals bij het wiel van Rome in die geschiedenis wordt de islam geassocieerd met een tweede macht die onderworpen is aan het wiel van de islam—namelijk het adventisme. De periode van drie en een half jaar vertegenwoordigt Rome in beide fasen, en de periode van vier jaar vertegenwoordigt de islam en het adventisme. Heidens en pauselijk Rome kunnen profetisch niet van elkaar worden gescheiden, evenmin als de islam en het adventisme.

This demands prophetically that when we consider the siege of Babylon that two understandings of time should be seen in the illustration of the eighteen-month siege. Two representations of time in the siege brought by Rome, prophetically demand two representations of time in the siege brought by Nebuchadnezzar. Nebuchadnezzar’s siege of eighteen months also can be understood as a symbol of one and a half years. Eighteen months is one and a half years, and one and a half can be expressed as 1.5 years. The siege of Nebuchadnezzar was both eighteen months and one point five (1.5) years.

Dit vereist in profetische zin dat, wanneer wij het beleg van Babylon beschouwen, in de illustratie van het achttien maanden durende beleg twee opvattingen van tijd moeten worden gezien. Twee weergaven van tijd in het beleg dat door Rome werd gebracht, vereisen profetisch twee weergaven van tijd in het beleg dat door Nebukadnezar werd gebracht. Ook het achttien maanden durende beleg van Nebukadnezar kan worden verstaan als een symbool van anderhalf jaar. Achttien maanden is anderhalf jaar, en anderhalf kan worden uitgedrukt als 1,5 jaar. Het beleg van Nebukadnezar was zowel achttien maanden als één komma vijf (1,5) jaar.

The eighteen months addresses the power that was to trample down Jerusalem and the 1.5 years addresses Islam. The prophetic wheel of reckoning that identifies eighteen months identifies Babylon and the other prophetic wheel of reckoning identifies Islam. We have not yet set forth an explanation of how we arrive at the application of the 1.5 years in connection with Islam, but it should be noted that the two reckonings of time in the destruction brought by Rome connected with the prophetic wheel of Rome, (both pagan and papal), and the other reckoning connected with the prophetic wheel of Islam. These characteristics are found in both the alpha and omega destruction's of Jerusalem.

De achttien maanden hebben betrekking op de macht die Jeruzalem zou vertreden, en de 1,5 jaar hebben betrekking op de islam. Het profetische rekenwiel dat achttien maanden aanwijst, duidt Babylon aan, en het andere profetische rekenwiel duidt de islam aan. Wij hebben nog geen uiteenzetting gegeven van hoe wij komen tot de toepassing van de 1,5 jaar in verband met de islam, maar er dient te worden opgemerkt dat de twee tijdsberekeningen in de door Rome teweeggebrachte verwoesting verbonden zijn met het profetische wiel van Rome (zowel heidens als pauselijk), en de andere tijdsberekening verbonden is met het profetische wiel van de islam. Deze kenmerken worden gevonden in zowel de alfa- als de omega-verwoesting van Jeruzalem.

The four-year siege of Jerusalem with Cestius and Titus represent the ending of a prophetic line that began with a thirty-eight-year period that concluded with a four-years siege symbolizing the lifting up of Islam, and the final four-year period in that very same line represents the lifting up of the ensign of the one hundred and forty-four thousand.

De vierjarige belegering van Jeruzalem door Cestius en Titus vertegenwoordigt het einde van een profetische lijn die begon met een periode van achtendertig jaar, welke uitmondde in een vierjarige belegering die de verheffing van de islam symboliseerde; en de laatste periode van vier jaar in diezelfde lijn vertegenwoordigt de verheffing van het vaandel van de honderd vierenveertigduizend.

We will continue these things in the next article.

Wij zullen deze zaken in het volgende artikel voortzetten.