“So in searching the field and digging for the precious jewels of truth, hidden treasures are discerned. Unexpectedly we find precious ore that is to be gathered and treasured. And the search is to be continued. Hitherto very much of the treasure found has lain near the surface, and was easily obtained. When the search is properly conducted every effort is made to keep a pure understanding and heart. When the mind is kept open and is constantly searching the field of revelation, we shall find rich deposits of truth.
„Zo worden bij het doorzoeken van het veld en het graven naar de kostbare juwelen der waarheid verborgen schatten onderscheiden. Onverwacht vinden wij kostbaar erts dat moet worden verzameld en bewaard. En het onderzoek moet worden voortgezet. Tot dusver heeft een zeer groot deel van de gevonden schat dicht aan de oppervlakte gelegen en is gemakkelijk verkregen. Wanneer het onderzoek op de juiste wijze wordt verricht, wordt alle moeite aangewend om een zuiver inzicht en een zuiver hart te bewaren. Wanneer de geest open wordt gehouden en voortdurend het veld der openbaring doorzoekt, zullen wij rijke aders van waarheid vinden.
“Old truths will be revealed in new aspects, and truths will appear which have been overlooked in the search. Mighty truths have been buried beneath the sophistry of error, but they will be found by the diligent searcher. As he finds and opens the treasure house of the precious jewels of truth, it is no robbery; for all who appreciate these jewels may possess them, and then they too have a treasure house to open to others. He who imparts does not deprive himself of the treasure; for as he examines it that he may present it in such a way as to attract others, he finds new treasures. . . .
“Oude waarheden zullen in nieuwe aspecten worden geopenbaard, en waarheden zullen aan het licht komen die in het onderzoek over het hoofd zijn gezien. Machtige waarheden zijn begraven geweest onder de drogredenen van dwaling, maar zij zullen door de ijverige zoeker worden gevonden. Wanneer hij de schatkamer van de kostbare juwelen der waarheid vindt en opent, is dat geen roof; want allen die deze juwelen waarderen, mogen ze bezitten, en dan hebben ook zij een schatkamer om voor anderen te openen. Hij die meedeelt, berooft zichzelf niet van de schat; want terwijl hij die onderzoekt om haar zó voor te stellen dat zij anderen aantrekt, ontdekt hij nieuwe schatten....”
“Those who stand before the people as teachers of truth are to grapple with great themes. They are not to occupy precious time in talking of trivial subjects. Let them study the Word, and preach the Word. Let the Word be in their hands as a sharp, two-edged sword. Let it testify to past truths and show what is to be in the future.
“Zij die voor het volk staan als leraars der waarheid, behoren zich bezig te houden met grote thema’s. Zij behoren geen kostbare tijd te besteden aan het spreken over onbeduidende onderwerpen. Laat hen het Woord bestuderen en het Woord prediken. Laat het Woord in hun handen zijn als een scherp, tweesnijdend zwaard. Laat het getuigen van waarheden uit het verleden en tonen wat er in de toekomst zal zijn.
“Increased light will shine upon all the grand truths of prophecy, and they will be seen in freshness and brilliancy, because the bright beams of the Sun of Righteousness will illuminate the whole.” Manuscript Releases, volume 1, 37–40.
„Toegenomen licht zal schijnen op al de grote waarheden der profetie, en zij zullen worden gezien in frisheid en luister, omdat de heldere stralen van de Zon der Gerechtigheid het geheel zullen verlichten.” Manuscript Releases, deel 1, 37–40.
I believe that I have now placed enough prophetic representations in place with the previous articles to have a good point of reference as we begin to proceed through the book of Revelation. If you are reading these articles online, I would hope you understand that the articles are in sequence by date. I understand that there are those following the articles that are familiar with most of what I am sharing, and I offer to them my apologies for all the redundancy. I have been trying to give enough biblical support for the truths we are handling, that someone new to the principles that Future for America employs will understand and stay engaged, though they might lack some of the familiarity with these concepts that many of us already know.
Ik geloof dat ik met de voorgaande artikelen inmiddels voldoende profetische voorstellingen heb aangereikt om, terwijl wij verdergaan door het boek Openbaring, over een goed referentiepunt te beschikken. Indien u deze artikelen online leest, hoop ik dat u begrijpt dat de artikelen in chronologische volgorde van datum zijn geplaatst. Ik besef dat er onder degenen die deze artikelen volgen, mensen zijn die met het grootste deel van wat ik deel reeds vertrouwd zijn, en hun bied ik mijn verontschuldigingen aan voor alle herhaling. Ik heb getracht voldoende bijbelse onderbouwing te geven voor de waarheden die wij behandelen, opdat iemand die nieuw is met de beginselen waarvan Future for America gebruikmaakt, het zal begrijpen en betrokken zal blijven, hoewel het hem misschien ontbreekt aan een deel van de vertrouwdheid met deze begrippen die velen van ons reeds hebben.
There are some very powerful truths, which until recently I had never recognized that have been opened in the book of Revelation. I could simply set the truths out there in the public domain without trying first to build a premise of prophetic support before I share them, but the truths are so new and so serious that I have not been willing to share without some foundation upon which to place the truths, which I believe are represented as the unsealing of Revelation that happens just before probation closes.
Er zijn enkele zeer krachtige waarheden die in het boek Openbaring zijn ontsloten en die ik tot voor kort nooit had onderkend. Ik zou deze waarheden eenvoudig in de openbaarheid kunnen brengen zonder eerst te trachten een grondslag van profetische ondersteuning op te bouwen alvorens ik ze deel, maar de waarheden zijn zo nieuw en zo ernstig dat ik niet bereid ben geweest ze te delen zonder enig fundament waarop deze waarheden kunnen rusten, welke naar mijn overtuiging worden voorgesteld als de ontzegeling van Openbaring die plaatsvindt vlak voordat de genadetijd sluit.
And he saith unto me, Seal not the sayings of the prophecy of this book: for the time is at hand. He that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still. Revelation 22:10, 11.
En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden der profetie van dit boek niet; want de tijd is nabij. Wie onrecht doet, laat hem nog meer onrecht doen; en wie vuil is, laat hem nog vuiler worden; en wie rechtvaardig is, laat hem nog meer gerechtigheid doen; en wie heilig is, laat hem nog meer geheiligd worden. Openbaring 22:10, 11.
Jesus set forth a principle about teaching the truth, that I believe applies here. The principle is set within the identification of the work of the Holy Spirit.
Jezus zette een beginsel uiteen met betrekking tot het onderwijzen van de waarheid, dat naar mijn overtuiging hier van toepassing is. Dit beginsel is ingebed in de identificatie van het werk van de Heilige Geest.
And when he is come, he will reprove the world of sin, and of righteousness, and of judgment: Of sin, because they believe not on me; Of righteousness, because I go to my Father, and ye see me no more; Of judgment, because the prince of this world is judged. I have yet many things to say unto you, but ye cannot bear them now. Howbeit when he, the Spirit of truth, is come, he will guide you into all truth: for he shall not speak of himself; but whatsoever he shall hear, that shall he speak: and he will show you things to come. He shall glorify me: for he shall receive of mine, and shall show it unto you. John 16:8–16.
En wanneer Hij gekomen zal zijn, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: Van zonde, omdat zij niet in Mij geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot Mijn Vader, en gij Mij niet meer ziet; van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen. Doch wanneer Die gekomen zal zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal niet van Zichzelf spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken; en de toekomstige dingen zal Hij u verkondigen. Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen. Johannes 16:8–16.
When Christ stated, “I have yet many things to say unto you, but ye cannot bear them now,” it upholds my conviction that there is now much to share, but there should first be a logical premise to build those truths upon. That being said, the previous verses identify the three angels’ messages as represented by the Holy Spirit reproving “the world of sin, and of righteousness, and of judgment.” Those three messages are the final warning message, so this passage identifying the work of the Holy Spirit is an important testimony, for it emphasizes that the message is progressively understood, and it is only understood by those who possess the oil of the Holy Spirit. John, in the book of Revelation represents that very truth when he identifies that he is a Sabbath worshipping Seventh-day Adventist at the end of the world.
Toen Christus verklaarde: “Ik heb u nog veel te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen,” bevestigt dit mijn overtuiging dat er nu veel is om mee te delen, maar dat er eerst een logische grondslag moet zijn waarop die waarheden kunnen worden gebouwd. Dat gezegd zijnde, duiden de voorgaande verzen de boodschappen van de drie engelen aan als vertegenwoordigd door het werk van de Heilige Geest, Die “de wereld overtuigt van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel.” Die drie boodschappen vormen de laatste waarschuwingsboodschap, zodat deze passage, die het werk van de Heilige Geest aanduidt, een belangrijk getuigenis is, want zij benadrukt dat de boodschap gaandeweg wordt begrepen, en slechts wordt verstaan door hen die de olie van de Heilige Geest bezitten. Johannes beeldt juist die waarheid uit in het boek Openbaring, wanneer hij aangeeft dat hij aan het einde van de wereld een sabbatvierende Zevendedagsadventist is.
I was in the Spirit on the Lord’s day, and heard behind me a great voice, as of a trumpet. Revelation 1:10.
Ik was in de Geest op de dag des Heeren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin. Openbaring 1:10.
Seventh-day Adventists at the end of the world who will understand the unsealed message in Revelation will do so because they are “in the Spirit.” In the context of the parable that we have been told “illustrates the experience of the Adventist people,” John is a wise virgin, for he has the oil of the Spirit. He represents the wise virgins at the end of the world, who hear a great voice “behind” them. The “voice from behind” him is the Alpha and Omega as identified in the very next verse, and the voice informs him to return to the old paths and walk therein.
Zevendedagsadventisten aan het einde van de wereld die de ontzegelde boodschap in Openbaring zullen begrijpen, zullen dit doen omdat zij „in de Geest” zijn. In de context van de gelijkenis waarvan ons is gezegd dat zij „de ervaring van het adventvolk illustreert”, is Johannes een wijze maagd, want hij heeft de olie van de Geest. Hij vertegenwoordigt de wijze maagden aan het einde van de wereld, die een luide stem „achter” zich horen. De „stem van achter” hem is de Alfa en de Omega, zoals in het onmiddellijk daaropvolgende vers wordt vastgesteld, en de stem geeft hem te kennen dat hij moet terugkeren tot de oude paden en daarop wandelen.
Thus saith the Lord, Stand ye in the ways, and see, and ask for the old paths, where is the good way, and walk therein, and ye shall find rest for your souls. But they said, We will not walk therein. Jeremiah 6:16.
Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw zielen. Maar zij zeiden: Wij zullen daarin niet wandelen. Jeremia 6:16.
The “rest” Jeremiah refers to is the outpouring of the Holy Spirit during the latter rain. In the next verse Jeremiah provides a second illustration of the foolish virgins who refuse to return to the foundations of Adventism (the old paths) and walk therein.
De „rust” waarnaar Jeremia verwijst, is de uitstorting van de Heilige Geest tijdens de late regen. In het volgende vers geeft Jeremia een tweede illustratie van de dwaze maagden die weigeren terug te keren naar de fundamenten van het adventisme (de oude paden) en daarop te wandelen.
Also I set watchmen over you, saying, Hearken to the sound of the trumpet. But they said, We will not hearken. Jeremiah 6:17.
Ook heb Ik wachters over u gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid van de bazuin. Maar zij zeiden: Wij zullen niet luisteren. Jeremia 6:17.
