Leviticus twenty-three presents the spring and the fall feasts, and the representation of the feasts is divinely profound in the structure, and in the perfect alignment of the beginning and ending structures, within the overall structure. The spring feasts and fall feasts align with one another. The chapter bears witness of Palmoni, the wonderful numberer over and over again. The chapter soundly and marvelously connects with the latter-day message of the one hundred and forty-four thousand.
Leviticus drieëntwintig presenteert de voorjaars- en de najaarsfeesten, en de uitbeelding van de feesten is goddelijk diepgaand in de structuur en in de volmaakte afstemming van de begin- en eindstructuren binnen de algehele structuur. De voorjaarsfeesten en de najaarsfeesten stemmen met elkaar overeen. Het hoofdstuk getuigt telkens weer van Palmoni, de wonderbare Teller. Het hoofdstuk verbindt zich op krachtige en wonderbare wijze met de boodschap van de laatste dagen aangaande de honderd vierenveertigduizend.
The number “23” represents the atonement, which is the combination of Divinity and humanity. The name Leviticus represents the priesthood of the one hundred and forty-four thousand, for all the prophets speak of the latter days, and the priests of the latter days are those who Peter identifies as a holy priesthood. Peter’s holy priesthood is the wise who understand the increase of knowledge that produces the message of the Midnight Cry. The foolish, or wicked as Daniel identifies them, reject the increase of knowledge, and Hosea informs us that for this reason they are rejected as priests.
Het getal „23” vertegenwoordigt de verzoening, die de vereniging van Goddelijkheid en menselijkheid is. De naam Leviticus vertegenwoordigt het priesterschap van de honderd vierenveertigduizend, want alle profeten spreken over de laatste dagen, en de priesters van de laatste dagen zijn degenen die Petrus aanduidt als een heilig priesterschap. Petrus’ heilig priesterschap zijn de wijzen die de toename van kennis begrijpen die de boodschap van de Middernachtsroep voortbrengt. De dwazen, of goddelozen zoals Daniël hen aanduidt, verwerpen de toename van kennis, en Hosea deelt ons mee dat zij om die reden als priesters worden verworpen.
My people are destroyed for lack of knowledge: because thou hast rejected knowledge, I will also reject thee, that thou shalt be no priest to me: seeing thou hast forgotten the law of thy God, I will also forget thy children. As they were increased, so they sinned against me: therefore will I change their glory into shame. Hosea 4:6, 7.
Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis; omdat gij de kennis verworpen hebt, zal Ik ook u verwerpen, zodat gij Mij niet tot priester zult zijn; omdat gij de wet van uw God vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten. Naarmate zij talrijker werden, zondigden zij tegen Mij; daarom zal Ik hun heerlijkheid in schande veranderen. Hosea 4:6, 7.
The drunkards of Ephraim, who Isaiah also calls the “crown of glory” have their glory turned into “shame.” Hosea specifically identifies that those who reject the increase of knowledge of the latter days are the Laodicean Seventh-day Adventist church, for he recorded, “My people.” His people will be rejected as priests, and it happens in the final and fourth generation, for He is to forget their children, and children represent the last generation.
De dronkaards van Efraïm, die Jesaja eveneens de „heerlijkheidskroon” noemt, zien hun heerlijkheid in „schande” veranderd. Hosea duidt specifiek aan dat zij die de toename van kennis van de laatste dagen verwerpen, de Laodiceïsche Kerk der Zevende-dags Adventisten zijn, want hij tekende op: „Mijn volk.” Zijn volk zal als priesters verworpen worden, en dit geschiedt in de laatste en vierde generatie, want Hij zal hun kinderen vergeten, en kinderen vertegenwoordigen de laatste generatie.
At—one—ment
Verzoening
The title of “Leviticus 23,” means “the atonement of the priesthood of the one hundred and forty-four thousand.” This truth can be deduced with simply the name of the book in connection with the chapter number. The atonement, which Leviticus twenty-three addresses means “at-one-ment,” and is identifying the combination of Divinity and humanity. That combination is represented with a multitude of symbols in God’s Word, one of which is that the human temple is to be combined with the Divine temple.
De titel van „Leviticus 23” betekent „de verzoening van het priesterschap van de honderd vierenveertigduizend”. Deze waarheid kan eenvoudig worden afgeleid uit de naam van het boek in samenhang met het hoofdstuknummer. De verzoening, waar Leviticus drieëntwintig over handelt, betekent „at-one-ment” en duidt op de vereniging van Goddelijkheid en menselijkheid. Die vereniging wordt in Gods Woord door een menigte van symbolen voorgesteld, waarvan er één is dat de menselijke tempel met de Goddelijke tempel verenigd moet worden.
The human temple has a framework of “23” male and “23” female chromosomes. Peter identifies that the priesthood of the one hundred and forty-four thousand are a “spiritual house.” Those chromosomes join together as does a man and woman, and what God has joined together, let no man put asunder. The marriage is another symbol of the at-one-ment. Leviticus “23” means the combination of the temple of the Heavenly High Priest, with the temple of the priests who are the one hundred and forty-four thousand.
De menselijke tempel heeft een raamwerk van „23” mannelijke en „23” vrouwelijke chromosomen. Petrus duidt het priesterschap van de honderd vierenveertigduizend aan als een „geestelijk huis”. Die chromosomen worden samengevoegd zoals ook een man en een vrouw samengevoegd worden, en wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet. Het huwelijk is een ander symbool van de verzoening. Leviticus „23” betekent de vereniging van de tempel van de hemelse Hogepriester met de tempel van de priesters, namelijk de honderd vierenveertigduizend.
Twenty-two Verses
Tweeëntwintig Verzen
The spring feasts in Leviticus twenty-three are represented in the first twenty-two verses of the chapter, and the fall feasts are represented in the last twenty-two verses of the chapter. The last verse is verse forty-four, a symbol of 1844, when the antitypical Day of Atonement began on the tenth day of the seventh month, in fulfillment of Leviticus twenty-three. Chapter twenty-three is divided into two periods of twenty-two verses, both twenty-two verse periods are logically connected by being feasts, but also logically separated by Christ’s courtyard and holy place ministry, represented by the springtime and His Most Holy Place ministry represented by the fall.
De voorjaarsfeesten in Leviticus drieëntwintig worden weergegeven in de eerste tweeëntwintig verzen van het hoofdstuk, en de najaarsfeesten worden weergegeven in de laatste tweeëntwintig verzen van het hoofdstuk. Het laatste vers is vers vierenveertig, een symbool van 1844, toen de antitypische Grote Verzoendag begon op de tiende dag van de zevende maand, ter vervulling van Leviticus drieëntwintig. Hoofdstuk drieëntwintig is verdeeld in twee perioden van tweeëntwintig verzen; beide perioden van tweeëntwintig verzen zijn logisch met elkaar verbonden doordat het feesten betreft, maar ook logisch van elkaar gescheiden door Christus’ bediening in de voorhof en het Heilige, weergegeven door de lente, en Zijn bediening in het Allerheiligste, weergegeven door de herfst.
22
22
Both the spring and fall feasts are represented by twenty-two verses, and the verses align with the witness of the Hebrew alphabet, which consists of “22” letters. “22” is a tithe of “220,” which is a symbol of the combination of Divinity and humanity. “220” represents the starting of both the 2,520 years of the scattering of Judah, and the 2,300 years until the Day of Atonement. The starting point of the 2,520 was 677 BC and the starting point for the 2,300 was 457 BC, thus identifying two hundred and twenty years as the link between the prophecy of the trampling down of God’s host and the prophecy of the trampling down of God’s sanctuary. Both those prophecies ended at the antitypical Day of Atonements’ arrival on October 22, 1844.
