The fifth Messianic prophecy in the book of Matthew is the waymark of disappointment and death. On July 18, 2020, the false prediction of the destruction of Nashville, slew Elijah and Moses.

De vijfde Messiaanse profetie in het boek Mattheüs is de wegmarkering van teleurstelling en dood. Op 18 juli 2020 doodde de valse voorspelling van de verwoesting van Nashville Elia en Mozes.

The Fifth Messianic Waymark is the Disappointment of July 18, 2020

De vijfde messiaanse wegmarkering is de teleurstelling van 18 juli 2020

Then was fulfilled that which was spoken by Jeremiah the prophet, saying, In Rama was there a voice heard, lamentation, and weeping, and great mourning, Rachel weeping for her children, and would not be comforted, because they are not. Matthew 2:17, 18.

Toen werd vervuld wat gesproken is door de profeet Jeremia, die zei: In Rama is een stem gehoord, geween en veel geklaag, Rachel weende om haar kinderen en wilde niet getroost worden, omdat zij niet meer zijn. Mattheüs 2:17, 18.

Prediction

Voorspelling

Thus saith the Lord; A voice was heard in Ramah, lamentation, and bitter weeping; Rahel weeping for her children refused to be comforted for her children, because they were not. Jeremiah 31:15.

Zo zegt de HEERE: Een stem is te Rama gehoord, geklaag en bitter geween; Rachel wenende over haar kinderen, weigerde zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet meer zijn. Jeremia 31:15.

Moses and Elijah are slain in the streets of Sodom and Egypt. The last statement of the Old Testament identifies that Elijah would come before the great and dreadful day of the Lord. That dreadful day begins when Michael stands up in Daniel twelve, and announces in Revelation twenty-two that, “he that is just and he who is unjust” will remain in that condition for eternity.

Mozes en Elia worden gedood in de straten van Sodom en Egypte. De laatste uitspraak van het Oude Testament vermeldt dat Elia zou komen vóór de grote en geduchte dag des Heren. Die geduchte dag begint wanneer Michaël opstaat in Daniël twaalf en in Openbaring tweeëntwintig verkondigt dat „wie rechtvaardig is en wie onrechtvaardig is” tot in eeuwigheid in die toestand zal blijven.

And at that time shall Michael stand up, the great prince which standeth for the children of thy people: and there shall be a time of trouble, such as never was since there was a nation even to that same time: and at that time thy people shall be delivered, every one that shall be found written in the book. Daniel 12:1.

En in die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst die de kinderen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk bestaat, tot op diezelfde tijd; en in die tijd zal uw volk verlost worden, ieder die geschreven gevonden wordt in het boek. Daniël 12:1.

He that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still. Revelation 22:11.

Wie onrecht doet, laat hij nog meer onrecht doen; en wie bevlekt is, laat hem nog meer bevlekt worden; en wie rechtvaardig is, laat hem nog meer rechtvaardigheid betrachten; en wie heilig is, laat hem nog meer geheiligd worden. Openbaring 22:11.

Elijah must appear before probation closes, and he gets slain and resurrected in Revelation eleven, just before probation closes. He is resurrected and presents his message until probation closes, where there is then another resurrection, of righteous and wicked.

Elia moet verschijnen voordat de genadetijd sluit, en hij wordt gedood en opgewekt in Openbaring elf, vlak voordat de genadetijd sluit. Hij wordt opgewekt en verkondigt zijn boodschap totdat de genadetijd sluit, waarna er vervolgens nog een andere opstanding plaatsvindt, van rechtvaardigen en goddelozen.

And many of them that sleep in the dust of the earth shall awake, some to everlasting life, and some to shame and everlasting contempt. Daniel 12:2.

En velen van hen die slapen in het stof der aarde zullen ontwaken, sommigen tot het eeuwige leven, en sommigen tot smaad en eeuwige afgrijzing. Daniël 12:2.

That special resurrection is followed by the Second Coming of Christ, where the righteous dead are resurrected and then a thousand years where the saints judge the lost. At the end of the thousand years there is another resurrection and the third coming of Christ. The line of prophetic resurrections includes the resurrection of the papal beast, but each of the resurrections are a specific subject of God’s prophetic Word. On July 18, 2020, the Laodicean movement of the one hundred and forty-four thousand committed suicide by rebelling against Christ’s command forbidding time applications beyond 1844.

Die bijzondere opstanding wordt gevolgd door de Wederkomst van Christus, waarbij de rechtvaardige doden worden opgewekt, en vervolgens door duizend jaren waarin de heiligen de verlorenen oordelen. Aan het einde van de duizend jaren is er nog een opstanding en de derde komst van Christus. De reeks van profetische opstandingen omvat ook de opstanding van het pauselijke beest, maar elk van de opstandingen is een afzonderlijk onderwerp van Gods profetische Woord. Op 18 juli 2020 pleegde de Laodiceaanse beweging van de honderd vierenveertigduizend zelfmoord door in opstand te komen tegen Christus’ bevel dat tijdstoepassingen na 1844 verbiedt.

A voice was then heard in Rama, meaning pride and self-exaltation. Rachel meaning a good traveler is in mourning because Moses and Elijah are not, and more importantly, they cannot be comforted. They have no comfort, and the Holy Spirit is the Comforter, that would be sent when the voice in the wilderness began in July of 2023.

Toen werd in Rama, dat hoogmoed en zelfverheffing betekent, een stem gehoord. Rachel, wat een goede reiziger betekent, is in rouw omdat Mozes en Elia er niet zijn, en, nog belangrijker, zij kunnen niet worden getroost. Zij hebben geen troost, en de Heilige Geest is de Trooster, die gezonden zou worden toen de stem in de woestijn begon in juli 2023.

These things happen just before probation closes, and according to Revelation, just before probation closes the Revelation of Jesus Christ is unsealed. That unsealing is what resurrects Moses and Elijah, who are also Rachel, the good traveler, who had been weeping and mourning for her children, could not be comforted. Her mourning turns to joy when those children are resurrected.

Deze dingen gebeuren vlak voordat de genadetijd sluit, en volgens Openbaring wordt vlak voordat de genadetijd sluit de Openbaring van Jezus Christus ontzegeld. Die ontzegeling is wat Mozes en Elia opwekt, die ook Rachel zijn, de goede reiziger, die had geweend en gerouwd om haar kinderen en niet getroost kon worden. Haar rouw verandert in vreugde wanneer die kinderen worden opgewekt.

And he saith unto me, Seal not the sayings of the prophecy of this book: for the time is at hand. Revelation 22:10.

En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij. Openbaring 22:10.

Moses and Elijah were dead in the streets of Sodom and Egypt, and just as with Christ, the one hundred and forty-four thousand would be called out of Egypt, when the gathering began in July of 2023.

Mozes en Elia lagen dood in de straten van Sodom en Egypte, en evenals bij Christus zouden de honderd vierenveertigduizend uit Egypte worden uitgeroepen, toen de inzameling in juli 2023 begon.

The Sixth Messianic Waymark is the calling out of Egypt in July of 2023

De zesde Messiaanse wegmarkering is het uitroepen uit Egypte in juli 2023

And was there until the death of Herod: that it might be fulfilled which was spoken of the Lord by the prophet, saying, Out of Egypt have I called my son. Matthew 2:15.

En hij bleef daar tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden wat door de Heere gesproken is door de profeet, die zegt: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen. Mattheüs 2:15.