When John hears the voice behind him directing him to the old paths or the foundations of Adventism, the voice he hears is as a trumpet. That voice is conveyed through the “watchmen” that God set over Adventism. Father Miller was the watchman that blew the warning trumpet at the beginning of Adventism during the proclamation of the first angel announcing the opening of the judgment. But John specifically represents those who proclaim the third angel’s message announcing the close of the judgment. He represents those who return to the foundations that God erected through the work of Miller.
Wanneer Johannes de stem achter zich hoort die hem verwijst naar de oude paden of de grondslagen van het adventisme, is de stem die hij hoort als een bazuin. Die stem wordt overgebracht door de „wachters” die God over het adventisme heeft aangesteld. Vader Miller was de wachter die aan het begin van het adventisme de waarschuwingsbazuin blies tijdens de verkondiging van de eerste engel, die de opening van het oordeel aankondigde. Maar Johannes vertegenwoordigt in het bijzonder hen die de boodschap van de derde engel verkondigen, die de afsluiting van het oordeel aankondigt. Hij vertegenwoordigt hen die terugkeren tot de grondslagen die God door het werk van Miller heeft opgericht.
We have repeatedly shown through the years, (and it can be found in Habakkuk’s Tables), that the first angel’s message “fear God” is to convict of sin, and that the second angel’s message is where righteousness is manifested and the third identifies judgment. These are the three steps of the three angels and also the three steps of the work of the Holy Spirit. Those three steps are also represented by the three Hebrew letters that make up the Hebrew word that is translated as “truth.” In the passage from John sixteen, Jesus is speaking of the work of the Holy Spirit in guiding God’s people into “all truth,” while also showing them “things to come.” Yet Jesus states that He has “many things to say unto you, but ye cannot bear them now.”
Wij hebben door de jaren heen herhaaldelijk aangetoond (en dit is te vinden in Habakkuks Tabellen) dat de boodschap van de eerste engel, „vrees God”, dient om van zonde te overtuigen, en dat de boodschap van de tweede engel de plaats is waar gerechtigheid geopenbaard wordt en de derde het oordeel aanduidt. Dit zijn de drie stappen van de drie engelen en tevens de drie stappen van het werk van de Heilige Geest. Deze drie stappen worden ook voorgesteld door de drie Hebreeuwse letters waaruit het Hebreeuwse woord bestaat dat vertaald wordt als „waarheid”. In het gedeelte uit Johannes zestien spreekt Jezus over het werk van de Heilige Geest in het leiden van Gods volk in „alle waarheid”, terwijl Hij hun ook „toekomende dingen” toont. Toch zegt Jezus dat Hij „nog vele dingen tot u te zeggen” heeft, „maar gij kunt die nu niet dragen.”
I hope you have understood some of the significance of the Hebrew word translated as “truth.” For we have just began to apply that symbol to our study. In the first three verses of Revelation one the communication process between God and man is identified. It is identified even before the Revelation identifies the three-fold nature of the godhead. It finds a second witness in the last verses of Revelation and in so doing, based upon applying “line upon line” it produces more light.
Ik hoop dat u iets hebt begrepen van de betekenis van het Hebreeuwse woord dat als „waarheid” is vertaald. Want wij zijn dat symbool nog maar pas op onze studie gaan toepassen. In de eerste drie verzen van Openbaring één wordt het communicatieproces tussen God en de mens geïdentificeerd. Het wordt geïdentificeerd nog voordat de Openbaring de drievoudige natuur van de Godheid aanduidt. Het vindt een tweede getuige in de laatste verzen van Openbaring en door dit te doen, brengt het, op grond van de toepassing van „regel op regel”, meer licht voort.
Then when we add Genesis 1:1–2:3, we find a third witness and another prophetic line to lay upon the previous two lines at the beginning and ending of Revelation.
Wanneer wij vervolgens Genesis 1:1–2:3 toevoegen, vinden wij een derde getuige en nog een profetische lijn die over de voorgaande twee lijnen gelegd kan worden aan het begin en het einde van Openbaring.
Then we add the last promise in the Old Testament identifying the Elijah to come, and we have four prophetic lines.
Vervolgens voegen wij de laatste belofte in het Oude Testament toe, waarin de komende Elia wordt aangeduid, en dan hebben wij vier profetische lijnen.
Then we add the first chapter of the New Testament and we have five lines to put together the ultimate message found in the Bible when applying the principle of Alpha and Omega to all the lines. If we would finish off the five lines we have already identified, by applying the principle across the board to those five lines, then we should expect to see the end of Matthew and the end of John testifying to the same information that all five of the “first and last” prophetic lines that we are considering.
Vervolgens voegen wij het eerste hoofdstuk van het Nieuwe Testament toe, en dan hebben wij vijf lijnen om samen te voegen tot de uiteindelijke boodschap die in de Bijbel wordt aangetroffen wanneer het beginsel van Alfa en Omega op alle lijnen wordt toegepast. Indien wij de vijf lijnen die wij reeds hebben geïdentificeerd, zouden voltooien door het beginsel overal op die vijf lijnen toe te passen, dan mogen wij verwachten aan het einde van Mattheüs en aan het einde van Johannes dezelfde informatie bevestigd te zien als in alle vijf van de „eerste en laatste” profetische lijnen die wij in beschouwing nemen.
The message that is being unsealed is established in the book of Revelation, so it is the reference point for the other lines, in agreement with Sister White informing us that “all the books of the Bible meet and end in Revelation.” The message of the first three verses of the book of Revelation identify the process God uses to transmit His word to John to write out and send to the churches. The first book of the New Testament, as already noted, sets forth the lineage of Jesus Christ and it starts with a very informative point.
De boodschap die wordt ontzegeld, is verankerd in het boek Openbaring; daarom is dit het referentiepunt voor de andere lijnen, in overeenstemming met Zuster White, die ons meedeelt dat “all the books of the Bible meet and end in Revelation.” De boodschap van de eerste drie verzen van het boek Openbaring geeft het proces aan dat God gebruikt om Zijn woord aan Johannes over te brengen, opdat hij het zou opschrijven en aan de gemeenten zenden. Het eerste boek van het Nieuwe Testament stelt, zoals reeds opgemerkt, de afstamming van Jezus Christus uiteen, en het begint met een zeer veelzeggend punt.
The book of the generation of Jesus Christ, the son of David, the son of Abraham. Matthew 1:1.
Het boek van het geslacht van Jezus Christus, de Zoon van David, de zoon van Abraham. Mattheüs 1:1.
Jesus ended his direct interaction with the quibbling Jews by silencing them with the subject of “the son of David,” a subject that could have only been understood by the Jews if they had understood the biblical principle of beginning and ending. They didn’t, and most Adventists don’t. Anyone who wishes to argue against the principle of history repeating demonstrates that they do not understand that ancient Israel typifies modern Israel, and their unwillingness to believe that principle, is the identical unwillingness at the end of ancient Israel to understand the same principle. Jesus represented that principle in His final riddle to the Jews by directing them to the riddle of how David’s Lord, could also be David’s son?
Jezus beëindigde Zijn rechtstreekse omgang met de kibbelende Joden door hen het zwijgen op te leggen met het onderwerp van „de zoon van David”, een onderwerp dat door de Joden alleen begrepen had kunnen worden indien zij het bijbelse beginsel van begin en einde hadden verstaan. Dat deden zij niet, en de meeste adventisten doen dat evenmin. Eenieder die tegen het beginsel van een zich herhalende geschiedenis wenst te redetwisten, toont daarmee aan dat hij niet begrijpt dat het oude Israël een type is van het moderne Israël, en hun onwil om dat beginsel te geloven is dezelfde onwil als aan het einde van het oude Israël om hetzelfde beginsel te verstaan. Jezus verbeeldde dat beginsel in Zijn laatste raadsel aan de Joden door hen te wijzen op het raadsel hoe Davids Heere tevens Davids zoon kon zijn.
John chapter one, identifies that in the beginning the Word was with God, and the Word is God and the Word created all things. This of course aligns with the other lines we are referring to. And if we then consider the last words in the gospel of John, we see Peter, after hearing Jesus describe how he would die, asking Jesus what would happen to the apostle John.
Johannes hoofdstuk één maakt duidelijk dat in den beginne het Woord bij God was, en het Woord is God en het Woord heeft alle dingen geschapen. Dit stemt uiteraard overeen met de andere lijnen waarnaar wij verwijzen. En als wij vervolgens de laatste woorden in het evangelie van Johannes beschouwen, zien wij dat Petrus, nadat hij Jezus had horen beschrijven hoe hij zou sterven, aan Jezus vroeg wat er met de apostel Johannes zou gebeuren.
Peter seeing him saith to Jesus, Lord, and what shall this man do? Jesus saith unto him, If I will that he tarry till I come, what is that to thee? follow thou me. Then went this saying abroad among the brethren, that that disciple should not die: yet Jesus said not unto him, He shall not die; but, If I will that he tarry till I come, what is that to thee? This is the disciple which testifieth of these things, and wrote these things: and we know that his testimony is true. And there are also many other things which Jesus did, the which, if they should be written every one, I suppose that even the world itself could not contain the books that should be written. Amen. John 21:21–25.
Toen Petrus hem zag, zeide hij tot Jezus: Heere, en wat zal deze doen? Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij. Dit gerucht dan ging uit onder de broeders, dat die discipel niet sterven zou; nochtans had Jezus niet tot hem gezegd: Hij zal niet sterven; maar: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Deze is de discipel die van deze dingen getuigt en deze dingen geschreven heeft; en wij weten dat zijn getuigenis waarachtig is. En er zijn ook nog vele andere dingen die Jezus gedaan heeft, welke, indien zij elk afzonderlijk beschreven werden, naar ik meen zelfs de wereld zelf de boeken niet zou kunnen bevatten die geschreven zouden worden. Amen. Johannes 21:21–25.
Peter wanted to know how John would die, or even if John would die. The answer is repeated twice in the passage when Jesus stated it and then John restated, “If I will that he [John] tarry till I come, what is that to thee?” John did live to Jesus’ Second Coming.
Petrus wilde weten hoe Johannes zou sterven, of zelfs of Johannes wel zou sterven. Het antwoord wordt in de passage tweemaal herhaald, toen Jezus het uitsprak en Johannes het vervolgens opnieuw verwoordde: „Indien Ik wil dat hij [Johannes] blijve totdat Ik kom, wat gaat het u aan?” Johannes leefde inderdaad tot aan Jezus’ Wederkomst.
You can only see or hear that “truth” if you believe in the repetition of history, and also that the history that is to be repeated, does so at the end of the world. The end of the world is where John was when he wrote the book of Revelation. The last book in John’s gospel agrees with the other lines of beginning and ending for it places John in the history of the events leading to the Second Coming where he, representing those who proclaim the final warning message, sends that message to the churches.
U kunt die „waarheid” slechts zien of horen indien u gelooft in de herhaling van de geschiedenis, en tevens dat de geschiedenis die herhaald zal worden, zich aan het einde van de wereld herhaalt. Het einde van de wereld is waar Johannes was toen hij het boek Openbaring schreef. Het laatste boek in het evangelie van Johannes stemt overeen met de andere lijnen van begin en einde, want het plaatst Johannes in de geschiedenis van de gebeurtenissen die tot de Wederkomst leiden, waar hij, als vertegenwoordiger van hen die de laatste waarschuwingsboodschap verkondigen, die boodschap aan de gemeenten zendt.
“In the days of the early Christians, Christ came the second time. His first advent was at Bethlehem, when He came as an infant. His second advent was at the Isle of Patmos, when He revealed Himself in glory to John the Revelator, who ‘fell at His feet as dead’ when he saw Him. But Christ strengthened him to endure the sight, and then gave him a message to write to the churches of Asia, the names of which are descriptive of the characteristics of every church.