Zowel de voorjaars- als de najaarsfeesten worden door tweeëntwintig verzen weergegeven, en de verzen stemmen overeen met het getuigenis van het Hebreeuwse alfabet, dat uit „22” letters bestaat. „22” is een tiende van „220”, wat een symbool is van de combinatie van goddelijkheid en menselijkheid. „220” vertegenwoordigt het begin van zowel de 2.520 jaren van de verstrooiing van Juda als de 2.300 jaren tot aan de Grote Verzoendag. Het beginpunt van de 2.520 was 677 v.Chr. en het beginpunt van de 2.300 was 457 v.Chr., waarmee tweehonderdtwintig jaar wordt aangeduid als de schakel tussen de profetie van de vertreding van Gods heir en de profetie van de vertreding van Gods heiligdom. Beide profetieën eindigden bij de komst van de antitypische Grote Verzoendag op 22 oktober 1844.
On that date, the work of Christ in combining the human temple with the Divine temple began, and at that time, both Habakkuk 2:20 and John 2:20 were fulfilled. Habakkuk identified the Divine was then in the Most Holy Place, and John recorded that the Millerite temple that was to enter by faith into that Most Holy Place had completed the forty-six-year period, that marked the erection of the Millerite human temple from 1798 unto 1844. The history of “46” years, consisting of “23” and “23” is represented by the work of William Miller who first began to present the message of that history in 1831, “220” years after the publication of the King James Bible. The Divine Word published in 1611, was combined with a human messenger “220” years later in 1831. Both the spring and fall feasts are represented by “22” verses.
Op die datum begon het werk van Christus om de menselijke tempel met de goddelijke tempel te verenigen, en op dat moment werden zowel Habakuk 2:20 als Johannes 2:20 vervuld. Habakuk gaf aan dat het Goddelijke zich toen in het Allerheiligste bevond, en Johannes tekende op dat de Milleritische tempel, die door het geloof dat Allerheiligste zou binnengaan, de periode van zesenveertig jaar had voltooid, die de oprichting van de Milleritische menselijke tempel van 1798 tot 1844 markeerde. De geschiedenis van “46” jaar, bestaande uit “23” en “23”, wordt voorgesteld door het werk van William Miller, die in 1831 als eerste de boodschap van die geschiedenis begon te verkondigen, “220” jaar na de publicatie van de King James Bible. Het Goddelijke Woord, gepubliceerd in 1611, werd “220” jaar later, in 1831, verenigd met een menselijke boodschapper. Zowel de voorjaars- als de najaarsfeesten worden door “22” verzen voorgesteld.
Twenty-two verses of two lines of the same subject demands that prophetically the first twenty-two verses are to be laid over the top of the next twenty-two verses. In aligning the two lines in this fashion you are joining the work of the courtyard and holy place, represented in the spring feasts with the work of Christ in the Most Holy Place. At this prophetic level it represents the joining of two temples, which illustrates Christ’s work of at-one-ment.
Tweeëntwintig verzen van telkens twee regels over hetzelfde onderwerp vereisen dat profetisch de eerste tweeëntwintig verzen over de daaropvolgende tweeëntwintig verzen heen worden gelegd. Door de twee regels op deze wijze met elkaar in overeenstemming te brengen, verbindt men het werk van de voorhof en het heilige, voorgesteld in de voorjaarsfeesten, met het werk van Christus in het Allerheiligste. Op dit profetische niveau stelt dit de vereniging van twee tempels voor, hetgeen het verzoeningswerk van Christus illustreert.
When verses one through twenty-two are aligned with verse twenty-three through forty-four, a prophetic line is established that is witnessed to by the twenty-two letters of the Hebrew alphabet, and by the symbolism represented by the number “22” and also by the symbolism represented by the feasts in accompaniment with those feasts fulfillment in sacred history.
Wanneer de verzen één tot en met tweeëntwintig in verband worden gebracht met vers drieëntwintig tot en met vierenveertig, wordt een profetische lijn vastgesteld, waarvan getuigenis wordt afgelegd door de tweeëntwintig letters van het Hebreeuwse alfabet, en door de symboliek die wordt vertegenwoordigd door het getal „22”, alsook door de symboliek die wordt vertegenwoordigd door de feesten, samen met de vervulling van die feesten in de heilige geschiedenis.
The beginning of the spring feasts first identifies the seventh-day Sabbath and the ending of the fall feasts identifies the seventh-year Sabbath. Christ, as Alpha and Omega placed the Sabbath at the beginning and ending of the two witnesses of “22” in the line of the priesthood of the one hundred and forty-four thousand.
Het begin van de voorjaarsfeesten duidt allereerst de sabbat van de zevende dag aan, en het einde van de najaarsfeesten duidt de sabbat van het zevende jaar aan. Christus heeft, als Alfa en Omega, de sabbat aan het begin en aan het einde geplaatst van de twee getuigen van „22” in de lijn van het priesterschap van de honderdvierenveertigduizend.
The seventh-day Sabbath was the special light at the beginning of the antitypical Day of Atonement in 1844, and the light of the seventh-year Sabbath is the light at the end. The seventh-day Sabbath was also the first holy convocation of Leviticus “23,” as is the seventh-year Sabbath the last holy convocation in the chapter. Sabbath is the alpha and omega of the priest’s line in chapter “23.” The first, and seventh-day Sabbath is the alpha of the priesthood of the one hundred and forty-four thousand, and the last, and seventh-year Sabbath is the omega of the priesthood of the one hundred and forty-four thousand.
De sabbat van de zevende dag was het bijzondere licht aan het begin van de antitypische Grote Verzoendag in 1844, en het licht van de sabbat van het zevende jaar is het licht aan het einde. De sabbat van de zevende dag was ook de eerste heilige samenroeping van Leviticus „23”, evenals de sabbat van het zevende jaar de laatste heilige samenroeping in het hoofdstuk is. De sabbat is de alfa en omega van de lijn van de priester in hoofdstuk „23”. De eerste, en sabbat van de zevende dag, is de alfa van het priesterschap van de honderd vierenveertigduizend, en de laatste, en sabbat van het zevende jaar, is de omega van het priesterschap van de honderd vierenveertigduizend.
“Those who commune with God walk in the light of the Sun of Righteousness. They do not dishonor their Redeemer by corrupting their way before God. Heavenly light shines upon them. As they near the close of this earth’s history, their knowledge of Christ, and of the prophecies relating to him, greatly increases. They are of infinite worth in God’s sight; for they are in unity with his Son. To them the word of God is of surpassing beauty and loveliness. They see its importance. Truth is unfolded to them. The doctrine of the incarnation is invested with a soft radiance. They see that the Scripture is the key that unlocks all mysteries and solves all difficulties. Those who have been unwilling to receive the light and walk in the light will be unable to understand the mystery of godliness, but those who have not hesitated to take up the cross and follow Jesus, will see light in God’s light.” The Southern Watchman, April 4, 1905.
„Zij die gemeenschap met God hebben, wandelen in het licht van de Zon der Gerechtigheid. Zij onteren hun Verlosser niet door hun weg voor God te verderven. Hemels licht schijnt op hen. Naarmate zij het einde van de geschiedenis van deze aarde naderen, neemt hun kennis van Christus en van de profetieën die op Hem betrekking hebben, zeer toe. Zij zijn van oneindige waarde in Gods ogen; want zij zijn één met zijn Zoon. Voor hen is het woord van God van allesovertreffende schoonheid en liefelijkheid. Zij zien het belang ervan. De waarheid wordt hun ontvouwd. De leer van de menswording is bekleed met een zachte glans. Zij zien dat de Schrift de sleutel is die alle verborgenheden ontsluit en alle moeilijkheden oplost. Zij die niet bereid zijn geweest het licht te ontvangen en in het licht te wandelen, zullen niet in staat zijn het geheimenis der godsvrucht te verstaan, maar zij die niet hebben geaarzeld het kruis op te nemen en Jezus te volgen, zullen licht zien in Gods licht.” The Southern Watchman, 4 april 1905.