Prediction

Voorspelling

When Israel was a child, then I loved him, and called my son out of Egypt. Hosea 11:1.

Toen Israël een kind was, heb Ik hem liefgehad, en uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen. Hosea 11:1.

Dead in the Egyptian street, a heavenly voice from the wilderness calls Ezekiel’s valley of dead bones to life. That voice began to sound in July of 2023.

Dood in de Egyptische straat roept een hemelse stem uit de woestijn Ezechiëls dal van dorre beenderen tot leven. Die stem begon te klinken in juli 2023.

And after three days and an half the Spirit of life from God entered into them, and they stood upon their feet; and great fear fell upon them which saw them. And they heard a great voice from heaven saying unto them, Come up hither. And they ascended up to heaven in a cloud; and their enemies beheld them. Revelation 11:11, 12.

En na drie dagen en een halve kwam de Geest des levens uit God in hen, en zij gingen op hun voeten staan; en grote vrees viel op hen die hen zagen. En zij hoorden een grote stem uit de hemel tot hen zeggen: Kom hierheen op. En zij voeren op naar de hemel in een wolk; en hun vijanden aanschouwden hen. Openbaring 11:11, 12.

God calls His Son out of Egypt and He also called Moses out of Egypt, for Moses as the alpha and Jesus as the omega represent the experience of the one-hundred and forty-four thousand, who sing the song of Moses and the Lamb. That song includes the call out of Egypt. In Ezekiel there is represented two steps, that were prefigured by the two steps in the creation of Adam. First the body is formed, and then the breath of life is breathed into the body and it then lives. In Revelation eleven the first step is the entrance of the Spirit of God into the slain, and they then stood upon their feet. When they stand, they are God’s army. What conveys the Spirit in chapter eleven is represented by Ezekiel’s first prophecy. The voice in the wilderness is the prophetic message accompanied by the Holy Spirit.

God roept Zijn Zoon uit Egypte, en Hij riep ook Mozes uit Egypte; want Mozes als de alfa en Jezus als de omega vertegenwoordigen de ervaring van de honderd vierenveertigduizend, die het lied van Mozes en van het Lam zingen. Dat lied omvat de roep uit Egypte. In Ezechiël worden twee stappen voorgesteld, die vooraf werden uitgebeeld door de twee stappen in de schepping van Adam. Eerst wordt het lichaam gevormd, en daarna wordt de levensadem in het lichaam geblazen, waarna het leeft. In Openbaring elf is de eerste stap de ingang van de Geest Gods in de gedoden, en vervolgens gingen zij op hun voeten staan. Wanneer zij staan, zijn zij Gods leger. Wat in hoofdstuk elf de Geest overbrengt, wordt voorgesteld door Ezechiëls eerste profetie. De stem in de woestijn is de profetische boodschap, vergezeld van de Heilige Geest.

The book of Matthew contains the twelve chapters that are the omega to the twelve chapters in Genesis that provide two witnesses which represent the covenant with the one hundred and forty-four thousand. Those men and women are sealed for eternity in a relationship of Divinity combined with their humanity. They become the sign for the eleventh-hour workers.

Het boek Matteüs bevat de twaalf hoofdstukken die de omega vormen van de twaalf hoofdstukken in Genesis, welke twee getuigen leveren die het verbond met de honderd vierenveertigduizend vertegenwoordigen. Deze mannen en vrouwen worden voor de eeuwigheid verzegeld in een verhouding waarin de goddelijkheid met hun menselijkheid verenigd is. Zij worden het teken voor de arbeiders van het elfde uur.

“The work of the Holy Spirit is to convince the world of sin, of righteousness and of judgment. The world can only be warned by seeing those who believe the truth sanctified through the truth, acting upon high and holy principles, showing in a high, elevated sense, the line of demarcation between those who keep the commandments of God, and those who trample them under their feet. The sanctification of the Spirit signalizes the difference between those who have the seal of God, and those who keep a spurious rest-day. When the test comes, it will be clearly shown what the mark of the beast is. It is the keeping of Sunday. Those who after having heard the truth, continue to regard this day as holy, bear the signature of the man of sin, who thought to change times and laws.” Bible Training School, December 1, 1903.

„Het werk van de Heilige Geest is de wereld te overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. De wereld kan slechts worden gewaarschuwd wanneer zij ziet dat degenen die de waarheid geloven, door de waarheid geheiligd zijn, handelen naar verheven en heilige beginselen, en in hoge, verheven zin de scheidslijn tonen tussen hen die de geboden van God bewaren en hen die die onder hun voeten vertreden. De heiliging door de Geest markeert het verschil tussen hen die het zegel van God hebben en hen die een onechte rustdag houden. Wanneer de beproeving komt, zal duidelijk worden aangetoond wat het merkteken van het beest is. Het is het houden van de zondag. Zij die, nadat zij de waarheid hebben gehoord, deze dag blijven beschouwen als heilig, dragen het kenteken van de mens der zonde, die meende tijden en wetten te kunnen veranderen.” Bible Training School, 1 december 1903.

The ensign of the one hundred and forty-four thousand when they are called up to heaven in chapter eleven of Revelation, they are first called out of Egypt, which is where they were slain. A voice from the wilderness calls them out of Egypt, that they would be the sign for the eleventh-hour workers. Their resurrection in 2024 is also represented as a birth, and an awakening depending on which illustration is being identified. In terms of a birth, they are those who fulfill the parable of the ten virgins, and in this sense, their birth is a virgin birth, and they are the sign.

Het vaandel van de honderd vierenveertigduizend, wanneer zij in hoofdstuk elf van Openbaring naar de hemel worden opgeroepen: eerst worden zij uit Egypte geroepen, de plaats waar zij gedood werden. Een stem uit de woestijn roept hen uit Egypte, opdat zij het teken zouden zijn voor de arbeiders van het elfde uur. Hun opstanding in 2024 wordt ook voorgesteld als een geboorte, en als een ontwaken, afhankelijk van welke illustratie wordt aangeduid. In termen van een geboorte zijn zij degenen die de gelijkenis van de tien maagden vervullen, en in deze zin is hun geboorte een maagdelijke geboorte, en zij zijn het teken.

The Seventh Messianic Waymark is 2024

De zevende messiaanse wegmarkering is 2024

Now all this was done, that it might be fulfilled which was spoken of the Lord by the prophet, saying, Behold, a virgin shall be with child, and shall bring forth a son, and they shall call his name Emmanuel, which being interpreted is, God with us. Matthew 1:22, 23.

Dit alles nu is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen door de Heere gesproken is door de profeet, die zegt: Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en zij zullen Hem de naam Immanuël geven, hetgeen vertaald betekent: God met ons. Mattheüs 1:22, 23.

Prediction

Voorspelling

Therefore the Lord himself shall give you a sign; Behold, a virgin shall conceive, and bear a son, and shall call his name Immanuel. Isaiah 7:14.

Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, een maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en zij zal Hem de naam Immanuël geven. Jesaja 7:14.

There were signs in the history of Moses and Christ, as there were in Millerite history. In the last days, Laodicean Adventism will be seeking after a sign, and their only sign, is the sign of Jonah. There is also a sign for those who are resurrected in 2024. Their sign is the “seven times” of Leviticus twenty-six.

Er waren tekenen in de geschiedenis van Mozes en Christus, zoals die er ook waren in de Milleritische geschiedenis. In de laatste dagen zal het Laodiceïsche adventisme naar een teken zoeken, en hun enige teken is het teken van Jona. Er is ook een teken voor hen die in 2024 worden opgewekt. Hun teken is de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig.