“In de dagen van de eerste christenen kwam Christus voor de tweede maal. Zijn eerste komst was te Bethlehem, toen Hij als een kind kwam. Zijn tweede komst was op het eiland Patmos, toen Hij Zichzelf in heerlijkheid openbaarde aan Johannes de Openbaarder, die ‘als dood aan Zijn voeten viel’ toen hij Hem zag. Maar Christus sterkte hem om de aanblik te verdragen en gaf hem vervolgens een boodschap om te schrijven aan de gemeenten van Azië, waarvan de namen de kenmerken van elke gemeente beschrijven.
“The light that Christ revealed to His servant the prophet is for us. In His revelation are given the three angels’ messages, and a description of the angel that was to come down from heaven with great power, lightening the earth with his glory. In it are warnings against the wickedness that would exist in the last days, and against the mark of the beast. We are not only to read and understand this message, but to proclaim it with no uncertain sound to the world. By presenting these things revealed to John, we shall be able to stir the people.” Manuscript Releases, volume 19, 41.
„Het licht dat Christus aan Zijn dienstknecht, de profeet, heeft geopenbaard, is voor ons bestemd. In Zijn openbaring worden de boodschappen van de drie engelen gegeven, alsook een beschrijving van de engel die met grote kracht uit de hemel zou neerdalen en de aarde met zijn heerlijkheid verlichten. Daarin staan waarschuwingen tegen de goddeloosheid die in de laatste dagen zou bestaan, en tegen het merkteken van het beest. Wij behoren deze boodschap niet alleen te lezen en te verstaan, maar haar ook met een onmiskenbaar geluid aan de wereld te verkondigen. Door deze dingen die aan Johannes zijn geopenbaard naar voren te brengen, zullen wij in staat zijn het volk in beweging te brengen.” Manuscript Releases, deel 19, 41.
The end of the gospel of John identifies the communication process as in Revelation’s first three verses, by locating John prophetically in the history of the Second Coming. Thus, using Jesus’ first “second coming” (Patmos) to illustrate His last “second coming.” It connects perfectly with the other lines we are considering, for it represents John at the end of the world, on Patmos where he receives the Revelation of Jesus Christ. What about the end of the book of Matthew?
Het slot van het evangelie van Johannes duidt hetzelfde communicatieproces aan als in de eerste drie verzen van Openbaring, door Johannes profetisch te situeren in de geschiedenis van de Wederkomst. Zo wordt Jezus’ eerste „tweede komst” (Patmos) gebruikt ter illustratie van Zijn laatste „tweede komst”. Dit sluit volmaakt aan bij de andere lijnen die wij beschouwen, want het stelt Johannes voor aan het einde van de wereld, op Patmos, waar hij de Openbaring van Jezus Christus ontvangt. Hoe staat het met het slot van het boek Matteüs?
Then the eleven disciples went away into Galilee, into a mountain where Jesus had appointed them. And when they saw him, they worshipped him: but some doubted. And Jesus came and spake unto them, saying, All power is given unto me in heaven and in earth. Go ye therefore, and teach all nations, baptizing them in the name of the Father, and of the Son, and of the Holy Ghost: Teaching them to observe all things whatsoever I have commanded you: and, lo, I am with you alway, even unto the end of the world. Amen. Matthew 28:16–20.
Toen gingen de elf discipelen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen ontboden had. En toen zij Hem zagen, aanbaden zij Hem; sommigen echter twijfelden. En Jezus kwam naar hen toe en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest; hun lerende onderhouden alles wat Ik u geboden heb. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. Amen. Mattheüs 28:16–20.
In the passage all power is given to Jesus, and this would of course be His creative power. And then He gives a commandment to baptize in the name of the Father, Son and also the Holy Spirit that moved upon the water in Genesis one, and the seven spirits that are before the throne of God. This passage identifies that Christians are to recognize the three persons of the heavenly trio as three distinct entities. The end of Matthew adds to the lines as the other six do.
In deze passage wordt alle macht aan Jezus gegeven, en dit zou uiteraard Zijn scheppende macht zijn. Vervolgens geeft Hij het gebod te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en ook de Heilige Geest, die in Genesis één over de wateren zweefde, en de zeven geesten die voor de troon van God zijn. Deze passage maakt duidelijk dat christenen de drie personen van het hemelse drietal dienen te erkennen als drie onderscheiden entiteiten. Het slot van Mattheüs voegt aan de regels toe zoals de andere zes dat doen.
“Christ has made baptism the sign of entrance to His spiritual kingdom. He has made this a positive condition with which all must comply who wish to be acknowledged as under the authority of the Father, the Son, and the Holy Spirit. Before man can find a home in the church, before passing the threshold of God’s spiritual kingdom, he is to receive the impress of the divine name, ‘The Lord our righteousness.’ Jeremiah 23:6.
„Christus heeft de doop gemaakt tot het teken van toegang tot Zijn geestelijk koninkrijk. Hij heeft hiervan een uitdrukkelijke voorwaarde gemaakt waaraan allen moeten voldoen die wensen erkend te worden als staande onder het gezag van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Voordat de mens een thuis kan vinden in de kerk, voordat hij de drempel van Gods geestelijk koninkrijk overschrijdt, moet hij het stempel van de goddelijke Naam ontvangen: ‘De HEERE onze gerechtigheid.’ Jeremia 23:6.
“Baptism is a most solemn renunciation of the world. Those who are baptized in the threefold name of the Father, the Son, and the Holy Spirit, at the very entrance of their Christian life declare publicly that they have forsaken the service of Satan, and have become members of the royal family, children of the heavenly King. They have obeyed the command, ‘Come out from among them, and be ye separate, … and touch not the unclean thing.’ And to them is fulfilled the promise, ‘I will receive you, and will be a Father unto you, and ye shall be My sons and daughters, saith the Lord Almighty.’ 2 Corinthians 6:17, 18.
“De doop is een hoogst plechtige verzaking van de wereld. Degenen die in de drievoudige naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden gedoopt, verklaren reeds bij de aanvang van hun christelijk leven in het openbaar dat zij de dienst van Satan hebben verlaten en leden van de koninklijke familie, kinderen van de hemelse Koning, zijn geworden. Zij hebben gehoor gegeven aan het bevel: ‘Gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, … en raakt het onreine niet aan.’ En aan hen wordt de belofte vervuld: ‘Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige.’ 2 Korinthe 6:17, 18.
“As Christians submit to the solemn rite of baptism, He registers the vow that they make to be true to Him. This vow is their oath of allegiance. They are baptized in the name of the Father and the Son and the Holy Spirit. Thus they are united with the three great powers of heaven. They pledge themselves to renounce the world and to observe the laws of the kingdom of God. Henceforth they are to walk in newness of life. No longer are they to follow the traditions of men. No longer are they to follow dishonest methods. They are to obey the statutes of the kingdom of heaven. They are to seek God’s honor. If they will be true to their vow, they will be furnished with grace and power that will enable them to fulfill all righteousness. ‘As many as received Him, to them gave He power to become the sons of God, even to them that believe on His name.’” Evangelism, 307.
“Wanneer christenen zich onderwerpen aan de plechtige inzetting van de doop, tekent Hij de gelofte op die zij afleggen om Hem trouw te zijn. Deze gelofte is hun eed van trouw. Zij worden gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zo worden zij verenigd met de drie grote machten van de hemel. Zij verbinden zich ertoe de wereld te verzaken en de wetten van het koninkrijk van God te onderhouden. Voortaan behoren zij te wandelen in nieuwheid des levens. Niet langer behoren zij de overleveringen van mensen te volgen. Niet langer behoren zij oneerlijke methoden te volgen. Zij behoren de inzettingen van het koninkrijk des hemels te gehoorzamen. Zij behoren Gods eer te zoeken. Indien zij hun gelofte trouw blijven, zal hun genade en kracht worden geschonken, die hen in staat zullen stellen alle gerechtigheid te vervullen. ‘Doch allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn naam geloven.’” Evangelism, 307.
Jesus illustrates the end by the beginning in His Word, for He is the Word, and He is the Alpha and Omega.
Jezus illustreert in Zijn Woord het einde door het begin, want Hij is het Woord, en Hij is de Alfa en de Omega.
Bringing these seven lines together builds a very detailed picture of the communication process between God and man, with many other critical and important truths set forth and established by the other “lines” witnesses. Seven “lines” of prophecy representing the Alpha and Omega. But what about the book of Malachi?
Wanneer deze zeven lijnen samen worden gebracht, ontstaat een zeer gedetailleerd beeld van het communicatieproces tussen God en de mens, waarbij vele andere wezenlijke en belangrijke waarheden door de andere „lijnen”-getuigen worden uiteengezet en bevestigd. Zeven „lijnen” van profetie die de Alfa en de Omega vertegenwoordigen. Maar hoe staat het met het boek Maleachi?
Malachi’s book is a scathing rebuke against the unfaithful priests in Adventism. It opens with the identification of two classes of worshippers in Adventism at the end of the world.
Het boek van Maleachi is een vernietigende bestraffing van de ontrouwe priesters binnen het adventisme. Het opent met de aanduiding van twee klassen van aanbidders binnen het adventisme aan het einde van de wereld.
The burden of the word of the Lord to Israel by Malachi. I have loved you, saith the Lord. Yet ye say, Wherein hast thou loved us? Was not Esau Jacob’s brother? saith the Lord: yet I loved Jacob. Malachi 1:1, 2.
De last van het woord des Heren tot Israël door Maleachi. Ik heb u liefgehad, zegt de Here. Toch zegt gij: Waarin hebt Gij ons liefgehad? Was Ezau niet Jakobs broeder? zegt de Here; nochtans heb Ik Jakob liefgehad. Maleachi 1:1, 2.
Malachi further informs us that the two classes of worshippers at the end of the world are two classes of priests.
Maleachi deelt ons voorts mee dat de twee klassen aanbidders aan het einde van de wereld twee klassen priesters zijn.
And now, O ye priests, this commandment is for you. If ye will not hear, and if ye will not lay it to heart, to give glory unto my name, saith the Lord of hosts, I will even send a curse upon you, and I will curse your blessings: yea, I have cursed them already, because ye do not lay it to heart. Malachi 2:1, 2.
En nu, o gij priesters, dit gebod is tot u gericht. Indien gij niet zult horen, en indien gij het niet ter harte zult nemen om mijn naam eer te geven, zegt de HEERE der heirscharen, dan zal Ik een vloek over u zenden, en Ik zal uw zegeningen vervloeken; ja, Ik heb ze reeds vervloekt, omdat gij het niet ter harte neemt. Maleachi 2:1, 2.
The beginning of Malachi is typifying the Laodicean and Philadelphian message with two classes of priests. The priests are commanded to “hear.” John represents the priests that do hear, and a priest represents God’s covenant chosen people. They are already cursed and will be cursed again if they do not “hear” and “they do not” or “will not” “lay it to heart.”
Het begin van Maleachi is een type van de boodschap aan Laodicea en Filadelfia, met twee klassen van priesters. De priesters wordt geboden te „horen”. Johannes vertegenwoordigt de priesters die wel horen, en een priester vertegenwoordigt Gods uitverkoren verbondsvolk. Zij zijn reeds vervloekt en zullen opnieuw vervloekt worden, indien zij niet „horen” en het niet of niet willen „ter harte nemen”.