Here, “near the close of this earth’s history,” at the end of the antitypical Day of Atonement, the “doctrine of the incarnation” is invested with a “soft” radiance as was the doctrine of the seventh-day Sabbath at the beginning of the antitypical Day of Atonement.
Hier, „dicht bij het einde van de geschiedenis van deze aarde”, aan het einde van de antitypische Grote Verzoendag, wordt de „leer van de incarnatie” bekleed met een „zachte” glans, zoals de leer van de sabbat van de zevende dag aan het begin van de antitypische Grote Verzoendag.
“Jesus raised the cover of the ark, and I beheld the tables of stone on which the Ten Commandments were written. I was amazed as I saw the fourth commandment in the very center of the ten precepts, with a soft halo of light encircling it. Said the angel: ‘It is the only one of the ten which defines the living God who created the heavens and the earth and all things that are therein. When the foundations of the earth were laid, then was laid the foundation of the Sabbath also.’” Testimonies, volume 1, 75.
‘Jezus hief het verzoendeksel van de ark op, en ik aanschouwde de stenen tafelen waarop de Tien Geboden geschreven waren. Ik was verbaasd toen ik het vierde gebod zag, precies in het midden van de tien voorschriften, omgeven door een zachte lichtglans. De engel zei: “Het is het enige van de tien dat de levende God aanduidt, die de hemel en de aarde en al wat daarin is, geschapen heeft. Toen de fundamenten der aarde werden gelegd, werd ook het fundament van de sabbat gelegd.”’ Testimonies, deel 1, 75.
The seventh-day Sabbath, which is a “foundation,” begins Leviticus “23” and the seventh-year Sabbath ends the testimony of the priests as represented by the spring and fall feasts. The seventh-year Sabbath represents the temple that is built upon the foundation. The seventh-year Sabbath at the end is represented by the 2,520, just as the seventh-day Sabbath is represented by the 2,300. The seventh-year Sabbath represents the “doctrine of the incarnation.” The seventh-day Sabbath is the sign of the Creator and the seventh-year Sabbath is the sign of Divinity combined with humanity.
De sabbat van de zevende dag, die een „fundament” is, opent Leviticus „23”, en de sabbat van het zevende jaar beëindigt het getuigenis van de priesters zoals dat wordt voorgesteld door de voorjaars- en najaarsfeesten. De sabbat van het zevende jaar vertegenwoordigt de tempel die op het fundament is gebouwd. De sabbat van het zevende jaar aan het einde wordt voorgesteld door de 2.520, evenals de sabbat van de zevende dag wordt voorgesteld door de 2.300. De sabbat van het zevende jaar vertegenwoordigt de „leer van de incarnatie”. De sabbat van de zevende dag is het teken van de Schepper en de sabbat van het zevende jaar is het teken van goddelijkheid verenigd met menselijkheid.
Aligning the Lines
De Lijnen op Één Lijn Brengen
When we align the spring feasts with the fall feasts in Leviticus twenty-three, the feast of Passover, is followed the next day by the seven-day feast of unleavened bread, and the feast of first fruits follows the day after the seven-day feast of unleavened bread begins. Three waymarks in three days.
Wanneer wij de voorjaarsfeesten in Leviticus drieëntwintig in verband brengen met de najaarsfeesten, wordt het feest van het Pascha de volgende dag gevolgd door het zevendaagse feest van de ongezuurde broden, en het feest van de eerstelingen volgt op de dag nadat het zevendaagse feest van de ongezuurde broden begint. Drie bakens in drie dagen.
The period of seven days that makes up the feast of unleavened bread begins with a holy convocation and ends with the same. The day after the feast of unleavened bread begins, the feast of first fruits arrives, and it includes the spring barley first fruit offering. Pentecost, also called the feast of weeks occurs fifty days after the feast of first fruits, which marks the beginning of a seven-week period that ends on the forty-ninth day, which is followed by Pentecost, meaning fifty.
De periode van zeven dagen die het feest van de ongezuurde broden vormt, begint met een heilige samenroeping en eindigt eveneens daarmee. De dag nadat het feest van de ongezuurde broden begint, breekt het feest van de eerstelingen aan, en dit omvat de eerstelingenofferande van de gerstoogst in de lente. Pinksteren, ook wel het Wekenfeest genoemd, vindt vijftig dagen na het feest van de eerstelingen plaats, dat het begin markeert van een periode van zeven weken die eindigt op de negenenveertigste dag, waarop Pinksteren volgt, wat vijftig betekent.
Passover begins at even on the fourteenth. Passover is not a holy convocation.
Het Pascha begint tegen de avond op de veertiende. Het Pascha is geen heilige samenkomst.
Then on the fifteenth day, the seven-day feast of unleavened bread arrives. The first day and the last day of the seven-day feast is holy convocations.
Dan, op de vijftiende dag, vangt het zevendaagse feest van de ongezuurde broden aan. De eerste dag en de laatste dag van het zevendaagse feest zijn heilige samenkomsten.
The next day, the sixteenth day, the day of first fruits arrives. Then the seven weeks that are marked by the feast of Pentecost begins, and Pentecost is one of the seven holy convocations represented in the spring and fall feasts. First fruits is not a holy convocation.
De volgende dag, de zestiende dag, de dag van de eerstelingen, breekt aan. Dan beginnen de zeven weken die gemarkeerd worden door het feest van Pinksteren, en Pinksteren is een van de zeven heilige samenkomsten die worden voorgesteld in de voorjaars- en najaarsfeesten. De eerstelingen is geen heilige samenkomst.
Then on the first day of the seventh month the feast of trumpets, is a holy convocation.
Dan is op de eerste dag van de zevende maand het Feest der Bazuinen, een heilige samenkomst.
The Day of Atonement on the tenth day of the seventh month is a holy convocation, but not a feast.
De Grote Verzoendag op de tiende dag van de zevende maand is een heilige samenkomst, maar geen feest.
The first day of the feast of Tabernacles is a holy convocation. After the seven-day feast there is the eighth day of tabernacles, though the eighth day is considered outside the periods represented by the feasts. That eighth day is a holy convocation.
De eerste dag van het Loofhuttenfeest is een heilige samenkomst. Na het zevendaagse feest is er de achtste dag van het Loofhuttenfeest, hoewel de achtste dag geacht wordt buiten de tijdsperioden te vallen die door de feesten worden uitgebeeld. Die achtste dag is een heilige samenkomst.
This equates to seven holy convocations when you include the seventh-day Sabbath that introduces the feasts. Seven holy convocations and seven feasts, though they align differently than the holy convocations. The first and last waymarks are Sabbaths, first for day, then for the year. Within the feasts that are identified between the alpha and omega Sabbaths there are seven feasts and five holy convocations. If you include the alpha seventh-day Sabbath and the omega seventh-year Sabbath you have seven holy convocations and seven feasts. It is understood that the eighth day of Tabernacles is not part of the feasts, and creates the enigma of the eighth being of the seven. The point I am identifying here is that Jesus, as Palmoni organized the variations of numbers within chapter “23” in an absolutely astonishing fashion.