And this shall be a sign unto thee, Ye shall eat this year such things as grow of themselves, and in the second year that which springeth of the same; and in the third year sow ye, and reap, and plant vineyards, and eat the fruits thereof. And the remnant that is escaped of the house of Judah shall yet again take root downward, and bear fruit upward. For out of Jerusalem shall go forth a remnant, and they that escape out of mount Zion: the zeal of the Lord of hosts shall do this. 2 Kings 19:29–31.

En dit zal u tot een teken zijn: gij zult in dit jaar eten wat vanzelf opgroeit, en in het tweede jaar wat uit hetzelfde opschiet; maar in het derde jaar zult gij zaaien en maaien, en wijngaarden planten, en de vrucht daarvan eten. En het overblijfsel van het huis van Juda dat ontkomen is, zal opnieuw wortel schieten naar beneden en vrucht dragen naar boven. Want uit Jeruzalem zal een overblijfsel voortkomen, en uit de berg Sion zij die ontkomen zijn; de ijver van de HEERE der heirscharen zal dit doen. 2 Koningen 19:29–31.

And if ye shall say, What shall we eat the seventh year? behold, we shall not sow, nor gather in our increase: Then I will command my blessing upon you in the sixth year, and it shall bring forth fruit for three years. And ye shall sow the eighth year, and eat yet of old fruit until the ninth year; until her fruits come in ye shall eat of the old store. Leviticus 25:20–22.

En indien gij zoudt zeggen: Wat zullen wij in het zevende jaar eten? Zie, wij zullen niet zaaien, noch onze opbrengst inzamelen. Dan zal Ik Mijn zegen over u gebieden in het zesde jaar, en het zal vrucht voortbrengen voor drie jaren. En gij zult zaaien in het achtste jaar, en nog eten van de oude opbrengst tot het negende jaar; totdat haar vruchten binnenkomen, zult gij eten van de oude voorraad. Leviticus 25:20–22.

Those who escape, are also represented as the outcasts of Israel, and they were cast out by their brethren which hated them. Their brethren cast them out, for they hated them because they could not refute the sabbath truth represented by Moses’ “seven times.”

Zij die ontkomen, worden ook voorgesteld als de verstotenen van Israël, en zij werden uitgeworpen door hun broeders, die hen haatten. Hun broeders wierpen hen uit, want zij haatten hen omdat zij de sabbatswaarheid, voorgesteld door Mozes’ „zeven tijden”, niet konden weerleggen.

The Lord doth build up Jerusalem: he gathereth together the outcasts of Israel. Psalms 147:2.

De HEERE bouwt Jeruzalem op; Hij vergadert de verdrevenen van Israël. Psalmen 147:2.

The Lord began gathering the remnant in July 2023, and the remnant are the “outcasts” of Israel. In July 2023, He set His hand a second time to gather His outcasts. He set His hand in 1849 a second time, in advance of the omega light of Moses seven times in 1856. The alpha light was represented by Miller’s first prophetic discovery—Moses’ seven times.

De Heer begon in juli 2023 het overblijfsel te verzamelen, en het overblijfsel zijn de „verdrevenen” van Israël. In juli 2023 hief Hij voor de tweede maal Zijn hand op om Zijn verdrevenen te verzamelen. In 1849 hief Hij voor de tweede maal Zijn hand op, voorafgaand aan het omega-licht van Mozes’ zeven tijden in 1856. Het alfa-licht werd vertegenwoordigd door Millers eerste profetische ontdekking — Mozes’ zeven tijden.

And in that day there shall be a root of Jesse, which shall stand for an ensign of the people; to it shall the Gentiles seek: and his rest shall be glorious. And it shall come to pass in that day, that the Lord shall set his hand again the second time to recover the remnant of his people, which shall be left, from Assyria, and from Egypt, and from Pathros, and from Cush, and from Elam, and from Shinar, and from Hamath, and from the islands of the sea. And he shall set up an ensign for the nations, and shall assemble the outcasts of Israel, and gather together the dispersed of Judah from the four corners of the earth. Isaiah 11:10–12.

En te dien dage zal er een wortel van Isaï zijn, die zal staan als een banier der volken; naar Hem zullen de heidenen vragen; en zijn rust zal heerlijk zijn. En het zal geschieden te dien dage, dat de Heere opnieuw, ten tweeden male, zijn hand zal uitstrekken om te verwerven het overblijfsel van zijn volk, dat overgebleven zal zijn, uit Assyrië, en uit Egypte, en uit Pathros, en uit Cusj, en uit Elam, en uit Sinear, en uit Hamath, en van de eilanden der zee. En Hij zal een banier oprichten voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden van Juda bijeenbrengen uit de vier hoeken der aarde. Jesaja 11:10–12.

When the outcasts are lifted up as the sign, they will then gather the eleventh-hour workers, who can “only be warned by seeing” “the difference between those who have the seal of God, and those who keep a spurious rest-day.” The sign for the eleventh-hour workers is the outcasts, and the sign OF the outcasts, is the enigma of, eating “this year such things as grow of themselves, and in the second year that which springeth of the same; and in the third year sow ye, and reap, and plant vineyards, and eat the fruits thereof.”

Wanneer de verstotenen als het teken worden verheven, zullen zij vervolgens de arbeiders van het elfde uur bijeenbrengen, die “alleen door te zien kunnen worden gewaarschuwd” voor “het verschil tussen hen die het zegel van God hebben, en hen die een valse rustdag onderhouden.” Het teken voor de arbeiders van het elfde uur zijn de verstotenen, en het teken VAN de verstotenen is het raadsel van het eten van “dit jaar wat vanzelf groeit, en in het tweede jaar wat daaruit opschiet; en in het derde jaar zaait gij, en maait, en plant wijngaarden, en eet de vruchten daarvan.”

The enigma of the passage is that it represents the “seven times” of Leviticus twenty-five and twenty-six. The Sabbath of the land resting is a component of the covenant that identifies both the blessing or the curse, of either observing or rejecting the seventh-year rest for the promised land. The sign of the one hundred and forty-four thousand is the component of the threefold promise of the covenant that is represented by the seventh-year Sabbath of the land. The foundational truth of the “seven times,” identifies one of three elements of the covenant that promises a new heart and mind, and a new body and also a land to live in.

Het raadsel van de passage is dat zij de „zeven tijden” van Leviticus vijfentwintig en zesentwintig vertegenwoordigt. De sabbat van de rust van het land is een bestanddeel van het verbond dat zowel de zegen als de vloek aanduidt, al naargelang men de rust van het zevende jaar voor het beloofde land onderhoudt of verwerpt. Het teken van de honderdvierenveertigduizend is het bestanddeel van de drievoudige belofte van het verbond dat wordt vertegenwoordigd door de sabbat van het land in het zevende jaar. De fundamentele waarheid van de „zeven tijden” duidt een van de drie elementen van het verbond aan dat een nieuw hart en een nieuwe geest, en een nieuw lichaam, alsook een land om in te wonen belooft.

The seventh-day Sabbath is the sign between God and His people, but that seventh-day Sabbath also represents the covenant responsibility given to ancient Israel. They were to be the protectors, the depositaries of the Ten Commandments. Sister White is clear that modern Israel in 1844 in alignment with ancient Israel was made the depositaries of not only the Ten Commandments, but also of God’s prophetic Word.