Ye also, as lively stones, are built up a spiritual house, an holy priesthood, to offer up spiritual sacrifices, acceptable to God by Jesus Christ. Wherefore also it is contained in the scripture, Behold, I lay in Sion a chief corner stone, elect, precious: and he that believeth on him shall not be confounded. Unto you therefore which believe he is precious: but unto them which be disobedient, the stone which the builders disallowed, the same is made the head of the corner, And a stone of stumbling, and a rock of offence, even to them which stumble at the word, being disobedient: whereunto also they were appointed. But ye are a chosen generation, a royal priesthood, an holy nation, a peculiar people; that ye should shew forth the praises of him who hath called you out of darkness into his marvellous light: Which in time past were not a people, but are now the people of God: which had not obtained mercy, but now have obtained mercy. 1 Peter 2:5–10.
Ook gij, als levende stenen, wordt opgebouwd tot een geestelijk huis, een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus. Daarom is ook in de Schrift vervat: Zie, Ik leg in Sion een uiterste Hoeksteen, uitverkoren en kostbaar; en wie in Hem gelooft, zal geenszins beschaamd worden. U dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwlieden verworpen hebben, die is tot een hoofd des hoeks geworden, En tot een steen des aanstoots en een rots der ergernis, namelijk voor hen die zich aan het woord stoten, ongehoorzaam zijnde; waartoe zij ook bestemd waren. Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een verkregen volk; opdat gij de deugden zoudt verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; Gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds geen ontferming hadt verkregen, maar nu ontferming hebt verkregen. 1 Petrus 2:5–10.
The priests are God’s chosen people who are tested by the “corner stone” in the foundation of the temple. The corner stone is what all the other foundation stones are aligned with, and also it is the stone that bears the weight of the entire temple. Miller’s corner stone was the “seven times” of Leviticus twenty-six. The corner stone or the stone that the builders rejected is a true story of the building of the temple, which is described very specifically in the writings of the Spirit of Prophecy. One point about the first stone that was rejected is that it was set aside after it was rejected, and from that point on the builders of the temple would regularly trip over the cornerstone, that had been set aside within their work area. It was a stone of stumbling.
De priesters zijn Gods uitverkoren volk dat wordt beproefd door de „hoeksteen” in het fundament van de tempel. De hoeksteen is datgene waarnaar alle andere fundamentstenen worden uitgelijnd, en tevens is zij de steen die het gewicht van de gehele tempel draagt. Millers hoeksteen was de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig. De hoeksteen, of de steen die de bouwlieden verwierpen, is een waargebeurd verhaal van de bouw van de tempel, dat zeer specifiek wordt beschreven in de geschriften van de Geest der Profetie. Een punt met betrekking tot de eerste steen die werd verworpen, is dat zij terzijde werd gelegd nadat zij was verworpen, en vanaf dat moment zouden de bouwlieden van de tempel geregeld struikelen over de hoeksteen, die binnen hun werkterrein terzijde was gelegd. Zij was een steen des aanstoots.
In Malachi God informs the wicked priests, also known as the foolish Laodicean virgins that he is going to and already has “cursed” them. He curses them for they will not “hear” and “lay” the Elijah message to their hearts. The Elijah message turns the fathers’ hearts to the children and the children’s hearts to the fathers. Turning their hearts represents hearing the Elijah message of fathers and children, which is the principle of first and last. Hearing the message of the first and last is not enough, it must be laid upon the heart. To accept the message of Elijah is to lay it to your heart. If a priest will not hear that principle, he will be cursed.
In Maleachi maakt God aan de goddeloze priesters, ook bekend als de dwaze Laodiceïsche maagden, bekend dat Hij hen zal en reeds heeft „vervloekt”. Hij vervloekt hen, omdat zij de boodschap van Elia niet willen „horen” en niet „ter harte” willen nemen. De boodschap van Elia keert het hart van de vaders tot de kinderen en het hart van de kinderen tot de vaders. Dat hun hart wordt gekeerd, beeldt uit dat de boodschap van Elia aangaande vaders en kinderen wordt gehoord, wat het beginsel van de eerste en de laatste is. Het horen van de boodschap van de eerste en de laatste is niet genoeg; zij moet op het hart worden gelegd. De boodschap van Elia aanvaarden is haar ter harte nemen. Als een priester dat beginsel niet wil horen, zal hij vervloekt worden.
They brought the curse upon themselves when in 1863 they began the process of rejecting the very first foundational truth Miller discovered and have done nothing but continue that rejection to this very day. But even though the progressive curse began in 1863, (for they are already cursed), the curse that is in the future tense, takes place when they are spewed out of the mouth of the Lord at the Sunday law. The beginning of Malachi illustrates the end, for the end represents the last warning given to the wise and foolish priests. The wise and foolish in Malachi are represented as Esau and Jacob. The elder brother representing the covenant through the birthright of being the first born, contrasted with a younger brother. The elder being the first and the younger being the last.
Zij hebben de vloek over zichzelf gebracht toen zij in 1863 begonnen met het proces van verwerping van de allereerste fundamentele waarheid die Miller ontdekte, en zij hebben niets anders gedaan dan die verwerping voortzetten tot op deze dag. Maar hoewel de voortschrijdende vloek in 1863 begon (want zij zijn reeds vervloekt), voltrekt de vloek die in de toekomende tijd staat zich wanneer zij bij de zondagswet uit de mond van de Heer worden uitgespuwd. Het begin van Maleachi beeldt het einde uit, want het einde vertegenwoordigt de laatste waarschuwing die aan de wijze en dwaze priesters wordt gegeven. De wijzen en dwazen in Maleachi worden voorgesteld als Esau en Jakob. De oudere broer vertegenwoordigt het verbond door het eerstgeboorterecht van de eerstgeborene, in tegenstelling tot een jongere broer. De oudere is de eerste en de jongere de laatste.
In Malachi both Esau and Jacob are Laodicean Adventists but the last eventually heard the “voice” of the Lord, repented and had his named changed to Israel. The elder, the first did not hear. Jacob heard the voice of the Lord the night he dreamed and saw angels ascending and descending upon the ladder, representing Christ. Jacob represents Laodicean Adventists at the end of the world who are converted from Laodiceans unto Philadelphians when they experience the first three verses of Revelation one, as illustrated by John and Jacob’s dream of the ladder of ascending and descending angels. That experience marks the beginning of Jacob’s conversion into Israel, the Philadelphian. The ending of Jacob’s conversion story is when he wrestles with Christ at Penuel. Thus Jacob’s birthright story begins in the first three verses of Revelation chapter one when the unsealing of the final warning message is taking place and it ends in the time of the seven last plagues, during the time of trouble.
In Maleachi zijn zowel Ezau als Jakob Laodiceaanse Adventisten, maar de laatste hoorde uiteindelijk de „stem” van de Heere, had berouw en kreeg zijn naam veranderd in Israël. De oudste, de eerstgeborene, hoorde niet. Jakob hoorde de stem van de Heere in de nacht waarin hij droomde en engelen zag opklimmen en neerdalen langs de ladder, die Christus voorstelt. Jakob vertegenwoordigt de Laodiceaanse Adventisten aan het einde van de wereld, die van Laodiceërs tot Filadelfiërs worden bekeerd wanneer zij de eerste drie verzen van Openbaring één ervaren, zoals geïllustreerd door Johannes en Jakobs droom van de ladder met opklimmende en neerdalende engelen. Die ervaring markeert het begin van Jakobs bekering tot Israël, de Filadelfiër. Het einde van Jakobs bekeringsverhaal is wanneer hij met Christus worstelt te Pniël. Zo begint het verhaal van Jakobs eerstgeboorterecht in de eerste drie verzen van Openbaring hoofdstuk één, wanneer de ontzegeling van de laatste waarschuwingsboodschap plaatsvindt, en het eindigt in de tijd van de zeven laatste plagen, gedurende de benauwdheidstijd.
All four sets of beginnings and endings, “line upon line” give testimony to the message of the Revelation of Jesus Christ. The question is whether the foolish priests will hear or not hear.
Alle vier reeksen van beginnen en eindigen geven, „regel op regel”, getuigenis aan de boodschap van de Openbaring van Jezus Christus. De vraag is of de dwaze priesters zullen horen of niet zullen horen.
Blessed is he that readeth, and they that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein: for the time is at hand. Revelation 1:3.
Zalig is hij die leest, en zij die de woorden van deze profetie horen en bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. Openbaring 1:3.
The wise priests who hear what the Spirit says to the churches, hear the message of Elijah. Miller was Elijah, and some heard, but others refused.
De wijze priesters die horen wat de Geest tot de gemeenten zegt, horen de boodschap van Elia. Miller was Elia, en sommigen hoorden, maar anderen weigerden.
“Thousands were led to embrace the truth preached by William Miller, and servants of God were raised up in the spirit and power of Elijah to proclaim the message. Like John, the forerunner of Jesus, those who preached this solemn message felt compelled to lay the ax at the root of the tree, and call upon men to bring forth fruits meet for repentance. Their testimony was calculated to arouse and powerfully affect the churches and manifest their real character. And as the solemn warning to flee from the wrath to come was sounded, many who were united with the churches received the healing message; they saw their backslidings, and with bitter tears of repentance and deep agony of soul, humbled themselves before God. And as the Spirit of God rested upon them, they helped to sound the cry, ‘Fear God, and give glory to Him; for the hour of His judgment is come.’” Early Writings, 233.
“Duizenden werden ertoe gebracht de door William Miller gepredikte waarheid te aanvaarden, en dienstknechten van God werden verwekt in de geest en kracht van Elia om de boodschap te verkondigen. Evenals Johannes, de voorloper van Jezus, voelden zij die deze plechtige boodschap predikten zich genoodzaakt de bijl aan de wortel van de boom te leggen en de mensen op te roepen vruchten voort te brengen, de bekering waardig. Hun getuigenis was erop berekend de gemeenten op te wekken en krachtig te beïnvloeden, en hun ware karakter te openbaren. En toen de plechtige waarschuwing om te vluchten voor de toekomende toorn weerklonk, namen velen die met de gemeenten verbonden waren de genezende boodschap aan; zij zagen hun afdwalingen, en met bittere tranen van berouw en diepe zielenangst vernederden zij zich voor God. En toen de Geest van God op hen rustte, hielpen zij de roep te doen weerklinken: ‘Vreest God en geeft Hem heerlijkheid; want het uur van Zijn oordeel is gekomen.’” Early Writings, 233.
Miller was typified by both Elijah and John the Baptist, for John the Baptist prepared the way for Christ’s first coming and Miller prepared the way for Christ to come to the Most Holy Place of the heavenly sanctuary on October 22, 1844. Malachi directly identifies John and Miller’s work.
Miller werd voorafgeschaduwd zowel door Elia als door Johannes de Doper, want Johannes de Doper bereidde de weg voor de eerste komst van Christus, en Miller bereidde de weg voor Christus om op 22 oktober 1844 het Allerheiligste van het hemelse heiligdom binnen te gaan. Maleachi duidt rechtstreeks het werk van Johannes en Miller aan.
Behold, I will send my messenger, and he shall prepare the way before me: and the Lord, whom ye seek, shall suddenly come to his temple, even the messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, he shall come, saith the Lord of hosts. But who may abide the day of his coming? and who shall stand when he appeareth? for he is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. And I will come near to you to judgment; and I will be a swift witness against the sorcerers, and against the adulterers, and against false swearers, and against those that oppress the hireling in his wages, the widow, and the fatherless, and that turn aside the stranger from his right, and fear not me, saith the Lord of hosts. For I am the Lord, I change not; therefore ye sons of Jacob are not consumed. Malachi 3:1–6.