Dit komt neer op zeven heilige samenroepingen wanneer men de sabbat van de zevende dag, die de feesten inleidt, meerekent. Zeven heilige samenroepingen en zeven feesten, hoewel zij anders gerangschikt zijn dan de heilige samenroepingen. De eerste en laatste waymarks zijn sabbatten, eerst voor de dag, vervolgens voor het jaar. Binnen de feesten die worden aangeduid tussen de alpha- en omega-sabbatten bevinden zich zeven feesten en vijf heilige samenroepingen. Indien men de alpha-sabbat van de zevende dag en de omega-sabbat van het zevende jaar meerekent, heeft men zeven heilige samenroepingen en zeven feesten. Men begrijpt dat de achtste dag van het Loofhuttenfeest geen deel uitmaakt van de feesten en het raadsel schept dat de achtste uit de zeven is. Het punt dat ik hier aanwijz, is dat Jezus, als Palmoni, de variaties van getallen binnen hoofdstuk “23” op een volstrekt verbijsterende wijze heeft geordend.
Spring
Lente
The spring feasts contain a seven-day feast period of unleavened bread, containing an alpha holy convocation at the beginning and an omega holy convocation at the end. Pentecost is the third holy convocation in the spring feasts. Pentecost arrives after a seven-week period, that ends with a feast on the fiftieth day. The spring feasts are marked by four feast days and three periods. Passover, unleavened bread, first fruits and Pentecost are the four feast days, and the three periods are the seven days of unleavened bread, the forty-nine days that precede and include the fiftieth day of Pentecost and the first three days which are a period consisting of three steps.
De voorjaarsfeesten omvatten een zevendaagse feestperiode van ongezuurde broden, met aan het begin een alfa-heilige samenroeping en aan het einde een omega-heilige samenroeping. Pinksteren is de derde heilige samenroeping in de voorjaarsfeesten. Pinksteren komt na een periode van zeven weken, die eindigt met een feest op de vijftigste dag. De voorjaarsfeesten worden gekenmerkt door vier feestdagen en drie perioden. Pascha, de ongezuurde broden, de eerstelingen en Pinksteren zijn de vier feestdagen, en de drie perioden zijn de zeven dagen van de ongezuurde broden, de negenenveertig dagen die aan de vijftigste dag van Pinksteren voorafgaan en deze omvatten, en de eerste drie dagen, die een periode vormen bestaande uit drie stappen.
The first fruit offering of the Passover period aligns with the first fruit offering on the day of Pentecost; the first fruit offerings of barley in Passover’s three-day period, and the first fruit offering of wheat on Pentecost at the conclusion of the Pentecostal season of forty-nine, slash— fifty days.
Het eerstelingenoffer van de Paschaperiode stemt overeen met het eerstelingenoffer op de Pinksterdag; de eerstelingenoffers van gerst in de driedaagse periode van het Pascha, en het eerstelingenoffer van tarwe op Pinksteren aan het einde van het pinksterseizoen van negenenveertig—vijftig dagen.
Fall
Val
The fall feasts begin with a specific feast day that initiates a ten-day period which leads to judgment. Five days after judgment a feast of seven days, of which the first and last day of the seven days are identified as holy convocations. From the fifteenth unto the twenty-second day the feast of Tabernacles is celebrated and then on the twenty-third day the Sabbath of the land is marked.
De najaarsfeesten beginnen met een bepaalde feestdag die een periode van tien dagen inluidt die tot het oordeel voert. Vijf dagen na het oordeel volgt een feest van zeven dagen, waarvan de eerste en de laatste dag als heilige samenkomsten worden aangeduid. Van de vijftiende tot en met de tweeëntwintigste dag wordt het Loofhuttenfeest gevierd, en vervolgens wordt op de drieëntwintigste dag de sabbat van het land gemarkeerd.
When we take the fall feasts and place them over the top of the spring feasts, we have two lines that are both represented by twenty-two verses, thus they are represented by the twenty-two letters of the Hebrew alphabet. When this is done, the first waymark is the holy convocation of the seventh-day Sabbath, and the last waymark is the holy convocation of the seventh-year Sabbath.
Wanneer wij de najaarsfeesten nemen en deze over de voorjaarsfeesten heen plaatsen, hebben wij twee lijnen die beide door tweeëntwintig verzen worden vertegenwoordigd; aldus worden zij voorgesteld door de tweeëntwintig letters van het Hebreeuwse alfabet. Wanneer dit wordt gedaan, is het eerste wegmerk de heilige samenroeping van de sabbat van de zevende dag, en het laatste wegmerk de heilige samenroeping van de sabbat van het zevende jaar.
Also in the fifteenth day of the seventh month, when ye have gathered in the fruit of the land, ye shall keep a feast unto the Lord seven days: on the first day shall be a sabbath, and on the eighth day shall be a sabbath. Leviticus 23:39.
Ook op de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer gij de opbrengst van het land hebt ingezameld, zult gij de HEERE zeven dagen lang een feest vieren; op de eerste dag zal er een sabbat zijn, en op de achtste dag zal er een sabbat zijn. Leviticus 23:39.
Pentecost was the early rain and Tabernacles is the latter rain. The outpouring of the Holy Spirit at Pentecost was represented by a day, and the outpouring represented by Tabernacles is a period that concludes, and then is followed by a Sabbath, that is the eighth day, of seven days. The Sabbath which follows the final manifestation of the outpouring of the Holy Spirit represents the Sabbath of the earth resting for one thousand years.
Pinksteren was de vroege regen en Loofhutten is de late regen. De uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren werd door één dag voorgesteld, en de uitstorting die door Loofhutten wordt voorgesteld, is een periode die ten einde loopt en vervolgens wordt gevolgd door een sabbat, namelijk de achtste dag, na zeven dagen. De sabbat die volgt op de laatste manifestatie van de uitstorting van de Heilige Geest, stelt de sabbat van de aarde voor die duizend jaar rust.
“In the time of trouble we all fled from the cities and villages, but were pursued by the wicked, who entered the houses of the saints with a sword. They raised the sword to kill us, but it broke, and fell as powerless as a straw. Then we all cried day and night for deliverance, and the cry came up before God. The sun came up, and the moon stood still. The streams ceased to flow. Dark, heavy clouds came up and clashed against each other. But there was one clear place of settled glory, whence came the voice of God like many waters, which shook the heavens and the earth. The sky opened and shut and was in commotion. The mountains shook like a reed in the wind, and cast out ragged rocks all around. The sea boiled like a pot and cast out stones upon the land. And as God spoke the day and the hour of Jesus’ coming and delivered the everlasting covenant to His people, He spoke one sentence, and then paused, while the words were rolling through the earth. The Israel of God stood with their eyes fixed upward, listening to the words as they came from the mouth of Jehovah, and rolled through the earth like peals of loudest thunder. It was awfully solemn. And at the end of every sentence the saints shouted, ‘Glory! Alleluia!’ Their countenances were lighted up with the glory of God; and they shone with the glory, as did the face of Moses when he came down from Sinai. The wicked could not look on them for the glory. And when the never-ending blessing was pronounced on those who had honored God in keeping His Sabbath holy, there was a mighty shout of victory over the beast and over his image.