De sabbat van de zevende dag is het teken tussen God en Zijn volk, maar die sabbat van de zevende dag vertegenwoordigt ook de verbondsverantwoordelijkheid die aan het oude Israël werd gegeven. Zij moesten de beschermers, de bewaarders van de Tien Geboden zijn. Zuster White maakt duidelijk dat het moderne Israël in 1844, in overeenstemming met het oude Israël, niet alleen tot bewaarders van de Tien Geboden werd gemaakt, maar ook van Gods profetische Woord.

“God has called His church in this day, as He called ancient Israel, to stand as a light in the earth. By the mighty cleaver of truth, the messages of the first, second, and third angels, He has separated them from the churches and from the world to bring them into a sacred nearness to Himself. He has made them the depositaries of His law and has committed to them the great truths of prophecy for this time. Like the holy oracles committed to ancient Israel, these are a sacred trust to be communicated to the world. The three angels of Revelation 14 represent the people who accept the light of God’s messages and go forth as His agents to sound the warning throughout the length and breadth of the earth.” Testimonies, volume 5, 455.

„God heeft Zijn kerk in deze tijd geroepen, zoals Hij het oude Israël riep, om als een licht op de aarde te staan. Door het machtige kliefmes van de waarheid, de boodschappen van de eerste, tweede en derde engel, heeft Hij hen gescheiden van de kerken en van de wereld om hen in een heilige nabijheid tot Zichzelf te brengen. Hij heeft hen tot bewaarders van Zijn wet gemaakt en heeft hun de grote waarheden van de profetie voor deze tijd toevertrouwd. Zoals de heilige uitspraken die aan het oude Israël waren toevertrouwd, vormen deze een heilig pand dat aan de wereld moet worden meegedeeld. De drie engelen van Openbaring 14 stellen het volk voor dat het licht van Gods boodschappen aanneemt en als Zijn gezanten uitgaat om de waarschuwing over de lengte en breedte van de aarde te laten weerklinken.” Testimonies, deel 5, 455.

The Ten Commandments are represented by the sign of the seventh-day Sabbath, and the laws of prophecy are represented by the seventh-year Sabbath. Laodicean Seventh-day Adventism will be greatly embarrassed when they jump ship and begin worshipping the sun, but the Sabbath commandment they first rejected is Moses’ “seven times.”

De Tien Geboden worden vertegenwoordigd door het teken van de sabbat van de zevende dag, en de wetten van de profetie worden vertegenwoordigd door de sabbat van het zevende jaar. Het Laodiceïsche Zevendedagsadventisme zal diep beschaamd staan wanneer zij schipbreuk lijden en de zon beginnen te aanbidden, maar het sabbatsgebod dat zij als eerste verwierpen, is Mozes’ „zeven tijden”.

To win the promised land God’s people must understand and uphold not only the seventh-day Sabbath, but also the seven-year Sabbath. Laodicean Adventism cannot refute this biblical truth, though they cover it with lies. This is the root of their hatred that leads them to cast out those who will be the ensign.

Om het beloofde land te winnen, moet Gods volk niet alleen de sabbat van de zevende dag begrijpen en hooghouden, maar ook de sabbat van het zevende jaar. Het Laodiceïsche adventisme kan deze bijbelse waarheid niet weerleggen, al bedekt het haar met leugens. Dit is de wortel van hun haat, die hen ertoe brengt hen uit te werpen die het banier zullen zijn.

“Most of my father’s family were full believers in the advent, and for bearing testimony to this glorious doctrine seven of us were at one time cast out of the Methodist Church. At this time the words of the prophet were exceedingly precious to us: ‘Your brethren that hated you, that cast you out for My name’s sake, said, Let the Lord be glorified: but He shall appear to your joy, and they shall be ashamed.’ Isaiah 66:5.

“Het merendeel van mijn vaders familie bestond uit volle gelovigen in de advent, en omdat wij van deze heerlijke leer getuigenis aflegden, werden zeven van ons op zekere tijd uit de Methodistische Kerk gezet. In die tijd waren de woorden van de profeet ons buitengewoon dierbaar: ‘Uw broeders die u haten, die u om Mijns Naams wil verstoten, zeggen: Laat de HEERE verheerlijkt worden; maar Hij zal verschijnen tot uw vreugde, en zij zullen beschaamd worden.’ Jesaja 66:5.

“From this time, up to December, 1844, my joys, trials, and disappointments were like those of my dear Advent friends around me. At this time I visited one of our Advent sisters, and in the morning we bowed around the family altar. It was not an exciting occasion, and there were but five of us present, all women. While I was praying, the power of God came upon me as I had never felt it before. I was wrapped in a vision of God’s glory, and seemed to be rising higher and higher from the earth, and was shown something of the travels of the Advent people to the Holy City, as narrated below.” Early Writings, 13.

„Vanaf deze tijd tot december 1844 waren mijn vreugden, beproevingen en teleurstellingen gelijk aan die van mijn dierbare adventsvrienden om mij heen. In die tijd bezocht ik een van onze adventzusters, en ’s morgens knielden wij neer rond het familiealtaar. Het was geen opwindende gelegenheid, en wij waren met slechts vijf personen aanwezig, allen vrouwen. Terwijl ik bad, kwam de kracht van God over mij, zoals ik die nooit tevoren had gevoeld. Ik werd opgenomen in een visioen van Gods heerlijkheid, en het scheen mij toe dat ik hoger en hoger van de aarde opsteeg, en mij werd iets getoond van de reizen van het adventvolk naar de Heilige Stad, zoals hieronder verhaald.” Early Writings, 13.

Ellen White’s first vision, was given when five women, (representing five wise virgins) were gathered together after being cast out by their brethren that hated them. They hated them for the doctrine of the Second Coming, thus typifying the outcasts of the latter days.

Ellen Whites eerste visioen werd gegeven toen vijf vrouwen (die vijf wijze maagden vertegenwoordigden) bijeenvergaderd waren nadat zij door hun broeders, die hen haatten, waren uitgeworpen. Zij haatten hen vanwege de leer van de Wederkomst, en stelden aldus de verstotenen van de laatste dagen voor.

“I saw the nominal church and nominal Adventists, like Judas, would betray us to the Catholics to obtain their influence to come against the truth. The saints then will be an obscure people, little known to the Catholics; but the churches and nominal Adventists who know of our faith and customs (for they hated us on account of the Sabbath, for they could not refute it) will betray the saints and report them to the Catholics as those who disregard the institutions of the people; that is, that they keep the Sabbath and disregard Sunday.

„Ik zag dat de naamkerk en naamadventisten, evenals Judas, ons aan de katholieken zouden verraden om hun invloed te verkrijgen teneinde tegen de waarheid op te treden. De heiligen zullen dan een onaanzienlijk volk zijn, weinig bekend bij de katholieken; maar de kerken en naamadventisten die van ons geloof en onze gebruiken weten (want zij haatten ons vanwege de sabbat, omdat zij die niet konden weerleggen), zullen de heiligen verraden en hen bij de katholieken aangeven als degenen die de instellingen van het volk veronachtzamen; dat wil zeggen dat zij de sabbat houden en de zondag veronachtzamen.״

“Then the Catholics bid the Protestants to go forward, and issue a decree that all who will not observe the first day of the week, instead of the seventh day, shall be slain. And the Catholics, whose numbers are large, will stand by the Protestants. The Catholics will give their power to the image of the beast. And the Protestants will work as their mother worked before them to destroy the saints. But before their decree bring or bear fruit, the saints will be delivered by the Voice of God.” Spalding and Magan, 1, 2.