Zie, Ik zal Mijn bode zenden, en hij zal de weg voor Mijn aangezicht bereiden; en plotseling zal tot Zijn tempel komen de Heere, Die gij zoekt, te weten de Engel van het verbond, in Wie gij uw lust hebt; zie, Hij zal komen, zegt de HEERE der heirscharen. Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als de zeep der vollers. En Hij zal zitten, louterende en reinigende het zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen, en Hij zal hen zuiveren als goud en als zilver, opdat zij de HEERE spijsoffer zullen toebrengen in gerechtigheid. Dan zal het spijsoffer van Juda en Jeruzalem de HEERE aangenaam zijn, als in de oude dagen en als in vorige jaren. En Ik zal tot ulieden ten gerichte naderen; en Ik zal een snel Getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen hen die vals zweren, en tegen hen die de dagloner in zijn loon, de weduwe en de wees verdrukken, en het recht van de vreemdeling buigen, en Mij niet vrezen, zegt de HEERE der heirscharen. Want Ik, de HEERE, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen van Jakob, niet verteerd. Maleachi 3:1–6.
As the ‘watchman’ for his history, Miller’s work represented raising the foundations of the temple. His work in the beginning must illustrate a work that represents the finishing of the temple. That final work requires another watchman to give the trumpet a certain sound. Miller and the message of the first angel announced the opening of judgment, and the watchman who Miller typifies at the end of Adventism will announce the close of judgment.
Als de ‘wachter’ voor zijn geschiedenis vertegenwoordigde Millers werk het oprichten van de fundamenten van de tempel. Zijn werk in het begin moet een werk uitbeelden dat de voltooiing van de tempel voorstelt. Dat laatste werk vereist een andere wachter om op de bazuin een helder geluid te geven. Miller en de boodschap van de eerste engel kondigden de opening van het oordeel aan, en de wachter die Miller aan het einde van het adventisme voorafschaduwt, zal de sluiting van het oordeel aankondigen.
In Malachi the Lord promises to bring judgment “against the sorcerers, and against the adulterers, and against false swearers, and against those that oppress the hireling in his wages, the widow, and the fatherless, and that turn aside the stranger from his right, and fear not me.” Those that are being identified here are those who “fear not” “the Lord of hosts.” William Miller is the messenger of the first angel which calls for men to “fear God.” Rejecting the foundations is to reject the fear of God.
In Maleachi belooft de Heere het oordeel te brengen „tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen hen die vals zweren, en tegen hen die de dagloner in zijn loon onderdrukken, de weduwe en de wees, en die de vreemdeling zijn recht ontnemen, en Mij niet vrezen.” Degenen die hier worden aangewezen, zijn degenen die „de HEERE der heirscharen” „niet vrezen”. William Miller is de boodschapper van de eerste engel, die de mensen oproept God te „vrezen”. De grondslagen verwerpen, is de vreze Gods verwerpen.
For, behold, the day cometh, that shall burn as an oven; and all the proud, yea, and all that do wickedly, shall be stubble: and the day that cometh shall burn them up, saith the Lord of hosts, that it shall leave them neither root nor branch. But unto you that fear my name shall the Sun of righteousness arise with healing in his wings; and ye shall go forth, and grow up as calves of the stall. And ye shall tread down the wicked; for they shall be ashes under the soles of your feet in the day that I shall do this, saith the Lord of hosts. Remember ye the law of Moses my servant, which I commanded unto him in Horeb for all Israel, with the statutes and judgments. Behold, I will send you Elijah the prophet before the coming of the great and dreadful day of the Lord: And he shall turn the heart of the fathers to the children, and the heart of the children to their fathers, lest I come and smite the earth with a curse. Malachi 4:1–6.
Want zie, de dag komt, brandend als een oven; dan zullen alle hoogmoedigen, ja, allen die goddeloos handelen, stoppels zijn; en de dag die komt, zal hen verbranden, zegt de HEERE der heerscharen, zodat hij hun wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u die mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; en gij zult uitgaan en opgroeien als kalveren uit de stal. En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as zijn onder de zolen van uw voeten op de dag dat Ik dit doen zal, zegt de HEERE der heerscharen. Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem geboden heb op Horeb voor geheel Israël, met de inzettingen en verordeningen. Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en vreselijke dag des HEEREN komt. En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land met de ban sla. Maleachi 4:1–6.
-
The beginning of the Bible (Genesis) and the end of the Bible (Revelation).
Het begin van de Bijbel (Genesis) en het einde van de Bijbel (Openbaring).
-
The beginning of the Old Testament (Genesis) and the end of the Old Testament (Malachi).
Het begin van het Oude Testament (Genesis) en het einde van het Oude Testament (Maleachi).
-
The beginning of the New Testament (Matthew) and the end of the New Testament (again Revelation).
Het begin van het Nieuwe Testament (Mattheüs) en het einde van het Nieuwe Testament (opnieuw Openbaring).
-
The beginning of John’s testimony (the gospel of John) and the end of John’s testimony (again Revelation).
Het begin van het getuigenis van Johannes (het Evangelie van Johannes) en het einde van het getuigenis van Johannes (opnieuw Openbaring).
-
The beginning of Malachi and the end of Malachi.
Het begin van Maleachi en het einde van Maleachi.
-
The beginning of Matthew’s gospel and the end of Matthew’s gospel.
Het begin van het Evangelie van Matteüs en het einde van het Evangelie van Matteüs.
-
The beginning of John’s gospel and the end of John’s gospel.
Het begin van het Evangelie van Johannes en het einde van het Evangelie van Johannes.
-
The beginning of the four gospels and the end of the four gospels.
Het begin van de vier evangeliën en het einde van de vier evangeliën.
When we remove the prophetic beginnings or endings that are referenced more than once, it equals eight prophetic lines that are to be brought together and placed upon the first three verses of Revelation. What about the end of Genesis?
Wanneer wij de profetische beginpunten of eindpunten die meer dan eens worden genoemd, weglaten, blijven er acht profetische lijnen over die samengebracht en gelegd moeten worden op de eerste drie verzen van Openbaring. Maar hoe zit het met het einde van Genesis?
Genesis chapter fifty ends with the death of Joseph.
Genesis hoofdstuk vijftig eindigt met de dood van Jozef.
So Joseph died, being an hundred and ten years old: and they embalmed him, and he was put in a coffin in Egypt. Genesis 50:26.
Zo stierf Jozef, honderd en tien jaar oud zijnde; en zij balsemden hem, en hij werd in een kist gelegd in Egypte. Genesis 50:26.
Chapter forty-eight identifies the death of Jacob. The death of Jacob being first in chapter forty-eight leading to the death of Joseph in chapter fifty’s closing verses place the signature of the Alpha and Omega upon the last three chapters of Genesis as the ending of the book of Genesis.
Hoofdstuk achtenveertig vermeldt de dood van Jakob. Dat de dood van Jakob als eerste in hoofdstuk achtenveertig staat en vervolgens de dood van Jozef in de slotverzen van hoofdstuk vijftig, plaatst het stempel van de Alfa en de Omega op de laatste drie hoofdstukken van Genesis als het einde van het boek Genesis.
Those two deaths are used as symbols of the beginning and ending of Israel’s captivity in Egypt. In the beginning, Jacob’s body is taken back to be buried with his fathers, and when Moses comes out of Egypt, he brings Joseph’s body to be buried in the burial place of his fathers.
Deze twee sterfgevallen worden gebruikt als symbolen van het begin en het einde van Israëls gevangenschap in Egypte. Aan het begin wordt Jakobs lichaam teruggebracht om bij zijn vaderen begraven te worden, en wanneer Mozes uit Egypte vertrekt, brengt hij Jozefs lichaam mee om het te begraven op de begraafplaats van zijn vaderen.
And Moses took the bones of Joseph with him: for he had straitly sworn the children of Israel, saying, God will surely visit you; and ye shall carry up my bones away hence with you. Exodus 13:19.
En Mozes nam de beenderen van Jozef met zich mee; want deze had de kinderen Israëls nadrukkelijk doen zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken; en gij zult mijn beenderen vanhier met u opvoeren. Exodus 13:19.
The ending of Genesis is the last three chapters. In chapter forty-eight Jacob (Israel) pronounces blessings upon his twelve sons that are directly identified as prophecies of what happens to those twelve tribes in the “last days” of the investigative judgment.
Het slot van Genesis omvat de laatste drie hoofdstukken. In hoofdstuk achtenveertig spreekt Jakob (Israël) zegeningen uit over zijn twaalf zonen, die rechtstreeks worden aangeduid als profetieën van wat er met die twaalf stammen geschiedt in de „laatste dagen” van het onderzoekend oordeel.
And Jacob called unto his sons, and said, Gather yourselves together, that I may tell you that which shall befall you in the last days. Gather yourselves together, and hear, ye sons of Jacob; and hearken unto Israel your father. Genesis 49:1, 2.
En Jakob riep zijn zonen en zei: Vergadert u, opdat ik u verkondige wat u in de laatste dagen zal overkomen. Vergadert u, en hoort, gij zonen van Jakob; en luistert naar Israël, uw vader. Genesis 49:1, 2.
In the “last days” of the investigative judgment the Lord promises to gather his twelve sons, who are represented as the one hundred and forty-four thousand in the book of Revelation. These are they who John represents in the book of Revelation. They are gathered by a call from Jacob, a call from their beginning history that they are told to “hear,” and “hearken” unto. In the last days, those typified by Jacob’s sons “hear” a message and “hearken” or as John says “keep” those things that are written therein. It’s a call from the father to the children, it is the Elijah message. Those called are called the “son[‘s] of Jacob,” and are also to “hearken unto Israel” their father.
In de „laatste dagen” van het onderzoekend oordeel belooft de Heer zijn twaalf zonen te vergaderen, die in het boek Openbaring worden voorgesteld als de honderd vierenveertigduizend. Dezen zijn het die Johannes in het boek Openbaring afbeeldt. Zij worden vergaderd door een roep van Jakob, een roep uit hun beginhistorie, waarvan hun gezegd wordt dat zij die moeten „horen” en daarnaar moeten „luisteren”. In de laatste dagen „horen” degenen die door Jakobs zonen worden uitgebeeld een boodschap en „luisteren” daarnaar, of, zoals Johannes zegt, „bewaren” zij hetgeen daarin geschreven staat. Het is een roep van de vader tot de kinderen; het is de Elia-boodschap. Degenen die geroepen worden, worden „zoon[‘s] van Jakob” genoemd, en moeten ook „luisteren naar Israël”, hun vader.
Esau and Jacob in Malachi represent the wise and foolish virgins. The call is from their father Jacob and their father Israel, identifying that when the last call is made everyone is a Laodicean Adventist and the choice is placed into their own hands whether to be a son of Jacob the deceiver or Israel the overcomer. What allows them to make a choice is the creative power within the message. If the message is read, heard and kept, then through the identical creative power that brought all things into existence they will be changed unto a son of Israel. To refuse to hear, is to retain the experience of Jacob, the deceiver.
Esau en Jakob in Maleachi vertegenwoordigen de wijze en de dwaze maagden. De roep komt van hun vader Jakob en hun vader Israël, waarmee wordt aangeduid dat, wanneer de laatste roep klinkt, iedereen een Laodicese Adventist is en de keuze in hun eigen handen wordt gelegd of zij een zoon van Jakob, de bedrieger, dan wel van Israël, de overwinnaar, willen zijn. Wat hun in staat stelt een keuze te maken, is de scheppende kracht binnen de boodschap. Indien de boodschap wordt gelezen, gehoord en bewaard, zullen zij dan door dezelfde scheppende kracht die alle dingen tot bestaan heeft gebracht, veranderd worden tot een zoon van Israël. Te weigeren te horen, is de ervaring van Jakob, de bedrieger, te behouden.
The gathering call by Jacob, which is also the gathering call of the message that is unsealed in Revelation is an important symbol to understand. The “seven times” of Leviticus twenty-six teaches that there is no gathering, unless there is previously a scattering. The one hundred and forty-four thousand are those who were scattered in advance of the calling. This truth is repeatedly identified in the Bible.