“In de tijd der benauwdheid vluchtten wij allen uit de steden en dorpen, maar werden achtervolgd door de goddelozen, die met het zwaard de huizen der heiligen binnendrongen. Zij hieven het zwaard op om ons te doden, maar het brak en viel neer, even machteloos als een strootje. Toen riepen wij dag en nacht allen om verlossing, en de roep steeg op voor God. De zon ging op, en de maan stond stil. De stromen hielden op te vloeien. Donkere, zware wolken kwamen op en botsten tegen elkander. Maar er was één heldere plaats van bestendige heerlijkheid, vanwaar de stem Gods kwam als van vele wateren, die de hemelen en de aarde deed beven. De hemel opende en sloot zich en was in beroering. De bergen beefden als een riet in de wind, en slingerden rondom grillige rotsblokken uit. De zee kookte als een pot en wierp stenen op het land. En terwijl God de dag en het uur van Jezus’ komst bekendmaakte en het eeuwige verbond aan Zijn volk gaf, sprak Hij één zin, en zweeg toen, terwijl de woorden over de aarde voortrolden. Het Israël Gods stond met de ogen omhoog gericht en luisterde naar de woorden zoals zij uit de mond van Jehovah kwamen en over de aarde rolden als donderslagen van het luidste onweer. Het was ontzaglijk plechtig. En aan het einde van iedere zin riepen de heiligen: ‘Heerlijkheid! Halleluja!’ Hun aangezichten werden verlicht door de heerlijkheid Gods; en zij straalden van heerlijkheid, gelijk het aangezicht van Mozes toen hij van de Sinaï afdaalde. De goddelozen konden hen vanwege die heerlijkheid niet aanzien. En toen de nooit eindigende zegen werd uitgesproken over hen die God hadden geëerd door Zijn sabbat heilig te houden, klonk er een machtige overwinningsroep over het beest en over zijn beeld.”
“Then commenced the jubilee, when the land should rest.” Early Writings, 34.
„Toen ving het jubeljaar aan, wanneer het land rusten zou.” Early Writings, 34.
The jubilee is the fiftieth year, after seven cycles of seven years, which is the 49 days that lead to the fiftieth day of Pentecost. When the line of the fall feasts is brought together with the spring feasts there are 49 days that lead to Pentecost, which marks the beginning of the seven-day period of Tabernacles. Pentecost and Tabernacles align, and together they identify the period of the latter rain that begins at the soon-coming Sunday law and continues until probation closes, the Lord returns and then the earth rests, as represented by the seventh-year Sabbath, that is the eighth of the seven in the feast of Tabernacles.
Het jubeljaar is het vijftigste jaar, na zeven cycli van zeven jaren, hetgeen de 49 dagen zijn die leiden tot de vijftigste dag van Pinksteren. Wanneer de lijn van de najaarsfeesten wordt samengebracht met de voorjaarsfeesten, zijn er 49 dagen die naar Pinksteren leiden, dat het begin markeert van de zevendaagse periode van het Loofhuttenfeest. Pinksteren en het Loofhuttenfeest vallen samen, en tezamen duiden zij de periode van de late regen aan, die begint bij de spoedig komende zondagswet en voortduurt totdat de genadetijd sluit, de Heer terugkeert en vervolgens de aarde rust, zoals voorgesteld door de sabbat van het zevende jaar, dat wil zeggen de achtste van de zeven in het Loofhuttenfeest.
When we bring both lines of twenty-two verses together, we do so for several reasons. Both lines are twenty-two verses, twenty-two being a tithe of 220, a symbol of the combination of Divinity and humanity.
Wanneer wij beide reeksen van tweeëntwintig verzen samenbrengen, doen wij dit om verschillende redenen. Beide reeksen tellen tweeëntwintig verzen, waarbij tweeëntwintig een tiende is van 220, een symbool van de vereniging van goddelijkheid en menselijkheid.
Both lines represent the Hebrew alphabet of twenty-two letters.
Beide lijnen vertegenwoordigen het Hebreeuwse alfabet van tweeëntwintig letters.
Both lines represent the feasts.
Beide lijnen vertegenwoordigen de feesten.
Both lines represent the two harvest seasons of the year.
Beide lijnen stellen de twee oogstseizoenen van het jaar voor.
Both lines represent Christ work in the courtyard, holy place and Most Holy Place. Leviticus means the priests, and Jesus is the Heavenly High Priest. For these reasons, we are justified in applying the line upon line methodology to the forty-four verses of Leviticus twenty-three.
Beide lijnen vertegenwoordigen het werk van Christus in de voorhof, het heilige en het Allerheiligste. Leviticus betreft de priesters, en Jezus is de hemelse Hogepriester. Om deze redenen zijn wij gerechtvaardigd de methodologie van regel op regel toe te passen op de vierenveertig verzen van Leviticus drieëntwintig.
Pentecost was the early rain for Christianity and Tabernacles is the latter rain for Christianity. We therefore align the spring “day of Pentecost” with the fall seven days of Tabernacles. When Sister White stated, “In the time of trouble we all fled from the cities and villages” she is identifying the time when God’s people are living in the wilderness due to persecution. Living in booths during the Tabernacle season typifies the history that leads directly to the Sabbath jubilee rest for the earth.
Pinksteren was de vroege regen voor het christendom en Loofhutten is de late regen voor het christendom. Daarom brengen wij de voorjaars-„Pinksterdag” in overeenstemming met de zeven dagen van het Loofhuttenfeest in de herfst. Toen zuster White verklaarde: „In de tijd van benauwdheid vluchtten wij allen uit de steden en dorpen”, duidt zij de tijd aan waarin Gods volk wegens vervolging in de woestijn leeft. Het wonen in loofhutten gedurende het Loofhuttenfeest is een type van de geschiedenis die rechtstreeks leidt tot de sabbatsjubileumrust voor de aarde.
The Day of Pentecost marks the beginning of seven days of Tabernacles. Then the jubilee is represented by the eighth day, that is of the seven days of Tabernacles. Five days before the feast of Tabernacles was the Day of Atonement. Thus, five days before Pentecost that marks the beginning of Tabernacles—judgment is marked. Ten days before the judgment of the Day of Atonement is the feast of Trumpets. When the lines are combined five days before the Sunday law, represented by Pentecost, judgment is marked. Ten days before that, the feast of Trumpets is marked.
De Pinksterdag markeert het begin van zeven dagen van Loofhutten. Vervolgens wordt het jubeljaar voorgesteld door de achtste dag, dat wil zeggen van de zeven dagen van Loofhutten. Vijf dagen vóór het Loofhuttenfeest was de Grote Verzoendag. Zo wordt vijf dagen vóór Pinksteren, dat het begin van Loofhutten markeert, het oordeel gemarkeerd. Tien dagen vóór het oordeel van de Grote Verzoendag is het feest der Bazuinen. Wanneer de lijnen worden samengevoegd, wordt vijf dagen vóór de zondagswet, voorgesteld door Pinksteren, het oordeel gemarkeerd. Tien dagen daarvoor wordt het feest der Bazuinen gemarkeerd.
The baptism of Christ represented His death, burial and resurrection. Those three steps are represented by His death at Passover, His burial and rest upon the Sabbath, and His resurrection on Sunday. The three days of His death, burial and resurrection are one waymark that consists of three steps. We therefore start the combination of the two lines of spring and fall feasts at the resurrection. The resurrection of the third day begins a forty-nine-day period that leads to Pentecost, which is the Sunday law. That forty-nine-day period is preceded by the feast of unleavened bread, that begins one day before and extends five days beyond the day of first fruits.
De doop van Christus vertegenwoordigde Zijn dood, begrafenis en opstanding. Die drie stappen worden voorgesteld door Zijn dood met het Pascha, Zijn begrafenis en rust op de sabbat, en Zijn opstanding op zondag. De drie dagen van Zijn dood, begrafenis en opstanding vormen één wegmerk dat uit drie stappen bestaat. Daarom beginnen wij de combinatie van de twee lijnen van de voorjaars- en najaarsfeesten bij de opstanding. De opstanding op de derde dag begint een periode van negenenveertig dagen die leidt tot Pinksteren, hetgeen de zondagwet is. Aan die periode van negenenveertig dagen gaat het feest van de ongezuurde broden vooraf, dat één dag eerder begint en zich vijf dagen voorbij de dag van de eerstelingsvruchten uitstrekt.