‘Dan gebieden de katholieken de protestanten voort te gaan en vaardigen zij een decreet uit dat allen die niet de eerste dag van de week zullen houden in plaats van de zevende dag, gedood zullen worden. En de katholieken, wier aantal groot is, zullen de protestanten terzijde staan. De katholieken zullen hun macht geven aan het beeld van het beest. En de protestanten zullen werken zoals hun moeder vóór hen werkte om de heiligen te vernietigen. Maar voordat hun decreet vrucht voortbrengt of draagt, zullen de heiligen verlost worden door de Stem van God.’ Spalding and Magan, 1, 2.

The “nominal” (meaning in name only), “Adventists, like Judas, would betray us to the Catholics.” They did so because “they hated” the outcasts “on account of the Sabbath.” Nominal Adventists profess to observe the seventh-day Sabbath, so this cannot be the Sabbath that is referenced. They hate the outcasts, for they know that they cannot refute the foundational truth of Moses’ seven times, that was the alpha understanding of Elijah in the person of William Miller.

De „nominale” (dat wil zeggen: slechts in naam) „adventisten zouden, evenals Judas, ons aan de katholieken verraden.” Zij deden dit omdat „zij” de verstotenen „haatten vanwege de sabbat.” Nominale adventisten belijden de sabbat van de zevende dag te onderhouden, zodat dit niet de sabbat kan zijn waarnaar verwezen wordt. Zij haten de verstotenen, want zij weten dat zij de fundamentele waarheid van Mozes’ zeven tijden niet kunnen weerleggen, die het alfa-begrip van Elia was in de persoon van William Miller.

“God is not giving us a new message. We are to proclaim the message that in 1843 and 1844 brought us out of the other churches.” Review and Herald, January 19, 1905.

„God geeft ons geen nieuwe boodschap. Wij moeten de boodschap verkondigen die ons in 1843 en 1844 uit de andere kerken heeft geleid.” Review and Herald, 19 januari 1905.

“All the messages given from 1840–1844 are to be made forcible now, for there are many people who have lost their bearings. The messages are to go to all the churches.” Manuscript Releases, volume 21, 437.

„Alle boodschappen die van 1840–1844 werden gegeven, moeten nu met kracht naar voren worden gebracht, want er zijn vele mensen die hun oriëntatie hebben verloren. De boodschappen moeten tot alle kerken gaan.” Manuscript Releases, deel 21, 437.

“The truths that we received in 1841, ‘42, ‘43, and ‘44 are now to be studied and proclaimed.” Manuscript Releases, volume 15, 371.

„De waarheden die wij in 1841, ’42, ’43 en ’44 hebben ontvangen, moeten nu worden bestudeerd en verkondigd.” Manuscript Releases, deel 15, 371.

“The warning has come: Nothing is to be allowed to come in that will disturb the foundation of the faith upon which we have been building ever since the message came in 1842, 1843, and 1844. I was in this message, and ever since I have been standing before the world, true to the light that God has given us. We do not propose to take our feet off the platform on which they were placed as day by day we sought the Lord with earnest prayer, seeking for light. Do you think that I could give up the light that God has given me? It is to be as the Rock of Ages. It has been guiding me ever since it was given.” Review and Herald, April 14, 1903.

„De waarschuwing is gekomen: Er mag niets worden toegelaten dat het fundament van het geloof zal verstoren waarop wij hebben gebouwd sinds de boodschap kwam in 1842, 1843 en 1844. Ik bevond mij in deze boodschap, en sindsdien heb ik voor de wereld gestaan, trouw aan het licht dat God ons heeft gegeven. Wij zijn niet van plan onze voeten af te halen van het platform waarop zij werden geplaatst, terwijl wij dag aan dag de Heere zochten met ernstig gebed, op zoek naar licht. Denkt u dat ik het licht zou kunnen prijsgeven dat God mij heeft gegeven? Het moet zijn als de Rots der eeuwen. Het heeft mij geleid sinds het mij werd gegeven.” Review and Herald, 14 april 1903.

Judas is not a symbol of the Sanhedrin made up of Sadducees and Pharisees, Judas was one of the twelve disciples. He was one of the covenant bride, which Christ was about to marry at Pentecost. The betrayal against the outcasts comes from Judas, the Laodicean Seventh-day Adventist church. They are represented with many symbols, such as the Levites who are rejected by the Messenger of the Covenant in Malachi three. The Levites are separated at that purging, and their number is 25, whether faithful or unfaithful. The Levites are purged in advance of being lifted up as an offering, as in former years.

Judas is geen symbool van het Sanhedrin, samengesteld uit Sadduceeën en Farizeeën; Judas was een van de twaalf discipelen. Hij was een van de verbondsbruid, met wie Christus zich op Pinksteren op het punt stond te verbinden in het huwelijk. Het verraad tegen de verstotenen komt van Judas, de Laodicese Kerk van de Zevende-dags Adventisten. Zij worden door vele symbolen voorgesteld, zoals de Levieten die door de Bode van het Verbond in Maleachi drie worden verworpen. De Levieten worden bij die loutering afgescheiden, en hun aantal is 25, hetzij trouw, hetzij ontrouw. De Levieten worden gelouterd vóórdat zij als een offerande worden opgeheven, zoals in vroegere jaren.

And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. Malachi 3:3, 4.

En Hij zal zitten als een smelter en reiniger van zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen en hen louteren als goud en zilver, opdat zij de HEERE een offerande in gerechtigheid zullen brengen. Dan zal de offerande van Juda en Jeruzalem de HEERE aangenaam zijn, als in de dagen vanouds en als in vroegere jaren. Maleachi 3:3, 4.

The Levites are the offering, for they perfectly reflect the character of Christ, who is the great offering. When those twenty-five Levites are lifted up as an offering, the twenty-five counterfeit Levites are bowing to the sun in Ezekiel 8.

De Levieten zijn de offergave, want zij weerspiegelen volmaakt het karakter van Christus, die de grote offergave is. Wanneer die vijfentwintig Levieten als een offergave worden opgeheven, buigen de vijfentwintig valse Levieten zich neer voor de zon in Ezechiël 8.

Judas does not only represent a wicked Levite, but he is also a wicked priest that has been prepared for thirty years, as represented by Judas’ thirty pieces of silver.

Judas vertegenwoordigt niet alleen een goddeloze Leviet, maar hij is ook een goddeloze priester die dertig jaar lang is voorbereid, zoals wordt uitgebeeld door de dertig zilverstukken van Judas.

Then Judas, which had betrayed him, when he saw that he was condemned, repented himself, and brought again the thirty pieces of silver to the chief priests and elders, Saying, I have sinned in that I have betrayed the innocent blood. And they said, What is that to us? see thou to that. And he cast down the pieces of silver in the temple, and departed, and went and hanged himself. Matthew 27:3–5.

Toen Judas, die Hem verraden had, zag dat Hij veroordeeld was, kreeg hij berouw en bracht de dertig zilverlingen terug aan de overpriesters en de oudsten, zeggende: Ik heb gezondigd, doordat ik het onschuldig bloed verraden heb. Maar zij zeiden: Wat gaat ons dat aan? Zie gij daar zelf toe. En hij wierp de zilverlingen in de tempel neer, vertrok en ging heen en verhing zich. Mattheüs 27:3–5.