De oproep tot verzameling door Jakob, die tevens de oproep tot verzameling is van de boodschap die in Openbaring wordt ontzegeld, is een belangrijk symbool om te begrijpen. De „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig leren dat er geen verzameling is, tenzij daaraan voorafgaand een verstrooiing heeft plaatsgevonden. De honderdvierenveertigduizend zijn degenen die reeds vóór de roeping verstrooid waren. Deze waarheid wordt in de Bijbel herhaaldelijk aangeduid.
Hear the word of the Lord, O ye nations, and declare it in the isles afar off, and say, He that scattered Israel will gather him, and keep him, as a shepherd doth his flock. Jeremiah 31:10.
Hoort het woord des HEEREN, gij volken, en verkondigt het op de verre eilanden, en zegt: Hij die Israël verstrooid heeft, zal hem vergaderen en hem behoeden, zoals een herder zijn kudde. Jeremia 31:10.
The covenant that is renewed with the one hundred and forty-four thousand includes the promise that God will write his law upon our hearts. But those who have this creative act performed for them by the Lord have been previously scattered.
Het verbond dat met de honderdvierenvijftigduizend wordt vernieuwd, omvat de belofte dat God zijn wet in ons hart zal schrijven. Maar zij aan wie deze scheppende daad door de Heer wordt voltrokken, zijn tevoren verstrooid geweest.
Again the word of the Lord came unto me, saying, Son of man, thy brethren, even thy brethren, the men of thy kindred, and all the house of Israel wholly, are they unto whom the inhabitants of Jerusalem have said, Get you far from the Lord: unto us is this land given in possession. Therefore say, Thus saith the Lord God; Although I have cast them far off among the heathen, and although I have scattered them among the countries, yet will I be to them as a little sanctuary in the countries where they shall come. Therefore say, Thus saith the Lord God; I will even gather you from the people, and assemble you out of the countries where ye have been scattered, and I will give you the land of Israel. And they shall come thither, and they shall take away all the detestable things thereof and all the abominations thereof from thence. And I will give them one heart, and I will put a new spirit within you; and I will take the stony heart out of their flesh, and will give them an heart of flesh. Ezekiel 11:14–19.
Opnieuw kwam het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, uw broeders, ja, uw broeders, de mannen van uw verwantschap, en het ganse huis Israëls in zijn geheel, zij zijn het tot wie de inwoners van Jeruzalem gezegd hebben: Gaat ver weg van den HEERE; aan ons is dit land tot bezitting gegeven. Daarom, zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Hoewel Ik hen ver weggeworpen heb onder de heidenen, en hoewel Ik hen verstrooid heb onder de landen, toch zal Ik hun een klein heiligdom zijn in de landen waar zij gekomen zijn. Daarom, zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal u zelfs verzamelen uit de volken, en u bijeenbrengen uit de landen waarheen gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israëls geven. En zij zullen daarheen komen, en zij zullen vandaar al zijn verfoeiselijke dingen en al zijn gruwelen verwijderen. En Ik zal hun één hart geven, en een nieuwe geest in uw binnenste leggen; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen en hun een hart van vlees geven. Ezechiël 11:14–19.
More is to be said about the gathering of the one hundred and forty-four thousand in relation to the “scattering,” but we first need to bring together the consideration of the signature of Alpha and Omega in these nine references we are considering.
Er valt meer te zeggen over de vergadering van de honderdvierenveertigduizend in verband met de „verstrooiing”, maar wij moeten eerst de beschouwing bijeenbrengen van de signatuur van Alfa en Omega in deze negen verwijzingen die wij in overweging nemen.
Two classes are represented in the last three chapters of Genesis. A class of rebels and a class of the wise. Both classes hear a voice that says this is the way walk ye in it, but one class refused to hearken to the trumpet and walk in the old paths. The class of rebels in Genesis forty-eight through fifty are represented by the thirteenth tribe.
In de laatste drie hoofdstukken van Genesis worden twee klassen voorgesteld. Een klasse van weerspannigen en een klasse van wijzen. Beide klassen horen een stem die zegt: dit is de weg, wandelt daarop; maar de ene klasse weigerde naar de bazuin te luisteren en te wandelen op de oude paden. De klasse van weerspannigen in Genesis achtenveertig tot en met vijftig wordt vertegenwoordigd door de dertiende stam.
At the beginning of ancient Israel there were thirteen tribes and at the beginning of modern Israel there were thirteen disciples. The one disciple that is distinguished from the other twelve disciples, (as was Ephraim distinguished from the other tribes) are both symbols of rebellion. Sister White directly calls Judas a foolish virgin.
Aan het begin van het oude Israël waren er dertien stammen, en aan het begin van het moderne Israël waren er dertien discipelen. De ene discipel die van de andere twaalf discipelen wordt onderscheiden, (zoals Efraïm van de andere stammen werd onderscheiden) is in beide gevallen een symbool van opstand. Zuster White noemt Judas rechtstreeks een dwaze maagd.
“There have been and always will be tares among the wheat, the foolish virgins with the wise, those who have no oil in their vessels with their lamps. There was a covetous Judas in the church Christ formed on earth, and there will be Judases in the church in every stage of her history.” Signs of the Times, October 23, 1879.
“Er zijn en zullen altijd onkruiden onder de tarwe zijn, de dwaze maagden met de wijze, zij die geen olie in hun kruiken met hun lampen hebben. Er was een hebzuchtige Judas in de gemeente die Christus op aarde vormde, en er zullen Judassen in de gemeente zijn in elke fase van haar geschiedenis.” Signs of the Times, 23 oktober 1879.
Judas Iscariot was a foolish virgin; he was a tare and if a foolish virgin, then also a Laodicean.
Judas Iskariot was een dwaze maagd; hij was een dolik en, als hij een dwaze maagd was, dan ook een Laodiceër.
“The state of the Church represented by the foolish virgins, is also spoken of as the Laodicean state.” Review and Herald, August 19, 1890.
„De toestand van de Kerk, voorgesteld door de dwaze maagden, wordt ook aangeduid als de Laodicese toestand.” Review and Herald, 19 augustus 1890.
Joseph’s two sons both received a blessing from Jacob in chapter forty-eight of Genesis, and from that point on they are referred to as “half tribes.” Half tribes or not, they were still tribes. Judas Iscariot was replaced by Matthias in order to fill in the twelfth place formerly held by Judas Iscariot. Judas was a disciple, and in this sense—there were thirteen disciples at the end of ancient Israel, just as there were thirteen tribes at the beginning.
Jozefs twee zonen ontvingen beiden een zegen van Jakob in het achtenveertigste hoofdstuk van Genesis, en vanaf dat moment worden zij aangeduid als „halve stammen”. Halve stammen of niet, zij waren nog steeds stammen. Judas Iskariot werd vervangen door Mattias om de twaalfde plaats te vervullen die voorheen door Judas Iskariot werd ingenomen. Judas was een discipel, en in deze zin waren er aan het einde van het oude Israël dertien discipelen, evenals er aan het begin dertien stammen waren.
Joseph’s son Ephraim (the thirteenth tribe) became the symbol of the rebellion when the northern ten tribes rallied in support of Jeroboam and divided the kingdom into ten northern tribes and two southern tribes. Why do I identify Ephraim the son of Joseph as the symbol of rebellion instead of his brother Manasseh? The rebellion associated with Ephraim begins in chapter forty-eight, before Jacob blesses his twelve sons. In chapter forty-eight Jacob first blesses Joseph’s two sons. Because Manasseh was the first-born Joseph expects that the first blessing of his sons should go upon Manasseh, and Joseph rebels against Jacob choosing Ephraim.
Jozefs zoon Efraïm (de dertiende stam) werd het symbool van de opstand toen de tien noordelijke stammen zich verenigden ter ondersteuning van Jerobeam en het koninkrijk verdeelden in tien noordelijke stammen en twee zuidelijke stammen. Waarom identificeer ik Efraïm, de zoon van Jozef, als het symbool van de opstand in plaats van zijn broer Manasse? De opstand die met Efraïm verbonden is, begint in hoofdstuk achtenveertig, voordat Jakob zijn twaalf zonen zegent. In hoofdstuk achtenveertig zegent Jakob eerst Jozefs twee zonen. Omdat Manasse de eerstgeborene was, verwacht Jozef dat de eerste zegen over zijn zonen op Manasse zou rusten, en Jozef verzet zich ertegen dat Jakob Efraïm kiest.
The beginning of Ephraim as a representative of God’s elect possesses a testimony of rebellion, and the end of Ephraim is Leviticus twenty-six’s scattering of “seven times” from 723 BC through to 1798. In 723 BC the northern ten tribes, the kingdom of Ephraim, (also known as Israel) received a deadly wound as a kingdom of Bible prophecy. That deadly wound began a time prophecy that concluded with the papal power and its kingdom receiving a deadly wound in 1798. The deadly wound of the papal power in 1798 typifies the final fall of Babylon when the king of the north will “come to his end with none to help” in Daniel eleven verse forty-five. The rebellion and fall of Babylon in the last days was typified by the rebellion and fall of the papal power in 1798, which in turn was typified by the rebellion and fall of the kingdom of Ephraim (Israel) in 723 BC, which was typified by Joseph’s rebellion to his father’s prophetic inspiration as identified in the end of Genesis.
Het begin van Efraïm als vertegenwoordiger van Gods uitverkorenen draagt een getuigenis van opstand, en het einde van Efraïm is de verstrooiing van Leviticus zesentwintig gedurende „zeven tijden”, van 723 v.Chr. tot 1798. In 723 v.Chr. ontvingen de noordelijke tien stammen, het koninkrijk van Efraïm (ook bekend als Israël), een dodelijke wond als een koninkrijk van Bijbelse profetie. Die dodelijke wond luidde een tijdsprofetie in die eindigde toen de pauselijke macht en haar koninkrijk in 1798 een dodelijke wond ontvingen. De dodelijke wond van de pauselijke macht in 1798 is een voorafbeelding van de uiteindelijke val van Babylon, wanneer de koning van het noorden in Daniël elf vers vijfenveertig „tot zijn einde zal komen, en niemand zal hem helpen”. De opstand en val van Babylon in de laatste dagen werden voorafgebeeld door de opstand en val van de pauselijke macht in 1798, die op haar beurt werden voorafgebeeld door de opstand en val van het koninkrijk van Efraïm (Israël) in 723 v.Chr., die op hun beurt werden voorafgebeeld door Jozefs opstand tegen de profetische inspiratie van zijn vader, zoals die aan het einde van Genesis wordt geïdentificeerd.
The rebellion that Ephraim is a symbol of started with his father’s rebellion (Joseph) against his father (Jacob). It ultimately leads to the rebellion of the ten northern tribes, which leads to the “scattering represented” as “seven times” in Leviticus twenty-six. The period of the time the northern kingdom was scattered is divided into two periods. One ending in the year 538, the next period ending in 1798, and all pointing to the message that is unsealed just before probation closes in the book of Revelation. That message identifies the final fall of Babylon. At each waymark of Ephraim’s prophetic history rebellion is marked. Just as is the rebellion of the thirteenth disciple, Judas Iscariot. This is two of the witnesses that identify the number thirteen as a symbol of rebellion. But none of these sacred truths can be recognized if a person isn’t standing on the foundations of Adventism that were built upon the first truth Miller discovered and the first truth discarded by Adventism.