From the resurrection of the first fruits unto the Sunday law is forty-nine days, the Sunday law being the fiftieth day. Five days before the Sunday law judgment is represented, and ten days before that judgment the warning of the trumpets is marked. Resurrection is the first waymark, then five days later the period of unleavened bread concludes. Thirty days after unleavened bread ends, the warning of the trumpets occurs. Ten days later the judgment of the Day of Atonement is marked and five days later the Sunday law of Pentecost arrives.
Vanaf de opstanding van de eerstelingen tot aan de zondagswet verlopen negenenveertig dagen, waarbij de zondagswet de vijftigste dag is. Vijf dagen vóór de zondagswet wordt het oordeel voorgesteld, en tien dagen vóór dat oordeel wordt de waarschuwing van de bazuinen gemarkeerd. De opstanding is het eerste baken; vervolgens eindigt vijf dagen later de periode van de ongezuurde broden. Dertig dagen nadat de ongezuurde broden eindigen, vindt de waarschuwing van de bazuinen plaats. Tien dagen later wordt het oordeel van de Grote Verzoendag gemarkeerd en vijf dagen later komt de zondagswet van Pinksteren.
This identifies seven waymarks in the line upon line application of the spring and fall feasts; the beginning of unleavened bread, the resurrection, the end of unleavened bread, the warning of trumpets, judgment, Pentecost and the latter rain. Those seven waymarks are set within an alpha seventh-day Sabbath and an omega seventh-year Sabbath. The seven waymarks couched between the two Sabbaths isolate and identify a five-day period, followed by a thirty-day period, a ten-day period, a five-day period and a seven-day period.
Dit identificeert zeven wegmarkeringen in de regel-op-regeltoepassing van de lente- en herfstfeesten: het begin van het Ongezuurde Brood, de opstanding, het einde van het Ongezuurde Brood, de waarschuwing van de bazuinen, het oordeel, Pinksteren en de late regen. Deze zeven wegmarkeringen zijn geplaatst binnen een alfa-sabbat van de zevende dag en een omega-sabbat van het zevende jaar. De zeven wegmarkeringen, gevat tussen de twee sabbatten, zonderen af en identificeren een periode van vijf dagen, gevolgd door een periode van dertig dagen, een periode van tien dagen, een periode van vijf dagen en een periode van zeven dagen.
When we then align Christ’s resurrection, we find a forty-day period where He instructed the disciples “face to face” and thereafter ascended. Then for ten days the disciples were in the upper room. Those ten days concluded at the Day of Pentecost, which is the Sunday law. This adds a forty-day period and ten-day period to the line of priests represented by Leviticus “23.”
Wanneer wij vervolgens de opstanding van Christus in overeenstemming brengen, vinden wij een periode van veertig dagen waarin Hij de discipelen „van aangezicht tot aangezicht” onderwees en daarna opvoer. Vervolgens waren de discipelen tien dagen in de bovenzaal. Die tien dagen eindigden op de Pinksterdag, hetgeen de zondagswet is. Dit voegt een periode van veertig dagen en een periode van tien dagen toe aan de lijn van priesters, voorgesteld door Leviticus „23.”
From the resurrection there is five days to the end of unleavened bread, then thirty days to the trumpet warning, then five days to Christ’s ascension, then five days to judgment, then five days to Pentecost’s seven days of the latter rain.
Vanaf de opstanding zijn er vijf dagen tot het einde van het feest van de ongezuurde broden, vervolgens dertig dagen tot de waarschuwing van de bazuin, daarna vijf dagen tot Christus’ hemelvaart, vervolgens vijf dagen tot het oordeel, en daarna vijf dagen tot de zeven dagen van de late regen van Pinksteren.
The beginning of the seven days of unleavened bread is followed the next day by the resurrection of first fruits. The resurrection occurs within the seven days of unleavened bread, and five days after the resurrection the period of unleavened bread ends.
Het begin van de zeven dagen van de ongezuurde broden wordt de volgende dag gevolgd door de opstanding van de eerstelingen. De opstanding vindt plaats binnen de zeven dagen van de ongezuurde broden, en vijf dagen na de opstanding eindigt de periode van de ongezuurde broden.
Thirty days after the end of unleavened bread the trumpets mark a warning.
Dertig dagen na het einde van het feest van de ongezuurde broden markeren de bazuinen een waarschuwing.
Five days after the warning of the trumpets Christ ascended after teaching for forty days. His ascension marked the beginning of ten days in the upper room.
Vijf dagen na de waarschuwing van de bazuinen steeg Christus op ten hemel, nadat Hij veertig dagen onderwijs had gegeven. Zijn hemelvaart markeerde het begin van tien dagen in de bovenzaal.
Then five days after His ascension judgment is marked.
Toen, vijf dagen na Zijn hemelvaart, wordt het oordeel gemarkeerd.
Five days later the Sunday law of Pentecost opens the seven-day period of the latter rain.
Vijf dagen later opent de zondagswet van Pinksteren de periode van zeven dagen van de late regen.
The one hundred and forty-four thousand are those who follow the Lamb whithersoever He goeth. Elijah and Moses were slain on July 18, 2020. They were slain where also our Lord was crucified. Christ’s resurrection typified the resurrection of December 31, 2023. Before that date, in July of 2023, a voice in the wilderness began to sound a message represented as unleavened bread. Leaven represents error, hypocrisy and sin, and the message from the wilderness was unleavened. From December 31, 2023 through to the Sunday law, Leviticus “23” has designed a framework of the atonement of the one hundred and forty-four thousand. That framework aligns with Miller’s dream, Malachi three and Revelation nineteens’ windows of heaven. It aligns with the third and ninth hour in the sacred week from 27 to 34 AD.
De honderdvierendertigduizend zijn degenen die het Lam volgen waarheen Het ook gaat. Elia en Mozes werden op 18 juli 2020 gedood. Zij werden gedood waar ook onze Heere werd gekruisigd. Christus’ opstanding was een voorafbeelding van de opstanding van 31 december 2023. Vóór die datum, in juli 2023, begon een stem in de woestijn een boodschap te laten klinken, voorgesteld als ongezuurd brood. Zuurdesem vertegenwoordigt dwaling, huichelarij en zonde, en de boodschap uit de woestijn was ongezuurd. Van 31 december 2023 tot aan de zondagswet heeft Leviticus “23” een kader ontworpen voor de verzoening van de honderdvierendertigduizend. Dat kader stemt overeen met Millers droom, Maleachi drie en de vensters des hemels van Openbaring negentien. Het stemt overeen met het derde en negende uur in de heilige week van 27 tot 34 n.Chr.
We will continue these things in the next article.
Wij zullen deze dingen in het volgende artikel voortzetten.
“‘By knowledge shall the chambers be filled with all precious and pleasant riches.’
‘Door kennis zullen de kamers gevuld worden met alle kostbare en aangename rijkdommen.’
“For the mind and the soul, as well as for the body, it is God’s law that strength is acquired by effort. It is exercise that develops. In harmony with this law, God has provided in His word the means for mental and spiritual development.
„Voor de geest en de ziel, evenals voor het lichaam, geldt Gods wet dat kracht door inspanning wordt verkregen. Het is oefening die ontwikkeling bevordert. In overeenstemming met deze wet heeft God in Zijn woord de middelen verschaft voor verstandelijke en geestelijke ontwikkeling.״
“The Bible contains all the principles that men need to understand in order to be fitted either for this life or for the life to come. And these principles may be understood by all. No one with a spirit to appreciate its teaching can read a single passage from the Bible without gaining from it some helpful thought. But the most valuable teaching of the Bible is not to be gained by occasional or disconnected study. Its great system of truth is not so presented as to be discerned by the hasty or careless reader. Many of its treasures lie far beneath the surface, and can be obtained only by diligent research and continuous effort. The truths that go to make up the great whole must be searched out and gathered up, ‘here a little, and there a little.’ Isaiah 28:10.