The thirty pieces of silver that Judas cast out, represents the Messenger of the Covenant casting out (purging) the dross (counterfeit silver) in Malachi three. That wicked priesthood was represented by the rebellion of Korah, Dathan and Abiram and the rebels of 1888. The wicked priesthood is swallowed up when the United States, the earth-beast opens up its mouth. Then fire destroys their followers, during the full outpouring of the latter rain, that begins at the Sunday law.

De dertig zilverlingen die Judas wegwierp, stellen de Boodschapper van het Verbond voor die in Maleachi drie het schuim (vals zilver) uitwerpt (wegzuivert). Dat goddeloze priesterschap werd voorgesteld door de opstand van Korach, Dathan en Abiram en door de opstandelingen van 1888. Het goddeloze priesterschap wordt verzwolgen wanneer de Verenigde Staten, het beest uit de aarde, zijn mond opent. Daarna verteert vuur hun volgelingen, tijdens de volle uitstorting van de late regen, die begint bij de zondagswet.

The virgin birth as a sign in Christ’s day, represents the sign of the wise virgins in the latter days. In that period the Sanhedrin, the Laodicean Seventh-day Adventist church will seek for a sign, but will be unable to see the only sign given to Laodicea. The sign for the great multitude, the eleventh-hour workers is seeing men and women keeping the seventh-day Sabbath during the Sunday law testing period. The sign of the remnant in their controversy with the former covenant people is the seventh-year Sabbath, representing the foundations of Adventism as identified as the central pillar of both of Habakkuk’s sacred tables. The sign given to Laodicean Adventism is the sign of Jonah, which is addressed in the dialogue between Christ and Peter.

De maagdelijke geboorte als een teken in de dagen van Christus, staat voor het teken van de wijze maagden in de laatste dagen. In die periode zal het Sanhedrin, de Laodiceaanse Kerk der Zevende-dags Adventisten, een teken zoeken, maar niet in staat zijn het enige teken te zien dat aan Laodicea gegeven is. Het teken voor de grote schare, de arbeiders van het elfde uur, is het zien van mannen en vrouwen die de sabbat van de zevende dag houden tijdens de beproevingsperiode van de zondagwet. Het teken van het overblijfsel in hun controverse met het volk van het vroegere verbond is de sabbat van het zevende jaar, die de grondslagen van het adventisme vertegenwoordigt, aangeduid als de centrale pijler van beide heilige tafelen van Habakuk. Het teken dat aan het Laodiceaanse adventisme gegeven is, is het teken van Jona, dat aan de orde komt in de dialoog tussen Christus en Petrus.

When Jesus came into the coasts of Caesarea Philippi, he asked his disciples, saying, Whom do men say that I the Son of man am? And they said, Some say that thou art John the Baptist: some, Elias; and others, Jeremias, or one of the prophets. He saith unto them, But whom say ye that I am?

Toen Jezus in de streken van Caesarea Filippi gekomen was, vroeg Hij Zijn discipelen en zei: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben? En zij zeiden: Sommigen zeggen dat Gij Johannes de Doper zijt; anderen, Elia; en weer anderen, Jeremia, of een van de profeten. Hij zei tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?

And Simon Peter answered and said, Thou art the Christ, the Son of the living God. And Jesus answered and said unto him, Blessed art thou, Simon Barjona: for flesh and blood hath not revealed it unto thee, but my Father which is in heaven. And I say also unto thee, That thou art Peter, and upon this rock I will build my church; and the gates of hell shall not prevail against it. And I will give unto thee the keys of the kingdom of heaven: and whatsoever thou shalt bind on earth shall be bound in heaven: and whatsoever thou shalt loose on earth shall be loosed in heaven.

En Simon Petrus antwoordde en zei: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. En Jezus antwoordde en zei tot hem: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dit niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En ook Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen. En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemelen gebonden zijn; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in de hemelen ontbonden zijn.

Then charged he his disciples that they should tell no man that he was Jesus the Christ. Matthew 16:13–20.

Toen gebood Hij Zijn discipelen dat zij niemand zouden zeggen dat Hij Jezus de Christus was. Matteüs 16:13–20.

The sign for the Sanhedrin, and therefore Adventism is the sign of Jonah. Simon Barjona is introduced into the passage as a symbol of a covenant man, for his name is about to be changed. Abram’s name was changed at the covenant. Saul’s named was changed to Paul. Jacob’s name was changed to Israel. Those three witnesses establish that when a biblical character’s name is changed, they represent a covenant man, and therefore typify the last covenant people, who are the one hundred and forty-four thousand. Those three witnesses also establish that a covenant man’s name represents the prophetic symbolism associated with the person whose name is changed. Saul means “selected,” for he was selected to carry the gospel to the Gentiles. His name was changed to Paul, meaning small, for he in his own eyes was the smallest of the apostles, for he had persecuted God’s church. Jacob the supplanter, was changed in both name and experience to an overcomer, as Israel means. Peter’s name was Simon, meaning one who hears; and Barjona, meaning the son of Jonah.

Het teken voor het Sanhedrin, en derhalve voor het adventisme, is het teken van Jona. Simon Barjona wordt in deze passage geïntroduceerd als een symbool van een verbondsman, want zijn naam staat op het punt veranderd te worden. Abrams naam werd bij het verbond veranderd. Sauls naam werd veranderd in Paulus. Jacobs naam werd veranderd in Israël. Deze drie getuigenissen bevestigen dat, wanneer de naam van een Bijbels personage wordt veranderd, hij een verbondsman vertegenwoordigt, en daarom een type is van het laatste verbondsvolk, namelijk de honderd vierenveertig duizend. Deze drie getuigenissen bevestigen tevens dat de naam van een verbondsman de profetische symboliek vertegenwoordigt die verbonden is met de persoon wiens naam wordt veranderd. Saul betekent „uitverkoren”, want hij was uitverkoren om het evangelie tot de heidenen te brengen. Zijn naam werd veranderd in Paulus, wat klein betekent, want hij was in zijn eigen ogen de kleinste van de apostelen, omdat hij Gods gemeente had vervolgd. Jakob, de verdringer, werd zowel in naam als in ervaring veranderd tot een overwinnaar, zoals de naam Israël betekent. Petrus heette Simon, wat betekent: iemand die hoort; en Barjona, wat betekent: de zoon van Jona.

Peter is representing the last generation of Jonah, for he was Jonah’s son. Jonah means “dove,” and Simon is he who heard the message of the dove, and Simon Barjona had heard the message of the anointing of Jesus, when He was baptized and became Jesus Christ, and the Holy Spirit descended in the form of a dove. The message of Jonah was the message of the dove which represented the anointing of Jesus with power at His baptism. The message of Jonah was represented as Jonah being three days in the belly of a whale. Those three days are the three days of Passover to the feast of first fruits, which are typified by Christ’s baptism and by Jonah’s time in the belly of the whale.

Petrus vertegenwoordigt de laatste generatie van Jona, want hij was de zoon van Jona. Jona betekent „duif”, en Simon is hij die de boodschap van de duif heeft gehoord; en Simon Barjona had de boodschap gehoord van de zalving van Jezus, toen Hij werd gedoopt en Jezus Christus werd, en de Heilige Geest neerdaalde in de gedaante van een duif. De boodschap van Jona was de boodschap van de duif, die de zalving van Jezus met kracht bij Zijn doop vertegenwoordigde. De boodschap van Jona werd uitgebeeld doordat Jona drie dagen in de buik van een walvis was. Die drie dagen zijn de drie dagen van het Pascha tot het feest van de eerstelingen, die worden getypeerd door de doop van Christus en door Jona’s tijd in de buik van de walvis.