De opstand waarvan Efraïm een symbool is, begon met de opstand van zijn vader (Jozef) tegen diens vader (Jakob). Uiteindelijk leidt zij tot de opstand van de tien noordelijke stammen, hetgeen leidt tot de „verstrooiing voorgesteld” als „zeven tijden” in Leviticus zesentwintig. De periode waarin het noordelijke koninkrijk verstrooid was, is verdeeld in twee perioden: de ene eindigend in het jaar 538, de volgende periode eindigend in 1798, en beide wijzen op de boodschap die vlak vóór het sluiten van de genadetijd in het boek Openbaring wordt ontzegeld. Die boodschap duidt de uiteindelijke val van Babylon aan. Bij elke wegmarkering in de profetische geschiedenis van Efraïm wordt opstand gemarkeerd. Evenzo geldt dit voor de opstand van de dertiende discipel, Judas Iskariot. Dit zijn twee van de getuigen die het getal dertien aanwijzen als een symbool van opstand. Maar geen van deze heilige waarheden kan worden herkend als iemand niet staat op de fundamenten van het adventisme, die gebouwd werden op de eerste waarheid die Miller ontdekte en de eerste waarheid die door het adventisme werd verworpen.
The ending of Genesis agrees with all the other lines that we have been considering. In summation:
Het slot van Genesis stemt overeen met al de andere lijnen die wij hebben beschouwd. Samenvattend:
In the beginning the heavenly trio of the Father, Son and Holy Spirit witnessed the creation of the heavens and earth that was accomplished by the Son, who is also the Word. The Word became the channel of communication from the Father, to mankind, and the Word is the only avenue for mankind to communicate with the Father. The Father’s message was given by the Son to the angel Gabriel, who replaced Lucifer (the light bearer) after Lucifer’s rebellion in heaven. Gabriel receives the light, or message and delivers it to a prophet, who is the holy created being assigned with passing the message from the Father to the fallen created family. The message given to the prophet is written out and then conveyed to mankind. At every step in the communication process the message is holy, and for this reason the prophets, who are fallen human beings are to be holy. At the point that the holy message is transferred into the hands of fallen humanity, humanity has the potential of handling a holy message with unsanctified hands. Thus, the light of the holy message produces both light and darkness. When the message is received by those in the family of fallen man it contains the identical creative power that created all things, which is the power that justifies that being. The beginning of the communication process illustrates the end of the communication process. Therefore, if the message is heard, read and kept, the message recreates fallen mankind into the image of the Son.
In het begin was het hemelse trio van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest getuige van de schepping van de hemel en de aarde, die tot stand werd gebracht door de Zoon, die ook het Woord is. Het Woord werd het kanaal van communicatie van de Vader naar de mensheid, en het Woord is de enige weg waarlangs de mensheid met de Vader kan communiceren. De boodschap van de Vader werd door de Zoon gegeven aan de engel Gabriël, die Lucifer (de lichtdrager) verving na Lucifers opstand in de hemel. Gabriël ontvangt het licht, of de boodschap, en brengt die over aan een profeet, die het heilige geschapen wezen is dat is aangesteld om de boodschap van de Vader door te geven aan de gevallen geschapen familie. De boodschap die aan de profeet wordt gegeven, wordt opgeschreven en vervolgens aan de mensheid overgebracht. Bij iedere stap in het communicatieproces is de boodschap heilig, en om deze reden behoren de profeten, die gevallen menselijke wezens zijn, heilig te zijn. Op het moment dat de heilige boodschap wordt overgedragen in de handen van de gevallen mensheid, bezit de mensheid de mogelijkheid om een heilige boodschap met niet-geheiligde handen te hanteren. Zo brengt het licht van de heilige boodschap zowel licht als duisternis voort. Wanneer de boodschap wordt ontvangen door hen die tot de familie van de gevallen mens behoren, bevat zij dezelfde scheppende kracht waarmee alle dingen geschapen zijn, namelijk de kracht die dat wezen rechtvaardigt. Het begin van het communicatieproces illustreert het einde van het communicatieproces. Daarom, indien de boodschap wordt gehoord, gelezen en bewaard, herschept de boodschap de gevallen mensheid naar het beeld van de Zoon.
Blessed is he that readeth, and they that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein: for the time is at hand. Revelation 1:3.
Zalig is hij die leest, en zij die de woorden van deze profetie horen en bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. Openbaring 1:3.
John illustrates fallen mankind in the “last days” of the investigative judgment who hear a voice behind them and turn around to receive the message that leads to the past. Those that receive and make the message not a part of their life, but exclusively their life, are there and then justified. To be justified is to be made holy. When those who read and hear the message sent from the Father, accept the message and are made holy, it is through the creative power within the message. The creative power accomplishes the work of justifying men, when men believe as did Abraham. The message instructs them to turn and listen to the voice behind, which leads to the old paths, which are the foundational truths. The message guides them into all truth and as they walk the old paths, they are walking on the path of the justified.
Johannes beeldt de gevallen mensheid uit in de „laatste dagen” van het onderzoekend oordeel, die een stem achter zich horen en zich omkeren om de boodschap te ontvangen die naar het verleden leidt. Degenen die de boodschap ontvangen en haar niet tot een deel van hun leven, maar uitsluitend tot hun leven maken, worden daar en dan gerechtvaardigd. Gerechtvaardigd worden is heilig gemaakt worden. Wanneer zij die de van de Vader gezonden boodschap lezen en horen, de boodschap aannemen en heilig gemaakt worden, geschiedt dit door de scheppende kracht die in de boodschap is. De scheppende kracht volbrengt het werk om mensen te rechtvaardigen, wanneer mensen geloven zoals Abraham geloofde. De boodschap onderwijst hen zich om te keren en te luisteren naar de stem achter hen, die leidt naar de oude paden, die de fundamentele waarheden zijn. De boodschap leidt hen in alle waarheid, en terwijl zij de oude paden bewandelen, wandelen zij op het pad van de gerechtvaardigden.
But the path of the just is as the shining light, that shineth more and more unto the perfect day. The way of the wicked is as darkness: they know not at what they stumble. My son, attend to my words; incline thine ear unto my sayings. Let them not depart from thine eyes; keep them in the midst of thine heart. For they are life unto those that find them, and health to all their flesh. Keep thy heart with all diligence; for out of it are the issues of life. Put away from thee a froward mouth, and perverse lips put far from thee. Let thine eyes look right on, and let thine eyelids look straight before thee. Ponder the path of thy feet, and let all thy ways be established. Turn not to the right hand nor to the left: remove thy foot from evil. Proverbs 4:18–27.
Maar het pad der rechtvaardigen is als het glanzende licht, dat steeds helderder schijnt tot de volle dag. De weg der goddelozen is als duisternis; zij weten niet waarover zij struikelen. Mijn zoon, sla acht op mijn woorden; neig uw oor tot mijn redenen. Laat ze niet wijken van uw ogen; bewaar ze in het binnenste van uw hart. Want zij zijn leven voor hen die ze vinden, en gezondheid voor hun gehele vlees. Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens. Doe de valsheid van mond van u weg, en houd verdraaide lippen ver van u. Laat uw ogen recht vooruitzien, en uw oogleden zich richten op wat vóór u is. Overweeg het pad van uw voeten, en laat al uw wegen vaststaan. Wijk niet af naar rechts noch naar links; keer uw voet af van het kwaad. Spreuken 4:18–27.
Those justified by the message conveyed walk on the path that represents an ever-increasing light, but that very light makes the path of the wicked correspondingly darker. Light separates from darkness. The creative power that commanded for there to be light in the beginning produces the same effect upon mankind at the end as light did in the beginning. The class that refuses to hear the voice behind, and therefore choose to walk the darkened path “stumble” at his Word, for they stumble on the foundation stone, the old tried stone. The voice is Alpha and Omega, and when the justified hear those words and incline their hearts unto those words they keep those words in the midst of their hearts, for the Alpha and Omega turns their hearts to the fathers, (the past) and the hearts of the fathers point to the end.
Zij die gerechtvaardigd zijn door de overgebrachte boodschap, wandelen op het pad dat een steeds toenemend licht voorstelt; maar juist dat licht maakt het pad van de goddelozen in overeenkomstige mate donkerder. Licht scheidt zich van duisternis. De scheppende kracht die in den beginne gebood dat er licht zou zijn, bewerkt aan het einde bij de mensheid hetzelfde als het licht in het begin bewerkte. De klasse die weigert de stem van achteren te horen en daarom ervoor kiest het verduisterde pad te bewandelen, „stoot” zich aan Zijn Woord, want zij stoten zich aan de grondsteen, de oude beproefde steen. De stem is Alfa en Omega, en wanneer de gerechtvaardigden die woorden horen en hun hart tot die woorden neigen, bewaren zij die woorden in het midden van hun hart, want Alfa en Omega keert hun hart tot de vaderen, (het verleden) en de harten van de vaderen wijzen naar het einde.
The way of the just is uprightness: thou, most upright, dost weigh the path of the just. Yea, in the way of thy judgments, O Lord, have we waited for thee; the desire of our soul is to thy name, and to the remembrance of thee. With my soul have I desired thee in the night; yea, with my spirit within me will I seek thee early: for when thy judgments are in the earth, the inhabitants of the world will learn righteousness. Isaiah 26:7–9.
Het pad van de rechtvaardige is oprechtheid; Gij, Alleroerechtste, weegt de weg van de rechtvaardige. Ja, op de weg Uwer oordelen, o HEERE, hebben wij op U gewacht; het verlangen van onze ziel gaat uit naar Uw Naam en naar de gedachtenis aan U. Met mijn ziel heb ik U begeerd in de nacht; ja, met mijn geest in mijn binnenste zal ik U vroeg zoeken; want wanneer Uw oordelen op de aarde zijn, zullen de inwoners der wereld gerechtigheid leren. Jesaja 26:7–9.
God weighs, or He judges, those who walk the path of the just, and He does so in the “last days” when His judgments are in the land. The just are those who have waited for the Lord in fulfillment of the tarrying time in the parable of the ten virgins. The desire of those walking the path of increasing knowledge, is for a greater and greater understanding of God’s name, His character. Those who have waited for their Lord, are those that proclaim the final warning message, for they are those who proclaim the Midnight Cry, which is of course the first internal message of Revelation eighteen that is followed by the second, external message.
God weegt, of Hij oordeelt, hen die het pad der rechtvaardigen bewandelen, en Hij doet dit in de “laatste dagen” wanneer Zijn oordelen op de aarde zijn. De rechtvaardigen zijn degenen die op de Heere hebben gewacht in vervulling van de tijd van vertoeven in de gelijkenis van de tien maagden. Het verlangen van hen die het pad van toenemende kennis bewandelen, is naar een steeds groter begrip van Gods naam, Zijn karakter. Degenen die op hun Heere hebben gewacht, zijn degenen die de laatste waarschuwingsboodschap verkondigen, want zij zijn het die de Middernachtsroep verkondigen, die uiteraard de eerste innerlijke boodschap van Openbaring achttien is, waarop de tweede, uiterlijke boodschap volgt.
And after these things I saw another angel come down from heaven, having great power; and the earth was lightened with his glory. And he cried mightily with a strong voice, saying, Babylon the great is fallen, is fallen, and is become the habitation of devils, and the hold of every foul spirit, and a cage of every unclean and hateful bird. For all nations have drunk of the wine of the wrath of her fornication, and the kings of the earth have committed fornication with her, and the merchants of the earth are waxed rich through the abundance of her delicacies. And I heard another voice from heaven, saying, Come out of her, my people, that ye be not partakers of her sins, and that ye receive not of her plagues. Revelation 18:1–4.