“De Bijbel bevat alle beginselen die mensen moeten begrijpen om geschikt te worden gemaakt, hetzij voor dit leven, hetzij voor het toekomstige leven. En deze beginselen kunnen door allen worden begrepen. Niemand die een geest heeft om zijn onderricht te waarderen, kan een enkel gedeelte uit de Bijbel lezen zonder daaruit een behulpzame gedachte te verkrijgen. Maar het meest waardevolle onderricht van de Bijbel wordt niet verkregen door een oppervlakkige of onsamenhangende studie. Zijn grote stelsel van waarheid wordt niet zó gepresenteerd dat het door de haastige of onoplettende lezer kan worden onderkend. Vele van zijn schatten liggen ver onder de oppervlakte, en kunnen alleen door ijverig onderzoek en voortdurende inspanning worden verkregen. De waarheden die samen het grote geheel vormen, moeten worden opgespoord en bijeengebracht, ‘hier een weinig en daar een weinig.’ Jesaja 28:10.”
“When thus searched out and brought together, they will be found to be perfectly fitted to one another. Each Gospel is a supplement to the others, every prophecy an explanation of another, every truth a development of some other truth. The types of the Jewish economy are made plain by the gospel. Every principle in the word of God has its place, every fact its bearing. And the complete structure, in design and execution, bears testimony to its Author. Such a structure no mind but that of the Infinite could conceive or fashion.
“Wanneer zij aldus worden onderzocht en samengebracht, zal blijken dat zij volkomen op elkaar zijn afgestemd. Elk Evangelie vormt een aanvulling op de andere, elke profetie een verklaring van een andere, elke waarheid een ontvouwing van een andere waarheid. De typen van de Joodse bedeling worden door het evangelie verduidelijkt. Elk beginsel in het woord van God heeft zijn plaats, elk feit zijn strekking. En het voltooide geheel getuigt, zowel in ontwerp als in uitvoering, van zijn Auteur. Zulk een bouwwerk kon door geen ander verstand dan dat van de Oneindige worden bedacht of gevormd.
“In searching out the various parts and studying their relationship, the highest faculties of the human mind are called into intense activity. No one can engage in such study without developing mental power.
„Bij het onderzoeken van de verschillende onderdelen en het bestuderen van hun onderlinge samenhang worden de hoogste vermogens van de menselijke geest tot intense werkzaamheid geroepen. Niemand kan zich met zulk een studie bezighouden zonder verstandelijke kracht te ontwikkelen.״
“And not alone in searching out truth and bringing it together does the mental value of Bible study consist. It consists also in the effort required to grasp the themes presented. The mind occupied with commonplace matters only, becomes dwarfed and enfeebled. If never tasked to comprehend grand and far-reaching truths, it after a time loses the power of growth. As a safeguard against this degeneracy, and a stimulus to development, nothing else can equal the study of God’s word. As a means of intellectual training, the Bible is more effective than any other book, or all other books combined. The greatness of its themes, the dignified simplicity of its utterances, the beauty of its imagery, quicken and uplift the thoughts as nothing else can. No other study can impart such mental power as does the effort to grasp the stupendous truths of revelation. The mind thus brought in contact with the thoughts of the Infinite cannot but expand and strengthen.
“De geestelijke waarde van de studie van de Bijbel bestaat niet alleen in het naspeuren van de waarheid en het bijeenbrengen daarvan. Zij bestaat ook in de inspanning die vereist is om de voorgestelde onderwerpen te bevatten. Het verstand dat zich uitsluitend bezighoudt met alledaagse zaken, verschrompelt en verzwakt. Indien het nooit wordt geoefend in het begrijpen van grootse en verstrekkende waarheden, verliest het na verloop van tijd zijn vermogen tot groei. Als bescherming tegen deze ontaarding en als prikkel tot ontwikkeling kan niets zich meten met de studie van Gods woord. Als middel tot verstandelijke vorming is de Bijbel werkzamer dan enig ander boek, of zelfs dan alle andere boeken tezamen. De grootheid van zijn onderwerpen, de waardige eenvoud van zijn uitspraken, de schoonheid van zijn beeldspraak verlevendigen en verheffen de gedachten zoals niets anders dat vermag. Geen andere studie kan zulk een geesteskracht schenken als de inspanning om de ontzagwekkende waarheden der openbaring te bevatten. Het verstand dat aldus in aanraking wordt gebracht met de gedachten van de Oneindige, kan niet anders dan zich verruimen en versterken.”
“And even greater is the power of the Bible in the development of the spiritual nature. Man, created for fellowship with God, can only in such fellowship find his real life and development. Created to find in God his highest joy, he can find in nothing else that which can quiet the cravings of the heart, can satisfy the hunger and thirst of the soul. He who with sincere and teachable spirit studies God’s word, seeking to comprehend its truths, will be brought in touch with its Author; and, except by his own choice, there is no limit to the possibilities of his development.
„En nog groter is de kracht van de Bijbel in de ontwikkeling van de geestelijke natuur. De mens, geschapen tot gemeenschap met God, kan alleen in zulk een gemeenschap zijn ware leven en ontwikkeling vinden. Geschapen om in God zijn hoogste vreugde te vinden, kan hij in niets anders datgene vinden wat het verlangen van het hart tot rust kan brengen, wat de honger en dorst van de ziel kan stillen. Wie met een oprechte en leerzame geest Gods Woord bestudeert, en ernaar streeft de waarheden ervan te begrijpen, zal in aanraking worden gebracht met de Auteur ervan; en, tenzij door zijn eigen keuze, is er geen grens aan de mogelijkheden van zijn ontwikkeling.״
“In its wide range of style and subjects the Bible has something to interest every mind and appeal to every heart. In its pages are found history the most ancient; biography the truest to life; principles of government for the control of the state, for the regulation of the household—principles that human wisdom has never equaled. It contains philosophy the most profound, poetry the sweetest and the most sublime, the most impassioned and the most pathetic. Immeasurably superior in value to the productions of any human author are the Bible writings, even when thus considered; but of infinitely wider scope, of infinitely greater value, are they when viewed in their relation to the grand central thought. Viewed in the light of this thought, every topic has a new significance. In the most simply stated truths are involved principles that are as high as heaven and that compass eternity.
„In haar grote verscheidenheid van stijl en onderwerpen heeft de Bijbel iets dat elk verstand kan boeien en tot elk hart kan spreken. Op haar bladzijden vindt men de oudste geschiedenis; levensbeschrijvingen die het waarachtigst aan het leven beantwoorden; beginselen van bestuur voor de leiding van de staat, voor de regeling van het huishouden—beginselen die de menselijke wijsheid nooit heeft geëvenaard. Zij bevat de diepzinnigste wijsbegeerte, de lieflijkste en verhevenste poëzie, de meest hartstochtelijke en de meest aangrijpende. Oneindig verheven in waarde boven de voortbrengselen van welke menselijke auteur ook zijn de geschriften van de Bijbel, zelfs wanneer men ze slechts aldus beschouwt; maar van oneindig wijder strekking, van oneindig grotere waarde, zijn zij wanneer men ze beziet in hun betrekking tot de grote centrale gedachte. Beschouwd in het licht van deze gedachte krijgt elk onderwerp een nieuwe betekenis. In de eenvoudigst geformuleerde waarheden liggen beginselen besloten die zo hoog zijn als de hemel en de eeuwigheid omvatten.”