The sign of Jonah is the sign of the anointing of Christ at His baptism, which typifies the descent of the angel of Revelation eighteen on 9/11. 9/11 began a three-step testing process as represented by Jonah’s three days. Those three steps are also illustrated in Millerite history. August 11, 1840 marked the test of the first angel, April 19, 1844 the test of the second angel and October 22, 1844 the third test. Those three steps represent 9/11, July 18, 2020 and the Sunday law.

Het teken van Jona is het teken van de zalving van Christus bij Zijn doop, hetgeen de nederdaling van de engel van Openbaring achttien op 9/11 uitbeeldt. 9/11 begon een beproevingsproces in drie stappen, zoals weergegeven door Jona’s drie dagen. Die drie stappen worden ook geïllustreerd in de Milleritische geschiedenis. 11 augustus 1840 markeerde de beproeving van de eerste engel, 19 april 1844 de beproeving van de tweede engel en 22 oktober 1844 de derde beproeving. Die drie stappen vertegenwoordigen 9/11, 18 juli 2020 en de zondagswet.

At the Sunday law, Jonah is spat out of the mouth of a fish, right where Christ is spitting Laodicea out of His mouth, which is right where Balaam’s ass opens his mouth and speaks, which is right where John the Baptist’s father Zechariah speaks, which is also where the United States speaks as a dragon. Jonah then gives the final warning to the world as the symbol of those who were resurrected with Moses and Elijah in 2024. Those souls died in the streets of Sodom and Egypt, and are thereafter resurrected as Ezekiel’s mighty army. At their resurrection they become the sign of Jonah, for he represents those who have died and are resurrected to give the final message to Nineveh. Jonah in the belly of the whale, Daniel in the lion’s den, John in the pot of boiling oil represent the one hundred and forty-four thousand who have experienced a symbolic death and resurrection. The anointing at 9/11 unto the resurrection of Ezekiel’s mighty army represents the baptism of Christ unto His resurrection.

Bij de zondagswet wordt Jona uitgespuwd uit de bek van een vis, precies daar waar Christus Laodicea uit Zijn mond spuwt, precies daar waar Bileams ezelin haar mond opent en spreekt, precies daar waar Johannes de Doper’s vader Zacharia spreekt, en ook daar waar de Verenigde Staten spreekt als een draak. Jona geeft vervolgens de laatste waarschuwing aan de wereld als het symbool van hen die in 2024 met Mozes en Elia zijn opgewekt. Die zielen stierven in de straten van Sodom en Egypte en worden daarna opgewekt als Ezechiëls machtige leger. Bij hun opstanding worden zij het teken van Jona, want hij vertegenwoordigt hen die gestorven zijn en opgewekt worden om de laatste boodschap aan Ninevé te brengen. Jona in de buik van de walvis, Daniël in de leeuwenkuil, Johannes in de ketel met kokende olie vertegenwoordigen de honderd vierenveertigduizend die een symbolische dood en opstanding hebben ervaren. De zalving op 9/11 tot de opstanding van Ezechiëls machtige leger vertegenwoordigt de doop van Christus tot Zijn opstanding.

The Pharisees also with the Sadducees came, and tempting desired him that he would shew them a sign from heaven. He answered and said unto them, When it is evening, ye say, It will be fair weather: for the sky is red. And in the morning, It will be foul weather to day: for the sky is red and lowring. O ye hypocrites, ye can discern the face of the sky; but can ye not discern the signs of the times? A wicked and adulterous generation seeketh after a sign; and there shall no sign be given unto it, but the sign of the prophet Jonas. And he left them, and departed. Matthew 16:1–4.

Ook de Farizeeën kwamen, met de Sadduceeën, en om Hem te verzoeken begeerden zij van Hem dat Hij hun een teken uit de hemel zou tonen. Maar Hij antwoordde en zei tot hen: Wanneer het avond is, zegt gij: Het zal schoon weer zijn; want de hemel is rood. En in de morgen: Heden zal het slecht weer zijn; want de hemel is rood en dreigend. Gij huichelaars, het aangezicht van de hemel weet gij te onderscheiden; maar kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden? Een boos en overspelig geslacht verlangt naar een teken; en het zal geen teken gegeven worden dan het teken van de profeet Jona. En Hij verliet hen en ging weg. Mattheüs 16:1–4.

The crowning miracle was the resurrection of Lazarus.

Het bekronende wonder was de opstanding van Lazarus.

“In delaying to come to Lazarus, Christ had a purpose of mercy toward those who had not received Him. He tarried, that by raising Lazarus from the dead He might give to His stubborn, unbelieving people another evidence that He was indeed ‘the resurrection, and the life.’ He was loath to give up all hope of the people, the poor, wandering sheep of the house of Israel. His heart was breaking because of their impenitence. In His mercy He purposed to give them one more evidence that He was the Restorer, the One who alone could bring life and immortality to light. This was to be an evidence that the priests could not misinterpret. This was the reason of His delay in going to Bethany. This crowning miracle, the raising of Lazarus, was to set the seal of God on His work and on His claim to divinity.” The Desire of Ages, 528, 529.

„Door te talmen met Zijn komst naar Lazarus had Christus een barmhartig doel ten aanzien van hen die Hem niet hadden aangenomen. Hij vertoefde, opdat Hij, door Lazarus uit de doden op te wekken, aan Zijn halsstarrige, ongelovige volk opnieuw een bewijs zou geven dat Hij inderdaad ‘de opstanding en het leven’ was. Hij gaf de hoop op het volk, de arme, dolende schapen van het huis Israëls, slechts met tegenzin prijs. Zijn hart brak om hun onboetvaardigheid. In Zijn barmhartigheid nam Hij Zich voor hun nog één bewijs te geven dat Hij de Hersteller was, Degene die alleen leven en onsterfelijkheid aan het licht kon brengen. Dit moest een bewijs zijn dat de priesters niet verkeerd konden uitleggen. Dit was de reden van Zijn talmen om naar Bethanië te gaan. Dit kroonwonder, de opwekking van Lazarus, moest Gods zegel zetten op Zijn werk en op Zijn aanspraak op goddelijkheid.” The Desire of Ages, 528, 529.

Christ tarried before He resurrected Lazarus, and Lazarus was not only the “crowning miracle,” he was also the “seal” upon God’s work. In the passage the sign of Jonah is the only sign for the adulterous and wicked generation. It is important to see that the timing of the sealing process is very specific. In the passage we are addressing where Peter’s name is changed, it informs us that from that point onward Jesus began to reveal that He was to be put to death, yet in the last verse Matthew records, “Then charged he his disciples that they should tell no man that he was Jesus the Christ.” Then in the very next verse he records, “From that time forth began Jesus to shew unto his disciples, how that he must go unto Jerusalem, and suffer many things of the elders and chief priests and scribes, and be killed, and be raised again the third day.”

Christus talmde voordat Hij Lazarus deed opstaan, en Lazarus was niet alleen het „bekronende wonder”, hij was ook het „zegel” op Gods werk. In de passage is het teken van Jona het enige teken voor het overspelige en goddeloze geslacht. Het is belangrijk te zien dat de timing van het verzegelingsproces zeer specifiek is. In de passage die wij behandelen, waar Petrus’ naam wordt veranderd, wordt ons meegedeeld dat Jezus vanaf dat moment begon te openbaren dat Hij ter dood gebracht zou worden; toch tekent Mattheüs in het laatste vers op: „Toen gebood Hij Zijn discipelen dat zij niemand zouden zeggen dat Hij Jezus, de Christus, was.” En in het onmiddellijk daaropvolgende vers schrijft hij: „Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan, veel lijden van de oudsten en overpriesters en schriftgeleerden, gedood worden en op de derde dag opgewekt worden.”