En na deze dingen zag ik een andere engel neerdalen uit de hemel, hebbende grote macht; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid. En hij riep met krachtige stem, zeggende: Gevallen, gevallen is Babylon, de grote, en zij is geworden tot een woonplaats van duivelen, en een schuilplaats van alle onreine geesten, en een kooi van alle onreine en hatelijke vogelen. Want alle volken hebben gedronken van de wijn van de toorn van haar hoererij, en de koningen der aarde hebben met haar gehoereerd, en de kooplieden der aarde zijn rijk geworden door de overvloed van haar weelde. En ik hoorde een andere stem uit de hemel, zeggende: Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt. Openbaring 18:1–4.
When the angel of Revelation eighteen descended on September 11, 2001, the Seventh-day Adventist church refused its final call to return to the old paths. It then ceased to be the horn of true Protestantism in the United States. At that point a testing process began for those who chose to take the message of that strong voice and eat it, as typified by John when the angel of Revelation ten descended at the beginning of Adventism on August 11, 1840. The spiritual nation that had taken the mantle of true Protestantism when the first angel’s message was rejected, then followed in the footsteps of apostate Protestantism at the beginning of Adventism.
Toen de engel van Openbaring achttien op 11 september 2001 neerdaalde, weigerde de Kerk der Zevende-dags Adventisten haar laatste oproep om terug te keren naar de oude paden. Zij hield toen op de hoorn van het ware protestantisme in de Verenigde Staten te zijn. Op dat moment begon een beproevingsproces voor hen die ervoor kozen de boodschap van die krachtige stem aan te nemen en haar te eten, zoals getypeerd door Johannes toen de engel van Openbaring tien neerdaalde aan het begin van het adventisme op 11 augustus 1840. De geestelijke natie die de mantel van het ware protestantisme had opgenomen toen de boodschap van de eerste engel werd verworpen, volgde vervolgens in de voetstappen van het afvallige protestantisme aan het begin van het adventisme.
The true Protestant horn was then given to those who accepted the message in the little book that was in the angel’s hand in Revelation ten. The testing process at the beginning of Adventism from 1840 through 1844 represents a testing process at the end of Adventism from September 11, 2001 until the Sunday law in the United States. Within the first history of 1840 to 1844, and the testing process that began on September 11, 2001, marks a dispensational transition from the former body of believers who held the mantle of Protestantism, unto a new body of believers who take the mantle of true Protestantism.
De ware protestantse hoorn werd toen gegeven aan hen die de boodschap in het kleine boek aanvaardden dat zich in de hand van de engel bevond in Openbaring tien. Het beproevingsproces aan het begin van het adventisme van 1840 tot en met 1844 stelt een beproevingsproces voor aan het einde van het adventisme, van 11 september 2001 tot aan de zondagswet in de Verenigde Staten. Binnen de eerste geschiedenis van 1840 tot 1844, en het beproevingsproces dat op 11 september 2001 begon, wordt een bedelingsmatige overgang gemarkeerd van het vroegere lichaam van gelovigen dat de mantel van het protestantisme droeg, naar een nieuw lichaam van gelovigen dat de mantel van het ware protestantisme op zich neemt.
More important to our consideration of the path of the justified is that within that history there is a disappointment that marks the beginning of the tarrying time. The faithful wait for their Lord in that time, which ends with the unsealing of the message of the Midnight Cry. That testing process at the beginning of Adventism ended when the message of the Midnight Cry concluded on October 22, 1844. The testing process at the end concludes for those represented by John at the Sunday law in the United States. The message of the Midnight Cry at the end, will conclude just as at the beginning, and in the beginning of Adventism the message of the Midnight Cry was unsealed in advance of the close of the testing process. The message of the Midnight Cry at the beginning is now being unsealed at the end.
Belangrijker voor onze beschouwing van het pad der gerechtvaardigden is dat zich binnen die geschiedenis een teleurstelling bevindt die het begin van de vertoeftijd markeert. De getrouwen wachten in die tijd op hun Heer, welke eindigt met de ontzegeling van de boodschap van de Middernachtsroep. Dat beproevingsproces aan het begin van het adventisme eindigde toen de boodschap van de Middernachtsroep op 22 oktober 1844 werd voltooid. Het beproevingsproces aan het einde wordt voltooid voor hen die door Johannes worden voorgesteld bij de zondagswet in de Verenigde Staten. De boodschap van de Middernachtsroep aan het einde zal, evenals aan het begin, worden voltooid, en aan het begin van het adventisme werd de boodschap van de Middernachtsroep ontzegeld vóór de afsluiting van het beproevingsproces. De boodschap van de Middernachtsroep aan het begin wordt nu aan het einde ontzegeld.
The justified wise virgins enter into covenant with God when the wicked foolish virgins enter into a covenant of death.
De gerechtvaardigde wijze maagden treden in een verbond met God wanneer de goddeloze dwaze maagden een verbond met de dood aangaan.
To whom he said, This is the rest wherewith ye may cause the weary to rest; and this is the refreshing: yet they would not hear. But the word of the Lord was unto them precept upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little; that they might go, and fall backward, and be broken, and snared, and taken. Wherefore hear the word of the Lord, ye scornful men, that rule this people which is in Jerusalem. Because ye have said, We have made a covenant with death, and with hell are we at agreement; when the overflowing scourge shall pass through, it shall not come unto us: for we have made lies our refuge, and under falsehood have we hid ourselves: Therefore thus saith the Lord God, Behold, I lay in Zion for a foundation a stone, a tried stone, a precious corner stone, a sure foundation: he that believeth shall not make haste. Isaiah 28:12–16.
Tot wie Hij zei: Dit is de rust waarmee gij de vermoeide kunt doen rusten; en dit is de verkwikking; toch wilden zij niet horen. Maar het woord des Heren was hun gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig; opdat zij zouden heengaan, achterovervallen, verbroken worden, verstrikt raken en gevangen worden. Daarom, hoort het woord des Heren, gij spotters, die heerst over dit volk dat in Jeruzalem is. Omdat gij hebt gezegd: Wij hebben een verbond met de dood gesloten, en met het dodenrijk zijn wij een overeenkomst aangegaan; wanneer de overvloeiende gesel zal doortrekken, zal hij ons niet treffen; want wij hebben de leugen tot onze toevlucht gemaakt, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen: daarom, zo zegt de Here Here: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, een vast fundament: wie gelooft, zal niet haasten. Jesaja 28:12–16.
The justified take the holy message of the Midnight Cry to the church and thereafter they proclaim the message of the second voice as they call mankind out of Babylon.
De gerechtvaardigden brengen de heilige boodschap van de Middernachtsroep naar de gemeente, en vervolgens verkondigen zij de boodschap van de tweede stem wanneer zij de mensheid uit Babylon roepen.
“So in the last work for the warning of the world, two distinct calls are made to the churches. The second angel’s message is, ‘Babylon is fallen, is fallen, that great city, because she made all nations drink of the wine of the wrath of her fornication.’ And in the loud cry of the third angel’s message a voice is heard from heaven saying, ‘Come out of her, my people, that ye be not partakers of her sins, and that ye receive not of her plagues. For her sins have reached unto heaven, and God hath remembered her iniquities.’” Review and Herald, December 6, 1892.
“Zo worden in het laatste werk tot waarschuwing van de wereld twee onderscheiden oproepen tot de kerken gedaan. De boodschap van de tweede engel luidt: ‘Babylon is gevallen, is gevallen, die grote stad, omdat zij alle volken heeft doen drinken van de wijn van de toorn van haar hoererij.’ En in de luide roep van de boodschap van de derde engel wordt een stem uit de hemel gehoord, die zegt: ‘Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen deel hebt, en opdat gij van haar plagen niet ontvangt. Want haar zonden zijn opgestapeld tot aan de hemel, en God heeft haar ongerechtigheden in gedachtenis gebracht.’” Review and Herald, 6 december 1892.
Those who come out of Babylon and join those walking on the path of the just are accepted into the fold through the water of baptism that is represented by the name of the heavenly trio. The justified, whether it is those who are currently hearing the message delivered to John on Patmos, or those who thereafter are called out of Babylon are all justified by receiving the Holy Spirit. That combination of the Holy Spirit’s divinity and man’s humanity was accomplished, as set forth as an example when Christ took upon himself human nature. The one hundred and forty-four thousand were represented upon two witnesses, the twelve sons of Jacob and the twelve disciples. The wicked are represented by the thirteenth tribe and the thirteenth disciple. Both “thirteens” in either illustration were called to be priests unto God, and those who reject that calling are represented by Esau, while his younger brother Jacob represents those who accept the calling. Esau and Jacob both represent Laodicean Seventh-day Adventists at the end of the world. One class accepts the holy message conveyed through the prophet’s writings and is changed unto Israel, while Esau retains his name.
Degenen die uit Babylon komen en zich aansluiten bij hen die wandelen op het pad der rechtvaardigen, worden in de kudde opgenomen door het water van de doop, dat wordt vertegenwoordigd door de naam van het hemelse drietal. De gerechtvaardigden, hetzij zij die thans de boodschap horen die aan Johannes op Patmos werd overgebracht, hetzij zij die daarna uit Babylon worden uitgeroepen, worden allen gerechtvaardigd door de ontvangst van de Heilige Geest. Die vereniging van de goddelijkheid van de Heilige Geest en de menselijkheid van de mens werd tot stand gebracht, zoals als voorbeeld is uiteengezet toen Christus de menselijke natuur op Zich nam. De honderdvierenvijftigduizend werden voorgesteld in twee getuigen, de twaalf zonen van Jakob en de twaalf discipelen. De goddelozen worden voorgesteld door de dertiende stam en de dertiende discipel. Beide „dertientallen” werden in elk van beide voorstellingen geroepen om priesters voor God te zijn, en zij die die roeping verwerpen, worden voorgesteld door Ezau, terwijl zijn jongere broer Jakob hen vertegenwoordigt die de roeping aanvaarden. Ezau en Jakob vertegenwoordigen beiden de Laodiceese Zevende-dags Adventisten aan het einde van de wereld. De ene klasse aanvaardt de heilige boodschap die door de geschriften van de profeet wordt overgebracht en wordt veranderd tot Israël, terwijl Ezau zijn naam behoudt.
There is of course much more in these nine lines of Alpha and Omega, for this was simply a brief summation of beginnings and endings in God’s Word.
Er ligt uiteraard veel meer besloten in deze negen regels over Alfa en Omega, want dit was slechts een beknopte samenvatting van beginnen en eindes in Gods Woord.
Nine lines of history, representing prophetic histories from the creation to the Second Coming. All nine of these prophetic lines of beginnings and endings are directly connected to the first three verses of Revelation chapter one. Those three verses identify that the Revelation of Jesus Christ, that is unsealed just before probation closes, is a manifestation of God’s creative power. What other power could construct such a complex inter-woven testimony from a variety of witnesses, who provided their testimony from the time of Moses until the time of John the Revelator?
Negen geschiedenislijnen, die profetische geschiedenissen vertegenwoordigen vanaf de schepping tot aan de Wederkomst. Al deze negen profetische lijnen van begin en einde zijn rechtstreeks verbonden met de eerste drie verzen van Openbaring, hoofdstuk één. Die drie verzen geven aan dat de Openbaring van Jezus Christus, die vlak vóór het sluiten van de genadetijd wordt ontsloten, een manifestatie is van Gods scheppende macht. Welke andere macht zou zulk een complex, ineen geweven getuigenis kunnen samenstellen uit een verscheidenheid aan getuigen, die hun getuigenis hebben gegeven vanaf de tijd van Mozes tot aan de tijd van Johannes de Openbaarder?
Take off your shoes, for this is holy ground.
Doe uw schoenen uit, want dit is heilige grond.