“The central theme of the Bible, the theme about which every other in the whole book clusters, is the redemption plan, the restoration in the human soul of the image of God. From the first intimation of hope in the sentence pronounced in Eden to that last glorious promise of the Revelation, ‘They shall see His face; and His name shall be in their foreheads’ (Revelation 22:4), the burden of every book and every passage of the Bible is the unfolding of this wondrous theme,—man’s uplifting,—the power of God, ‘which giveth us the victory through our Lord Jesus Christ.’ 1 Corinthians 15:57.
‘Het centrale thema van de Bijbel, het thema waaromheen elk ander thema in het hele boek zich groepeert, is het verlossingsplan, het herstel van het beeld van God in de menselijke ziel. Vanaf de eerste aanduiding van hoop in het vonnis dat in Eden werd uitgesproken tot aan die laatste heerlijke belofte van de Openbaring: “En zij zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn” (Openbaring 22:4), is de strekking van elk boek en elk gedeelte van de Bijbel de ontvouwing van dit wonderbare thema,—de verheffing van de mens,—de kracht van God, “die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.” 1 Korinthe 15:57.’
“He who grasps this thought has before him an infinite field for study. He has the key that will unlock to him the whole treasure house of God’s word.
“Wie deze gedachte begrijpt, heeft een oneindig studieveld voor zich. Hij bezit de sleutel die voor hem de gehele schatkamer van Gods woord zal ontsluiten.
“The science of redemption is the science of all sciences; the science that is the study of the angels and of all the intelligences of the unfallen worlds; the science that engages the attention of our Lord and Saviour; the science that enters into the purpose brooded in the mind of the Infinite—‘kept in silence through times eternal’ (Romans 16:25, R.V.); the science that will be the study of God’s redeemed throughout endless ages. This is the highest study in which it is possible for man to engage. As no other study can, it will quicken the mind and uplift the soul.
„De wetenschap van de verlossing is de wetenschap van alle wetenschappen; de wetenschap die het studieobject is van de engelen en van alle verstandelijke wezens der niet-gevallen werelden; de wetenschap die de aandacht van onze Heer en Heiland in beslag neemt; de wetenschap die doordringt in het voornemen dat in het denken van de Oneindige werd gekoesterd — ‘verzwegen in de tijden der eeuwen’ (Romeinen 16:25, R.V.); de wetenschap die gedurende eindeloze eeuwen het studieobject van Gods verlosten zal zijn. Dit is de hoogste studie waarmee de mens zich kan bezighouden. Meer dan enige andere studie zal zij het verstand verlevendigen en de ziel verheffen.
“‘The excellency of knowledge is, that wisdom giveth life to them that have it.’ ‘The words that I speak unto you,’ said Jesus, ‘they are spirit, and they are life.’ ‘This is life eternal, that they should know Thee the only true God, and Him whom Thou didst send.’ Ecclesiastes 7:12; John 6:63; 17:3, R.V.
“‘Het voortreffelijke van de kennis is, dat de wijsheid leven geeft aan hen die haar bezitten.’ ‘De woorden die Ik tot u spreek,’ zei Jezus, ‘zij zijn geest en zij zijn leven.’ ‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Hem die Gij gezonden hebt.’ Prediker 7:12; Johannes 6:63; 17:3, R.V.”
“The creative energy that called the worlds into existence is in the word of God. This word imparts power; it begets life. Every command is a promise; accepted by the will, received into the soul, it brings with it the life of the Infinite One. It transforms the nature and re-creates the soul in the image of God.
„De scheppende kracht die de werelden tot bestaan riep, ligt in het woord van God. Dit woord schenkt kracht; het verwekt leven. Elk gebod is een belofte; door de wil aanvaard, in de ziel ontvangen, brengt het het leven van de Oneindige met zich mee. Het verandert de natuur en herschept de ziel naar het beeld van God.
“The life thus imparted is in like manner sustained. ‘By every word that proceedeth out of the mouth of God’ (Matthew 4:4) shall man live.
Het aldus meegedeelde leven wordt op gelijke wijze in stand gehouden. ‘Van elk woord dat uit de mond van God uitgaat’ (Mattheüs 4:4) zal de mens leven.
“The mind, the soul, is built up by that upon which it feeds; and it rests with us to determine upon what it shall be fed. It is within the power of everyone to choose the topics that shall occupy the thoughts and shape the character. Of every human being privileged with access to the Scriptures, God says, ‘I have written to him the great things of My law.’ ‘Call unto Me, and I will answer thee, and show thee great and mighty things, which thou knowest not.’ Hosea 8:12; Jeremiah 33:3.
“Het verstand, de ziel, wordt opgebouwd door datgene waarmee zij zich voedt; en het ligt aan ons om te bepalen waarmee zij gevoed zal worden. Het staat in de macht van ieder mens de onderwerpen te kiezen die de gedachten zullen bezighouden en het karakter zullen vormen. Van ieder mens aan wie het voorrecht is verleend toegang te hebben tot de Schriften, zegt God: ‘Ik heb hem de grote dingen van Mijn wet geschreven.’ ‘Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en u grote en ondoorgrondelijke dingen tonen, die gij niet weet.’ Hosea 8:12; Jeremiah 33:3.”
“With the word of God in his hands, every human being, wherever his lot in life may be cast, may have such companionship as he shall choose. In its pages he may hold converse with the noblest and best of the human race, and may listen to the voice of the Eternal as He speaks with men. As he studies and meditates upon the themes into which ‘the angels desire to look’ (1 Peter 1:12), he may have their companionship. He may follow the steps of the heavenly Teacher, and listen to His words as when He taught on mountain and plain and sea. He may dwell in this world in the atmosphere of heaven, imparting to earth’s sorrowing and tempted ones thoughts of hope and longings for holiness; himself coming closer and still closer into fellowship with the Unseen; like him of old who walked with God, drawing nearer and nearer the threshold of the eternal world, until the portals shall open, and he shall enter there. He will find himself no stranger. The voices that will greet him are the voices of the holy ones, who, unseen, were on earth his companions—voices that here he learned to distinguish and to love. He who through the word of God has lived in fellowship with heaven, will find himself at home in heaven’s companionship.” Education, 123–127.
“Met het woord van God in zijn handen kan ieder mens, waar zijn levenslot hem ook geplaatst moge hebben, zulk gezelschap hebben als hij verkiest. Op de bladzijden ervan kan hij in gesprek verkeren met de edelsten en besten van het menselijk geslacht, en hij kan luisteren naar de stem van de Eeuwige wanneer Hij tot mensen spreekt. Terwijl hij de onderwerpen bestudeert en overdenkt waarin ‘de engelen begerig zijn in te zien’ (1 Petrus 1:12), kan hij hun gezelschap genieten. Hij kan de voetstappen van de hemelse Leraar volgen en naar Zijn woorden luisteren zoals toen Hij leerde op berg en vlakte en aan zee. Hij kan in deze wereld leven in de atmosfeer van de hemel en aan de bedroefden en verzochten der aarde gedachten van hoop en verlangens naar heiligheid meedelen; zelf steeds nader en nader komend tot de gemeenschap met de Onzienlijke; gelijk aan hem van ouds die met God wandelde, steeds dichter naderend tot de drempel van de eeuwige wereld, totdat de poorten zich zullen openen en hij daar zal binnengaan. Hij zal zich daar geen vreemdeling bevinden. De stemmen die hem zullen begroeten, zijn de stemmen van de heiligen die, onzichtbaar, op aarde zijn metgezellen waren—stemmen die hij hier heeft leren onderscheiden en liefhebben. Wie door het woord van God in gemeenschap met de hemel heeft geleefd, zal zich thuis bevinden in het gezelschap van de hemel.” Education, 123–127.