The passage begins with Jesus asking who men think He is, and then a follow-up question where He asked the disciples who they thought He was.

De passage begint ermee dat Jezus vraagt wie de mensen denken dat Hij is, en vervolgens met een vervolgvraag waarin Hij de discipelen vroeg wie zij dachten dat Hij was.

When Jesus came into the coasts of Caesarea Philippi, he asked his disciples, saying, Whom do men say that I the Son of man am? And they said, Some say that thou art John the Baptist: some, Elias; and others, Jeremias, or one of the prophets. He saith unto them, But whom say ye that I am? Matthew 16:13–15.

Toen Jezus in de streken van Caesarea Filippi gekomen was, vroeg Hij Zijn discipelen en zei: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben? En zij zeiden: Sommigen zeggen dat Gij Johannes de Doper zijt; anderen, Elia; en weer anderen, Jeremia of een van de profeten. Hij zei tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? Mattheüs 16:13–15.

When Peter answers he identifies that Jesus was the Christ and the son of the living God. The word Christ is the Greek word for the Hebrew word Messiah. Jesus raises the question about who He is, and leads the disciples to the fact that He is the Messiah, but immediately informs them that they should tell no man. From that time, He began to teach that He would fulfill the twenty-three waymarks in the last three chapters of Matthew, but it was of necessity the truths associated with the Christ should be opened up in a step-by-step fashion.

Wanneer Petrus antwoordt, stelt hij vast dat Jezus de Christus en de Zoon van de levende God was. Het woord Christus is het Griekse woord voor het Hebreeuwse woord Messias. Jezus werpt de vraag op wie Hij is en leidt de discipelen tot het besef dat Hij de Messias is, maar deelt hun onmiddellijk mee dat zij het aan niemand moesten zeggen. Van toen af begon Hij te onderwijzen dat Hij de drieëntwintig wegmarkeringen in de laatste drie hoofdstukken van Mattheüs zou vervullen, maar het was noodzakelijk dat de waarheden die met de Christus verbonden zijn stap voor stap ontvouwd zouden worden.

We will continue these Messianic waymarks in the next article.

Wij zullen deze Messiaanse wegmarkeringen in het volgende artikel voortzetten.

Alpha light of the third angel

Alfalicht van de derde engel

“In the autumn of 1846 we began to observe the Bible Sabbath, and to teach and defend it. My attention was first called to the Sabbath while I was on a visit to New Bedford, Massachusetts, earlier in the same year. I there became acquainted with Elder Joseph Bates, who had early embraced the advent faith, and was an active laborer in the cause. Elder B. was keeping the Sabbath, and urged its importance. I did not feel its importance, and thought that Elder B. erred in dwelling upon the fourth commandment more than upon the other nine. But the Lord gave me a view of the heavenly sanctuary. The temple of God was opened in heaven, and I was shown the ark of God covered with the mercy seat. Two angels stood, one at each end of the ark, with their wings spread over the mercy seat, and their faces turned toward it. My accompanying angel informed me that these represented all the heavenly host looking with reverential awe toward the holy law which had been written by the finger of God. Jesus raised the cover of the ark, and I beheld the tables of stone on which the Ten Commandments were written. I was amazed as I saw the fourth commandment in the very center of the ten precepts, with a soft halo of light encircling it. Said the angel: ‘It is the only one of the ten which defines the living God who created the heavens and the earth and all things that are therein. When the foundations of the earth were laid, then was laid the foundation of the Sabbath also.’” Testimonies, volume 1, 75.

“In de herfst van 1846 begonnen wij de bijbelse sabbat te onderhouden, en haar te onderwijzen en te verdedigen. Mijn aandacht werd voor het eerst op de sabbat gevestigd toen ik eerder in datzelfde jaar op bezoek was in New Bedford, Massachusetts. Daar maakte ik kennis met ouderling Joseph Bates, die reeds vroeg het adventgeloof had aanvaard en een actieve arbeider in de zaak was. Ouderling B. hield de sabbat, en drong aan op haar belangrijkheid. Ik voelde haar belangrijkheid niet, en meende dat ouderling B. dwaalde door bij het vierde gebod meer stil te staan dan bij de andere negen. Maar de Heere gaf mij een gezicht van het hemelse heiligdom. De tempel van God werd geopend in de hemel, en mij werd de ark van God getoond, bedekt met het verzoendeksel. Twee engelen stonden, één aan elk uiteinde van de ark, met hun vleugels uitgespreid over het verzoendeksel en hun aangezichten daarop gericht. Mijn begeleidende engel deelde mij mee dat dezen de gehele hemelse heirscharen voorstelden, die met eerbiedige ontzag opzien naar de heilige wet die door de vinger van God was geschreven. Jezus hief het deksel van de ark op, en ik aanschouwde de stenen tafelen waarop de Tien Geboden waren geschreven. Ik stond verbaasd toen ik het vierde gebod zag, in het midden van de tien voorschriften, met een zachte lichtkrans die het omgaf. De engel zei: ‘Het is het enige van de tien dat de levende God aanwijst, Die de hemelen en de aarde en alle dingen die daarin zijn geschapen heeft. Toen de fundamenten der aarde werden gelegd, werd ook het fundament van de sabbat gelegd.’” Testimonies, deel 1, 75.

Omega light of the third angel

Omega-licht van de derde engel

“Those who commune with God walk in the light of the Sun of Righteousness. They do not dishonor their Redeemer by corrupting their way before God. Heavenly light shines upon them. As they near the close of this earth’s history, their knowledge of Christ, and of the prophecies relating to him, greatly increases. They are of infinite worth in God’s sight; for they are in unity with his Son. To them the word of God is of surpassing beauty and loveliness. They see its importance. Truth is unfolded to them. The doctrine of the incarnation is invested with a soft radiance. They see that the Scripture is the key that unlocks all mysteries and solves all difficulties. Those who have been unwilling to receive the light and walk in the light will be unable to understand the mystery of godliness, but those who have not hesitated to take up the cross and follow Jesus, will see light in God’s light.” The Southern Watchman, April 4, 1905.

„Zij die met God verkeren, wandelen in het licht van de Zon der Gerechtigheid. Zij onteren hun Verlosser niet door hun weg voor God te verderven. Hemels licht schijnt op hen. Naarmate zij het einde van de geschiedenis van deze aarde naderen, neemt hun kennis van Christus en van de profetieën die op Hem betrekking hebben, sterk toe. Zij zijn van oneindige waarde in Gods oog; want zij zijn één met zijn Zoon. Voor hen is het woord van God van allesovertreffende schoonheid en lieflijkheid. Zij zien het belang ervan. De waarheid wordt hun ontvouwd. De leer van de menswording is bekleed met een zachte glans. Zij zien dat de Schrift de sleutel is die alle verborgenheden ontsluit en alle moeilijkheden oplost. Zij die niet bereid zijn geweest het licht te ontvangen en in het licht te wandelen, zullen niet in staat zijn het verborgenenis der godzaligheid te verstaan, maar zij die niet geaarzeld hebben het kruis op zich te nemen en Jezus te volgen, zullen licht zien in Gods licht.” The Southern Watchman, 4 april 1905.